1.0 Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport - Kwartaalbrief actuele ontwikkelingen def.pdf
Tekst van het document
Datum 13 juni 2017 Betreft Kwartaalbrief actuele ontwikkelingen College van Burgemeester en Wethouders > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag Pagina 1 van 4 Directie Maatschappelijke Ondersteuning Parnassusplein 5 Postbus 20350 2500 EJ Den Haag www.rijksoverheid.nl Inlichtingen bij T 070 340 79 11 F 070 340 78 34 Kenmerk 1122648-163152-DMO Bijlage(n) 2 Geacht college, In mijn kwartaalbrieven aan u over de voortgang van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna Wmo 2015) en de Jeugdwet, heb ik mijn waardering uitgesproken over het omvangrijke karwei dat u, met uw lokale partners de afgelopen periode heeft uitgevoerd. De decentralisatie van zorg en ondersteuning naar gemeenten heeft tot doel om de zorg en ondersteuning voor iedereen die het nodig heeft, toegankelijk, dichtbij huis, op maat en levensbreed te organiseren. Het platform ‘De nieuwe Praktijk’ laat een veelheid aan goede voorbeelden en initiatieven zien die de afgelopen periode zijn ontstaan. Een belangrijke opgave voor de komende periode is om de door u ingezette weg van de vernieuwing voldoende ruimte te geven, zodat er een merkbaar betere praktijk ontstaat waarin de cliënt centraal staat en de gewenste kanteling in de zorg en ondersteuning vorm krijgt. In dit kader wil ik u in deze kwartaalbrief informeren over een aantal recente ontwikkelingen en actualiteiten. Het betreft de volgende onderwerpen. 1.
Kinderen in de opvang 2. Uitspraak Centrale Raad van Beroep over mantelzorg 3. Reële prijs voor Wmo-diensten 4. Regeling dienstverlening aan huis (alfahulpen) In de bijlage treft u overige informatie aan die van belang is voor de uitvoering van uw beleid. 1. Kinderen in de opvang Op 7 februari jl. heeft de Stichting ‘Het vergeten kind’ een petitie aan de Tweede Kamer en mij aangeboden, waarmee zij – namens bijna 64.000 mensen – aandacht vroegen voor de positie van de kinderen in de vrouwenopvang of maatschappelijke opvang. Zij pleiten ervoor dat de 7.000 kinderen die jaarlijks in deze opvang verblijven een veilige plek en deskundige begeleiding krijgen. Uit recent onderzoek van Van Montfoort en de stichting Kinderpostzegels blijkt dat dit hard nodig is. Zo vindt slechts in 25% van de maatschappelijke opvanginstellingen Directie Maatschappelijke Ondersteuning Kenmerk 1122648-163152-DMO Pagina 2 van 4 een intakegesprek met een kind plaats. 30% van de instellingen heeft een behandelplan voor elk kind. Een zorgelijke situatie, want juist deze kinderen hebben vaak een dringende behoefte aan hulp om alle trauma’s goed te kunnen verwerken, de intergenerationele cirkel van geweld te kunnen doorbreken en een goede toekomst op te kunnen bouwen. Diverse politieke partijen hebben tijdens verschillende overleggen in de Tweede Kamer aandacht gevraagd voor deze doelgroep.
Dit mede naar aanleiding van het rapport ‘Cijfers maatschappelijke opvang 2015’ van de Federatie Opvang dat eind 2016 naar de Tweede Kamer is gestuurd. Daaruit bleek dat het aantal kinderen tot en met 17 jaar in de maatschappelijke opvang is gestegen tot boven de 4000, na een eerder vrij constant tot dalend beeld vanaf 2009. Inmiddels is uit een nadere analyse van de Federatie Opvang gebleken dat deze toename vooral kan worden verklaard door een toename van de ambulante hulpverlening. Het bieden van ambulante ondersteuning aan kinderen ondersteun ik van harte, zeker als daarmee het aantal kinderen in de opvang af kan nemen. Het lijkt mij goed als meer gemeenten van deze vorm van ondersteuning gebruik gaan maken. Het is dan ook van belang om gezamenlijk vast te stellen hoe de juiste hulp voor deze kinderen kan worden gewaarborgd. En daarna te bekijken wat dit betekent voor uw gemeente c.q. op welke wijze uw gemeente deze verantwoordelijkheid voor kinderen in de opvang op een goede manier kan invullen. Tijdens het bestuurlijk overleg jeugd op 9 februari jl. is reeds de afspraak gemaakt de aanpak van deze groep te intensiveren. De burgemeester van Leiden, dhr. Lenferink, heeft zich bereid getoond om aanjager te worden van dit traject. Hij zal zijn inzet allereerst richten op de gemeenten waar de noodzaak om een verbeterslag te maken het hoogst is.
Daar waar nodig zullen de VNG en het ministerie van VWS dit traject ondersteunen. Om de gezamenlijke ambitie te verduidelijken en te onderstrepen, zou ik graag afspraken maken over onze ambitie voor de jaren 2017 en 2018. Ik vraag u daarnaast extra aandacht voor de onafhankelijke cliëntpositie van kinderen, zodat zij een eigen intake, actieplan en passende zorg krijgen. De komende maanden zal dhr. Lenferink met een aantal van u nader over dit onderwerp doorpraten. 2. Uitspraak Centrale Raad van Beroep over mantelzorg Op 11 januari 2017 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) (ECLI:NL:CRVB:2017:17) een uitspraak gedaan over het meewegen van het sociale netwerk bij het toekennen van een voorziening onder de Wmo 2015. De CRvB stelt dat een gemeente niet van een (in dit geval) uitwonend familielid mag eisen dat deze onbetaald zorg- en ondersteuningstaken verricht die onder de Wmo 2015 vallen, zoals huishoudelijke hulp. Ook mag een gemeente bij de vaststelling van het recht op een voorziening er niet vanuit gaan dat een familielid deze zorg en ondersteuning onbetaald wil leveren. Het is echter wel zo dat een echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten gebruikelijke hulp kunnen verstrekken; hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid verwacht mag worden van voornoemde personen.
Op het moment dat een zorgverlener voor zijn diensten een betaling verlangt, kan er geen sprake meer zijn van mantelzorg, aldus de CRvB. Dat deze betaling Directie Maatschappelijke Ondersteuning Kenmerk 1122648-163152-DMO Pagina 3 van 4 verricht wordt (uit een pgb) aan een familielid, voor een gering aantal uren en het niet gaat om een betaalde baan, maakt dit niet anders. De CRvB volgt hier de wet naar letter en geest. Het is aan gemeenten om regels te stellen over de uitvoering van de Wmo 2015. De Wmo 2015 kent een grote mate van beleidsvrijheid toe aan gemeenten, waarbij groot belang wordt toegekend aan het doen van een zorgvuldig onderzoek. Tijdens dit onderzoek, dient het college te onderzoeken of en hoe het sociale netwerk en mantelzorgers kunnen bijdragen aan de participatie en zelfredzaamheid van de cliënt. Van enige vorm van dwang van ondersteuning kan hierbij geen sprake zijn. Ik roep u op om in uw beleid deze waarborgen te respecteren en in de uitvoeringspraktijk dien overeenkomstig te handelen. 3. Reële prijs voor Wmo-diensten Op 1 juni is het besluit over een reële prijs voor dienstverlening op grond van de Wmo 2015 in werking getreden. Voorbeelden zijn huishoudelijke hulp, (thuis)begeleiding, dagbesteding, beschermd wonen, opvang en Wmo-vervoer. Het besluit heeft tot doel dat gemeenten een reële prijs betalen voor Wmo- dienstverlening.
De eis om tot een reële prijs te komen vloeit voort uit artikel 2.6.6 Wmo 2015. Op grond van dit artikel, moeten gemeenten al reële prijzen vaststellen die cao-lonen mogelijk maken. Het besluit expliciteert de Wmo 2015 op dit punt en regelt tevens de plaats van een reële prijs in de aanbestedingsprocedure en de overeenkomst met een derde. In hoofdzaak gaat het erom dat gemeenten een reële prijs overeenkomen, met de kostprijselementen waarop deze reële prijs is gebaseerd, zodat kan worden beoordeeld of in redelijkheid de kostprijselementen zijn verdisconteerd in een reële prijs. Hiermee wordt voldaan aan de eisen van de kwaliteit en de continuïteit van de dienstverlening en de eisen aan de deskundigheid van de medewerkers die de dienst verlenen aan cliënten. Bovendien maakt een reële prijs het mogelijk te voldoen aan de arbeidsrechtelijke verplichtingen aan de beroepskracht, waaronder de loonkosten en wettelijke verplichtingen als werkgeverspremies, sociale verzekeringen en pensioenpremies. U bent verantwoordelijk en bevoegd om deze kostprijselementen te normeren. Het besluit biedt u hiervoor de benodigde instrumenten.
Door bijvoorbeeld in de aanbestedingsprocedure aan aanbieders te vragen om in de offertes toe te lichten op welke wijze invulling wordt gegeven aan de kwaliteits-, deskundigheids- en continuïteitseisen en te vragen naar de wijze waarop de aanbieder de kostprijselementen heeft opgebouwd, kunnen gemeenten toetsen of aanbieders voldoen aan de vereiste van een reële prijs. Het besluit en de volledige toelichting daarop is als bijlage bij deze brief opgenomen. Het besluit vraagt van u de verordening zo spoedig mogelijk aan te passen. De Vereniging van Nederlandse Gemeente (VNG) heeft haar modelverordening hierop aangepast. 4. Regeling dienstverlening aan huis (alfahulpen) Gemeenten bieden soms ondersteuning aan Wmo-cliënten bij het aangaan van een overeenkomst (dienstbetrekking) voor het verlenen van huishoudelijke werkzaamheden op grond van de Regeling dienstverlening aan huis. Deze Directie Maatschappelijke Ondersteuning Kenmerk 1122648-163152-DMO Pagina 4 van 4 huishoudelijke werkzaamheden worden verricht door particuliere dienstverleners, ook wel alfahulpen genoemd. In dit kader wil ik u wijzen op enkele uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 18 mei 2016 (met name CRvB 18-05-2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1404).
Daaruit wordt duidelijk dat een gemeente geen algemene voorziening of maatwerkvoorziening levert, indien een overeenkomst (dienstbetrekking) wordt overeengekomen tussen de huishoudelijke hulp (alfahulp) en de cliënt. Dit volgt uit de tekst en toelichting van artikel 1.1.1 van de Wmo 2015. De huidige bepalingen van de Wmo 2015 leiden er toe dat gemeenten voorzieningen op grond van de Wmo 2015, niet op basis van de Regeling dienstverlening aan huis kunnen aanbieden. Ook als het college een tegemoetkoming of een vergoeding betaalt, anders dan een persoonsgebonden budget, of verwijst naar de private markt (bemiddeling) levert het college geen voorziening in de zin van de Wmo 2015. Cliënten die bewust de keuze maken om hun maatwerkvoorziening om te zetten in een persoonsgebonden budget kunnen gebruik maken van de Regeling dienstverlening aan huis. Zij betrekken immers als particulieren op de markt hun eigen ondersteuning. Dit is de enige mogelijkheid die de Wmo 2015 toestaat. Tot slot Ik hoop dat voornoemde informatie en aandachtspunten u zullen helpen tot een goede en zorgvuldige uitvoering te komen voor uw inwoners. Vanzelfsprekend kunt u daar waar u belemmeringen hierbij ervaart dat kenbaar maken via wethouders@minvws.nl. Hoogachtend, de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, drs. M.J. van Rijn