CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijzen van verbonden partijen met reactie versie 31 januari 2024 2404153.pdf

Besluitvormende Vergadering 18 april 2024, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 06.: Nota Verbonden Partijen.11.123 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Zienswijzen verbonden partijen met reactie daarop Zienswijze Regio West-Brabant Beste bestuurlijk opdrachtgevers Nota Verbonden Partijen West-Brabant, Jullie stuurden ons eind juli een concept van de geactualiseerde Nota Verbonden Partijen West-Brabant. Dank voor de geboden gelegenheid om hierop te reageren. Ook de ambtelijke uitwisseling bij de totstandkoming van de Nota én van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling RWB, waarderen we. Het resultaat hiervan is dat de voorstellen over beide onderwerpen die nu bij de raden voorliggen, goed op elkaar aansluiten. Beide zijn zij vooral gericht op het versterken van het inhoudelijke gesprek tussen raden en gemeenschappelijke regelingen. Daar kunnen wij ons zeer in vinden en we horen dan ook graag van de raden hoe zij hier met ons invulling aan willen geven. Over een paar onderwerpen willen we in deze brief wat naar voren brengen. We houden daarbij de volgorde van de voorgestelde afspraken uit de concept Nota Verbonden Partijen aan. Reactie: Hartelijk dank voor de ontvangen zienswijze. Uit uw zienswijze blijkt de steun voor de afspraken die we vastleggen voor gemeenschappelijke regelingen. Op uw opmerking over REWIN BV gaan we onderstaand nader in.

Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Dit leidt niet tot aanpassing in de nota. Zienswijze: 2.1 Actieve informatieplicht, radenbijeenkomsten en risicoprofiel De Nota Verbonden Partijen biedt handvatten voor de raden om te bepalen op welke wijze zij van informatie voorzien willen worden. Een concreet voorstel gaat over het gecoördineerd organiseren van radenbijeenkomsten. Drie per jaar en qua schaalgrootte en qua onderwerpen variërend. Afspraken hierover worden in een convenant opgenomen. Als RWB hopen we hier regelmatig gelegenheid te krijgen om met raadsleden van gedachten te wisselen over de versterking van de economie in West-Brabant. We werken hier dus graag aan mee. Het advies in bijlage 1 van de Nota Verbonden Partijen is verder dat de raden met de samenwerkingsverbanden afspraken maken over de informatievoorziening. In het wijzigingsvoorstel van de GR RWB hebben we, op basis van een eerder gesprek met drie griffiers, over de diverse onderwerpen, concrete afspraken opgenomen. Mochten de raden aangeven andere wensen te hebben, dan nemen we die mee in onze definitieve wijzigingsvoorstellen.

Gemeenschappelijke adviescommissie In de concept Nota Verbonden Partijen lezen we geen advies over het wel of niet instellen hiervan, wel is een afwegingskader opgenomen voor de standpuntbepaling van de raden. Als bestuur van RWB hebben we over de wenselijkheid van een gemeenschappelijke adviescommissie ook geen uitspraak gedaan. We zijn benieuwd tot welke conclusies de raden komen. Mochten zij een gemeenschappelijke adviescommissie wensen voor RWB, dan horen we graag wat de beoogde onderwerpen en advieslijn zijn. Wijziging van de GR RWB is in ieder geval niet nodig, omdat deze al voorziet in de mogelijkheid tot het instellen van adviescommissies.

Reactie: De komende maanden gaan de griffies aan de slag met het vormgeven van de radenbijeenkomsten vanaf 2024. De invulling van deze bijeenkomsten vindt uiteraard in afstemming met de verbonden partijen plaats. Wij waarderen het om te lezen dat de RWB een actieve bijdrage wil leveren aan de invulling van de radenbijeenkomsten. Gezien het feit dat raden veel belang hechten aan het ontvangen van informatie en het voeren van het onderlinge gesprek over de economische ontwikkeling van de regio verwachten wij dat de RWB zeer regelmatig gevraagd wordt een bijdrage aan een radenavond te leveren. We gaan daarbij uit van het gestelde in artikel 19 leden 5 en 6 van het voorstel tot wijziging van de GR van de RWB. In dit artikel wordt namelijk bepaald dat het strategisch beraad minimaal tweemaal per jaar bijeenkomsten voor raadsleden van alle gemeenten organiseert over de voortgang van de realisatie van het meerjarenbeleidsplan en onderwerpen van strategisch belang alsmede verdiepende bijeenkomsten. Uw inspanningen om na overleg met drie griffiers in de gemeenschappelijke regeling afspraken vast te leggen over de informatievoorziening aan de gemeenteraden waarderen wij zeer. Met u wachten wij de zienswijzen op de gewijzigde gemeenschappelijke regeling, die de gemeenteraden bij hun colleges van burgemeester en wethouders naar voren brengen, af.

Gemeenschappelijke adviescommissie Terecht constateert u dat het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie plaatsvindt op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten. Om de raden te ondersteunen bij het doen van voorstellen voor het al dan niet instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie stellen wij het door u genoemde afwegingskader voor. Gezien het verschil in doelen, taken en bevoegdheden van de verschillende gemeenschappelijke regelingen formuleren wij geen generiek voorstel voor het al dan niet instellen van gemeenschappelijke adviescommissies. De afweging kunnen de gemeenteraden op basis van het afwegingskader per gemeenschappelijke regeling maken. U geeft aan dat wijziging van de GR RWB in ieder geval niet nodig is, omdat deze al voorziet in de mogelijkheid tot het instellen van adviescommissies. In artikel 16 van de GR van de RWB regelt u inderdaad de adviescommissies. Dit artikel verwijst alleen naar artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) en niet naar artikel 24a van de wet waarin de gemeenschappelijke adviescommissie wordt ingesteld. Dat is overigens geen probleem.

Immers op basis van artikel 24 Wgr en artikel 16 van de GR van de RWB kunnen adviescommissies worden ingesteld, dus ook een adviescommissie met daarin raadsleden. In tegenstelling tot artikel 24a van de Wgr die het initiatief bij alle raden van de deelnemende gemeenten legt, is het instellen van een adviescommissie op basis van artikel 24 een bevoegdheid van het algemeen bestuur van de RWB. Waar wel rekening mee gehouden moet worden zijn de volgende twee zaken: 1. Het is bij een op grond van artikel 24 Wgr ingestelde adviescommissie niet mogelijk om raadsleden die deel uitmaken van deze adviescommissie een vergoeding te geven. Bij een gemeenschappelijke adviescommissie op basis van artikel 24a Wgr bestaat deze mogelijkheid wel; 2. Bij het instellen van een commissie met raadsleden op basis van artikel 24 Wgr moet ervoor gewaakt worden dat er geen strijdigheid ontstaat tussen de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden en de adviserende rol van de commissie met raadsleden.

Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Dit leidt niet tot aanpassing in de nota.

Zienswijze: 2.2. Afstemming en aansturing We onderschrijven uiteraard het streven naar een efficiënte organisatie en samenwerking als het gaat om afstemming en aansturing richting verbonden partijen. Dit is ook een streven bij de uitwerking en uitvoering van onze meerjarenactieprogramma. Reactie: Wij vinden het positief te constateren dat de RWB het streven naar een efficiënte organisatie en samenwerking als het gaat om afstemming en aansturing richting verbonden partijen onderschrijft. We vinden het positief dat dit ook een streven is bij de uitwerking en uitvoering van het meerjarenactieprogramma van de RWB. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Dit leidt niet tot aanpassing in de nota. Zienswijze: 2.3 Kaderstelling vanuit de gemeenten. In de concept Nota Verbonden Partijen zijn financiële kaders opgenomen die voor vier jaar gaan gelden. Ten opzichte van de kaders die de afgelopen jaren golden is er één nieuw element. Dit gaat over de situatie dat in praktijk de loon- en prijsontwikkelingen sterk afwijken van de ramingen. Voor die situatie mag de gemeenschappelijke regeling een

beperkte algemene reserve instellen. Dat vinden wij een praktische oplossing die ons in staat stelt om slagvaardig op dergelijke ontwikkelingen in te spelen. We kunnen ons goed vinden in voortzetting van de overige financiële richtlijnen. In tegenstelling tot andere verbonden partijen heeft RWB geen structurele afspraken over de inzet van positieve resultaten. Uitgangspunt is teruggave aan gemeenten, waarbij we jaarlijks zo nodig voorstellen doen over de bestemming binnen de RWB-begroting. De raden kunnen zich over deze voorstellen uitspreken bij behandeling van de P&C-stukken. Met de inhoudelijke beleidskaders wordt vooral (specifieke omstandigheden uitgezonderd) aangesloten op de vierjarentermijn van het meerjarenactieprogramma. Dat vinden we logisch. In dat traject is sprake van intensieve uitwisseling tussen gemeenten en regio. Er is dan maatwerk geboden om de lokale en regionale agenda’s goed op elkaar af te stemmen, zodat deze elkaar versterken. Reactie: Wij vinden het positief te constateren dat de RWB de financiële richtlijnen, zoals we die nu voor 4 jaar in de nota verbonden partijen hebben opgenomen, onderschrijft. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Dit leidt niet tot aanpassing in de nota.

Zienswijze: 2.4 Begroting en jaarrekening Hier gaat het over de inhoud en aanbieding van de P&C-stukken. De inhoudelijke vereisten zijn in lijn met het Besluit Begroting en Verantwoording. Onze accountant ziet uiteraard toe op de naleving daarvan. De aangegeven data voor aanbieding van ontwerpbegroting en -jaarrekening sporen grotendeels met de data die wij in onze GR opnemen. Wij volgen de wettelijke vereisten: voor 1 april aanbieden en 12 weken voor het zienswijzentraject en daarmee eindigt deze iets eerder dan 1 juli. In praktijk zal er echter niets veranderen ten opzichte van de voorgaande jaren. We streven er allen immers naar om in één raadsvergadering alle begrotingen van alle verbonden partijen te kunnen behandelen en besluitvorming door de algemene besturen voor de zomer af te ronden. Overigens bieden we de kadernota, in lijn met de concept Nota Verbonden Partijen, al voor 1 februari aan in plaats van de wettelijke uiterste datum van 1 april.

Reactie: Wij vinden het positief te constateren dat de RWB de planning en control documenten aanlevert binnen de termijnen die in de nota verbonden partijen zijn opgenomen.

Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Dit leidt niet tot aanpassing in de nota.

Zienswijze: Bijlage 1 Aanpassingen gemeenschappelijke regelingen Bijlage 1 van de concept Nota Verbonden Partijen adviezen aan de raden over de wijzigingen van de gemeenschappelijke regelingen als gevolg van de vernieuwde Wet gemeenschappelijke regelingen. Die hebben we vergeleken met onze voorstellen. Ook hier is de conclusie dat deze goed op elkaar aansluiten. We benoemen twee verschilpunten. Evaluatie Ons voorstel over de evaluatie is een nuancering van het advies in de Nota Verbonden Partijen. Dat advies is om in principe per vier jaar de (hele) GR te evalueren, tenzij een meerderheid van de raden daar geen behoefte aan heeft. Wij willen ons inhoudelijk meerjarenactieprogramma sowieso iedere raadsperiode evalueren en actualiseren. Andere aspecten van onze GR, waaronder de werking en juridische bepalingen, evalueren we als het algemeen bestuur daartoe besluit of als een gekwalificeerde meerderheid van de raden daarom vraagt. P&C-cyclus Wat de data en termijnen van de P&C-cyclus betreft, hechten we (en ook de meeste andere verbonden partijen) eraan om die wél in de gemeenschappelijke regeling op te nemen. We vinden dat wel zo duidelijk en verwachten ook dat deze lang houdbaar zijn.

Reactie: Bijlage 1 van de concept Nota Verbonden Partijen beschrijft de adviezen aan de raden over de wijzigingen van de gemeenschappelijke regelingen als gevolg van de vernieuwde Wet gemeenschappelijke regelingen. Wij vinden het positief te constateren dat de RWB deze heeft vergeleken met de voorstellen voor de wijziging van de GR van de RWB en dat deze goed op elkaar aansluiten. We gaan onderstaand in op de twee verschilpunten die de RWB benoemt, te weten de evaluatie en de P&C-cyclus. Evaluatie Wij onderschrijven uw visie. Het voorstel over de evaluatie zoals opgenomen in het voorstel tot wijziging van de GR van de RWB is een nuancering van het advies in de Nota Verbonden Partijen. Daarin zit ruimte voor maatwerk dat u in overleg met deelnemende raden kennelijk zo invult dat het inhoudelijk meerjarenactieprogramma sowieso iedere raadsperiode evalueert en actualiseert en dat de andere aspecten van de GR van de RWB, waaronder de werking en juridische bepalingen, worden geëvalueerd als het algemeen bestuur daartoe besluit of als een gekwalificeerde meerderheid van de raden daarom vraagt. Wij passen de Nota Verbonden Partijen aan. In de nota nemen we op dat éénmaal per vier jaar wordt besloten of en waarover een evaluatie gewenst is. Ter voorbereiding op de besluitvorming hierover pijlen de verbonden partijen de wens van de betrokken deelnemers.

P&C-cyclus Het is uiteraard aan het algemeen bestuur van de RWB om te beslissen over het opnemen van de termijnen zoals opgenomen in de nota ook op te nemen in de GR. Uw keuze om in de regeling de termijnen op te nemen zoals die worden voorgesteld in de conceptnota verbonden partijen kunnen wij volgen. Overigens namen we in de conceptnota op dat bijlage I “buiten de scope van deze nota valt”. We voegden deze bijlage enkel toe om voor de gemeenteraden als hulpmiddel te dienen bij het beoordelen van de wijzigingen van de gemeenschappelijke regelingen die in het vierde kwartaal van 2023 in procedure zijn/komen. In de definitieve nota nemen we bijlage I niet meer op. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Bijlage I wordt geschrapt uit de nota. Zienswijze REWIN B.V. Voor het eerst worden in de Nota Verbonden Partijen spelregels opgenomen voor privaatrechtelijke verbonden partijen. Hier kan ook de samenwerking met REWIN B.V. onder verstaan worden. Een aantal voorgestelde afspraken verhoudt zich slecht tot de afspraken die we in regionaal verband over het aansturen en financieren van REWIN gemaakt hebben. De Economic Board, het strategisch beraad RWB en de gezamenlijke portefeuillehouders economie hebben daarbij een positie in plaats van de individuele gemeenten.

Wij ondersteunen daarom het verzoek van REWIN om de afspraken in de Nota Verbonden Partijen niet van toepassing te laten zijn op haar.

Reactie: Het klopt dat voor het eerst in de Nota Verbonden Partijen spelregels worden opgenomen voor privaatrechtelijke verbonden partijen en dat deze spelregels derhalve ook betrekking hebben op REWIN B.V. U geeft aan dat een aantal voorgestelde afspraken zich slecht verhoudt tot de afspraken die de RWB in regionaal verband over het aansturen en financieren van REWIN heeft gemaakt. Wij realiseren ons dat de Economic Board, het strategisch beraad RWB en de gezamenlijke portefeuillehouders economie daarbij een positie hebben. Echter constateren wij wel dat de individuele gemeenten alsmede de RWB aandeelhouder van REWIN B.V. zijn. Naar ons oordeel kunnen de meeste spelregels voor privaatrechtelijke verbonden partijen één op één ook gelden voor REWIN B.V. Wel zijn we met u van mening dat bij de volgende spelregels enige nuancering van toepassing is gezien de structuur en werkwijze van REWIN B.V. Naar ons oordeel betreft dat de volgende afspraken: 

Afspraak 3.3. Benoemen, schorsen en ontslaan bestuurders De gemeenten streven naar evenwichtig samengestelde Raden van Bestuur (en directies) en Raden van Commissarissen (en raden van toezicht). De colleges van B&W beoordelen de kandidaten op basis van hun kennis, vaardigheden,

karaktereigenschappen, maatschappelijke betrokkenheid en politiek-bestuurlijke ervaring. De colleges van B&W informeren de gemeenteraden hierover Uiteraard zijn de colleges van B&W bij REWIN B.V. maar één van de partijen die invloed hebben op de benoeming, de schorsing en het ontslag van raden van bestuur en directies. Naar ons oordeel zijn de genoemde beoordelingscriteria ook onverkort van toepassing voor de directie van REWIN B.V. 

Afspraak 3.6. Strategie De colleges van B&W wensen betrokken te zijn bij de totstandkoming en wijziging van de strategie die een verbonden partij volgt om de afgesproken maatschappelijke effecten te realiseren. Eens in de 4 jaar evalueren de verbonden partijen hun strategie en doen ze waar nodig voorstellen voor wijziging van de strategie. Wanneer de wijziging van de strategie impact heeft op de bijdragen van de gemeenten en daarmee het budgetrecht van de gemeenteraden, wordt de gemeenteraden op basis van artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet de mogelijkheid geboden hun wensen en bedenkingen over de strategie kenbaar te maken aan de colleges van B&W. Wanneer de wijziging van de strategie geen impact heeft het budgetrecht van de gemeenteraad informeert het college de gemeenteraad over de gewijzigde strategie. Uiteraard zijn de colleges van B&W bij REWIN BV maar één van de partijen die betrokken zijn bij de totstandkoming en eventuele wijziging van de strategie van REWIN BV. Naar ons oordeel is voor het overige de bovenstaande beschrijving van overeenkomstige toepassing op REWIN BV.

Wij stellen voor met in acht name van bovenstaande nuanceringen de afspraken zoals weergegeven in hoofdstuk 3 van overeenkomstige toepassing te verklaren op REWIN B.V. Wel stellen wij een ingroeimodel voor waardoor privaatrechtelijke verbonden partijen, waaronder REWIN B.V. de mogelijkheid krijgen de afspraken de incorporeren.

Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Aan de nota voegen we toe dat voor bestaande privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden wordt voorgesteld een overgangstermijn te hanteren. De lengte van de overgangstermijn vraagt om maatwerk per privaatrechtelijke verbonden partij. Verzoek (zienswijze) Omdat de besluitvormingsprocessen van de Nota Verbonden Partijen en de wijziging van de gemeenschappelijke regeling niet helemaal synchroon lopen, stellen we uitwisseling over eventuele voorziene aanpassingen ten opzichte van de ontwerpversies, in januari 2024 erg op prijs. Dit stelt ons in staat om ook in de definitieve voorstellen tot afstemming te komen.

Reactie:

Het klopt dat de besluitvormingsprocessen van de Nota Verbonden Partijen en de wijziging van de gemeenschappelijke regeling niet helemaal synchroon lopen. Wij streven ernaar dat uiterlijk medio januari 2024 de gemeentebesturen en de verbonden partijen de definitieve nota verbonden partijen ontvangen. We vragen de gemeentebesturen om de definitieve nota vast te stellen en stellen hiermee de verbonden partijen in staat om ook in de definitieve voorstellen tot afstemming te komen. Daar waar dit zou leiden tot discrepanties tussen nota en voorgestelde wijziging van de GR welke om een bestuurlijke heroverweging vragen is het aan het bestuur van de betreffende GR of het proces enigszins wordt getemporiseerd, dan wel of wordt gekozen voor het doorvoeren van een wijziging bij een latere herziening.

Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Dit leidt niet tot aanpassing in de nota.

Zienswijze Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant Naar aanleiding van uw concept nota verbonden partijen versie voor zienswijzen van 25 juli 2023 het volgende.

Zienswijze: Compacte regeling De Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant kiest ervoor om de Gemeenschappelijke Regeling zo compact mogelijk te houden. Dat wil zeggen, dat we in de gemeenschappelijke regeling opnemen wat op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen vereist is en andere regels en afspraken zoveel mogelijk buiten de regeling zelf houden. Het wijzigen van een gemeenschappelijke regeling is een tijdrovende en ingewikkelde procedure, hetgeen door het invoeren van een extra zienswijzeprocedure voor gemeenteraden alleen nog maar versterkt wordt. Regels en afspraken die buiten de regeling zelf worden opgesteld, vastgesteld en gemaakt zijn sneller aan te passen indien de praktijk daar om vraagt. Een voorbeeld is het instellen van adviescommissies. Instelling kan buiten de regeling om door een besluit van het Algemeen Bestuur. Adviescommissies hoeven dus niet in de regeling te worden opgenomen, alleen de mogelijkheid om adviescommissies in te stellen vind-je in de regeling terug. Wij volgen hier overigens zoveel mogelijk de uitgangspunten van het model dat door het Netwerk Juristen Veiligheidsregio's is opgesteld.

Reactie Compacte regeling Wij onderschrijven uw streven naar een compacte regeling. U geeft aan dat adviescommissies niet in de regeling hoeven te worden opgenomen. In artikel 19 van de GR van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant regelt u inderdaad de adviescommissies. Dit artikel verwijst alleen naar artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) en niet naar artikel 24a van de wet waarin de gemeenschappelijke adviescommissie wordt ingesteld. Dat is overigens geen probleem. Immers op basis van artikel 24 Wgr en artikel 19 van de GR van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant kunnen adviescommissies worden ingesteld, dus ook een adviescommissie met daarin raadsleden. In tegenstelling tot artikel 24a van de Wgr die het initiatief bij alle raden van de deelnemende gemeenten legt, is het instellen van een adviescommissie op basis van artikel 24 een bevoegdheid van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Waar wel rekening mee gehouden moet worden zijn de volgende twee zaken: 1. Het is bij een op grond van artikel 24 Wgr ingestelde adviescommissie niet mogelijk om raadsleden die deel uitmaken van deze adviescommissie een vergoeding te geven. Bij een gemeenschappelijke adviescommissie op basis van artikel 24a Wgr bestaat deze mogelijkheid wel; 2.

Bij het instellen van een commissie met raadsleden op basis van artikel 24 Wgr moet ervoor gewaakt worden dat er geen strijdigheid ontstaat tussen de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden en de adviserende rol van de commissie met raadsleden.

Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: In de nota nemen we op dat op grond van artikel 24 uit de Wet gemeenschappelijke regelingen elke regeling adviescommissies kan instellen waarin (ook) raadsleden zitting kunnen nemen. Deze adviescommissies zijn eenvoudig in te stellen ook als niet alle raden hier achter staan, maar een meerderheid van raden van deelnemers of het AB van de regeling zelf wel de behoefte aan een dergelijke commissie heeft. De (nieuwe) gemeenschappelijke adviescommissie uit artikel 24a Wgr komt dan alleen in beeld wanneer andere (meer laagdrempelige) opties niet werken en alle raden toch de behoefte hebben aan een gemeenschappelijke adviescommissie. Want de gemeenschappelijke raadsledenadviescommissie kan volgens de Wgr uitsluitend worden ingesteld wanneer alle gemeenteraden daar gezamenlijk instemming aan geven. Bij instelling wordt besloten over de op te dragen taken en de vergoeding.

Zienswijze: Actieve informatieplicht (afspraak 2.1) In Hoofdstuk 2, paragraaf 2.1 wordt gesproken over een aantal documenten die onder de actieve informatieplicht vallen: vierjaren beleidsplannen; jaarlijkse begroting met uitvoeringsagenda; (eventuele) begrotingswijzigingen en wijzigingen in de uitvoeringsagenda een financieel jaarverslag; een inhoudelijk jaarverslag; periodiek verslag van de voortgang van projecten; besluiten die ingrijpende gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling of de deelnemers aan deze gemeenschappelijke regeling kunnen hebben.

a. b. c. d. e. f. g.

Wij vragen ons af wat u onder de uitvoeringsagenda verstaat. In onze begroting is een beleidsdeel opgenomen met daarin concrete uitvoeringsresultaten. De uitvoeringsresultaten worden vertaald naar jaarplannen per afdeling. Jaarplannen vinden wij te ver gaan. De concrete onderdelen a tot en met e (wellicht met uitzondering van b. uitvoeringsagenda) hoeven niet te worden genoemd, omdat deze al op basis van bestaande regels (Wet veiligheidsregio's en Wet gemeenschappelijke regelingen) aan de gemeenten worden toegestuurd. Ten aanzien van onderdeel f. periodiek verslag van de voortgang van projecten merken wij op dat de verantwoording van projecten in de jaarstukken (die gemeenten al ontvangen) en de tussentijdse Bestuursrapportage (Burap) zit verweven. Het opnemen onderdeel g. besluiten die ingrijpende gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling of de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling kunnen hebben, moeten wij afraden. Het is een vaag begrip wat niet gedefinieerd is en moeilijk te definiëren. Wanneer is er sprake van dergelijke gevolgen? Wie bepaalt dat? Wij ondersteunen uw advies in bijlage I om afspraken te maken met de raden en dit in een door het bestuur vast te stellen document op te nemen.

Tenslotte moet worden opgemerkt dat de bestuurders namens de gemeenschappelijke regelingen de actieve informatieplicht hebben richting hun eigen raad en dat we hier alert op moeten blijven in het kader van eigenaarschap/bestuurlijke verantwoordelijkheid. Maatschappelijke en financiële impact (afspraak 2.1) Informatievoorziening wordt volgens de nota gedifferentieerd naar gelang de impact van de verbonden partij. Wat hieraan ten grondslag ligt (wanneer is de financiële en maatschappelijke impact laag, gemiddeld of hoog ) ontbreekt alsmede wat het effect is (er wordt gesproken over basispakket, pluspakket en risicopakket in het kader van toezicht op de verbonden partij), maar wat houdt dit in? Onderdeel van het bepalen van de maatschappelijke en financiële impact vormt het jaarlijkse inzicht bieden in het taakvolwassenheidsniveau voor de AVG, de informatieveiligheid en de Woo door verbonden partijen in hun jaarstukken. Zonder verdere context is een paragraaf opgenomen dat elke verbonden partij op niveau 3 moet zitten van het volwassenheidsmodel uit de Handreiking AVG borgingsproduct van de Informatie Beveiligingsdienst van de VNG. De vraag is of de Nota Verbonden Partijen de plaats is om dit te regelen. De vraag is dan ook of gemeenten de benodigde investeringen voor gemeenschappelijke regelingen die daar nog niet zijn zullen financieren via de inwonersbijdragen.

Overigens geldt voor de Veiligheidsregio dat landelijke belangrijke processen zullen worden aangewezen als vitale processen waar een nog hoger niveau voor geldt. Dit besluit met betrekking tot digitale veiligheid zal worden genomen door de 1e en 2e Kamer.

Reactie: Met instemming nemen wij kennis van uw steun voor ons advies om afspraken te maken met de raden en dit een door het bestuur vast te stellen document op te nemen. Naar aanleiding van uw opmerkingen over de opsomming in de nota merken wij het volgende op:   

Met de uitvoeringsagenda bedoelen we inderdaad de concrete uitvoeringsresultaten die in het beleidsdeel van uw begroting zijn opgenomen Het is uiteraard prima wanneer u de voortgang van de uitvoering van projecten verwerkt in de jaarrekening en de bestuursrapportages De passage over besluiten die ingrijpende gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling of de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling kunnen hebben handhaven we. We kiezen bewust voor deze algemene formulering die aansluit bij de formulering in artikel 169 Gemeentewet. Desgewenst kunt u uiteraard door het algemeen bestuur vast laten stellen wanneer in ieder geval sprake is van besluiten die ingrijpende gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling of de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling kunnen hebben. Echter er kunnen, zo is onze verwachting, zich altijd situaties voordoen die om een bestuurlijke weging vragen en leiden tot het direct actief informeren van de deelnemende gemeenten Overigens handhaven we de opsomming om voor gemeenteraden inzake de actieve informatieplicht. Dit omdat in tegenstelling tot de Wet op de veiligheidsregio’s de Wgr in artikel 19a hierover alleen algemene bepalingen opneemt.

Met u zijn wij van mening dat dat de bestuurders namens de gemeenschappelijke regelingen de actieve informatieplicht hebben richting hun eigen raad en dat we hier alert op moeten blijven in het kader van eigenaarschap/bestuurlijke verantwoordelijkheid. Het is aan de gemeenteraden van de deelnemers om (daar waar mogelijk gezamenlijk) te bepalen wanneer de financiële en maatschappelijke impact van een gemeenschappelijke regeling laag, gemiddeld of hoog is. Wat het basispakket, pluspakket en risicopakket inhoudt geven we weer in de tabel op pagina 9 van de conceptnota. Het basispakket betreft de reguliere kaderstelling en toezicht door de gemeenteraden van de deelnemers. Bij het pluspakket wordt aangegeven welke aanvullende informatie de gemeenteraden nodig hebben ten opzichte van het basispakket. Bij het risicopakket wordt aangegeven welke aanvullende informatie de gemeenteraden nodig hebben ten opzichte van het pluspakket. Wij nemen kennis van uw opvattingen over de Avg en de Woo. Het is uiteindelijk aan de deelnemers om te besluiten over de benodigde middeleninzet. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Dit leidt niet tot aanpassing in de nota.

Zienswijze: Kaderstelling vanuit de gemeenten (afspraak 2.3) Kaderbrief De kaderbrief wordt door de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant altijd in het bestuur van eind januari / begin februari vastgesteld. 1 februari kan in voorkomende gevallen net te vroeg zijn. De Veiligheidsregio kan, onverminderd onze opmerkingen hieronder, aan het grootste deel van de concept richtlijnen die worden genoemd voldoen. Het is wel van belang dat wij dan tijdig deze richtlijnen ontvangen om te kunnen toetsen wat dit voor ons (aanvullend) betekent voor een nieuw begrotingsjaar en of hier wel/niet aan voldaan kan worden. Daarnaast merken wij op dat we naast de 16 West-Brabantse gemeenten ook te maken hebben met de inbreng van de 8 gemeenten van Hart van Brabant. Concrete opmerkingen bij de opgenomen financiële richtlijnen: I. 'dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting t. aanbiedt de provincie houdt hier toezicht op 4. De Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant gebruikt een andere systematiek van indexering. In de werkgroep financiële richtlijnen is hierover ook gesproken. Er is bij de verschillende gemeenschappelijke regelingen nog geen eenduidige methodiek van indexering. 6. paragraaf weerstandsvermogen is een verplichte paragraaf in de jaarrekening conform BBV-richtlijnen (artikel 11 BBV regelt wat er in deze paragraaf moet staan).

Reactie: Wij onderschrijven de noodzaak dat u op tijd de richtlijnen vanuit de gemeenten ontvangt. Daarom nemen we hiervoor in de nota 15 november op als datum voor het toesturen van de

richtlijnen aan de gemeenschappelijke regelingen. Wij realiseren ons dat ook de gemeenten in Midden-Brabant deelnemen aan van de Veiligheidsregio. Daarom hebben wij overleg gevoerd met de regio Midden-Brabant over het komen tot één regionale nota verbonden partijen voor geheel Midden- en West-Brabant. Het bestuur van de regio Hart van Brabant heeft echter besloten om niet aan te sluiten bij ons initiatief. Een besluit dat wij uiteraard respecteren. Uw concrete opmerkingen in dit kader zijn ons bekend. Hiervan nemen wij kennis Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Dit leidt niet tot aanpassing in de nota.

Zienswijze: Begroting en jaarrekening (afspraak 2.4) De tekst wordt niet door iedereen als duidelijk ervaren. Begotingsbehandeling en behandeling van de jaarrekening zijn verschillende procedures. De ontwerpbegroting gaat voor zienswijze naar de gemeenteraad. De jaarrekening is al vastgesteld en komt ter informatie naar de gemeenteraad

Duidelijk moet zijn dat over de jaarrekening geen zienswijze kan worden gegeven, deze is dan immers al vastgesteld. Het voorstel om in elke gemeenschappelijke regeling op te nemen dat de deelnemers een zienswijze kunnen geven op een voorgestelde resultaatbestemming wijzen wij af. Ook de werkgroep financiële spelregels adviseert om geen zienswijze te vragen voor een besluit van het algemeen bestuur over de resultaatsbestemming

Reactie De Wgr regelt inderdaad dat de gemeenteraden op de ontwerpbegroting een zienswijze kunnen indienen. Deze zienswijzeprocedure is er niet voor de door het algemeen bestuur vastgestelde jaarrekening. Voor wat betreft het toepassen van de zienswijzenprocedure bij besluitvorming over een positief resultaat onderschrijven wij uw visie en achten wij het niet aan te raden een dergelijk relatief zwaar instrument voor alle gemeenschappelijke regelingen toepasselijk te verklaren.

Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Wij voegen aan de nota toe dat een zienswijzenprocedure over de bestemming van het rekeningresultaat uitsluitend kan worden ingesteld wanneer dit expliciet wordt opgenomen in de regeling en dat wordt voorgesteld daar terughoudend mee om te gaan. Zienwijze

Reactie op bijlage 1 in de nota is aangehecht

Reactie: Dank voor het per onderdeel toelichten op welke wijze onze adviezen uit bijlage 1 in de aangepaste GR zijn verwerkt. Wij nemen hiervan kennis. Het is aan de individuele gemeenteraden om hierop desgewenst zienswijzen te geven. Wij vinden het positief te constateren dat u de inbreng van de gemeenteraden in deze kritisch doch welwillend bekijkt. Overigens namen we in de conceptnota op dat bijlage I “buiten de scope van deze nota valt”. We voegden deze bijlage enkel toe om voor de gemeenteraden als hulpmiddel te dienen bij het beoordelen van de wijzigingen van de gemeenschappelijke regelingen die in het vierde kwartaal van 2023 in procedure zijn/komen. In de definitieve nota halen we bijlage 1 weg

Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We schrappen bijlage 1 in de nota.

Zienswijze Regionaal Archief West-Brabant Zienswijze: 1. Voeg een extra paragraaf toe over de kwaliteit van het informatiebeheer, vergelijkbaar met de richtlijnen voor privacy, informatiebeveiliging en de WOO. Een tekstvoorstel is toegevoegd in de bijlage. 2. Leg de uitgangspunten voor Informatiebeheer vast bij uittreding uit, of opheffing van de verbonden partij, uitgaande van onder andere artikel 40, lid 1 van de Archiefwet. 3. Leg de uitgangspunten vast voor de gevolgen van mandateren aan en delegeren naar een verbonden partij voor de status van overheidsinformatie, bij overbrenging naar een archiefdienst en het bijbehorende regime van openbaarheid. De uitwerking van de drie punten vindt u hieronder in de bijlage. Informatievoorziening De wijzigingen in de WGR moeten volksvertegenwoordigers meer mogelijkheden geven om hun controlerende taak uit te voeren. Daarnaast heeft de gemeentelijke organisatie behoefte aan inzicht in de uitvoering van de taken die bij een GR belegd zijn. Voor beide betrokken partijen (Gemeenteraad en gemeentelijke organisatie) is een goed georganiseerde informatiehuishouding bij de GR van groot belang. Informatie is immers de basis van zowel toezicht als inzicht. In de praktijk geldt dit uitgangspunt voor alle soorten verbonden partijen. In de Nota worden afspraken gemaakt over (actieve) informatieverstrekking, afstemming en aansturing.

Daarbij wordt een basisniveau gegeven voor actieve informatievoorziening aan de gemeenteraden. Deze informatievoorziening is gebaseerd op het informatiebeheer bij de verbonden partij en speelt, naast informatieverstrekking aan de Raad, ook een belangrijke rol bij het uitvoeren van de taak van de verbonden partij. De informatie wordt eveneens gebruikt voor het afleggen van verantwoording op het gebied van financiën, recht- en doelmatigheid en bijvoorbeeld voor het beantwoorden van WOO-verzoeken. Voor good governance en om te kunnen voldoen aan de actieve informatieplicht is er meer inzicht nodig in de gemaakte afspraken tussen de gemeenten en verbonden partij over de inrichting van het informatie- en archiefbeheer en de rechten en plichten ten aanzien van het beheer. Wij missen deze uitgangspunten in de nota. Uitgangspunten zoals die wel aanwezig zijn voor de eisen op het gebied van privacy, informatiebeveiliging en de WOO. Archiefwet De Archiefwet stelt regels voor de inrichting en het beheer van de informatiehuishouding bij alle overheidsorganisaties. Daaronder vallen – naast de Gemeenschappelijke Regelingen - eveneens de privaatrechtelijke verbonden partijen, aangezien zij (ook) een overheidstaak uitvoeren.

Verder benoemt de Archiefwet de verantwoordelijkheden op dit gebied en wijst ze toe aan de verschillende overheidsorganen. Genoemd overheidsorgaan wordt daarmee Zorgdrager, verantwoordelijk voor de zorg voor de eigen overheidsinformatie. Zorg wordt daarbij gedefinieerd als de algemene bestuurlijke verantwoordelijkheid van het overheidsorgaan voor de uitvoering van de Archiefwet. Indien een gemeentelijke taak wordt uitbesteed aan een verbonden partij, kan het beheer van de informatie die voortkomt uit het uitvoeren van die taak gemandateerd of gedelegeerd worden aan de verbonden partij. De zorg voor die informatie blijft echter te allen tijde bij de gemeente liggen; het College van B&W kan als Zorgdrager de zorg niet mandateren of delegeren aan de verbonden partij. Dat heeft gevolgen voor de status en het beheer van de informatie, bijvoorbeeld als een gemeente zich losmaakt van de verbonden partij, opheffing van de verbonden partij of het overbrengen van de informatie van een verbonden partij naar een archiefdienst. Gelet op de onduidelijke afspraken tussen gemeenten en verbonden partijen op het gebied van informatie- en archiefbeheer en wetende dat de informatiehuishouding van de verbonden partijen steeds belangrijker wordt om tot een transparante en open overheid te komen, verzoeken we u om de voorstellen in onze zienswijze in overweging te nemen.

Graag adviseren we u hierover, samen met de andere archiefdiensten in uw regio.

Reactie: Hartelijk dank voor uw zienswijze en de concrete uitwerking daarvan. Wij onderschrijven uw zienswijze en verwerken dit in de nota. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We voegen een paragraaf toe over de kwaliteit van het informatiebeheer zoals hierboven in de zienswijze is verwoord.

Zienswijze Belastingsamenwerking West-Brabant Hartelijk dank voor de geboden gelegenheid om onze zienswijze kenbaar te maken. Onze reactie spitst zich toe op 2 aspecten waarop hieronder wordt ingegaan.

Zienswijze: De gemeenten Dongen en Loon op Zand vallen in Hart van Brabant, niet in West-Brabant De GR BWB heeft deelnemers uit twee regio's. In uw aanbiedingsbrief valt te lezen: "(...) Behalve afspraken over de wijze van informatieverstrekking aan gemeenteraden en de input van raden op (meerjarige) beleidsplannen en te behalen maatschappelijke effecten, bestaat de Nota Verbonden Partijen uit een set met financiële afspraken over indexering, reservevorming en resultaatbestemming bij verbonden partijen. Deze financiële afspraken zijn samen met gemeenten van de regio Midden-Brabant voorbereid. Dit met het doel om te komen tot een set met financiële afspraken die voor alle gemeenschappelijke regelingen geldt waaraan de gemeenten in Midden- en West-Brabant deelnemen." De Nota is slechts integraal van toepassing op een deel van de deelnemers van de BWB. Dat kan complicerend werken in de samenwerking en de P&C-cyclus. Tevens leert de praktijk dat de betreffende gemeenten niet worden meegenomen bij regionale informatiebijeenkomsten voor raadsleden. Het zou fijn zijn wanneer uit pragmatische overwegingen de raadsleden van deze gemeenten in de toekomst wel worden uitgenodigd.

Reactie:

Wij realiseren ons dat ook de gemeenten Dongen en Loon op Zand deelnemen aan de Belastingsamenwerking West-Brabant. Daarom hebben wij overleg gevoerd met de regio Midden-Brabant over het komen tot één regionale nota verbonden partijen voor geheel Midden- en West-Brabant. Het bestuur van de regio Hart van Brabant heeft echter besloten om uitgezonderd de financiële richtlijnen niet aan te sluiten bij ons initiatief. Een besluit dat wij uiteraard respecteren. Overigens hebben wij wel de conceptnota verbonden partijen ter informatie gezonden aan de gemeentebesturen van de gemeenten in Midden-Brabant.

Wat betreft de uitnodigingen voor de raasledenbijeenkomsten is het inderdaad onze bedoeling om hiermee pragmatisch om te gaan. Daarom stemmen we de schaal van de radenavonden af op de schaal van de verbonden partijen en de te behandelen onderwerpen. Uiteraard zijn goede afspraken over de organisatie van de avonden essentieel. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen:

We verduidelijken de passage over de schaal waarop de radenavonden worden georganiseerd. Zienswijze: Positie Waterschap Wat voor de twee genoemde gemeenten geldt is ook van toepassing op Waterschap Brabantse Delta. Daar komt het volgende bij. In de aanbiedingsbrief valt te lezen: "Tenslotte zullen wij alle verbonden partijen waaraan wij als gemeenten deelnemen én de provincie Noord-Brabant (m.b.t. de OMWB) op de hoogte stellen van de besluitvorming." Het Waterschap wordt niet in het proces meegenomen, terwijl dat wel het geval is voor de provincie. Dat moet gecorrigeerd worden. Inmiddels hebben wij van u begrepen daarin stappen te zullen zetten. Reactie: U geeft terecht aan dat ook het Waterschap geïnformeerd moet worden over onze besluitvorming. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: De tekst in onze aanbiedingsbrief had moeten luiden: "Tenslotte zullen wij alle verbonden partijen waaraan wij als gemeenten deelnemen, de provincie Noord-Brabant (m.b.t. de OMWB) en het Waterschap Brabantse Delta (m.b.t. de BWB) op de hoogte stellen van de besluitvorming." Wij sturen de definitieve nota toe aan Waterschap Brabantse Delta.

Zienswijze MidZuid Met belangstelling hebben we kennisgenomen van de bijgewerkte concept Nota Verbonden Partijen. In uw bovenvermelde brief geeft u ons de gelegenheid ten aanzien van de concept Nota een zienswijze te geven. MidZuid wil graag een zienswijze indienen ten aanzien van één onderwerp in de concept Nota Verbonden Partijen. Onder afspraak 2.4 'Begroting en jaarrekening' wordt voorgesteld dat de ontwerpbegroting voortaan bij voorkeur voor 1 april door de GR aan de deelnemers wordt gestuurd. De termijn (voor 1 april) is voor ons niet haalbaar. Onze P&C-cyclus is momenteel zo ingericht dat de ontwerpbegroting uiterlijk 15 april wordt toegezonden. Dit betekent dat de ontwerpbegroting (van het daarop volgende jaar) in februari (na vaststelling van de Kaderbrief voor 1 februari) wordt opgesteld waarna in maart behandeling plaatsvindt in ons bestuur. Het vervroegen van de termijn (voor 1 april) betekent dat de ontwerpbegroting nog vroeger moet worden opgesteld. Voor ons is dit niet haalbaar omdat wij in die periode ook nog in het jaarrekeningproces en de bijbehorende accountantscontrole zitten. Wij zullen derhalve in onze P&C-cyclus voor de ontwerpbegroting de inzendtermijn van uiterlijk 15 april blijven hanteren en verzoeken u om flexibel om te gaan met de deadline voor het indienen van de ontwerpbegroting.

Vanzelfsprekend zullen wij er alles aan doen om de ontwerpbegroting binnen de termijn van 1 tot 15 april zo vroeg mogelijk in te sturen. Reactie: Wij begrijpen dat het voor MidZuid lastig is om de begroting altijd voor 1 april aan te leveren. Wij waarderen uw inzet er alles aan te doen om uw begroting zo dicht mogelijk bij 1 april aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten aan te bieden. Om te zorgen dat de gemeenteraden tijdig voor 1 juli hun zienswijze geven op de ontwerpbegroting is aanlevering zo dicht mogelijk bij 1 april noodzakelijk (zeker wanneer de zomervakantie in de regio Zuid vroeg valt. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Dit leidt niet tot aanpassing in de nota.

Zienswijze Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

Zienswijze: Als eerste wijzen wij erop dat deze Nota Verbonden Partijen is/wordt vastgesteld door de 16 gemeenten in Wes van de OMWB bestaan uit deze 16 gemeenten aangevuld met gemeenten uit MiddenBrabant en de provincie Noord-Brabant, zal deze nota niet van toepassing zijn op de OMWB. Desalniettemin waarderen wij uw verzoek om onze zienswijze hierop aan te geven en maken wij graag gebruik van deze gelegenheid. Reactie: Wij realiseren ons dat ook de gemeenten in Midden-Brabant en de provincie Noord-Brabant deelnemen in de OMWB. Daarom hebben wij overleg gevoerd met de regio Midden-Brabant over het komen tot één regionale nota verbonden partijen voor geheel Midden- en West-Brabant. Het bestuur van de regio Hart van Brabant heeft echter besloten om uitgezonderd de financiële richtlijnen niet aan te sluiten bij ons initiatief. Een besluit dat wij uiteraard respecteren. Overigens hebben wij wel de conceptnota verbonden partijen ter informatie gezonden aan de gemeentebesturen van de gemeenten in Midden-Brabant.

Wij onderschrijven uw zienswijze dat de nota verbonden partijen niet geldt voor de OMWB niet. Immers, de nota wordt vastgesteld door meerdere deelnemers welke participeren in uw GR. Wij gaan ervan uit dat u aandacht schenkt aan alle deelnemende raden. Wanneer een substantieel aantal raden dezelfde uitgangspunten en wensen formuleert en vaststelt , gaan wij er ook vanuit dat u daarvan notie neemt en waar mogelijk daaraan tegemoet komt. Dat u daarbij ook rekening dient te houden met wensen van andere deelnemers is evident.

Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Dit leidt niet tot aanpassing in de nota.

Zienswijze: Wij onderschrijven hetgeen is opgenomen op pag. 3, 1 e alinea, waarin u aangeeft met de hier voorliggende nota meer te willen inzetten op inhoudelijke betrokkenheid van de raden in plaats van een focus op financiën. Belangrijke randvoorwaarde daarvoor is dat er helderheid is over de financiële basisafspraken. Met het advies over de financiële spelregels dat de financiële werkgroep van gemeenschappelijke regelingen uit Midden- en West-Brabant heeft opgesteld, is hiermee een belangrijke stap voorwaarts gezet. Wij zien daarom ook graag dat dit advies integraal wordt overgenomen in de geactualiseerde Nota Verbonden Partijen. De OMWB neemt dit advies ook integraal over.

Reactie: Met u zijn we van mening dat het belangrijk is dat er helderheid is over de financiële basisafspraken. Wij nemen daarom ook de meeste van de basisafspraken over. Wij

zijn echter wel van mening dat de hoogte van de algemene reserve van een gemeenschappelijke regeling van beperkte omvang dient te zijn. Naar ons oordeel vraagt de hoogte van een algemene reserve namelijk om maatwerk op basis van een gedegen risico-inventarisatie. Dit is een samenspel tussen AB en gemeenteraden, rekening houdende met de regionale spelregel. Voor het bepalen van de hoogte van een (beperkte) algemene reserve kan eventueel uitgegaan worden van een advies van de accountant van een gemeenschappelijke regeling waarbij we er nog steeds van uitgaan dat de weerstandscapaciteit in belangrijke mate bij de deelnemers wordt aangehouden. Voor wat betreft het toepassen van de zienswijzenprocedure bij besluitvorming over een positief resultaat achten wij het niet aan te raden een dergelijk relatief zwaar instrument voor alle gemeenschappelijke regelingen toepasselijk te verklaren. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Wij voegen aan de nota toe dat over een besluit tot instelling of aanpassing van een algemene reserve een zienswijzeprocedure in het kader van de ontwerpbegroting van toepassing is.

We voegen daaraan toe dat we voor het bepalen van de hoogte van een (beperkte) algemene reserve adviseren door de accountant van een verbonden partij een advies te laten geven waarbij we er nog steeds van uitgaan dat de weerstandscapaciteit in belangrijke mate bij de deelnemers wordt aangehouden.

Zienswijze: 2.1 Actieve informatieplicht Bij de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is aan besturen van gemeenschappelijke regelingen (GR-en) een actieve informatieplicht opgelegd aan gemeenteraden. Terecht zegt u in de Nota Verbonden Partijen (de Nota) dat het collegelid dat deel uitmaakt van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling (GR) verantwoordelijk is voor de informatievoorziening aan de eigen gemeenteraad, en dat deze actieve informatieplicht hier een aanvulling op is. U geeft in de Nota een opsomming van documenten die onder deze actieve informatieplicht vallen (pag. 6). Uitdrukkelijk merken wij op dat wij deze opsomming zien als voorbeelden. Niet alle GR-en gebruiken de daar beschreven documenten en wellicht zijn andere documenten méér relevant voor de raad om zijn kaderstellende taak te kunnen uitvoeren. Wij verzoeken u dit meer expliciet in de Nota te vermelden. Wij ondersteunen de wens voor meer informele informatie-uitwisseling via radenbijeenkomsten en zeker ook om deze meer te stroomlijnen. Het is ons gebleken dat het soms lastig is als GR en raden om de behoeften hierin op elkaar af te stemmen. Meer vaste momenten met vaste onderwerpen en meer gezamenlijke verantwoordelijkheid bij de organisatie, kan leiden tot betere resultaten.

Uiteraard moet hierbij maatwerk mogelijk blijven vanwege de verschillen tussen de GR-en en daarmee een verschillende behoefte bij zowel raden als GR. Ook wijzen wij erop dat wij voorstander zijn van het werken met 'raadsambassadeurs'. Dat geeft voor de GR

duidelijke aanspreekpunten en deze raadsleden kunnen zich meer verdiepen in de ins en outs van de specifieke GR. Wij begrijpen uit de Nota dat deze raadsbijeenkomsten als een alternatief kunnen dienen voor het instellen van een gezamenlijke raadsadviescommissie. De gezamenlijke raadsadviescommissie zou dan alleen voor beleidsrijke GR-en en in uitzonderingsgevallen worden ingezet. Het lijkt ons een goed idee om met dit alternatief de komende tijd te gaan experimenteren. Er kan ervaring mee worden opgedaan, wat is de toegevoegde waarde, wat werkt en wat werkt niet? Daarna kan geëvalueerd worden of deze opzet bevalt bij zowel de ambtelijke organisatie, bestuurlijke organisatie, griffie en GR-en. Verder is in dit onderdeel van de Nota (pag. 10) opgenomen dat de GR geacht wordt in het 'Borgingsproduct AVG' van de Informatiebeveiligingsdienst van de VNG drie op de schaal van vijf te scoren en hier jaarlijks verslag over uit te brengen. Wij adviseren dringend deze voorwaarde te laten vervallen. Deze opdracht aan de GR brengt een behoorlijke administratieve last met zich mee, waarbij de vraag opgeworpen kan worden of het invullen van een dergelijk scoringssysteem echt leidt tot verbetering van uitvoering van de AVG binnen die organisatie. Het voldoen aan de AVG (net zoals de Woo) is een wettelijke plicht die sowieso geldt voor de GR-en.

Het is aan het bestuur van de GR om erop toe te zien dat de organisatie zich houdt aan deze wettelijke regels. Het opleggen van de hier benoemde verplichting past onzes inziens ook niet bij de wens om de Nota minder formeel te maken en meer te focussen op de bijdrage van de GR aan de maatschappelijke opgave.

Reactie: Met u zijn we van mening dat het collegelid dat deel uitmaakt van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling (GR) verantwoordelijk is voor de informatievoorziening aan de eigen gemeenteraad, en dat de actieve informatieplicht vanuit de GR hierop een aanvulling is. De opsomming die we geven van de zaken die we onder de actieve informatieplicht scharen is zoals u terecht constateert niet limitatief. We zien de opsomming echter in de nota echter niet als voorbeelden maar als een overzicht van zaken die in ieder geval onder de actieve informatieplicht vallen. Met instemming nemen wij kennis van uw steun voor het organiseren van radenbijeenkomsten. Uiteraard blijft wanneer daaraan behoefte is bij raden of GR-en maatwerk mogelijk. De schaal van de radenavonden wordt afgestemd op de schaal van de verbonden partijen die bij de radenavonden aanwezig zijn en de tijdens de radenavonden te behandelen onderwerpen. Met u zijn wij van mening dat het werken met raadsrapporteurs meerwaarde heeft. Het blijft echter een afweging van de individuele gemeenteraden of ze kiezen voor het werken met raadsrapporteurs. Wat betreft het experimenteren met het werken met gemeenschappelijke radenadviescommissie merken wij op dat wij in het afwegingskader (bijlage II bij de

conceptnota) ook ervoor pleiten om een gemeenschappelijke radenadviescommissie in te stellen bij beleidsrijke GR-en. Uw suggestie om hiermee te experimenteren en vervolgens te evalueren ondersteunen wij. Ten aanzien van de AVG en de Woo klopt het dat deze verplichtingen ook gelden voor verbonden partijen. Wij begrijpen dat het aantonen dat het voldoen aan het borgingsniveau 3 administratieve lasten met zich meebrengt en formeel overkomt. Anderzijds zijn wij echter de overtuiging toegedaan dat wanneer de benodigde stappen doorlopen zijn er minder administratieve werkzaamheden hoeven te worden verricht wanneer er in de toekomst vragen in relatie tot de AVG en met name de naleving daarvan worden gesteld. Door nu - indien nodig - te investeren worden op een laten moment kosten voorkomen. Daarom nemen wij uw zienswijze inzake AVG en Woo niet over. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We verduidelijken de tekst over de opgesomde onderwerpen die onder de actieve informatieplicht vallen. Ook verduidelijken we de passage over de schaal waarop de radenavonden worden georganiseerd.

Zienswijze: 2.3 Kaderstelling vanuit de gemeenten Zoals hierboven al aangegeven gaan wij ervan uit dat het advies 'Spelregels financiën GR-en WMB' integraal wordt overgenomen in de Nota, waardoor dit onderdeel nog zal worden aangepast. Het indienen van financiële richtlijnen door deelnemers voor de kaderbrief van een GR, is door het vaststellen van deze spelregels onzes inziens overbodig geworden. We hebben immers al afgesproken welke financiële richtlijnen er gelden voor de GR-en.

Reactie: Voor onze reactie op de financiële richtlijnen verwijzen wij kortheidshalve naar onze bovenstaande reactie. Wij zijn het niet geheel met u eens dat met het vaststellen van financiële richtlijnen in de nota eventuele aanvullende financiële richtlijnen niet nodig zijn. Wij kunnen ons voorstellen dat er zich situaties voor kunnen doen waarin toch aanvullende financiële richtlijnen nodig zijn. Als voorbeeld verwijzen wij naar het zogeheten ravijnjaar 2026. Wanneer de nu nog gehanteerde korting op het gemeentefonds vanuit de rijksoverheid niet wordt afgewend, is het denkbaar dat gemeenteraden aanvullende financiële richtlijnen (moeten) vaststellen. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Dit leidt niet tot aanpassing in de nota.

Zienswijze: 2.4 Begroting en jaarrekening Ook dit onderdeel verdient nog enige aanpassing aan de eerdergenoemde financiële spelregels, met name op de genoemde data. Reactie: Voor onze reactie op de financiële richtlijnen verwijzen wij kortheidshalve naar onze bovenstaande reactie. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Dit leidt niet tot aanpassing in de nota.

Zienswijze: Over de onderdelen Privaatrechtelijke verbonden partijen en Samenwerking buiten de Wgr of het BW, onthouden wij ons van zienswijzen.

Reactie: Wij nemen kennis van uw zienswijze. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Dit leidt niet tot aanpassing in de nota.

Zienswijze: Over de opgenomen bijlage met betrekking tot de wijziging van de Wgr willen wij nog het volgende opmerken. Bij het onderdeel 'Zienswijzen voor besluiten' zijn algemene omschrijvingen opgenomen om bepaalde besluiten aan te duiden (zoals bestuursbesluiten met een aanzienlijk financieel belang). Deze algemene omschrijvingen kunnen tot interpretatieverschillen leiden. Het is onwenselijk om achteraf discussie te krijgen over de vraag of een besluit nu wel of niet een aanzienlijk financieel belang heeft. Wij adviseren daarom om de besluiten waarvoor een zienswijzeprocedure geldt concreet te benoemen. Bij 'Afspraken over participatie' is aangegeven dat ook gekozen kan worden voor geen participatie. In dit kader wijzen wij op de laatste ontwikkelingen over dit onderdeel van de wetswijziging. Door een amendement op het

wetsvoorstel is de bedoeling van de wetgever toch geweest dat elke GR een bepaalde vorm van participatie instelt. Wij adviseren u de Nota op dit onderdeel aan te passen. Reactie Wij begrijpen uw behoefte om duidelijker te beschrijven op welke bestuursbesluiten een zienswijzeprocedure van toepassing is. Echter bij elke gemeenschappelijke regeling is verschillend op welke bestuursbesluiten een zienswijzeprocedure van toepassing moet zijn. We pleiten er daarom voor om in de regeling van elke GR afzonderlijk vast te leggen op welke bestuursbesluiten een zienswijzeprocedure van toepassing is. Dit zorgt voor duidelijkheid zowel voor de gemeenteraden als voor de Gr-en. Wij hebben inderdaad kennis genomen van hetgeen u stelt over de verplichting tot participatie. Dit moet in de gemeenschappelijke regeling worden verankerd. Overigens namen we in de conceptnota op dat bijlage I “buiten de scope van deze nota valt”. We voegden deze bijlage enkel toe om voor de gemeenteraden als hulpmiddel te dienen bij het beoordelen van de wijzigingen van de gemeenschappelijke regelingen die in het vierde kwartaal van 2023 in procedure zijn/komen. In de definitieve nota halen we bijlage 1 weg

Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We schrappen bijlage 1 in de nota.

Zienswijze: Wij hopen u hiermee handvatten te hebben gegeven voor het opstellen van de definitieve tekst van de geactualiseerde de Nota Verbonden Partijen Reactie: Uw bijdrage om te komen tot een definitieve nota biedt inderdaad handvatten om de conceptnota te verbeteren/verduidelijken. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Dit leidt niet tot aanpassing in de nota.

Zienswijze WVS Zienswijze: Met belangstelling hebben we kennis genomen van de bijgewerkte concept Nota Verbonden Partijen. In uw bovenvermelde brief geeft u ons de gelegenheid ten aanzien van de concept Nota een zienswijze te geven. Wat ons betreft geeft de concept Nota aanleiding tot het maken van één opmerking. Onder afspraak 2.4 ‘Begroting en jaarrekening’ wordt voorgesteld dat de ontwerpbegroting voortaan bij voorkeur vóór 1 april door de GR aan de deelnemers wordt gestuurd. De termijn (vóór 1 april) is voor ons niet haalbaar. Onze P&C-cyclus is momenteel zo ingericht dat de ontwerpbegroting uiterlijk 15 april wordt toegezonden. Dit betekent dat de ontwerpbegroting (van het daarop volgende jaar) in februari (na vaststelling van de Kaderbrief vóór 1 februari) wordt opgesteld waarna in maart behandeling plaatsvindt in ons bestuur. Het vervroegen van de termijn (vóór 1 april) betekent dat de ontwerpbegroting nóg vroeger moet worden opgesteld. Wij achten dit onwenselijk. De datum van 1 april valt vaak rond Pasen. Als Pasen op 1 april of eind maart plaatsvindt, schuift de termijn waarbinnen de ontwerpbegroting moet worden opgesteld nóg verder naar voren. Wij zullen derhalve in onze P&C-cyclus voor de ontwerpbegroting de inzendtermijn van uiterlijk 15 april blijven hanteren en verzoeken u om flexibel om te gaan met de deadline voor het indienen van de ontwerpbegroting.

Vanzelfsprekend zullen wij er alles aan doen om de ontwerpbegroting binnen de termijn van 1 tot 15 april zo vroeg mogelijk in te sturen. Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende te hebben ingelicht. Reactie: Wij begrijpen dat het voor de WVS lastig is om de begroting altijd voor 1 april aan te leveren. Wij waarderen uw inzet er alles aan te doen om uw begroting zo dicht mogelijk bij 1 april aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten aan te bieden. Om te zorgen dat de gemeenteraden tijdig voor 1 juli hun zienswijze geven op de ontwerpbegroting is aanlevering zo dicht mogelijk bij 1 april noodzakelijk (zeker wanneer de zomervakantie in de regio Zuid vroeg valt. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Dit leidt niet tot aanpassing in de nota.

Zienswijze REWIN Zienswijze: Via de Regio West-Brabant (RWB) hebben wij het concept van de geactualiseerde nota Verbonden Partijen ontvangen. Een belangrijke wijziging in deze geactualiseerde nota is het opnemen van een separaat hoofdstuk, hoofdstuk 3, voor samenwerkingsverbanden vormgegeven in privaatrechtelijke organisaties. REWIN De rol en de aard van de werkzaamheden van REWIN in West-Brabant is sinds de oprichting in 1986 wezenlijk veranderd. In West-Brabant staat de ‘triple helix’ -de samenwerking tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid -in de vorm van de Economic Board WestBrabant (vertegenwoordigers overheid, onderwijs en bedrijfsleven) aan de lat voor de economische ambitie en economische agenda van de regio. Het doel: versterken van het regionale economisch ecosysteem. Zo willen we onze economie inzetten voor positieve verandering en creatie van welvaart en welzijn. De Economic Board West-Brabant heeft voor de regio in 2030 de volgende ambitie geformuleerd: West-Brabant is in Nederland dé voorloper in de transitie naar de nieuwe economie en is de plek voor innovatieve ondernemers die daaraan bijdragen. Anno 2023 heeft REWIN de opdracht gekregen van de EBWB om uitvoering te geven aan de economische agenda als 1e stap richting de ambitie 2030.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1699/documents/19618