WVS begroting 2026.pdf
Tekst van het document
Begroting 2026 Meerjarenraming 2027 - 2029
Inhoudsopgave
1. Voorwoord Algemeen Directeur
3
2. Financiële begroting en meerjarenraming
6
2.1 Uitgangspunten begroting 2026 en meerjarenraming 2.2 Samenwerking met Werkplein en ISD 2.3 Overzicht van baten en lasten 2024 - 2029 2.4 Financiële positie 2.5 Risicoparagraaf
6 9 11 12 13
3. Overige begrotingsinformatie
17
3.1 Weerstandsvermogen 3.2 Wet Open Overheid
17 17
Bijlagen 1. Resultatenrekening 2026 - 2029 Overhead 2. Balans per ultimo 2024 - 2026 3. Overzicht lang- en kortlopende leningen 4. Overzicht reserves en voorzieningen 5. Overzicht van investeringen in vaste activa 6. Gemeentelijke bijdrage 2026 7. Specificatie Rijksbijdrage per gemeente 2026
19 20 21 22 23 24 25
WVS - Begroting 2026
2
1. Voorwoord Algemeen Directeur WVS WVS werkt, als werkontwikkelbedrijf van West-Brabant, samen met de ISD Brabantse Wal en het Werkplein, om een steeds groter wordende groep inwoners die aan de zijlijn staan weer een betere toekomst te bieden. Gezamenlijk gaan we de uitdaging aan om zoveel als mogelijk de groep inwoners die al langer aan de zijlijn staan, te laten participeren en te ontwikkelen naar liefst loonvormende arbeid. Wij geloven dat we door meer samen te werken, in staat zijn om de maatschappelijke kosten te laten dalen en het maatschappelijke rendement te laten stijgen. WVS is daarnaast nog steeds een van de grootste werkgevers in West Brabant met meer dan tweeduizend werknemers woonachtig in onze deelnemende gemeenten. Voor u ligt de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027 tot en met 2029 van WVS. Deze begroting is gebaseerd op de gegevens die we weten vanuit de septembercirculaire 2024. De acties voortkomend uit het gezamenlijke jaarplan van de samenwerking met de ISD en het Werkplein zijn, voor zo ver als mogelijk, meegenomen in deze begroting en is met beide partijen afgestemd. De begroting moet dan ook in samenhang worden bekeken met de begrotingen van de ISD en het Werkplein. WVS voert vanuit de Participatiewet, de Wet sociale werkvoorziening en het beschut werken uit. Daarnaast ontwikkelt WVS mensen die de route naar werk niet zelfstandig kunnen maken.
Het gezamenlijke doel van de samenwerking met de ISD en het Werkplein voor 2026 en de meerjarenraming 2027 tot en met 2029, is om meer inwoners in ontwikkeling te zetten. Mede hiervoor is in 2024 ‘Startpunt’, het centrum voor een verdiepende diagnose, opgericht om inwoners gerichter te kunnen ontwikkelen op basis van hun vaardigheden. Hierdoor kunnen we onze bijstandsgerechtigde inwoners waaronder jongeren en statushouders nog beter in hun kracht zetten. WVS heeft vanuit het verleden te maken met hogere loonkosten t.o.v. het landelijk gemiddelde terwijl de bedrijfskosten en de verhouding reguliere medewerkers versus doelgroepmedewerkers lager liggen. Het inverdienvermogen ligt echter weer hoger t.o.v. het landelijk gemiddelde. WVS zit daarmee in de top van best presterende werkontwikkelbedrijven in Nederland zoals blijkt uit het onderzoek dat door Berenschot is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van SZW en de benchmark van de branchevereniging Cedris. In deze meerjarenraming is goed nagedacht over de financieel mindere jaren die onze deelnemende gemeenten voor de boeg hebben. Wij blijven qua uitgaven scherp aan de wind zeilen en streven door intensievere samenwerking met ISD en Werkplein meer inwoners aan de slag te helpen dan wel geactiveerd te krijgen. ( x € 1.000)
2019
Operationeel resultaat
5.235 713
Incidentele baten en lasten Gemeentelijke bijdrage
2020
2021
2022
2023
2024
2.014
2.028
2.161
2.899
4.280
4.140
1.833
-879
-248
-17
8.182
8.058
5.593
7.532
7.700
8.135
Subsidieresultaat*
-11.529
-10.076
-8.740
-7.746
-7.634
-6.880
Totaal resultaat
2.601
4.136
714
1.068
2.717
5.518
* Het subsidieresultaat is het verschil tussen de rijksbijdrage/loonkostensubsidie en de loonkosten doelgroep. In 2020, 2021 en 2022 heeft WVS te kampen gehad met Covid-19. De compensatie vanuit het Rijk is verantwoord onder de incidentele baten en lasten.
3
WVS - Begroting 2026
Factoren die een bepalende rol spelen bij het al dan niet realiseren van de begroting van 2026 zijn: 1. Subsidies 2. Kostenbeheersing 3. Algemene economische situatie 4. Opbrengsten, toegevoegde waarde 5. Invulling van de regie- en opdrachtgeversrol door de gemeenten 6. De rol van WVS binnen de Participatiewet i.s.m. de werkpleinen 7. Uitstroom SW en leidinggevend SW-kader 8. WAADI (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs) 9. Cao SW 10. Compensatie transitievergoeding Ad 1. Subsidies De begroting is gebaseerd op het voorlopig toegekende Wsw-participatiebudget voor 2026 o.b.v. de septembercirculaire 2024 zijnde € 39.164,- en met 3 % LPO € 40.339,-. Dit is inclusief de compensatie voor het wegvallen van de LIV. Het is op dit moment nog niet duidelijk welke invloed de landelijke realisatiecijfers hebben op de P-budgetten SW voor de komende jaren. Deze worden jaarlijks in de meicirculaire aangepast voor het lopende en de komende jaren. Naast de hoogte van het bedrag speelt ook de toekenning van de (fictieve) taakstelling een steeds belangrijkere rol. Door het Rijk is besloten om de begeleidingsvergoeding beschut werk per 2026 te verhogen tot € 11.400 per persoon. In december 2023 heeft de minister in een kamerbrief aangegeven dat er meerjarig extra geld is vrij gemaakt ter ondersteuning van de bekostiging van de infrastructuur van de werkontwikkelbedrijven.
Deze extra subsidie is opgenomen in deze begroting. Ad 2. Kostenbeheersing WVS scoort in de benchmark goed in kostenbeheersing. Echter, met de invoering van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) zijn de kosten voor het begeleidend en ondersteunend regulier personeel flink gestegen. De flinke stijging van het WML zorgt voor een verhoging van de loonkosten van de doelgroep PW. Hierdoor is het steeds lastiger om binnen de kostprijs de producten te leveren en dit heeft dan ook effect op het operationeel resultaat. Daarnaast zijn er positieve effecten van de arbeidsontwikkeling van de doelgroep voor de werkpleinen. Deze zijn niet opgenomen in de begroting van WVS. De financiële effecten hiervan zie je terug bij de ISD en het Werkplein. Daarom moeten de resultaten in samenhang worden gezien met die van het Werkplein en de ISD. Hiervoor kan verwezen worden naar de ketenbegroting. Ad 3. Algemene economische situatie De economische groei lijkt gestagneerd te zijn. Dit heeft gevolgen voor de orderportefeuille. Ad 4. Opbrengsten, toegevoegde waarde In de huidige economische ontwikkeling is het zaak om het nivo van de opbrengsten en toegevoegde waarde per medewerker te behouden. Het inrichten van de organisatie op basis van lean en het realiseren van een betere prijsvorming is de basis voor een gezonde toekomst. Ad 5.
Invulling van de regie- en opdrachtgeversrol door gemeenten Een goede samenwerking met de gemeenten, ISD en Werkplein zorgt er voor dat meer mensen aan loonvormende arbeid kunnen deelnemen. Door opdrachten vanuit gemeenten te verstrekken voor werkzaamheden die bij de doelgroep passen, kunnen mensen op basis van hun ontwikkelmogelijkheden getraind worden binnen deze werkzaamheden. De druk op de financiële situatie bij de gemeenten is merkbaar in de opdrachtverstrekking. Dit heeft impact op het resultaat. Bij geschiktheid vindt er doorstroom plaats naar reguliere arbeid, maar inmiddels is er ook een vangnet voor die groep die deze stap niet kan maken. We zijn gestart met een pilot t.b.v. de ontwikkeling van statushouders. Samen met de ISD en het Werkplein is de afgelopen jaren een nieuwe werkwijze geïmplementeerd waarbij de ontwikkeling WVS - Begroting 2026
4
van de inwoner centraal staat. De komende jaren wordt er geïnvesteerd in mensen die meer begeleiding nodig hebben en het zelfstandig niet redden om in ontwikkeling te komen. Mocht het niet haalbaar zijn dat onze inwoners uit het Landelijk Doelgroep Register (LDR) kunnen aansluiten op de arbeidsmarkt, dan biedt WVS de mogelijkheid voor een (tijdelijk) dienstverband. Ad 6. De rol van WVS binnen de Participatiewet i.s.m. de werkpleinen De uitvoering van de Participatiewet vraagt om intensieve samenwerking met de werkpleinen en het werkgeversveld. Op arbeidsmarktregioniveau komen vanuit het Rijk participatiegelden beschikbaar voor de regio, t.b.v. de ontwikkeling van de doelgroep. Hoe deze gelden kunnen worden ingezet is op dit moment nog niet helder. Ad 7. Uitstroom SW personeel en leidinggevend SW kader In de begroting is opgenomen dat leidinggevend kader in SW-dienstverband wordt vervangen door reguliere krachten. Hierin is echter niet de volledige vervanging meegenomen die door uitstroom vanwege pensioenleeftijd is ingeschat. Door de invoering van de RVU regeling voor SW-personeel, is er een snellere uitstroom van SW-leidinggegevenden. In deze begroting is het aantal reguliere krachten bijgesteld, daar de uitstroom van SW-leidinggevend en -kaderpersoneel sneller gaat dan was voorzien, mede door de RVU-regeling in de Cao SW en de Cao SGO. Ad 8.
WAADI (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs) Er ligt een wetsvoorstel om de wet WAADI aan te passen. In de basis dienen medewerkers ingezet via detachering of uitzending betaald te worden volgens de Cao van de inlenende partij. Voor de medewerkers vallend onder de Cao SW en de Cao Aan de Slag geldt er momenteel een vrijstelling. Met het huidige wetsvoorstel zal deze vrijstelling komen te vervallen. Dit zal negatief uitwerken voor medewerkers van werkontwikkelbedrijven. • Werknemers krijgen dan te maken met een fluctuerend inkomen met gevolgen voor aanvullende bijstands- en WIA uitkering en eventuele toeslagen. • Het succesvolle instrument van detachering van mensen met een ondersteuningsvraag wordt onaantrekkelijker (duurder) voor werkgevers. • Grote bureaucratische rompslomp voor werkontwikkelbedrijven omdat er afgestemd moet worden met honderden Cao’s van werkgevers waar mensen met begeleiding werken. • De banenafspraak komt hierdoor onder druk te staan vanwege de betaalbaarheid. Ad 9. Cao SW De Cao SW volgt de stijgingen van het WML en de LPO ontwikkeling van het IUSD-WSW. De Cao loopt nog tot eind 2025. Ad 10. Compensatie transitievergoeding In de wetgeving staat dat bij vertrek van een medewerker uit de organisatie, anders dan ‘op eigen verzoek’ of ‘verwijtbaar’, er een transitievergoeding betaald dient te worden.
Dit geldt ook voor medewerkers die na 2 jaar ziekte de organisatie verlaten. Voor de laatste categorie wordt er vanuit het Rijk compensatie verstrekt. Deze compensatie komt per 1-7-2026 te vervallen. Het gaat om een bedrag in de begroting van € 500.000,-, welke is komen te vervallen. Omdat de werkontwikkelbedrijven in verhouding veel uitstroom na 2 jaar ziekte hebben, worden zij extra financieel geraakt door deze maatregel. Het is nog onduidelijk of er een compensatie vanuit het Rijk te verwachten is voor het wegvallen van deze vergoeding. L.G.M. van der Beek, Algemeen Directeur WVS
5
WVS - Begroting 2026
2. Financiële begroting en meerjarenraming 2.1 Uitgangspunten begroting 2026 Bij het opstellen van de begroting zijn naast de werkelijke resultaten over 2024, de interne werkbudgetten voor 2025 als uitgangspunt gehanteerd. De begrotingen van de ISD, het Werkplein en WVS vormen gezamenlijk de basis voor de ketenbegroting. Toegevoegde waarde Voor de berekening van de toegevoegde waarde (TW) zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •
• •
De TW voor WVS is uit verschillende zaken opgebouwd. De TW per fte SW wordt constant verondersteld. Daarnaast is rekening gehouden met de TW voor de nieuwe beschut werk-medewerkers. Voor nieuwe medewerkers met structurele loonkostensubsidie wordt een TW nivo van de huidige SW-populatie verwacht. Hierbij gaan we uit van een loonwaarde van gemiddeld 50 %. Daarnaast zullen er ontwikkeltrajecten voor de ISD en het Werkplein uitgevoerd worden. Voor mensen in een ontwikkeltraject wordt geen toegevoegde waarde meegenomen omdat de focus ligt op leren i.p.v. werken. De formatie SW is gebaseerd op de prognose komende uit de mei- en septembercirculaire 2024. Per type contract (SW, beschut werk, participatie) wordt een andere inzetbaarheid over de verschillende werksoorten zoals groen, postbezorging en industriële activiteiten verwacht. In de begroting is rekening gehouden met een omzet van de deelnemende gemeenten ten opzichte van de werkelijke omzet 2024 met een afname i.v.m. daling fte SW.
Rijksbijdrage Wsw Begroting 2026
Werkelijk 2024
Herz. begr. 2025
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Aantal SE
1.463
1.375
1.297
1.202
1.131
1.051
Rijksbijdrage per SE
37.945
38.029
39.165
40.425
41.626
42.968
3,0 %
3,0 %
3,0 %
3,0 %
3,0 %
52.297
50.796
48.586
47.087
45.139
Rijksbijdrage (€ x 1.000) incl. LPO
55.514
Het is op dit moment nog niet duidelijk welke invloed de landelijke realisatiecijfers hebben op de P-budgetten SW voor de komende jaren. Deze worden jaarlijks in de meicirculaire aangepast voor het lopende en de komende jaren. Rijksbijdrage infrastructuur Begroting 2026
2025
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Impulsbudget
586.036
527.432
527.432
527.432
527.432
Basis financiering
316.459
341.575
368.365
393.481
420.271
Aantal (per persoon 3600) Totaal bijdrage
88
95
102
109
117
902.495
869.008
895.798
920.914
947.704
In de kamerbrief van 21 december 2023 is aangegeven dat er een extra bijdrage komt vanuit het Rijk tot behoud van de infrastructuur van de werkontwikkelbedrijven. Dit zal gebeuren middels plannen voor behoud van de infrastuctuur en d.m.v. impuls gelden, welke een bedrag voor begeleiding zijn voor personen die onder de doelgroep vallen. Bij de begroting 2025 werd nog uitgegaan van een verdeling van het totaal budget over de landelijke SE SW. Eind 2025 is bekend geworden dat de verdeling zal plaats vinden o.b.v. doelgroepregister gemeentelijke doelgroep.
WVS - Begroting 2026
6
Bijdrage deelnemende gemeenten Basis is het aantal geplaatste doelgroep medewerkers (SW + participatie) op 1 januari van het voorafgaande jaar aan het rapportagejaar (zie bijlage 6 per gemeente). Begroting 2026
Werkelijk 2024
Aantal SW/participatie-medewerkers
Herz. begr. 2025
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
1.912
1.926
1.823
1.750
1.663
Gem. bijdrage per SW/participant in €
3.769
2.545
3.835
4.456
4.928
5.601
Gem. bijdr. (€ x 1.000)
8.135
4.866
7.386
8.124
8.624
8.314
Overige subsidies overheid Beschut Werk In de begroting is opgenomen dat er beschut werk wordt ingezet en dat deze zal worden uitgevoerd door WVS conform gemaakte afspraken. Voor deze doelgroep is uitgegaan van 70 % loonkostensubsidie en gemiddeld 28 uur per persoon. De begeleidingsvergoeding voor beschut werk wordt vanuit het ministerie BZK geraamd. In de begroting 2026 is een bedrag opgenomen van € 11.400,- per traject conform de septembercirculaire 2024.
Ontwikkeltrajecten Er zijn in de ketenbegroting aannames gemaakt m.b.t. afname ontwikkeltrajecten door de ISD en het Werkplein. In de begroting en de meerjarenraming is uitgegaan van de aangereikte cijfers vanuit de ketenbegroting. De tariefstelling van de trajecten is o.b.v. het gemiddelde van afgelopen jaren met een indexering conform afspraak. Er wordt gerekend met een gemiddelde looptijd van een traject van 4 maanden. Overige bedrijfsopbrengsten Dit betreft de doorberekening van de kosten van dienstverlening van WVS aan de verbonden partijen, zoals Flexkompaan BV, WVS Schoonmaak Vof en Propeople Holding BV, alsmede derdenpartijen zoals Stichting Werkwijs West-Brabant en Stichting Op Weg Naar Werk. In de begroting is verondersteld dat de dienstverlening op hetzelfde niveau gehandhaafd blijft. De aanpassing van de opbrengst is op basis van het aantal fte’s dat gedetacheerd wordt. Personeelskosten SW Voor de berekening van de indexering van de lonen SW is rekening gehouden met de huidige loonafspraken. De LPO op het participatiebudget SW wordt verondersteld op 3 % voor 2026. De loonsverhoging voor de SW is op 4 % gesteld. Voor de jaren 2026 e.v. is eveneens 4 % stijging aangehouden. Door uitstroom van in verhouding duurdere werknemers wordt daarnaast een algemene daling van de loonkosten per SW-fte verondersteld, die de loonkosten in positieve zin beïnvloedt.
Vanaf 2025 is er geen tegemoetkoming loondomein meer vanuit het Rijk genaamd LIV. Een compensatie hiervoor is opgenomen in de rijksbijdrage. Overige personeelskosten SW De overige personeelskosten zijn gebaseerd op de gerealiseerde kosten 2024 en het budget 2025. Tevens is hier rekening gehouden met de uitstroom van SW-medewerkers conform de prognose vanuit de rijksoverheid. Loonkostensubsidie Begeleid Werken Het aantal BW-plaatsingen wordt constant verondersteld. Salariskosten regulier personeel Leidinggevende SW-medewerkers worden vanwege uitstroom gedeeltelijk vervangen door regulier Flexkompaan personeel. Verder wordt uitstromend leidinggevend kader ambtelijk en Flexkompaan vervangen door nieuwe 7
WVS - Begroting 2026
Flexkompaan krachten. De omvorming tot werkontwikkelbedrijf heeft tot gevolg dat er ook nieuwe functies ontstaan die met regulier personeel moeten worden ingevuld. Werkelijk 2024
Herz. begr. 2025
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Fte ambt. pers.
38,0
36,0
33,0
31,0
29,0
27,0
Gem. loonsom (€)
94.443
94.421
98.892
103.587
108.516
113.692
Tot. Sal. kst. (€ x 1.000)
3.596
3.399
3.263
3.211
3.147
3.070
Fte Flexkompaan
180,7
180,0
189,7
191,7
193,7
195,7
Gem. loonsom (€)
76.010
85.113
82.377
84.672
89.099
92.663
Tot. Sal. kst. (€ x 1.000)
13.698
15.321
15.624
16.421
17.256
18.131
Totaal Fte regulier
218,6
216,0
222,7
222,7
222,7
222,7
Totaal Sal. kst. regulier (€ x 1.000)
17.294
18.720
18.887
19.632
20.403
21.201
Voor de berekening van de salarissen ambtelijk personeel is rekening gehouden met de verhoging van 5 % van de kosten voor 2026 en verder. Dit is voor Cao-stijgingen en wijzigingen in werkgeverslasten. Met de invoering van de WAB zijn de personeelsleden in Flexkompaan qua salariëring gelijk getrokken met de ambtelijke collega’s. Loonkosten beschut werk In de Cao is sprake van een 37-urige werkweek, een pensioenvoorziening en extra secundaire arbeisvoorwaarden zoals bijv. reiskosten. De Cao Aan de Slag is voor alle schalen gekoppeld aan het nivo van het WML. Op 1-1-24 is het wettelijk minimum uurloon ingegaan o.b.v. 36 uur. Hierdoor is er een flinke kostenstijging per fte ontstaan. Loonkosten Participanten In de begroting wordt uitgegaan van dezelfde kostenstructuur als bij beschut werk. Afschrijvingen De afschrijvingskosten in 2026 zijn gebaseerd op een behoudend investeringsbeleid. Overige bedrijfskosten Deze zijn min of meer constant verondersteld, m.u.v. de energiekosten en indexeringen.
WVS - Begroting 2026
8
2.2 Samenwerking met Werkplein en ISD De intensieve samenwerking binnen de keten van ISD Brabantse Wal (ISD), Werkplein en WVS gaat onverminderd door. De doelstelling voor 2025 en verdere jaren binnen de ketensamenwerking is dan ook ‘Samen werken aan Participatie’. Meer dan 70% van de inwoners van onze doelgroep in West-Brabant is langer dan 2 jaar afhankelijk van een bijstandsuitkering. Het is onze opdracht om inwoners die ondersteuning te bieden die nodig is. We geloven dat door samenwerking met de bundeling van kennis en kunde, meer inwoners ontwikkeld kunnen worden naar werk of een andere vorm van participeren. Om dit te bereiken werken de ISD, het Werkplein en WVS als een gezamenlijk werkontwikkelbedrijf, waar inwoners die binnen ons werkgebied wonen en vallen onder de Participatiewet optimaal worden ondersteund bij hun ontwikkeling naar een betaalde baan of als dat niet haalbaar is naar een betaalde detachering óf vrijwilligerswerk.” Focuspunten 2025 Voor 2025 zijn drie strategische doelen vastgesteld: 1. Er is 100% commitment voor de ketensamenwerking bij directie- & MT-leden en zij dragen dit actief uit naar de medewerkers. Het gevolg hiervan is dat alle medewerkers - in voor de ketensamenwerking relevante rollen/ functies - bekend zijn met de nut & noodzaak, het “waarom” van de ketensamenwerking. 2.
We versterken de onderlinge relaties en we stimuleren een cultuur van vertrouwen en wederzijds begrip. 3. We kunnen uitleggen wat wordt bedoeld met “werken volgens de 7 uitgangspunten” en kunnen deze uitgangspunten toepassen in de samenwerking met anderen. In 2025 leggen we de focus op 2 uitgangspunten, namelijk ‘we werken samen met partners’ en ‘ieder zijn eigen oplossing (maatwerk)’ 4. In 2025 wordt een keuze gemaakt over de toekomst van de ketensamenwerking, het dienstverleningsconcept en de best ondersteunende organisatievorm. Deze ondersteuning kunnen we alleen bieden als we met elkaar (ISD, Werkplein en WVS) en in de volle breedte onze expertise inzetten en daarbij werken volgens de uitgangspunten: • De mens centraal (niet geld, processen en procedures) • Werken vanuit vertrouwen • Ieder zijn eigen oplossing (maatwerk) • Nabij (inwoners en bedrijven) • Samen met partners (sociaal domein, werkgevers, opleiders etc.) • Leren en ontwikkelen • Werken met data In 2025 willen we dit waar maken door de volgende inspanningen: 1. Het management biedt ruimte aan en stimuleert medewerkers om samen te experimenteren zoals op gebied van samenwerking bij intake/diagnose, bemiddeling en ontwikkeling van inwoners. 2. We zoeken eerst naar oplossingen in de samenwerking tussen de 3 organisaties alvorens we extern gaan 3.
Om kennisdeling en samenwerking te bevorderen werken medewerkers die inwoners spreken in het kader van diagnose, ontwikkeling en bemiddeling samen op locatie. We vragen medewerkers een plan uit te werken hoe we dit het beste kunnen aanpakken. Ook van directeuren, managers, beleidsadviseurs, communicatieadviseurs, financieel adviseurs en HR adviseurs verwachten we aanwezigheid op deze locaties. Deze samenwerking zien we als kans om van elkaar te leren, efficiëntie te bereiken door werkprocessen te harmoniseren en te versimpelen. In principe zetten we bovenstaande lijn door in 2026. In het laatste kwartaal van 2025 zullen we als ketenpartners, samen met de gemeenten, de focuspunten evalueren en bezien of bijstelling voor 2026 nodig is.
9
WVS - Begroting 2026
Aantallen De ontwikkeling van onze inwoners staat voorop met de doorstroom naar betaald werk als hoogste doel. In onze samenwerking streven we ernaar om met elkaar 380 inwoners (255 HvWB en 125 ISD) te ondersteunen. Dat kan met een ontwikkeltraject. Een leerroute zoals groen, logistiek, techniek, schoonmaak, productie, catering of post kan daar onderdeel van uitmaken. Maar ook wordt onderzocht of er nieuwe en effectievere leerroutes of instrumenten kunnen worden ontwikkeld. Net als in voorgaande jaren ligt ook nu het accent op de kwaliteit en minder op de kwantiteit. Aantallen activiteiten 2026
Werkplein
ISD BW
Totaal
Ontwikkeltrajecten
255
125
380
Loonwaardemetingen
100
50
150
Jobcoaching
50
5
55
WVS - Begroting 2026
10
2.3 Overzicht van baten en lasten 2024 - 2029 Het overzicht baten en lasten voor de jaren 2024 - 2029 laat met name het exploitatieresultaat vóór gemeentelijke bijdrage zien. Ook wordt het totaal exploitatieresultaat gesplitst in het subsidieresultaat (rijksbijdrage minus alle personeelskosten SW personeel) en het operationele resultaat. Conform de eisen zoals gesteld in het Besluit Begroting en Verantwoording, is WVS verplicht inzicht te geven in de overheadkosten zoals gedefineerd in de BBV. Deze opstelling vindt u in bijlage 1. bedragen x € 1.000 Begroting 2026 Netto omzet derden
Werkelijk 2024
Herz. begr. 2025
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
24.249
27.160
27.073
26.613
26.665
26.290
Netto omzet deelnemende gemeenten
10.754
9.250
10.000
9.750
9.500
9.250
Grond- en hulpstof uitbesteed werk
-10.147
-12.253
-11.848
-11.621
-11.558
-11.358
Toegevoegde waarde
24.856
24.157
25.225
24.742
24.607
24.182
Rijksbijdrage Wsw
55.545
53.866
53.082
52.312
52.219
51.560
Rijksbijdrage infrastructuur
11
1.615
869
896
921
947
Loonkostensubsidie
2.920
4.489
4.763
5.278
5.790
6.317
Overige subs. overheid
3.991
3.225
3.521
3.707
3.873
4.059
Totaal bijdr. overheden
62.456
63.195
62.235
62.193
62.803
62.883
Overige bedrijfsopbr.
3.424
2.811
3.352
3.237
3.167
3.061
Totaal baten
90.736
90.163
90.812
90.172
90.577
90.126
Loonkosten SW
-56.436
-54.646
-56.882
-55.554
-54.907
-53.553
Overige pers. kstn SW
-2.805
-2.147
-2.709
-2.502
-2.402
-2.288
Verstrekte subsidies
-276
-225
-275
-275
-275
-275
Totaal pers. kstn SW
-59.517
-57.018
-59.866
-58.331
-57.584
-56.116
Kosten regulier pers.
-18.973
-19.780
-20.498
-21.242
-22.013
-22.811
Kosten beschut werk
-5.762
-6.779
-7.237
-8.066
-8.889
-9.738
Kosten participanten
-65
-1.406
-1.404
-1.461
-1.519
-1.579
Afschrijvingskosten
-2.032
-2.130
-2.130
-2.130
-2.130
-2.130
Overige bedr. kosten
-7.287
-7.329
-6.676
-6.676
-6.676
-6.676
Financieringskosten
150
-587
-387
-390
-390
-390
Incidentele baten en lasten
300
Sub-totaal overige bedr. kstn
-33.836
-38.011
-38.332
-39.965
-41.617
-43.324
Totaal bedrijfskosten
-93.353
-95.029
-98.198
-98.296
-99.201
-99.440
Result. voor gem. bijdr. en dividend
-2.617
-4.886
-7.386
-8.124
-8.624
-9.314
Gem. bijdrage
8.135
4.866
7.386
8.124
8.624
9.314
Totaal expl. result.
5.518
0
0
0
0
0
Subsidieresultaat Doelgroep
-6.945
-6.849
-10.663
-10.269
-9.984
-9.557
WVS - Begroting 2026
2.4 Financiële positie De afgelopen jaren is een bijdrage van de gemeenten noodzakelijk om een negatief eigen vermogen te voorkomen. In bijlage 6 is een overzicht opgenomen van de gemeentelijke bijdragen voor 2026. In bijlage 2 is de balans per ultimo opgenomen voor de jaren 2024 - 2029. In paragraaf 3.1 Weerstandsvermogen is een overzicht gegeven van ‘jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen’. Deze verplichtingen hebben een nadelige invloed op de financiële positie van WVS. Door het negatieve resultaat in de totale planperiode zal de financieringsbehoefte toenemen. Dit wordt gecompenseerd door stortingen van de gemeentelijke bijdragen. Ultimo 2024 bedroegen de langlopende leningen € 7.582.000,-. In 2025 wordt hierop € 1.381.000,- afgelost. In 2025 is het afsluiten van een langlopende lening gepland van € 3.000.000,- met een looptijd van 10 jaar. Om aan haar financieringsbehoefte te kunnen voldoen sluit WVS rekening-courantkredieten en kasgeldleningen af. De behoefte aan krediet neemt toe vanwege de jaarlijkse aflossingen op de leningen, maar ook af vanwege de stortingen in de Algemene Reserve. Het rentepercentage voor de langlopende leningen bedraagt voor 2025 3,18 %. Voor rekening-courantkrediet is dit percentage begroot op 0,7 % en voor kasgeldleningen op 1,35 %.
Met deze financieringswijze voldoet WVS zowel aan de kasgeldlimiet als aan de norm voor het renterisico. In bijlage 3 is een overzicht van de langlopende en de kortlopende leningen gegeven voor de jaren 2024 - 2026. De voorzieningen die WVS heeft gevormd hebben het karakter van een toekomstige financiële verplichting. Sinds 2018 wordt er een voorziening gecreëerd voor het 3e WW-jaar ambtelijk. Dit is een verplichting. Deze wordt gevormd uit een bijdrage van het ambtelijk personeel zelf. In 2022 is de voorziening spaarverlof gecreëerd voor de tegoeden die vanuit de Cao-regelingen SW en SGO worden gespaard. De toevoegingen aan en opnames uit deze voorziening hebben een onvoorspelbaar karakter. In bijlage 4 is een overzicht gegeven van het verloop van de reserves en de voorzieningen voor de jaren 2024 - 2029.
WVS - Begroting 2026
12
2.5 Risicoparagraaf Als risico’s worden beschouwd alle redelijke voorzienbare risico’s die niet in de begroting zijn verwerkt en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de omvang van de exploitatie, het exploitatieresultaat en het eigen vermogen van WVS. Ondernemersrisico WVS opereert op de commerciële markt door producten en diensten aan derden te leveren. Hierdoor heeft WVS te maken met het normale ondernemersrisico zoals het debiteuren- en voorraadrisico. Door de turbulente economische omstandigheden, is dit risico niet te onderschatten. Omvang: Het achterblijven van de TW van bijvoorbeeld 5 % levert direct een verlies op aan exploitatieresultaat van ruim € 1.200.000,-. Maatregelen: Via de interne P&C cyclus, waardoor snel achterblijvende resultaten zichtbaar zijn, spreiden van risico’s o.b.v. werksoorten, klanten en branches. Tevens werk blijven acquireren ook al is er geen stilstand. Dit vangt leegstand op, of biedt mogelijkheden voor betere rendementen. Opdrachten van deelnemende gemeenten De deelnemende gemeenten zijn belangrijke opdrachtgevers voor WVS. De gemeentelijke opdrachten vormen voor WVS ook een belangrijke inkomstenbron, maar belangrijker nog is dat gemeenten veel werk hebben waar mensen uit de doelgroep op zijn aangewezen.
Door een jaarlijkse krimp in het aantal SW-medewerkers en de beperkte instroom, komt de uitvoering van gemeentelijke opdrachten onder druk te staan. Een tijdelijke plaatsing van inwoners met een LDR-indicatie kan hier een oplossing in bieden. Omvang: De gemeentelijk omzet beslaat om en nabij een derde van de omzet van WVS. Als er door de financiële druk op de begrotingen van de gemeenten, wellicht bezuinigd wordt op opdrachten m.b.t. detacheringen en groenvoorziening, verdwijnen hierdoor banen en werk voor de doelgroep. 5 % Van de omzet van de gemeenten staat voor een bedrag van € 500.000,-. Met de geplande indienstname van inwoners uit het LDR hebben we het werk hard nodig. Maatregelen: Samen met de gemeenten bekijken waar de mogelijkheden liggen. Zorgen dat er een goede orderportefeuille is. Risico rijksbijdrage Wsw In de begroting is uitgegaan van de afbouw SW zoals het Rijk die voorziet. Voorspellen wat de ontwikkeling van de rijksbijdrage gaat doen, is lastig. Er zijn veel landelijke factoren die van invloed zijn op de rijksbijdrage per SE. Indien er grote afwijkingen zijn t.o.v. de begroting zal dit worden gemeld, en indien nodig zal een herziene begroting worden ingediend. In de begroting is uitgegaan van een compensatie van LPO van 3 %. Indien deze niet wordt ontvangen heeft dat impact op de begroting. Door de koppeling met de Cao SW (op dit moment) is de impact beperkt.
Omvang: WVS ontvangt vanuit de gemeenten de volledige subsidie Wsw. Bij overschrijding van de taakstelling is het financiële risico geheel voor WVS. Bij 10 SE is dit een risico van € 400.000,-. Maatregelen: Dit ligt buiten de invloedssfeer van WVS. Risico rijksbijdrage infrastructuur Er is door het ministerie SZW een structureel budget vastgesteld van € 63,9 miljoen voor het behoud van de infrastructuur en het realiseren van 10.000 banen extra. De definitieve besluitvorming vindt plaats in het voorjaar van 2025, waarna 13
WVS - Begroting 2026
we pas de structurele beschikbaarheid van middelen weten. De landelijke groei van 10.000 banen extra vertaalt zich naar ca. 300 banen voor onze arbeidsmarktregio. Hiervan zijn ca. 150 tot 175 banen voor onze 9 gemeenten bestemd. Er moeten plannen voor een toekomstbestendige infrastructuur worden gemaakt en de definitieve toekenning van gelden moet dan worden afgewacht. Het is inmiddels bekend dat de financiering via de grootste gemeente van WVS (Roosendaal) zal lopen. Omvang: WVS heeft berekend dat het om een bedrag van € 900.000,- gaat. Indien deze niet wordt ingezet voor WVS, heeft dit een directe impact op het resultaat. Maatregelen: Dit ligt buiten de invloedssfeer van WVS. Rente risico’s De totale activa bedragen ultimo 2024 € 29.846.000,-. Hiervan is ruim 70 % gefinancierd met vreemd vermogen. Een groot deel van dit vreemde vermogen is rentedragend. De aan het vreemde vermogen verbonden rentelasten leggen een claim op de exploitatiebegroting. Alle langlopende leningen hebben een vast rentepercentage over de gehele looptijd van de lening. Derhalve is het renterisico met betrekking tot de langlopende leningen nihil. Wijzigingen in de rentestand hebben derhalve geen gevolgen voor het exploitatieresultaat. Anders ligt dit voor de kortlopende leningen. De rente hierop is variabel en de kosten hiervan fluctueren met wijzigingen in de rentestand. Momenteel is de rente stijgende.
Omvang: Het renterisico op korte termijn ligt vooral bij de kasgeldleningen. Er is ultimo 2024 € 4.000.000,- aangetrokken. Daarnaast moet i.v.m. de aflossingsverplichting elk jaar € 2.000.000,- geherfinancierd worden. Stijging van het rentepercentage met 1 % heeft een impact van € 60.000,- op de exploitatie per jaar. Maatregelen: Zorgen dat het werkkapitaal op orde is. Het aanhouden van een eigen vermogen binnen WVS verlaagt de behoefte aan vreemd vermogen. Daarnaast is het goed om de renterisiconorm en wetgeving vanuit Fido te bewaken. RVU-regeling Cao SW In de Cao SW is een RVU-regeling opgenomen. Twee jaar vóór pensioen kan een SW-medewerker ervoor kiezen om te stoppen met werken. De medewerker ontvangt dan een aangepast salaris ter hoogte van ongeveer € 2.200 bruto per maand (bij fulltime dienstverband). De medewerker is dan vrijgesteld van werk tot de pensioendatum en blijft in dienst zodat de aanspraak op de rijksbijdrage blijft bestaan. Er is echter geen inverdienvermogen. Gezien de vergrijzing binnen de SW is het mogelijk dat een steeds groter wordende groep hier gebruik van gaat maken. Omvang: Bij deelname van 20 fte zal de daling in toegevoegde waarde (o.b.v. gemiddelde TW per fte) € 200.000,bedragen. Maatregelen: WVS heeft hier geen invloed op. Natuurlijk zal WVS de gevolgen zoveel mogelijk proberen te compenseren door productie efficiëncy.
RVU-regeling Cao SGO In de Cao SGO is een nieuwe regeling opgenomen. Onder bepaalde voorwaarden kan een SGO-medewerker ervoor kiezen om net voor de pensioendatum te stoppen met werken. De medewerker ontvangt dan een aangepast salaris ter hoogte van ongeveer € 2.200 bruto per maand (bij fulltime dienstverband). De medewerker is dan vrijgesteld van werk tot de pensioendatum. WVS zal deze medewerker moeten vervangen terwijl er nog wel kosten doorlopen m.b.t. de vertrekkende medewerker. Omvang: Bij deelname van 5 fte zullen de extra kosten € 171.000 bedragen. Maatregelen: WVS heeft hier geen invloed op. WVS - Begroting 2026
14
Jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Volgens het BBV dienen de verplichtingen die gerelateerd zijn aan de jaarlijks terugkerende arbeidskosten niet als verplichting in de balans te worden opgenomen. Bij de beoordeling van het weerstandsvermogen van WVS dienen ze wel te worden meegenomen. Deze verplichtingen worden in de begroting opgenomen op het moment dat ze tot betaling leiden. Het risico m.b.t. het oplopen van de verlofsaldi is dat er bij het einde van een dienstverband veel verlof wordt opgenomen, en er dan vervanging moet worden aangenomen, voor de uitdienst datum. Omvang: Het betreffen de volgende verplichtingen: • Vakantiegeldverplichtingen (waarde per ultimo 2024 € 2.140.000,-) • Verloftegoeden (waarde per ultimo 2024: € 3.322.000,-) Maatregelen: Gezien de daling van het aantal personeelsleden, zal ook deze post dalen in hoeveelheid verlofuren. Dit geldt tevens voor de vakantiegeldverplichting. De loonsom daalt en daarmee ook de verplichting. M.b.t. de verloftegoeden, gelden ook binnen WVS de reguliere regels vanuit de cao’s. Binnen de Cao SW en de Cao SGO bestaat een regeling “spaarverlof”. Hierdoor kunnen medewerkers verlofuren sparen. Hierdoor loopt op persoonsnivo het saldo op. De omvang van de spaarverlof regeling is te vinden onder de voorziening spaarverlof.
Uitstroom van SW-kader De capaciteiten van de SW-instroom is sinds 1998 (invoering nieuwe Wet sociale werkvoorziening) minder dan de gemiddelde SW-populatie van vóór 1998. Dit betekent dat kaderfuncties die momenteel zijn ingevuld door SWmedewerkers in geval van vervanging door pensionering of anderszins, niet meer door SW-medewerkers kunnen worden ingevuld omdat bij de huidige instroom de benodigde capaciteiten hiervoor ontbreken. Dit betekent dat extra regulier personeel moet worden aangetrokken om deze opengevallen plaatsen in te nemen. Omvang: Bij vervanging van een SW-medewerker door een reguliere kracht missen we de rijksbijdrage voor die plaats. Dit is voor 2026 een bedrag van € 40.339,- per fte inclusief LPO. Maatregelen: Uiteraard wordt getracht eventuele vacatures op een andere wijze in te vullen door herverdeling van taken en het niet vervangen van uitstroom van indirecte functies, maar dit is niet altijd mogelijk. Indien een SW-medewerker 1 op 1 vervangen moet worden, is het verschil in kosten, de rijkssubsidie. Door de instroom van de doelgroep beschut werk stijgt de begeleidingsbehoefte t.o.v. de oude doelgroep SW. Vergoeding begeleidingskosten beschut werk De uitvoering van beschut werk ligt volledig bij WVS. De aanmelding voor een indicatie beschut werken loopt via de ISD en het Werkplein. De indicatie wordt afgegeven door het UWV.
Vanaf 1 januari 2017 mogen burgers zich rechtstreeks melden bij het UWV voor het aanvragen van een indicatie beschut werk. Dit leidt tot wat meer indicaties beschut werk. De realisatie van de instroom is opgenomen conform de planning afgegeven door het Rijk. De feitelijke instroom is afhankelijk van het aantal door het UWV geindiceerde kandidaten die via de ISD en het Werkplein kunnen worden aangeleverd. Omvang: De aantallen ‘beschut werk’-plaatsingen kunnen achterblijven op de fictieve taakstellingen. WVS heeft haar begeleidingsorganisatie zo ingericht dat zij conform de fictieve taakstellingen personen in dat jaar kunnen plaatsen. Indien er niet of minder geplaatst wordt, heeft WVS wel de kosten, maar niet de vergoeding hiervoor. Maatregelen: I.o.m. de werkpleinen zorgen voor een goede instroom, zodat de dekking geregeld is, of kijken naar afspraken m.b.t. minimale afname van ontwikkeltrajecten.
15
WVS - Begroting 2026
Ontwikkeltrajecten De inschattingen voor afname ontwikkeltrajecten voor de jaren 2026-2029 zijn gebaseerd op de meerjaren afspraken. Indien de aantallen naar beneden worden bijgesteld, zal dit invloed hebben op het resultaat van WVS. Indien de ontwikkeltrajecten niet worden ingevuld mist WVS dekking voor de begeleidingsorganisatie. Omvang: De aantallen of de gemiddelde duur van ontwikkeltrajecten kunnen achterblijven op de afgesproken aantallen. WVS heeft haar begeleidingsorganisatie zo ingericht dat zij de personen in dat jaar kunnen plaatsen. Indien er niet wordt geplaatst mist WVS de dekking voor de begeleidingsorganisatie. Maatregelen: In overleg met de werkpleinen zorgen voor een goede geleidelijke instroom en zo mogelijk volledige instroom van de afspraken. Academie In het kader van de ontwikkeling van inwoners die geen arbeidskwalificatie hebben heeft WVS de ‘Academie’ opgezet om inwoners via de praktijkroute op te leiden richting een branche waar voldoende werkgelegenheid is om een duurzame inzet mogelijk te maken. Middels praktijkcertificaten, die erkend worden door het MBO en werkgevers, kan een kandidaat aantoonbaar maken dat hij/zij beschikt over kwalificaties om bepaalde werkzaamheden uit te kunnen voeren. Omvang: De aantallen kunnen achterblijven op de verwachte aantallen terwijl de begeleidingsorganisatie hierop ingericht is.
Indien er niet wordt geplaatst mist WVS dekking voor de begeleidingsorganisatie. Maatregelen: In overleg met met werkpleinen, onderwijsinstellingen en werkgevers zorgen voor een geleidelijke in- en doorstroom van de kandidaten zodat voldoende dekking is om de praktijkopleiding te financieren. Wet Waadi (Wet allocatie arbeid door intermediairs) Er ligt een wetsvoorstel om de Wet Waadi aan te passen. In de basis dienen de medewerkers die worden ingezet via uitzending of detachering betaald te worden volgens de Cao van de inlenende partij. Voor de medewerkers werkend onder de Cao’s SW en Aan de Slag geldt er momenteel een vrijstelling. Met het huidige wetsvoorstel zal deze vrijstelling komen te vervallen. Dit zal negatief uitwerken voor medewerkers van werkontwikkelbedrijven. • Werknemers krijgen dan te maken met een fluctuerend inkomen met gevolgen voor aanvullende bijstands- en WIA uitkering en eventuele toeslagen. • Het succesvolle instrument van detachering van mensen met een ondersteuningsvraag wordt onaantrekkelijker (duurder) voor werkgevers. • Grote bureaucratische rompslomp voor werkontwikkelbedrijven omdat er afgestemd moet worden met honderden Cao’s van werkgevers waar mensen met begeleiding werken. • De banenafspraak komt hierdoor onder druk te staan vanwege de betaalbaarheid. WVS moet, als het doorgaat, de keuze maken of zij nog kan en wil detacheren.
Indien dit niet het geval is, zullen er alternatieven moeten worden gezocht voor onze gedetacheerden wellicht binnen onze andere werkbedrijven. Omvang: WVS heeft deze nieuwe ontwikkeling nog niet doorgerekend, maar gedacht moet worden aan fikse loonstijgingen of aan omzetdaling bij herplaatsing binnen de werkbedrijven. Maatregelen: WVS heeft hier geen invloed op. Vanuit Cedris loopt een lobby om deze vrijstelling weer terug in het nieuwe wetsvoorstel op te laten nemen. WVS gaat zich verder beraden over eventueel te nemen maatregelen.
WVS - Begroting 2026
16
3. Overige begrotingsinformatie 3.1 Weerstandsvermogen In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in het vermogen van WVS om risico’s (zie paragraaf 2.4) die niet in de begroting zijn verwerkt op te vangen door middel van financiële buffers, genoemd weerstandscapaciteit. De relatie tussen weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen, wordt weerstandsvermogen genoemd. In verband met de invoering van het BBV (2004) is het niet meer toegestaan de vakantiegeldverplichting als zodanig onder de schulden op te nemen. Deze verplichting (ultimo 2024 € 1.785.000,-) wordt niet in de balans opgenomen. Als financiële buffer voor het opvangen van tegenvallers voortvloeiende uit de hiervoor genoemde risico’s dienen de reserves (eigen vermogen). Deze bedroegen per ultimo 2023 € 3.000.000,- exclusief bestemmingsreserves. Daarnaast fungeren de deelnemende gemeenten als vangnet voor WVS, doordat ze uiteindelijk - voor zover de reserves ontoereikend zijn - het exploitatietekort voor hun rekening nemen. In een bestuursbesluit in 2011 is vastgelegd dat de bandbreedte voor de reserves is vervallen en dat de bestemmingsreserve is toegevoegd aan de algemene reserve. Exploitatieverliezen moeten van de algemene reserve worden afgeboekt.
In 2024 is door Deloitte Accountants onderzocht wat het meest passende niveau van het weerstandsvermogen van WVS is, rekening houdend met de liquiditeitsbehoefte en de financiële risico’s. Het gaat hierbij dan met name om risico’s die onvoorzien zijn en waarvoor op korte termijn dekking gevonden moet worden. Uit het onderzoek van Deloitte is gebleken dat een weerstandsvermogen van € 7.000.000,- voor WVS noodzakelijk is. Dit bedrag past binnen de in de Nota Verbonden Partijen aangegeven bandbreedte. Een reserve van € 7.000.000,- is ten opzichte van de begrote lasten in de begroting 2026 een percentage van 7 %. Het algemeen bestuur heeft naar aanleiding van het advies van Deloitte op 1 juli 2024 besloten om spelregels vast te stellen met betrekking tot de reserve van WVS. Eén van de spelregels is dat, mits het financiële resultaat dit toestaat, de algemene reserve geleidelijk zal groeien tot maximaal € 7.000.000,-. Tot en met ultimo 2024 bedraagt de reserve € 4.000.000,-. Het financiële resultaat over 2024 bedraagt (vóór accountantscontrole) ruim € 5.500.000,-. In het voorstel tot vaststelling van de jaarrekening wordt voorgesteld om ten laste van het resultaat 2024 een bedrag van € 2.500.000,- toe te voegen aan de reserve.
Het overige resultaat van ruim € 3.000.000,- zal dan worden uitgekeerd aan de 9 deelnemende gemeenten, conform de verdeling zoals die is afgesproken in de gemeenschappelijke regeling WVS.
3.2 Wet Open Overheid Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid De Wet open overheid (Woo) is per 1 mei 2022 in werking getreden en is de opvolger van de Wet openbaarheid bestuur (Wob). In deze paragraaf wordt beschreven hoe WVS invulling geeft en gaat geven aan de Woo. Passieve openbaarmaking In 2023 heeft WVS de rol van Woo-contactfunctionaris ingevuld. Contactgegevens zijn opgenomen op de website en intern gecommuniceerd. De Woo-contactfunctionaris is het eerste aanspreekpunt om vragen te beantwoorden over de beschikbaarheid van publieke informatie en om eventuele Woo-verzoeken te behandelen. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om 11 benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze verplichting geldt niet voor alle 11 categorieën tegelijk. WVS zorgt ervoor dat de verplichte informatiecategorieën actief gepubliceerd worden conform de daarvoor geldende regels. Zodra dit mogelijk is, wordt WVS aangesloten op het landelijke platform, zoals de Woo voorschrijft. Zolang er nog geen verplichting c.q. mogelijkheid is om bepaalde categorieën documenten te publiceren op het landelijke platform zal WVS openbare stukken blijven publiceren op de eigen website. 17
WVS - Begroting 2026
Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding op orde wordt gebracht. Dit is een randvoorwaarde om uitvoering te geven aan openbaarheid. Dit betekent dat er maatregelen moeten worden genomen om informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden. WVS is bezig met het optimaliseren van de digitale informatiehuishouding.
WVS - Begroting 2026
18
Bijlage 1. Overhead 2026 en meerjarenraming 2027-2029 Baten
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
500
513
525
538
0
0
0
0
Grond- en hulpstoffen uitbesteed werk
-250
-256
-263
-269
Toegevoegde waarde
250
256
263
269
Bijdrage overheden
4.500
4.500
4.500
4.500
Overige opbrengsten
108
111
113
116
Netto omzet Mutatie voorraad GP en OHW
Subtotaal
4.608
4.611
4.613
4.616
Totaal Baten
4.858
4.867
4.876
4.886
Lasten
19
Personeelskosten
-11.234
-11.234
-11.234
-11.234
Overige bedrijfskosten
-3.061
-3.138
-3.216
-3.296
Totaal bedrijfskosten
-14.295
-14.372
-14.450
-14.530
Rentebaten- en lasten
-387
-390
-390
-390
Totaal lasten
-14.682
-14.762
-14.840
-14.920
Resultaat
-9.824
-9.895
-9.964
-10.035
WVS - Begroting 2026
Bijlage 2. Balans 2024 - 2029 (x € 1.000)
Activa
2024
Prognose 2025
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Materiële activa
16.008
16.500
16.500
16.500
16.500
16.500
Financiële activa
18
18
18
18
18
18
Totaal vaste activa
16.026
16.518
16.518
16.518
16.518
16.518
Voorraden
1.134
1.100
1.100
1.100
1.100
1.100
Vorderingen
10.562
7.000
7.000
7.000
7.000
7.000
Overlopende activa
1.051
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
stand per ultimo
Vaste activa
Vlottende activa
Liquide middelen
1.023
0
310
110
110
610
Totaal vlottende activa
13.770
9.100
9.410
9.100
9.100
9.100
Totaal activa
29.796
25.618
25.928
25.618
25.618
25.618
4.000
9.518
6.500
6.500
6.500
6.500
Passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve
0
0
0
0
0
0
Storting gemeenten
8.135
4.866
7.386
8.124
8.624
9.314
Onttrekking gemeenten
0
-3.018
0
0
0
0
Nog te bestemmen resultaat
-2.617
-4.866
-7.386
-8.124
-8.624
-9.314
Totaal eigen vermogen
9.518
6.500
6.500
6.500
6.500
6.500
Voorzieningen
1.708
1.728
1.728
1.728
1.728
1.728
Langlopende leningen
7.582
9.200
7.700
9.200
7.900
6.600
3.221
3.000
3.000
3.000
3.000
3.000
Kortlopende schulden Crediteuren Rekeningcourantkrediet
0
190
0
190
490
790
Kasgeldleningen
4.000
2.000
4.000
2.000
3.000
4.000
Overlopende passiva
3.767
3.000
3.000
3.000
3.000
3.000
Totaal kortlopende schulden
10.988
8.190
10.000
8.190
9.490
10.790
Totaal passiva
29.796
25.618
25.928
25.618
25.618
25.618
Eigen vermogen in % van totaal vermogen
31,9
25,4
25,1
25,4
25,4
25,4
Werkkapitaal
8.475
5.100
5.100
5.100
5.100
5.100
WVS - Begroting 2026
20
Bijlage 3. Overzicht van langlopende leningen en RC-krediet
Leningen o/g (in € x 1.000) Verstrekt door
Omschrijving
Hoofdsom
Looptijd
Rente %
BNG
Lening 91109
4.538
2001-2025
6,05
BNG
Lening 111105
5.000
2017-2027
0,84
BNG
Lening 115893
4.000
2022-2032
1,88
BNG
Lening 116610
3.000
2023-2033
3,31
Sub-totaal
16.538
Werkelijk 2024
Budget 2025
Raming 2026
7.581
9.200
7.700
4.000
2.000
4.000
0
190
0
11.581
11.390
11.700
Leningen o/g
-215
-293
-260
Kasgeldleningen
-156
-78
-127
0
0
0
-371
-371
-387
Leningen o/g Stand per ultimo Kasgeldleningen Stand per ultimo Rekening courant-krediet Stand per ultimo Saldo geleend - uitgeleend Rentebaten en -kosten
RC-krediet Rente lasten totaal Rente %
21
Leningen o/g
-2,84
-3,18
-3,38
Kasgeldleningen
-3,90
-1,35
-3,00
RC-krediet
0,00
0,70
-2,00
Totaal gemiddelde rente %
-3,20
-3,26
-3,31
WVS - Begroting 2026
Bijlage 4. Overzicht reserves en voorzieningen (x € 1.000)
Omschrijving
2024
2025
2026
2027
2028
2029
4.000
9.518
6.500
6.500
6.500
6.500
Reserves Algemene reserve Bestemmingsreserves
0
0
8.135
4.866
7.386
8.124
8.624
9.314
0
-3.018
0
0
0
0
Nog te bestemmen resultaat
-2.617
-4.866
-7.386
-8.124
-8.624
-9.314
Totaal reserves
9.518
6.500
6.500
6.500
6.500
6.500
Storting gemeente Onttrekking gemeente
50 jr. WVS
Voorziening rijkssubsidies 3e WW-jaar ambtelijk
18
18
18
18
18
18
Spaarverlof SW en Ambt.
1.708
1.710
1.710
1.710
1.710
1.710
Totaal voorzieningen
1.726
1.728
1.728
1.728
1.728
1.728
Bestemmingsreserves: * Vanaf 2018 werd er jaarlijks € 50.000,- gestort in een bestemmingsreserve ten bate van WVS 50 jarig bestaan in 2024. Eind 2024 is deze vrijgevallen. Voorziening: Per 1-1-2024 is de dotatie aan het 3e WW-jaar voor ambtenaren vervallen.
WVS - Begroting 2026
22
Bijlage 5. Overzicht van investeringen in vaste activa
(in € x 1.000) Werkelijk 2024
Begroting 2026
Grond
0
0
0
Voorzieningen aan terreinen
5
0
0
Gebouwen
59
1050
1050
Installaties
140
200
200
Machines
109
150
150
Automatisering
343
100
100
Inventarissen
260
200
200
Vervoermiddelen
490
1.500
1.500
Projecten in uitvoering
509
0
0
0
0
0
Totaal investeringen
1.915
3.200
3.200
PM Afschrijvingskosten
-2.032
--2.130
-2.130
Overige
23
Herz. Begr. 2025
WVS - Begroting 2026
Bijlage 6. Gemeentelijke bijdrage 2026
Het verlies van WVS bedraagt in 2026 € 7.386.000,-. Een overzicht van de bijdrage per gemeente in dit resultaat: per 01-01-2025
SW aantal
beschut werken aantal
Participanten aantal
Totaal
Bergen op Zoom
332
34
4
370
Etten-Leur
178
28
4
210
Halderberge
159
13
0
172
Moerdijk
83
12
2
97
Roosendaal
442
68
1
511
Rucphen
182
14
0
196
Steenbergen
81
8
0
89
Woensdrecht
68
11
1
80
Zundert
Per doelgroeper
Doelgroep 01-01-2025
56
5
1
62
1.581
193
13
1.787
Begroting Raming 2027 2026
Raming 2028
Raming 2029
Bergen op Zoom
370
€ 1.518.147
€ 1.669.839
€ 1.772.611
€ 1.914.436
Etten-Leur
210
€ 849.854
€ 934.770
€ 992.301
€ 1.071.695
Halderberge
172
€ 714.650
€ 786.056
€ 834.435
€ 901.198
Moerdijk
97
€ 397.886
€ 437.642
€ 464.577
€ 501.748
Roosendaal
511
€ 2.113.045
€ 2.324.178
€ 2.467.222
€ 2.664.622
Rucphen
196
€ 834.402
€ 917.774
€ 974.259
€ 1.052.209
Steenbergen
89
€ 370.845
€ 407.900
€ 433.004
€ 467.649
Woensdrecht
80
€ 343.804
€ 378.157
€ 401.431
€ 433.549
Zundert
62
€ 243.367
€ 267.684
€ 284.159
€ 306.894
1.787
€ 7.386.000
€ 8.124.000
€ 8.624.000
€ 9.314.000
aantal doelgroepers
1.787
1.692
1.624
1.543
per doelgroeper
€ 4.133
€ 4.802
€ 5.312
€ 6.037
De meerjarenraming per gemeente is gebaseeerd op de verhouding van de doelgroepers per 1-1-2025.
WVS - Begroting 2026
24
Bijlage 7. Specificatie Rijksbijdrage per gemeente
In de mei- septembercirculaire 2024 zijn de volgende Participatiebudgetten SW per gemeente voor 2026 opgenomen. In de begroting is tevens 3 % correctie LPO opgenomen. Begroting 2026
25
2026 excl. LPO
2026 incl. LPO
Bergen op Zoom
€ 10.737.976
€ 11.060.115
Etten-Leur
€ 5.698.618
€ 5.869.577
Halderberge
€ 5.044.617
€ 5.195.955
Moerdijk
€ 2.483.501
€ 2.558.007
Roosendaal
€ 13.881.783
€ 14.298.237
Rucphen
€ 6.061.130
€ 6.242.964
Steenbergen
€ 2.600.689
€ 2.678.710
Woensdrecht
€ 2.310.853
€ 2.380.179
Zundert
€ 1.977.022
€ 2.036.333
Totaal
€ 50.796.190
€ 52.320.076
Per SE
€ 39.164
€ 40.339
WVS - Begroting 2026