CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Woordelijk verslag van de besluitvormende vergadering van 27 maart 2025.pdf

Besluitvormende Vergadering 27 maart 2025, gemeente Steenbergen29.641 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Woordelijk verslag van de besluitvormende vergadering van 27 maart 2025 01. Opening. Voorzitter: Van harte welkom bij deze besluitvormende vergadering van de gemeenteraad van Steenbergen op donderdag 27 maart 2025. In deze vergadering neemt de gemeenteraad besluiten over de onderwerpen die besproken zijn in de oordeelsvormende vergadering van 12 februari jongstleden. Ik heet hierbij tevens alle aanwezigen op de publieke tribune en de kijkers thuis, van harte welkom. Zoals u wellicht heeft gezien, heb ik voor aanvang van deze vergadering onze gasten van de raad mogen begroeten. Een speciaal welkom aan u. We hebben ook twee bijzondere gasten van de raad vanavond. Die komen we straks bij agendapunt 6 nog een keer tegen. Ik heb verder geen berichten van verhindering ontvangen. Daarmee open ik deze vergadering. 02. Vaststelling van de agenda. Voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 2: het vaststellen van de agenda. Ik heb geen verzoeken of wijzigingen ontvangen. De heer Verbeek. De heer Verbeek: Dank u wel, voorzitter. Het verhaal inkomenstoeslag was een hamerstuk. Dat wil ik graag zien als bespreekstuk. Voorzitter: Dat kan. De heer Kouwen. De heer Kouwen: Dank u wel, voorzitter. Namens de Volkspartij wil ik een motie vreemd aan de orde indienen. De motie heet: Oekraïense vluchtelingenopvang in NieuwVossemeer. Voorzitter: Verder niemand? Nee. Aldus besloten. 03.

Spreekrecht burgers. Voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt 3, het spreekrecht voor onze inwoners. Er zijn geen aanmeldingen. 04. Vaststelling van de besluitvormende vergadering van 20 februari 2025. Voorzitter: Dan agendapunt 4, het vaststellen van de besluitenlijst van 20 februari. Ik heb geen verzoeken of enige wijzigingen als verzoek ontvangen. Dan wordt deze hiermee vastgesteld. 05. Vragenhalfuur Voorzitter: Dan komen we bij wederom het favoriete onderdeel: het vragenuurtje. Het half uurtje. Ik begin met de heer De Neve, over de Schansdijk 5. De heer De Neve: Voorzitter, dank u wel. Vanmorgen liep ik, zoals ik dat meer doe, op tijd over de Westhavendijk naar de Schansdijk. Dan kom ik bij het perceel Schansdijk 5. Op

verzoek van de Volkspartij is vorig jaar juni een motie aangenomen om het zo snel mogelijk te verkopen. Ik heb er in september naar gevraagd. Ik heb er in oktober naar gevraagd. Ik heb het in januari naar gevraagd. Nu stond er vanmorgen nog steeds geen bord 'te koop'. Mijn vraag aan het college is: hoe voortvarend kunt u zijn, door een bord 'te koop' te laten zetten door gelijk welke makelaar? Dank u. Voorzitter: Het woord is aan de heer Remery. Wethouder Gommeren. Wethouder Gommeren: Dank u wel, voorzitter. Zoals ik de vorige keer al gezegd heb, hebben de taxaties, in 2024 plaatsgevonden. De laatste taxatie moest nog uitgewerkt worden. We moesten nog akkoord geven bij de taxateur. We hebben ondertussen een makelaar gevraagd of hij het wil verkopen. Het voorstel komt binnenkort in het college. Ik denk dat er in april nog een bord in de tuin komt. Voorzitter: De heer De Neve. De heer De Neve: Nog een korte vraag, voorzitter. We hebben een motie voorbereid. Gezien het antwoord van de wethouder hou ik die even aan. Dan kan ik deze altijd volgende maand indienen als er niet aan het verzoek wordt voldaan. Dank u. Voorzitter: Dank u wel. Dank u wel, wethouder. Dan de heer Kouwen van de Volkspartij over de Westdam. De heer Kouwen: Dank u wel, voorzitter. Ik ben even kwijt welke vraag het was. Voorzitter: De drempel Westdam.

De heer Kouwen: De Westdam in Steenbergen is opnieuw bestraat. Het ziet er op zich heel netjes uit. Hij is voorzien van verkeersdrempels. Dat is op zich ook geen probleem. Alleen ter hoogte van nummer 16 - 18 is deze zo hoog dat het heel veel problemen geeft, als je die met een snelheid van 30 km per uur neemt. Zeker voor sommige auto's geeft het dermate problemen dat het schade kan opleveren. Dat kan de bedoeling niet zijn. De vraag aan de wethouder is als volgt: Is het college op de hoogte van deze voor ons te hoge drempel? En zo ja: wat stelt college voor te gaan doen aan deze te hoge drempel? Voorzitter: De wethouder. Wethouder Remery: Dank u wel, voorzitter. We zijn daar van op de hoogte. De drempel gelegen bij Westdam is aangelegen aan het parkeerterrein. In die situatie is dat conform de regelgeving. Voor die situatie is gekozen, omdat het de toegang is tot een parkeerplaats waar veel voetgangers gebruik van maken. Daarom hebben ze zo'n drempel neergelegd conform de regels. Dit om de voetgangers zoveel mogelijk te beschermen en de snelheid van de auto's zo laag mogelijk te houden.

Voorzitter: De heer Kouwen. De heer Kouwen: Dank u wel voorzitter. Dat is op zich begrijpelijk. Alleen geldt er daar een 30 km snelheidsbeperking. Je mag er dus met 30 km per uur overheen. Je wordt niet gewaarschuwd. Kan er dan geen waarschuwing of iets dergelijks bij komen? Eigenlijk moet de omgeving veranderen. Nu schrikken mensen daarvan. Dat kan toch de bedoeling niet zijn, denk ik. Voorzitter: De wethouder. Wethouder Remery: Mensen moeten sowieso alert zijn op de voetgangers die er lopen. We kunnen heel veel waarschuwingsborden neerzetten, maar hoeveel waarschuwingsborden heb je nodig om gewoon stapvoets te rijden ter bescherming van je eigen medebewoners? We hebben het streven om zoveel mogelijk dubbele waarschuwingsborden en dergelijke te voorkomen. Het is ook een opdracht van u, om te voorkomen dat er overal onnodige borden komen. Voorzitter: De heer Kouwen. De heer Kouwen: Dank u wel, voorzitter. Als laatste. Je mag daar 30 rijden. Dat geeft problemen. Wij zijn zeker geen voorstander van waarschuwingsborden. Moet het daar dan niet een woonerf worden, of iets dergelijks? Het blijft raar dat u aangeeft dat je moet oppassen. Dat je niet te hard moet rijden. De mensen rijden niet te hard. Ze rijden daar de snelheid die toegestaan is. Dan moet de omgeving zo ingericht zijn dat je daar geen schade mee kan berokkenen.

Bent u dat niet met ons eens? Dat is toch een beetje raar? Voorzitter: De wethouder. Wethouder Remery: De kern waar het om gaat, is dat de drempel voldoet aan de richtlijnen die er voor gesteld zijn in die situatie. Wat dat betreft, wijken we daar niet af. We hebben precies gedaan wat de richtlijnen van ons vragen. Voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dan nogmaals de heer Kouwen over de Aziatische hoornaar. De heer Kouwen: Dank u wel. Dat is iets heel anders. Die prikken trouwens ook af en toe, maar dat is wat anders. Tenminste, dat denk ik. Ik weet niet of die prikken. De Aziatische hoornaar. Sinds 2016 staat deze op de lijst van invasieve exoten die zorgwekkend zijn voor de Europese Unie. Ik denk wel voor meer. Ze worden gezien als grote bedreiging voor de honingbij. Inmiddels wordt het elimineren als onhaalbaar beschouwd en streven de overheden naar het beheersen van de soort. Een manier is om te gaan werken met selectieve vallen, om de koninginnen te vangen en zo de verspreiding tegen te gaan. Ik

heb daar, naar aanleiding van een stuk in de media, wat vragen over gehad van inwoners. In de gemeente Woensdrecht kun je gratis selectieve vallen krijgen. Die zijn met subsidie verstrekt. De vraag die ik namens de Volkspartij wil stellen zijn de volgende: Is het college bekend met de overlast en het gevaar van de Aziatische hoornaars? Kunnen onze inwoners van de gemeente Steenbergen deze selectieve gevallen ook verkrijgen? Zo niet, waarom niet? Voorzitter: De wethouder. Wethouder Remery: Dank u wel, voorzitter. Daar zijn we zeker mee bekend. Sinds twee jaar hebben we een nauw samenwerkingsverband met Landjuweel. Ik heb onze imker die daar alles in doet, gisteren gesproken. Die was uitermate tevreden over hoe gemeente Steenbergen zich opstelt in deze situatie. Dat geldt ook voor het doneren en het beschikbaar stellen van die vallen. Mensen kunnen inderdaad contact opnemen met Landjuweel. Ze kunnen daar ook meehelpen om de hoornaar actief te bestrijden. Er kan ook gebruik gemaakt worden van die vallen, die door ons als gemeente mede worden gefinancierd. Wat dat betreft, doen wij er echt alles aan in Steenbergen om de hoornaar zoveel mogelijk te bestrijden. Voorzitter: De heer Kouwen, nog een aanvulling. De heer Kouwen: Dank u wel.

Kunnen ze die vallen verkrijgen bij Landjuweel? Kan er eventueel nog een extra informatie over komen? Bent u er bekend mee dat er een pot is bij de provincie Noord-Brabant om juist voor dit specifieke probleem geld te verkrijgen? Wethouder Remery: Daar zijn we van op de hoogte. Ik zal het voorlezen. Zij kunnen zich melden bij Vereniging Imkers bij 1, op imkerij Landjuweel. Dan krijg ik een aantal emailadressen. Hoe meer mensen willen meezoeken om deze exoot te bestrijden, hoe beter. Verder zoeken we extra mensen voor de zoekgroepen om nesten op te sporen. Mensen die niet actief willen meezoeken, kunnen meehelpen door een waarneming te melden op waarneming.nl. Alle informatie is te vinden op huppeldepup. Dat kan allemaal in Steenbergen op de website opgezocht worden. Als ze de imkerij de Landjuweel benaderen, kunnen ze actief meedoen. Daar zijn ook die vallen beschikbaar. Voorzitter: De heer Kouwen, beter kan toch niet? Dan de heer Verbeek over de participatie extra laadpalen. De heer Verbeek: Dank u wel, voorzitter. Deze keer eens een korte, simpele vraag. De heer Van der Wegen had vragen gesteld omtrent de laadpalen. Daar wordt in de laatste alinea gesproken over kosten. Er wordt € 4.995,- uitgegeven voor begeleiding en dergelijke. Mijn vraag is: hoe moet ik dat zien? Is dat inhuur van derden, of zitten daar ook nog eigen

ambtelijke uren bij? Daarnaast worden de kosten van het aantal ambtelijke uren geschat op € 3.500,-. Dan is mijn vraag: hoeveel uren zijn dat en door wie is dat geschat? Het gaat mij vooral om de betrouwbaarheid van deze getallen, want er worden geen uren geschreven in de gemeente Steenbergen. Zodra er geschat wordt, dan wordt dat meestal in eigen voordeel gegaan. Graag uw reactie. Voorzitter: De wethouder. Wethouder Remery: Ik heb een schema voor u. Dat kan ik u toe laten komen. Daar staat het helemaal uitgewerkt. Het uurtarief voor een medewerker communicatie. Medewerker verkeer, voorman buitendienst. Medewerker participatie en medewerker economie. Het aantal uren dat zij daaraan hebben besteed en de bedragen die daaraan corresponderen. Ik wil het hier opnoemen, maar kan het ook naar u toe sturen. Wellicht is uw vraag dan goed beantwoord. Voorzitter: Ik stel voor dat u het niet benoemt, want dan gaat u ambtenaren specifiek benoemen. Wethouder Remery: Geen ambtenaren, maar tarieven. Voorzitter: U benoemt dan ook de functies. Het kan gewoon afgegeven worden. Dan kunt u straks eventueel nog vragen stellen. De heer Verbeek: Bedoelt u dat daar namen op staan van ambtenaren? Wethouder Remery: Ik kan het u geven dan. Kunt u het nagaan. De heer Verbeek: Dat is goed. Bij deze. Voorzitter: Dan is de vraag in ieder geval beantwoord.

Het is niet netjes om over de ambtenaren te gaan praten. Kunt u hem afgeven? Wethouder Remery: Dat is goed. De griffie zal het aan de rest moeten sturen, denk ik. U krijgt het van de griffie. Voorzitter: U heeft wel de goede afgegeven. U krijgt nog meer vragen. Wethouder Remery: Ik hoop dat dat voldoende uw vraag beantwoordt. Voorzitter: Dan de heer Huisman over struikelstenen. De heer Huisman: Voorzitter. In november '23 heeft deze raad met brede steun een duidelijke motie aangenomen om onze inwoners, die slachtoffer werden van de

bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog met eigen herdenkingsstenen, een waardige en zichtbare plek te geven in onze samenleving. Het college heeft zeventien maanden de tijd gehad om hier uitvoering aan te geven. Na zeventien maanden ontvangen we echter een raadsmededeling, waarin zonder overtuigende argumentatie volledig wordt afgeweken van de opdracht en het afgesproken tijdstip. Het resultaat van zeventien maanden wachten is dat de gemeente Steenbergen in het tachtigjarige bevrijdingsjaar niets doet en alleen maar afwacht wat Bergen op Zoom gaat doen. Deze herhaling benadrukt de onaanvaardbare traagheid van handelen. Dat roept forse vragen op, voorzitter. Het zijn er maar drie. Vraag 1: waarom heeft het college de door een ruime meerderheid aangenomen motie volledig naast zich neergelegd, terwijl u daarvoor een duidelijk en expliciete opdracht heeft gekregen? Vraag 2: bent u zich ervan bewust dat het blind volgen van het initiatief van Bergen op Zoom ertoe leidt dat de gemeente Steenbergen, mogelijk jarenlang geen herdenkingsstenen zal hebben voor oorlogsslachtoffers? Vraag 3: voorzitter, vindt u deze afwachtende houding en daarmee het niet uitvoeren van de aangenomen motie, passend bij de morele en historische verplichting die deze raad met grote meerderheid heeft uitgesproken? Voorzitter: De Wethouder. Wethouder Remery: Dank u wel, voorzitter.

Ik denk dat we er als Steenbergen ten eerste alles aan doen om onze helden, slachtoffers, oorlogsgerelateerde mensen, alle eer geven die we kunnen geven. Dat heb ik destijds ook aangegeven. Dat doen we middels straatnaamborden, monumenten, herdenkingen en dergelijke. Dat wordt volop gedaan. In de raadsmededeling die ook openbaar is gegaan, is de motivatie gegeven waarom wij komen tot dit besluit. Er kunnen altijd Stolpersteine aangevraagd worden. Dat kan iedereen doen. Daar willen wij zelfs een financiële tegemoetkoming voor geven. We kunnen er een aantal per jaar verstrekken. U kunt de doelstellingen die u als partij heeft, ten volste laten uitkomen. Dat is helemaal geen probleem. Ik denk dat we ruim voldoende hebben voldaan aan de motie en aan de gedachtegang die we doen. Zowel als gemeente, als naar u als partij toe. Wat dat betreft, ben ik het totaal niet met uw motivatie eens. Voorzitter: De heer Huisman. De heer Huisman: Voorzitter, vraag 2 is niet beantwoord. Waarom volgen wij blind Bergen op Zoom? Stel dat Bergen op Zoom beslist: wij gaan de komende jaren vanwege bezuinigingen, ravijnjaar et cetera geen struikelstenen doen. Dan betekent dat, dat wij het de komende jaren ook niet doen. Dit is geen uitvoering van de motie. Ik wil punt 3 van de motie nog even voorlezen.

"De eerste herdenkingssteen te leggen op 4 mei '25 in overeenstemming met de organisatie van het herdenkingscomité", et cetera.

Voorzitter: De wethouder. Wethouder Remery: Ik zei het al. U kunt gewoon een Stolperstein aanvragen. De wachttijd is anderhalf jaar. Het staat iedereen staat vrij om dit te doen. Wij kunnen u daarbij helpen om het proces in gang te zetten. Dat willen we graag met u doen. We willen het meefinancieren. Dan kunt u als het meezit, over anderhalf tot twee jaar, een Stolperstein hebben liggen. Wat dat betreft, hebben we u perfect geholpen. Als het in Bergen op Zoom niet doorgaat, dan zoeken we een andere mogelijkheid op. Dan kunt u alsnog rechtstreeks uw steen bij de Stolpersteine aanvragen. Voorzitter: De heer Huisman, nogmaals. De heer Huisman: Voorzitter, dit is niet wat we afgesproken hebben in de gemeenteraad. De wethouder legt - bewust of onbewust, dat laat ik het in het midden - echt deze motie naast zich. Wanneer is dan de eerste herdenkingssteen? Er staat nog steeds: 4 mei 2025. Eigenlijk praat ik een beetje te snel voor mijn beeld. De wethouder heeft nog ongeveer anderhalve maand de tijd om de eerste herdenkingssteen neer te leggen. Mocht hier geen bevredigend antwoord op komen, dan willen wij dit graag een volgende vergadering nog een keer behandelen. Voorzitter: De Wethouder. Wethouder Remery: Ik gaf het net al aan. Iedereen kan gewoon een Stolperstein aanvragen. U ook. U kunt hem gewoon aanvragen. U komt dan bij die stichting in het proces.

Dan kennen ze u die steen toe en dan kan ie gelegd worden. De gemiddelde wachttijd is daar anderhalf jaar voor. Als u hem morgen aanvraagt, zult u waarschijnlijk over anderhalf jaar aan de beurt zijn. Ik zou zeggen: ga het morgen aanvragen. De kosten worden betaald door de gemeente Steenbergen. Daar kunnen we u allemaal bij helpen, maar u moet het zelf doen. Voorzitter: We gaan geen debat verder voeren. U heeft nog één vraag? De heer Huisman: Uiteraard. Voorzitter, dit is niet in lijn van de motie. Hoe kan dat dan? De gemeente moest de zaken aanvragen. Niet de inwoners. Wethouder Remery: Dat is wel in de lijn van de motie. U wordt van alle kanten geholpen. Vanuit Steenbergen wordt alles gedaan om de slachtoffers van de Wereldoorlog en alle gerelateerden te herdenken. Om ze niet te vergeten. Dat wordt op allerlei manieren gedaan. Iedereen in Steenbergen heeft mogelijkheden om daar een steentje aan bij te dragen. Alleen, u moet het dan zelf doen. Voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Van Caam voor de zitbankjes in de Kaaistraat.

Mevrouw Van Caam: Dank u wel, voorzitter. Voor de start van bouwproject Hartje Steenbergen stonden er bankjes in de Kaaistraat tegenover het oude gemeentehuis. Deze bankjes zijn helaas nog niet teruggeplaatst. Gewoon Lokaal! krijg veel vragen over deze bankjes. Vooral van ouderen. Ouderen bezoeken graag de fysieke winkels voor hun aankopen in plaats van online te bestellen. Deze bankjes zijn belangrijk voor mensen die moeite hebben met lopen, of die een rollator gebruiken, zodat ze kunnen rusten. De vragen van Gewoon Lokaal! aan het college zijn: worden de bankjes in de Kaaistraat teruggeplaatst en wanneer? Voorzitter: De Wethouder. Wethouder Remery: Dank u wel, voorzitter. De bankjes komen zeker terug. Er zal ook een afvalbak bij geplaatst worden. Ze staan klaar om geplaatst te worden. Dat zal naar verwachting in week vijftien gebeuren. De reden dat ze weg zijn gehaald, is om nieuwe bewoners alle ruimte te geven om daar te verhuizen. De bankjes komen zo spoedig mogelijk, in week vijftien terug. Mevrouw Van Caam: Dank u wel. Voorzitter: Dank u wel, wethouder. De heer Van Es , de heer Kouwen en de heer Verbeek hebben hetzelfde onderwerp aangekondigd voor een vraag. Ik geef u eerst alle drie de gelegenheid om vragen te stellen. Dan kan de wethouder één keer antwoorden. De heer Van Es over de nieuwkomers. De heer Van Es: Dank u wel.

Het gaat over de enquête 'Samenleven met nieuwkomers'. Om aan die enquête mee te doen, hebben als het goed is, alle inwoners een brief gekregen met daarin de inlogcode. Nu horen wij vanuit onze achterban van diverse mensen dat ze die brief niet hebben ontvangen. Ik weet niet het totale aantal waarin dat blijkbaar niet gelukt is. Ik kan ook niet hardmaken of het op grote schaal is, maar we moeten er wel alert op zijn. Mijn vraag aan het college is: is het niet een idee om over enkele dagen in de media en de sociale media een bericht te plaatsen waarin men kan lezen wat je kunt doen als je die code nog niet hebt ontvangen? Misschien is daar een simpele oplossing voor te bedenken. Voorzitter: De heer Kouwen. De heer Kouwen: Dank u wel, voorzitter. Als Volkspartij waren we het al niet eens met het door het college in gang gezette onderzoek 'Samenleven met nieuwkomers'. Wij vonden dat dit onderzoek niet nodig was. Dat het te veel geld kost. Dat het onnodig is voor onze inwoners. Wij vonden dat het gekozen extreemlinkse onderzoeksbureau uit Amsterdam ook een verkeerde keuze was. De vragen die onze inwoners voorgeschoteld krijgen, zijn sturend en worden door sommige mensen als beledigend ervaren. Mensen kunnen niet kwijt of ze helemaal geen AZC of andere grootschalige opvang van asielzoekers en

statushouders willen hebben in de gemeente Steenbergen. We krijgen erg veel reacties van mensen uit de Steenbergse samenleving. Reacties als: ik heb niets ontvangen. Ik vul dit niet in, de uitslag staat toch al vast. Waarom zitten er schrijffouten in de brief? Dat is nog de minst erge. De vragen die de Volkspartij heeft voor het college zijn de volgende: waarom zijn de vragen sturend? Waarom noemt u als initiatiefnemer van het onderzoek en dus ook verantwoordelijke voor de vraagstelling, inwoners van Steenbergen onder andere koppig? Waarom kunnen onze inwoners niet in het onderzoek kwijt of ze helemaal geen AZC of een andere grootschalige opvang van statushouders en/of asielzoekers willen in de gemeente Steenbergen? Als bonusvraag aan het college de volgende: wat wilt u nu bereiken met het onderzoek? Tot nu toe heeft het geen verbinding, maar alleen maar meer tegenstellingen en argwaan in onze samenleving gebracht. Dat wordt benadrukt door de vraagstelling, maar ook doordat je niet weet bij welk percentage het belangrijk is. Wat gaan we ermee doen? Wat gaan we ermee krijgen? Heel veel mensen zijn er niet blij mee. Voorzitter: Dank u wel. De heer Verbeek. De heer Verbeek: Dank u wel, voorzitter. Ik zal proberen niet in herhaling te vallen. Ik heb nog wel een paar vragen. Ik moet eerlijkheidshalve zeggen dat ik vandaag heb gehandeld in strijd met wat u als college bedoelde.

Het zou eigenlijk zo zijn dat wij de enquête maar één keer in zouden kunnen vullen. Je hebt niet per se de code nodig, maar je kunt ook gewoon met de naam invullen. Ik kan hem invullen onder de naam Joop Stoeldraijer, Roel Geers, wie dan ook. Dat is een heel vreemde zaak. Bovendien kun je dat onbeperkt doen. Ik heb hem vandaag vier keer ingevuld. Onder de naam Jos. Onder de naam Josje. Onder de naam Verbeek. Onder de naam Verbeekje. Ik heb alle vragen blanco gelaten, dus u kunt het wat mij betreft helemaal verwijderen. Het is wel een heel kwalijke zaak, wat dit onderzoek volledig overbodig en nutteloos maakt. Iedereen kan op een bepaalde tijd, 100 keer antwoorden. Dit onderzoek is wat dat betreft gewoon volslagen nutteloos op deze manier. Zelfs mensen van buiten Steenbergen kunnen zo antwoorden. Dat is geen enkel probleem. Dat is de eerste vraag aan de wethouder. Er werd er toegezegd dat daarop toegezien zou worden, maar dat werkt dus blijkbaar niet. Dan wordt gezegd: hoe meer inwoners meedoen, hoe beter wij weten wat belangrijk is. De heer Kouwen zei het ook al. Dan moet je wel wat kritische vragen stellen. Dit onderzoek gaat niet over wel of geen AZC, want dat komt er. Dat weten wij.

Het had u bijvoorbeeld gesierd als u de vraag had gesteld: vindt u het terecht dat er een AZC komt in Steenbergen? Dat is geen vraag over wel of niet, maar vindt u het terecht? Het had u ook gesierd als u de vraag gesteld had: waar gaat uw voorkeur naar uit? Naar alleenstaanden, gezinnen,

gezinnen met kinderen, noem maar op. Het gaat er niet om wat wettelijk mogelijk is. Daar gaat deze enquête niet over. Deze enquête gaat over de mening van onze inwoners. Die moet je zo breed mogelijk peilen. Het is nu wel heel eenzijdig, linkszijdig gepeild. Ik kan het niet anders noemen. Het is zeer sturend. Het is inderdaad wat de heer Kouwen zegt. Ik hoor ook steeds meer mensen die zeggen dat ze een kant uit geduwd worden, waar ze niet heen willen. Ik ben niet in de gelegenheid om enige sturing te geven, dus ik ga het niet invullen. Dan schiet je dus je doel volledig voorbij. Dan is dus die € 50.000,- weggegooid. Los van het feit dat iedereen hem 100 keer kan invullen. Als je dan nog kijkt in de vragen zelf. De heer Kouwen zei het ook al. De Steenbergenaar is koppig en praat als een kip zonder kop. Daar komt het op neer. Dat komt onder andere in de vragen naar voren. Ik wil graag weten waar die term 'Steenbergenaren zijn koppig' vandaan komt. Het is nogal stigmatiserend dat u als college vindt dat Steenbergenaren koppig zijn. Dat is nogal wat. Of is dat vanuit het bureau uit Amsterdam? Dat de Amsterdammers de Steenbergenaren koppig vinden? Dat kan natuurlijk ook. Dat je als college Steenbergenaren koppig vindt, dat vind ik nogal een dingetje, voorzitter. Bovendien praat de Steenbergenaar als een kip zonder kop. De Steenbergenaar zegt eerst iets en dan denkt hij pas na.

Ik wil graag weten hoe u als college daarbij komt. Dat is ook nogal een kwalificatie die u aan de Steenbergenaar geeft. De Steenbergenaar denkt niet na. Die roept wat en dan gaat die pas nadenken. Dat is zeer veralgemeniserend en zelfs beledigend. Graag uw antwoord hoe u daarbij komt. Dan nog een klein dingetje. De vraag onder vraag 2: nieuwkomers moeten actief worden betrokken bij lokale activiteiten en verenigingen. Is er iemand die deze vraag schriftelijk wil beantwoorden? Die kan nog niet, want er staan geen bullets onder. Dat is een klein foutje. Dat mag toch wel ietsje beter zijn voor een prijs van € 50.000,-. Dan komen we op de kosten. Als je rekent wat deze vragenbrief aan portokosten zou kosten, dan kom ik toch wel richting de € 15.000,-. Dan komt er wat drukwerk bij. Ik denk dat deze hele sessie ongeveer € 20.000,- kost. Ik wil graag de toezegging van de wethouder dat die € 20.000,- onderdeel uitmaakt van die € 50.000,-. Dat dit niet bovenop die € 50.000,- komt, want dan zou het onderzoek in feite niet € 50.000,- kosten, maar € 70.000,-. Graag de reactie van de wethouder. Dank u wel. Voorzitter: De Wethouder. Wethouder Baali: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de vragen. Laat ik allereerst zeggen dat ik het kwalijk vind om te vernemen dat er zaken meerdere keren kunnen worden ingevuld.

Toen de raad vragen heeft gesteld, heb ik naar eer en geweten teruggekoppeld hoe we dat zouden doen. Dat zou per systeem moeten zijn ingeregeld. Blijkbaar is dat niet gedaan, of zit er een lek in het systeem. Ik ga kijken hoe we dat op moeten lossen. Wellicht dat we het systeem eventjes dicht moeten gooien zodat we het probleem kunnen oplossen om de validiteit van het onderzoek niet in twijfel te trekken. Aan de

heer Verbeek: ik hoop dat u een beetje links en wat rechts heeft ingevuld. Ik wil daar wel bij zeggen dat we al eerder hebben afgesproken dat het fijn zou zijn als de raad meldingen achter de schermen zou maken. Ik vind het prima als de heer Verbeek wil laten zien dat hij waarde hecht aan het onderzoek en dat hij een fout heeft ontdekt. Het was handiger geweest als we van tevoren schriftelijk waren verwittigd. Dan hadden wij op dat moment het systeem even kunnen sluiten en het kunnen fiksen, in plaats van dat er eerst publiekelijk aandacht wordt gevraagd. Daarmee lopen we de kans dat het onderzoek straks niet valide is. Het is onze fout als dat niet klopt. Die fout herstellen we graag. Het was wel fijn geweest als het van tevoren met ons was gedeeld, in plaats van in de openbaarheid. Voorzitter: Een ordevoorstel van de heer Kouwen. De heer Kouwen: Dank u wel, voorzitter. Ik kan hier niet op reageren. Dat vind ik heel kwalijk. Er worden allemaal dingen gebracht en ik vind dat kwalijk. Ik zou daar graag een reactie op willen geven, zodat ik op nog wel meer dingen een reactie wil geven. Dat laat de structuur van onze vergadering niet toe. Ik vind het heel kwalijk dat het zo gebracht wordt. Het hele onderzoek heeft ons als raad overvallen. De vraagstelling heeft ons ook overvallen. Als ik dan iets vind, dan moet ik dat vooraf, achter de schermen. Dat stuit me tegen de borst.

Ik vind dat niet goed. Voorzitter: Wat is uw ordevoorstel? De heer Kouwen: Dat we daar of een debat van maken, of dat de wethouder zich beperkt tot het beantwoorden van de vragen. Voorzitter: Ik ben het met dat laatste eens. Wilt u zich beperken tot de vragen? Dan kunt u dit altijd op de agenda zetten van de volgende vergadering. Wethouder, gaat u verder met uw antwoord. Wethouder Baali: Ik heb één vraag beantwoord. Sorry, voorzitter. Ik ben verantwoordelijk voor het aanbieden van goede resultaten. Daar helpt dit gewoon niet bij. Dat is de enige reden waarom ik het zeg. Het is geen verwijt. Het is een suggestie voor de volgende keer. Het is heel terecht dat de heer Verbeek iets signaleert. Ik had het graag gelijk rechtgezet. Dat is wat ik zeg. Het is onze fout. Laat daar geen misverstand over ontstaan. Ik had het graag gelijk gecorrigeerd. Dan over wie de brief heeft ontvangen. De bezorging is nog aan de gang. Daar staat een langere termijn voor. Binnen een aantal dagen vanaf nu zal iedereen die brief hebben ontvangen om antwoorden te kunnen geven op dit onderzoek. Het klopt dat er mensen zijn die het nog niet hebben. Dat zal nog moeten gebeuren. Voorzitter: Laten we eerst even antwoorden. Dan kunt u daarna aanvullende vragen stellen. De wethouder.

Wethouder Baali: Dan de sturende vragen, of het benoemen van inwoners met bepaalde kwalificaties. Zoals ik eerder gepoogd heb uit te leggen, is dat niet wat er gebeurt. Hier wordt de Delphi methode toegepast. De stellingen zijn opgesteld door mensen in de samenleving. Dit zijn statements die zijn ingebracht door mensen vanuit de samenleving. Daar zitten statements tussen waar ik het mee eens ben en waar ik het niet mee eens ben. Dat geldt waarschijnlijk voor iedereen hier aanwezig. Dat is precies de reden dat je van 1 tot en met 5 kunt aangeven hoezeer je het ermee eens bent. Het zijn prikkelende stellingen, maar dat is omdat we zoveel mogelijk meningen willen vergaren. Het zijn geen sturende stellingen. Als je 1 invult, dan ben je het er totaal niet mee eens. Dan zien wij in de resultaten dat 60% heeft aangegeven: wij zijn het totaal niet eens met deze door inwoners opgeworpen kwalificaties. Deze stellingen zijn geen van allen bedacht door ons als organisatie, noch door het onderzoeksbureau. We hebben geprobeerd een eerste laag van democratie aan te brengen door de stellingen te laten opstellen door mensen uit de samenleving. Zo gebalanceerd mogelijk. Dat is nooit helemaal democratisch. Dat kan ook niet. Vervolgens heeft iedereen de gelegenheid om erop te reageren. Daar ziet het college totaal geen probleem in.

Waarom kunnen inwoners niet aangeven dat ze helemaal geen AZC of grootschalige opvang willen? Ik heb het vorige keer ook al aangegeven. Een AZC is een AZC. Of dat nu 20 mensen zijn, of 150. Wij moeten mensen opvangen. Daar zullen een of meerdere opvanglocaties aan te pas komen. Je kunt niet aangeven dat je geen huisvesting van vluchtelingen wil hebben. Je kunt wel reageren op grootschaligheid. Daar staat een hele categorie over. Denkt u dat de gemeente Steenbergen in staat is om een permanente locatie te bieden aan 100 tot 150 wisselende vluchtelingen en statushouders? Wat is er nodig om deze vluchtelingen en statushouders goed te kunnen huisvesten? Er staat wat over draagvlak. Er staat: een grotere opvanglocatie is geen goed idee. Er moeten voldoende voorzieningen en faciliteiten zijn. Het moet op een afgelegen plek. Het moet centraal. Alles wat je zou kunnen willen weten staat hierin. Laten we alsjeblieft met zijn allen goed kijken naar wat er allemaal vernoemd staat, want dit staat er gewoon in. Volgens mij waren dat de vragen die gesteld zijn. Voorzitter: Dank u wel. Er was een aanvullende vraag van de heer Verbeek, een aanvullende vraag van de heer Van Es en van de heer Kouwen. De heer Verbeek. De heer Verbeek: Dank u wel, voorzitter. De vraag over het kostenplaatje is nog niet beantwoord. Of dat binnen die € 50.000,- zit. Ik heb ook niets gevraagd over wel of geen AZC.

Dat heb ik nadrukkelijk gezegd. Daar gaat het niet om. Het had u wel gesierd als u een vraag had gesteld of mensen het terecht vinden dat er een AZC komt. Dat is niet een wel of niet. We vragen de mening van de inwoner. Daar gaat het om. Het gaat niet om uw mening. Het gaat om de mening van onze inwoners, die niet door uw politiek

gestuurd zou mogen zijn. Dat geldt ook voor alleenstaanden, gezinnen of wat dan ook. Daar wordt geen enkele vraag over gesteld. Je kunt ook heel sturend optreden door vragen niet te stellen. Dat is precies wat hier gebeurt, voorzitter. Dan kom ik toch nog even terug op waar de heer Baali in zijn betoog mee begon. Ik vind dit zeer verbijsterend om te horen van een wethouder die zelf de krant opzoekt, omdat hij vindt dat hij gediscrimineerd en gehaat wordt door de Steenbergenaar. Ik vind het verbijsterend dat je als raadslid die zijn werk doet als ~ raadslid, worden aangesproken door een wethouder op dat we dat niet mogen doen. U maakt de fouten en u probeert die fout mij in de schoenen te schuiven. U maakt die fout. Het zou u gesierd hebben als u vol had gezegd: sorry, we hebben een fout gemaakt. U moet het niet op Verbeek steken. Zo werkt het niet, voorzitter. Dank u wel. Voorzitter: De aanvullende vraag van de heer Van Es. De heer Van Es: Ik heb een korte reactie. Ik hoorde u zeggen dat de postverzending nog aan de gang is. Dat kan. Ik heb begrepen dat alle brieven er deze week zouden moeten zijn. Het kan best zijn dat er morgen nog een hoop bezorgd worden. Ik stelde de vraag alleen maar om op te roepen alert te zijn. We kunnen het niet maken als later zou blijken dat er toch een aantal inwoners niet hebben kunnen meedoen. Ik herhaal dus mijn suggestie.

We kunnen niet controleren in welke gevallen het niet is gelukt. Wat we wel kunnen doen, is volgende week in de sociale media een korte tekst plaatsen. Heeft u de brief niet gehad, dan is dit wat u kunt doen. Dat stel ik voor. Dat lijkt mij de veiligste weg. Voorzitter: Wethouder, kunt u meeschrijven, of wilt u die eerst beantwoorden? Ja? de heer Kouwen. De heer Kouwen: Dank u wel, voorzitter. Ik vind dat u de schuld een beetje op de mensen in de samenleving schuift door te zeggen: zij hebben de vragen nu eenmaal samengesteld. Dat was wel anoniem. Wij kunnen als raad niet controleren wie deze vragen hebben opgesteld. Hoeveel mensen dat waren en of ze überhaupt hier wel wonen. We kunnen niks controleren. We moeten het maar aannemen. U als college heeft dit onderzoek al aangeboden aan ons als inwoners van Steenbergen. Dan bent u er verantwoordelijk voor. Niemand anders. Ik vind het wel netjes dat u toegeeft dat er een fout zit in het onderzoek. Dat het meerdere keren ingevuld kan worden. Dat is al een week aan de gang. Dat betekent voor ons dat het geen onderzoek meer is. Dit is al zo besmet. Dit kan niet. Dat vindt u dan toch ook? Dat is mijn vraag. Voorzitter: De heer Theuns. U had een aanvullende vraag. De heer Theuns: Ik had een aanvullende vraag. Ik hoorde de voorzitter zeggen dat de enquête uit de koker komt van een aantal mensen uit de samenleving van Steenbergen.

Verenigingen, deskundigen, scholen. Kortom, mensen die er verstand van zou hebben.

Dan is mijn vraag: wat is dan de rol van dat peperdure bureau? Als wij het zelf gedaan hebben, dan hebben we die mensen toch niet nodig? Dan kunnen we die € 50.000,- in de zak houden. Dat vind ik dan vreemd. Die hebben het niet verzonnen. Dan was dit niet nodig geweest, denk ik. Daar zou ik graag antwoord op hebben. Misschien zelfs het geld wel terug. Voorzitter: De wethouder. Aan u het woord. Wethouder Baali: Wat betreft de suggestie van de heer Van Es. Ik overleg dat eventjes met de mensen in het projectteam. Het lijkt mij een prima oproep. Dan de suggestie dat ik de schuld leg bij inwoners in de samenleving. Ik denk dat dat een beetje het probleem is dat ik hier aanvoel. Er worden allerlei kwalificaties verbonden die ik niet bezig. Ik leg helemaal geen schuld bij inwoners voor het opstellen van stellingen. Ik zeg: feitelijk gezien hebben wij hen in meerdere rondes de stellingen laten opstellen. Dit ging met een bepaalde vorm van begeleiding en communicatie et cetera. Daar heb je wel degelijk een bureau voor nodig. Ik leg zeker niet de schuld bij inwoners dat deze stellingen erin staan. Nogmaals. Iedereen heeft een andere stelling waar ze het mee eens en oneens zijn. Op het moment dat er stellingen staan waar je het pertinent mee oneens bent, dan kun je dat gewoon heel helder aangeven. Dat geeft hetzelfde signaal.

Beter dat, denken wij als college, dan dat er allerlei slappe, nietszeggende stellingen in staan waar je helemaal niks mee kunt. Volgens mij hebben wij straks signalen waar we echt wel mee uit de voeten kunnen. Dan de suggestie van de heer Verbeek. Had het niet fijn geweest om te weten hoeveel Steenbergenaren überhaupt tegen deze vorm van opvang zijn? Of tegen een vorm van opvang? Nee. Dan vraag je iets aan de inwoners waarbij je bij voorbaat zegt niks te doen. Dat is wel de slechtste vorm van participatie die je kunt voeren. Wat vindt u ervan? We doen er niks mee, maar leuk om het te weten. Dat kun je niet maken. We hebben er echt bewust voor gekozen om dat soort vragen die ingaan tegen de taakstelling die wij wettelijk hebben, er niet in te zetten. Of het statushouders of asielzoekers zijn. Dat zijn de enige zaken die er niet in zitten. Voorzitter: De heer Kouwen en de heer Theuns hadden nog een vraag gesteld. Wethouder Baali: Ik denk niet dat we direct van het slechtste moeten uitgaan. Ik verwacht niet dat er tien mensen zijn geweest die allemaal massaal dubbel hebben zitten invullen. Ik laat de enquête zo snel als mogelijk stilleggen en dan kunnen we de fout in het systeem oplossen. Ik heb er geen verklaring voor. Deze vraag mag hier enthousiast worden gesteld, maar ik heb me er niet op kunnen voorbereiden. Ik weet niet waar de fout zit.

Als die overdag was gesteld, had ik hem direct kunnen stilleggen. Daar heb ik gewoon moeite mee. Ik zeg niet dat de heer Verbeek fout zit. Ik zeg alleen dat ik nu als portefeuillehouder minder kan handelen, omdat het nu in de avonduren is. Dat vind ik jammer, want ik had onze fout gelijk willen oplossen.

Voorzitter: Er was nog een budget vraag van de heer Verbeek. Wethouder Baali: Volgens mij zit dat in de kosten. Daar kunt u technische vragen over indienen. Voorzitter: Aanvullende vraag De heer Verbeek. De heer Verbeek: Ik heb een twijfelende vraag, voorzitter. Heeft de heer Baali wel eens gehoord van een systeem testen? Het is gebruikelijk als je systeem maakt waar je bepaalde dingen inbouwt, dat je het toch even gaat proberen. Als je auto koopt, kijk je ook even of die start. Als je zo'n programma maakt en je zegt dat je maar als één persoon kunt inloggen, dan ga je testen. Dat doen ze bij de Belastingdienst ook. Dan gaan ze alle mogelijke dingen na die er zouden kunnen gebeuren. Dat heeft u niet gedaan. Dat is uw fout. Die fout is niet nu gemaakt. Die fout heeft u een maand of twee maanden geleden gemaakt. U heeft gewoon niet getest. Dat had u wel moeten doen. Dat is gewoon een basisprincipe wat heeft laten zitten. Het is gebeurd. Hoe nu verder? U kunt niet zeggen: weet je wat? We gaan de bug sluiten en dan gaan we verder. Dat kan niet. U weet niet wat er van tevoren is gebeurd. Er kunnen maar twee oplossingen zijn. Of we blazen heel het onderzoek af. Of we zetten het nu stop, we zorgen dat het nu wel klopt en we beginnen opnieuw. Dat zijn de enige twee mogelijkheden. Als u namelijk nu zegt: wat er is gebeurd laten we zitten. We sluiten de bug en we gaan weer verder.

Dan maakt u het onderzoek ongeloofwaardig. Niemand weet wat ervoor is gebeurd. Dat zal altijd boven het onderzoek blijven hangen. Mijn vraag is: wat gaat u doen? U gaat eerst testen, neem ik aan. Dat mag ik hopen. Wat gaan we doen? Gaan we het onderzoek stopzetten en niet meer onderzoeken? Of gaan we het onderzoek opnieuw starten? Als we het onderzoek opnieuw zouden starten, bent u dan wel bereid om die vragen die ik daarstraks heb genoemd, erin op te nemen? Ik heb al gezegd dat dit een onderzoek is naar de mening van de Steenbergenaar. Niet wat u vindt van een AZC. Niet wat het college vindt van een AZC. Gewoon de mening van de inwoner. Voorzitter: Wilt u uw vraag stellen? De heer Verbeek: Mijn vraag komt eraan. Voorzitter: Het wordt nu langzaam een debat. De heer Verbeek: Als de mening van de inwoners is dat ze niet gelukkig zijn met een AZC, dan komt dat heel slecht uit. Dat weet ik ook wel. Als dat de mening zou zijn van de meerderheid van de Steenbergenaren, dan kunt u in ieder geval zeggen dat u op de

minimale eis gaat zitten vanuit het Rijk. Niet op 150 mensen, bijvoorbeeld. Ik noem maar iets. Dat weigert u. Bent u dan toch bereid om die vraag alsnog op te nemen? Voorzitter: De heer Kouwen. De heer Kouwen: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag sluit er een beetje op aan. U geeft via de voorzitter aan dat u verwacht dat het hooguit tien mensen zijn. Dat weet u niet. Het kunnen er ook 20 of 30 zijn. Of 100, of 200. Ik weet het niet. U weet het niet. Ik denk dat niemand het weet. De geloofwaardigheid stond voor ons al nergens op. De hoeveelheid mensen die het niet invullen, is ook een bewijs van hoeveel mensen het niet geloofwaardig zullen vinden. Vindt u dat ook niet? U kunt toch niet zeggen dat het er tien zijn? Misschien zijn het er 100. Bent u dat niet met ons eens? Voorzitter: Ik ga de wethouder het antwoord nog laten geven en dan stoppen we dit. Anders wordt het echt een debat. De wethouder. Aan u het woord. Wethouder Baali: Voorzitter, wij zullen ons beraden over hoe we hiermee verder gaan. We hebben als lokale overheid de verantwoordelijkheid om een wet uit te voeren. Dat moeten zo goed mogelijk doen. Of we er het nu eens of niet eens met hoe dat gebeurt. Volgens mij moeten we allemaal een zo hoog mogelijke kwaliteit nastreven. Deze manier van mij overvallen op een fout waar ik verantwoordelijk voor ben - dat ga ik niet ontkennen - helpt niet om dat proces te doorlopen.

Ik had het graag eventjes allemaal voorbereid. Dan had ik vandaag meer antwoorden kunnen geven. Dan had ik misschien ook al een toekomst richting kunnen schetsen. Dan hadden we in één keer alle duidelijkheid gehad. Nu komt het meer over als: even kijken of we de wethouder in verlegenheid kunnen brengen. Ik ga echt proberen om hier puur op inhoud de best mogelijke antwoorden op te formuleren. Dat kan ik niet nu doen. Ik hoop wel dat de heer Verbeek en collega's dat begrijpen. Ik kan niet nu improviseren hoe ik een heel proces al dan niet verander. Dat moet ik in overleg doen met mijn collega's en met adviseurs. Ik had het gewoon graag voorbereid. Volgens mij weet de raad ook dat ik hier niet graag sta zonder antwoorden of met halve antwoorden. Voorzitter: We zouden hem hierbij afsluiten. De heer Verbeek: Voorzitter, nu wil ik een punt van orde maken. Voorzitter: U kunt een punt van orde maken, maar we zijn nu een debat aan het voeren in het vragenhalfuurtje. De heer Verbeek: De wethouder heeft mij een kwalificatie. Hij geeft mij de kwalificatie: Verbeek zit hier om mij in verlegenheid te brengen. Dat is zijn kwalificatie. Dat is ook uw

kwalificatie. U bent voorzitter van al deze raadsleden, die u allemaal even lief zouden moeten zijn. Ik zou het wel prettig vinden... Voorzitter: Het komt goed. Geeft u maar een antwoord. De heer Verbeek: Ik zou graag willen dat u die kwalificatie niet doet. Ik neem u en het college de kwalificatie wel kwalijk, want dat kan niet. Dat weet u zelf ook. Mijn allerlaatste vraag. We geven € 50.000,- uit voor dit onderzoek. Daar huren wij dure bureaus voor in. Moet ik dan ervan uitgaan dat ook dit bureau niet getest heeft? Dat zou wel heel schandalig zijn. Voorzitter: De wethouder. Wethouder Baali: Ik zeg: het lijkt alsof. Ik verbind geen enkele kwalificatie aan hoe de heer Verbeek mij noemt: Of het niet getest is? Ik ben ook heel onaangenaam verrast. Op het moment dat het klopt dat daar geen tests in zijn uitgevoerd, dan zal er een stevig gesprek plaatsvinden. Als je een onderzoeksbureau inhuurt, dan moet je ervan uitgaan dat het klopt. Ik ga dat allemaal uitzoeken. Ik ben onaangenaam verrast en de raad hoort zo snel als mogelijk hierover. Voorzitter: Dank u wel, wethouder. De heer Kouwen. U had nog een vraag over de wetswijziging van de Huisvestingswet. De heer Kouwen: Dank u wel, voorzitter. Die zal een stuk korter zijn, denk ik. Het kabinet komt met een wijziging van de Huisvestingswet 2014.

Deze houdt in dat de statushouders geen voorrang meer krijgen op een huurwoning, maar net als onze eigen inwoners netjes in de rij moeten aansluiten. De vraag aan het college zijn de volgende: is het college op de hoogte van deze aankomende wetswijziging van de Huisvestingswet 2014? Als deze wet aangenomen gaat worden gaat u als college deze wet dan actief helpen uitvoeren in de gemeente Steenbergen? Voorzitter: De wethouder. Wethouder Baali: Voorzitter, dank u wel. Het college is bekend met de potentiële wetswijziging vanuit een ministerie. We zijn ook bekend met het feit dat de discussies daarom zeer twijfelachtig zijn. Wij speculeren niet of dat er uiteindelijk gaat komen. Wij houden ons aan iedere wet die aan ons gesteld wordt. Dat doen wij allemaal. Voorzitter: Nogmaals de heer Kouwen over de nestverlaters. De heer Kouwen: Misschien zaten ze achter elkaar, voor dezelfde wethouder en vraagstellers. Beter opletten. Dank u wel, voorzitter. De Volkspartij is een sterke voorstander van nestverlaters woningen. Vooral als deze betaalbaar zijn voor onze

jeugdige inwoners in diverse kernen in onze gemeente Steenbergen. Ik heb wel eens een tip gegeven aan het college over projecten in Oud-Vossemeer, waar redelijk betaalbaar wordt gebouwd. De wethouder gaf toen aan dat er contact is gezocht met deze projectontwikkelaar en dat er eventueel in onze gemeente ook betaalbaar gebouwd kan worden voor onze jeugdige inwoners. De vragen die wij voor de wethouder hebben, zijn de volgende: hoe staat het met de contacten met deze projectontwikkelaar? De heer Kouwen: Hoeveel nestverlaters woningen worden er in 2025 opgeleverd in onze gemeente Steenbergen? Hoe betaalbaar zijn deze en waar staan deze woningen? Tot zover onze vragen. Voorzitter: De wethouder. Wethouder Baali: Dank u wel, voorzitter. Binnenkort komt er naar de gemeenteraad een lijst met bouwplannen en de woningbouwstrategie voor de komende vijftien jaar. Daar staan ook de projecten in, met voor een deel al wat voor soort woningen erin komen te staan. Er komt ook een volledig document met welke woningen er zijn opgeleverd in het voorbije jaar. Dat komt binnenkort naar de gemeenteraad toe. Die ontwikkelaar? Ik heb die tip meegegeven aan de organisatie om bij een aantal projecten toe te passen. We hebben naar vergelijkbare aanbieders gekeken. Er worden nu woningen gerealiseerd bijvoorbeeld hier Buiten de Veste - van € 220.000,- tot € 240.000,-.

Dat zijn wel de echte starters prijzen van vroeger. Ik heb de tip gegeven om met die ondernemer op de eerstvolgende bouwlocaties te gaan kijken, of we daar ook dat soort prijscategorie kunnen aanhouden. Voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dan de heer Weerdenburg over parkeren huisvesting Oekraïners Nieuw-Vossemeer. De heer Weerdenburg: Voorzitter, dank u wel. In de oordeelsvormende vergadering heb ik vragen gesteld over de voortgang van de huisvesting Oekraïner in Nieuw-Vossemeer. Daar heb ik keurig antwoord op gekregen. Er is een brief naar de inwoners toegegaan. Naar aanleiding van die brief en het onderwerp breed, hebben wij een aantal vragen gekregen. Die gingen allemaal over de eventuele parkeerproblematiek. Voor het pand zelf kunnen een vijftal auto's staan. Als er 40 Oekraïners komen, is de kans groot dat er ongetwijfeld meerdere auto's komen. Kunnen die op eigen terrein parkeren? Voorzitter: De wethouder. Wethouder Baali: Het korte antwoord is: ja. Er worden zes parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. We verwachten niet dat het per se nodig is. We zien met voorbije opvanglocaties dat er veel alleenstaande moeders komen die in de buurt werken. Zes parkeerplekken zou ruim voldoende moeten zijn. Er is nog meer ruimte op eigen terrein, maar dan zou je een speeltoestel moeten weghalen. Het kan, maar wij verwachten dat er

meer dan voldoende ruimte is. Voorzitter, ik heb zojuist een antwoord gekregen waarvan ik denk dat het de raad geruststelt. Ik denk dat het goed is om dit toch even te noemen. Dank u wel. Het klopt inderdaad dat je een enquête tien keer kunt invullen, maar alleen het eerste resultaat telt mee. Ik kan nu niet zeggen wat de technische verklaring erachter is, maar invuloefening 2 tot en met 99 worden niet opgenomen in het onderzoek. Ik snap dat het een beetje raar overkomt, maar we hebben volgens mij in ieder geval geen issue als het gaat om de kwalitatieve representatie. Dan kan de raad alsnog van alles vinden over stellingen, maar ik denk dat het belangrijk is om dit even genoemd te hebben. Ter geruststelling. Voorzitter: De heer Verbeek. De heer Verbeek: Eén opmerking, voorzitter. Dat betekent dus nog steeds dat ik een vragenlijst kan beantwoorden onder de naam van Nadir Baali, of onder welke naam dan ook. Verder krijg ik bij iedereen iedere keer dat ik wat invul: uw vragen zijn geregistreerd. Het is klaar. Dat betekent dus dat mensen die het invullen niet zeker kunnen zijn dat hun reactie meegenomen gaat worden. Men weet niet of het de eerste keer is. Voorzitter: Ik denk dat we het verder uit moeten zoeken. Wethouder Baali: Dank u wel, voorzitter. Sorry dat het eventjes zo in twee etappes gaat. Je hebt één unieke code per inwoner van zestien jaar of ouder.

Als je die code invoert, is je eerste invul poging het invullen van enquête. Het doet er niet toe, wat voor naam je invult. Het is anoniem. Je kunt daar drie spaties of punten invullen. Er is geen vraag over of het de kwaliteit van het onderzoek teniet doet. Wat ik wel kan doen, is dat ik op die pagina laat opnemen: dank voor het invullen. Let op: alleen uw eerste invul poging wordt meegenomen. Ik kijk eventjes. De belangrijkste angst is hopelijk weggenomen. Voorzitter: De heer Verbeek. De heer Verbeek: Dat is uw mening. Ik heb hem helemaal niet met een code ingevuld. Ik heb het van begin af aan met de naam ingevuld. De eerste keer vulde ik het ook met de naam in, zonder code. Er wordt zelfs op de site gezegd: als u geen code heeft, dan kunt u hem ook invullen met een willekeurige naam. De code doet er niet toe, dus ook dat klopt niet. Laten we er in de volgende vergadering op terugkomen. Wethouder Baali: Ik laat dat nog even uitzoeken. Als het goed is, wordt alleen je resultaat geteld als je een code invult. Ik kom er even schriftelijk op terug. Daar hoeft de raad niet tien dagen op te wachten. Ik ga dat per direct laten uitzoeken en ik hoop dat ik dat antwoord morgen nog kan laten toekomen. Voorzitter: Dank u wel, wethouder.

06. Benoeming burgerleden J.A. Hanswijk, J.M.A.M. Brooijmans en S.J.G.M. van Opdorp. Voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 6. Volgens het reglement hebben fracties de mogelijkheid om zich door twee burgerleden te laten ondersteunen. De fracties van Progressief Samen en Stem0167 hebben een kandidaat voorgedragen voor het burgerlidmaatschap. Voordat een burgerlid benoemd kan worden, worden de geloofsbrieven onderzocht door een commissie Onderzoek Geloofsbrieven. Aan u is eerder voorgesteld om deze commissie te benoemen, zijnde mevrouw Feskens, de heer van Agtmaal en de heer Hobo. U bent hiermee ook al akkoord gegaan, aldus besloten. Dan ga ik aan de voorzitter van de commissie, mevrouw Feskens, vragen om verslag te doen van de bevindingen van de commissie. Mevrouw Feskens. Mevrouw Feskens: Dank u wel, voorzitter. Het rapport van de raadscommissie Onderzoek Geloofsbrieven aan de raad van de gemeente Steenbergen. De commissie bij raadsbesluit van 27 maart 2025, benoemd uit de raad van de gemeente Steenbergen, heeft de geloofsbrieven en overige stukken onderzocht en beoordeeld van de heer J.M.A.M. Ko Brooijmans, de heer J.A. Koos Hanswijk, de heer S.J.G.M. Bas van Opdorp. De commissie heeft de geloofsbrieven onderzocht op grond van artikel 10, 13 en 15 van de Gemeentewet en artikel 49 van het Reglement van Orde. De Commissie komt tot de volgende conclusies.

1: De Commissie rapporteert aan de Raad dat de geloofsbrieven voldoen aan de door de wet en het reglement gestelde eisen. 2: De Commissie adviseert de Raad om het oordeel van de Commissie over te nemen en de voorgenoemde kandidaten te benoemen als burgerraadslid. Was getekend te Steenbergen, donderdag 27 maart 2025. Voorzitter: Dank u wel, mevrouw Feskens. U heeft het oordeel gehoord van de commissie. Ik breng het voorstel in stemming om de heer Hansijk, de heer Brooijmans en de heer Van Opdorp te benoemen tot burgerlid. Kunt u hiermee instemmen? Ja. Aldus besloten. Dan wil ik met u overgaan tot installatie van de burgerleden. Zoals u bekend is, is de heer Brooijmans voor vanavond verhinderd en vindt zijn installatie plaats op 17 april. Ik wil de heer Hanswijk en de heer Van Opdorp uitnodigen om hier voor mij te komen staan voor het uitspreken van de belofte. Ik wil u allen vragen om, voor zo ver mogelijk, te gaan staan. Ga maar iets terug staan. Daar naast elkaar. Als ik u straks aankijk, kunt u om beurten uw belofte doen. Ik verklaar dat ik om burgerlid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plicht als burgerlid naar eer en geweten zal vervullen.

De heer Hanswijk: Dat verklaar en beloof ik. De heer Van Opdorp: Dat verklaar en beloof ik. Voorzitter: Prima. Dan ga ik u daarmee feliciteren. Het is altijd fijn om de corebusiness weer uit te mogen voeren. 07. Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2025. Voorzitter: Dan gaan we gelijk door naar agendapunt 7: de verordening Individuele Inkomenstoeslag Participatiewet 2025. Zoals u weet, kunnen de inwoners die langdurig moeten rondkomen van een laag inkomen, gebruik maken van de individuele inkomenstoeslag. De hoogte van de Wajong uitkering is de afgelopen periode harder gestegen dan de bijstandsuitkering, waardoor sommige inwoners geen recht meer hadden op deze individuele inkomenstoeslag. Om dit te herstellen vraagt het college de raad de verordening aan te passen. Vanuit de oordeelsvormende vergadering had u dit onderwerp in eerste instantie als hamerstuk, maar op verzoek van de heer Verbeek is het een bespreekstuk geworden. We gaan even kijken wie het woord wil. Als eerste aan u het woord, de heer Verbeek. De heer Verbeek: Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat het onderwerp zo leeft. Mede omdat we brieven naar Den Haag sturen dat we allemaal geld tekort komen. ~ Even alle gekheid op een stokje. Ik heb eerst gevraagd om de bruto- en nettobedragen van de bijstandsuitkeringen.

De nettobedragen hebben we wel gekregen, de brutobedragen hebben we niet gekregen. Ik heb gevraagd naar brutobedragen van de Wajong. Daar kon u ook geen antwoord op geven, maar men weet wel de grenzen. Dat is allemaal een beetje vreemd. Het is natuurlijk ook wel een principieel iets. We hebben een armoedegrens. Die staat op 100%. Nu gaan mensen daar bovenuit komen. Die komen boven de armoedegrens uit. Dan zeggen we: dat is geweldig. Dat is goed van de overheid. Die doen die uitkering omhoog, dus dat is heel goed. Wat gaan we doen? Wij vinden dat u nog steeds in armoede zit, dus we gaan die grens verhogen. Dat is wel heel krom, voorzitter. Mede ook omdat de Wajong uitkeringen netto wat hoger zijn dan bijstandsuitkeringen, omdat een Wajong uitkering nog € 900,- extra korting krijgt bij zijn aangifte. Voor mij is principieel dat de armoedegrens blijft staan op 100%. Ten tweede, heb ik het de vorige keer nog gevraagd aan de heer Baali. Ik wil hem zeker niet in verlegenheid brengen, maar de heer Baali heeft mij heeft mij vorige keer toegezegd dat dit apart vergoed worden door de Rijksoverheid. Alleen, het zit blijkbaar in een algemene uitkering. Er kan niet gezegd worden of dat dus extra vergoed wordt, of dat het de gemeente wel of niet extra geld kost. Los van dat, vind ik dat de armoedegrens gewoon op 100% moet blijven. Ik zal dus niet instemmen met het voorstel. Dank u wel.

Voorzitter: De wethouder. Nog een reactie? Nee? Prima. Ik moet wel vragen of iemand nog de tweede termijn wil. Niemand? Dan breng ik het in stemming. Dan kom ik tot de conclusie dat deze is aangenomen met achttien stemmen voor en één tegen. De heer Verbeek wordt geacht tegengestemd te hebben, aldus besloten. 08. Centrumregeling Beschermd Wonen. Voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt 8: de centrumregeling Beschermd Wonen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het bieden van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. In september 2024 heeft u een ontwerp ontvangen over deze regeling. Geen enkele gemeenteraad in de regio heeft hierover een zienswijze ingediend. Het college vraagt u dan ook toestemming om de centrumregeling aan te gaan. Vanuit de oordeelsvormende vergadering is dit onderwerp doorgeleid als hamerstuk. Aldus besloten. 09. Wensen en bedenkingen ontwerp RES 2.0. Voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 9. In 2021 is de Regionale Energietransitie West-Brabant 1.0, ofwel het RES 1.0 vastgesteld. Nu is het Regionaal Plan Energiesysteem West-Brabant opgesteld, oftewel de RES 2.0. Dit geeft een vervolg aan de stappen die eerder zijn gezet. Het college stelt u voor, geen wensen of bedenkingen voor dit plan kenbaar te maken. De diverse vragen en toezeggingen uit de oordeelsvormende vergadering zijn inmiddels allen beantwoord.

U heeft het onderwerp doorgeleid als een bespreekstuk. Ik kijk ook hier wie in eerste termijn het woord wil. U wilt een punt van orde. U hoeft niet het woord. Dan weet ik dat alvast. Het punt van orde. Waarom wilt u een schorsing aanvragen? Die wil misschien het woord? Dat kan. Ik kan ook gewoon beginnen. Geef maar even een signaaltje als hij komt. Dan geef ik het woord aan de heer Hobo. De heer Hobo: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een beetje een boek geschreven, dus met uw goedvinden. Tot de energietransitie had Nederland decennialang één van de meest betrouwbare energievoorzieningen wereldwijd. Zowel elektrisch als aardgas werden vrijwel zonder noemenswaardige storingen doorgeleverd. Anno 2025 is dat anders. Netcongestie is een gemeengoed geworden. Nieuwe aansluitingen kunnen nauwelijks meer. Stroomstoringen zoals in Utrecht en Den Haag. De waarschuwingen van de netbeheerders dat er zomaar 200.000 huishoudens zonder stroom komen te zitten, kunnen we dagelijks in de krant lezen. Er wordt veel te snel, zonder visie en zonder technisch inzicht gehandeld. Daardoor komen burgers en bedrijven in de problemen. Wederom blijken dromen bedrog. Tijdens de oordeelsvormende vergadering ben ik redelijk technisch ingegaan op de verschillende punten die in dit voorstel staan. Iedereen kan dat teruglezen en bij de bronnen navragen. Ik heb TNO, RIVM en TU Delft aan de telefoon gehad.

Dat kunt u ook doen. Vanavond gaan we het hebben over het raadsvoorstel wensen en bedenkingen ontwerp RES 2.0 Een regionaal plan

Energiesysteem West-Brabant Energie In Balans. Een ellenlange titel voor dit onderwerp. In balans is het zeker niet. Er staan diverse tegenstrijdigheden in dit rapport, die ik hier stuk voor stuk zal benoemen. De Volkspartij zal een zestal amendementen indienen. Enkele daarvan zijn ook door collega's ondertekend, om de geloofwaardigheid te vergroten. Zoals het rapport er nu ligt, kan niemand daarmee instemmen. Ik ga beginnen met de Klimaatwet en CO₂. In Nederland hebben we de Klimaatwet. In de Klimaatwet is letterlijk opgenomen dat we in 2050 95% minder broeikasgassen mogen uitstoten dan in 1990. Dit staat in het rapport ook vermeld op pagina 15. In die Klimaatwet wordt nergens gesproken over schadelijke CO₂. Het RIVM geeft aan dat CO₂ onschadelijk is in lage concentraties of in de buitenlucht, maar gevaarlijke effecten heeft zoals bewustzijnsverlies en verstikking, wanneer de concentraties hoger zijn dan 5 tot 8%. Dat kan alleen in gesloten ruimtes. Wat lezen wij letterlijk in het rapport? CO₂ is geen schadelijke stof. Het is een natuurlijk gas dat essentieel is voor het leven op aarde, aldus het RIVM. Wat lezen wij in het rapport? Op pagina 5 en pagina 8 wordt CO₂ geduid als schadelijke stof. Deze tekst wil de Volkspartij vervangen. Die is namelijk niet goed. De tekst moet vervangen worden door de tekst uit de Klimaatwet. Daar heb ik amendement 1 voor.

Zal ik daar gelijk het dictum van voorlezen, voorzitter? Voorzitter: Graag. De heer Hobo: Amendement 1. Het is aan de stuurgroep RES als wens en bedenkingen kenbaar te maken ten aanzien van het ontwerp. RPE - WBEB dat wordt verzocht om het ontwerp RPE - WBEB vast te stellen met de volgende wijziging: op pagina 5 de werkelijke tekst van de Klimaatwet op te nemen. Zijnde dat we in 2050 95% minder broeikasgassen mogen uitstoten ten opzichte van 1990, waaronder CO₂. Zie ook pagina 15. Op pagina 8 de tekst: 'Nederland heeft als doel om in 2050 geen schadelijke CO₂ meer uit te stoten' te vervangen door de tekst: Nederland heeft als doel dat we in 2050 95% minder broeikasgassen mogen uitstoten ten opzichte van 1990, waaronder CO₂ Zie pagina 15. Er is een interruptie. Voorzitter: De heer Van der Wegen. De heer Van der Wegen: Dank u wel, voorzitter. Zoals Volkspartij de heer Hobo het nu zegt, gaan we er dus vanuit dat we in 2050 nog steeds 95% minder broeikasgassen mogen uitstoten? De heer Hobo: Ja. De heer Van der Wegen: Zo staat het in uw wijziging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1757/documents/21034