Woondeal West Brabant West 2022-2030 2335240.pdf
Tekst van het document
Afspraken ruimtelijke ordeningsaspecten 9.1.
De woningbouwaantallen die bestuurlijk afgesproken zijn in deze woondeal, zijn taak stellend in de ruimtelijke puzzel.
9.2.
Partijen in deze woondeal spannen zich in om het water- en bodemsysteem sturend te laten zijn bij gebiedsontwikkeling en locatiekeuze.
9.3.
De realisatie van nieuwe woningen moet hand-in-hand gaan met klimaatadaptatie, energietransitie, mobiliteitstransitie, gezondheid en brede welvaart.
Woondeal West-Brabant West
Pagina 25 van 34
Deel B
In deel B van de Woondeal zijn de afspraken over samenwerking en sturing opgenomen. Daarbij gaat het over monitoring van de voortgang, escalatieniveaus, de kritische succesfactoren en de benodigde ondersteuning en beheersmaatregelen bij de woningbouwprojecten.
10. Monitoring, samenwerking en sturing Met de woondeal wordt de basis gelegd voor een langjarige (t/m 2030) samenwerking tussen Rijk, provincie, gemeenten en woningbouwcorporaties. Dit partnerschap is van groot belang om uitvoering te geven aan de versnelling van de complexe woonopgave. We maken daarom - naast de afspraken over de woningbouwopgave - ook afspraken over de governance. Denk daarbij aan monitoring en rapportage om zicht te houden op de voortgang, de overlegstructuur om de voortgang en eventuele knelpunten te detecteren en het indien nodig oplossen van belemmeringen en nemen van besluiten. A. Monitoring en bespreken voortgang
Met deze woondeal committeren onze gemeenten zich aan interbestuurlijke afspraken over landelijke monitoring en de procesafspraken, zoals omschreven in bijlage 4. Om gezamenlijk zicht te houden op de voortgang van de uitvoering van de voorliggende bestuurlijke afspraken vindt er regulier overleg plaats tussen vertegenwoordigers van het Ministerie van BZK en de provincie. Dit zijn de zogenaamde woondeal-overleggen. Daarnaast zijn c.q. worden er in deze regio een aantal regionale tafels georganiseerd waar monitoring en afstemming over de voortgang wordt besproken: 1.
Stuur- en werkgroep wonen
De stuur- en werkgroep wonen bestaat uit de zeven regiogemeenten (en de gemeente Tholen), de provincie Noord-Brabant en de vijf woningcorporaties uit de regio. De stuur- en werkgroep bestaat daarmee enkel uit (semi) publieke partijen. Tweemaal per jaar vindt regionale afstemming plaats over de gemeentelijke woningbouwplannen. Deze afstemming is zowel kwalitatief als kwantitatief (aantallen woningen). In bijlage 3 staan de regionale woningbouwprincipes van de regio omschreven. Om te kunnen sturen op de voorgang van de uitvoering wordt vanuit de provincie het komende jaar actiever gemonitord dan voorheen, de focus ligt daarbij op de sleutelprojecten in de diverse gemeenten. Door op regelmatige basis in gesprek te gaan met gemeenten en woningcorporaties over de voortgang en knelpunten kunnen gemeenten en woningcorporaties ook gerichter worden ondersteund door de provincie. 2.
Woondeal-overleg
Er vinden reguliere woondeal-overleggen plaats tussen gemeenten, woningcorporaties, provincie en Rijk om de voorgang van de woondeal-afspraken te bespreken. In deze overleggen worden onder andere de aantallen gemonitord, als ook het oplossen van de kritische succesfactoren c.q. knelpunten besproken. Woondeal West-Brabant West
Pagina 26 van 34
3. Versnellingstafel woningbouw
In de regio wordt periodiek een regionale woningbouwtafel georganiseerd waarvoor naast de woondealpartijen ook marktpartijen (ontwikkelaars, huurdersorganisaties en bouwers) worden uitgenodigd. Op deze tafel wordt primair de voorgang en uitvoering van de woondeal besproken. Daarnaast kan het gaan over bijvoorbeeld de planning, knelpunten, haalbaarheid en prioriteiten. Deze regionale woningbouwtafels moet bestuurlijk worden verankerd. Daarbij zetten we in op een koppeling met reguliere werkprocessen, zodat het een duurzame vorm krijgt. De regionale woningbouwtafel stelt hiervoor een agenda op. Dat is een gezamenlijk product van provincie met gemeenten, corporaties en marktpartijen, waterschappen, eventueel ook drinkwaterbedrijven en elektriciteitsnetwerkbeheerders en bij voorkeur ook het Rijk. Op deze manier sturen partijen gezamenlijk op de goede locaties en realisatie van plannen. Partijen moeten afspraken maken over het oprichten van een regionale woningbouwtafels (doel, deelnemers, rollen, frequentie, financiering, monitoring van de voortgang en escalatieafspraken) en de agenda van deze overleggen. Op de agenda komen in ieder geval de onderwerpen uit de woondeal aan de orde: de woningbouwopgave, betaalbaarheid, huisvesting voor aandachtsgroepen, flexwonen, et cetera. B. Belemmeringen oplossen en besluiten nemen
Doel is door monitoring en intensief en kort-cyclisch ambtelijk en bestuurlijk overleg goed zicht te krijgen en te houden op de uitvoering. Hierdoor signaleren we vroegtijdig wanneer de voortgang van de woningbouw en de uitvoering van de bestuurlijke afspraken stokt. Wanneer (gezamenlijk) wordt geconstateerd dat de voortgang stokt, stellen we gezamenlijk vast wat de achterliggende oorzaken daarvan zijn. Op basis daarvan worden de benodigde en gewenste acties in gang gezet. Hierbij kan ondersteuning worden ingeschakeld van de landelijke versnellingstafel, verstedelijkingstafel, tafels van andere ministeries of via onder andere de taskforce nieuwbouw woningcorporaties of expertteams. Uitgangspunt is dus: ''los het op, of schaal het op''. Hierbij kunnen bestuurlijke of in het uiterste geval juridische interventies nodig zijn. Bestuurlijk overleg blijft het uitgangspunt. Via de woondeals kunnen alle partijen die in de keten zijn betrokken bij de woningbouw hun knelpunten agenderen. Dit kan ook via andere tafels zoals de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en de landelijke versnellingstafel.
Woondeal West-Brabant West
Pagina 27 van 34
11. Kritische succesfactoren en ondersteuning
A. Kritische succesfactoren: regionaal en per sleutelproject Kritische succesfactoren: regionaal
Het realiseren van de woningbouwopgave kan alleen als Rijk en provincie helpen bij het oplossen van de kritische succesfactoren voor realisatie van de afgesproken woningen. Denk daarbij aan de beschikbaarheid van geld, ambtelijke capaciteit en wettelijke vereisten voor stikstof en geluid. Maar bij nieuwe woningen moet ook rekening gehouden worden met bijvoorbeeld bereikbaarheid, betaalbaarheid en de energietransitie. Hieronder schetsen we de belangrijkste regionale kritische succesfactoren. 1.
Personele capaciteit
Om plannen voor woningbouwlocaties uit te werken met partijen en door de procedures te leiden, is voldoende ambtelijke capaciteit bij gemeenten nodig. In veel gemeenten is dit kwantitatief en kwalitatief een knelpunt. Met de regeling 'Flexpool Versnelling Woningbouw' ondersteunen Rijk en provincie de gemeenten. Ook kan onderzocht worden of gezamenlijk (extern) projectleider schap van gemeente - woningcorporatie - bouwende partij mogelijk is, om zo efficiënter met menskracht om te gaan. In het verlengde hiervan speelt voor een deel van de woningbouwplannen, dat deze in een procedure door de Raad van State behandeld moeten worden. Door gebrek aan capaciteit bij' de Raad van State loopt de proceduretijd op en is er risico op woningbouwvertraging. Gemeenten zetten vervolgens hun beperkte ambtelijke capaciteit in op het opstarten van planprocedures van andere woningbouwplannen. Het Rijk heeft voor vier jaar extra budget van 3 miljoen euro beschikbaar gesteld voor uitbreiding van capaciteit bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Knelpunten als gevolg van belemmeringen van de capaciteit en gebrek aan expertise bij mede- overheden en Raad van State worden geagendeerd op de woondealtafels. Desgewenst kan via de regionale versnellingstafels de landelijke versnellingstafel worden ingezet.
Voor het uitvoeren van de afspraken, waaronder de procesorganisatie voor de regionale woondeals, maar bijvoorbeeld ook de intensivering op de monitoring, is extra ambtelij'ke capaciteit nodig. Het Rijk stelt dit najaar een "Specifieke uitkering woondeals" beschikbaar. De regio zal op korte termijn een aanvraag doen om aanspraak te doen op deze uitkering. 2.
Mobiliteit
Verschillende woningbouwplannen in de regio kunnen mogelijk niet gerealiseerd worden vanwege de kosten voor de noodzakelijke mobiliteitsmaatregelen. Investeringen hierin blijven noodzakelijk om goed ontsloten woningen te bouwen. Een aantal gemeenten in de regio ontvangt al een deel van deze benodigde middelen vanuit de versnellingsafspraken die zijn gemaakt in het BO-MIRT 2022. Extra middelen vanuit het Mobiliteitsfonds zijn deze kabinets-periode niet voorzien. Wel kan de regio voorstellen indienen voor de door de WBI beschikbare Rijksmiddelen.
Woondeal West-Brabant West
Pagina 28 van 34
Voor ontwikkeling van locaties langs het spoor is het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor een aandachtspunt. Eventuele verdere intensivering van vervoer kan leiden tot aanvullende maatregelen, vertraging of beperkingen ten aanzien van de verdichtingsopgave door de toename van overlast en risico's. Tegelijk is het vervoer van gevaarlijke stoffen voor deze en omliggende regio's van groot sociaaleconomisch belang en zijn er weinig alternatieven transportwijzen beschikbaar. 3.
Wet en regelgeving
Bij verschillende woningbouwprojecten leidt de Wet Natuurbescherming (2017) tot vertraging. Door een gebrek aan toegankelijkheid, mogelijkheden tot afstemming en lange doorlooptijden bij de omgevingsdiensten. De huidige bezwaar- en beroepsprocedures zorgen voor onnodige vertraging. De tijd tussen het moment dat het bevoegd gezag een besluit heeft genomen of vergunning heeft verleend en het moment dat daadwerkelijk met de bouw van de woningen begonnen kan worden dient verkort te worden om de woningbouwopgave daadwerkelijk te versnellen. De Stichting Woonwagenbeheer kan geen uitbreidingen van woonwagenstandplaatsen meer faciliteren omdat er geen financieringsmogelijkheden zijn voor de woningcorporaties om daarin ondersteunen. De woningcorporaties vragen aan de Autoriteit wonen en het ministerie van BZK een aangepast beleidskader zodat zij de financiering weer mogelijk kunnen maken. 4.
Stikstof
Een goede aanpak van de stikstofproblematiek is sterk randvoorwaardelijk voor de realisatie van woningen. Rechtstreeks ten behoeve van de bouw van woningen maar ook 'indirect' als bijvoorbeeld reeds afgesproken mobiliteitsmaatregelen niet gerealiseerd kunnen worden waardoor de bereikbaarheid van nieuwe woningen slechter wordt. 5.
Energie Beschikbaarheid van energie: ons huidige energiesysteem loopt nu al tegen haar grenzen aan.
Vooralsnog is er voor de woningbouwopgave voldoende aansluitcapaciteit gereserveerd, maar bijvoorbeeld niet voor de benodigde voorzieningen. Dit betekent dus ook dat er geprogrammeerd en geprioriteerd zal moeten worden. De mate waarin we als gezamenlijke overheden en netbeheerders dit gaan aanpakken is zodoende een belangrijke voorwaarde voor te realiseren woningen en daarbij horende voorzieningen. In elke provincie wordt via het zgn. Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK) in kaart gebracht wat de behoefte is aan energie-infrastructuur op regionaal niveau. Zo kan de regionale energieinfrastructuur op een integrale manier worden geprogrammeerd en een prioritering van en plannen voor investeringen in de regionale energie-infrastructuur worden gemaakt. In het voorjaar van 2023 wordt van iedere provincie een PMIEK verwacht. Woondeal West-Brabant West
Pagina 29 van 34
De verantwoordelijkheid voor de uitwerking van de PMIEK ligt bij de provincies. Projecten van nationaal schaalniveau, die uit de PMIEKS kunnen voortvloeien, kunnen worden opgeschaald naar het nationale MIEK. ' Daarnaast kunnen mogelijke belemmeringen in de energie-infrastructuur worden besproken aan de regionale versnellingstafels. Hier komen de gemaakte afspraken in de woondeals bij elkaar en worden mogelijke belemmeringen voor de voortgang besproken.
Op dit moment heeft de woningmarkt te maken met een tekort aan bouwpersoneel, grondstoffen en bouwmaterialen. Daardoor nemen de bouwkosten snel toe. Het aantal verkochte huizen en de huizenprijzen nemen sterk af. Dat is vooral een gevolg van het oplopen van de hypotheekrente. Daardoor kunnen mensen nu minder lenen. Omdat de bouwkosten hoog zijn en de opbrengsten dalen staat de business case van woningbouwprojecten onder druk. Omdat de huizenprijzen in de regio West-Brabant West lager liggen dan in andere regio's staat de bouwproductie en betaalbaarheid hier ook sneller onder druk. Dit kan voor vertraging zorgen. Uiteindelijk zou er wel weer een nieuw evenwicht op de markt moeten kunnen ontstaan. Maar deze marktomstandigheden kunnen wel leiden tot een risico op het niet kunnen realiseren van de bestuurlijke versnellingsafspraken.
Kritische succesfactoren: sleutelprojecten
Voor sleutelprojecten in deze woondeal zijn de belangrijkste kritische succesfactoren en hun effecten geïdentificeerd. Een schematisch overzicht hiervan is weergegeven in tabel 13. We onderscheiden een aantal kritische succesfactoren: a) kennis en capaciteit, b) wet- en regelgeving, c) mobiliteit, d) stikstof en e) programmering en betaalbaarheid en (f) project-specifiek. Bij deze laatste categorie gaat het bijvoorbeeld om inbrengwaarden van gronden of complexe eigendomsposities. Er zijn bij 24 van de 35 sleutelprojecten zijn kritische succesfactoren benoemd. Wanneer de kritische succesfactoren c.q. knelpunten niet worden opgelost zijn er 24 projecten die niet gerealiseerd, aangepast (bijvoorbeeld minder woningen of andere type woningen) of vertraagd worden. Dat gaat om circa 5.000 woningen. De in tabel 13 benoemde kritische succesfactoren worden periodiek besproken in de reguliere woondeal-overleggen (zie Hoofdstuk 10. A), evenals potentiële oplossingsrichtingen. De kritische succesfactoren zijn nog niet voor alle harde en zachten projecten in beeld gebracht. Het komende half jaar maken we dit beeld compleet voor alle woningbouwprojecten in de regio. Dit geldt ook indien nieuwe knelpunten c.q. kritische succesfactoren voor de woningbouw zich opwerpen.
Woondeal West-Brabant West
Pagina 30 van 34
project specifiek
wet- en regelgeving
program m ering betaalbaarheid
stikstof
(personele) capaciteit
mobilieit
Gemeente / locatie
woningbouw capaciteit
Kritische succesfactoren sleutelprojecten
Bergen op Zoom i Schelde Vesting - Nieuwe Vesting
375
2 De Markiezaten - De Meander II
450
V
3 De Markiezaten - De Wal - fase II
130
V
4 De Markiezaten - De Terpen
152
5 Louis Porquinlaan 1
52
V
V
6 Marzairac
85
V
V
V
Halderberge 7 Centrum Hoeven Oost
75
8 Hoeven Zuid
250
9 Bovendonksestraat, Hoeven
65
10 Sportpark Pagnevaart
110
11 Havendijk-Drimmelaarstraat, Oudenbosch
52
V V
Moerdijk 12 Waterwijk, Fijnaart
63
13 Westschans, Klundert
133
14 Willemstad Oost
180
15 Bosselaar Zuid, Zevenbergen
318
16 Zevenbergen Oost
V
V
V
V
V
1.000
V
V
V
17 Dr.Bra be rsstraat/V&D
175
V
18 Groot Mariadal
144
V V
Roosendaal
19 Ta kspui
60
20 Stadsoevers
500
21 Permekeplein
50
22 Josephbuurt
200
V V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Rucphen 23 Hofstede
159
24 Rucphen Noordwest
249
25 Kerkeheidestraat 38 Fase II
39
26 Sint Janstraat (Onder de molen)
50
V
Steenbergen 27 Buiten de Veste, fase 3
130
28 Buiten de Veste, fase 4
80
29 Kaaistraat/Berenstraat/Visserstraat
52
30 Van Heemskerckstraat
58
V V
Woensdrecht 31 METO, Hoogerheide
77
32 Raadhuisstraat 126-130
26
33 Ossendrechtseweg 61
25
34 Semmelweisstraat
28
35 Antwerpsestraat 237, Putte
120
totaal
V
V
V
V
5.712
Tabel 13: Kritische succesfactoren bij sleutelprojecten
Woondeal West-Brabant West
Pagina 31 van 34
B. Ondersteuning bij de woningbouwopgave
Het realiseren van de woningbouwopgave is complex. Kritische succesfactoren dienen opgelost te worden om de realisatie van de woningbouwopgave mogelijk te maken. Hiervoor is naast inzet van woningcorporaties en gemeentes ook ondersteuning vanuit het Rijk en de provincie nodig. Onderstaand wordt (1) aangegeven op welke wijze het Rijk en de provincie op dit moment al ondersteunen in de realisatie van de regionale woningbouwopgave. Daarna wordt aangegeven (2) welke ondersteuning aanvullend nodig is. Hierin wordt de koppeling gemaakt met de eerder genoemde kritische succesfactoren. Ondersteuning provincie en Rijk
De regio wordt op dit moment op onderdelen al ondersteund door de provincie en het Rijk. Deze ondersteuning bestaat uit het verstrekken van expertise, capaciteit en procesgeld. -
Procesgeld: Het Rijk ondersteunt de regio WBW in het uitvoeren van de regionale Woondeal middels procesgeld. Dit bedrag is gebruikt voor de inhuur van capaciteit om gemeenten en provincies te ondersteunen bij het opstellen en uitvoeren van de Woondeals.
-
Procesgeld: Het Rijk heeft via het BO MIRT een bijdragen gegeven aan mobiliteitsmaatregelen voor een aantal locaties in de regio WBW waar woningbouw versneld kan worden. Het betreft Bergen op Zoom, Moerdijk en Roosendaal. Het gaat om C3,9 miljoen voor Spaensche Scharen in Bergen op Zoom, 02,1 miljoen voor Zevenbergen-Oost in Moerdijk en C2,1 miljoen voor Rondje Roosendaal in Roosendaal.
-
Capaciteit en expertise: Vanuit de flexpoolregeling van de provincie zijn aan twee gemeenten in de regio gelden toegekend die daarmee woningbouwplannen kunnen versnellen. Het gaat om de gemeenten Bergen op Zoom en Halderberge.
Aanvullende ondersteuningsvraag aan provincie en Rijk
De regio vraagt aanvullend de volgende ondersteuning aan Rijk en de provincie. -
-
Procesgeld: Voor de vijfde tranche van de WBI (WoningBouwImpuls) zal de gemeente Moerdijk een aanvraag indienen. Het gaat om de locatie Zevenbergen-Oost. Omdat de ondergrens voor een WBI-aanvraag ligt op projecten met 500 woningen zijn er maar weinig projecten in de regio die in aanmerking komen voor de regeling. Het zou daarom wenselijk zijn wanneer de minimale omvang naar beneden wordt bijgesteld naar bijvoorbeeld 50 of 100 woningen. Capaciteit en expertise: Gemeenten zetten zich in om de beschikbare ambtelijke capaciteit en expertise zo efficiënt mogelijk in te zetten. Onder andere door op regionaal niveau experts in te huren waar meerdere gemeenten gebruik van kunnen maken. De regio wil komend jaar een aanvraag doen voor de flexpoolmiddelen. Om hiermee bestaande krachten meer uren laten te laten werken en nieuwe mensen tijdelijk in te huren. De Flexpool versnelling woningbouw deel 2 volgt medio 2023.
Een overzicht van de ondersteuning van het Rijk en de provincie via generieke (financiële) regelingen is opgenomen in bijlage 2. Rijk en provincie informeren gemeenten wanneer er nieuwe regelingen opengesteld worden en dienen als eerste vraagbaak bij eventuele onduidelijkheden.
Woondeal West-Brabant West
Pagina 32 van 34
Ondertekening woondeal West-Brabant West
Onderstaande vertegenwoordigers van de samenwerkende partijen hebben de regionale woondeal West-Brabant West ondertekend:
Gemeente f Bergen op Zoom
Geiľíöůniŕ? Halderberae
Gemeente Bergen op Zoom J.G.P. van Aken
Gemeente Halderberge J.C.M. Wierikx
Gemeente
gemeente
Roosendaal
Moerdijk
Gemeente Moerdijk A.M.J. Dingemans
Gemeente Roosendaal A. van Gestel
gemeente Steenbergen
Gemeente Rucphen M.J.A.J. Lazeroms
Gemeente Steenbergen N. Baali
Gemeente Woensdrecht M.P.M. Schuurbiers Woondeal West-Brabant West
Pagina 33 van 34
Ondertekening woondeal West-Brabant West
ALwel
Woningcorporatie Alwel A.J. van de Ven - de Jong
Woningcorporatie Stadlander M.W.J.F. van der Steen
Thuisvester Actief in wonen
WONINGSTICHTING WOENSDRECHT
Woningcorporatie Thuisvester P.J.L. Hobbelen
Woningstichting Woensdrecht C.M.A.J. Mol
woon*
Kwartier
Woningcorporatie Woonkwartier R.A.J. van den Boom
Provincie Noord-Brabant
Provincie Noord-Brabant H.A.G. Ronnes Woondeal West-Brabant West
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) H.M de Jonge Pagina 34 van 34
Woondeal West-Brabant West
Pagina 35 van 34
Bijlagen Bijlage 1: Bestuurlijke afspraken Rijk - provincie Noord-Brabant Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant (hierna: GS) en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening (hierna: minister voor VRO) bevestigen dat ze gezamenlijk alle inspanningen zullen verrichten ter uitvoering van onderstaande afspraken, gebaseerd op de randvoorwaardelijke provinciale woonopgave (bijlage 1) en bijbehorende tabel (bijlage 2). GS en de minister voor VRO zien deze afspraken als een inspanningsverplichting. 1. Woningbouwopgave: van landelijke naar provinciale opgave
1. We hebben een gezamenlijke opgave. Om het huidige woningtekort aan te pakken, is het noodzakelijk de komende jaren versneld meer woningen bij te bouwen. Deze afspraken zijn een uitwerking van het programma Woningbouw. Met het programma Woningbouw zet de minister voor VRO nationaal in op de bouw van in totaal 900.000 woningen tot en met 2030. Het streven is dat twee derde van deze woningen betaalbaar is. Voor die betaalbaarheidsdoelstelling is nationaal de bouw van 250.000 sociale huurwoningen, 350.000 woningen in het middensegment (midden huur- en koopwoningen onder de 355.000 euro), waarvan 50.000 corporatiewoningen in de middenhuur benodigd. Met de provinciale woonopgave (bijlage 1 en 2) draagt GS bij aan realisatie van de nationale opgave. GS en de minister voor VRO zetten zich gezamenlijk in voor de realisatie van de kwantitatieve en kwalitatieve provinciale woningbouwopgave, zoals opgenomen in bijlage 1 en 2. 2. GS zet zich - in samenwerking met gemeenten, woningbouwcorporaties, de bouwsector en andere relevante partijen op het gebied van wonen - in voor tijdige realisatie van de provinciale woningbouwopgave. De minister voor VRO zet zich in voor de realisatie van de woningbouwopgave door (eventuele) verstrekking van financiële middelen en met wet- en regelgeving die gemeenten, provincies en Rijk hiertoe nodig hebben. Realisatie van de opgave is randvoorwaardelijk c.q.
afhankelijk van de invulling van kritische succesfactoren (zie paragraaf 5). Vanuit de coördinerende rol zet de minister voor VRO zich maximaal in om samen met de verantwoordelijke collega-ministers kritische succesfactoren aan te pakken. 2. Voldoende (harde) plancapaciteit en tijdige vergunningverlening voor realisatie van de provinciale woningbouwopgave
1. Voldoende plancapaciteit is cruciaal voor het bouwen van woningen. De primaire verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de gemeenten. GS zet zich er samen met gemeenten in regionaal verband voor in dat de totaal beschikbare plancapaciteit voldoende is voor de realisatie van de afgesproken kwantitatieve en kwalitatieve provinciale woningbouwopgave. 2. GS zet zich, via afspraken met gemeenten in de regionale woondeals, ervoor in dat er tijdig voldoende harde plancapaciteit beschikbaar is om de woningbouwopgave te kunnen realiseren. Met name voor de periode tot en met 2024 wordt daarbij ingezet op het verder vergroten van de harde plancapaciteit. 3. Om het woningtekort in te lopen, moet landelijk worden toegewerkt naar de bouw van 100.000 woningen per jaar in 2024. Een sterkere focus op realisatie van harde plannen is nodig voor de versnelling van de woningbouw. GS voert daartoe op basis van monitoringsgegevens frequent overleg met gemeenten over tijdige vergunningverlening voor de bouw van woningen en zet in op een hoge jaarlijkse woningbouwproductie om daarmee versnelt het woningtekort in te lopen. Bijlagen woondeal West-Brabant West
Pagina 1 van 9
3. Toewerken naar meer balans in de sociale huur in de woningvoorraad
1. GS draagt bij aan het toewerken naar meer balans in de woningvoorraad in de provincie en een evenwichtige verdeling van de opgave tussen gemeenten binnen de regio. Deze evenwichtige verdeling is gericht op het streven naar 30% sociale huurwoningen in de bestaande woningvoorraad zowel in regionaal verband als per gemeente. Dit streven is opgenomen in het nationale beleidsprogramma 'Een thuis voor iedereen'. 2. GS doet dit door afspraken met gemeenten te maken in de regionale woondeals over voldoende (harde) plancapaciteit voor de bouw van de sociale huurwoningen in regionaal verband en in gemeenten die nu een sociale huurvoorraad hebben die onder de 30% van de totale gemeentelijke woningvoorraad ligt. De minister voor VRO zal in de in de voorbereiding zijnde "Wet versterking regie op de Volkshuisvesting" zorgen voor versterking van het instrumentarium dat hiervoor nodig is voor gemeenten, provincies en Rijk. 4. Doorvertaling van de afspraken in de regionale woondeals
1.
In december 2022- met beperkte uitloop naar januari 2023- vertaalt GS de voorliggende bestuurlijke afspraken in regionale woondeals. GS, de gemeenten en de minister voor VRO maken in de regionale woondeals wederkerige afspraken. De kwalitatieve (betaalbaarheidsdoelstelling) en kwantitatieve woningbouwopgave per regio, die wordt vastgelegd in de regionale woondeals, telt op tot de provinciale woningbouwopgave 3. De minister voor VRO ondertekent, naast de provincie en de gemeenten, alle regionale woondeals. 2. In de regionale woondeals vertaalt GS samen met gemeenten en andere partijen -in regionaal verband- de provinciale woningbouwopgave naar concrete locaties en afspraken over de versnelde uitvoering van de woningbouw. Focus ligt hierbij op de realisatie van bestaande plannen. Ook maken partijen daarbij afspraken die bijdragen aan het toewerken naar meer balans in de sociale huur in de woningvoorraad (zie paragraaf 3). 3. In de regionale woondeals maken partijen in 2022 afspraken over flex- en transformatiewoningen. Ook maken partijen afspraken over bouwen voor aandachtsgroepen (waaronder ouderen), toekomstbestendige bouw, ruimtelijke ordeningsaspecten, de herstructureringsopgave, het aantal verpleegzorgplekken (er is landelijk behoefte aan 50.000 verpleegzorgplekken), studentenhuisvesting, vakantieparken en de doorvertaling van de woon- zorgvisies.
Waar dit in 2022 niet of niet geheel mogelijk is, overleggen provincie en Rijk waarover procesafspraken kunnen worden gemaakt. 4. Onderstaande kritische succesfactoren (zie paragraaf 5) worden bij de uitwerking in de regionale woondeals vertaald naar de regio-specifieke situatie. Partijen maken hierbij afspraken over zowel de Rijksbijdrage als de bijdrage vanuit de provincie. 5. Kritische succesfactoren
1.
De partijen onderkennen dat de woonopgaven complex zijn, met invloed van veel direct en indirect betrokken (bouw)partijen en vele externe factoren (prijsontwikkelingen, beschikbaarheid van locaties, grondstoffen, bouwmaterialen en bouwpersoneel, energie en tijdige beschikbaarheid van energie-infrastructuur, (ambtelijke) capaciteit, investeringscapaciteit van woningcorporaties en ontwikkelaars, knellende wet- en regelgeving, economische ontwikkelingen etc.). Het halen van de afspraken is hiervan afhankelijk. Realisatie van de opgave is randvoorwaardelijk c.q. afhankelijk van de invulling van kritische succesfactoren (zie paragraaf 4 uitwerking randvoorwaardelijke provinciale woonopgaven).
Bijlagen woondeal West-Brabant West
Pagina 2 van 9
6. Samenwerking en sturing: governance
3.
Een intensievere samenwerking, actieve sturing en monitoring van de uitvoering is noodzakelijk voor de realisatie van de voorliggende bestuurlijke afspraken. Het college van GS en de minister voor VRO maken daarom - naast de afspraken over de woningbouwopgave - ook afspraken over een gezamenlijk overleg, over het gezamenlijk volgen van de voortgang via monitoring en rapportage. Ook maken we afspraken over een escalatieladder om bij te sturen als de voortgang stokt.
4.
Eén overheid: Gemeenten, provincies, waterschappen en Rijk zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de versterking van de regie op de woningbouw en het realiseren van de woningbouw-opgave. Alle overheidslagen dragen bij aan de woningbouwopgave vanuit hun specifieke rol in aansluiting op het huis van Thorbecke, en wet- en regelgeving zoals de Woningwet, de Huisvestingswet, de Wet Ruimtelijke Ordening en de Omgevingswet. In aansluiting daarop herbevestigen we het volgende: »
Het College van B&W is als eerste bestuursorgaan verantwoordelijk voor de zorg voor de fysieke leefomgeving. In aansluiting daarop zetten de gemeenten zich in voor voldoende bouwlocaties in ruimtelijke plannen voor de realisatie van de woningbouwafspraken uit de regionale woondeals. Met inzet van de wettelijke instrumenten zorgen gemeenten voor de benodigde (harde) plancapaciteit in de verschillende prijssegmenten (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) en voor verlening van omgevingsvergunningen.
»
Het Dagelijks Bestuur van het waterschap is verantwoordelijk voor een doelmatig waterbeheer. In het Omgevingsplan houdt de gemeenteraad rekening met het waterbelang met het oog op behoud van waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast, droogte en overstromingen om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locatie, onder meer woningbouwlocaties.
»
De Provinciale Omgevingsvisie, omgevingsverordening en programma vormen het bovenliggende beleidskader en bevat de regels en voorwaarden voor de regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's. Vanuit deze wettelijke bevoegdheid is het college van Gedeputeerde Staten van de provincie verantwoordelijk voor de gebiedsgerichte coördinatie van de (ruimtelijke) doorvertaling van de provinciale woningbouwopgave in regionaal verband met de gemeenten. Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie stuurt actief op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogrammering, waarbij het kwalitatieve in deze afspraken voor nu vooral de betaalbaarheid betreft. Doel is het toewerken naar meer balans in de woningvoorraad, met een streven naar 30% sociale huurwoningen in de bestaande voorraad op provinciaal niveau, regionaal niveau en lokaal niveau. Provincies bevorderen door actieve sturing deze evenwichtige verdeling tussen en in de woondealregio's. Eventueel extra noodzakelijk juridisch instrumentarium zal onderdeel uitmaken van de wet regie volkshuisvesting.
Bijlagen woondeal West-Brabant West
Pagina 3 van 9
*
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is verantwoordelijk voor de
realisatie van de nationale opgave en stelselverantwoordelijk voor de versterking van het wettelijk instrumentarium voor de medeoverheden om de woningbouwopgave te realiseren en voor ondersteuning van de uitvoering via inzet van (financiële) middelen. De minister stuurt actief op de realisatie van de nationale opgave door intensief en periodiek overleg met medeoverheden en monitoring van de woningbouw. Daarnaast coördineert de minister de opgaven die samenhangen met de woningbouw met de medeoverheden en andere departementen. Zo nodig hakt de minister voor VRO samen met collegabewindspersonen knopen door. 5.
Het college van GS en de minister voor VRO werken samen vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid en zetten gezamenlijk en gecoördineerd hun instrumenten en middelen in om de overeengekomen opgave te realiseren.
A. Monitoring en intensivering overleg over realisatie van de woningbouwopgave
6.
De voortgang ten aanzien van de wederkerige bestuurlijke afspraken wordt gemonitord met de interbestuurlijke landelijke monitor voortgang woningbouw. Daarover is bestuurlijk afgesproken dat het doel van de monitor is enerzijds het voorzien van de (semi)overheden in informatie over plancapaciteit (woningbouwplannen), de voortgang van de woningbouw en opgeleverde (gerealiseerde) woningen. Anderzijds draagt de monitor bij aan inzicht in eventuele knelpunten en in informatie in verband met voor de woningbouw noodzakelijke opgaven ten einde deze te kunnen oplossen. Voor de monitoring is het relevant dat er overeenstemming is over de te gebruiken definities en dat (eenduidige en betrouwbare) data beschikbaar zijn voor relevante indicatoren (onder andere gerealiseerde sociale woningen). Het Ministerie BZK zet zich hiervoor in, in afstemming met provincies en gemeenten.
7. Om gezamenlijk zicht te houden op de voortgang van de uitvoering van de voorliggende bestuurlijke afspraken vindt er regulier overleg plaats tussen vertegenwoordigers van het Ministerie van BZK en de provincie. 8.
De frequentie van het regulier overleg over de voortgang van de woningbouw op ambtelijk niveau tussen accounthouders vanuit het Ministerie van BZK en provincie wordt nader bepaald in overleg met provincie en gemeenten. Bij een aantal woondealregio's met een zeer complexe opgave geldt dat er een regulier overleg op ambtelijk niveau is tussen het Ministerie van BZK, de provincie en afgevaardigden vanuit de woondealregio. Een overleg tussen de directeur Woningbouw en directeuren en/of opgavemanagers van provincie vindt vier keer per jaar plaats. Afgevaardigden uit de woondealregio's waar het Ministerie van BZK op ambtelijk niveau aan tafel zit, sluiten aan bij dit provinciale overleg. Er vindt twee keer per jaar een bestuurlijk overleg plaats tussen de minister voor VRO en een afvaardiging van het college van GS.
Bijlagen woondeal West-Brabant West
Pagina 4 van 9
9.
De afspraken worden jaarlijks herijkt. Daarbij worden de nieuwste prognose van de woningbouwbehoefte tot en met 2030 betrokken. Deze wordt eveneens jaarlijks bijgewerkt. De richtinggevende doelstelling voor de woningbouwproductie per jaar tot en met 2030 wordt bijgewerkt op basis van deze prognose, de gerealiseerde bouwproductie en ontwikkeling van de woningvoorraad. In 2023 wordt de herijking gepland na het beschikbaar komen van de volgende prognose van de woningbouwbehoefte en het provinciaal ruimtelijk arrangement, waarbij in de herijking ook randvoorwaarden zoals water en bodem, stikstof, geluid aan bod kunnen komen.
10. Vanuit de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en tafels als de landelijke versnellingstafel agenderen partijen waar nodig eventuele knelpunten in ambtelijke en directeuren en bestuurlijke overleggen.
B. Inzet escalatieladder
9.
Doel is door monitoring en intensief en kort-cyclisch ambtelijk en bestuurlijk overleg goed zicht te krijgen en te houden op de uitvoering. Hierdoor signaleren we vroegtijdig wanneer de voortgang van de woningbouw en de uitvoering van de bestuurlijke afspraken stokt. Wanneer (gezamenlijk) wordt geconstateerd dat de voortgang stokt, stellen we gezamenlijk vast wat de achterliggende oorzaken daarvan zijn (fact finding). Op basis daarvan worden de benodigde en gewenste acties in gang gezet. Hierbij kan ondersteuning worden ingeschakeld van de landelijke versnellingstafel, verstedelijkingstafel, tafels van andere ministeries of via onder andere de taskforce nieuwbouw woningcorporaties of expertteams. Hierbij kunnen bestuurlijke of in het uiterste geval juridische interventies nodig zijn. Bestuurlijk overleg blijft het uitgangspunt. Juridische interventie vindt plaats door de naastgelegen overheid in aansluiting bij het huis van Thorbecke.
10. Via de woondeals kunnen alle partijen die in de keten zijn betrokken bij de woningbouw - zoals marktpartijen, corporaties, zorgkantoren - hun knelpunten agenderen. Dit kan ook via andere tafels zoals de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en de landelijke versnellingstafel.
Handtekeningen
namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant
De heer H.A.G. Ronnes Gedeputeerde Wonen, Werken en Leefomgeving De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
De heer H.M. De Jonge
Bijlagen woondeal West-Brabant West
Pagina 5 van 9
Bijlage 2: Generieke ondersteuning woningbouw Het Rijk ondersteunt door:
»
Het verstrekken van financiële middelen via diverse regelingen en subsidies waar de regio aanspraak op kan maken. Het gaat hierbij om middelen die generiek beschikbaar zijn, ook andere regio's kunnen hier aanspraak op maken. Het Rijk informeert via de woondealtafel over nieuwe regelingen en subsidiemogelijkheden. Ook dient het Rijk als vraagbaak bij eventuele onduidelijkheden omtrent de aanvraag van financiële middelen.
»
Procesgeld gekoppeld aan de woondeals: -
»
Woningbouwimpuls Regeling flexpools Regeling huisvesting aandachtsgroepen Volkshuisvestingsfonds Transformatie faciliteit Tijdelijke huisvesting Mogelijke ondersteuning verpleegzorgplekken
Het verstrekken van kennis en expertise wanneer projecten vastlopen. Het kan hierbij zowel gaan om concrete- als generieke vragen. -
Inzet expertteams (Expertteam Woningbouw) Taskforce Nieuwbouw Woningcorporaties Taskforce versnelling tijdelijke huisvesting Landelijke versnellingstafels
»
Wet- en regelgeving voor de realisatie van de woningbouwopgave. Voor versterking van dit instrumentarium wordt het wetsvoorstel versterken regie op de volkshuisvesting voorbereid.
»
BZK coördineert de opgave die samenhangen met woningbouw en fungeert als eerste aanspreekpunt richting andere departementen. De Minister voor VRO zet zich maximaal in om samen met de verantwoordelijke collega-ministers kritische succesfactoren als stikstof, geluid en de aansluiting op nutsvoorzieningen aan te pakken.
De provincie ondersteunt door:
»
Het verstrekken van financiële middelen via diverse regelingen en subsidies waar de regio aanspraak op kan maken. Het gaat hierbij om middelen die generiek beschikbaar zijn, ook andere regio's kunnen hier aanspraak op maken. De provincie informeert via de woondealtafel over nieuwe regelingen en subsidiemogelijkheden.
»
Procesgeld woondeals -
»
Flexpool versnelling woningbouw deel 1A en 1B Flexpool versnelling woningbouw deel 2 (medio 2023) Ondersteuning bij transformatieopgaven in B5 en M7 Brabantse Vloot Flexwoningen Financiële ondersteuning opstellen en uitvoering regionale woondeals
Het verstrekken van kennis, informatie en expertise. Structurele monitoring woningbouw plannen en realisatie. Periodiek uitvoeren van bevolkings- en woningbehoefteprognoses. Ondersteunen regionaal overleg en afstemming. Ondersteuningsverklaringen bij aanvragen Woningbouwimpuls.
Bijlagen woondeal West-Brabant West
Pagina 6 van 9
Bijlage 3.
Regionale woningbouwprincipes
De regio West-Brabant West hanteert de volgende richtinggevende principes op het gebied van bouwen en wonen in de regio: A.
Focus bestaande woningvoorraad
1.
De regionale woonopgave ligt voornamelijk in de verbetering en verduurzaming van de kwaliteiten van de bestaande woningvoorraad; Verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad betreft naast energiezuinig of -neutraal bouwen of verbouwen ook levensloopbestendig (ver)bouwen;
2.
B.
Focus bestaande woonomgeving
3.
Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik wordt primair ingezet op bestaand stedelijk gebied en de kansen voor transformatie en herbestemming; Uitgangspunt is geen nieuwe uitleglocaties meer, maar eerst inzetten op bestaand stedelijk gebied; Nieuwe uitleglocaties worden regionaal afgewogen; Vanuit duurzame verstedelijking wordt uitbreiding gekoppeld aan de sloop van leegstaand vastgoed of bijdrage aan transformatie opgaven; Binnen bestaand stedelijk gebied liggen ook opgaven op gebied van leefbaarheid, energietransitie en klimaatadaptatie;
4. 5. 6. 7.
C.
Vraaggericht bouwen
8.
Nieuwbouw staat zoveelmogelijk in hetteken van een strategischetoevoeging aan de bestaande woonvoorraad, ter bevordering van doorstroming; Een toenemende differentiatie van de vraag vraagt om ruimte voor nieuwe woonvormen, waaronder tijdelijke en flexibele woonconcepten, zelfbouw en CPO, geclusterde woningen en combinaties van wonen, werken en zorg; Gezamenlijke voorwaardenformuleren t.a.v.nieuwe woningbouwinitiatieven enprojecten, w.o. verduurzaming en levensloopbestendigheid;
9.
10.
D.
Reële woningbehoefte
11.
De actuele provinciale behoefteprognose vormt de basis voor de gemeentelijke woningbouwprogrammering; Gemeentelijke woningbouwprogramma's gaan uit van een reële woningbehoefte en zetten in op flexibiliteit om in te kunnen spelen op veranderingen en nieuwe kansen.
12.
Bijlagen woondeal West-Brabant West
Pagina 7 van 9
Bijlage 4. Monitoring en bespreking voortgang »
De voortgang ten aanzien van de wederkerige bestuurlijke afspraken wordt gemonitord met de interbestuurlijke landelijke monitor voortgang woningbouw. Daarover is bestuurlijk afgesproken dat het doel van de monitor is enerzijds het voorzien van de (semi)overheden in informatie over plancapaciteit (woningbouwplannen), de voortgang van de woningbouw en opgeleverde (gerealiseerde) woningen. Anderzijds draagt de monitor bij aan inzicht in eventuele knelpunten en in informatie in verband met voor de woningbouw noodzakelijke opgaven ten einde deze te kunnen oplossen. Voor de monitoring is het relevant dat er overeenstemming is over de te gebruiken definities en dat (eenduidige en betrouwbare) data beschikbaar zijn voor relevante indicatoren (onder andere gerealiseerde sociale woningen). Het Ministerie BZK zet zich hiervoor in, in afstemming met provincies en gemeenten.
»
Om gezamenlijk zicht te houden op de voortgang van de uitvoering van de voorliggende bestuurlijke afspraken vindt er regulier overleg plaats tussen vertegenwoordigers van het Ministerie van BZK en de provincie.
»
De frequentie van het regulier overleg over de voortgang van de woningbouw op ambtelijk niveau tussen accounthouders vanuit het Ministerie van BZK en provincie wordt nader bepaald in overleg met provincie en gemeenten. Bij een aantal woondealregio's met een zeer complexe opgave geldt dat er een regulier overleg op ambtelijk niveau is tussen het Ministerie van BZK, de provincie en afgevaardigden vanuit de woondealregio. Een overleg tussen de directeur Woningbouw en directeuren en/of opgavemanagers van provincie vindt vier keer per jaar plaats. Afgevaardigden uit de woondealregio's waar het Ministerie van BZK op ambtelijk niveau aan tafel zit, sluiten aan bij dit provinciale overleg. Er vindt twee keer per jaar een bestuurlijk overleg plaats tussen de minister voor VRO en een afvaardiging van het college van GS.
»
De afspraken worden jaarlijks herijkt. Daarbij worden de nieuwste prognose van de woningbouwbehoefte tot en met 2030 betrokken. Deze wordt eveneens jaarlijks bijgewerkt. De richtinggevende doelstelling voor de woningbouwproductie per jaar tot en met 2030 wordt bijgewerkt op basis van deze prognose, de gerealiseerde bouwproductie en ontwikkeling van de woningvoorraad. In 2023 wordt de herijking gepland na het beschikbaar komen van de volgende prognose van de woningbouwbehoefte en het provinciaal ruimtelijk arrangement, waarbij in de herijking ook randvoorwaarden zoals water en bodem, stikstof, geluid aan bod kunnen komen. Daarnaast wordt in 2023 eenmalig een tussenbalans opgemaakt ten aanzien van het provinciale aandeel in de nationale opgave na het afsloten van de woondeals. Waar nodig wordt deze tussenbalans bestuurlijk besproken.
»
Vanuit de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en tafels als de landelijke versnellingstafel agenderen partijen waar nodig eventuele knelpunten in ambtelijke en directeuren en bestuurlijke overleggen.
Bijlagen woondeal West-Brabant West
Pagina 8 van 9
Bijlage 5.
Specifieke afspraken per gemeente7corporatie(s)
Gemeente Bergen op Zoom en Stadlander
Geen nadere afspraken. Gemeente Halderberge en Woonkwartier
Geen nadere afspraken. Gemeente Moerdijk en Woonkwartier
Geen nadere afspraken. Gemeente Roosendaal en Alwel
Gemeente Roosendaal heeft de ambitie om in de periode tot 2030 de stad uit te breiden met 5600 woningen waarvan 1680 sociale huurwoningen en 900 flexwoningen. Alwel ziet de mogelijkheid om tot 2030 ruim 1200 woningen in de sociale huur te bouwen, een deel daarvan kan een flexwoning zijn. Zij zien flexwoningen niet als doel op zich, maar als een middel om de bouwopgave te versnellen. Daarnaast voegt Alwel 100 sociale koopwoningen en 120 middeldure huurwoningen toe aan de Roosendaalse voorraad. In 2023, en ieder jaar erop volgend, wordt met de uitkomsten van het nieuwe woningmarktonderzoek opnieuw gekeken naar de opgave die er voor Roosendaal ligt op het gebied van sociale huur, middeldure huur en sociale koop. Alwel zal op basis daarvan ook haar portefeuillestrategie herijken. Gemeente Rucphen en Thuisvester
Thuisvester heeft de ambitie om van de totale nieuwbouw toevoeging in gemeente Rucphen in de periode 2022-2030 minimaal 30% sociaal te realiseren. Daarnaast zijn we bereid om 10% middenhuur en 10% sociale koop te realiseren. In onze portefeuillestrategie staan voor de periode 2022-2030 250 sociale huurwoningen opgenomen en 50 midden huur. Inclusief een groot projecten met tijdelijke woningen (flexwonen) staan nu ruim 200 sociale huur woningen in de plannen. Het is zaak om de komende periode de zachte plannen om te zetten in harde plannen. Gemeente Steenbergen, Stadlander en Woonkwartier
Geen nadere afspraken. Gemeente Woensdrecht, Woningstichting Woensdrecht en Stadlander
Gezien het beperkte aandeel sociale huurwoningen in de gemeente Woensdrecht en de verwachte vraagontwikkeling naar sociale huur en koop, wordt het niet realistisch geacht te streven naar 30% sociale huur van de totale woningvoorraad in de gemeente Woensdrecht. Wel wordt richting 2030 gestreefd naar een netto groei van het huidige aandeel sociale huurwoningen door in de totale nieuwbouwplanning ten minste 30% sociale huurwoningen op te nemen.
Bijlagen woondeal West-Brabant West
Pagina 9 van 9