CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorwaarden schoolgebouw Dinteloord 250318.pdf

Besluitvormende Vergadering 17 april 2025, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 10.: Krediet nieuwbouw basisschool Dinteloord.1.573 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BD2300574

Voorwaarden school Dinteloord - Duurzaamheid 1. Inleiding Gemeente Steenbergen heeft het voornemen om een tweelaagse school te realiseren op de locatie van de voormalige ijsbaan in Dinteloord (coördinaten: 51.630601, 4.369808). Dit advies beschrijft de stedenbouwkundige, verkeers-, ecologische en landschappelijke randvoorwaarden waaraan het gebouw en de omgeving moeten voldoen om het stedenbouwkundig goed in de omgeving te laten passen en de natuurwaarden te behouden en te versterken. Het uitgangspunt is een natuurinclusieve ontwikkeling die biodiversiteit stimuleert, klimaatadaptatie bevordert en voldoet aan hoge energie- en warmte-eisen, zoals een energiezuinig ontwerp, duurzame opwekking en efficiënt warmtebeheer. Deze normen en aanbevelingen volgen uit de ambities die de gemeente stelt in het duurzaamheidsbeleid DuurSAMEN. 2. Waterschap Brabantse Delta 2.1 Water en bodem sturend: school verhoogd aanleggen De schaatsbaan ligt laag. Een schoolgebouw wil je niet op een laaggelegen, kwetsbare plek aanleggen, want dat is een groot risico op wateroverlast. Zeker ook gezien de water-op-straat-problematiek in deze ‘hoek’ van Dinteloord. Dus minimaal de footprint en de vitale infra (wandelpad en (deel van) het schoolplein zal je moeten ophogen om geen wateroverlast te krijgen. Het is geen eis, maar is echt een belangrijk uitgangspunt om problemen te voorkomen.

hoogtekaart AHN: lage ligging schaatsbaan

2.2 Eisen waterschapsverordening: waterberging voor verhard oppervlak Vanuit de waterschapsverordening van het waterschap geldt een compensatieverplichting bij het versneld afvoeren van water (lees: het aanleggen van verharding >500m2). Daarbij geldt een eis van 60mm. Dit afstromende water van dak en verharding (parkeerplaats) bergen in een bergingsvoorziening. Deze bergingsvoorziening mag gedoseerd lozen op de Molenkreek (2l/s/ha). Een deel kan je het regenwater ook gebruiken voor beregeningswater van het groene dak en tuin.

3. Stedenbouwkundig Het plangebied

Het plangebied ligt aan de rand van het dorp Dinteloord, naast een zwem/tennislocatie en aan de rand van de woninguitbreiding die in de jaren 60 en 70 grootschalig plaatsvond. Een onderwijslocatie op deze plek in combinatie met sport past bij het spelen en bewegen in het groen. Het aanwezige landschap en het water zijn belangrijke aspecten voor het plangebied. Deze factoren maken het plangebied uniek en bijzonder. Het plangebied neemt de vorm aan van het landschap en de kromming van het water. Het is belangrijk dat het groen in de directe omgeving behouden en versterkt wordt. De woningen zijn naar het plangebied georiënteerd. Er zal dus voldoende afstand tussen het gebouw en de woningen gehouden worden voor minimale overlast en ruimtegebruik. Een rond ontwerp zorgt voor een alzijdig aanblik voor bestaande woningen en eventuele ontwikkelingen aan de andere zijde. Het geeft daarnaast een open karakter. Voor het schoolgebouw wordt gedacht aan een gebouw van 2 lagen. Richting het zuiden of in het midden kan eventueel een accent komen. Uitbreidingsmogelijkheden liggen aan de voor- en achterzijde, gezien het groen dat niet gekapt mag worden. Randvoorwaarden: •

Gebouw bestaand uit 2 bouwlagen, eventueel met een accent indien gewenst.

•

Groen zo veel mogelijk behouden en versterken.

•

Speelterrein aan de zuidzijde.

•

Parkeren aan de oostzijde, omdat dit de drukte uit het straatbeeld haalt. Eventueel voor ontwikkelingen aan de zuidoostzijde kan vanuit daar een oversteek gemaakt worden. Wellicht een oversteek voor een fietspad.

•

Kiss & ride als optie aan de voorzijde/ of in combinatie met parkeren.

•

Ruimte voor fietsenstalling aan de voorzijde.

•

Bouwen binnen de maximale contouren van de bomen.

•

Gebruik van natuurlijke materialen en kleuren, geschikt voor kleine kinderen. Maar ook geschikt voor de toekomst en functiewijziging van het gebouw.

2

4.

Verkeer – parkeren . De normen voor het aantal parkeerplaatsen voor een kinderdagverblijf is op basis van 3 m2 bvo; parkeercijfer 1,4 x 3 = 4,2 parkeerplaatsen dus afgerond 4 pp. De norm voor het aantal parkeerplaatsen voor 2 basisscholen met per school 8 lokalen is 0,8 per lokaal dus 0,8 x 16 = 12,8 dus 13 pp. Totale parkeervraag voor deze functie komt op 17 parkeerplaatsen waarvan 2 parkeerplaatsen voorzien moeten zijn van een elektrisch laadpunt (13%). Deze cijfers zijn exclusief de kiss en ride functie bij de school. Er kan geen cijfer voor de verkeersgeneratie voor de basisschoolfuncties worden gegeven. Deze zorgen gedurende 2 momenten per dag een piek maar hier is geen cijfer aan te koppelen vanuit de CROW richtlijnen. De verkeersgeneratie voor deze functie is vastgesteld op 36 motorvoertuigen per 100 m2 bvo: 36 x 1,15 = 41,4 mvt/etm.

5.

Biodiversiteit en klimaat

5.1 Bescherming van bestaande natuurwaarden • Flora- en faunaonderzoek: Een ecologisch onderzoek conform de Wet natuurbescherming – die onder de Omgevingswet valt – is noodzakelijk om de aanwezigheid van beschermde soorten (zoals vleermuizen, vogels en amfibieën) vast te stellen en te beoordelen of overtredingen van verbodsbepalingen te verwachten zijn. Dit onderzoek moet worden uitgevoerd in het juiste seizoen en door een erkend onafhankelijk ecologisch adviesbureau. Daarnaast moet het onderzoek ter toetsing worden aangeboden aan het bevoegd gezag. Voor soorten die vallen onder het Soortenmanagementplan kan bij uitvoer gebruik worden gemaakt van een gebiedsbrede omgevingsvergunning, waardoor individuele ontheffingen mogelijk niet nodig zijn. •

Mitigatie- en compensatiemaatregelen: Wanneer beschermde soorten worden aangetroffen of aanwezige natuurwaarden worden verstoord of aangetast, moeten passende maatregelen worden genomen, zoals het plaatsen van alternatieve verblijfplaatsen of het faseren van de werkzaamheden om verstoring te minimaliseren.

•

Ecologische verbindingszone: Aan de zuidkant van de school ligt een opgave voor een ecologische verbindingszone. Om verstoring te verminderen, wordt een strook van 10 meter breed (vanaf insteek watergang) ingericht met bijvoorbeeld struweel onder de bestaande bomenrij. Deze 10 meter brede strook maakt geen formeel deel uit van de EVZ, maar functioneert als een ecologische buffer tegen verstoring. De bestaande bomenrij moet behouden blijven, omdat deze essen tieel is voor verschillende fauna, met name vleermuizen.

5.2 Biodiversiteit en natuurinclusief bouwen • Groene daken en gevels: Het integreren van begroeiing op daken en gevels draagt bij aan biodiversiteit, isolatie en waterberging. Voor de school wordt een combinatie van een groendak en zonnepanelen aanbevolen. Het groendak, moet bestaan uit een

3

mix van sedum en kruidenvegetatie. Op de plek waar geen zonnepanelen liggen, moet de focus liggen op kruidenvegetatie. De zonnepanelen worden bij

voorkeur op verhoogde frames boven het groendak geplaatst, zodat er voldoende zonlicht blijft voor de vegetatie en tegelijkertijd duurzame energie wordt opgewekt. •

Nest- en schuilgelegenheid: o Vogels: Nestinbouwkasten voor gierzwaluwen en mussen moeten op een hoogte van minimaal 4 meter worden geplaatst aan de noord- of oostzijde van het gebouw, om oververhitting te voorkomen. o

Vleermuizen: Vleermuiskasten moeten op minimaal 4 meter hoogte aan de zuidof westzijde van het gebouw worden geïntegreerd, bij voorkeur in de gevel (dus geen opbouw). Zorg voor minimaal 3 meter vliegruimte voor en onder de kast.

•

Groene erfafscheidingen: Kies hagen met ecologische waarden en houtwallen boven harde afscheidingen zoals schuttingen, zodat fauna zich vrij kan verplaatsen en fauna het kan gebruiken als schuilplek. Denk aan meidoorn en sleedoorn. Dit moeten bloeiende, besdragende en doorndragende struiken zijn (inheems). De erfafscheiding kan ook bestaan uit een insectenhotel met educatieve waarde. Zie afbeelding.

5.3 Waterbeheer en bodemkwaliteit Belangrijke notitie, stem verder de wateropgave in detail af met de rioolbeheerders van de gemeente Steenbergen, en het waterschap Brabantse Delta. Doe beroep op de beschikbare kennis. • Waterinfiltratie: De verharding van de buitenruimte moet tot een minimum beperkt worden. Gebruik waterdoorlatende materialen om wateroverlast te voorkomen. • Regenwateropvang: Verken de aanleg van wadi’s afhankelijk van de grondsoort.

•

Stem de waterbergingsnormen en koppeling naar opgaven in het omliggende gebied af met het waterschap. Buffer regenwater op het dak en opslag in de grond. De opslag in de grond is voor het sproeien van het groene dak en de beplanting van het schoolplein. Bodemkwaliteit: Het behoud van een gezonde bodemstructuur is essentieel om biodiversiteit en waterberging te waarborgen. Vermijd zware machines waar mogelijk en intensieve grondbewerking om onnodige bodemverdichting te voorkomen.

5.4 Klimaatadaptatie • Bij de bouw van de school mogen er geen bestaande, gezonde bomen weggehaald worden. • Er wordt geen procentuele norm aangehouden voor het groene dak: Waar er geen onderhoudspad of zonnepanelen liggen, ligt er een speciaal groen dak. Het groene dak heeft ook een vertragende/bergende functie voor water. Er wordt gekozen voor beplanting die bijdraagt aan de lokale biodiversiteit. • Op een school zijn logischerwijs kinderen aanwezig, deze tellen als kwetsbare doelgroep voor hittestress. Zorg ervoor dat het schoolplein voor minimaal 60% uit groen/onverhard oppervlak bestaat. Zorg bij de inrichting hiervan dat er alleen inheemse soorten worden gebruikt met een breed aspect aan biodiversiteit. Dit

4

•

beperkt hittestress zoveel mogelijk. Om hittestress verder te beperken moet er zoveel mogelijk schaduw op de gevels worden geworpen.

5.5 Licht en geluid • Lichtvervuiling: Gebruik vleermuisvriendelijke verlichting, zoals amberkleurige of warmwitte lampen met lage intensiteit, en minimaliseer nachtelijke verlichting om verstoring te voorkomen. •

Geluidsimpact: Houd rekening met de akoestische effecten van speelplaatsen en verkeersbewegingen op omliggende natuurwaarden.

6. Conclusie en aanbevelingen Om de natuurinclusieve en energie-efficiënte kwaliteit van de nieuwbouw te waarborgen, wordt geadviseerd om: • Een tijdig flora- en faunaonderzoek uit te voeren, laten toetsen en de resultaten mee te nemen in de planvorming. • Rekening te houden met de toekomstige Ecologische Verbindingszone door een strook van 10 meter vrij te houden. • Groene daken, gevels en erfafscheidingen toe te passen om biodiversiteit te bevorderen en bij te dragen aan warmte-isolatie. • Regenwaterbeheer integraal onderdeel te maken van het ontwerp, inclusief buffering op het dak en gebruik van regenwater voor sproeien dak en beplanting schoolplein. • Licht- en geluidsvervuiling te minimaliseren. • Nestkasten voor vogels en vleermuizen strategisch te plaatsen volgens ecologische richtlijnen. • Minimaal 60% onverhard/groen oppervlak op het eventuele schoolplein te behouden. • Geen gezonde bomen verwijderen die er momenteel staan.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1761/documents/21026