Toelichting verordening WMO 2018 BB2001892.pdf
Tekst van het document
Sub f: een rolstoelvoorziening
Om de hoogte van een pgb vast te kunnen stellen, dient er in het budgetplan ten minste 1 offerte opgenomen te worden, welke moet voldoen aan het door het college opgestelde programma van eisen. Het college vergelijkt deze offerte met de offerte van een rolstoelvoorziening dat de cliënt zou hebben ontvangen indien de rolstoelvoorziening in natura zou zijn verstrekt. De goedkoopste offerte komt in aanmerking komt voor vergoeding. Onder reële termijn van afschrijving wordt een periode van zeven jaar verstaan. Indien een hulpmiddel na een periode van zeven jaar nog niet technisch is afgeschreven wordt geen nieuw pgb verstrekt ten behoeve van de aanschaf van een nieuwe rolstoelvoorziening. Als reparatie en/of aanpassing van het hulpmiddel noodzakelijk en/of voldoende is om het de rolstoelvoorziening geschikt te houden/ maken voor een cliënt, verstrekt het college slechts die kosten die noodzakelijk zijn om de rolstoelvoorziening geschikt te houden/ maken. Het college kan de offerte en/of factuur laten beoordelen door een ter zake doende deskundige.
Sub g: een sportvoorziening
Om de hoogte van een pgb vast te kunnen stellen, dient er in het budgetplan ten minste 1 offerte opgenomen te worden. welke dienen te voldoen aan het door het college opgestelde programma van eisen. Het college vergelijkt deze offerte met de offerte van de sportvoorziening die de cliënt zou hebben ontvangen indien de sportvoorziening in natura zou zijn verstrekt. De goedkoopste offerte komt in aanmerking voor vergoeding. Onder reële termijn wordt een periode van vijf jaar verstaan. Indien een sportvoorziening na een periode van vijf jaar nog niet technisch is afgeschreven wordt geen nieuw pgb verstrekt ten behoeve van de aanschaf van een nieuwe sportvoorziening. Als reparatie en/of aanpassing van de sportvoorziening noodzakelijk en/of voldoende is om de sportvoorziening geschikt te houden/ maken voor een cliënt, verstrekt het college slechts die kosten die noodzakelijk zijn om de sportvoorziening geschikt te houden/ maken. Het college kan de offerte en/of factuur laten beoordelen door een ter zake doende deskundige.
Sub h: een vervoersvoorziening in de vorm van (rolstoel)taxivervoer
Voor het vaststellen van de hoogte van het pgb wordt uitgegaan van het tarief dat de gemeente kwijt zou zijn aan (rolstoel)vervoer middels de deeltaxi (op basis van gegevens van de RWB).
Sub i: een alternatieve vervoersvoorziening
Voor het vaststellen van het pgb wordt uitgegaan van een kilometervergoeding van 0,40 cent, welke is gebaseerd op onderzoek van het NIBUD naar de gemiddelde kosten van autogebruik.
Sub j: een vervoersvoorziening in de vorm van een autoaanpassing
Om de hoogte van een pgb vast te kunnen stellen, dienen er in het budgetplan ten minste 2 offertes opgenomen te worden, welke moeten voldoen aan het door het college opgestelde programma van eisen. De goedkoopste offerte komt in aanmerking komt voor vergoeding.
17
Het college kan de offerte en/of factuur laten beoordelen door een ter zake doende deskundige.
Sub k: een woonvoorziening in de vorm van aard- en nagelvaste voorziening
Om de hoogte van een pgb vast te kunnen stellen, dienen er in het budgetplan ten minste 3 offertes opgenomen te worden, welke moeten voldoen aan het door het college opgestelde programma van eisen. De goedkoopste offerte komt in aanmerking komt voor vergoeding. Het college kan de offerte en/of factuur laten beoordelen door een ter zake doende deskundige.
Sub l: een woonvoorziening in de vorm van een los hulpmiddel
Om de hoogte van een pgb vast te kunnen stellen, dienen er in het budgetplan ten minste 1 offerte opgenomen te worden, welke moet voldoen aan het door het college opgestelde programma van eisen. Het college vergelijkt deze offerte met de offerte van de woonvoorziening die de cliënt zou hebben ontvangen indien de woonvoorziening in natura zou zijn verstrekt. De goedkoopste offerte komt in aanmerking komt voor vergoeding. Het college kan de offerte en/of factuur laten beoordelen door een ter zake doende deskundige.
Sub m: een woonvoorziening in de vorm van het bezoekvaar maken van een woning
De hoogte van het pgb is gelimiteerd tot het bezoekbaar maken van die ruimtes die noodzakelijk zijn om te kunnen bezoeken.
Sub n: behoeft geen verdere toelichting. Lid 6
Sub a:
M.b.t. huishoudelijke ondersteuning en begeleiding: iemand uit het sociaal netwerk kan zowel een professionele- als niet professionele zorgverlener zijn.
Sub b en c:
Behoeft geen toelichting.
Sub d:
Iemand die bijvoorbeeld zelf een indicatie heeft voor huishoudelijke ondersteuning, mag niet middels een pgb bekostigd worden om elders huishoudelijke ondersteuning te verlenen. Lid 7
Sub a:
Om de cliënt te beschermen is het noodzakelijk dat de vertegenwoordiger/belangenbehartiger voldoet aan de criteria zoals gesteld in artikel 12, lid 3.
Sub b:
Een pgb is bedoeld om zorg te bekostigen en niet om een tussenpersoon te bekostigen. Lid 8
Sub a: Programma van Eisen
Voor een aantal maatwerkvoorzieningen is door het college een programma van eisen opgesteld. Het pgb dient conform dit programma van eisen te worden besteed. Indien er geen programma van eisen van toepassing is, dient het pgb besteed ter worden aan een maatwerkvoorziening waarmee het gestelde resultaat wordt behaald..
Sub b: Eigen bijdrage
Behoeft geen verdere toelichting.
Sub c: Verantwoording pgb
De nadere uitwerking van de verantwoording van het pgb is omschreven in het “Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning Steenbergen 2019”.
Sub d: Verklaring omtrent gedrag
Net als een professionele zorgverlener dient een niet-professionele zorgverlener over een verklaring omtrent gedrag te beschikken.
18
Sub e: Ondersteuning
Indien het pgb ingezet wordt ten behoeve van huishoudelijke ondersteuning, begeleiding en beschermd wonen dient er een zorgovereenkomst (van de SVB) tussen cliënt en zorgverlener ingevuld en ondertekend te worden.
Sub f: Aanvullende regels
Indien het pgb ingezet wordt voor de aanschaf van een voorziening kunnen voorwaarden opgenomen worden ten aanzien van een aansprakelijkheidsverzekering, dan wel onderhoudscontract.
Sub g: Kortdurend verblijf
Ten aanzien van de inzet van een pgb ten behoeve van kortdurend verblijf (respijtzorg) is het een vereiste dat gebruik gemaakt wordt van de inzet van een professionele zorgaanbieder. De ondersteuning is bedoeld om de mantelzorger in de dagelijkse situatie te ontlasten. De cliënt verblijft voor een korte periode elders, waardoor professionele zorg gewaarborgd dient te zijn. Artikel 13. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen (in natura en middels pgb) Artikel 2.1.4a, van de wet bied de mogelijkheid om de cliënt een bijdrage in de kosten te laten betalen voor het gebruik van een maatwerkvoorziening en een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning. Lid 1 Met dit artikel stelt de raad vast om van de mogelijkheid gebruik te maken de cliënt een eigen bijdrage in de kosten te laten betalen voor het gebruik van een maatwerkvoorziening, zoals bepaald in de artikelen 2.1.4a en artikel 2.1,5 van de wet. Lid 2 Omdat cliënten voor de maatwerkvoorzieningen pgb (rolstoel)taxi en alternatieve vervoersvoorziening zelf al bijdragen in de kosten van het vervoer, wordt er geen eigen bijdrage opgelegd. Lid 3 Omdat cliënten voor de maatwerkvoorziening (rolstoel)taxivervoer in natura (Deeltaxi) zelf al bijdrage in de kosten van het vervoer, wordt er geen eigen bijdrage opgelegd. Het instap- en kilometertarief worden in regionaal verband vastgesteld.
Lid 4 De bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen is gelimiteerd tot een bedrag gelijk aan de kostprijs van de voorziening, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij er geen of een lagere bijdrage is verschuldigd (artikel 2.1.4a, vijfde lid van de wet). Lid 5
Sub a:
De kostprijs van een maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding of na overleg met aan aanbieder of leverancier. Dit is de kostprijs op basis waarvan het CAK de eigen bijdrage berekent.
Sub b:
De kostprijs van het persoonsgebonden budget op basis waarvan het CAK de eigen bijdrage berekent is gelijk aan de hoogte van het verstrekte pgb.
Lid 6 Gemeenten stellen de kostprijs van een maatwerkvoorziening vast op basis waarvan de eigen bijdrage wordt berekend. Het CAK berekent de eigen bijdrage, stelt deze vast en int de eigen bijdrage.
19
De maximale eigen bijdrage met betrekking tot zowel in natura als pgb (uitgezonderd beschermd wonen) wordt per maand vastgesteld en geheven gedurende de gehele looptijd van de indicatie. Lid 7 Artikel 2.1.5, lid 1, van de wet bepaalt dat indien er een maatwerkvoorziening ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt wordt verstrekt er een bijdrage in de kosten gevraagd kan worden aan de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. Artikel 14. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning Lid 1 In dit lid zijn een aantal kwaliteitseisen uitgewerkt waar voorzieningen en ondersteuning aan moeten voldoen. De eisen hebben ook betrekking op de deskundigheid van het in te schakelen personeel. Lid 2 Het college neemt in de overeenkomsten die worden gesloten met de aanbieders en leveranciers op, aan welke verdere eisen zij moeten voldoen ten aanzien van de kwaliteit van voorzieningen en ondersteuning, daaronder begrepen de eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten. Lid 3 Tijdens onder andere de periodieke overleggen met de aanbieders en leveranciers worden de kwaliteitseisen van de geleverde ondersteuning en voorzieningen besproken en geëvalueerd.
Daarnaast komt de kwaliteit van de geleverde ondersteuning en voorzieningen terug als onderdeel van het jaarlijks uit te voeren cliëntervaringsonderzoek en wordt ook via klantmonitoring de kwaliteit van de ondersteuning en voorzieningen in de gaten gehouden. Artikel 15. Meldingsregeling calamiteiten en geweld Conform artikel 6.1 van de wet treft het college een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening en wijst toezichthoudende ambtenaren aan. Artikel 16. Klachtregeling De gemeente is op grond van de Awb in het algemeen verplicht tot een behoorlijke behandeling van mondelinge en schriftelijke klachten over gedragingen van personen en bestuursorganen die onder haar verantwoordelijkheid werkzaam zijn. Lid 1 In het eerste lid is een bepaling opgenomen over het gemeentelijke klachtrecht. Deze bepaling is niet verplicht op grond van deze wet en is hier opgenomen in het belang om in de verordening een compleet overzicht van rechten en plichten van cliënten te geven. Gelet op het van toepassing zijnde hoofdstuk 9 van de Awb, waarin een uitvoerige regeling omtrent klachtbehandeling is gegeven, en ook het recht is neergelegd om na de afhandeling van de klacht de bevoegde ombudsman te verzoeken een onderzoek in te stellen, kan in deze verordening met de eenvoudige bepaling van het eerste lid worden volstaan.
Er wordt aangesloten bij de klachtenregeling die gemeentebreed wordt gehanteerd. Lid 2 In het tweede lid is een bepaling over klachten ten aanzien van aanbieders opgenomen. Een dergelijke bepaling is verplicht op grond van artikel 2.1.3, tweede lid, onder e, van de wet, waarin is bepaald dat in de verordening in ieder geval wordt bepaald ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor de afhandeling van klachten van cliënten is vereist. De aanbieder is ten aanzien van de in de verordening genoemde voorzieningen verplicht een klachtregeling op te stellen (artikel 3.2, eerste lid, onder a, van de wet). In de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3, blz. 57-58) staat dat cliënten in beginsel moeten kunnen klagen over alles wat hen niet
20
aanstaat in de manier waarop zij zich bejegend voelen. Is de cliënt niet tevreden over een gedraging van de aanbieder, dan kan het ook gaan om bijvoorbeeld de kwaliteit van de geleverde maatschappelijke ondersteuning (in verband met de deskundigheid van de medewerker of een bepaalde houding of uitlating, gebrekkige communicatie of (on)bereikbaarheid van de aanbieder). Het ligt voor de hand dat cliënten die zich benadeeld voelen zo veel mogelijk deze klacht eerst bij de betreffende aanbieder deponeren. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat de aanbieder de klacht snel in behandeling neemt en de klacht ook snel afhandelt. Daar waar de afhandeling niet naar wens is, staat de weg naar de gemeente voor het indienen van de klacht open. Lid 3 Door middel van periodieke overleggen met de aanbieders kan het college toezien op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van en klachtafhandeling door de aanbieders. Artikel 17. Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning In dit artikel gaat het om medezeggenschap van cliënten tegenover de aanbieder. Voorheen moest de aanbieder voldoen aan de in de Wet klachtrecht cliënten en de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) gestelde regels. Onder de Wmcz werd inspraak tegenover de aanbieder reeds verwezenlijkt via de cliëntenraad.
Lid 1 In dit lid wordt bepaald dat de aanbieders ten aanzien van de in de verordening genoemde ondersteuning verplicht worden een medezeggenschapsregeling op en vast te stellen (artikel 3.2, eerste lid, onder b, van de wet). Lid 2 Tijdens de periodieke overleggen met de aanbieders wordt de medezeggenschap van cliënten besproken en geëvalueerd om te zorgen dat de verplichting tot medezeggenschap door aanbieders goed wordt uitgevoerd. Artikel 18. Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden Het college laat de uitvoering van de wet op een aantal onderdelen door aanbieders en leveranciers verrichten. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs en de levering van een voorziening of ondersteuning en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit zijn in dit artikel conform de Algemene Maatregel van Bestuur reële kostprijs thuisondersteuning die op 1 juni 2017 van kracht is geworden een aantal voorwaarden opgenomen op basis waarvan het college de kostprijs bepaalt. Artikel 19.
Voorkoming en bestrijding van ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen (in natura en middels een pgb) en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo Deze bepaling betreft een uitwerking van de verordeningsplicht in artikel 2.1.3, vierde lid, van de wet, waarin is bepaald dat in de verordening in ieder geval regels worden gesteld voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. Lid 1 Het eerste lid bevat een herhaling van hetgeen al in de tekst van de wet is opgenomen (artikel 2.3.8, 2.3.10 en 2.4.1). Met opname van deze wettekst in de verordening wordt beoogd een compleet beeld te geven van de regels voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. Lid 2 Het tweede lid bevat een herhaling van hetgeen al in de tekst van de wet is opgenomen (artikel 2.3.8, 2.3.10 en 2.4.1). Met opname van deze wettekst in de verordening wordt beoogd een compleet beeld te geven van de regels voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet.
21
Lid 3 Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening is aangewezen; de maatwerkvoorziening niet meer toereikend is te achten; de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening verbonden voorwaarden; de cliënt de maatwerkvoorziening niet of voor een ander doel gebruikt, of de cliënt niet langer zijn/haar hoofdverblijf heeft in de gemeente Steenbergen. Daarnaast kan de beslissing door het college worden herzien indien niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening of de wet. Lid 4 Er wordt vanuit gegaan dat wanneer de cliënt een maatwerkwerkvoorziening verstrekt krijgt, hij is aangewezen op deze voorziening ten behoeve van zijn zelfredzaamheid en/of participatie.
Als de maatwerkvoorziening in pgb niet binnen de hierboven vermelde termijnen wordt ingezet, kan men zich afvragen of er voor de cliënt een noodzaak aanwezig is om de beperkingen en belemmeringen met betrekking tot de zelfredzaamheid en/of participatie te verminderen of op te heffen (dit kan overigens diverse binnen de cliënt gelegen oorzaken hebben en wil niet perse zeggen dat het onderzoek onjuist of onvolledig is geweest). Indien na controle blijkt dat de voorziening niet (meer) nodig is, zal het besluit worden ingetrokken en het pgb worden teruggevorderd Lid 5 Het vijfde lid bevat een herhaling van hetgeen al in de tekst van de wet is opgenomen (artikel 2.3.8, 2.3.10 en 2.4.1). Met opname van deze wettekst in de verordening wordt beoogd een compleet beeld te geven van de regels voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, zal het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening.
Dit heeft betrekking op voorzieningen die in bruikleen of in eigendom zijn verstrekt en heeft betrekking op ondersteuning die is verleend. Het gaat hierbij zowel om voorzieningen/ondersteuning in natura als om voorzieningen/ondersteuning in pgb. In artikel 2.4.1 tot en met 2.4.4 van de wet zijn regels voor het verhaal van kosten opgenomen en is de bevoegdheid aan het college gegeven tot het (in geldswaarde) terugvorderen van een ten onrechte verstrekte voorziening in bruikleen of in eigendom en geleverde diensten (ondersteuning) in natura en/of pgb. Hierbij is tevens bepaald dat het college het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel kan invorderen. Uit de memorie van toelichting op artikel 2.4.1 (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3, blz. 157) wordt duidelijk dat daarnaast de mogelijkheid blijft bestaan om voorzieningen in bruikleen of in eigendom terug te vorderen; ‘omdat het niet in alle gevallen mogelijk is een al genoten voorziening in bruikleen of in eigendom terug te vorderen, kan het college de waarde van de genoten voorziening in bruikleen of in eigendom uitdrukken in een bedrag dat voor terugvordering in aanmerking komt.’
Sub a:
Bij intrekking van het recht op een voorziening wordt de voorziening terstond stopgezet en worden de door het college gemaakte kosten met betrekking tot de inzet van voorziening op de cliënt teruggevorderd. De terugvordering heeft betrekking op de kosten die gemaakt zijn vanaf het moment van het intrekken van de voorziening (volledig intrekken van het primaire besluit, dus vanaf de besluitdatum van het primaire besluit) tot aan het moment dat de voorziening daadwerkelijk is stopgezet.
Sub b:
22
Bij intrekking van het recht op ondersteuning in pgb wordt de ondersteuning terstond stopgezet. Daarnaast worden door het college de kosten die zijn gemaakt met betrekking tot de inzet van ondersteuning op de cliënt teruggevorderd. De terugvordering heeft betrekking op de kosten die gemaakt zijn vanaf het moment van het intrekken van de ondersteuning (volledig intrekken van het primaire besluit, dus vanaf de besluitdatum van het primaire besluit) tot aan het moment dat de ondersteuning daadwerkelijk is stopgezet. Intrekken van het recht op ondersteuning en volledige terugvordering kan bijvoorbeeld voorkomen wanneer de ondersteuning op basis van juiste en volledige gegevens niet zou zijn ingezet.
Sub c:
Bij intrekking van het recht op een verstrekte voorziening wordt de voorziening teruggevorderd. Artikel 19a. Opschorting betaling uit het pgb Op basis van artikel 2.3.10 van de wet kan het college de Sociale Verzekeringsbak verzoeken tot een geheel of gedeeltelijke opschorting van het pgb voor ten hoogste dertien weken. Artikel 20. Jaarlijkse waardering mantelzorgers Het college moet zorg dragen voor een jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers van cliënten in de gemeente. Het is aan het college om hier invulling aan te geven. Artikel 2.1.6 van de wet stelt dat het moet gaan om mantelzorgers van cliënten in de gemeente. Mantelzorgers wonen niet altijd in dezelfde gemeente als degene voor wie ze zorgen. De gemeente waar de cliënt woont aan wie de mantelzorger hulp biedt, is verantwoordelijk voor de ondersteuning van de mantelzorger. Ingeval een mantelzorger hulp verleent aan een persoon die op grond van de Wlz zorg ontvangt, is het uitgangspunt dat de ondersteuning van deze mantelzorger op basis van de Wlz plaatsvindt, zodat in het aldaar af te spreken arrangement ook de mantelzorger betrokken wordt en aandacht krijgt. Artikel 21. Betrekken van inwoners bij het beleid Het college betrekt inwoners van de gemeente bij de voorbereiding van het beleid maatschappelijke ondersteuning overeenkomstig artikel 2.1.3 van de wet.
De nadere uitwerking wordt vastgelegd in de Verordening Adviesraad Sociaal Domein gemeente Steenbergen. Artikel 22. Hardheidsclausule Dit artikel bepaalt dat het college in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt kan afwijken van de bepalingen in deze verordening en dus niet van de in de wet genoemde bepalingen. Zo nodig wordt hierbij advies ingewonnen van de in artikel 6 genoemde aangewezen (medische) deskundige(n). Het gebruik maken van de hardheidsclausule moet beschouwd worden als een uitzondering en niet als een regel. Het college moet in verband met precedentwerking dan ook duidelijk aangeven waarom in een bepaalde situatie van de verordening wordt afgeweken. Artikel 23. Intrekking oude verordening en overgangsrecht Behoeft geen verdere toelichting. Artikel 24. Inwerkingtreding en citeertitel Behoeft geen verdere toelichting.
23