CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting - uitbreiding de Schapenput 2338798.pdf

Besluitvormende Vergadering 25 januari 2024, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 09.: Bestemmingsplan uitbreiding De Schapenput.15.522 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTE STEENBERGEN TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN UITBREIDING DE SCHAPENPUT

[Geef tekst op]

www.gemeente-steenbergen.nl

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Plangebied

7

1.3

Planologische regeling

8

1.4

Leeswijzer

10

Projectbeschrijving

11

2.1

Huidige situatie

11

2.2

Beoogde situatie

14

Hoofdstuk 3

Beleidskader

19

3.1

Rijksbeleid

19

3.2

Provinciaal beleid

22

3.3

Regionaal beleid

27

3.4

Gemeentelijk beleid

29

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

31

4.1

Milieueffectrapportage

31

4.2

Verkeer en parkeren

31

4.3

Bodemkwaliteit

32

4.4

Water

33

4.5

Bedrijven en milieuzonering

36

4.6

Wegverkeerslawaai

38

4.7

Luchtkwaliteit

39

4.8

Archeologie

41

4.9

Cultuurhistorie

42

4.10

Ecologie

44

4.11

Landschap

48

4.12

Kabels en leidingen

50

4.13

Externe veiligheid

50

Hoofdstuk 2

3/94

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

53

5.1

Algemeen

53

5.2

Toelichting op de bestemmingen

53

Uitvoerbaarheid

55

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

55

6.2

Economische uitvoerbaarheid

55

Hoofdstuk 6

Bijlagen bij toelichting

4/94

Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek Heensedijk 57A

Bijlage 2

AERIUS berekening aanlegfase

Bijlage 3

Memo stikstofberekening

Bijlage 4

Verkennend ecologisch onderzoek Uitbreiding Jachthaven de Schapenput

Bijlage 5

NNN-effectanalyse

Bijlage 6

Vervolgonderzoek marterachtigen

Bijlage 7

Vervolgonderzoek vleermuizen

Bijlage 8

Groenplan Jachthaven de Schapenput

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In De Heen ligt aan de Steenbergsche Vliet Jachthaven De Schapenput. Dit is een moderne jachthaven met goede voorzieningen, die een belangrijke positie vervult in het aanbod van verblijfsrecreatie in de gemeente Steenbergen. De jachthaven heeft op de Steenbergsche Vliet twee ecovlotten liggen. Om het aanbod van verblijfsrecreatie te verbreden en te verbeteren wil de Schapenput deze twee vlotten vervangen en in plaats daarvan op enige afstand van de oever 12 recreatieve units plaatsen, in de vorm van glampingtenten. Ter plaatse geldt voor het plangebied het bestemmingsplan 'Buitengebied Steenbergen - 1e herziening', dat op 28 juni 2018 is vastgesteld door de gemeenteraad. Het perceel waar de glampingtenten gepland zijn heeft in het geldende bestemmingsplan de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden'. De realisatie van 12 glampingtenten past niet binnen de regeling van het geldende bestemmingsplan. De gemeente Steenbergen wil graag meewerken aan het initiatief, daarom is het voorliggend bestemmingsplan opgesteld wat hierin voorziet.

1.2

Plangebied

Het plangebied betreft een perceel langs de Steenbergsche Vliet ten oosten van Jachthaven de Schapenput. Het plangebied betreft een perceel met de bestemming Agrarisch met waarden - Natuur en Landschapswaarden, Agrarische bestemming, dat momenteel in gebruik is door de jachthaven. Het perceel bestaat uit een dijk met daarop een wandelpad (Ommetje de Heen), een bosstrook en de calamiteitenweg voor de jachthaven. Langs de waterkant bevind zich een rietoever. Het perceel is weergegeven in figuur 1.1, met kadastraal nummer 558. De grenzen van het plangebied worden gevormd door de Steenbergsche Vliet ten noorden, agrarische gronden ten oosten en ten zuiden en Jachthaven de Schapenput ten westen.

7/94

Figuur 1.1 - Situering plangebied (luchtfoto, 2018)

1.3

Planologische regeling

Het plangebied is momenteel juridisch-planologisch geregeld in het bestemmingsplan 'Buitengebied Steenbergen, 1e herziening' vastgesteld op 28 juni 2018. In dit bestemmingsplan is het plangebied bestemd als 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden'. Verder heeft het gebied de gebiedsaanduidingen; 'buitendijks', 'groenblauwe mantel' en 'reserveringsgebied waterberging'

8/94

Een fragment van het geldende bestemmingsplan is weergegeven in figuur 1.2

Figuur 1.2 - Geldende bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijke plannen.nl) Het perceel is bestemd als 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden'. De hiervoor aangewezen gronden zijn bestemd voor a. agrarische bodemexploitatie; b. het behoud en herstel van de aanwezige landschapswaarden in de vorm van het behoud en herstel van de open agrarische zeekleigronden; c. het behoud, herstel en/of realisatie van boomdijken, landschapselementen, alsmede de groenzones bij agrarische bedrijven; d. het behoud, herstel, bescherming en/of ontwikkeling van natuurwaarden; e. het behoud, herstel, bescherming en/of ontwikkeling van het Natuur Netwerk Brabant; f. het behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de Groenblauwe mantel; g. het behoud en bescherming van bestaande ecologische verbindingszones; h. extensief dagrecreatief medegebruik; i. agrarisch educatief medegebruik; j. kwaliteitsverbetering van het landschap indien dit samenhangt met een ruimtelijke ontwikkeling, waarvoor op grond van dit plan medewerking is verleend en waarvoor de kwaliteitsverbetering van het landschap als voorwaarde is gesteld; k. een (sier)tuin; l. kwaliteitsverbetering van het landschap;

9/94

met de daarbij behorende: m. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; n. water, waterkeringen en waterhuishoudkundige voorzieningen; o. (toegangs)wegen, paden en parkeervoorzieningen; p. teeltondersteunende voorzieningen. De realisatie van 12 glampingtenten past niet binnen deze bestemming, omdat hierbij sprake is van intensieve recreatie.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het initiatief nader beschreven. Daarbij komt de huidige situatie aan bod en wordt vervolgens ingegaan op de toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 schetst het relevante beleidskader voor het plan. Daarbij wordt ingegaan op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten behandeld, waaraan de nieuwe ontwikkeling wordt getoetst. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische aspecten van het plan. In hoofdstuk 6 worden de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht.

10/94

Hoofdstuk 2 2.1

Projectbeschrijving

Huidige situatie

Plangebied Het plangebied is gelegen ten oosten van Jachthaven de Schapenput (figuur 2.1) en is tevens onderdeel van de jachthaven. Jachthaven de Schapenput is gelegen aan de Steenbergsche Vliet en biedt ruimte aan 300 ligplaatsen en beslaat circa 5,5 ha. Het aangrenzend perceel langs de Steenbergsche Vliet is circa 40 meter breed en 300 meter lang en heeft een oppervlakte van 11.682 m2. Dit perceel bestaat uit een dijk met daarop een wandelpad (Ommetje de Heen), een bosstrook en de calamiteitenweg voor de jachthaven. Langs de waterkant bevind zich een grasstrook en rietoever. Langs de zuidkant ligt een pad van gebroken puin (figuur 2.2). Aan het noordwestelijk deel van de oever liggen twee ecovlotten. Dit zijn accommodaties voor nachtverblijf die op het water van de Vliet liggen. De grenzen van het plangebied worden gevormd door de Steenbergsche Vliet ten noorden, agrarische gronden ten oosten en ten zuiden en Jachthaven de Schapenput ten westen. Een overzicht van het plangebied is weergegeven in figuur 2.1.

Figuur 2.1 - Bovenaanzicht plangebied (kadasterkaart, 2020)

11/94

In figuur 2.2, 2.3 en 2.4 zijn enkele foto's van het plangebied weergegeven.

Figuur 2.2 - Pad van gebroken puin langs de zuidkant van het plangebied (De Neve, 2021)

Figuur 2.3 - Hoogteverschil van de dijk ten opzichte van het water (De Neve, 2021)

12/94

Figuur 2.4 - Looppad 'Ommetje de Heen' (De Neve, 2021) Ruimtelijke en functionele kwaliteit Zoals in het vorige hoofdstuk beschreven is het plangebied gelegen langs de Steenbergsche Vliet. De inrichting van het plangebied heeft dan ook grote invloed op de ruimtelijke kwaliteit langs dit water. De Steenbergsche Vliet staat momenteel bekend om de natuurontwikkeling en watersport / recreatie. De functionele kwaliteit van het plangebied is momenteel voornamelijk gericht op natuur en recreatie. Hoewel het plangebied een agrarische bestemming heeft wordt het niet voor agrarische doeleinden gebruikt. Het perceel bevat boom- en struikgewassen. Verder bevat het perceel een wandelpad, waardoor het tevens recreatief gebruikt wordt. Omgeving Langs de oever van het plangebied liggen op dit moment twee Ecovlotten. Deze Ecovlotten bieden recreanten mogelijkheden om te verblijven in de rust en natuur van de Steenbergsche Vliet. Voor toilet en wassen kunnen de recreanten gebruik maken van de voorzieningen in de jachthaven. De vraag naar deze vorm van recreatie is groot; de Ecovlotten zijn het grootste deel van het seizoen volledig volgeboekt.

13/94

Realiseren van meer Ecovlotten wordt planologisch onwenselijk geacht, gezien de ligging in het Natuur Netwerk Brabant (voorheen ecologische hoofdstructuur of EHS). Daarom zijn in het voorliggende plan de mogelijkheden verkend om in de bosstrook, en dus buiten de EHS, verblijfsrecreatie te realiseren, in de vorm van recreatieve accommodaties. Dit plan voorziet in (maximaal) 12 accommodaties die gefaseerd worden gerealiseerd. Iets verder naar het westen, tussen jachthaven De Schapenput en jachthaven Benedensas liggen aan de oever van de Steenbergsche Vliet zeven kampeervlotten. Deze vlotten zijn al meer dan twintig jaar aanwezig en recent is een omgevingsvergunning verleend voor een uitbreiding van het aantal. Buiten de jachthavens zijn de oevers niet direct toegankelijk voor watersporters (met uitzondering van een aantal aanlegplaatsen voor kanovaarders). Wel is in het vaarwater van de Steenbergsche Vliet een aantal remmingwerken aanwezig waar watersporters kunnen afmeren en overnachten. Het hele buitendijkse gebied van de Steenbergsche Vliet is aangewezen als stiltegebied. Dit draagt bij aan de waarde van de locatie voor natuur, recreatie en natuurbeleving.

2.2

Beoogde situatie

De initiatiefnemer wil ter plaatse van het plangebied 12 recreatieve units realiseren in de vorm van glampingtenten. Hierin worden de voorzieningen van een recreatie unit zoals toilet, badkamer en een keukentje, gecombineerd met het buitengevoel dat een tent geeft. Er wordt voldoende ruimte gehouden tussen de tenten om de rust te bewaren en de plaatsing in het bos zorgt voor een goede inpassing in het landschap. De calamiteitenweg aan de zuidkant wordt iets smaller gemaakt en het bos breder. Langs die weg komen twee aan twee parkeerplaatsen (één per unit) onder een carport voorzien van zonnepanelen. Verder wordt per unit nog één parkeerplaats op het huidige terrein van de jachthaven gerealiseerd/gereserveerd. Accommodaties De accommodaties komen in de bosstrook te staan, waardoor ze grotendeels verscholen liggen. Aan de voorzijde van de accommodatie staan geen bomen, waardoor de gasten ruim uitzicht over het water en over de polder aan de overzijde van de Vliet. Zeker aangezien de accommodaties op de dijk komen te staan, minimaal 2 meter boven het waterniveau. Het plan voorziet in zes clusters met elk twee recreatieve units. De twee units (in één cluster) staan zo'n zes meter uit elkaar met een dichte natuurlijke afscheiding er tussen. Tussen de clusters zal gemiddeld 25 meter bos blijven staan. Het grootste deel van het bestaande groen blijft zo onaangetast.

In figuur 2.5 is een ontwerptekening van het planvoornemen weergegeven.

14/94

Figuur 2.5 - Ontwerptekening beoogde inrichting (Jachthaven de Schapenput, 2020) De units zijn geschikt voor zes personen en zullen een binnenoppervlak hebben van ongeveer 40 m2, met aan de voorkant een overdekt terras en daarvoor een stuk gras. De vloer en binnenwanden worden waarschijnlijk van hout gemaakt, het dak en de buitenwanden zijn mogelijk van tentdoek. Verder is elke unit voorzien van een badkamer, toilet, zithoek en een keuken met eettafel. In figuur 2.6 is een impressie van de beoogde glampingtenten weergegeven.

Figuur 2.6 - Impressie glampingtent (bron: glamping.nl, 2021)

15/94

Carports Per unit zijn twee parkeerplaatsen beschikbaar. Eén auto kan parkeren onder de carport naast de glampingtent. Een eventuele tweede auto moet op het parkeerterrein van de haven worden gezet. Op dit parkeerterrein is voldoende ruimte beschikbaar hiervoor. Voor elk cluster van twee units wordt een carport gemaakt met een dak dat naar het zuiden toe schuin afloopt, met daarop zonnepanelen. Op deze manier wordt voorkomen dat zowel (verhard) oppervlak nodig is voor zonnepanelen als voor de parkeerplaatsen. De opbrengst van de zonnepanelen is ruimschoots voldoende voor het gebruik van de recreatie units en omdat de zonnepanelen gekoppeld zijn aan het elektriciteitsnet zal er geen elektriciteit verloren gaan. De Jachthaven stimuleert elektrisch rijden door gasten de mogelijkheid te bieden om elektrische auto's gratis op te laden gedurende daguren. Hiervoor wordt er voor iedere parkeerplaats onder de carports een oplaadpunt gemaakt. Dit opladen zal alleen geschieden tijdens de dag uren als de zonnepanelen stroom produceren. Terreininrichting Naast het realiseren van de accommodaties en carports worden ook aanpassingen aan de terreininrichting gedaan. Het doel is om voor zowel een praktische indeling als een goede inpassing in het landschap te zorgen. De recreatieve units worden aan drie kanten omgeven door het bos.

Alleen richting het water is vrij zicht en aan die kant worden de terrassen gemaakt. De tenten zijn laag genoeg om niet boven het bos uit te steken en ze komen wat verder naar achteren te staan, waardoor ze vanaf het water niet van veraf zichtbaar zijn. De landschappelijke uitstraling van de Vliet, voornamelijk rust, ruimte en natuur, blijft daardoor behouden. Een deel van het bos wordt gekapt om plaats te maken voor deze ontwikkeling. Specifiek de oppervlakken waar de tenten en carports komen en de looppaden daartussen. Het te kappen oppervlak bedraagt maximaal 1.000m2, dit komt op maximaal 83m2 per tent. Het gekapte oppervlak wordt echter gecompenseerd door elders nieuw bosplantsoen aan te planten. Hiervoor is een uitgebreid groenplan opgesteld. Naast het aanplanten van nieuw bosplantsoen worden er bomen, bloemrijke bermen, hagen, vaste planten en heesters aangeplant. In paragraaf 4.11 wordt nader ingegaan op het groenplan. De calamiteitenweg aan de zuidkant van het bos is oorspronkelijk aangelegd voor het afvoeren van de grond die vrij kwam bij de aanleg van de tweede fase van de haven (door het gebruik van deze route hoefde er geen bouwverkeer door het dorp te rijden). Die breedte is niet langer noodzakelijk dus deze weg wordt smaller gemaakt en daar komt nieuw bos voor in de plaats.

Een deel van de nieuwe aanplant langs de weg krijgt een plukfunctie, denk hierbij bijvoorbeeld aan fruitbomen en bramenstruiken. De weg is nu nog verhard met puin. Dit wordt aangepast naar een verharding met een natuurlijkere uitstraling, dit pad wordt de nieuwe looproute voor 'Ommetje de Heen'. Dit pad wordt ontsloten via de Jachthaven die weer aansluit op de Heensedijk. Samenhangend met de ontwikkeling in het plangebied zijn dan ook geen ingrepen in de openbare ruimte nodig.

16/94

Ook de grasstrook langs de oever wordt smaller gemaakt. Dit pad wordt echter wel behouden voor gebruik in geval van calamiteiten. Duurzaamheid Bij de realisatie wordt tevens ingezet op duurzaamheid. Voor de aan te schaffen producten wordt gekeken naar de gehele levenscyclus. Vooral soorten hoeveelheid gebruikte materialen bij de productie, levensduur en de herbruikbaarheid na de gebruiksfase hebben daarbij onze aandacht. Wanneer de recreatieve units in gebruik zijn, is energie nodig voor verlichting, warm tapwater en (huishoudelijke) apparatuur. Het stroomverbruik van de recreatie units wordt naar verwachting ruimschoots gedekt door de zonnepanelen op de carports. De units worden aangesloten op het elektriciteitsnet, zodat zowel overdag als 's nachts elektriciteit beschikbaar is. Het overschot aan elektriciteit van de zonnepanelen wordt dan ook terug geleverd op het net. Het warm water wordt voorzien door middel van zonneboilers. Het streven is om het geheel minimaal energieneutraal te houden. Verder wordt het terrein natuurvriendelijk ingericht. Op het grootste deel van het terrein staat bos dat wordt behouden. Voor de nieuw in te planten oppervlakken worden zo veel mogelijk inheemse soorten gebruikt. De rietstrook langs de oever wordt behouden en aan de zuidoostkant van het terrein is een zwaluwwand aanwezig.

Verder worden meerdere vleermuiskasten en insectenhotels gerealiseerd. Ook worden de gasten en bezoekers gewezen op de natuur- en milieuaspecten van het terrein door middel van educatieve borden. Bedrijfsvoering De units zijn een goede aanvulling op de huidige activiteiten van de jachthaven. Op termijn zal de watersportsector naar verwachting behoorlijk veranderen. Hieraan liggen onder meer vergrijzing, de trend om boten te huren in plaats van te kopen en ook de huidige coronacrisis aan ten grondslag. Hoe deze veranderingen er precies uit gaan zien is lastig te zeggen. Om jachthavens toekomstbestendig te maken is een diversificatie van de bedrijfsvoering daarom zeer wenselijk. Deze uitbreiding van de bedrijfsvoering sluit aan op de wens van de jachthaven om een robuustere bedrijfsvoering te creeren.

Geen permanente bewoning De units zijn bedoeld voor de verhuur aan recreanten en permanent verblijf is dan ook niet toegestaan. De accommodaties zullen in de winter ook niet worden verhuurd. Omdat de tenten alleen maar van bijverwarming zullen worden voorzien is verhuur in de winter ook geen optie. Dit seizoensgebonden karakter sluit ook naadloos aan bij het karakter van de jachthaven. Het risico op permanente bewoning wordt uitgesloten doordat Jachthaven de Schapenput de accommodaties in eigendom houdt en geen verkoopconstructie voor ogen heeft.

17/94

18/94

Hoofdstuk 3

3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als we alle wensen naast elkaar leggen, ontstaat het volgende beeld. We willen een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is.

Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.

19/94

Doorwerking plangebied De NOVI richt zich op een dusdanig schaalniveau dat hieruit geen concrete beleidskaders voortkomen voor de betreffende ontwikkeling. De NOVI vormt hierdoor geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Uitbreiding of nieuwe functies zijn niet zonder meer mogelijk, omdat sprake moet zijn van 'zorgvuldig ruimtegebruik'. Ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, moeten daarom worden getoetst aan Artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet de behoefte worden beschreven. Bij stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, moet worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk gerealiseerd kunnen worden. Wel of geen stedelijke ontwikkeling De vraag bij de ladder voor duurzame verstedelijking is of de ruimtelijke ontwikkeling moet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in art. 3.1.6 lid 2 Bro. Uit jurisprudentie blijkt dat gewoonlijk ontwikkelingen groter dan 500 m2 bvo worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. Uit jurisprudentie blijkt echter ook dat kampeermiddelen en chalets niet worden gezien als stedelijke ontwikkeling.

Alleen gebouwde accommodaties worden gezien als stedelijke ontwikkeling (overzichtsuitspraak Raad van State ECLI:NL:RVS:2017:1724, onder 6.2). Wel of niet binnen bestaand stedelijk gebied. In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Uit de definitie volgt dat er sprake moet zijn van een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing. In de Nota van Toelichting wordt opgemerkt dat de kwalificatie bestaand stedelijk gebied afhangt van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. In de jurisprudentie is het begrip nader ingevuld. Gronden waarop een agrarische bestemming rust, en die overeenkomstig die bestemming worden gebruikt, vormen geen onderdeel van bestaand stedelijk gebied. Verblijfsrecreatiegebieden met kampeerplaatsen zijn overigens functies die juist buiten bestaand stedelijk gebied thuis horen. Conclusie Het gaat in dit geval niet om een stedelijke ontwikkeling omdat er geen sprake is van gebouwde recreatievoorzieningen.

De locatie ligt buiten bestaand stedelijk gebied. Ook als geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, moeten nut en noodzaak worden beschreven uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Daarom is hierna de behoefte beschreven. Beschrijving behoefte De jachthaven heeft behoefte aan verbreding en kwaliteitsverbetering van het verblijfsrecreatieve aanbod. Per saldo worden 10 recreatie-eenheden toegevoegd. De twee ecovlotten verdwijnen omdat deze niet gewenst zijn in het natuurgebied. De ontwikkeling bestaat uit 12 'glampingtenten'. Hiermee wordt een specifieke doelgroep bediend.

20/94

Glamping, ofwel glamorous camping, staat voor het comfort van een hotel gecombineerd met de natuurlijke omgeving en de vrijheid van een camping. Tijdens je glampingvakantie verblijf je in een compleet ingerichte luxe tent of een bijzondere accommodatie. Op deze manier kampeer je geheel in stijl, voorzien van alle moderne gemakken. De recreatiemarkt is in ontwikkeling. De recreant vraagt steeds meer luxe en wil dan ook de traditionele kampeermarkt verlaten en zich richten op een recreatiepark. Daarnaast is er ook een steeds grotere groep toeristen die op een duurzame wijze wil recreëren in kleinschaligere accommodatievormen op campings. Het succes van de landschapscamping laat duidelijk zien dat er belangstelling is voor kleinschalige hoogwaardige campings. Hierbij is de ligging aan de Steenbergsche Vliet met verbinding naar het Krammer-Volkerak een belangrijk pluspunt. Daarnaast is de ruime opzet van de kleinschalige camping en de koppeling met het water een aantrekkelijke kwaliteit. Bij het huidige gebruik van landschapscampings is te merken dat er een sterke voorkeur is voor de plaatsen die aan de rand liggen en ruimer opgezet zijn. In de beoogde opzet liggen alle plaatsen aan de rand. Daarnaast is er een (recente) trend van luxe en gemak. Steeds meer recreanten willen een accommodatie huren en vinden het bezit van een tent, stacaravan of chalet niet meer van deze tijd.

Zij willen zich niet binden aan een bepaalde recreatievorm of locatie. Toeristisch verhuur neemt hierdoor toe. Daarnaast ziet de Jachthaven een toename in de hoeveelheid sportvissers. Deze doelgroep is sterk in opkomst en ook voor deze markt is een toenemende vraag naar (luxe) verblijfsrecreatie mogelijkheden. De landschapscamping met glampingtenten richt zich op kampeerders die genieten van contact met de natuur en het water en hier tot rust komen. Dit zijn gezinnen met kinderen en één- of twee-persoonshuishoudens. De activiteiten op de camping zijn gericht op buiten spelen en de natuur ontdekken. De ontwikkeling van de campingplaatsen met grote standplaatsen en voldoende ruimte tussen de plaatsen sluit aan bij de wensen van de huidige doelgroep. Met glampingtenten wordt invulling gegeven aan de vraag naar meer luxe verblijf op de camping. De hierboven beschreven trends en ontwikkelingen blijken ook uit gegevens van ACSI. Kamperen is dé manier om coronaproof en offline één te worden met de natuur. Dit hebben millennials in 2020 ook massaal ontdekt. Deze trend zet zich voort in 2021. Daarnaast blijft de kampeermarkt groeien. Hoewel veel kampeerders Nederland hebben herontdekt zullen ook veel mensen weer naar het buitenland gaan zodra dat kan. Veel mensen willen vooral zelfvoorzienend zijn.

De ontwikkeling sluit aan op de groeiende behoefte aan meer luxe, zelfvoorzienendheid en de behoefte om even offline te zijn in de natuur. 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro is de juridische vertaling van het beleid dat geschetst is in het SVIR. Dit beleidsdocument bevat regels die doorwerken naar lagere overheden. Dit betekent dat de regels uit het Barro ook geïmplementeerd moeten worden in provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen. Evenals de SVIR wordt het Barro gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau.

21/94

Het Barro stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Deze 14 nationale belangen zijn: 1. Rijksvaarwegen; 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur); 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 14. Ruimtereservering parallele Kaagbaan. Doorwerking plangebied In het Barro zijn geen beperkingen opgelegd ter hoogte van het plangebied.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant In de Omgevingsvisie Noord-Brabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het NoordBrabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hieruit zijn vier hoofdopgaven onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: - Werken aan de Brabantse energietransitie - Werken aan een klimaatproof Brabant - Werken aan de slimme netwerkstad - Werken aan een concurrerende, duurzame economie Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. Doorwerking plangebied De beoogde 12 Glampingtenten worden voorzien van zonnepanelen, hierdoor voorzien de accommodaties in hun eigen stroomvoorziening. Daarnaast wordt ingezet op recreatie, dit is een gewenste ontwikkeling in dit gebied. De Omgevingsvisie Noord-Brabant vormt verder geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

22/94

3.2.2 (Interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant Op 11 maart hebben de Provinciale Staten de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld die gelijktijdig met de Omgevingswet inwerking zal treden. Daarnaast is op 15 april 2022 de wijziging Interim omevingsverordening actualisatie april 2022 in werking getreden. In hoofdstuk 3 van de omgevingsverordening zijn zogenoemde instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens zijn een aantal algemene basisprincipes opgenomen. De volgende artikelen zijn van belang voor de beoogde ontwikkeling: Artikel 2.20 Boven, in of onder een Diep grondwaterlichaam is de onconventionele winning van koolwaterstoffen verboden. Artikel 2.39 Zorgplicht Stiltegebied Eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten in een Stiltegebied de na te streven stilte en rust wordt verstoord, is verplicht: a.

dergelijk handelen of nalaten achterwege te laten, behoudens voor zover dat ingevolge deze verordening uitdrukkelijk is toegestaan; b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om de verstoring te beperken; c. indien er een verstoring optreedt, deze zoveel mogelijk te beperken en zo spoedig als mogelijk te beëindigen. Artikel 2.40 Streefwaarde Stiltegebied Binnen een Stiltegebied geldt een streefwaarde van 40 dB(A) LAeq, 24 uur. Artikel 2.41 Grenswaarde milieubelastende activiteit Stiltegebied Als grenswaarde voor een aanvaardbare geluidbelasting vanwege een locatiegebonden milieubelastende activiteit in een Stiltegebied geldt: a. 40 dB(A) LAeq, 24 uur, op 1,5 meter hoogte, op een afstand van 50 meter vanaf de grens van de locatie van de activiteit, als deze 100 meter of meer van de grens van het Stiltegebied ligt; b. 45 dB(A) LAeq, 24 uur, op 1,5 meter hoogte, op een afstand van 50 meter vanaf de grens van de locatie van de activiteit, als deze minder dan 100 meter van de grens van het Stiltegebied ligt. Artikel 3.36 Reservering waterberging Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Reservering waterberging strekt mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied.

23/94

Lid 2 De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een verantwoording over de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft indien dat bestemmingsplan voorziet in een ontwikkeling van functies. Artikel 3.32 Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel: a. strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken; b. stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; c. borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Lid 2 De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Doorwerking plangebied Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving.

Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.

24/94

Lid 4 Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Artikel 3.16 Externe werking Natuur Netwerk Brabant Lid 1 In aanvulling op de Wet natuurbescherming bepaalt een bestemmingsplan dat een ontwikkeling toelaat in Stedelijk Gebied of in Landelijk Gebied, die een aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant, dat de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd, overeenkomstig Artikel 3.22 Compensatie. Lid 2 Op de overdraai van de wieken van een windturbine die buiten het Natuur Netwerk Brabant staat, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. Lid 3 Het eerste lid is niet van toepassing op een aantasting door de verspreiding van stoffen in lucht of water. Uit de IOV is tevens afdeling 3.7 van toepassing. De provincie heeft in deze afdeling maatwerkbepalingen opgenomen voor de nieuwvestiging van functies in het landelijk gebied.

Hierbij is het volgende artikel van belang Artikel 3.71 sub c Artikel 3.71 Bestaande niet-agrarische functie in Landelijk gebied Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bevat regels voor een bestaande niet-agrarische functie die: c. kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding, als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk Gebied. Doorwerking plangebied De ontwikkeling is een uitbreiding van een bestaande niet- agrarische functie in Landelijk gebied, zoals bedoeld in artikel 3.71 sub c van de verordening. Op een dergelijke ontwikkeling zijn verschillende andere bepalingen uit de verordening van toepassing. Hierna is aan de relevante bepalingen getoetst. Allereerst wordt in het planvoornemen geen grondwater onttrokken, waardoor de ontwikkeling niet in strijd is met artikel 2.20.

Wat betreft de ligging binnen het stiltegebied dient rekening gehouden te worden met de streefwaarde van 40 dB (A) zowel tijdens de aanlegwerkzaamheden als bij het in gebruik nemen van de tenten. Tevens dient verstoring voorkomen te worden, dan wel geminimaliseerd te worden.

25/94

Ingevolge artikel 3.36 dient verantwoord te worden hoe er voor wordt gezorgd dat het gebied geschikt blijft voor waterberging. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 4.4. Ook dient door de ligging binnen de groenblauwe mantel de ontwikkeling bij te dragen aan de bescherming en ontwikkeling van ecologische en landschappelijke waarden. Door het herplanten van bomen en geven van een nieuwe functie en invulling van dit gebied wordt hieraan voldaan, met name de landschappelijke waarden krijgen hierdoor een impuls. Ingevolge artikel 3.9 dient een landschappelijke kwaliteitsverbetering te worden gedaan. Volgens het 'Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant' valt de ontwikkeling in categorie 3. Hiervoor geldt dat de landschappelijke kwaliteitsinvestering die gedaan moet worden gelijk moet zijn aan 20% van de waardevermeerdering van de grond waarvan de bestemming wordt gewijzigd. In paragraaf 4.11 wordt nader ingegaan op de waardevermeerdering en vormgeving van de landschappelijke inpassing. Ingevolge artikel 3.71 sub c wordt met het planvoornemen redelijk extensieve recreatie mogelijk gemaakt, wat aansluit bij de omgeving van een Stiltegebied en bij de recreatieve doelstellingen van het gebied.

Doordat de vorm van recreatie relatief extensief is heeft het ook geen invloed op de woon -en leefomgeving, mobiliteit, agrarische ontwikkeling en stedelijke ontwikkeling. Tevens kan een uitbreiding van 12 recreatieve units op een bestemmingsvlak van 3.100 m2 gezien worden als een proportionele uitbreiding van de huidige Jachthaven met een bestemmingsvlak van meer dan 40.000 m2. Ingevolge artikel 3.71 sub c lid 3 kan onderbouwd worden dat uit de landschappelijke inpassing blijkt dat het planvoornemen de omgevingskwaliteit duidelijk versterkt, door het aanplanten van onder andere bomen, bosplantsoen, etc. Ingevolge artikel 3.6 lid 1 zal de beoogde uitbreiding in één aaneengesloten bouwperceel worden voorzien. Ingevolge artikel 3.75 lid 2 wordt in de planregels opgenomen dat het terrein en de recreatieve units bedrijfsmatig worden beheerd. Tot slot willen we benadrukken dat het plan voor de realisatie van 12 glampingtenten past in de ontwikkelrichting die is op te maken uit de gemeentelijke Structuurvisie, Visie Waterpoort en het perspectief Buitengebied waarin de visie op het deelgebied Vlietzone met de planlocatie is opgenomen. In de volgende paragraaf 3.3 en 3.4 wordt hier verder op ingegaan. Het planvoornemen voldoet aan de regels uit de (Interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant.

Bij de omgevingsaspecten in hoofdstuk 4 wordt verder toegelicht hoe aan deze bepalingen wordt voldaan.

26/94

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Ruimtelijke Visie West-Brabant 2030 De Ruimtelijke Visie West-Brabant 2030 is de eerste, overkoepelende ruimtelijke visie voor 19 samenwerkende gemeenten in de regio West-Brabant, waar de gemeente Steenbergen onderdeel van uitmaakt. De visie schetst een toekomstperspectief, ontstaan vanuit de collectief gevoelde noodzaak om als gemeenten op ruimtelijk gebied meer samen te werken. Maar ook om op te trekken met andere belanghebbenden, zoals de betrokken provincies, waterschappen en maatschappelijke organisaties om een verdere, duurzame ontwikkeling van de regio gestalte geven. De Ruimtelijke Visie West-Brabant 2030 gaat over het samen werken aan het waarborgen van kwaliteiten, het oplossen van (toekomstige) knelpunten en het verantwoord benutten van potenties vanuit een actieve houding, die zo kenmerkend is voor de regio. De Ruimtelijke Visie West-Brabant 2030 is een regionaal casco dat een gemeenschappelijk kader bied voor de aanpak van opgaven in de ruimtelijke agenda. Het doet uitspraken over opgaven waar gezamenlijk optreden hetzij noodzakelijk is voor het behoud van regionale kwaliteit dan wel tot aantoonbare meerwaarde leidt. Deze opgaven zijn opgenomen in de visie als er sprake is van een verstrekkende ruimtelijke component. Dit is het geval bij opgaven met een aanzienlijke schaal of invloedsgebied en bij structurele veranderingen op lange termijn.

Focus op dit niveau van abstractie sluit goed aan op de huidige bestuurlijke verhoudingen in de regio en de democratische legitimiteit van de visie. In de visie is in tien stellingen de koers bepaald. Deze tien stellingen zijn hieronder weergegeven: 1. Centraal wat moet, decentraal wat kan; 2. West-Brabant als zelfbewuste regio in een veranderend krachtenveld; 3. Versterken van de regionale identiteit met gebiedsgerichte ontwikkelingsstrategieën; 4. Ruimtelijke ontwikkeling volgt vanuit een visie op duurzaamheid; 5. Water, natuur en landschapsambities zijn de basis voor een goed gefundeerde toekomst; 6. Nieuwe verbindingen en het oplossen van knelpunten voor personen- en goederenvervoer; 7. Economische structuur wordt versterkt door regionale specialisaties; 8. Een aantrekkelijke woonregio door het profiel als tuin van de delta; 9. Spreiding van voorzieningen, betere bereikbaarheid en de leefbaarheid op peil; 10. Toeristisch recreatieve identiteit en meerwaarde van routes en nieuwe ontwikkelingen. In de Ruimtelijke Visie West-Brabant 2030 worden de gezamenlijke wilsuitingen van de samenwerkingspartners in een ruimtelijk casco beschreven. Het casco bouwt voort op de heldere driedeling van West-Brabant met het noordelijk kleigebied, het zuidelijk zandgebied en de stedenrij met geledingszones.

Elk van de gebieden kent unieke condities, die aanleiding zijn voor verschillende criteria bij verdere ontwikkeling, waarbij er expliciet aandacht is voor het borgen van de regionale omgevingskwaliteit. Het streven naar evenwicht in belangen van natuur, samenleving en economie heeft enkele ingrijpende ruimtelijke implicaties.

27/94

In het groen-blauwe casco zijn enkele, elkaar aanvullende gebiedsgerichte strategieën geformuleerd. De watermachine van het noordelijk kleigebied wordt aanzienlijk geïntensiveerd en er wordt een zoetwater strategie voor de noordwestflank van de regio voorgesteld. De natuurlijke kwel ten noorden van de stedenrij wordt aangewend voor de ontwikkeling van natte natuur en recreatief gebied. En er wordt ingezet op behoud en versterking van de bosrijke, stedelijke uitloopgebieden. Voor een goede regionale bereikbaarheid wordt ingezet op de optimalisering van bestaande netwerken van infrastructuur door het oplossen van knelpunten en realiseren van ontbrekende schakels in het personen- en goederenvervoer over de vier modaliteiten. Ook het lokaal en regionaal openbaar vervoerssysteem wordt versterkt en er wordt ingezet op de verder ontwikkeling van transferia met toegevoegde waarde. De focus van economische ontwikkeling ligt op vijf stuwende sectoren: de maak- en procesindustrie, land- en tuinbouw, logistiek met toegevoegde waarde, alsmede de zakelijke en financiële dienstverlening. Deze regionale specialisaties hebben veel toegevoegde waarde en een hoge arbeidsproductiviteit. Ruimtelijk gezien gaat de benutting van bestaande bedrijventerreinen vóór ontwikkeling van nieuwe gebieden.

In het licht van de bevolkingsontwikkeling anticipeert West-Brabant vooralsnog op groei van de bevolking door arbeidsmigratie en het extra aantrekken van doelgroepen die passen bij het profiel als tuin van de delta. Op termijn reageert West-Brabant op de verwachte bevolkingskrimp met een actieplan regionale krimp/groei. Er wordt ingezet op regionale afstemming en kwalitatieve differentiatie van woon- en leefmilieus, waarbij onderscheid gemaakt wordt in verschillende (subregionale) woningmarkten. Er wordt ingezet op concentratie van het zorg-, welzijns- en voorzieningenniveau en een verbeterde bereikbaarheid door verschillende vormen van collectief en openbaar vervoer. Op langere termijn wordt daarnaast gestreefd naar het beter inzetten van de sociale cohesie van de regio door in te zetten op een integrale benadering van leefbaarheid. De regionale identiteit is ook een basis voor toerisme en recreatie. Door medegebruik van het versterkte watersysteem in het kleigebied wordt het nautische karakter versterkt. Het bosrijke zandlandschap in de grensstreek wordt met het aanvullen van routenetwerken en verbrede landbouw nog aantrekkelijker gemaakt. En het stadstoerisme wordt nader thematisch op elkaar afgestemd en in een regionale marketing uitgewerkt. Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling maakt geen grootschalige ontwikkelingen mogelijk.

De visie is dan ook niet van invloed op dit bestemmingsplan. De ontwikkeling is tevens wel een verrijking voor de recreatieve voorzieningen in de omgeving, omdat met het planvoornemen een nieuwe vorm van overnachten rondom het water wordt geïntroduceerd.

28/94

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie gemeente Steenbergen De gemeente heeft op 31 mei 2012 conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een nieuwe structuurvisie voor het gehele gemeentelijke grondgebied vastgesteld. De nieuwe visie bevat geen ingrijpend nieuw beleid, maar vervangt de StructuurvisiePlus uit 2002 en integreert de beleidsuitgangspunten uit de Gebiedsvisie 2007, de IDOP’s, de Nota van uitgangspunten voor het buitengebied, het Economisch beleidsplan en de recreatievisies tot een uitvoeringsgericht beleidsinstrument. De uitgangspunten van genoemde beleidsdocumenten zijn in deze paragraaf per document nader uiteengezet. Daarnaast zijn in de visie de provinciale gebiedsontwikkelingen Brabantse Wal en Waterpoort met bijbehorende deelprojecten opgenomen c.q. vertaald. Op 12 februari 2019 heeft er een partiële herziening plaatsgevonden voor de structuurvisie. Het buitengebied bestaat in de structuurvisie uit laagdynamische gebieden. In de laagdynamische gebieden geldt als beleidsuitgangspunt het behoud en versterken van huidige waarden. Vier gebieden zijn er te onderscheiden: 1. De zone rondom de Vliet vormt een belangrijk gebied voor recreatie, natuur, landschap en de waterhuishouding. Bestaande agrarische of niet agrarische bedrijven kunnen gehandhaafd blijven en onder voorwaarden te vertalen in het bestemmingsplan eventueel uitbreiden.

Het beleid is hier in eerste instantie gericht op het versterken van het landschappelijke en natuurlijke karakter en het versterken van de waterhuishoudkundige functies (waterbeheersing en waterberging) van de zone. Ongewenste ontwikkelingen moeten worden tegengegaan. Extensieve recreatieve ontwikkelingen zijn hier wel mogelijk. 2. De open zeekleipolders vormen het tweede laagdynamische gebied. De kenmerkende landschappelijke waarden (openheid) moeten worden behouden. Hier ligt de nadruk op behoud en versterking van de landbouwsector. 3. Het overgangsgebied tussen zand en klei aan de zuidoostzijde van Steenbergen vormen het derde laagdynamische gebied. Dit gebied is opgedeeld in een besloten bosgebied en het meer open krekenlandschap. In deze gebieden staat zowel de landbouwsector als het behoud en versterken van het groene karakter voorop. 4. Ten slotte kan het gebied Heense Slikken worden genoemd. Dit gebied is puur aangewezen voor natuurontwikkeling en –behoud. Andere functies worden hier niet wenselijk geacht. Met de in de nieuwe structuurvisie opgenomen Uitvoeringsparagraaf heeft de gemeente een uitvoeringsgericht beleidsinstrument. De beleidsuitgangspunten uit het grondbeleid voor zover van belang voor de structuurvisie worden hieronder herhaald: 1.

Gezien de mogelijkheden die de Wro en de afdeling grondexploitatie Wro bieden op het gebied van kostenverhaal en regierol zal per locatie afhankelijk van de wensen/doelen, grondposities, juridische instrumenten en kwaliteit initiatiefnemer een afweging plaatsvinden van de te volgen grondpolitiek (passief/facilitair of actief). 2. Bij particuliere grondexploitatie (gebiedsontwikkelingen) sluit de gemeente bij voorkeur een tijdig een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer van een aangewezen bouwplan waarvoor een aangewezen planologische maatregel wordt genomen teneinde het kostenverhaal verzekerd te krijgen. 3. Indien het tijdig sluiten van een anterieure overeenkomst (met alle eigenaren binnen een plangebied) niet mogelijk is kan besloten worden om een exploitatieplan vast te stellen. 4. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt altijd een planschade-overeenkomst opgesteld. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer.

29/94

5 De gemeente vraagt een bijdrage ruimtelijke ontwikkelingen (op basis van artikel 6.24 lid 1 Wro) bij ieder plan conform het bepaalde in deze structuurvisie. De bijdrage wordt gestort in de reserve ruimtelijke ontwikkeling. 6. De structuurvisie wordt periodiek geactualiseerd als juridische basis voor het vragen van de bijdrage ruimtelijke ontwikkeling. 7. De bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen bedraagt € 6,80 per m2 uitgeefbare grond (prijspeil 2018) en wordt jaarlijks geïndexeerd conform het consumentenprijsindexcijfer (CPI). Doorwerking plangebied Daar waar mogelijk zijn de concrete ontwikkelingen uit de nieuwe structuurvisie vertaald in de beoogde ontwikkeling. Zo blijft er evenveel ruimte voor natuur, worden de landschappelijke waarden versterkt en wordt er een recreatieve voorziening toegevoegd. De ontwikkeling is hierdoor in overeenstemming met de 'Structuurvisie gemeente Steenbergen'. 3.4.2 Visie Waterpoort Steenbergen De gemeente Steenbergen is één van de betrokken partijen die op dit moment samenwerken in het project Gebiedsontwikkeling 3.0 waarin Waterpoort, het gebied rondom het Volkerak-Zoommeer, met een gezonde en duurzame ontwikkeling op de kaart wordt gezet. De opgave behelst enerzijds het verbinden van de kernen met het water en andersom.

Anderzijds is het van belang dat wordt gekeken naar de betekenis en de vitaliteit van het gehele gebied, waarbij de kernen zich op basis van hun kwaliteiten en karakters kunnen onderscheiden en ze gezamenlijk resulteren in een totaalbeeld voor Waterpoort. Doorwerking plangebied Het planvoornemen voorziet in de realisatie van 12 recreatieve units in de vorm van Glampingtenten. Allereerst wordt hiermee een nieuwe vorm van overnachten aan het water geïntroduceerd. De ontwikkeling draagt hiermee bij aan de diversiteit van aanbod van recreatieve voorzieningen langs de Steenbergsche Vliet. Hiermee wordt de identiteit en het karakter van het gebied versterkt en is het planvoornemen in overeenstemming met de Visie Waterpoort Steenbergen. 3.4.3 Ontwikkelingsperspectief Buitengebied De Heen - Steenbergen Dit ontwikkelingsperspectief brengt allereerst de kansen die in het gebied liggen, het kleine schaalniveau, in kaart. Dat gebeurt aan de hand van een historische en ruimtelijke analyse, door het landschap te ervaren, mensen te spreken, en de beleidsstukken en resultaten van eerdere trajecten te bestuderen. Door vervolgens uit te zoomen en alle kansen, zowel fysiek als programmatisch met elkaar te verbinden zien we dat velen niet los van elkaar gezien kunnen en mogen worden.

Daar ligt dan ook het belangrijkste uitgangspunt; er zijn tal van ontwikkelingen denkbaar die een bijdrage leveren aan de ontwikkeling en de beleving van het landschap en de kwaliteiten versterken. Om handen en voeten te geven aan deze benadering worden deze kwaliteiten die onderscheidend zijn voor het noordwestelijk buitengebied benoemd, onderbouw en geïllustreerd. Het doel is mensen te inspireren en te stimuleren een bijdrage te leveren aan een uniek en dynamisch landschap. Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling voorziet hierin door bij te dragen aan de recreatieve mogelijkheden en tevens oog te houden voor de natuurwaarden rondom het plangebied.

30/94

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Voor de ontwikkeling is het van belang dat tijdens de uitvoering en in de nieuwe situatie sprake is van een goede omgevingssituatie. Deze omgevingstoets gaat in op de relevante milieuaspecten (bodem, water, milieuzonering en externe veiligheid) en om andere sectorale regelgeving (bijvoorbeeld archeologie en cultuurhistorie, ecologie).

4.1

Milieueffectrapportage

Beleid en normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken en plaats van de projecten en de kenmerken van potentiële effecten Onderzoek en conclusies De onderhavige ontwikkeling is qua aard en omvang zodanig dat de drempelwaarden In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. niet worden overschreden. Het planvoornemen voorziet in een bestemmingswijziging van 'Agrarisch met waarden - natuur en landschapswaarden' (11.682 m2) naar 'recreatie' (3.100 m2) en 'groen' (8.582 m2). De ontwikkeling is van dermate kleine schaal dat een mer beoordeling niet noodzakelijk is.

4.2

Verkeer en parkeren

Normstelling De verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte is gebaseerd op CROW publicatie 317 "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie" uit 2012. De kencijfers uit deze publicatie worden gespecificeerd op basis van het type functie en de ligging van de functie. Er wordt uitgegaan van de maximale kencijfers van het CROW om zo een 'worst case' scenario door te rekenen. Onderzoek Verkeersgeneratie Voor het aspect verkeer is het van belang dat wordt voorzien in een goede ontsluiting van het plangebied. Het plangebied wordt op dit moment ontsloten via de Heensedijk. Vanaf daar is via de Dorpsweg de N257 bereikbaar. Vanaf de N257 is Zeeland en de A4 bereikbaar. Vanaf de A4 is de rest van Nederland bereikbaar.

31/94

Voor een kampeergelegenheid in het buitengebied bedraagt de verkeersgeneratie per recreatie-eenheid 0,4 mvt/etmaal op een weekdag gemiddelde. Voor de 12 glampingtenten bedraagt de verkeersgeneratie dan 4,8 mvt/etmaal op een weekdaggemiddelde. De toename van verkeer door de ontwikkelingen wikkelt zich af over het eigen terrein, de Heensedijk, de Dorpsweg en de N257. De geringe toename zal niet leiden tot problemen in de verkeersafwikkeling. Onderzoek Parkeren Voor parkeren is het van belang dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Als uitgangspunt voor het parkeren wordt uitgegaan van CROW-norm, met dien verstande dat binnen de groep horeca en (verblijfs)recreatie voor een bungalowpark (huisjescomplex) in een niet stedelijk gebied een minimum van 2 parkeerplaatsen geldt. Dit betekend dat per beoogde glampingtent, twee parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd dienen te worden. Met de beoogde realisatie van 12 glampingtenten worden er dus 24 parkeerplaatsen in het plangebied gerealiseerd. Eén auto kan parkeren onder de carport naast de glampingtent. De tweede parkeerplaats wordt gerealiseerd op het terrein van de jachthaven. Daarnaast is er parkeerruimte op het bestaande parkeerterrein van de jachthaven. Dit wordt geborgd in de planregels door dit onder de bouwregels als voorwaarde op te nemen.

Conclusie Het aspect verkeer en parkeren staat, met realisatie van de beoogde parkeerplaatsen, de ontwikkeling niet in de weg.

4.3

Bodemkwaliteit

Beleid en normstelling Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemkwaliteit in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Het Bouwstoffenbesluit en het Besluit Bodemkwaliteit stellen verder regels hoe om te gaan met vrijkomende gronden materiaalstromen en hoe deze toe te passen. Onderzoek Bodemkwaliteit Bij de geplande werkzaamheden in het plangebied is sprake van een transformatie naar een bodemgevoeliger gebruik en is de bebouwde oppervlakte groter dan 50 m2. Hierdoor is onderzoek naar de bodemkwaliteit noodzakelijk. Uit ons vooronderzoek, waarbij wij de digitale bodemdossiers van de gemeente en/of de provincie alsmede het HBB en het tankenbestand hebben bestudeerd, blijkt dat ter plaatse van het plangebied geen bruikbaar bodemonderzoek heeft plaatsgevonden.

32/94

Om alsnog een goed en compleet beeld te krijgen van de actuele bodemkwaliteit binnen het plangebied is het volgende bodemonderzoek verricht: Wematech, Verkennend bodemonderzoek Heensedijk 57A - De Heen (projectnr. VBB-50210372), 23-06-2021 Het volledig bodemonderzoek (NEN 5725 en NEN 5740) is terug te vinden in bijlage 1 van de toelichting. Uit het bodemonderzoek blijkt dat zowel de bovengrond, als de ondergrond en het grondwater niet verontreinigd zijn. De eventueel tijdens de bouwactiviteiten vrijkomende bovengrond is geschikt voor hergebruik ter plaatse. Hiermee blijkt de bodem geschikt te zijn voor het beoogde gebruik. Om die reden kan worden geconcludeerd dat vanuit de bodemkwaliteit geen belemmeringen zijn te verwachten. Conclusie De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.

4.4

Water

Beleid en normstelling Waterbeheer De initiatiefnemers van een ruimtelijke ontwikkeling behoren in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over het planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen worden toegelaten die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Brabantse Delta, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits-- en waterkwaliteitsbeheer. Bij onderhavige procedure wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over deze waterparagraaf. De eventuele opmerkingen van de waterbeheerder zijn verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid duurzaam waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Op europees en landelijk niveau is het overkoepelende waterbeleid vastgelegd in de Kaderichtlijn Water, het Nationaal Waterplan en het Nationaal Bestuursakkoord Water. De doorvertaling van dit beleid is regionaal vastgelegd in het Provinciaal Waterplan en en het Waterbeheersplan van het Waterschap.

Daarnaast wordt op gemeentelijk niveau het waterbeleid vastgelegd in een waterplan of een (verbreed) rioleringsplan. Beleid Waterschap Brabantse Delta Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit.

33/94

Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerplan 20 - 02 , wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema's gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1685/documents/19351