Technische vragen Tussenrapportage 2026 deel 2
Tekst van het document
Overzicht technische vragen Tussenrapportage 2026 Nr | Fractie | Codering | Bron | Vraagstelling | Poho | Antwoord 1 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 1. Vooraf aangegane verplichtingen | Broos | In de tussenrapportage hebben wij aangegeven welke voor- en nadelen er in 2026 worden verwacht in de vijf programma's. Dat hebben wij U antwoordt dat bij onderdelen van de fysieke leefomgeving en het sociaal domein reeds | uitgesplitst naar de diverse taakvelden binnen de programma's. In ons antwoord op uw eerdere vraag hierover hebben wij aangegeven dat verplichtingen zijn aangegaan of uitgaven zijn gedaan waarvoor nu aanvullend budget wordt | dit onder meer acute reparaties en schoonmaakacties betreft bij de riolering, gladheidsbestrijding, reparaties aan het dak van een gevraagd. | brandweerkazerne, openbaar groen, onderhoud bij het zwembad, kosten van bedrijfsafval, verkiezingen, pensioenen wethouders, juridische Kan alsnog per betreffende begrotingspost worden aangegeven: | zaken, opvang Oekraïense vluchtelingen en jeugdhulp. In alle gevallen is afgewogen of de kosten konden worden uitgesteld of dat ze niet te a. welk bedrag reeds is verplicht respectievelijk uitgegeven; | vermijden waren op het betreffende moment. In sommige gevallen waren de kosten nog niet opgenomen in de begroting. U vraagt per b.
op welke datum de verplichting is aangegaan; | begrotingspost om een uitsplitsing naar concrete bedragen en data. Omdat het gaat over een groot aantal, veelal kleinere mutaties kunnen c. op grond van welke reeds door de raad verleende budgettaire autorisatie dit | wij u de door u gevraagde uitsplitsing niet geven. Dat zou leiden tot een onevenredige tijdsinspanning voor de beantwoording van deze mogelijk was; en | vraag. d. welk deel van het thans gevraagde aanvullende budget op het moment van besluitvorming feitelijk nog niet is verplicht? 2 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 2. Budgetrecht gemeenteraad | Broos | In de tussenrapportage hebben wij u geïnfomeerd over de ontwikkelingen die zich na het opstellen van de begroting hebben voorgedaan. Voor zover verplichtingen zijn aangegaan terwijl daarvoor nog geen toereikend door de raad | Deze ontwikkelingen hebben tot gevolg dat de geraamde budgetten moeten worden bijgesteld, zowel naar beneden als naar boven. Uit de vastgesteld budget beschikbaar was: op welke begrotingsrechtelijke grondslag acht U als college | tussenrapportage kunt u opmaken dat dit bij een groot aantal budgetten gebeurt.
Omdat er sprake is van bijstellingen met zowel negatieve dit toegestaan en op welke wijze en wanneer is de raad hierover geïnformeerd? | als positeve effecten, is het effect daarvan op de door uw raad geautoriseerde budgetten - per programma de totale lasten en de totale baten - vaak niet meteen duidelijk. Om uw raad om een efficiënte en praktische wijze hierover te informeren, is de tussenrapportage opgenomen in de planning & controlcyclus. Hierin informeren wij u zoveel mogelijk vooraf over noodzakelijk bijstellingen. Soms is echter direct handelen nodig en zijn niet-geraamde uitgaven onvermijdelijk of zijn uitgaven onderdeel van een open-einde regeling. Dan informeren wij uw raad achteraf en verzoeken wij uw raad achteraf de bijstelling te autoriseren. 3 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 3. Urenregistratie en toerekening personeelslasten | Broos | a. De gemeente gebruikt de urenregistratie voornamelijk voor de registratie van meer-/minderuren ten opzichte van het rooster en in enkele In Uw antwoord wordt gesproken over “de urenregistratie van de gemeente | gevallen voor specificatie van bestede uren van een activiteit of project. Steenbergen”, maar tevens gesteld dat U deze niet gebruikt voor registratie per | b. Dat is juist. project, taak en/of kostenplaats. Verder geeft U aan dat in de begroting de geraamde | c. Wij doen daarover geen nacalculatie.
personeelslasten worden toegerekend aan producten en projecten op basis van de | d. Ja, wij monitoren gedurende het begrotingsjaar de voortgang van alle activiteiten en stellen waar nodig de planning en inzet van personeel verwachte inzet en dat in de jaarstukken de werkelijke personeelslasten “op basis | bij. Dit doen we aan de hand van de op dat moment bekende gegevens. van dezelfde verhouding” worden toegerekend. | e. Dat doen we alleen als de werkelijke inzet substantieel afwijkt van de geraamde inzet. Dit wordt per geval beoordeeld. a. Houdt de gemeente Steenbergen daadwerkelijk een urenregistratie per | f. Dit wordt per situatie beoordeeld. medewerker bij, en zo ja, welke gegevens worden daarin precies geregistreerd en voor welk doel wordt deze urenregistratie gebruikt? b. Klopt het dat de verdeling van de werkelijke personeelslasten in de jaarrekening/tussenrapportage over producten/projecten niet plaatsvindt op basis van werkelijk geregistreerde uren, maar op basis van dezelfde vooraf geraamde verdeelsleutel als bij de begroting? c. Zo ja, hoe stelt U als college dan achteraf vast hoeveel personele capaciteit en personeelskosten daadwerkelijk aan een bepaald product, project of taak zijn besteed? d.
Wordt gedurende het begrotingsjaar gecontroleerd of de vooraf geraamde verdeling van de personele inzet nog overeenkomt met de werkelijke inzet, en zo ja, op basis van welke gegevens? e. Indien de werkelijke inzet substantieel afwijkt van de geraamde inzet, wordt de verdeelsleutel in de jaarrekening dan aangepast? Zo nee, waarom niet? f. Hoe kan de gemeenteraad bij deze systematiek controleren of een overschrijding of aanvullende krediet- of budgetvraag die wordt gemotiveerd met extra personele inzet, toegenomen werkzaamheden, ziektevervanging of meerwerk daadwerkelijk het gevolg is van méér ingezette uren/capaciteit, wanneer die werkelijke uren niet per taak, project of kostenplaats worden geregistreerd? 4 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 4. Jeugdloket € 200.000 | Havermans | Deze inzet van middelen is tot het eind van het jaar en zijn bestemd voor het inzetten van extern personeel. Deze middelen worden gebruikt Hoeveel externe uren/fte’s worden voor de € 200.000 extra voor het loket Jeugd | om op langlopende complexe casussen door te pakken en deze af te ronden. Het bedrag is gebaseerd op het uurtarief van de externe daadwerkelijk ingekocht, hoeveel personen betreft dit en gedurende welke periode | dienstverlener. worden zij ingezet? 5 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 5.
Vraagwijzer Wmo € 75.000 | Havermans | Deze middelen zijn bedoeld voor het in beeld brengen van een structurele oplossing met betrekking tot de wachtlijsten. Het bedrag is een Welke concrete opdracht of prestatie wordt voor de € 75.000 geleverd, hoeveel uren | raming op basis van benodigde uren en gemiddelde markttarieven. of dagen zijn hiervoor geraamd en hoe is het bedrag van € 75.000 kwantitatief onderbouwd? 6 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 6. Klein wegenonderhoud € 250.000 | Van den Berg | 260 in 2025 inclusief storingen momenteel 204, totale verwachting 2026 is ongeveer 300 locaties waarin oppervlakte, situatie altijd Hoeveel van de genoemde 475 onderhoudslocaties zijn in 2025 uitgevoerd, hoeveel | verschillend zijn. resteren in 2026, hoeveel nieuwe urgente locaties zijn uit de inspectie 2026 gekomen en hoe is het aanvullende bedrag van € 250.000 kwantitatief opgebouwd? 7 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 7. Gladheidsbestrijding € 30.000 | Van den Berg | Deze kosten betreffen de uitbesteding van de gladheidsbestrijding. Er zijn door de aannemer 26 inzetmomenten geweest.
Hoeveel inzetmomenten/ritten waren in de oorspronkelijke begroting voorzien en hoeveel hebben daadwerkelijk plaatsgevonden, hoeveel ton zout is gebruikt en welk deel van de € 30.000 vloeit voort uit extra inzet en welk deel uit de hogere zoutprijs? 8 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 8. Bomen/veiligheidsachterstand € 65.000 | Van den Berg | In totaal zijn nu 1699 bomen onderhouden en gesnoeid. Deze kosten waren 50.000 euro. Er is nu nog een achterstand van 1465.De VTA U vermeldt een achterstand van 1.470 bomen en € 15.000 voor VTA-controle en | controle was voor 7463 bomen waarvan de kosten uitkwamen op 15.000 euro. nader onderzoek. Waarvoor wordt de resterende € 50.000 besteed, hoeveel bomen worden daarmee daadwerkelijk behandeld en hoeveel bomen resteren daarna nog? 9 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 9. Extra water geven wegens droogte € 20.000 | Van den Berg | We hebben 3 keer water geven aan 270 stuks bomen. Daarnaast hebben we 1600m2 water gegeven aan heesters. Als we dit niet hadden Hoeveel waterbeurten en uren zijn uitgevoerd en, voor zover geregistreerd, hoeveel | gedaan was de kostenpost voor vervanging door droogte vele malen hoger geweest. bomen/beplantingsvakken en hoeveel m³ water waren hiermee gemoeid? Hoe is het aanvullende bedrag van € 20.000 kwantitatief opgebouwd? 10 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 10.
Eikenprocessierups € 15.000 | Van den Berg | We hebben het grootste gedeelte van de bomen in een keer kunnen uitvoeren een aantal had een tweede ronde nodig. Dit om de veiligheid U geeft aan dat 559 bomen zijn behandeld: hoeveel behandelingen zijn daadwerkelijk | van onze inwoners te kunnen waarborgen. uitgevoerd en hoe is het bedrag van € 15.000 over deze werkzaamheden opgebouwd? 11 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 11. Riolering € 139.000 | Van den Berg | Op basis van een inschatting is de verwachting dat er in het najaar met intensieve regenval meer onderhoud aan rioleringen gedaan moet Kan alsnog een specificatie van de € 139.000 worden verstrekt naar de daadwerkelijk | worden. De specifieke locaties zullen bepaald worden aan de hand van storingen die vanwege weersinvloeden gaan plaatsvinden in het uitgevoerde en nog geraamde werkzaamheden in de gemeente Steenbergen, | voorzieningsgebied. inclusief aantallen storingen, calamiteiten, schades, huisaansluitingen en overige onderhoudsactiviteiten voor zover beschikbaar? 12 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 12. De Meermin € 35.000 | Broos | Het is niet gelukt binnen de termijn om te achterhalen of en zo ja, alle facturaties zijn ontvangen. Het gevraagde budget is nodig om de U geeft aan dat tussen 20 juni en 27 augustus 832 beveiligingsuren zijn ingezet. Welk | inzet van de beveiliging te bekostigen.
totaalbedrag is voor deze 832 uren daadwerkelijk gefactureerd of contractueel verschuldigd en ligt dit binnen of boven het gevraagde aanvullende bedrag van € 35.000? 13 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 13. Ziekteverzuim € 90.000 | Broos | Tot het moment van opstellen van de Tussenrapportage bedragen de verwachte kosten voor ziekteverzuim, inclusief reeds bekende Wat waren de werkelijke extra kosten van ziekteverzuim tot het moment van | verplichtingen, circa € 305.000. Ten opzichte van het beschikbare budget van € 250.000 betekent dit een verwachte overschrijding van opstellen van de Tussenrapportage en welk bedrag van de € 90.000 betreft een | ongeveer € 55.000. prognose voor het resterende deel van 2026? Van de voorgestelde budgetverhoging van € 90.000 heeft circa € 55.000 betrekking op de op dat moment bekende en te verwachten kosten. Het resterende bedrag van ongeveer € 35.000 betreft een prognose voor het resterende deel van 2026. Deze prognose is gebaseerd op de huidige verzuimontwikkeling en de nog lopende langdurige verzuimgevallen. 14 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 14. Gastheer/gastvrouw € 20.000 | Broos | We hebben een inschatting gemaakt van de benodigde uren tot en met het einde van jaar. De gevraagde inzet is 12 uur per week tot Voor € 20.000 wordt volgens Uw antwoord 12 uur per week ingezet tot het einde van | en met het einde van het jaar.
het jaar. Hoeveel uren betreft dit in totaal en welk totaalbedrag is hiervoor contractueel overeengekomen? 15 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 15. Functioneel beheer personeelssysteem € 30.000 | Broos | Er is geen afzonderlijk bedrag contractueel vastgelegd. Het betreft een opdracht waarbij, afhankelijk van de daadwerkelijke U noemt circa 250 uur externe ondersteuning op jaarbasis. Betekent dit dat voor | ondersteuningsbehoefte, inzet kan worden afgenomen tot maximaal het beschikbare budget van € 30.000. De raming van circa 250 deze circa 250 uur maximaal € 30.000 beschikbaar wordt gesteld en welk bedrag is | uur is gebaseerd op de huidige inschatting van de benodigde ondersteuning. De daadwerkelijke inzet kan gedurende het jaar inmiddels contractueel vastgelegd? fluctueren. Door de opgedane ervaringen met het nieuwe systeem, wordt gekeken hoe het functioneel beheer structureel en toekomstbestendig kan worden ingericht. 16 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 16. Juridische zaken € 60.000 | van den Belt | Van het gevraagde budget van € 60.000 is ongeveer de helft uitgegeven aan noodzakelijke specialistische juridische ondersteuning.
Welk bedrag van de gevraagde € 60.000 is op de datum van beantwoording | Het resterende bedrag van € 30.000 betreft een raming op basis van de huidige omvang en verwachting van de lopende juridische daadwerkelijk verplicht of uitgegeven en welk bedrag betreft uitsluitend een nog niet | dossiers. juridisch verplichte raming/reservering? 17 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 17. BHV/EHBO-materialen – structureel € 25.000 | Broos | Voor de gevraagde middelen is een onderbouwing beschikbaar. De structurele middelen zijn bedoeld om de RI&E te actualiseren, Kan een inventarisatie worden gegeven van hetgeen met de eerste € 25.000 wordt | aangeschafte en bestaande middelen duurzaam te onderhouden. aangeschaft, vervangen, gekeurd of onderhouden en waarom na het wegwerken van de genoemde achterstand structureel jaarlijks opnieuw € 25.000 noodzakelijk is? 18 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 18. Lidmaatschappen, bijdragen en abonnementen € 31.000 | Broos | Het bedrag van € 31.000 is gebaseerd op de werkelijke uitgaven van de afgelopen jaren. Op deze budgetpost is geruime tijd sprake van Op basis van welke concrete financiële gegevens is het bedrag van € 31.000 in de | een structurele overschrijding van circa € 15.000 per jaar ten opzichte van het beschikbare budget. Hierop is een actie uitgezet.
Tussenrapportage bepaald, nu het college aangeeft dat een volledige centrale registratie uit het verleden ontbreekt? Kan in ieder geval een specificatie worden verstrekt van de uitgaven die gezamenlijk tot deze € 31.000 leiden? 19 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 19. Algemene controlevraag | Broos | Uw vraag is dermate gedetailleerd dat deze niet op korte termijn kan worden beantwoord. Kan voor alle in deze aanvullende vragen genoemde bedragen worden aangegeven welk gedeelte per de datum van beantwoording: a. reeds is betaald; b. juridisch verplicht maar nog niet betaald; en c. nog niet verplicht en uitsluitend een raming betreft? 20 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 20. Sturingsfunctie van de Tussenrapportage 2026 | Broos | a. Het is aan de raad om een besluit te nemen over het bijsturen. Dat gebeurt met het besluit over de tussenrapportage. U heeft ook de Tijdens de oordeelvormende vergadering is erop gewezen dat het financiële beeld | beschikking over andere gebruikelijke instrumenten, zoals moties of amandementen. Dit wordt niet beperkt door een voorstel van ons ten opzichte van de begroting circa € 2,1 miljoen verslechtert. Wethouder Broos | college. heeft aangegeven dat beleidskeuzes en eventuele ombuigingen in belangrijke mate | b. Gezien het antwoord op onderdeel a kunnen wij dat niet concreet aangeven.
bij de begroting 2027 aan de raad worden voorgelegd en dat het college op dit | c. Zie het antwoord op onderdaal a. moment geen zelfstandig initiatief neemt tot tussentijdse bijsturing. | d. Wij hebben gekozen voor het voorstel zoals wij dat aan u hebben voorgelegd. a. Welke concrete financiële bijsturingsmogelijkheden zijn er in het resterende deel van 2026 nog beschikbaar? b. Kan per mogelijkheid worden aangegeven welk financieel effect in 2026 nog haalbaar is? c. Indien U als college geen concrete bijsturingsvoorstellen voor 2026 doet, op welke wijze vervult de Tussenrapportage dan volgens U haar functie om de raad tussentijds in staat te stellen bij te sturen? d. Waarom heeft U als college bij een verslechtering van het geraamde resultaat met circa € 2,1 miljoen niet zelf één of meer concrete scenario’s voor tussentijdse bijsturing aan de raad voorgelegd? 21 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 21. Ombuigingen 2026 structureel versus incidenteel | Broos | a. Zoals u uit de tabel van de ombuigingen en de toelichting daarop kunt opmaken, is geen enkele ombuiging in 2026 structureel Tijdens de vergadering heeft wethouder Broos bevestigd dat € 250.000 incidenteel | gerealiseerd. kon worden ingeboekt door een technische aanpassing van de afschrijvingen en dat | b. De gerealiseerde ombuiging bij de bedrijfsvoering is incidenteel gerealiseerd.
Ook dit is vermeld in de toelichting. aan de overige ombuigingen tot en met mei 2026 geen inhoudelijke invulling kon | c. € 532,000 worden gegeven. | d. In de inleiding van het hoofdstuk over de ombuigingen verwijzen wij naar de begroting van 2025. Daarin was de motivatie opgenomen om a. Kunt U als college bevestigen welk bedrag van de oorspronkelijk voor 2026 | de ombuigingen op te nemen en waren voorbeelden gegeven hoe dat zou kunnen gebeuren. Er waren nog geen concrete maatregelen ingeboekte € 782.000 aan ombuigingen daadwerkelijk als structurele, inhoudelijke | genoemd. besparing in 2026 is gerealiseerd? b. Welk bedrag betreft uitsluitend een incidenteel of boekhoudkundig voordeel? c. Welk bedrag is in 2026 geheel niet gerealiseerd? d. Welke concrete maatregelen lagen bij vaststelling van de begroting 2026 ten grondslag aan ieder van de ingeboekte ombuigingen en welke daarvan waren op dat moment al 22 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 22. Jeugdzorg realistisch begroten | Broos | In de raadsmededeling van wethouder Havermans van 24 augustus zijn de begrote bedragen en werkelijke lasten van voorgaande jaren Wethouder Broos heeft tijdens de vergadering aangegeven dat wanneer uitgaven | weergegeven. In deze raadsmededeling wordt ook de prognose voor 2026 benoemd en de structurele en incidentele verdeling.
De meest gedurende meerdere jaren gemiddeld hoger uitkomen, de begroting bij die realiteit | actuele prognose is verwerkt in de Tussenrapportage 2026. Een realistsiche structurele basis voor 2027 wordt in de begroting 2027 verwerkt. moet aansluiten. Wethouder Havermans heeft aangegeven dat de voor jeugdzorg begrote bedragen de afgelopen jaren structureel te laag zijn geweest. a. Wat was voor jeugdzorg in 2024, 2025 en 2026 oorspronkelijk begroot? 6 b. Wat waren de werkelijke lasten in 2024 en 2025 en wat is de meest actuele prognose voor 2026? c. Wat is per jaar het verschil tussen de oorspronkelijke begroting en de realisatie/prognose? d. Welk bedrag beschouwt U op basis van deze meerjarige realisatie als een realistische structurele basis voor de begroting 2027? e. Welk deel van de huidige overschrijding 2026 is volgens U structureel en welk deel aantoonbaar incidenteel? 23 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 23. Dure jeugdarrangementen moment van kennis en informatie aan de raad | Broos | De twee maatwerkarrangementen zijn eind 2025 gestart en liepen door in 2026. Vanwege de aard van deze complexe jeugdhulp was Wethouder Havermans heeft tijdens de vergadering aangegeven dat de betreffende | gedurende het traject niet direct duidelijk wat de uiteindelijke duur, intensiteit en financiële omvang zouden zijn.
Daarom is niet exact vast te zware jeugdarrangementen eind 2025 zijn gestart, in mei/juli 2026 zijn geëindigd en | stellen op welk moment voor het eerst sprake was van een voorzienbare materiële overschrijding of wanneer deze voor het eerst kon worden dat hij de raad heeft geïnformeerd nadat de omvang hem als nieuwe wethouder ter | gekwantificeerd. Het financiële risico werd pas duidelijk toen de verschillende ontwikkelingen in samenhang konden worden beoordeeld. Het ore kwam. | college heeft de raad geïnformeerd zodra hierover voldoende inzicht bestond. Dit was bij de jaarstukken 2025. Daarna bent u nogmaals a. Op welke datum was ambtelijk voor het eerst bekend dat deze arrangementen | geïnformeerd bij de Tussenrapportage 2026. Het college onderzoekt op dit moment wat een objectieve financiële grens is voor het tot een materiële overschrijding van het jeugdbudget zouden leiden? | informeren van uw raad. b. Op welke datum is deze informatie voor het eerst aan het college of een lid van het toenmalige college gerapporteerd? c. Wanneer is de financiële omvang van de verwachte overschrijding voor het eerst gekwantificeerd en om welk bedrag ging het toen? d. Waarom is de raad, indien de overschrijding al vóór de collegewisseling bekend of redelijkerwijs voorzienbaar was, niet eerder afzonderlijk geïnformeerd? e.
Welke objectieve financiële grens of welk criterium hanteert U voortaan om te bepalen wanneer een afwijking 'substantieel' genoeg is om de raad tussentijds te informeren? 24 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 24. Onderuitputting en doorgeschoven investeringen | Broos | a. Zoals in de tussenrapportage aangegeven zijn er 13 investeringen vervallen (inclusief investeringen die zijn doorgeschoven naar 2028, Tijdens het debat is gewezen op investeringen die lager uitvallen, niet meer tot | daarvoor wordt een nieuw krediet aangevraagd). In het investeringsoverzicht vanaf blz. 75 zijn de concrete projecten aangegeven. De in de uitvoering komen of naar 2027/2028 worden doorgeschoven. Wethouder Broos heeft toegelicht | begroting 2026 opgenomen afschrijvingslasten hiervan bedroegen in totaal € 178.000. Drie investeringen worden doorgeschoven naar 2027. dat kredieten onder omstandigheden boekhoudkundig moeten | De in 2026 opgenomen afschrijvingslasten daarvan bedroegen in totaal € 7.900. In totaal is er voor deze zaken dus in 2026 een positief vrijvallen wanneer zij gedurende twee jaar niet zijn geactiveerd. | effect van circa € 186.000. a. Kan per in de Tussenrapportage genoemde investering die vervalt of wordt | b. Van dit bedrag is ca. € 50.000 een feitelijke besparing.
Het andere deel komt in latere jaren terug als afschrijvingslasten van doorgeschoven worden aangegeven welk bedrag hierdoor in 2026 niet wordt | doorgeschoven of nieuwe kredieten. besteed? | c. Zie het antwoord op vraag b en de toelichting in het investeringsoverzicht in de tussenrapportage (vanaf blz. 75). b. Welk deel van het positieve financiële effect in 2026 is daarmee het gevolg van | d. In totaal betreft dit € 186.000 aan afschrijvingslasten. feitelijke besparingen en welk deel uitsluitend van vertraging, onderuitputting of het vrijvallen van kredieten? c. Welke van deze uitgaven worden naar verwachting in 2027 of 2028 alsnog gedaan? d. Kan worden aangegeven welk financieel beslag deze doorgeschoven investeringen daardoor reeds leggen op de komende begrotingsjaren? 25 | Lijst Verbeek | B-26180 | schriftelijk | 25. Relatie met urenregistratie en aanvullende personele budgetten | Broos | Uit het antwoord op de betreffende vragen blijkt hoe de raming is onderbouwd. De mondelinge behandeling op 10 september geeft geen nadere kwantitatieve onderbouwing waarmee het eerder geconstateerde vraagstuk rond urenregistratie en toerekening van personeelslasten wordt opgelost.
Kan het college daarom bij de beantwoording van de vragen 3, 4, 5, 13, 14 en 15 uit deze set expliciet aangeven welke gegevens zijn gebaseerd op werkelijk geregistreerde inzet en welke gegevens uitsluitend zijn gebaseerd op ramingen, verdeelsleutels, contracturen of financiële prognoses?