CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

RWB Nieuwe regeling 2331673.pdf

Besluitvormende Vergadering 14 december 2023, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 14.: Wijziging gemeenschappelijke regelingen7.671 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2 bij de brief met kenmerk RWB/2023-117

WEST-BRABANT

Gemeenschappelijke Regeling Regio West-Brabant De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Tholen, Woensdrecht en Zundert Overwegende dat: 1. 2.

De gemeente Tholen per 1 januari 2021 uit de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant is getreden. Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022, gericht op versterking van de positie van de raden, voor 1 juli 2024 een aanpassing van de gemeenschappelijke regeling ver­ eist.

Gelet op artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; Besluiten vast te stellen de: HOOFDSTUK 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Begripsbepalingen Artikel 1

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a De regeling deze gemeenschappelijke regeling b De deelnemende gemeenten de aan de regeling deelnemende gemeenten c Het openbaar lichaam het openbaar lichaam Regio West-Brabant d Het strategisch beraad het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam e Wgr de Wet gemeenschappelijke regelingen van 20 december 1984, Staatsblad 667, zoals nadien gewijzigd. Openbaar lichaam Artikel 2

Er is een openbaar lichaam, genaamd "Regio West-Brabant", ingesteld bij de regeling. Het is ge­ vestigd te Etten-Leur. Het gebied van de regeling omvat het grondgeb ed van de deelnemende gemeenten. HOOFDSTUK 2

DOEL, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Doel en belangen Artikel 3

1.

2.

3.

De regeling heeft tot doel de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen, primair ten behoeve van de economisch ruimtelijke structuurversterking van WestBrabant. Onder deze belangen vallen in elk geval: * Economie; » Arbeidsmarkt; » Mobiliteit; * Ruimte. Daarnaast heeft de regeling tot doel om andere belangen van deelnemende gemeenten te be­ hartigen met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.

Ontwerp 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Versie vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 5 juli 2023

BRABANT Taken en bevoegdheden Artikel 4

1. De behartiging van de in artikel 3 bedoelde belangen omvat meer algemeen: a. de mogelijkheid tot coördinatie, planning, uitvoering, advies en overleg met betrekking tot genoemde beleidsterreinen evenals vertegenwoordiging en lobbyactiviteiten; b. het bevorderen van verdere bestuurlijke samenwerking. 2. De behartiging van de belangen genoemd in artikel 3, tweede lid, omvat daarnaast nog de vol­ gende taken: a. het bepalen van de inzet vanuit de gemeenschappelijke regeling bij de totstandkoming van de ambities en agenda van het triple helix overleg in het West-Brabantse economische ontwikkelsysteem; b. het bepalen van de opgaven voor de gezamenlijke gemeenten zoals die voortvloeien uit de triple helix geformuleerde doelen; c. het bepalen van eventuele overige strategische doelen van de West-Brabantse samenwerking op het gebied van de economische structuurversterking; d. het opstellen van een uitvoeringsprogramma met (meerjarige) doorvertaling van de bekosti­ ging van geformuleerde actieprogramma's in de begroting; e. het borgen van een integrale benadering van vraagstukken, waar aangewezen door afstem­ ming tussen de vier pijlers Economie, Arbeidsmarkt, Mobiliteit en Ruimte; f. het beslissen over aanvragen voor bijdragen uit door het algemeen bestuur ingestelde fond­ sen. 3. De belangen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, kunnen als facultatieve taak uitgevoerd worden. 4.

De belangen als bedoeld in artikel 3, derde lid, kunnen als collectieve of facultatieve taak uitge­ voerd worden. 5. Van een collectieve taak is sprake als 2/3 van de deelnemende gemeenten, vertegenwoordigende 2/3 van het aantal inwoners, die taak aan de gemeenschappelijke regeling hebben opgedragen. De kosten van die collectieve taak komen ten laste van alle deelnemende gemeenten. 6. Besluiten als bedoeld in het vorige lid worden door het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk bij aanvang van de nieuwe bestuursperiode genomen. De besluiten gelden voor de lopende be­ stuursperiode. 7. Van een facultatieve taak is sprake als deelnemende gemeenten een taak aan RWB opdragen en het algemeen bestuur die taak aanvaardt. De kosten daarvan komen voor rekening van de ge­ meenten die de taak aan de regeling hebben opgedragen. 8. Naast het bepaalde in de vorige leden kan het openbaar lichaam van een of meer deelnemende gemeenten en in samenhang daarmee van andere gemeenten en/of organisaties , opdrachten aannemen om diensten uit te voeren of uitvoeringstaken te verrichten. 9. Deelnemende gemeenten kunnen bevoegdheden overdragen aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam. Dit kan alleen nadat met het openbaar lichaam overeenstemming is bereikt over deze overdracht. 10.

Het algemeen bestuur kan besluiten om voor ondersteunende processen, als bedoeld in artikel 8, derde lid, WGR, deel te nemen in andere rechtspersonen, maar wel onder de voorwaarde dat de raden van de deelnemende gemeenten vooraf in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze over het voorgenomen besluit daartoe aan het algemeen bestuur kenbaar te maken. 11. Het algemeen bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maat­ schappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dit in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daar­ mee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.

Ontwerp 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Versie vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 5 juli 2023

WEST-BRABANT HOOFDSTUK 3

Paragraaf 3.1

HET BESTUUR

Het algemeen bestuur

Artikel 5

1.

2.

3.

4. 5.

Het algemeen bestuur bestaat uit de leden of hun plaatsvervangers die overeenkomstig het tweede lid door de colleges van de deelnemende gemeenten uit hun midden worden aangewe­ zen. Het college van iedere deelnemende gemeente wijst één lid en één plaatsvervangend lid aan. Het college van Breda wijst twee leden, waaronder de burgemeester, en voor het collegelid niet zijnde de burgemeester, een plaatsvervangend lid aan. De voorzitters van de vaste commissies van advies aan het strategisch beraad voor Economie, Arbeidsmarkt, Mobiliteit, Ruimte, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, worden uit dien hoofde uitgenodigd om aan de vergadering deel te nemen. Zij hebben geen stemrecht. Het algemeen bestuur kan besluiten dat personen worden toegelaten om als waarnemer of ad­ viseur zonder stemrecht aan de vergadering deel te nemen. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambte­ naar, aangesteld door of vanwege het samenwerkingsverband. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij, die op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn.

Zittingsduur Artikel 6

1. De colleges van de deelnemende gemeenten beslissen zo mogelijk in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van de leden van de leden van het algemeen bestuur en hun plaatsvervangers. 2. De zittingsperiode van de leden van het algemeen bestuur en hun plaatsvervangers eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien. 3. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege zodra men de kwaliteit ver­ liest zoals vermeld in artikel 5, tweede lid. 4. Een lid van het algemeen bestuur en zijn plaatsvervanger kunnen te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schríftelijk mededeling aan het algemeen bestuur en aan het college dat hem heeft aangewezen. Hij blijft niettemin in functie totdat in zijn opvolging is voorzien. 5. De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt zo spoedig mogelijk. Van elke aanwijzing tot lid van het algemeen bestuur of tot plaatsvervangend lid geeft het betrokken college binnen acht dagen kennis aan het algemeen bestuur. Werkwijze Artikel 7

1. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste twee maal en voorts zo dikwijls de voorzitter of het strategisch beraad dit nodig oordeelt, of als tenminste één vijfde van het aantal leden van het algemeen bestuur, onder opgaaf van redenen, hier schríftelijk om verzoekt. 2. De leden van het algemeen bestuur hebben elk twee stemmen van gelijk gewicht, uitgezonderd de leden van de gemeente Breda, die elk één stem hebben. Besluiten met betrekking tot de be­ groting en de jaarrekening worden genomen met tenminste de helft plus 1 van het aantal stem­ men voor, welke stemmen tenminste de helft van het aantal inwoners van het gebied plus 1 ver­ tegenwoordigen.

Ontwerp 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Versie vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 5 juli 2023

BRABANT 3. Onder het aantal inwoners van het gebied wordt verstaan het aantal inwoners verstaan dat gold per 1 januari van het jaar waarin de meest recente reguliere verkiezing van de leden van de ge­ meenteraad plaatsvond. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers. Artikel 8

Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Dit reglement wordt medegedeeld aan de deelnemende gemeenten. Taken en bevoegdheden Artikel 9

1. Alle taken en bevoegdheden van de regeling berusten bij het algemeen bestuur, tenzij deze bij het strategisch beraad of een bestuurscommissie zijn neergelegd. 2. De bevoegdheid tot het vaststellen van de begroting en de jaarrekening kunnen niet worden overgedragen aan het strategisch beraad of een bestuurscommissie. 3. De input van de gemeenschappelijke regeling voor de economische ambities wordt minimaal elke vier jaar vastgesteld door het algemeen bestuur. Het voorstel aan het algemeen bestuur wordt minimaal twaalf weken voordat over het voorstel wordt besloten in het algemeen be­ stuur, aan de leden van het algemeen bestuur toegezonden. 4. Het algemeen bestuur stelt het uitvoeringsprogramma over de opgaven van de gemeenschap­ pelijke regeling uit de economische ambities jaarlijks vast bij de begroting. 5. —In de tweede Bestuursrapportage van ieder jaar rapporteert het algemeen bestuur over de voortgang van de realisering van hot uitvoeringsprogramma. Paragraaf 3.2

Strategisch beraad

Samenstelling Artikel 10

Het strategisch beraad bestaat uit; a. de voorzitter van het algemeen bestuur; b. maximaal zes door het algemeen bestuur uit haar midden aan te wijzen leden, die in ieder geval de economische topsectoren vertegenwoordigen en waarbij er sprake is van voldoende geogra­ fische spreiding; c. de voorzitters van de vaste commissie van advies Economie, Arbeidsmarkt, Mobiliteit en Ruimte als bedoeld in artikel 16 van deze regeling. Zittingsduur Artikel 11

1. 2. 3.

4.

Het algemeen bestuur wijst in de eerste vergadering van elke zittingsperiode de leden van het strategisch beraad aan. De artikelen 40, 46 en 47 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. De leden van het strategisch beraad treden als lid van dat bestuur af op de dag, waarop de zit­ tingsperiode van de leden van algemeen bestuur afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen tot­ dat in hun opvolging is voorzien. Het lidmaatschap van het strategisch beraad eindigt van rechtswege zodra men de kwaliteit ver­ liest zoals vermeld in artikel 5, eerste lid.

Ontwerp 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Versie vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 5 juli 2023

BRABANT Werkwijze Artikel 12

1. 2. 3. 4.

Het strategisch beraad vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste twee leden van het strategisch beraad dit nodig oordelen. De artikelen 28, 56, 58 en 59 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Het strategisch beraad kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen vaststellen, dat aan het algemeen bestuur wordt medegedeeld. In de eerste vergadering van elke zittingsperiode regelen de leden van het strategisch beraad onderling de werkzaamheden.

Bevoegdheden Artikel 13

Het strategisch beraad is belast met het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam. Hiertoe behoort in ieder geval het dagelijks bestuur van de belangen die zijn genoemd in artikel 4, eerste en tweede lid. Paragraaf 3.3

De Voorzitter

Aanwijzing Artikel 14

1. 2. 3.

De burgemeester van de gemeente Breda wordt door het algemeen bestuur aangewezen als voorzitter van het algemeen bestuur. Uit de andere leden als bedoeld in artikel 10 onder b, wordt een plaatsvervangend voorzitter aangewezen door het algemeen bestuur. Het bepaalde in artikel 11, tweede tot en met vijfde lid, is op de voorzitter van overeenkomstige toepassing.

Bevoegdheden Artikel 15

1.

De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het strategisch beraad. 2. Hij draagt zorg voor een spoedige afdoening van zaken. Alle stukken, die van het algemeen be­ stuur en van het strategisch beraad uitgaan, worden door de voorzitter ondertekend. 3. In geschillen tussen het openbaar lichaam en de gemeente, waarvan de voorzitter lid van het bestuur is, wordt hij vervangen door een lid van het strategisch beraad dat geen lid van het be­ stuur van de betreffende gemeente is. Paragraaf 3.4 Adviescommissies,-eň-bestuurscommissies en participatie Adviescommissies Artikel 16

1. 2.

3.

Het algemeen bestuur, kan in overeenstemming met het bepaalde in artikel 24 van de Wgr, commissies van advies instellen. Vaste commissies van advies aan het strategisch beraad en de voorzitter worden door het alge­ meen bestuur op voorstel van het strategisch beraad dan wel de voorzitter ingesteld. Het alge­ meen bestuur regelt de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze. De vaste commissies van advies als bedoeld in het tweede lid, hebben ondermeer tot taak het strategisch beraad van advies te dienen.

Ontwerp 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Versie vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 5 juli 2023

BRABANT 4.

5.

De vergaderingen van de vaste commissies zijn openbaar, behoudens de mogelijkheid tot het vergaderen achter gesloten deuren, een en ander volgens nader door het algemeen bestuur vast te stellen regels. Een vaste commissie van advies wordt in elk geval ingesteld voor de navolgende beleidsterrein: a. Economie; b. Arbeidsmarkt; c. Mobiliteit; d. Ruimte.

Bestuurscommissies Artikel 17

1. 2. 3.

Het algemeen bestuur is bevoegd bestuurscommissies in te stellen als bedoeld in artikel 25 Wgr. Er wordt een bestuurscommissie ingesteld voor de behartiging van aangelegenheden inzake het regelen van het Kleinschalig Collectief Vervoer (KCV) Leden van de bestuurscommissies als bedoeld in eerste lid zijn in ieder geval de leden van de colleges van burgemeester en wethouders, tot wiens portefeuille de belangen behoren.

Participatie Artikel 17a Deze regeling voorziet niet in het betrekken van inwoners van gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van het openbaar lichaam. HOOFDSTUK 4

INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING

Strategisch beraad ļ algemeen bestuur Artikel 18

1. Als één of meer leden, in een vergadering van het algemeen bestuur of schríftelijk, vragen om inlichtingen, worden deze door het strategisch beraad, of door één of meer leden daarvan ver­ strekt. 2. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen 30 dagen nadat het ver­ zoek om inlichtingen bij het strategisch beraad is ingediend, in een vergadering van het alge­ meen bestuur of schríftelijk verstrekt. 3. Nadat de inlichtingen zijn verstrekt of dienden te zijn verstrekt, kan het algemeen bestuur het strate­ gisch beraad of één of meer leden daarvan ter verantwoording roepen. 4. Het algemeen bestuur kan een lid van het strategisch beraad, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit, ontslag verlenen. Artikel 50 van de Gemeentewet is daarop van overeenkomstige toepassing. Openbaar Lichaam /gemeenteraden Artikel 19

1.

Het algemeen bestuur verstrekt aan de leden van de deelnemende gemeenten de door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. 2. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 30 dagen nadat het ver­ zoek om inlichtingen bij het openbaar lichaam is ingediend, schríftelijk verstrekt en wel door het strategisch beraad, tenzij de inlichtingen uitdrukkelijk van het algemeen bestuur of de voorzitter worden verlangd. ŵ—Onverminderd hot bopaaldo in lid 1, informoort hot algomoon bestuur do raden van do doolno monde gemeenten schríftelijk over onderworpen van strategisch belang. 3. Het strategisch beraad informeert de raden actief over de agenda voor de vergaderingen van het algemeen bestuur en over de genomen besluiten. Ontwerp 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Versie vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 5 juli 2023

BRABANT 4.

Het strategisch beraad informeert de raden in ieder geval twee maal per iaar schríftelijk over de voortgang van de realisatie van het meeriarenbeleidsplan. Daarnaast informeert het strategisch beraad de raden over onderwerpen van strategisch belang. 5. _Minimaal twee maal per jaar organiseert het strategisch beraadbostuur een informatiebijeenkomst voor ëe-raadsleden van alle deelnemende gemeenten, waarin de voortgang van de realisatie van het meeriarenbeleidsplan en onderwerpen van strategisch belang besproken worden. 6. Minimaal twee maal per iaar organiseert het strategisch beraad een verdiepende informatiebij­ eenkomst voor de raadsleden van alle gemeenten. Lid Algemeen bestuur /college Artikel 20

1. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan het college dat hem heeft aangewezen de door één of meer leden van dat college in een vergadering van dat college of schríftelijke ge­ vraagde inlichtingen. 2. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 30 dagen nadat het verzoekom inlichtingen bij het lid van het algemeen bestuur is ingediend, in een vergadering van dat college of schríftelijk verstrekt. 3. Nadat de inlichtingen zijn verstrekt of dienden te zijn verstrekt, kan het college het lid ter verantwoording roepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 4. Het college kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur, indien dit lid het ver­ trouwen van het college niet meer bezit, als zodanig ontslag verlenen. Artikel 50 van de Ge­ meentewet is daarop van overeenkomstige toepassing. Lid Algemeen bestuur ļ Gemeenteraden Artikel 21

1. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan de raad van de deelnemende gemeente waarin hij lid is van het college dat hem heeft aangewezen de door één of meer leden van de raad in een vergadering van de raad of schríftelijke gevraagde inlichtingen. 2. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen 30 dagen nadat het verzoek om inlichtingen bij het lid van het algemeen bestuur is ingediend, in een vergade­ ring van die raad of schríftelijk verstrekt. 3. Nadat de inlichtingen zijn verstrekt of dienden te zijn verstrekt, kan de raad het lid van het alge­ meen bestuur ter verantwoording roepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.

HOOFDSTUK S

PERSONEEL EN ORGANISATIE

Gezamenlijke gemeentesecretarissen Artikel 22

1. De gezamenlijke gemeentesecretarissen dragen er zorg voor dat het algemeen bestuur, het stra­ tegisch beraad, de adviescommissies en de bestuurscommissies bij de uitvoering van haar taken over voldoende ambtelijke kennis en kwaliteit en capaciteit beschikt, voor zover daarvoor een beroep wordt gedaan op bijdragen vanuit de gemeenten.

Ontwerp 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Versie vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 5 juli 2023

BRABANT Directeur-secretaris Artikel 23

1. De directeur-secretaris wordt door het strategisch beraad benoemd op voordracht van het alge­ meen bestuur. 2. De directeur-secretaris staat het algemeen bestuur, het strategisch beraad, de voorzitter en de commissies bij de uitoefening van hun taak terzijde. De directeur-secretaris is in de vergaderin­ gen van het algemeen bestuur en van het strategisch beraad aanwezig; in de vergaderingen van het strategisch beraad en het algemeen bestuur heeft hij een adviserende stem. 3. Alle stukken die van het algemeen bestuur en van het strategisch beraad uitgaan, worden door de directeur-secretaris mede ondertekend. 4. De directeur-secretaris is verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken in het kader van deze regeling door de ambtelijke ondersteuning die wordt geleverd door personeel in dienst van het openbaar lichaam Regio West-Brabant dan wel door personeel in dienst bij de deelnemende ge­ meenten. 5. Het strategisch beraad stelt, op voorstel van de directeur secretaris, voor de directeur-secretaris een instructie vast. Schorsing en ontslag directeur-secretaris Artikel 24

1. Het strategisch beraad kan in spoedeisende gevallen tot schorsing van de directeur-secretaris overgaan. 2. Het strategisch beraad doet van een besluit als bedoeld in het vorige lid onmiddellijk medede­ ling aan het algemeen bestuur. 3. Het besluit tot schorsing vervalt wanneer het algemeen bestuur het niet in zijn eerstvolgende vergadering bekrachtigt. 4. Het strategisch beraad beslist over het ontslag van de directeur-secretaris gehoord het alge­ meen bestuur. Ambtelijke organisatie Artikel 25

1. Het openbaar lichaam heeft voorde uitvoering van de hem opgedragen taken een ambtelijk apparaat, aan het hoofd waarvan de directeur-secretaris staat. 2. Het strategisch beraad regelt de organisatie, de omvang en de werkwijze van het ambtelijk apparaat. 3. Het strategisch beraad stelt de arbeidsvoorwaardenregeling voor de directeur-secretaris en het overige personeel vast. 4. Het strategisch beraad is verantwoordelijk voor het benoemen, schorsen en ontslaan van het personeel dat tot het ambtelijk apparaat behoort Algemeen-Directeur Artikel 26 Dit artikel is komt tevervallen.

Ontwerp 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Versie vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 5 juli 2023

WEST-BRABANT HOOFDSTUK 6

FINANCIËLE BEPALINGEN

Financiële verordening Artikel 27

Het algemeen bestuur stelt een financiële verordening vast waarin de planning en controlecyclus is opgenomen en financiële verhouding tussen het algemeen bestuur en de bestuurscommissies is vastgelegd. Meerjarenbeleidsplan, kaderbrief en begroting Artikel 28

1. Het algemeen bestuur stelt vierjaarlijks, bij de aanvang van een nieuwe raadsperiode, een meer­ jarenbeleidsplan vast waarin de financiële en inhoudelijke vooruitzichten worden uiteengezet. De jaarlijkse begroting dient te passen binnen deze kaders. 2. De elementen die in het meerjarenbeleidsplan naar voren dienen te komen zijn: a. de doelen die de gemeenschappelijke regeling zal nastreven en/of prestaties die de gemeen­ schappelijke regeling de deelnemende gemeenten zal leveren; b. de kosten die daaraan voor de gemeenten gezamenlijk en voor elke gemeente afzonderlijk verbonden zullen zijn; c. een overzicht van de risico's van de gemeenschappelijke regeling en een uiteenzetting over de wijze waarop deze risico's worden beheerst. 3. Jaarlijks vóór 1 februari, zendt het strategisch beraad aan de raden van de deelnemende gemeen­ ten een brief met daarin de algemene financiële en beleidsmatige kaders. In deze brief zijn de door de deelnemende gemeenten gegeven richtlijnen verwerkt. Daarnaast bevat de kaderbrief kort de belangrijkste opgaven voor het komende jaar. Voorstellen voor nieuw beleid, die niet door de deelnemende gemeenten zijn opgenomen in de richtlijnen, worden in deze kaderbrief gedaan en expliciet vermeld als nieuw beleid. 4.

Jaarlijks voor 1 apriluiterliik 15 april, zendt het strategisch beraad de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar, vergezeld van een toelichting, aan de leden van het algemeen bestuur en de raden van de deelnemende gemeenten met het verzoek aan de raden om hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren te brengen. 5. De begroting bestaat uit een algemeen deel, waarin de kosten die samenhangen met het alge­ meen bestuur, het strategisch beraad en de economische ambitie en daarop gebaseerde uitvoeringsprogramma's zijn opgenomen en deelbegrotingen per bestuurscommissie. Daarnaast wordt ook de bijdrage voorval de BV REWIN West-BrabantNV Rewin in de begroting verwerkt. 6. Inde begroting wordt in het algemene deel aangegeven de door elke deelnemer voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: a. Economische Zaken b. Mobiliteit c. Ruimtelijke Ontwikkeling d. Arbeidsmarktbeleid; e. Collectieve taken; f. Facultatieve taken; g. Uitvoeringstaken; 7. Voor de berekening van de in het vorige lid bedoelde bijdrage, wordt voor het algemeen deel uit­ gegaan van het inwoneraantal op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan dat, waarvoor de bij­ drage verschuldigd is. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.

Naast het alge­ mene deel, is de verschuldigde bijdrage van de deelnemende gemeenten afhankelijk van de acti­ viteiten waaraan wordt deelgenomen. Ontwerp 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Versie vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 5 juli 2023

WEST-BRABANT 8. Golot op do bijzondere positie van do gomoonto Tholon, wordt do bijdrage voor hot algomone deel van deze gemeente gebaseerd op een door het algemeen bestuur en de gemeente Tholen vast te stellen grondslag. 8. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen tot 12 weken na ontvangst van de ontwerp­ begroting 1 juli van iodor iaar bij het strategisch beraad hun zienswijze over de ontwerpbegro­ ting naar voren brengen. 9. Het strategisch beraad stuurt de raden voor vaststelling van de begroting door het algemeen be­ stuur. een overzicht van ontvangen zienswijzen en een reactie daarop, toe.

Begrotingswijziging Artikel 29

1. Met betrekking tot wijzigingen van de begroting is het bepaalde in artikel 28 voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 2. Voor noodzakeliike wijzigingen van de begroting als gevolg van onverwachte autonome ont­ wikkelingen. zijnde loon- en prijsontwikkelingen, die geen afwijking ínhouden van het door het algemeen bestuur vastgestelde beleid, is artikel 28 niet van toepassing. 3. Voor overige wijzigingen van de begroting, die door hun karakter niet leiden tot een wijziging van de bijdrage van de deelnemende gemeenten, alsmede geen afwijking ínhouden van het door het algemeen bestuur vastgestelde beleid is artikel 28 niet van toepassing. Betaling Artikel 30

De deelnemers betalen jaarlijks voor 1 februari van het betreffende jaar de verschuldigde bijdrage. Bij niet tijdige betaling is de wettelijke interest verschuldigd. Jaarrekening Artikel 31

1.

2.

3.

Het strategisch beraad zendt jaarlijks voor 1 april vóór 15 april de voorlopige jaarrekening en bij deze jaarrekening behorende accountantsverklaring aan het algemeen bestuur en aan de colle­ ges en raden van de deelnemende gemeenten. Het resultaat van de jaarrekening vloeit terug naar de deelnemende gemeenten. Het algemeen bestuur kan van dit standpunt afwijken. Dit dient dan expliciet via een voorstel tot resultaatbestemming aan het algemeen bestuur te worden voorgelegd. Het algemeen bestuur stelt de rekening vast. Van de vaststelling van de jaarrekening doet het strategisch beraad mededeling aan de raden van de gemeenten.

Artikel 32

1. 2.

3.

De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begro­ ting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet. De deelnemers verbinden zich in geval van opheffing van het openbaar lichaam een Liquidatieplan op te stellen dat voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtin­ gen van het openbaar lichaam over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.

Ontwerp 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Versie vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 5 juli 2023

WEST-BRABANT HOOFDSTUK 7

INFORMATIEPLICHT

Inlichtingen en gegevens Artikel 33

1.

2.

De bestuursorganen van de deelnemende gemeenten en van het openbaar lichaam ver­ strekken elkaar desgevraagd inlichtingen en gegevens welke zij nodig achten voor de uit­ oefening van hun taak, voor zoveel zij daarover beschikken. Het openbaar lichaam geeft aan de rekenkamercommissie(s) van de deelnemende gemeenten afzonderlijk en in samenwerking alle informatie die voor de wettelijke taakuitoefening nodig is.

Inlichtingen door deelnemende gemeenten Artikel 34

1. De bestuursorganen van de deelnemende gemeenten doen het strategisch beraad medede­ ling van bij hen in voorbereiding zijnde maatregelen en plannen die voor de behartiging van de belangen als bedoeld in artikel 3 voor het openbaar lichaam van belang zijn. 2. De bestuursorganen van de deelnemers kunnen bij de in het eerste lid bedoelde medede­ ling het gevoelen vragen van het strategisch beraad. Ook ongevraagd kan het strategisch beraad zijn zienswijze daaromtrent aan een gemeentebestuur kenbaar maken. HOOFDSTUK 8

ARCHIEFBEPALINGEN

Archiefzorg Artikel 35

Het strategisch beraad draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het open­ baar lichaam. Beheer Artikel 36

De directeur-secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de ar­ chiefbewaarplaats. Bewaring Artikel 37

Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het open­ baar lichaam wijst het strategisch beraad een archiefplaats aan. Toezicht Artikel 38

Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaar­ plaats, is een door het strategisch beraad aangewezen archivaris belast. Verslag Archiefzorg Artikel 39

Het strategisch beraad brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uit­ oefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam. Verslag toezicht Ontwerp 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Versie vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 5 juli 2023

WEST-BRABANT Artikel 40

De door het strategisch beraad aangewezen archivaris brengt tweejaarlijks aan het strategisch beraad verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam die niet of nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

HOOFDSTUK9

TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING

Toetreding Artikel 41

1. Toetreding kan plaatsvinden op verzoek daartoe bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente. 2. Alle deelnemende colleges moeten hier mee instemmen en voor dit instemming hebben zij de toestemming van hun raad nodig. De toetreding gaat in op de eerste dag na publicatie in het blad Gemeenschappelijke regeling op Overheid.nl de Staatscourant. 3. Het algemeen bestuur kan aan de toetreding nadere voorwaarden verbinden. 4. Het college van de toegetreden gemeente gaat zo spoedig mogelijk over tot het aanwijzen van (plaatsvervangende) vertegenwoordigers in het algemeen bestuur. Uittreding Artikel 42

1. Een deelnemende gemeente kan uittreden uit de regeling door toezending aan het alge­ meen bestuur van daartoe strekkende besluiten van haar college van Burgemeester en Wethouders. De uittreding vindt, behoudens een door het algemeen bestuur geaccepteerde afwijking, plaats op 1 januari van het tweede jaar, volgend op dat waarin het besluit tot uittreding in het blad gemeenschappelijke regeling op Overheid.nl de Staatscourant is bekend gemaakt. 2. Een uittredende gemeente betaalt in de járen na het moment van uittreding een afnemend per­ centage van de algemene bijdrage per inwoner die in de meerjarenbegroting van het openbaar lichaam is voorzien. De afbouw gebeurt als volgt: » In iaar 1 na uittreding: 10096 In iaar 2 na uittreding: 80/6 In iaar 3 na uittreding: 60/6 In iaar 4 na uittreding: 4096 In iaar 5 na uittreding: 2096 3. Een uittredende gemeente is volledig gehouden aan de verplichtingen die het openbaar lichaam op basis van een expliciet besluit van (onder andere) deze gemeente is aangegaan. De uittre­ dende gemeente betaalt de organisatiekosten die met deze verplichting gemoeid zijn tot het moment van afloop van de verplichting. 4. Daar waar de uittredende gemeente producten afneemt van RWB waarvoor een dienstverleningsovereenkomst is afgesloten, zijn de daarin opgenomen bepalingen over beëindiging van de dienstverlening van toepassing. 5.

De uittredende gemeente kan geen aanspraak maken op gevormde bestemmingsreserves. 6. De uittredende gemeente kan geen aanspraak maken en ook niet aangesproken worden op een positief respectievelijk negatief rekeningresultaat, vanaf het boekjaar dat vooraf gaat aan het moment van uittreding.

Ontwerp 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Versie vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 5 juli 2023

BRABANT 7. Het algemeen bestuur regelt na overleg met de betrokken gemeente, onder mededeling aan Gedeputeerde Staten, de financiële verplichtingen, alsmede de overige gevolgen van de uit­ treding. Daarbij brengt het algemeen bestuur in elk geval de financiële consequenties van de voorgaande bepalingen uittreding in beeld. Het algemeen bestuur kan in overeenstemming met de uittredende gemeente in voorkomende gevallen afwijken van bovenstaande leden 2 tot en met 6. en draagt zij er zorg voor dat het openbaar lichaam een redelijke periode krijgt om haar begroting en formatie in overeenstemming te brengen met het nieuwe aantal deelne­ mers. Vorplichtingon die specifiek voor do uittrodondo gomoento zijn aangegaan zullen daarbij in principe ook door die gemeente nagekomen dienen te worden.

Wijziging Artikel 43

De regeling kan worden gewijzigd bij eensluidende besluiten van de colleges van de deelne­ mende gemeenten. Opheffing Artikel 44

1. De regeling kan worden opgeheven bij eensluidende besluiten van de colleges van de deel­ nemende gemeenten. 2. In geval van opheffing van de regeling stelt het algemeen bestuur, de colleges van de deelne­ mende gemeenten gehoord, een liquidatieplan vast. Het liquidatieplan voorziet in ieder geval in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële gevol­ gen van de opheffing, alsmede in een regeling ten aanzien van het personeel. 3. De liquidatie heeft plaats door het als dan fungerende strategisch beraad, dat, zo nodig, na het tijdstip van de opheffing van de regeling in functie blijft, totdat de liquidatie is voltooid. 4. Na opheffing gaan de archiefbescheiden naar de deelnemende gemeente die het be­ treft.

HOOFDSTUK 10

GESCHILLENBESLECHTING

Artikel 45

Geschillen omtrent de toepassing van de regeling, in de ruimste zin, tussen besturen van de deelnemende gemeenten of tussen besturen vaneen of meer gemeentenen het bestuur van het openbaar lichaam worden, overeenkomstig artikel 28 van de Wgr, beslist door Gedepu­ teerde Staten van de provincie Noord-Brabant.

HOOFDSTUK 11

OVERGANGS-EN SLOTBEPALINGEN

Inwerkingtreding Artikel 46

De regeling treedt in werking op ljanuari 2018 en wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Ontwerp 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Versie vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 5 juli 2023

BRABANT Evaluatie Artikel 47

De regeling wordt om de 4 járen geëvalueerd. De evaluatie heeft met name betrekking op de vraag of do samenwerking do dooien dio zij zich hooft gestold ook hoeft bereikt tegen do kos ton dio daarvoor waron uitgotrokkon. Ook do manier waarop do samenwerking hooft gofuncti oneerd is onderdeel van de evaluatie. 1. Per 4 iaar wordt ten behoeve van de opstelling van een nieuw meeriarenbeleidsplan, de actuali­ teit van de doelen van de samenwerking geëvalueerd. Daarbij wordt gekeken of de doelen die in de voorgaande bestuursperiode zijn gesteld, gerealiseerd zijn tegen de daarvoor uitgetrokken middelen. 2. Als het algemeen bestuur hiertoe besluit zal er een evaluatie plaatsvinden ten aanzien van de werkwijzen en het functioneren van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant ten opzichte van de gemeenten. Het algemeen bestuur besluit hier in ieder geval toe als een meer­ derheid van gemeenten, die gezamenlijk tenminste de helft van het aantal inwoners vertegen­ woordigen, daar gezamenlijk en schríftelijk om verzoekt.

Citeertitel Artikel 48

Deze regeling kan worden aangehaald als "Gemeenschappelijke Regeling Regio West-Brabant".

Ontwerp 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Versie vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 5 juli 2023

BRABANT Toelichting op de voorgestelde 4e wijziging van de gemeenschappelijke rege­ ling Regio West-Brabant (RWB) Opsomming deelnemende gemeenten

De gemeente Tholen is om financiële redenen en haar verplichting om deel te nemen aan de Zeeuwse samenwerkingsverbanden, per 1 januari 2021 uit de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant getreden. Overwegingen voor wijzigingen

Overweging 1 betreft die uittreding van Tholen. Het is geen noodzaak op de gemeenschappelijke re­ geling daarop aan te passen. Daarom is hiermee gewacht tot de eerstvolgende (dus deze 4e) wijziging van de regeling. Aanleiding voor deze 4e aanpassing is de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Deze is op 21 juli 2022 deels in werking getreden en vereist een wijziging van alle gemeenschappelijke re­ gelingen. Deze wijziging moet voor 1 juli 2024 rond komen. De gewijzigde Wgr beoogt een versterking van de positie van de raden. HOOFDSTUK 3 HET BESTUUR Artikel 9 lid 5

De informatie over de voortgang van het inhoudelijk programma wordt losgekoppeld van de (financi­ ële) bestuursrapportages. De afspraken over de omgang met de bestuursrapportages komen in een nieuwe Nota Verbonden Partijen dan wel in een specifiek financieel afsprakenkader. De bepalingen over de informatieverstrekking over de inhoudelijke voortgang zijn bij deze 4e wijziging ondergebracht in Hoofdstuk 4: Inlichtingen en verantwoording. Paragraaf 3.4 Adviescommissies, bestuurscommissies en participatie. Artikel 16

Dit artikel gaat over de instelling van adviescommissies. Zij brengen advies uit aan het strategisch be­ raad of aan de voorzitter. In de regeling is bepaald dat er in ieder geval commissies van advies worden ingesteld voor de beleidsterreinen Economie, Arbeidsmarkt, Mobiliteit en Ruimte. Gemeenschappelijke radenadviescommissie ? De gewijzigde Wgr biedt ruimte voor de instelling van een gemeenschappelijke, door raadsleden ge­ vormde, adviescommissie. Dit nieuwe instrument heeft als doel de raden eerder te betrekken bij be­ sluitvorming, hen met elkaar te laten overleggen en hen de mogelijkheid te geven gemeenschappelijk adviezen uit te brengen aan de gemeenschappelijke regeling of aan de raden. Het is aan gemeentera­ den zelf om te bepalen of instelling van een adviescommissie gewenst is. In dit wijzigingsvoorstel voorziet het strategisch beraad daarom niet in instelling van een gemeenschappelijke adviescommis­ sie. Het strategisch beraad hecht aan meer wederzijdse inhoudelijke betrokkenheid. Het strategisch be­ raad stelt een combinatie voor van periodieke informele uitwisseling tussen de gemeenschappelijke regeling en raadsleden en de formele zienswijzeprocedures. Wat dit laatste betreft voorziet de ge­ meenschappelijke regeling RWB al in een zienswijzeprocedure op ínhoud: het meerjarenbeleids­ plan/actieprogramma RWB.

Als aanvulling hierop staat het strategisch beraad een informeel gesprek tussen bestuurders, directie van RWB en raadsleden voor, met een minimum van 2 keer per jaar. Hierin kunnen de voortgang van de uitvoering van het actieprogramma en actuele ontwikkelingen over en weer besproken worden. Ontwerp 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Versie vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 5 juli 2023

WEST-BRABANT

Inbreng inwoners en belanghebbenden

De wijziging van de Wgr houdt ook in dat in elke gemeenschappelijke regeling wordt beschreven of en hoe om te gaan met participatie. Of het nodig of geëigend is participatie van burgers en belang­ hebbenden via het samenwerkingsverband te laten lopen is afhankelijk van de taken en bevoegdhe­ den. De bevoegdheden van RWB zijn zeer beperkt en dat geldt ook voor de directe impact van de ac­ tiviteiten van RWB op burgers en anderen. Daarom is het voorstel om op te nemen dat participatie voor burgers en anderen bij RWB niet aan de orde is. Dit is toegevoegd als artikel 17a. HOOFDSTUK 4 INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING Artikel 19

Dit artikel regelt het verstrekken van inlichtingen en het afleggen van verantwoording van het open­ baar lichaam RWB naar gemeenteraden. Het voorstel is dit artikel uit te breiden, waarbij met name een rol wordt weggelegd bij het strategisch beraad om de raden van de nodige informatie te voorzien en met hen het gesprek aan te gaan over de voortgang van de uitvoering van het meerjarenbeleids­ programma en nieuwe strategisch relevante ontwikkelingen. Voorzien wordt in: » Actief informeren van de raden over de agenda van het algemeen bestuur en de genomen besluiten; » Minimaal 2 keer per jaar de raden schríftelijk informeren over de stand van zaken realisatie uitvoeringsprogramma en actuele strategisch relevante ontwikkelingen (bijvoorbeeld door verspreiding van een actualiteitenoverzicht); » Minimaal 2 keer per jaar organiseren van mondeling overleg met een vaste groep van raads­ leden over voortgang en relevante ontwikkelingen. Dit kunnen de raadsadoptantenZ-ambassadeurs zijn die in een aantal raden zijn aangewezen, maar desgewenst ook een bredere af­ vaardiging vanuit raden. » Minimaal 2 keer per jaar worden op thema's verdiepende bijeenkomsten georganiseerd. Dit zijn op dit moment de zogenaamde themacafés, waaraan naast raadsleden vertegenwoordi­ gers van het onderwijs en ondernemers deelnemen.

Deze aanvulling laat de verantwoordingslijnen tussen het lid van het algemeen bestuur richting ove­ rige collegeleden en raden intact (artikel 20 en 21). HOOFDSTUK 6 FINANCIËLE BEPALINGEN Artikel 28

Het proces van meerjarenbeleidsplan, kaderbrief, en begroting blijft in essentie ongewijzigd. Wel is sprake van nieuwe termijnen voor de zienswijzeprocedure op de begroting. Raden krijgen 12 weken in plaats van 8 weken de tijd om een zienswijze in te sturen. Tegelijkertijd is de deadline voor indie­ ning van de vastgestelde begroting aan Gedeputeerde Staten opgeschoven naar 15 september. Het afronden van de begrotingsprocedure voor het zomerreces is gewenst omdat de vaststelling van de definitieve jaarrekening dan in ieder geval plaats moet vinden. We voorkomen graag dat we een extra vergadering van het algemeen bestuur moeten beleggen. Het doorvoeren van de nieuwe wette­ lijke termijnen betekent dan dat verzending van de ontwerpbegroting aan de raden voor 1 april moet (zie lid 4). Lid 8 regelt de zienswijzetermijn van 12 weken. Hoewel de Wgr ruimte biedt om de kadernota ook pas voor 1 april toe te sturen, handhaven we daar­ voor de datum van 1 februari (zie lid 3). Ontwerp 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Versie vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 5 juli 2023

BRABANT

De gewijzigde Wgr verplicht de dagelijkse besturen van de regelingen om de ontvangen zienswijzen, voorzien van een reactie voor vaststelling van de begroting toe te sturen aan de raden. Dit is in deze 4e wijziging in lid 9 verwerkt. Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om ook de veranderde juridische status van REWIN, eerst NV nu BV, op te nemen- in lid 5. Vanzelfsprekend vervalt de bepaling over de bijzondere financiële po­ sitie van Tholen (het oude lid 8). Artikel 29

In de gemeenschappelijke regeling kunnen categorieën van wijzigingen van de begroting benoemd worden, waarvoor een besluit van het algemeen bestuur niet voorafgegaan hoeft te worden door een zienswijzeprocedure. Dat is zo al vastgelegd voor begrotingswijzigingen die niet leiden tot wijziging van de algemene bijdrage per inwoner (oud lid 2, nieuw lid 3). In het nieuwe lid 2 wordt een aanvulling hierop voorgesteld voor onvoorziene en onvermijdelijke loon- en prijsontwikkelingen. De aannamen in de primaire begroting worden nu (conform de Nota Verbonden Partijen) gebaseerd op de septembercirculaire die 15 maanden voor ingang van het be­ treffende begrotingsjaar wordt gepubliceerd. Als de werkelijke cao- en algemene prijsindexontwikkeling in een dusdanige mate afwijkt van die aannamen, dat inpassing in de begroting niet haalbaar is, leidt dit tot een begrotingswijziging waarbij een verhoging van de algemene bijdrage per inwoner aan de orde is. Om te voorkomen dat raden in een dergelijke situatie geconfronteerd worden met een zienswijzeprocedure van de verschillende gemeenschappelijke regelingen, wordt voorgesteld in deze situatie af te zien van deze procedure. Een dergelijk besluit van het algemeen bestuur over een verho­ ging van het bedrag per inwoner wordt uiteraard gecommuniceerd met de raden. Ook via de bestuursrapportage worden de raden hiervan op de hoogte gesteld.

Desgewenst kunnen zij hun verte­ genwoordiger in het algemeen bestuur vragen om uitleg. Met deze aanpassing wordt beoogd de ad­ ministratieve last aan de kant van de raden en de gemeenschappelijke regeling te beperken. Artikel 31

De termijnen voor de vaststelling van de (voorlopige) jaarrekening zijn niet gewijzigd. Omdat het wenselijk is om deze niet later dan de ontwerpbegroting aan de raden toe te sturen, is de datum van verzending gelijkgetrokken met die van de ontwerpbegroting. HOOFDSTUK 9 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING Artikel 42

De Wgr schrijft voor dat er in de gemeenschappelijke regeling bepalingen worden opgenomen over de rechten en plichten die bij uittreding van de regeling van toepassing zijn. De afspraken die rond de uittreding van de gemeente Tholen zijn gemaakt, zijn in dit artikel opgenomen. Deze gaan over een afbouwschema van de algemene bijdrage per inwoner, de positie van de betreffende gemeente ten aanzien van aangegane verplichtingen, facultatieve taken en ten aanzien van opgebouwde (bestemmings)reserves en rekeningresultaat. Het afbouwschema (5 jaar) is destijds gebaseerd op jurisprudentie. Denk bij aangegane verplichtingen aan bijvoorbeeld het vervoerscontract dat het openbaar lichaam RWB op grond van besluiten per gemeente is aangegaan voor het vervoer van Wmo-gerechtigden. Het ligt in de rede dat de uittredende gemeente hieraan (en aan de bijbehorende beheerskosten) vol­ ledig mee blijft betalen tot het moment van beëindiging van de verplichtingen. Mocht de uittredende

Ontwerp 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Versie vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 5 juli 2023

BRABANT gemeente prijs stellen op een eerdere beëindiging, dan gaat de gemeenschappelijke regeling hierover in overleg met de contractpartner. Het kan zijn dat de betreffende gemeente diensten wil blijven afnemen op het gebied van de uitvoeringsgerichte taken: werving en selectie personeel (mobiliteitscentrum) en/of regioarcheologie. Daar­ voor kunnen afspraken gemaakt worden, waarbij het gebruikelijk is dat niet-deelnemers aan de rege­ ling een risico-opslag betalen. Mocht voortzetting van de dienstverlening niet gewenst zijn, dan gel­ den de bepalingen uit de dienstverleningsovereenkomst. De gemeenschappelijke regeling RWB kent een aantal bestemmingsreserves. Het ligt in de aard van deze reserves dat er doelen aan gekoppeld zijn. Daarom is het van belang dat deze in stand gehouden worden. Een uittredende gemeente kan er daarom geen aanspraak op maken. De uittreding vindt effectief minimaal 1 jaar na het door de betreffende gemeente genomen uittredingsbesluit plaats. Besluiten over een rekeningresultaat over het laatste boekjaar waarin participatie aan de orde is, vindt plaats na uittreding. De betreffende gemeente heeft hier dan geen zeggenschap over en zal zich naar verwachting in dit laatste boekjaar terughoudend opstellen ten aanzien van te nemen besluiten.

Het ligt in de rede dat de uitredende gemeente dan geen aanspraak kan maken op, maar ook niet aangesproken kan worden op, een positief dan wel negatief rekeningresultaat. Het algemeen bestuur kan afwijken van de voorgestelde bepalingen, voor zover daar overeenstem­ ming met de uittredende gemeente over bestaat.

HOOFDSTUK 11

OVERGANGS-EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 47

De Wgr schrijft voor dat er in gemeenschappelijke regelingen evaluatiebepalingen opgenomen wor­ den. Wij stellen voor onderscheid te maken tussen een evaluatie op ínhoud en een evaluatie op de werkwijze en het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. In lid 1 wordt aangesloten op de huidige praktijk: iedere 4 jaar vindt er een evaluatie plaats op Ínhoud. Deze evaluatie dient ter voor­ bereiding van de opstelling van het meerjarige beleidsprogramma, dat ook steeds een periode van 4 jaar bestrijkt. Een evaluatie van het functioneren van de gemeenschappelijke regeling kent geen duidelijk koppelmoment. De vraag is ook met welke frequentie en diepgang gemeenten behoefte hebben aan een dergelijke evaluatie. Daarom wordt voorgesteld hier geen termijn voor op te nemen, maar het aan het algemeen bestuur te laten om het evaluatiemoment en de -vraagstelling te bepalen. Een derge­ lijke evaluatie vindt daarnaast zonder meer plaats als een aantal gemeenten daar gezamenlijk om vraagt. In aansluiting op het vereiste ten aanzien van besluiten over begroting en jaarrekening (artikel 7, lid 2) geldt hiervoor de voorwaarde van de helft van de gemeenten plus 1, die tenminste de helft van het aantal inwoners plus 1 vertegenwoordigen.

Ontwerp 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Versie vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 5 juli 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1664/documents/19208