CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

RBL begroting 2026.pdf

Besluitvormende Vergadering 26 juni 2025, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 08.: Begrotingen verbonden partijen.7.069 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ontwerpbegroting 2026 RBL West-Brabant Regionaal Bureau Leren 1 januari 2026 – 31 december 2026

Beoogde vaststelling door het bestuur van RBL West-Brabant op 25 juni 2025

Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant

Inhoudsopgave A.

Beleidsbegroting .............................................................................................................................................. 3 1.

Inleiding ..................................................................................................................................................... 3

2.

Programmaplan ......................................................................................................................................... 6

3.

Paragrafen ............................................................................................................................................... 12

4.

Samenvatting van de financiële effecten bij de begroting 2026 ............................................................. 13

B.

Financiële begroting 2026 ............................................................................................................................. 14 5.

Begrote balans per 31 december ............................................................................................................ 14

6.

Toelichting op Programmabegroting 2026 ............................................................................................. 17

Ontwerp begroting 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant

|2

A. Beleidsbegroting 1. Inleiding Voor u ligt de begroting voor 2026 van Regionaal Bureau Leren (RBL) West-Brabant, die is opgesteld aan de hand van de feitelijke informatie die op het moment van schrijven voorhanden was. RBL West-Brabant De Gemeenschappelijke Regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten is beter bekend onder de naam Regionaal Bureau Leren (RBL) West-Brabant. In onze regio werken we met veertien gemeenten nauw samen aan het voorkomen en terugdringen van verzuim en schooluitval. Met een team van bevlogen medewerkers van heel de RBL-regio maken wij ons hard voor de ontwikkeling van de West-Brabantse jongeren. Wij zetten ons elke dag in om te bereiken dat iedere West-Brabantse jongere op een passende school zit, een start kwalificatie heeft, of begeleid is naar de voor hem hoogst haalbare startpositie in de maatschappij. Wij willen iedere jongere de kans geven om zich optimaal voor te bereiden op zijn of haar toekomst. Daarbij trekken we zoveel mogelijk samen op met de scholen en netwerkpartners in de regio. De voorliggende begroting voor het jaar 2026 is opgesteld in de actuele context waarbij het RBL zich richt op de basis op orde binnen de beschikbare middelen ter beschikking gesteld door de 14 deelnemende gemeenten.

Bij het opstellen van de begroting heeft het RBL zoveel mogelijk rekening gehouden met de richtlijnen voor Gemeenschappelijke Regelingen die verschillende deelnemende gemeenten hebben opgedragen. Veranderende samenstelling van de deelnemende gemeente aan de GR De voorliggende begroting gaat uit van het gegeven dat het RBL de opdracht van de 14 gemeenten uitvoert binnen de dienstverleningsniveaus vastgesteld door het bestuur van het RBL. De deelnemende gemeenten nemen een diversiteit aan diensten af. Dit betekent dat samenwerking plaatsvindt op twee verschillende niveaus. Alle veertien deelnemende gemeenten werken samen op niveau 1. Zij voeren een centrale leerplicht- en Doorstroompunt-administratie. Daarnaast is de sturing en coördinatie op de Doorstroompunt-functie gezamenlijk vormgegeven. Wanneer wordt samengewerkt in begeleiding en toezicht op het gebied van leerrecht en kwalificatieplicht, spreken we van niveau 2. Alle jongeren van 5 tot 23 jaar (en mogelijk van 5 tot 27 jaar, mocht de wet VSNDW al zijn ingegaan) worden begeleid naar de juiste opleiding, zorg of werk. In West-Brabant werken op dit moment vijf gemeenten intensief samen op dit niveau. Dit zijn Breda, Moerdijk, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout. In 2024 hebben de niveau 2a gemeenten (Etten-Leur, Rucphen, Zundert) het RBL kenbaar gemaakt het hebben hun dienstverleningsniveau af te schalen naar niveau 1.

Daarnaast zijn de gemeenten Alphen-Chaam en Baarle-Nassau op hun verzoek uit de GR getreden. De effecten van deze keuzes voor het takenpakket en de formatie van het RBL treft u aan in deze conceptbegroting aan. Evenals de gevolgen van de afgesproken frictiekosten op de gemeentelijke bijdragen van de overige gemeenten. Nieuwe wet “van school naar duurzaam werk” Eind 2024 werd duidelijk dat de nieuwe wet “Van school naar duurzaam werk” (VSNDW) werd uitgesteld. Op het moment van het opstellen van deze conceptbegroting is nog niet helder hoe deze wet er precies uit gaat zien en wanneer deze exact ingaat. Wat we wel weten is dat de doelgroep van de doorstroomcoaches uitgebreid wordt naar jongeren tot 27 jaar in plaats van jongeren tot 23 jaar

Ontwerp begroting 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant

|3

zoals nu het geval is. Ook verandert de rol van doorstroomcoach van regievoerder naar begeleider. We erkennen het belang om zorg te dragen voor een goede begeleiding en de juiste zorg, aandacht en ontwikkelkansen. De veranderende rol van de leerplichtambtenaar en doorstroomcoach vragen om andere talenten en competenties. In 2025 hebben we hierop ingezet en experimenteerden we met de invulling van deze rol binnen de VSV-projecten. In lijn met de keuze van het bestuur van het RBL d.d. 27 november 2024 wordt in deze conceptbegroting 2026 uitgegaan van afstel van de wet VSNDW tot het moment dat inwerkingtreding van de wet zekerheid kent. Dat betekent dat een deel van de formatie van het RBL voor het jaar 2026 en 2027 als boven formatief wordt gezien. In het kader van goed werkgeverschap dient het RBL ten tijde van het opstellen van deze ontwerpbegroting voor het jaar 2026 en nog geen zekerheid over de inwerkingtreding van de wet het gesprek te voeren met de medewerkers over het traject om van werk naar werk te komen. Dat betekent dat vanaf het schooljaar 2025/2026 de formatie wordt afgebouwd. Mocht in het najaar van 2025 duidelijk worden dat de wet per 1 januari 2026 in werking treedt zal het proces van werving opnieuw starten om de benodigde formatie voor de uitvoering van de wettelijke taak uit te voeren.

Het RBL streeft ernaar de capaciteit op orde te hebben bij inwerkingtreding van de wet, echter gelet op de huidige arbeidsmarkt schatten wij in dat dit wellicht niet te realiseren is. Zodra er duidelijkheid is over de reikwijdte en inwerkingtreding van deze wet, zowel op inhoud als financieel, wordt deze door middel van een begrotingswijziging voorgelegd. Voortijdig Schoolverlaten De projecten onder het regionale programma Voortijdig Schoolverlaten (VSV) 2021-2025 zijn eind kalenderjaar 2025 afgerond. Er is inmiddels een nieuw regionaal programma gestart. Op het moment van het opstellen van deze begroting is vanuit het VSV programma aangegeven dat het RBL er vanuit dient te gaan dat er na het kalenderjaar 2025 geen aanvullende middelen naar het RBL komen om invulling te geven aan taken die tot op heden werden uitgevoerd als VSV-project, maar feitelijk behoren tot de opdracht die het RBL in de kern heeft in relatie tot voortijdig schoolverlaten. Het RBL bereidt zich dan ook voor op de afronding van de lopende projecten in het kalenderjaar 2025. Dat betekent tevens iets voor de formatie binnen het RBL betrokken bij deze taak. Het gaat hier om de Vangnetcoördinatoren PRO/VSO en VO/MBO, de NEET aanpak en On My Way.

Het RBL zal dit onderwerp agenderen voor de klankbordgroep ter bespreking hoe deze taakinvulling binnen de wettelijke taak op het voortijdig schoolverlaten in 2026 concreet vorm gaat krijgen. Financiën Wij volgen in basis de regionale financiële richtlijnen van de deelnemende gemeenten op. Deze richtlijnen geven aan dat er gestreefd dient te worden naar een stabilisering van de kosten en eventuele bespaaropties te onderzoeken. De 14 deelnemende gemeenten leveren een bijdrage in de kosten die het RBL maakt voor de uitvoering van de werkzaamheden voor niveau 1 en 2. Bij de realisering van het RBL als GR is ervoor gekozen om te werken met een dienstverleningsovereenkomst met de gemeente Breda. De daaruit voortkomende loon- en prijsindexeringen en facilitaire effecten dienen door het RBL te worden verwerkt. De indexering van de gemeentelijke bijdragen is gebaseerd op het prijsindexcijfer van de algemene prijsontwikkeling BBP uit de septembercirculaire 2024. Daarmee heeft het RBL te maken met prijs- en loonindexeringen. Aangezien het RBL geen reserves aanhoudt, moeten deze kosten worden doorberekend aan de deelnemende gemeenten. De indexering van de gemeentelijke bijdragen is gebaseerd op het prijsindexcijfers van de algemene prijsontwikkeling BBP (2026: 1,026%) en prijs overheidsconsumptie (beloning werknemers, 2026: 1,034%) uit de septembercirculaire 2024.

Deze begroting 2026 is opgemaakt met een post onvoorzien en een opslag ziekteverzuim van 7% om tegemoet te komen aan de wens om reëel te begroten. De Begroting 2026 is opgesteld op een moment dat er verschillende onzekerheden zijn die voor een belangrijk deel hierboven uitgebreider besproken zijn: Ontwerp begroting 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant

|4

1. Begrotingswijzinging 2025: In deze begroting zetten we de in de eerste begrotingswijziging van 2025 ingezette lijn voort. Op het moment van opstellen van de begroting 2026 ligt de begrotingswijziging voor bij de gemeenteraden voor een zienswijze. De begrotingswijziging 2025 is dus nog niet definitief vastgesteld. 2. Wet van School naar Duurzaam Werk: ondanks dat de geluiden steeds sterker worden dat deze wet in 2026 van kracht zal gaan is er nog geen definitieve datum vastgesteld. Derhalve wordt er in deze begroting uitgegaan van het scenario die door de klankbordgroep is geformuleerd, het zogenoemde ‘worst case scenario’, wat inhoudt dat deze wet niet meegenomen is in deze begroting voor 2026. 3. Formatie: voor de begroting van 2026 gaan we uit van een andere formatie dan in 2025. Dit betekent dat we ervan uitgaan er een vermindering van het aantal beschikbare fte optreedt vanwege 1) de uittreding en afschaling van de betreffende gemeenten in 2025 en 2) de vermindering van het aantal fte dat ten tijde van dit schrijven is ingezet op de VSV projecten, die tot het einde van 2025 lopen. Het is nog niet duidelijk hoe het nieuwe meerjarige VSVprogramma eruit komt te zien en welke vraag daarbij aan het RBL wordt gesteld en welke middelen daar vanuit het programma ter beschikking worden gesteld .

Vanwege deze onduidelijkheid zijn we in deze begroting uitgegaan dat er geen inkomsten zijn vanuit de VSVmiddelen. De actuele ontwikkeling maken dat het RBL in de aanloop naar het jaar 2026 met de deelnemende gemeenten in gesprek gaat over de opdracht van het RBL binnen de beschikbare middelen en de uitvoering van de taken aangaande leerrecht en kwalificatieplicht. Leeswijzer Deze begroting start met een samenvatting van de ambitie en speerpunten voor 2026 in de actuele context. Daarna belichten wij onze bedrijfsvoering en delen wij de verplichte paragrafen van de begroting. Tot slot nemen wij u mee in de financiële effecten van deze begroting en geven wij een doorkijk naar de komende jaren, met meerjarenperspectief van de verwachte deelnemersbijdragen. Het Gemeenschappelijk Orgaan van de gemeenschappelijke regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten.

B E S L U I T: De begroting 2026 voor het Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten vast te stellen.

Dhr. A.M.A. van Drunen Voorzitter

Ontwerp begroting 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant

|5

2. Programmaplan 2.1 Programmaplan De Gemeenschappelijke Regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten heeft als doel het behartigen van de belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de uitvoering van de Leerplichtwet 1969 en de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie Voortijdig Schoolverlaten. Het jaar 2026 wordt het vijftiende kalenderjaar waarin de 14 West-Brabantse gemeenten met elkaar samenwerken binnen het Regionaal Bureau Leren West-Brabant. 2.2 Beleid en speerpunten 2026 RBL West-Brabant richt zich in 2026 op de volgende speerpunten en aandachtsgebieden:

Speerpunt 1 Inzet op preventie. Voorkomen van thuiszitters, (school)uitval en voortijdig schoolverlaten Onze kerntaak binnen RBL West-Brabant is het uitvoeren van de Leerplichtwet en het Doorstroompunt. Met een startkwalificatie op zak heeft een jongere een betere uitgangspositie om duurzaam in de maatschappij te landen dan zonder. Daarom proberen we schooluitval en verzuim zoveel mogelijk te voorkomen. Aandachtsgebied 1.1 Thuiszitters In 2023 zijn er regionaal met alle partners nieuwe afspraken gemaakt over de uitvoering van het vernieuwde regionale thuiszitterspact. De aandacht in het onderwijs verschuift van melden van afwezigheid naar sturen op aanwezigheid. We streven er samen met onze ketenpartners naar om zoveel mogelijk inclusief onderwijs te kunnen bieden zodat leerlingen zo thuis nabij mogelijk onderwijs kunnen volgen. Als er extra ondersteuning nodig is wordt dit zoveel mogelijk binnen de school vormgegeven. Al bij zorgwekkend (nog niet wettelijk) verzuim willen we met elkaar aan de slag gaan. We beperken het aantal en de duur van vrijstellingen op grond van artikel 5 lid a van de leerplichtwet (medische redenen) zo veel mogelijk. Bij kortdurende vrijstellingen streven we ernaar dat er een overeengekomen plan ligt, waarin is opgenomen hoe tijdens de duur van de vrijstelling wordt gewerkt aan de ontwikkeling van de jongere.

Aandachtsgebied 1.2 Preventie schoolverzuim en schooluitval in de overgang naar vervolgonderwijs en/of arbeid Onze ambitie is om samen met onze partners schoolverzuim en schooluitval verder te voorkomen. We zetten daarbij in op de overgangsmomenten naar vervolgonderwijs. De ervaring leert dat dit risicovolle momenten zijn voor kwetsbare leerlingen. Met elkaar zorgen we voor een warme overdracht tussen de verschillende vormen van onderwijs en monitoren we of een leerling goed aankomt. Als blijkt dat het ontwikkelperspectief van een jongere niet in het onderwijs ligt dragen we zorg voor een warme overdracht richting arbeid of een arbeidsvoorziening. Aandachtsgebied 1.3 Voorkomen voortijdig schoolverlaten Het aantal jongeren dat het onderwijs verlaat zonder startkwalificatie is in onze regio hoger dan het landelijk gemiddelde. Om deze trend te keren zetten we binnen de beschikbare middelen in op ondersteuning van 18+ die verzuimen. Om bij verzuim al ondersteuning en/of begeleiding te bieden wordt de kans op uitval kleiner. Met jongeren die het MBO zonder startkwalificatie dreigen te verlaten gaan de betreffende school, al dan niet met de aanwezigheid van een doorstroomcoach, actief in gesprek. Door het voeren van deze zogenaamde exitgesprekken kunnen deze jongeren beter begeleid worden richting een andere opleiding óf een duurzame plek op de arbeidsmarkt.

Samen met het voortgezet onderwijs zetten we in op het verminderen van het aantal jongeren dat zonder VO-diploma de overstap naar het MBO maakt. Uit onderzoek blijkt dat deze jongeren vaker ook het MBO zonder diploma verlaten. Ontwerp begroting 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant

|6

Speerpunt 2 Aansluiten op de ontwikkelbehoefte van het kind/de jongere Als een leerling uitvalt of uit dreigt te vallen zoeken we naar een passende oplossing. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de school, leerrecht/doorstroompunt en andere partners. De nadruk ligt hierbij op de omstandigheden creëren die nodig zijn om een passend ontwikkel pad voor de leerling te realiseren. Bij voorkeur vindt dit zo thuis nabij mogelijk plaats. Jongeren die vastlopen op het speciaal onderwijs en/of praktijkonderwijs (pro), zijn kwetsbaar. Vaak kampen zij met problemen op meerdere leefgebieden. Deze jongeren worden actief begeleid en/of ondersteund door verschillende professionals vanuit onderwijs, zorg en/of participatie om hen zo te helpen aan een passende ontwikkelplek. Dit kan binnen of buiten het onderwijs zijn. De rol van het RBL beperkt zich tot het doorverwijzen naar de de juiste partijen. De gerichte doorverwijzingen en de mogelijkheden om mee te denken in maatwerkoplossingen worden bemoeilijkt, door het wegvallen van de rol van vangnetcoördinator(en).

Speerpunt 3 Zichtbaarheid van leerrecht/doorstroompunt op scholen en in het lokale netwerk Om invulling te kunnen geven aan bovengenoemde speerpunten is een goede samenwerking met verschillende ketenpartners cruciaal. We zetten hier dan ook vol op in. We versterken de zichtbaarheid van leerrecht/doorstroompunt op scholen en in het lokale netwerk. Dat doen we bijvoorbeeld door heldere samenwerkingsafspraken met scholen, samenwerkingsverbanden en andere samenwerkingspartners te maken. Jaarlijks voeren we startgesprekken met de scholen en sluiten we (risicogericht) aan bij multidisciplinaire overleggen. Op scholen met een hoog percentage kwetsbare leerlingen (pro, vso, mbo1, mbo 2) houden we op verschillende scholen verzuimspreekuren waar zowel jongeren, als hun ouders, als professionals gebruik van kunnen maken. In cluster Oost zijn we minder goed in staat om structurele verzuimspreekuren te voeren dan in de andere clusters omdat er in deze clusters voor gekozen is om zelf de dienstverlening op te pakken en er zodoende meer middelen beschikbaar zijn gesteld door de betrokken gemeenten. Op het MBO organiseren we sectorale overleggen om trends en ontwikkelingen met het ondersteuningsteam van de sector te bespreken zodat we met elkaar nog beter in staat zijn om jongeren in het onderwijs te houden.

Elke gemeente heeft een vast contactpersoon die het lokale zorglandschap kent en gemakkelijk schakelt met de betreffende beleidsadviseur.

Speerpunt 4 Samen met scholen en netwerkpartners werken aan een omslag van leerplicht naar leerrecht voor 18 min en van startkwalificatie naar ontwikkelperspectief voor 18 plus. De rol van leerrecht, kwalificatieplicht en het doorstroompunt komt het beste tot zijn recht wanneer er sprake is van een goede samenwerking met het onderwijs en ketenpartners in het zorg- en arbeidsmarktveld. De opgave om kinderen en jongeren een zo goed mogelijk ontwikkelperspectief te geven is immers een brede maatschappelijke opgave, waarin leerrecht/doorstroompunt een van de partijen is. We voorzien onze ketenpartners gevraagd (en ongevraagd) van advies om zo de best mogelijke omgeving te creëren waarin de kinderen/ jongeren zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen. Binnen de ketensamenwerking heeft de leerplichtplichtambtenaar voor de leer- en kwalificatieplichtige leerlingen in de meeste gevallen een adviserende en indien nodig een handhavende rol. In de meeste gevallen ligt de regierol bij de school of bij een zorgpartner. Soms ligt de (proces)regierol wel bij de leerlichtambtenaar/doorstroomcoach, bijvoorbeeld wanneer er geen schoolinschrijving is. Bij complexe gevallen waarin een doorbraak geforceerd moet worden kunnen we gebruik maken van een opschalingsroute om een doorbraak te creëren waarin het belang van het kind centraal staat.

In Cluster Oost zal het niet altijd lukken om aan te sluiten, omdat hier de middelen niet toereikend zijn om dit structureel te kunnen begeleiden. Voor jongeren vanaf 18 jaar werken doorstroomcoaches volgens de Doorstroom Routekaart van brancheorganisatie Ingrado. Dit betekent dat coaches actief inzetten op het creëren van Ontwerp begroting 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant

|7

ontwikkelperspectief voor jongeren. Het behalen van een startkwalificatie wordt gestimuleerd, maar maatwerk en de ondersteuningsbehoefte van de jongeren staan centraal (zie ook speerpunt 2).

Speerpunt 5 Nazorg We hebben de ambitie om meer te investeren in nazorg. Dat betekent dat in beeld wordt gebracht hoe de jongere en/of ouders/verzorgers onze begeleiding hebben ervaren. Heeft de gekozen aanpak duurzaam resultaat of is er aanvullend nog iets nodig? Op deze manier willen we vormgeven aan nazorg en deze ervaringen benutten voor ons eigen leerproces. 2.3 Beleidsindicatoren 2026 Met prestatie-indicatoren willen we enerzijds doelen stellen en nastreven, anderzijds bieden ze ons ook de gelegenheid om regelmatig te monitoren of we ‘op koers’ zitten op de verschillende speerpunten. Zoals in het Koersdocument Leerrecht West-Brabant 2024-2026 is beschreven, verschilt de manier waarop momenteel invulling wordt gegeven aan de speerpunten per subregio. Daarom kan op dit moment nog niet voor ieder speerpunt een (regionale) indicator benoemd worden. In onderstaande tabel zijn de indicatoren opgenomen die de afgelopen jaren al regionaal gehanteerd werden en toegepast kunnen worden op de nieuwe speerpunten. Speerpunt

Indicator

Begroot 2026

1. Inzet op preventie. Voorkomen van thuiszitters, (school)uitval en voortijdig schoolverlaten Relatief schoolverzuim (aantal personen met 3.500 Thuiszitters WP Relatief Verzuim in een schooljaar) Aantal langdurig relatief verzuimers (aantal jongeren zonder geldige reden >4 wkn school 150 niet bezoeken) Aantal absoluut verzuimers (aantal personen 730 met WP Absoluut Verzuim in een schooljaar) Aantal personen met vrijstelling om medische / psychosociale redenen (art. 5 onder a) of 400 vanwege bezwaren tegen richting (art. 5 onder b) Personen met vrijstelling 5 sub a Elke jaarlijkse vrijstelling 5 sub a komt tot stand met advies vanuit GGD en Samenwerkingsverband en wordt er een plan opgesteld hoe er gedurende het vrijgestelde jaar toch aan de ontwikkeling van de jongere wordt gewerkt. Leerplicht monitort de uitvoering van dit plan. Preventie schoolverzuim en schooluitval in de overgang naar vervolgonderwijs en/of arbeid Voorkomen Aantal nieuwe VSV’ers; 18 t/m 22 jarigen die 1.600 voortijdig gedurende het schooljaar uitschrijven op schoolverlaten school zonder startkwalificatie

Ontwerp begroting 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant

Werkelijk 2024 3.475 134 722

392

1.594

|8

Aantal oud VSV’ers: alle 18 t/m 22 jarigen die vóór het lopende schooljaar in beeld zijn 4.000 gekomen door uitschrijven op school zonder startkwalificatie Aantal bereikte jongeren via de NEET-aanpak 0 (nieuw) 2. Aansluiten op de ontwikkelbehoefte van het kind/de jongere Sluitend vangnet Aantal vangnetcases PRO-VSO (regio) 0 jongeren 12 tot Aantal vangnetcases (regulier, regio) 0 23 jaar 3. Zichtbaarheid van leerrecht/doorstroompunt op scholen en in het lokale netwerk

3.663

578 48 170

4. Samen met scholen en netwerkpartners werken aan een omslag van leerplicht naar leerrecht voor 18 min en van startkwalificatie naar ontwikkelperspectief voor 18 plus. Andere rol voor Voortijdig Schoolverlaters: reden van Met elke VSV’er die doorstroomcoach schoolverlaten is bekend bij school en school verlaat, voert doorstroomcoach. school een exitgesprek. De doorstroomcoach is bij voorkeur in zorgelijke casussen bij deze gesprekken aanwezig. Een verslag van het exitgesprek, in de vorm van een regionaal door het RBL ontwikkeld exitformulier, wordt bij iedere nieuwe VSV’er door school aangeleverd en door DSP aan het dossier van de VSV’er toegevoegd. 5. Nazorg

Voor alle indicatoren geldt dat als bron het Jaarverslag gebruikt van het laatste afgesloten schooljaar. (Voor indicatoren van 2026 wordt gekeken naar het Jaarverslag 2025-2026)

Het opnemen van deze beleidsindicatoren in de begroting is een wettelijke verplichting vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).

Ontwerp begroting 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant

|9

2.4 Bedrijfsvoering Regionaal Bureau Leren (RBL) West-Brabant Het RBL Schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten worden in de praktijk niet afgebakend door gemeentegrenzen. Daarom is intergemeentelijke samenwerking van groot belang om er effectief tegen te kunnen optreden. De uitgangspunten voor de inzet vanuit het RBL zijn het verminderen en voorkomen van het schoolverzuim, het handhaven van de leerplicht, het recht op onderwijs en het terugdringen van voortijdig schoolverlaten. Dit doen we door in te zetten op de speerpunten zoals deze benoemd zijn in hoofdstuk 2.2. Door het werken in flexibele teams van leerplichtambtenaren en trajectbegeleiders, het harmoniseren van werkwijzen en de samenwerking met netwerkpartners op het terrein van passend onderwijs, jeugdbeleid en participatiewetgeving is het RBL West Brabant (RBL) goed aangehaakt bij lokale ontwikkelingen. Missie (waar staan we voor): Ieder kind en jongere verdient de kans zich te ontwikkelen op een voor hem of haar passende manier. Leren in het onderwijs is een belangrijke manier voor kinderen en jongeren om zich te ontwikkelen, maar soms lopen ze daarin vast. Kinderen en jongeren die (dreigen) uit (te) vallen op school kunnen rekenen op ondersteuning van leerrecht/doorstroompunt.

Visie (waar gaan we voor): Wij bieden kinderen en jongeren die (dreigen) uit (te) vallen in het onderwijs ondersteuning om weer op een passend ontwikkelpad te komen: onderwijs of een ander passend alternatief. • • •

Daartoe zien wij het kind en de jongere in zijn/haar omgeving (gezin, familie, sociaal netwerk, school, buurt). Samen met onze partners in het onderwijs, zorg en arbeidsmarktnetwerk sluiten we aan bij de behoefte van het kind en de jongere. We denken en handelen vanuit kansen en mogelijkheden. Met onze lokale en regionale partners hebben we kinderen en jongeren die (dreigen) uit (te) vallen ze snel mogelijk in beeld, waardoor escalatie voorkomen wordt.

Bedrijfsvoering De Gemeenschappelijke Regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten is beter bekend onder de naam Regionaal Bureau Leren (RBL) West-Brabant. Binnen RBL werken veertien gemeenten samen om schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten onder jongeren tegen te gaan. De deelnemende gemeenten nemen een diversiteit aan diensten af. Dit betekent dat samenwerking plaatsvindt op twee verschillende niveaus: • Alle veertien deelnemende gemeenten werken samen op niveau 1. Zij voeren een centrale leerplicht- en doorstroompuntadministratie. De sturing en coördinatie op de doorstroompuntfunctie is gezamenlijk vormgegeven. • Wanneer wordt samengewerkt in begeleiding en handhaving op het gebied van leer- en kwalificatieplicht, spreken we van niveau 2. Alle jongeren van 5 tot 23 jaar worden begeleid naar de juiste opleiding, zorg of werk. In West-Brabant werken op dit moment vijf gemeenten intensief samen op dit niveau. Dit zijn Breda, Moerdijk, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout.

Ontwerp begroting 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant

| 10

De volgende leerplicht- en doorstroompunttaken worden buiten de kaders van de Gemeenschappelijke Regeling uitgevoerd: • De drie gemeenten Rucphen, Etten-Leur en Zundert voeren zelf de begeleiding en handhaving van de leerplicht- en doorstroompunttaken uit voor 5- tot 23-jarigen. • De vijf gemeenten in West-Brabant-West (Bergen op Zoom, Halderberge, Roosendaal, Steenbergen en Woensdrecht) werken op het gebied van de begeleiding en handhaving samen in een netwerksamenwerking, met lokale uitvoering van de leerplichttaak en doorstroompuntbegeleiding (5 tot 23 jaar). • De gemeente Altena voert de handhaving en begeleiding eveneens geheel zelfstandig uit. Alle gemeenten streven naar zoveel mogelijk uniformiteit op de uitvoering van de basistaak. Er wordt onderling zoveel mogelijk samengewerkt om deze eenheid te bereiken en behouden. Met de verschillende niveaus van samenwerking geven we op zich de deelnemende gemeenten de mogelijkheid een keuze te maken, waarbij samenwerking op niveau 1 als basis geldt. Daarnaast streven we er natuurlijk naar om voor de gehele regio de (beleidsmatige) uniformiteit, rechtsgelijkheid en continuïteit te verbeteren zonder het lokale karakter van leerplicht uit het oog te verliezen. We kiezen niet voor niets voor één vast aanspreekpunt per school en lokale of subregionale samenwerking met onderwijs, jeugdhulp en arbeidsmarktpartners.

Overig bedrijfsvoering De GR heeft geen eigen personeel in dienst. De inhoudelijke taken voor Niveau 1 (administratie) en Niveau 2 worden uitgevoerd door medewerkers van RBL West-Brabant, die in dienst zijn van de uitvoerende gemeente Breda. Voor de diverse functies zijn loonkostenvergoedingen afgesproken die bij de Gemeenschappelijke Regeling in rekening worden gebracht door de gemeente Breda op basis van haar geldende CAO. RBL West-Brabant is een dienstverleningsovereenkomst aangegaan met de gemeente Breda. In deze dienstverleningsovereenkomst zijn afspraken gemaakt over onder meer huisvesting, facilitaire zaken, basiswerkplek, financiële administratie, financieel advies, planning en control cyclus, personele zorg en documentbeheer. Indicatoren bedrijfsvoering

Taakveld 0. Bestuur en 1 ondersteuning

Naam indicator Formatie

Eenheid Fte per 1.000 inwoners

0. Bestuur en 2 ondersteuning

Bezetting

0. Bestuur en 3 ondersteuning

Apparaatskosten Kosten per inwoner

0. Bestuur en 4 ondersteuning

Externe Inhuur

Kosten als % totale loonsom + kosten inhuur externen

0. Bestuur en 5 ondersteuning

Overhead

% van totale lasten

Realisatie 2023 0,027

Fte per 1.000 inwoners 0,034 € 4,07 18% 25%

Het opnemen van bovenstaande tabel in deze begroting is een wettelijke verplichting vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording. De kosten van bedrijfsvoering staan vastgesteld in de dienstverleningsovereenkomst met de gemeente Breda.

Ontwerp begroting 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant

| 11

3. Paragrafen 3.1 Lokale heffingen Niet van toepassing. 3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen is een maatstaf om te beoordelen of de gemeenschappelijke regeling in staat is om nadelige (financiële) gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat daarbij de continuïteit in de uitvoering van taken in gevaar komt. Het weerstandsvermogen bestaat uit de verhouding tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen waarover de gemeenschappelijke regeling kan beschikken om niet begrote kosten, als ook alle risico’s waarvoor nog geen voorzieningen zijn gevormd, te kunnen dekken. De deelnemende gemeenten hebben aangegeven dat het niet wenselijk is dat een gemeenschappelijke regeling weerstandsvermogen opbouwt. Bij een gemeenschappelijke regeling staan de deelnemende gemeenten financieel garant. De gemeenschappelijke regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten heeft dan ook geen weerstandsvermogen opgebouwd. De volgende risico's worden geïdentificeerd: De financiële kerngetallen zoals voorgeschreven in het BBV hebben weinig informatiewaarde voor het RBL. De financiële positie van Het RBL is goed beheersbaar en inzichtelijk. Er is geen eigen vermogen (solvabiliteit van 0%), er zijn geen langlopende schulden (leningen) en de kortlopende schulden worden gefinancierd met de gemeentelijke bijdragen.

3.3 Onderhoud kapitaalgoederen De gemeenschappelijke regeling heeft geen beschikking over kapitaalgoederen. 3.4 Financiering De financiering van de taken van de gemeenschappelijke regeling, de jaarlijkse exploitatie, geschiedt door middel van jaarlijkse bijdragen van de deelnemende gemeenten op basis van leerlingenaantallen. Op basis van de realisatie van afgelopen jaren houden we in de begroting rekening met een opslag van 7% van de loonsom voor de opvang van verzuim. 3.5 Bedrijfsvoering De gemeenschappelijke regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten heeft zelf geen personeel in dienst. De werkzaamheden worden verricht door medewerkers die in dienst zijn bij de gemeente Breda. De taken met betrekking tot ondersteuning, financieel beheer, huisvesting et cetera worden op basis van een dienstverleningsovereenkomst uitgevoerd door de gemeente Breda. 3.6 Verbonden partijen Voor de veertien deelnemende gemeenten vormt de gemeenschappelijke regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten een verbonden partij. Het RBL is per augustus 2012 gestart. De deelnemende gemeenten leveren een bijdrage in de kosten die het RBL maakt voor de uitvoering van deze werkzaamheden. 3.7 Grondbeleid Niet van toepassing.

3.8 Wet normering topinkomens Er zijn geen functionarissen binnen de gemeenschappelijke regeling die in aanmerking komen voor de uitgangspunten van de Wet normering topinkomens. Er zijn geen bezoldigings- en ontslagvergoedingen uitgekeerd, aangezien de GR geen mensen in dienst heeft. Ontwerp begroting 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant

| 12

4. Samenvatting van de financiële effecten bij de begroting 2026 De baten bestaan uit de jaarlijkse bijdragen van de deelnemende gemeenten. Onderstaande tabel geeft de financiële vertaling weer van de basisdienstverlening van het RBL. Totaaloverzicht

Deelname RBL

Altena Bergen op Zoom Breda Drimmelen Etten-Leur Geertruidenberg Halderberge Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Steenbergen Woensdrecht Zundert Alphen-Chaam Baarle-Nassau Totaal

GR niveau 1 GR niveau 1 GR niveau 1 en 2 GR niveau 1 en 2 GR niveau 1 GR niveau 1 en 2 GR niveau 1 GR niveau 1 en 2 GR niveau 1 en 2 GR niveau 1 GR niveau 1 GR niveau 1 GR niveau 1 GR niveau 1

Bijdrage 2026 € 66.470 € 69.656 € 1.361.291 € 176.399 € 48.535 € 147.787 € 30.739 € 243.849 € 377.944 € 76.725 € 21.496 € 22.889 € 20.393 € 20.114 €0 €0 € 2.684.289

In de volgende tabel specificeren we de verdeling van de begrote lasten over de kostensoorten voor het begrotingsjaar 2026. Uitgaven (eclusief BTW) 1 Personeel 2 Inhuur 3 Jeugdvolgsysteem

€ 2.130.015 € 149.101 € 234.967

4 Huisvesting en facilitair

€ 215.423

5 Overige uitgaven

€ 91.147

6 Vergoeding uittreding en afschaling Totaal

Ontwerp begroting 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant

€ -136.363 € 2.684.289

| 13

B. Financiële begroting 2026 5. Begrote balans per 31 december ACTIVA (bedragen x € 1) Vaste activa

2024

2025

2026

2027

€ 2.089.240

€ 2.089.240

€ 2.089.240

€ 2.089.240

Totaal vlottende activa

€ 2.089.240

€ 2.089.240

€ 2.089.240

€ 2.089.240

TOTAAL

€ 2.089.240

€ 2.089.240

€ 2.089.240

€ 2.089.240

2024

2025

2026

2027

€ 1.102.915

€ 1.179.854

€ 1.189.618

€ 1.191.618

3.2 Crediteuren

€ 897.622

€ 897.622

€ 897.622

€ 897.622

4. Overige schulden

€ 88.704 € 11.765

€ 2.001

1.

Materiele vaste activa

2.

Financiële vaste activa

Totaal vaste activa Vlottende activa 3. Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar 3.1 Vorderingen op openbare lichamen 3.2 Overige vorderingen 4. Liquide middelen 4.1 Bank- en girosaldi

PASSIVA (bedragen x € 1) Vaste passiva 1. Eigen vermogen: 1.1 Algemene reserve 1.2 Bestemmingsreserves 1.3 Resultaat na bestemming 2. Voorzieningen 2.1 Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Totaal vaste passiva Vlottende passiva 3. Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar 3. Kortlopende schulden 3.1 Bank- en girosaldi

4.1 Vooruit ontvangen bedragen

Ontwerp begroting 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant

| 14

Totaal vlottende passiva

€ 2.089.240

€ 2.089.240

€ 2.089.240

€ 2.089.240

TOTAAL

€ 2.089.240

€ 2.089.240

€ 2.089.240

€ 2.089.240

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Personeelskosten

€ 567.413

€ 667.914

€ 649.120

€ 654.987

€ 680.532

€ 707.073

3.8 Overige goederen en diensten Huisvesting en facilitair

€ 179.323

€ 198.740

€ 215.423

€ 221.966

€ 228.314

€ 234.862

Overige uitgaven

€ 81.501

€ 59.711

€ 91.147

€ 93.517

€ 95.854

€ 98.251

Subtotaal

€ 828.238

€ 926.365

€ 955.689

€ 970.470

€ 1.004.700

€ 1.040.186

(Bedragen x € 1)

LASTEN Taakveld 0.4 Overhead 3.5.1 Personeel

Taakveld 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken 3.5.1 Personeel Personeelskosten

€1.317.282

€ 1.513.992

€1.480.895

€1.427.216

€1.482.878

€1.540.710

Onvoorzien

€ 161.491

€ 152.733

€ 149.101

€ 145.754

€ 151.439

€ 157.345

3.5.2 VSV Personeels en projectkosten VSV

€ 544.725

€ 553.385

3.8 Overige goederen en diensten Jeugdvolgsysteem

€ 158.508

€ 227.966

€ 234.967

€ 243.436

€ 246.456

€ 254.724

Subtotaal

€2.182.007

€ 2.448.076

€1.864.963

€1.816.407

€1.880.772

€1.952.778

TOTAAL LASTEN

€3.010.245

€ 3.374.441

€2.820.652

€2.786.876

€2.885.473

€2.992.964

Ontwerp begroting 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant

| 15

BATEN Taakveld 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken 4.3.2 Inkomensoverdrachten gemeente Jaarlijkse bijdragen €2.556.764 gemeenten VSV projecten € 542.184 beleidsuitvoering RBL Betaalde uittreding en afschalingskosten Totaal baten €3.098.948

€ 2.713.718

€2.684.289

€2.784.875

€2.885.473

€2.992.964

€ 553.385

€

€

€

€

107.338

€ 136.363

€ 2.001

€ 3.374.441

€2.820.652

€2.786.876

€2.885.473

€2.992.964

Resultaat voor bestemming

€

€

€

€

€

€ 88.704

€

0

-

-

-

-

-

-

-

Programma- en meerjarenbegroting | Uitvoering Leerplichtwet

Ontwerp begroting 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant

-

| 16

6. Toelichting op Programmabegroting 2026 De begroting is exclusief BTW opgesteld. Door toepassing van de zogenaamde transparantie-methode zijn deze bedragen door de gemeenten volledig te declareren bij het BTW-compensatiefonds. De compensabele BTW wordt volledig doorbelast aan de deelnemende gemeenten. Personeel De uitgaven aan personeel hebben betrekking op het team van het RBL. De omvang daarvan is een vertaling van de aangepaste Ingrado-norm, een formatierichtlijn opgesteld door Ingrado (‘branchevereniging’ voor leerplicht) voor de leerplichtcapaciteit van gemeenten. Deze norm is gebaseerd op aantal jeugdigen. De reguliere formatie van het RBL wijzigt per 1 augustus 2025. In onderstaande tabel is de formatie over de verschillende niveaus per 1 januari van het betreffende jaar weergegeven. Zoals te zien in de tabel is de verwachting dat er na 2026 voor 1,24 fte Doorstroomcoach geen taken meer zijn om uit te voeren. Dit betekent dat het RBL zich erop voorbereidt dat afscheid genomen moeten worden van medewerkers.

Niveau 1 Administratie Doorstroomcoach / Leer- en kwalificatieplicht Kwaliteit Projectaanjager Secretaris Teamleiding Eindtotaal Niveau 2 Administratie Doorstroomcoach / Leer- en kwalificatieplicht Kwaliteit Projectaanjager Secretaris Teamleiding Eindtotaal

2025 3,66 0,00 0,78 0,00 0,50 0,25 5,19 2025 0,00 16,87 0,00 0,70 0,00 1,25 18,82

2026 3,66 0,00 0,78 0,00 0,50 0,25 5,19 2026 0,00 16,32 0,00 0,70 0,00 1,25 18,27

2027 3,58 0,00 0,78 0,00 0,50 0,25 5,11 2027 0,00 15,08 0,00 0,70 0,00 1,13 16,91

Het RBL zelf heeft geen medewerkers in dienst. De medewerkers worden sinds 1 januari 2018 ingeleend vanuit gemeente Breda. Het begrote bedrag aan personele kosten is berekend door het aantal fte per salarisschaal te vermenigvuldigen met de verwachte jaarlijkse loonkosten voor die betreffende functie en schaal (prijspeil loonkosten 2024). De formatie-uitbreiding van het RBL in augustus 2024 vormt de basis voor deze begroting. Jeugdvolgsysteem (JVS) JVS is het jeugdvolgsysteem voor de regionale leerlingenadministratie van de 14 West-Brabantse gemeenten. De uitgaven voor JVS bestaan uit twee structurele posten die worden ingekocht bij de leverancier Metaobjects Benelux B.V., te weten de jaarlijkse onderhoudskosten en applicatiebeheer. In 2024 is in de doorontwikkeling extra geïnvesteerd op JVS. De kosten voor 2025 zijn geïndexeerd opgenomen in deze conceptbegroting. Het applicatiebeheer van JVS is belegd bij de afdeling ICO van de gemeente Breda. Huisvesting en facilitaire zaken RBL Het RBL is gehuisvest in Breda in een pand dat in eigendom is van de gemeente Breda. De benodigde ruimte is berekend aan de hand van het aantal medewerkers en werkpleknormen.

Facilitaire zaken zoals schoonmaak, postbezorging, ICT, werkplekbeheer, kopieer- en printfaciliteiten en advisering op het gebied van Financiën en HRM worden afgenomen bij de gemeente Breda op basis van een dienstverleningsovereenkomst en per medewerker (niet per fte) berekend. De groei van het aantal medewerkers zorgt voor hogere kosten op deze post. Deze zijn geïndexeerd opgenomen in deze conceptbegroting.

Ontwerp begroting 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant

| 17

Overige uitgaven Onder de post overige uitgaven vallen kosten die bijvoorbeeld gemaakt worden voor communicatiemiddelen, juridisch advies, tolkkosten, projecten en regiobijeenkomsten met onderwijs en ketenpartners. Opleidingen brengen we apart in beeld en zijn voornamelijk bedoeld voor de verplichte opleidingen voor de leerplichtambtenaren. Deze post is begroot op basis van de groei van het aantal medewerkers inclusief een indexatie. Mutatie kosten 2026 Ten opzichte van de begroting 2025 zijn de kosten grotendeels gelijk gebleven. Er is een toename in de overige kosten echter die wordt gecompenseerd door een afname in de een loonkosten. Jaarlijkse bijdragen gemeenten Alle aan de GR deelnemende gemeenten leveren een bijdrage aan de begroting. De hoogte van de bijdrage per gemeente is gebaseerd op de landelijke richtlijnen van Ingrado (branchevereniging voor leerplichtambtenaren en RMC trajectbegeleiders/doorstroomcoaches). Deze richtlijn gaat uit van het aantal leerplichtigen en het aantal meldingen. Voor het kwalitatieve deel van de formatiebepaling dient in deze regio een bestuurlijke keus gemaakt te worden over de uit te voeren wettelijke en niet-wettelijke, preventieve taken. De gemeenten krijgen twee keer per jaar een factuur van het RBL voor hun bijdrage in de kosten.

Daarnaast brengt de gemeente Breda, aangezien zij de personele inzet levert, per kwartaal de salariskosten op basis van het aantal fte bij het RBL in rekening. De gemeentelijke bijdragen zijn als volgt tot stand gekomen: Niveau 1: samenwerking op administratief niveau, één centrale administratie. Veertien gemeenten in de regio West-Brabant participeren in de gemeenschappelijke regeling op niveau 1. Er is gekeken naar het totaal aantal jongeren in de leeftijd van 5 tot 23 jaar per gemeente, gemeten op 1 januari 2024 (gegevens van CBS Statline). Het percentage van de jongeren in deze leeftijdsklasse per gemeente (in verhouding tot de regio) wordt vermenigvuldigd met de personele en materiele kosten op niveau 1. Personele kosten op niveau 1 zijn: personeel administratie (3,66 fte), kwaliteitsmedewerker (0,78 fte), secretaris (0,5 fte) en teamleider (0,25 fte). Materiële kosten op niveau 1 zijn onder andere de kosten voor de leerlingenadministratie inclusief beheer en de dienstverleningsovereenkomst met de directie Servicebedrijf van de gemeente Breda voor huur ruimte, computer, telefoon, enz. De uittreding- en afschalingskosten die door de uittredende en afschalende gemeenten betaald worden en betrekking hebben op de kosten voor dienstverleningsniveau 1 over 2026, zijn naar rato in mindering gebracht op de bijdragen van de overige gemeenten.

Niveau 1 Altena Bergen op Zoom Breda Drimmelen Etten-Leur Geertruidenberg Halderberge Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Steenbergen Woensdrecht Zundert Totaal

Verdeelsleutel Percentage Aantal 5 t/m 22 jaar 12.412 9,11% 13.007 9,54% 38.871 28,52% 5.037 3,70% 9.063 6,65% 4.220 3,10% 5.740 4,21% 6.963 5,11% 10.792 7,92% 14.327 10,51% 4.014 2,95% 4.274 3,14% 3.808 2,79% 3.756 2,76% 136.284

Ontwerp begroting 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant

100%

2026 € 66.470 € 69.656 € 208.166 € 26.975 € 48.535 € 22.599 € 30.739 € 37.289 € 57.794 € 76.725 € 21.496 € 22.889 € 20.393 € 20.114 € 729.840 | 18

Niveau 2: de gemeenten Breda, Drimmelen, Geertruidenberg, Moerdijk en Oosterhout werken, naast uitvoeringsniveau 1, ook op uitvoeringsniveau 2 samen. Dit is in de gemeenschappelijke regeling vastgelegd. De bijdrage voor niveau 2 wordt bepaald door het percentage jongeren te vermenigvuldigen met de personele en materiele kosten voor niveau 2. Materiële kosten zijn de kosten voor huur ruimte, computer, telefoon, enz. De uittreding- en afschalingskosten die door de uittredende en afschalende gemeenten betaald worden en betrekking hebben op de kosten voor dienstverleningsniveau 2 over 2026, zijn naar rato in mindering gebracht op de bijdragen van de overige niveau 2 gemeenten.

Niveau 2 Altena Bergen op Zoom Breda Drimmelen Etten-Leur Geertruidenberg Halderberge Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Steenbergen Woensdrecht Zundert Totaal

Verdeelsleutel Percentage Aantal 5 t/m 22 jaar 12.412 0% 13.007 0% 38.871 59% 5.037 8% 9.063 0% 4.220 6% 5.740 0% 6.963 11% 10.792 16% 14.327 0% 4.014 0% 4.274 0% 3.808 0% 3.756 0%

€0 €0 € 1.153.125 € 149.425 €0 € 125.188 €0 € 206.560 € 320.149 €0 €0 €0 €0 €0

136.284

€ 1.954.448

Ontwerp begroting 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant

100%

2026

| 19

Het totaal aan gemeentelijke bijdragen voor niveau 1 en niveau 2 wordt hiermee*:

Totaaloverzicht

Deelname RBL

2026

Altena Bergen op Zoom Breda Drimmelen Etten-Leur Geertruidenberg Halderberge Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Steenbergen Woensdrecht Zundert Alphen-Chaam Baarle-Nassau Totaal

GR niveau 1 GR niveau 1 GR niveau 1 en 2 GR niveau 1 en 2 GR niveau 1 GR niveau 1 en 2 GR niveau 1 GR niveau 1 en 2 GR niveau 1 en 2 GR niveau 1 GR niveau 1 GR niveau 1 GR niveau 1 GR niveau 1

€ 66.470 € 69.656 € 1.361.291 € 176.399 € 48.535 € 147.787 € 30.739 € 243.849 € 377.944 € 76.725 € 21.496 € 22.889 € 20.393 € 20.114 €0 €0 € 2.684.289

2025 na begrotingswijziging € 66.063 € 68.729 € 1.288.638 € 169.238 € 88.924 € 141.770 € 30.797 € 235.056 € 361.391 € 77.553 € 39.722 € 22.995 € 20.599 € 39.402 € 38.824 € 24.019 € 2.713.719

Mutatie bijdrage € 407 € 927 € 72.659 € 7.161 € -40.389 € 6.017 € -58 € 8.793 € 16.553 € -828 € -18.226 € -106 € -206 € -19.288 € -38.824 € -24.019 € -29.430

Invloeden op de mutaties: * Voor Etten-Leur, Rucphen en Zundert zijn in 2025 tot en met 31-07-2025 niveau 2a gemeenten. Vanaf 01-082025 zijn dit niveau 1 gemeenten. * Gemeenten Alphen-Chaam en Baarle-Nassau zijn per 01-08-2025 uitgetreden. Hierdoor zijn de kosten van de overige gemeenten gestegen.

6.2 Meerjarenperspectief deelnemersbijdrage In onderstaande tabel geven we de verwachte deelnemersbijdrage meerjarig weer. Deze tabel geeft de huidige stand van zaken weer en hierin zijn de keuzeconsequenties van de doorontwikkeling nog niet meegenomen. In deze tabel zijn de bedragen van de oorspronkelijke begrotingen opgenomen. Dat wil zeggen dat begrotingswijzigingen hier niet in zijn opgenomen. Ter illustratie; de begrotingswijziging van 2024 is in deze tabel niet opgenomen maar het effect hiervan is in deze begroting 2025 zoals u bovenstaande overzichten heeft kunnen zien, wel doorberekend. Door de afschaling van niveau 2a naar niveau 1 verandert de bijdrage van de niveau 2a significant. In de meerjarenbegroting komt dit neer op onderstaande kostenverdeling per gemeente.

Ontwerp begroting 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant

| 20

Ontwerp begroting 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant

| 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1768/documents/21247