Rapportage evaluatie Visie Energie en Ruimte 2229077.pdf
Tekst van het document
Energiescenario 2030 Gemeente Steenbergen
rapportage
Marnix Brongers, Marvin Tiemessen en Merel van Leeuwen – Over Morgen 05 – 01 – 2022
Inhoud 1.
Energiescenario 2030 voor Steenbergen
3
1.1.
Introductie
3
1.2.
Definitie energieneutrale gemeente
4
Inzicht in de huidige situatie
5
2.1.
Uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen
5
2.2.
De oude energiemix uit de Visie Energie en Ruimte
6
2.3.
Energiegebruik
8
2.4.
Energie opwek
10
2.5.
Landbouw
11
2.6.
Conclusie
12
Energiescenario 2030
13
3.1.
De energiemix in 2030 besparing
13
3.2.
Uitgangspunten energiemix 2030
16
3.3.
Scenario Verduurzaming glastuinbouw
20
3.4.
Vergelijking met doelstellingen
21
4.
Conclusie en aanbevelingen
24
5.
Bijlage 1
25
6.
Bijlage 2
27
2.
3.
2
1.
Energiescenario 2030 voor Steenbergen 1.1. Introductie
De gemeente Steenbergen heeft aan Over Morgen gevraagd om een update te maken van het 2030 energiescenario, met de meest recente data en op basis van huidige trends en ontwikkelingen. In 2019 heeft Over Morgen ook een energiescenario voor gemeente Steenbergen gemaakt die werd opgenomen in de Visie Energie en Ruimte. Het nieuwe scenario biedt ondersteuning aan de evaluatie van deze visie. Deze rapportage zal daarom ook aandacht besteden aan de verschillen ten opzichte van het vorige scenario en aan de situatie in Steenbergen ten opzichte van een paar jaar terug. Daarbij wil gemeente Steenbergen handvatten richting uitvoering, vanuit inzicht in de belangrijkste knoppen waar de gemeente aan kan draaien. Deze inzichten zijn belangrijk voor zowel het college als de gemeenteraad. Op basis hiervan kunnen (andere) keuzes gemaakt worden en kan beleid (opnieuw) gevormd worden.
De overheid heeft in het Klimaatakkoord vastgesteld dat de landelijke CO 2-emissies in 2030 met 49% gedaald moeten zijn ten opzichte van 1990 en in 2050 met 95%. De gemeente Steenbergen heeft deze doelen vertaald naar eigen beleid waarin de doelstelling is vastgesteld om in 2050 energieneutraal te zijn. Met als tussenstap 50% energieneutraliteit in 2030. In deze rapportage kijken we naar de huidige totale energievraag en het -aanbod en de verwachte ontwikkelingen richting 2030. Tevens reflecteren we op de ambitie richting energieneutraliteit. Het scenario hebben wij opgesteld met behulp van het Energietransitiemodel van Quintel 1 ten behoeve van het eindbeeld. Op basis van onder andere actuele Klimaatmonitor data, onderzoek en aannames over ontwikkelingen in de toekomst en de Over Morgen kennis en ervaring schetsen we aan de hand van het Energietransitiemodel een zo
1 Voor meer informatie over het energietransitie model van Quintel: https://energytransitionmodel.com
3
duidelijk mogelijk beeld van de huidige en toekomstige energievraag van de gemeente en de benodigde (grootschalige) duurzame energie opwek. Samen vormen ze de drie onderdelen: inzicht in de huidige situatie (H2), energiescenario 2030 (H3) en conclusie en aanbevelingen (H4) om de energieneutrale opgave dichterbij te brengen.
1.2. Definitie energieneutrale gemeente Steenbergen is een energieneutrale gemeente wanneer de totale energiebehoefte over een jaar even groot is als de totale hoeveelheid lokaal duurzaam opgewekte energie binnen de gemeente. Dit betekent dat al het energieverbruik van transport en vervoer, de gebouwde omgeving, industrie en landbouw ergens binnen de gemeente duurzaam opgewekt moet worden voor een energieneutraal Steenbergen.
4
2.
Inzicht in de huidige situatie
Om de route naar 50% energieneutraliteit in 2030 te bepalen, hebben we eerst inzicht nodig in de huidige stand van zaken in Steenbergen. In dit hoofdstuk beschrijven we daarom de huidige CO 2 -emissies in de gemeente en energievraag en -aanbod. Dit doen we aan de hand van data uit 2019 (dit is het meest recente jaar waarvoor alle data beschikbaar is). Aangezien het energieverbruik in Steenbergen de afgelopen jaren sterk veranderd is, vinden wij het belangrijk om hier uitgebreid aandacht aan te besteden en de oorzaken hiervan te achterhalen. We geven ook de oude energiemix (uit de Visie Energie en Ruimte) weer en leggen uit waarom een update ervan noodzakelijk is.
2.1. Uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen
Figuur 1. Broeikasgas-voetafdruk van Steenbergen in 2019.
5
Bovenstaand figuur geeft een overzicht van de broeikasgas-voetafdruk van Steenbergen in 2019. In 2019 is de totale som van broeikasgasemissies 688 kTon CO2eq. De energie-gerelateerde CO2-uitstoot is 619 kTon. Dit is zonder andere bronnen van uitstoot meegenomen zoals veenoxidatie of landgebruik gerelateerde uitstoot. In 2019 neemt de landbouw ruim de helft van de energie-gerelateerde uitstoot voor zijn rekening met een uitstoot van 331 kTon. Het grootste deel hiervan komt van energieverbruik. De industrie (136,5 kTon) stoot bijna een kwart van de energie-gerelateerde uitstoot uit en bestaat grotendeels uit voedselproductie. De transport (107,5 kTon) volgt en bestaat met name uit vrachtvervoer en personenvervoer. Hekkensluiter is de gebouwde omgeving (44 kTon) die wordt gedomineerd door verwarming, koeling, apparaten en verlichting.
CO2-UITSTOOT PER SECTOR - ABSOLUUT [TON CO2] EN RELATIEF [%] 700.000
250%
600.000
200%
500.000 400.000
150%
300.000
100%
Industrie Landbouw Mobiliteit Gebouwen
200.000 50%
100.000 0
0% 2010
2015
2020
CO2-uitstoot 1990 Relatieve uitstoot t.o.v. 1990
Figuur 2. CO2-uitstoot per sector, absoluut en relatief.
In bovenstaande grafiek wordt duidelijk dat de CO2-uitstoot gerelateerd aan energieverbruik aan het stijgen is in de gemeente Steenbergen ten opzichte van 2010. Ten opzichte van 1990 2 is de energie-gerelateerde uitstoot gestegen met 324 kTon CO2 uitstoot in 2019. Dit is dus een verdubbeling (stijging van 105%). De grootste stijging in de afgelopen jaren komt van de landbouw met een huidige uitstoot van 331 kTon.
2.2. De oude energiemix uit de Visie Energie en Ruimte Een aantal jaar geleden, in 2019, heeft Over Morgen al een energiemix gemaakt voor de gemeente Steenbergen. Op dat moment was de meest recente data uit 2016. Ondertussen is er nieuwe data beschikbaar van 2019, waaruit blijkt dat het totale energiegebruik bijna verdubbeld is. De oorzaak hiervan is de sterke groei van de landbouw de afgelopen jaren. We gaan hier verder op in in paragraaf 2.3. Verder zijn er in de afgelopen jaren nieuwe ontwikkelingen op technologisch gebied, maar ook op het gebied van nationaal, regionaal en lokaal beleid. Daarom is een update van de energiemix noodzakelijk. De oude energiemix is te zien in figuur 3.
2 De uitstoot uit 1990 betreft een berekening uit het energietransitiemodel. Dit is geen officieel cijfer maar helpt om beeld te krijgen over de omvang uit
1990.
6
Figuur 3. De oude energiemix met data van 2016 uit de Visie Energie en Ruimte.
7
2.3. Energiegebruik
(1) De energievraag van Steenbergen wordt grotendeels ingevuld door gas (voor o.a. industrie), autobrandstoffen, elektriciteit (verlichting, apparaten, klein deel elektrificatie voertuigen en verwarmen) en collectieve warmte. Hekkensluiter is gas voor de gebouwde omgeving (ruimteverwarming, warm tapwater, processen). (2) De energiebronnen in Steenbergen bestaan nu grotendeels uit aardgas, fossiele brandstoffen voor vervoer en een klein aanbod van duurzame energie uit zonnepanelen, windmolens, biomassa en omgevingswarmte (met warmtepompen).
Figuur 4. De meest recente energiemix van Steenbergen (2019).
12.000
Niet-gecategoriseerd energiegebruik Industrie
ENERGIEGEBRUIK (TJ)
10.000 8.000 6.000
Landbouw
4.000
Mobiliteit
2.000
Gebouwen
0 2010
2015
2020
Figuur 5. Het energiegebruik per sector voor Steenbergen.
Bovenstaande figuren bieden een totaalbeeld van de eindgebruiken, energiebronnen en de energiegebruiken per sector. Het gros van de energie wordt verbruikt in de landbouw, met een kleiner aandeel aflopend in industrie, mobiliteit en gebouwen. Sinds 2016 is het energieverbruik bijna verdubbeld (toename van 86%) naar 10347 TJ in
8
2019. Deze stijging komt door een groei in landbouw (glastuinbouw), waarvan het energieverbruik bijna verdriedubbelde (stijging van 194% in 2019 ten opzichte van 2016). De oorzaak hiervan is de toename van het aantal hectaren glastuinbouw in de gemeente. In Steenbergen zijn twee grote glastuinbouwclusters gevestigd (Steenbergen en Nieuw Prinsenland in Dinteloord) waar o.a. tomaten, aubergines, komkommers en paprika’s worden gekweekt3.
ENERGIEGEBRUIK (TJ)
12000 10000
8000
Transportbrandstoffen
6000 Warmte en aardgas
4000 2000
Elektriciteit
0 2010
2015
2020
Figuur 6. Energiegebruik per drager voor Steenbergen.
In deze grafiek wordt het energieverbruik per drager uitgelicht. Het grootste aandeel van energieverbruik gaat naar warmte en aardgas als energiedrager. Deze toepassing is sinds 2016 sterk gestegen tot 8088 TJ in 2019. Deze stijging ten opzichte van 2016 bedraagt 138%. Het energiegebruik in de vorm van warmte en aardgas is dus ruim verdubbeld.
3
Wegens afschattingen of bedrijfsgevoeligheden van de data kan het voorkomen dat in bepaalde jaren het energieverbruik niet helemaal optelt
ten opzichte van het totaal bekende verbruik. Dit is de ‘niet-gecategoriseerde’ categorie. Met name in 2016 was deze waarde relatief hoog. Een mogelijke oorzaak is het feit dat de data voor energieverbruik van de landbouw mist in 2015 en 2016. Het datapunt van 2014 wordt lineair doorgetrokken naar 2017. Maar omdat dit dus geen actuele data is, ontstaat er een verschil.
9
Energie (TJ)
2.4. Energie opwek
400
4,0%
350
3,5%
300
3,0%
250
2,5%
200
2,0%
150
1,5%
100
1,0%
50
0,5%
0
0,0%
2010
2015
2020
Totaal bekende hernieuwbare energie voor vervoer Totaal bekende hernieuwbare warmte Totaal bekende hernieuwbare elektriciteit Hernieuwbare energiegebruik als percentage van totaal energiegebruik
Figuur 7. Duurzaam energiegebruik in Steenbergen.
In vorige paragraaf is het huidige energiegebruik toegelicht. Nu gaan we in op het duurzame gebruik van energie. In bovenstaande grafiek wordt het duurzame energiegebruik uitgelicht. In 2019 wordt ongeveer 51 TJ duurzame warmte opgewekt. Tevens werd er in 2019 231 TJ duurzame elektriciteit opgewekt. Vervoer gebruikt 67 TJ aan duurzame energie, voornamelijk biobrandstoffen. Dit komt door de verplichte bijmenging van biobrandstoffen (biodiesel, bio-ethanol) in brandstoffen. Het aandeel duurzaam in de totale energieconsumptie is sinds 2016 afgenomen, tot 3,4% in 2019. Er is met name een groeiende trend te zien in duurzame elektriciteit en hernieuwbare energie voor vervoer. De hoeveelheid hernieuwbare warmte is al een aantal jaar constant en bestaat uit (pellet)
OPGEWEKTE ENERGIE (TJ)
houtgestookte kachels voor woningen en ondiepe bodemenergie (WKO/WP).
300 250 200 Zonnestroom
150 100
Wind op land hern. elektriciteit genormaliseerd
50 0 2010
2015
2020
Figuur 8. Opgewekte duurzame elektriciteit in Steenbergen.
In deze grafiek wordt de opgewekte duurzame elektriciteit weergegeven. In 2020 wordt er 220 TJ aan windenergie opgewekt en 57 TJ aan zonne-energie. Zowel wind- als zonne-energie zitten in een groeiende trend. In Steenbergen staan 6 oudere windmolens van in totaal 3,2 MW en 7 nieuwere windmolens uit 2016 van per stuk 3 MW. In 2021 zit
10
er volgens klimaatmonitor nog 84 MW aan zonnepanelen in de SDE+ pijplijn. Daarnaast is er een vergunning afgegeven voor 14 MW aan windenergie in 2019. De gemeente is echter in beroep gegaan tegen deze beslissing en daarom is het niet zeker of deze windmolens in de Karolinapolder er komen.
VERMOGEN (KW PIEK)
25000 20000
Vermogen geregistreerde zonnepanelen bedrijven
15000
Vermogen geregistreerde zonnepanelen woningen
10000 5000 0 2010
2015
2020
Figuur 9. Het vermogen van geregistreerde zonnepanelen in de gebouwde omgeving.
In bovenstaande figuur wordt de verdeling van zonnepanelen over woningdaken en bedrijfsdaken weergegeven. Beide zitten in een groeiende trend. In 2020 ligt ongeveer 2/3 van het geregistreerde vermogen zonnepanelen op bedrijfsdaken en 1/3 op woningdaken.
2.5. Landbouw 6000
Energie (TJ)
5000 4000 3000 2000 1000 0 2010
2011
2012
2013
2014
Gas geleverd aan landbouw
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Elektriciteit geleverd aan landbouw
Figuur 10. Het gas- en elektriciteitsverbruik in de landbouw van 2010 t/m 2019.
Figuur 10 heeft de hoeveelheid gas en elektriciteit geleverd aan de landbouw weer van de afgelopen jaren. Wat opvalt is dat het elektriciteitsverbruik een stuk lager ligt dan het gasverbruik. De toename in het gasverbruik is waarschijnlijk te danken aan de toename van (het gebruik van) WKK installaties. De lage gasprijzen en hoge CO2prijzen in 2019 gaven ook een concurrentievoordeel voor elektriciteitsproductie uit gas ten opzichte van elektriciteit van kolen. Dit in combinatie met de toename in het areaal zorgde voor de sterke stijging van het gasverbruik.
11
2.6. Conclusie Ten opzichte van 2016 is het energieverbruik in Steenbergen met 85,8% gestegen naar 10347 TJ in 2019, wat 4774 TJ meer is dan in 2016. Omgerekend naar windmolens betekent deze stijging 70 windmolens. Deze stijging komt door de landbouw, waar het energieverbruik bijna verdriedubbelde (stijging van 194%). Het doel is om 50% van het energiegebruik lokaal duurzaam op te wekken in 2030. Door deze groei is er meer lokale duurzame opwek nodig om de doelstelling te halen en is het tempo dat nodig is per jaar omhoog gegaan. De opgave wordt dus groter en de doelstelling ambitieuzer.
Het gebruik van duurzame energie zit in een stijgende trend, maar het percentage duurzame energie van het totale energiegebruik stagneert doordat de energievraag harder is toegenomen dan het gebruik van duurzame energie. In 2019 was dit percentage 3,4%. Het verbruik stijgt dus harder dan de duurzame opwek. Om richting 50% energieneutraliteit in 2030 te gaan, zal de duurzame opwek harder moeten stijgen dan het energieverbruik. Er ligt een flinke opgave om het doel te bereiken. Om 50% energieneutraal te zijn in 2030, waarbij we rekenen met het energiegebruik van 2019, zijn 1557 voetbalvelden met zonnepanelen nodig, of 76 windmolens.
Door middel van het Energietransitiemodel (ETM) gaan we kijken of het huidige beleid voldoet om de doelstellingen te halen, waarbij we de nieuwe data gebruiken zoals hierboven beschreven. Omdat de landbouw en voedselindustrie een flinke kluit van het energiegebruik en de CO2-uitstoot voor hun rekening nemen, besteden we hier extra aandacht aan in de toekomstige energiemix van 2030 voor Steenbergen.
12
3.
Energiescenario 2030
In het vorige energiescenario voor 2030 werd data uit 2016 gebruikt, wat destijds de meest recente beschikbare data was. Zoals in het vorige hoofdstuk besproken, is er van 2016 naar 2019 heel wat veranderd in Steenbergen. Hierdoor zullen de uitkomsten van het nieuwe energiescenario anders zijn. Nieuwe input geeft andere output. Daarnaast zijn er in de afgelopen 2 a 3 jaar nieuwe trends en ontwikkelingen (technieken en innovaties bijvoorbeeld) en nieuw beleid bij gekomen (Regionale Energie Strategie, Transitievisie Warmte, Visie Energie en Ruimte). De aannames in het ETM zijn op basis hiervan aangepast. Dit resulteert in een ander energiescenario voor 2030. Hieronder staat het nieuwe energiescenario voor 2030 weergegeven. ‘Disclaimer’ scenario berekeningen De gepresenteerde scenario’s zijn geen garantie voor de toekomst en tussentijdse veranderingen zijn onvermijdelijk. Ze zijn gebaseerd op huidige kennis van trends en ontwikkelingen. Het is aan te bevelen om de scenario’s periodiek (advies tweejaarlijks aanpassen en jaarlijks monitoren o.b.v. klimaatmonitor) bij te werken. Het laatst volledige datajaar is 2019. Dit was het startpunt van onze berekeningen.
3.1. De energiemix in 2030 besparing
Figuur 11. De energiemix voor Steenbergen voor 2030.
13
De energiemix bestaat uit drie onderdelen: 1. Energievraag eindgebruik • Het gebruik van diesel, LPG en benzine neemt iets af. Dit komt door de opkomst van elektrische voertuigen; • In de energiemix wordt duidelijk dat er minder gas verbruikt wordt in de gebouwde omgeving. Dit komt door energiebesparing en elektrificatie van de warmtevoorziening (o.a. met (hybride) warmtepompen); • Het bestaande warmtenet in de gebouwde omgeving (van Ennatuurlijk) wordt niet uitgebreid; • Er wordt minder aardgas gebruikt in de industrie, door energiebesparing en door elektrificatie van installaties van Cosun Beet Company (gepland rond 2030); • Biomassa en -brandstof nemen toe, door de toename van biobrandstoffen in transport en biogas in het aardgasnet dat wordt geproduceerd door o.a. Cosun; • Collectieve warmte neemt sterk toe, met name door de groei van de glastuinbouw. Deze gebruiken warmte-kracht-koppeling (WKK) installaties op aardgas4. Deze installaties produceren warmte, elektriciteit en CO2 tegelijk; • De elektriciteitsvraag stijgt. De behaalde energiebesparing wordt gecompenseerd door het verhoogd gebruik van elektrisch vervoer en verwarmen, maar ook door elektrificatie van installaties van Cosun en aanvullende benodigde elektriciteit voor de gegroeide glastuinbouw sector. 2. Energiebronnen 2030 • Er blijft een groot deel fossiel (overig) over.
De oorzaak is de import van veelal grijze stroom van buiten de gemeente en fossiele brandstoffen in transport; • Biobrandstof heeft een kleine rol. Deze wordt bijgemengd volgens Europese standaarden; • Aardgas blijft een belangrijke energiebron voor de verwarming van huizen, gebouwen, industrie en voor de landbouw; • Biogas wordt op grote schaal geproduceerd door Cosun Beet Company • Er wordt geen waterstof vóór 2030 verwacht; • Zonthermie wordt beperkt ingezet; • Droge biomassa speelt een kleine rol voor houtstook; • Er wordt omgevingswarmte (lucht- en bodemwarmte) gebruikt om warmte van te onttrekken met warmtepompen; • Zonnepanelen wekken stroom op, zowel met projecten op land als op daken van woningen en bedrijven, met een totaal van 469 TJ; • Windmolens wekken stroom op, met een totaal van 364 TJ; • Er worden meer bronnen gebruikt dan het eindgebruik, dit heeft te maken met omzettingsverliezen; 3. Opgave per thema • Er zit naast het reeds geïnstalleerde vermogen nog 1 windproject in de pijplijn. In totaal zal dit 364 TJ opleveren, met verschillende windturbines (gemiddeld 3 MW); • Er zijn 98 ha aan zonnevelden gerealiseerd. Hiernaast zijn 144.000 PV-panelen op daken geplaatst en een kleine hoeveelheid zonnecollectoren. In totaal wordt er 471 TJ duurzaam opgewekt met energie van de zon; • Een deel van de warmte wordt individueel ingezet.
Dit betreft vooral de gebouwde omgeving. De collectieve warmteoplossing bestaat uit een klein warmtenet voor de gebouwde omgeving en de WKK installaties voor de glastuinbouw; • 6% van het gas in het gasnetwerk zal groen zijn en ongeveer 365 TJ aan energie leveren; • 216 TJ biomassa wordt gebruikt. Een deel voor ruimteverwarming in de gebouwde omgeving en het grootste deel voor transportbrandstoffen.
4 Deze worden in het ETM gemodelleerd als ‘collectieve warmte’.
14
15
3.2. Uitgangspunten energiemix 2030 De uitgangspunten zijn opgesteld op basis van trends en ontwikkelingen, Over Morgen kennis en ervaring, aangevuld met lokale kennis. Om de uitgangspunten te valideren hebben we een werksessie met beleidsmedewerkers georganiseerd. Tabel 1 geeft een overzicht van de belangrijkste verschillen in uitgangspunten tussen het oude en nieuwe scenario. In de volgende paragrafen worden deze kort besproken. Meer uitleg is te vinden in Bijlage 2.
Tabel 1. De belangrijkste verschillen in uitgangspunten tussen het oude en nieuwe scenario. Uitgangspunt oude scenario
Uitgangspunt nieuwe scenario
Aardgasvrije woningen: 47,5%, geen hybride
Aardgasvrije woningen: 11,3%, 9,2% hybride
Aardgasvrije gebouwen: 47%, geen hybride (40% WKO)
Aardgasvrije gebouwen: 26,3%, 6,9% hybride
Gebouwen isolatielabel C
Gebouwen isolatielabel A
Potentie zon op dak groot én klein 60% (104TJ)
Potentie zon op dak groot 100% en klein 35% (126TJ)
30% elektrisch gereden km’s (auto’s)
25% elektrisch gereden km’s (auto’s)
40% elektrische & 10% waterstof bussen
100% elektrische bussen
Geen groei transport
1% groei passagiersvervoer en 2,7% groei vrachtverkeer
Industrie voedsel 40% warmtenet
Industrie voedsel 100% elektrische warmtepompen
Industrie voedsel groeit niet, 1,5% efficiëntieverbetering
Industrie voedsel groeit niet, 1,6% efficiëntieverbetering
Landbouw warmte 40% geothermisch en 60% warmtenet
Landbouw warmte geen veranderingen ten opzichte van 2019
Landbouw elektriciteit & warmtevraag groeien met 0,5% (inclusief efficiëntieverbetering)
Landbouw elektriciteit & warmtevraag groeien met 6,9% (inclusief efficiëntieverbetering)
Wind 28 MW
Wind 38 MW
93 ha zonnevelden
98 ha zonnevelden
100% biobrandstoffen wegverkeer: biodiesel, bio-ethanol (benzine) en bio-LNG
11,5% biodiesel, 6,5% bio-ethanol, geen bio-LNG
100% bio-LNG binnenlandse scheepvaart, voor alle soort schepen
15% biodiesel binnenlandse scheepvaart
29,5% groengas in netwerk
6,3% groengas in netwerk
Vollasturen wind 3000
Vollasturen wind 26615
Huishoudens Voor de woningvoorraad gaan we uit van een jaarlijkse warmtevraagreductie door isolatie van 1%. Figuur 12 geeft de verdeling van technologieën voor ruimteverwarming en warmtapwater. Het bestaande warmtenet wordt niet uitgebreid (0,2%), door de relatief lage warmtedichtheid en afwezigheid van HT-warmtebronnen in de omgeving6.
5
Verdisconteerd o.b.v. bestaande en nieuw te bouwen windturbines. Oude (kleinere) turbines hebben een lager aantal vollasturen dan nieuwere. Meer
informatie is te vinden in Bijlage 2. 6 PBL startanalyse voor Steenbergen: https://themasites.pbl.nl/leidraad-warmte/2020/#
16
Lucht- en bodemwarmtepompen betreffen beide 3,3% van de huizen en 9,2% zal hybride worden. Door het aandeel oudere huizen, waar een hogere isolatieopgave ligt, zal een groter aandeel hybride zijn dan all-electric. In het vorige scenario werd aangenomen dat er in 2030 al een groter deel aardgasvrij zou zijn, omdat het doel toen was in 2040 al energieneutraal te zijn. Voor de kernen in het centrum van Steenbergen werd toen ook uitgegaan van een warmtenet, echter met de informatie van nu is dit niet waarschijnlijk.
Figuur 12. De verdeling van ruimteverwarming & warm water technologieën in huizen.
Gebouwen In 2023 is een energielabel C voor kantoren verplicht. De verwachting is dat dit in 2030 verplicht label A moet zijn en dat hebben we dan ook aangehouden. Voor ruimteverwarming wordt het bestaande warmtenet opnieuw niet uitgebreid (6,8%) en krijgt het grootste deel een WKO installatie (25%). Het overige deel zal net zoals in woningen nog een HR combiketel op gas gebruiken (68,2%). Tenslotte verwachten we een groei van bedrijventerreinen. Op basis van het huidige areaal in 2019 (18,96 ha)7 en de verwachting dat dit groeit tot zo’n 25 ha, komen we uit op een jaarlijks groeipercentage van 2,6%.
Mobiliteit Voor 2030 gaan we ervan uit dat 25% van de auto’s, 100% van de bussen, en 3,9% van de vrachtwagens elektrisch is aangedreven. Een recente studie van PWC8 verwacht dat in 2030 zo’n 25% van de auto’s elektrisch rijdt. Daarnaast heeft de overheid voor 2030 het doel gesteld dat al het OV emissieloos moet zijn, waaronder ook de
7 Duurzaamheidsverslag Nieuw Prinsenland 2020 (aangeleverd document)
8 De haalbaarheid van 28 miljard elektrische autokilometers in 2030, maart 2021: https://www.pwc.nl/nl/assets/documents/pwc-onderzoek-elektrisch-
rijden.pdf
17
bussen vallen. Verder gaan we ervan uit dat er nog geen waterstof wordt gebruikt in de transportsector. Er zijn ontwikkelingen op dit gebied, maar de verwachting is dat de ontwikkeling hiervan nog niet dusdanig snel gaat om dit in 2030 al mee te rekenen. Voor biobrandstoffen in wegverkeer gaan we ervan uit dat 11,5% biodiesel, 6,5% bio-ethanol en geen bio-LNG wordt bijgemengd in respectievelijk diesel, benzine en LNG. Hiermee gaan we uit van de landelijke trends uit de Klimaat en Energie Verkenning (KEV2020). Daarnaast gaan we uit van 15% biodiesel in de binnenlandse scheepvaart, waar de sector naar streeft voor 20309. In het vorige scenario gingen we uit van 100% biobrandstoffen voor wegverkeer en binnenlandse scheepsvaart. Dit vinden wij echter op dit moment geen realistische aanname.
Landbouw Op basis van een areaalgroei van 109 ha in 2030 ten opzichte van 201910 komen we uit op een jaarlijkse areaalgroei van 7,42%. Deze berekening is weergeven in Bijlage 2. Hiernaast hebben we gekeken naar de efficiëntieverbeteringen in de glastuinbouw in de afgelopen jaren. Landelijk staat de energie-efficiëntie al stil sinds 2008 en is zelfs weer iets aan het verslechteren 11. Ook in Steenbergen zelf is de energie-efficiëntie niet verbeterd sinds 2015. Dit is verder uitgewerkt in Bijlage 2. Ondanks de historische trends gaan we toch uit van een jaarlijkse efficiëntieverbetering van 0,5%. In totaal levert dit een jaarlijkse groei op van de vraag in de landbouw van 6,92%. Voor geothermie loopt er op dit moment een opsporingsvergunning in Steenbergen. Hieruit zal blijken of de ondergrond potentie heeft voor geothermie als warmtebron. Voor het scenario nemen we geothermie als warmtebron voor de glastuinbouw niet mee, omdat concrete uitvoeringsplannen ontbreken.
Industrie Het overgrote deel van het energiegebruik in de industrie gaat naar voedselproductie en dus naar Cosun Beet Company. Tot 2030 kent deze industrie een 1,6% efficiëntieverbetering per jaar. Dit is een standaard uitgangspunt dat we gebruiken omdat dergelijke informatie lastig te achterhalen valt. Wel weten we dat Cosun met innovatie bezig is, aangezien ze een Innovation Center hebben. Daarnaast weten we dat Cosun in de komende jaren wil elektrificeren: naar (schatting) 50-60 MWel. Hiermee verduurzamen ze een zeer grote installatie die nu aardgas gebruikt. We verwachten hiermee dat de warmtevraag van Cosun voor 100% zal worden ingevuld door warmtepompen (met een COP van 3). Het is echter wel onzeker of deze aansluiting op het elektriciteitsnet gerealiseerd kan worden, door de krapte op het net. Ten slotte nemen we aan dat de voedselindustrie niet zal groeien tot 2030. In het vorige scenario kwam voor de voedselindustrie 40% van de warmte van een warmtenet. Er was toen sprake van een warmtenet vanuit industriegebied in de buurt van Rotterdam én vanuit de afvalcentrale van PreZero.
9 Op weg naar een klimaatneutrale binnenvaart per 2050, Panteia: https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2019/07/10/op-
weg-naar-een-klimaatneutrale-binnenvaart-per-2050/2019+07+10+Rapport+Transitie-+en+rekenmodel.pdf 10 Duurzaamheidsverslag Nieuw Prinsenland 2020 (aangeleverd document).
11 Energiemonitor van de Nederlandse glastuinbouw 2019, Wageningen Universiteit: https://edepot.wur.nl/533541
18
Energie opwek De basis voor de zon op dak invulling komt vanuit het RES bod (18 GWh) waarvan het grootste deel op bedrijfsdaken wordt gelegd en een klein deel op grote daken van woningen, zoals appartementencomplexen. Het RES bod gaat alleen om grote systemen (> 15 kW). In het ETM kan maximaal 23,37 GWh worden ingevuld voor niet-woningen. Dan is de volledige potentie benut. Het overige deel van het RES bod wordt bij woningen ingevuld in het ETM. Dit is weergeven in Bijlage 2. Naast het aantal grote systemen, verwachten we ook dat het aantal kleine systemen (<15 kW) toeneemt. We komen uit op in totaal 35% benutting van het potentieel voor zon op woningen. Het Kadaster zal preciezere uitsluiting geven over de potentie van zon op dak.
Voor zonnevelden gaan we uit van 93 GWh in 2030, zoals dit in de RES is aangegeven. In Bijlage 2 staat een overzicht van de projecten die lopen binnen Steenbergen. Het project van Cosun Beet Company bestaat voor 15 MW uit een wateropstelling en voor 2,5 MW uit grondopstelling. De rest van de projecten gaat ook om grondgebonden zonnevelden. Het grootste project is project de Eendracht in Nieuw Vossermeer met een capaciteit van 61,5 MW. Daarnaast is Zonnepark aan de Dintel van 15 MW ook een groot project. In totaal is er 99,4 MW vergund, 22,4 MW in voorbereiding maar nog niet vergund en 12,0 MW geselecteerd maar nog niet uitgewerkt en nog niet vergund. Dit geeft in totaal 133,8 MW (=127,1 GWh). De opbrengst van de vergunde projecten is 99,6 GWh is. Dit is 6,6 GWh meer dan het RES bod. Er is geen garantie dat de projecten die nu in voorbereiding en/of geselecteerd zijn, daadwerkelijk worden uitgevoerd. Veel vergunde projecten staan op dit moment op ‘hold’, vanwege de transportschaarste op het elektriciteitsnet. Daarom houden we voor 2030 het RES bod van 93 GWh zonneveld aan.
Voor de opwek van windenergie gaan we ook uit van het RES bod, wat overeenkomt met 102 GWh. Naast de 13 windturbines die er al staan, wordt aangenomen dat extra vermogen gerealiseerd wordt in de Karolinapolder. Aangezien dit nieuwe turbines zijn, zal het aantal vollasturen hoger liggen, zoals in Bijlage 2 is weergeven. In het ETM is dan ook gerekend met 2661 vollasturen en 38 MW. Ten slotte produceert Cosun Beet Company groengas. Deze hoeveelheid komt overeen met 11,5 miljoen m3 per jaar. Hiervoor hebben we de gemiddelde productie per jaar genomen van 2015 t/m 202012. Omdat deze hoeveelheid wordt geproduceerd binnen de gemeentegrenzen, kan dit volledig worden toegekend aan de energiemix. Dit geeft een percentage van 6,3% groengas in het gasnetwerk.
12 Duurzaamheidsverslag Nieuw Prinsenland 2020 (aangeleverd document)
19
3.3. Scenario Verduurzaming glastuinbouw In de landbouwsector gaat het vooral om de glastuinbouw. Er wordt een warmtenet verwacht dat de restwarmte van afvalverbrandingscentrale PreZero in Roosendaal naar de glastuinbouw in Steenbergen en Dinteloord gaat brengen (project genaamd Osiris). Er is een intentieovereenkomst afgesloten. De hoeveelheid warmte die geleverd kan worden, wordt geschat op 3,16 PJ13. Er wordt gerekend met een CO2-uitstoot van restwarmte van 8,9 kg/GJ 14. Er is op 1 oktober 2021 SDE++ subsidie aangevraagd voor dit project. Het project valt of staat hiermee. Omdat er nog veel onzeker is rond dit project, wordt dit CO2- en restwarmtenet niet meegenomen in het zojuist besproken scenario (vanaf hier: scenario vastgesteld beleid). Cosun verwacht ook warmte te kunnen halen uit het warmtenet van PreZero Roosendaal. De lage temperatuur warmte die bij de glastuinbouw vandaan komt, moet vervolgens worden opgewaardeerd door middel van warmtepompen. Geothermie wordt gezien als kansrijke oplossing in de glastuinbouw in Nederland15. We gaan ervan uit in dit scenario dat er 2 geothermie putten komen, van ieder 12 MW en dus in totaal 24 MW. Dit komt overeen met 0,52 PJ.
Figuur 13 geeft de energiemix voor dit scenario. Het grote verschil is dat de hoeveelheid collectieve warmte toeneemt, door de invoering van restwarmte en geothermie. De duurzame bronnen nemen ook toe hierdoor.
Een kanttekening bij dit scenario is dat de 3,16 PJ niet volledig ingevuld kon worden in het ETM. De maximale waarde van dit schuifje was 2,6 PJ en uit overleg met Quintel bleek dat dit niet omhoog kon worden gezet. We hebben er daarom voor gekozen om de overige 0,56 PJ te modelleren als afvalketel. Echter, dan wordt er gebruik gemaakt van opwek binnen de gemeentegrenzen in plaats van geïmporteerde restwarmte en ook komt deze hoeveelheid niet terecht bij restwarmte en diepe geothermie als bron. Daarom hebben we gekozen voor het afbeelden zoals in figuur 14, waar we in de volgende paragraaf verder op ingaan.
13 Op basis van 100 miljoen m3 aardgasequivalenten warmte per jaar:
14 Rekentool van TNO: http://publications.tno.nl/publication/34637524/6g8Mhc/TNO-2020-duurzaamheid-rekentool.xlsm
15 Waarde van Aardwarmte en Regionale Mogelijkheden, Een studie naar de potentie van aardwarmte als duurzame warmtebron voor de gebouwde
omgeving, glastuinbouw en industrie (2020): https://kennisbank.ebn.nl/wp-content/uploads/2020/09/Potentie-van-aardwarmte-als-duurzame-warmtebronWARM2020.pdf
20
Figuur 13. De energiemix van het scenario Verduurzaming Glastuinbouw in 2030.
3.4. Vergelijking met doelstellingen In het vastgesteld beleid scenario 2030 is Steenbergen 10,1% energieneutraal terwijl het doel 50% is. In het glastuinbouw scenario is dit 13,2%. Dit is te zien in figuur 14. Onder energieneutraliteit verstaan we alle duurzame energie die binnen de gemeentegrenzen wordt opgewekt als percentage van totale energiegebruik. Hiervoor tellen we de biomassa import (voor biobrandstoffen) en de restwarmte in het glastuinbouw scenario niet mee. Het hogere percentage voor het glastuinbouw scenario komt dus voort uit de geothermie putten die zijn toegevoegd. De resterende opgave om tot 50% energieneutraliteit te komen in 2030 voor het vastgesteld beleid scenario is 5468 TJ en 5290 TJ voor het glastuinbouw scenario. Deze hoeveelheden staat aangegeven in figuur 14 en worden daarmee in verhouding gezet tot de andere duurzame bronnen en het energiegebruik.
Hoewel de restwarmte niet meetelt voor energieneutraliteit, kan dit wel gezien worden als een duurzame bron. Het duurzame energiegebruik als percentage van het totale energiegebruik kan worden berekend net zoals in figuur 7 is gedaan. Voor het scenario vastgesteld beleid is dit percentage 11,2% en voor het glastuinbouw scenario 36,3%, waarbij de biomassa import en restwarmte dus wel worden meegenomen. In figuur 14 is het te zien dat de landbouw sector veruit de grootste sector is qua energiegebruik. Daarnaast is te zien dat het energiegebruik voor de landbouw en industrie en energie iets toenemen. Dit komt door de verliezen die ontstaan in het warmtenet voor de glastuinbouw, waardoor de energie die nodig is om aan de energievraag te voldoen iets hoger is.
21
Ten slotte is in figuur 14 ook de resterende opgave om de ambitie voor 2050 te halen aangegeven. In 2050 is de hoeveelheid lokaal duurzaam opgewekte energie even groot als het totale energiegebruik. Kanttekening hierbij is dat de verliezen die ontstaan als we gaan van bron naar eindgebruik zijn meegenomen in het eindgebruik. Als dit niet wordt gedaan zou in figuur 14 de staaf met energiebronnen hoger moeten uitkomen dan het energiegebruik. Nu is het verschil tussen de 2 slechts de biomassa import.
16000
Huishoudens Gebouwen
14000
Energie (TJ)
Transport 12000
Industrie en energie
10000
Landbouw Resterende opgave ambitie 2050
8000
Resterende opgave ambitie 2030 Restwarmte
6000
Biomassa import 4000
Wind Zon
2000
Diepe geothermie 0 Energiegebruik 2030 Energiegebruik 2030 GTB
Duurzame bronnen 2030
Duurzame bronnen 2030 GTB
Omgevingswarmte Biomassa lokaal
Figuur 14. Het energiegebruik en duurzame opwek voor de twee scenario’s.
Op dit moment (2019) liggen de CO2-emissies 118,5% hoger ten opzichte van 1990. De CO2-emissies in 2030 zijn 91,1% hoger ten opzichte van 1990 en -5,8% lager ten opzichte van 2019. Dit is een sterke vooruitgang. In het glastuinbouw scenario zijn de emissies nog verder teruggelopen; tot 59,1% hoger ten opzichte van 1990 en -21,6% lager ten opzichte van 2019. Dit is te zien in figuur 15. Hoewel de afname in CO2-emissies de goede kant op gaat, is het landelijke doel om in 2030 49% emissiereductie ten opzichte van 1990 en in 2050 95% behaald te hebben. In Steenbergen zijn de emissies voor beide scenario’s in 2030 nog hoger dan het 1990 niveau. Het 1990 CO2-emissielevel in Steenbergen is niet daadwerkelijk gemeten. Het ETM berekent deze emissies voor elk gebied afzonderlijk16, op basis van emissieregistratie data van het RIVM17. Deze waarde is dus een schatting.
16 Voor meer informatie: https://docs.energytransitionmodel.com/main/co2-1990-emissions
17 Voor meer informatie: http://emissieregistratie.nl/erpubliek/bumper.nl.aspx
22
700
CO2-uitstoot (kTon)
600
500 400 300 200 100
0 1990 Totaal
2019 Landbouw
Industrie
2030 Transport
Gebouwen
2030 GTB Huishoudens
Figuur 15. De CO2-uitstoot in 1990, 2019 en in 2030 voor beide scenario’s.18 Doordat het energiegebruik zo sterk is gestegen in de afgelopen jaren, zijn de instellingen van de vorige energiemix niet meer voldoende om 50% energieneutraliteit in 2030 te halen. Ook in de nieuw gemaakte scenario’s wordt 50% energieneutraliteit niet gehaald. Daarom kijken we in het volgende hoofdstuk naar oplossingen waardoor de doelen wel gehaald kunnen worden.
18 Het is niet bekend hoeveel overige broeikasgassen worden uitgestoten in 1990. Dit was in 2019 68,13 kT CO eq, ofwel zo’n 9,8% van het totaal. In de 2
2030 scenario’s was de uitstoot ook 68,13 kT CO2eq, omdat er modelmatig niks is gedaan met deze emissies omdat er geen specifiek beleid is op overige broeikasgassen. Echter is de vergelijking 1990 – 2019 - 2030 goed te maken omdat CO2 een groot aandeel heeft in de totale omvang van broeikasgassen en dus representatief is voor de daling van CO2-uitstoot.
23
4.
Conclusie en aanbevelingen
Ondanks de huidige windmolens en plannen voor uitbreiding van hernieuwbare opwekking van energie blijft in het 2030 energiescenario voor Steenbergen het gat tot 50% energieneutraliteit 5468 TJ. Dit betekent dat deze hoeveelheid energie nog extra duurzaam moet worden opgewekt, buiten de doelstellingen en het huidige beleid om. Deze hoeveelheid energie komt overeen met de jaarlijkse productie van 1.645 voetbalvelden met zonnepanelen, de jaarlijkse productie van 81 windmolens of het jaarlijkse verbruik van 584.188 Tesla’s. Dit is een gigantische opgave en staat niet in verhouding tot de huidige gestelde ambities voor de opwek van zon en wind en is daarom niet realistisch. Het is een optie om de doelstelling voor 2030 bij te stellen. Als gemeente is er geen verplichting vanuit het rijk om energieneutraal te worden. Daar zijn geen nationale en internationale doelstellingen voor. Wél is het belangrijk om CO2 te reduceren in de gemeente in lijn met het klimaatakkoord en/of internationale doelstellingen.
De transport sector is iets waar de gemeente weinig invloed op heeft. Het plaatsen van voldoende laadinfrastructuur is wel een knop om aan te draaien, maar de voertuigkilometers op de snelweg zijn niet te beïnvloeden. Echter, omdat zo’n groot deel van de energie wordt verbruikt voor warmte in de glastuinbouw, kan hier een grote slag geslagen worden met restwarmte en geothermie. In het extra scenario keken we naar de verduurzaming van de glastuinbouw met twee duurzame bronnen. Op basis van de maatregelen in het extra scenario is het mogelijk om een aanzienlijk deel van de glastuinbouw te verduurzamen. De gemeente staat aan de lat voor het mogelijk maken van grootschalige zon- en wind projecten, maar kan ook regionale samenwerking gebruiken voor de distributie van restwarmte uit de afvalverbrandingscentrale in Roosendaal of samenwerkingsverbanden met tuinders voor vraagbundeling i.c.m. geothermiebronnen. Het is dus noodzakelijk voor de gemeente om met de glastuinbouw in gesprek te gaan. Informatievoorziening, faciliteren, stimuleren en initiatief nemen als gemeente kan helpen. De tuinders in Steenbergen hebben met hun intentieverklaring laten zien dat ze open staan om te verduurzamen. Hier ligt een kans en moet worden benut.
De andere grote verbruiker is Cosun Beet Company. Ze hebben aangegeven grote verduurzamingsambities te hebben voor hun fabriek en bedrijfsactiviteiten. Het hergebruiken van warmte en opwekking van bio-energie groeit gestaag. Echter is het nog onzeker in hoeverre ze daadwerkelijk bedrijfsprocessen op locatie kunnen verduurzamen door bijvoorbeeld krapte op het elektriciteitsnetwerk. Deze is beperkt en uitbreiding is nodig. Netbeheerder Enexis, TenneT en de gemeente dienen daarom samen te werken om slim netcapaciteit programmatisch uit te breiden, in lijn met de ambities uit de RES, de glastuinbouw, Cosun en andere grootverbruikers en opwekkers. Uit de energiemix volgt een sterke toename van de elektriciteitsvraag in 2030 en parallel daaraan ook het elektriciteitsaanbod. Oorzaak is de toename van elektrisch vervoer, elektrisch verwarmen en de groei van het aantal huishoudens, de transport sector en de landbouw. Daarnaast moet het net de lokale productie van zon op dak, zon op veld en wind aankunnen. Op het moment dat het net dit niet aankan, zal de energietransitie stil komen te liggen. Het is daarom nodig om actief te zoeken naar oplossingen. De gemeente is samen met de netbeheerders (TenneT, Enexis) hiervoor verantwoordelijk, maar ook afhankelijk van hun capaciteit.
24
5.
Bijlage 1
Het Energie Transitie Model (ETM) is een open source online tool waarmee het energiesysteem gemodelleerd wordt en waarmee de huidige situatie en mogelijke toekomstscenario’s inzichtelijk gemaakt kunnen worden. De huidige situatie is gebaseerd op data uit de Klimaatmonitor. Hierin is ook het ijk jaar 1990 (voor doelstellingen zoals benoemd in het Klimaatakkoord) verwerkt. Door aannames en keuzes voor de toekomst in het model in te voeren wordt de impact in toekomstscenario’s inzichtelijk gemaakt. Het model is ontwikkeld door Quintel Intelligence 19, in samenwerking met verschillende partners die het model verder ontwikkelen en toepassen. Over Morgen werkt samen met Quintel om bij opdrachtgevers de opgave van de energietransitie inzichtelijker te maken. Op deze manier is voor een groot aantal overheden gebruik gemaakt van het ETM en wordt dit ook in verschillende RES regio’s toegepast als een betrouwbare en transparante bron voor energiescenario’s.
Hoe ziet een scenario eruit? Achter een scenario zit een geavanceerd rekenmodel waarin het hele energiesysteem met vraag, aanbod en verschillende type technologieën en energiedragers gevat wordt. Een dergelijk scenario is een eindbeeld die weergegeven wordt in een Energiemix infographic. Dit is een samenvatting van het scenario waarin de beginsituatie en het eindbeeld in termen van energievraag en -aanbod worden weergegeven. De energiemix infographic bestaat uit de volgende drie onderdelen: 1. Energievraag eindgebruik in het basisjaar (2019) en
Voorbeeld infographic
het eindjaar 2. De benodigde energiebronnen in het eindjaar 3. De opgave per thema voor het eindjaar
Scenario Steenbergen 2030 De scenario’s voor Steenbergen zijn gemaakt en opgeslagen in het ETM. Deze kunnen worden geraadpleegd via de volgende links:
Scenario vastgesteld beleid 2030: https://pro.energytransitionmodel.com/saved_scenarios/11228 Scenario verduurzaming glastuinbouw 2030: https://pro.energytransitionmodel.com/saved_scenarios/11255
19
25
Voor toelichting op het ETM model van Quintel zie: https://quintel.com/etm
Voorbeeld uitsnede van het energietransitiemodel (ETM).
26
6.
Bijlage 2
Tabel 2. Informatie over de groei van de glastuinbouw in Steenbergen.
Netto glas in 2019
91 ha
Netto glas in 2030
200 ha
Jaarlijkse groei
9,91 ha
Procentuele jaarlijkse groei
7,42%
Procentuele jaarlijkse groei energievraag (inclusief
6,92%
0,5% efficiëntieverbetering per jaar)
Gasverbruik per hectare netto glas (mln m3/ha)
0,70 0,60 0,50 0,40 0,30 0,20 0,10 0,00 2015
2016
2017
2018
2019
2020
Figuur 16. Het gasverbruik per hectare netto glas in Steenbergen van 2015 tot 202020. Tabel 3. De huidige situatie en situatie schets voor 2030 voor zon op dak.
Klimaatmonitor 2020
MW
GWh
TJ
% van potentieel ETM
13,14
12,48
44,92
53,4
Woningen
7,63
7,25
26,09
18,3
Totaal
20,77
19,73
71,02
Niet-woningen incl. landbouwbedrijven
Prognose 2030 RES bod gebouwen
24,60
23,37
84,12
100
RES bod woningen
4,88
4,63
16,68
-
12,51
11,88
42,77
29,9
Woningen RES + huidig (2020)
20 Duurzaamheidsverslag Nieuw Prinsenland 2020 (aangeleverd document)
27
Schatting woningen totaal Totaal
14,63
13,90
50,05
37,10
35,25
126,89
35
Tabel 4. Overzicht van lopende zonneveld projecten in Steenbergen. De rood gekleurde cellen betreffen getallen aangeleverd door de gemeente. Locatie
Capaciteit (MW)
Netto oppervlak (ha)
Energie (GWh)
Energie (TJ)
Vergund Dinteloord – Cosun Beet
17,5
7,6
16,6
59,9
Sportveld NVS
0,6
1,0
0,6
2,2
Rebeccahoeve
3,7
2,3
3,5
12,7
Zeeweg
1,1
0,5
1,0
3,8
De eendracht Nieuw-
61,5
25,0
58,4
210,3
Zonnepark aan de Dintel
15,0
6,9
14,3
51,3
subtotaal
99,4
43,3
94,5
340,1
company
Vossemeer
In voorbereiding, (nog) geen vergunning Dassenberg
22,4
11,2
21,3
76,6
22,4
11,2
21,3
76,6
Steenbergen/Welberg subtotaal
Geselecteerd, (nog) niet uitgewerkt en geen vergunning Westland Steenbergen
4,5
2,3
4,3
15,4
Jaartsveld Steenbergen
7,5
3,8
7,1
25,7
subtotaal
12,0
6,0
11,4
41,0
Totaal (3x)
133,8
60,5
127,1
457,7
Als vuistregel gebruiken we een opbrengst per netto hectare van 2 MW en 950 vollasturen per jaar Tabel 5. De berekening van de vollasturen in te voeren in het ETM. Opgesteld vermogen
Vollasturen
Energie
Bestaand
25 MW (bekend)
2400
60 GWh (bekend)
Nieuw
13,33 MW
3150 (bekend)
42 GWh (bekend)
Totaal (voor ETM)
38,33 MW
2661
102 GWh
Vorige scenario
28 MW
3000
84 GWh
28