Raadsvoorstel mandaatverlening mer-beoordeling.pdf
Tekst van het document
gemeente Steenbergen
RD2400217
Raadsvergadering
Agendanummer:
Onderwerp: Mandaatbesluit mer-beoordelingsbeslissing
Steenbergen; 10 september 2024
Aan de raad, 1. Inleiding In een mer-beoordeling beoordeelt het bevoegd gezag of de milieugevolgen van een ruimtelijk besluit zo groot zijn, dat het noodzakelijk is om een milieueffectrapportage (mer) op te stellen (Afdeling 16.4 Milieueffectrapportage van de Omgevingswet). Kortom, er wordt besloten dat er wel of geen mer nodig is. Bij een plan (zoals een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan) heet deze beoordeling de 'plan-mer-beoordeling' en bij een project (zoals een projectbesluit of omgevingsvergunning, soms ook omgevingsplan) de 'project-mer-beoordeling'. De wetgeving rond de mer is aangepast met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Onder de oude wetgeving was het college bevoegd om onder andere voor een bestemmingsplan een mer-beoordelingsbesluit te nemen. Onder de Omgevingswet is dit aangepast. Alleen het bevoegd gezag dat gaat over de vaststelling van het besluit, dat nodig is voor het betreffende plan of project, mag hierover een mer-beoordelingsbeslissing nemen. Het is mogelijk om deze bevoegdheid te mandateren aan het college van burgemeester en wethouders, indien de gemeenteraad bevoegd gezag is voor het vaststellen van het besluit. Middels het mandateren krijgt het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om namens de gemeenteraad als bevoegd gezag een project- of plan-mer-beoordeling te doen.
Het mandateren: voorkomt dat er een extra besluit van de gemeenteraad nodig is; zorgt ervoor dat er geen vertraging van de procedure is en; sluit aan op de praktijk zoals die bestond onder het oude recht. Gezien het bovenstaande bieden wij u hierbij een raadsvoorstel met raadsbesluit aan om de bevoegdheid voor het nemen van een mer-beoordelingsbeslissing te mandateren aan het college van burgemeester en wethouders. 2. Achtergrond Dit raadsvoorstel wordt aangeboden in relatie tot de implementatie van de Omgevingswet in de gemeente Steenbergen.
www.gemeente-steenbergen.nl
RD2400217
3. Overwegingen Hieronder wordt ingegaan op de volgende onderwerpen: A. Het college was onder de oude wetgeving bevoegd om een mer-beoordelingsbesluit te nemen; B. Onder de Omgevingswet is een mandaatbesluit nodig om onnodige vertraging in het planproces te voorkomen; C. De aard van de mer-beoordelingsbeslissing; D. Mandaatbesluit. A. Het college was onder de oude wetgeving bevoegd om een mer-beoordelingsbesluit te nemen. De procedure voor het vaststellen van een bestemmingsplan ging als volgt. Het college van burgemeester en wethouders voerde de voorbereidende handelingen uit. Het college is hiertoe bevoegd op grond van artikel 160 van de Gemeentewet. Dit hield in dat het college van burgemeester en wethouders het besluit nam om het ontwerpbestemmingsplan vrij te geven voor de terinzagelegging en tegelijkertijd - indien nodig - een mer-beoordelingsbesluit nam. De gemeenteraad ging uiteindelijk over de vaststelling van het bestemmingsplan. Onder het oude recht stonden de bepalingen over de mer in de Wet milieubeheer. In deze wet stond dat onder 'bevoegd gezag' voor het mer-beoordelingsbesluit ook het voorbereidend bestuursorgaan moet worden verstaan (artikel 7.1 Wet milieubeheer). Het college van burgemeester en wethouders was dan ook bevoegd om een mer-beoordelingsbesluit te nemen voor een bestemmingsplan. B.
Onder de Omgevingswet is een mandaatbesluit nodig om onnodige vertraging in het planproces te voorkomen. Onder de Omgevingswet is niet langer opgenomen dat ook het voorbereidende bestuursorgaan bevoegd is om een mer-beoordelingsbeslissing te nemen. Afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht biedt de mogelijkheid om het besluit tot het nemen van een merbeoordelingsbeslissing te mandateren aan het college van burgemeester en wethouders (voorbereidende bestuursorgaan). Hieronder wordt ingegaan op de procedure voor het wijzigen van het omgevingsplan als het college van burgemeester en wethouders dit mandaat niet heeft en voor zover de gemeenteraad het wijzigen van het omgevingsplan niet aan ons delegeert. De procedure voor de wijziging van het omgevingsplan (voorheen: bestemmingsplan) is niet veranderd onder de Omgevingswet. De gemeenteraad stelt de wijziging van het omgevingsplan vast. Het college van burgemeester en wethouders is nog steeds bevoegd om de ontwerpwijziging ter inzage te leggen. Echter, bij het ontwerp moet nu tevens een mer-beoordelingsbeslissing van de gemeenteraad worden bijgesloten. De gemeenteraad dient dan dus op een eerder moment een besluit te nemen (mer-beoordelingsbeslissing).
Dit leidt tot vertraging in planprocedures door zowel het dubbele besluitvormingstraject in raad en college zelf als extra inzet op de begeleiding van ruimtelijke plannen in het algemeen. C. De aard van een mer-beoordelingsbeslissing. Een mer-beoordelingsbeslissing heeft betrekking op de 'aanzienlijke milieueffecten'. Als het ruimtelijke besluit mogelijk aanzienlijke milieueffecten kan hebben, dan beslist het bevoegde gezag dat er een mer nodig is. Dit is een 'milieutechnische' toets. Het is geen besluit over de aanvaardbaarheid van een ontwikkeling. Dit is bijvoorbeeld onderdeel van de procedure behorende
2
RD2400217
bij de wijziging van het omgevingsplan. Ook dit (de aard van een mer-beoordelingsbeslissing) is een reden om de bevoegdheid te mandateren.
D. Mandaatbesluit Afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht regelt het kader voor het onderwerp mandaat. Het verlenen van mandaat betekent dat het college van burgemeester en wethouders in naam van de gemeenteraad een besluit neemt. De gemeenteraad blijft zelf ook bevoegd om de gemandateerde bevoegdheid uit te voeren. De bevoegdheid wordt, anders dan bij delegatie, niet overgedragen aan het college van burgemeester en wethouders. Met behulp van dit raadsvoorstel en het bijbehorende raadsbesluit, herleeft als het ware de bevoegdheidsverdeling, zoals deze onder het oude recht bestond.
4.
Middelen
Niet van toepassing.
5. Duurzaamheid Wat betreft de inzet op duurzaamheid is dit niet van toepassing voor dit voorstel. Dit is onderdeel van de uitvoering van initiatieven.
6. Risico's Niet van toepassing.
7. Communicatie/Aanpak Het raadsbesluit wordt gepubliceerd in het elektronisch gemeenteblad en de decentrale regelingenbank.
8. Participatie Niet van toepassing.
9. Voorstel Conform het bijgesloten raadsbesluit (RD2400218) besluiten om de bevoegdheid voor het nemen van een mer-beoordelingsbeslissing te mandateren aan het college van burgemeester en wethouders.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Steenbergen, de secretaris,
de locoburgeŕfTSester,
A.N. Phaff- de Groot
3