Raadsvoorstel actualisatie Algemene Plaatselijke Verordening BM2006186.pdf
Tekst van het document
gemeente Steenbergen
i i i nuiBM2006186 nioi wi i i ni i i ni iui i Raadsvergadering
Agendanummer:
Onderwerp: Actualisatie van de Algemene Plaatselijke Verordening
Steenbergen; 8 december 2020
Aan de raad, 1. Inleiding De Algemene Plaatselijke Verordening wordt jaarlijks geactualiseerd in verband met wijzigingen in wet- en regelgeving, jurisprudentie en praktijkervaringen. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) doet jaarlijks een herziening van de model-APV (zomerupdate). Op 14 juli 2020 heeft de VNG wederom een zomerupdate uitgebracht. Intern is met de verschillende afdelingen overleg gevoerd om de wijzigingen die worden voorgesteld door de VNG aan te passen aan de lokale behoeften. Ook krijgen de verschillende afdelingen zelf signalen vanuit buiten, of vanuit partners waarmee wordt samengewerkt zoals de politie. Sommige van deze signalen zijn na uitvoerig overleg opgenomen als wijziging in de geactualiseerde APV. Tenslotte zijn de actualiteiten rondom de APV op 6 oktober besproken met de andere gemeenten in het district om een zoveel als mogelijk uniforme werkwijze te kunnen hanteren. 2. Achtergrond en overwegingen Hieronder zullen artikelsgewijs de belangrijkste wijzigingen worden beschreven. Het overgrote deel van de wijzigingen is tekstueel of wettechnisch van aard. Voor zover de wijzigingen niet voor zich spreken, worden deze hieronder artikelsgewijs nader toegelicht. Daarnaast is bij dit collegevoorstel een schema gevoegd waarin de tekst van de gewijzigde artikelen onder elkaar is opgenomen, naast de huidige tekst van die artikelen. Artikelsgewijs
Artikel 2:10 lid 5 - het stellen van nadere regels inz. voorwerpen op of aan de openbare plaatsen (terrassen, reclameborden, plantenbakken etc): 'bevoegd bestuursorgaan' wordt gewijzigd in 'college'. Als gevolg van een hernieuwd inzicht van de VNG, is op haar voorstel in het vijfde lid het 'bevoegd bestuursorgaan' gewijzigd in 'college', omdat alleen aan het college de bevoegdheid tot het stellen van nadere regels (algemeen verbindende voorschriften) kan worden gedelegeerd. Op basis van de oude tekst kon voor bepaalde categorieën voorwerpen zowel het college als de burgemeester nadere regels stellen. In het vervolg is dat dus alleen het college. Schrappen van artikel 2:25 lid 6 - nadere regels evenementen door de burgemeester Deze wijziging betreft een technische wijziging. Als gevolg van het gewijzigde standpunt van de VNG over het stellen van nadere regels door de burgemeester, is het zesde lid van artikel 2:25 geschrapt. Op deze manier wordt ervoor gezorgd dat de nadere regels in beleidsregels worden omgezet.
De nadere regels worden ter vaststelling aan de burgemeester en het college aangeboden als beleidsregels. Artikel 2:26 lid 2 Ordeverstoring door Outlouw Motorcycle Gangs (OMG's) Er wordt een tweede en derde lid (nieuw) toegevoegd aan artikel 2:26. Het Openbaar Ministerie heeft bij de rechter civiele verboden gevraagd en gekregen tegen enkele motorclubs. Een groot aantal leden is gedurende een reeks van járen betrokken bij tal van verboden en grotendeels ook ernstig verwijtbare criminele gedragingen. Deze veelvuldige en voortdurende inbreuken op de openbare orde ontwrichten de samenleving of kunnen deze ontwrichten. Ze vormen een wezenlijke aantasting van de veiligheid van de samenleving en de vrijheid van burgers om naar eigen inzicht deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer. Door de frequentie van de (criminele) gedragingen van een groot aantal leden van deze organisaties, en als gevolg van de intimidatie die van het optreden door leden van een duidelijk herkenbare groep als deze uitgaat, is sprake van uitstraling van deze gedragingen naar een wijdere kring van niet-betrokken burgers. Het is vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid niet acceptabel dat in de publieke ruimte nog uiterlijk vertoon plaatsvindt dat verband houdt met dergelijke verboden en ontbonden organisaties, gelet op de intimidatie die daarvan uitgaat of uit kan gaan.
Deelneming aan de voortzetting van dergelijke organisaties, waaronder uiterlijk vertoon kan worden begrepen, is strafbaar gesteld in artikel 140, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Deze strafbaarstelling geldt echter pas op het moment dat de uitspraak van de rechter onherroepelijk (definitief) is geworden. Zolang de mogelijkheden van hoger beroep en cassatie nog openstaan en niet zijn afgewikkeld, kan tegen dergelijk uiterlijk vertoon dus niet op grond van het Wetboek van Strafrecht handhavend worden opgetreden. Dit ondanks het feit dat een civielrechtelijk verbod al wel in werking kan zijn getreden middels uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de uitspraak. Om toch te kunnen optreden tegen de aanwezigheid van dit uiterlijk vertoon in de publieke ruimte, vanwege de impact die dat heeft op de openbare orde, wordt een verbodsbepaling opgenomen in de APV. Deze bepaling houdt in dat het verboden is om bij evenementen zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben ofte vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of ontbonden is vanwege strijd met de openbare orde. Het kan bijvoorbeeld gaan om de naam, logo's, spreuken, kleding en andere aanduiding op motoren. Strafbaarstelling van het verbod vindt plaats in artikel 6:1.
Voor het geval van samenloop met de strafbaarstelling in het Wetboek van Strafrecht (met name relevant na het onherroepelijk worden van een rechterlijke uitspraak) is voorzien in een anti-samenloopbepaling (derde lid). Door strafbaarstelling in de APV kan handhavend worden opgetreden. Hierbij zij opgemerkt dat het OM grote druk op gemeenten en de VNG heeft uitgeoefend om een dergelijke verbodsbepaling op te nemen. Dit maakt weer eens duidelijk hoe de verschuiving van bevoegdheden vanuit politie en OM naar de burgemeester plaatsvindt. De gemeente heeft hierin weinig keuzevrijheid; wanneer een dergelijke bepaling niet opgenomen zou worden, zou hier een aantrekkende werking vanuit kunnen gaan vanwege het zogeheten waterbedeffect. Artikel 2:27 lid 1 sub a - afhaal- en bezorglocatie onder definitie van openbare inrichting Door de COVID-crisis verschuiven horeca-activiteiten van het ter plaatse nuttigen van spijzen en dranken steeds vaker naar het afhalen of bezorgen. Door ook de afhaal- en bezorgfaciliteiten vanuit de 'reguliere' horeca onder het toepassingsbereik van de exploitatievergunning te brengen (van een openbare inrichting zoals genoemd in art. 2:27 lid 1 sub a APV), wordt verzekerd dat ook bij deze horeca-activiteiten wordt voldaan aan de geldende eisen en voorschriften uit de exploitatievergunning zoals, slecht levensgedrag als weigeringsgrond. 2
Winkels vallen niet onder deze uitbreiding. Dit blijkt uit artikel 2:28 lid 6 sub a van de APV: Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit. Artikel 2:28 lid 3 - De bevoegdheid van de burgemeester om een exploitatievergunning te weigeren wordt uitgebreid met de grond 'in enig opzicht van slecht levensgedrag* Artikel 2:25 lid 9 - Voor vechtsportevenementen: toevoeging 'in enig opzicht' van slecht levensgedrag. Als weigeringsgrond voor een exploitatievergunning is (bevoegdheid van de burgemeester), op voorstel van de VNG, in het derde lid toegevoegd dat de exploitant of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. De toevoeging is ontleend aan de gemeentelijke praktijk. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geeft aan dat 'slecht levensgedrag' een voldoende duidelijke weigeringsgrond is. Op aanraden van de VNG zal de burgemeester beleidsregels vaststellen. De toevoeging 'in enig opzicht' is gedaan voor de vechtsportevenementen (artikel 2:25 lid 9). Hier was slecht levensgedrag al als weigeringsgrond opgenomen.
Artikel 2:28 lid 6, toevoeging van sub f - Geen exploitatievergunning is vereist voor een koffietafel in een rouwcentrum Vanuit de afdeling vergunningen werd het signaal weggelegd dat het schrappen van een exploitatievergunning voor een rouwcentrum beperkte risico’s met zich meebrengt. In combinatie met het argument van het verlichten van lasten, is dit voorstel opgenomen. Artikel 2:33a - Gebruik van glas- en vaatwerk Deze wijziging betreft eveneens een technische wijziging. Als gevolg van het gewijzigde standpunt van de VNG over het stellen van nadere regels is het verbod tot het gebruik van glas- en vaatwerk nu rechtstreeks in de APV opgenomen in plaats van in de nadere regels. Volgens het tweede lid kan de burgemeester een ontheffing verlenen van het verbod. Artikel 2:50b nieuw - Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties Na artikel 2:50b wordt ingevoegd artikel 2:50b (nieuw). Zie hiervoor de toelichting op het tweede en derde lid van artikel 2:26 (hierboven). In artikel 2:50b wordt een verbod ingesteld voor openbare plaatsen en in voor publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Strafbaarstelling van het verbod vindt plaats in artikel 6:1.
Voor het geval van samenloop met de strafbaarstelling in het Wetboek van Strafrecht (met name relevant na het onherroepelijk worden van een rechterlijke uitspraak) is voorzien in een antisamenloopbepaling (tweede lid). Artikel 2:65 Bedelarij Op basis van de huidige APV geldt er een bedelverbod voor aangewezen plaatsen op de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw. Op voorstel van de VNG worden deze plaatsen vervangen door het begrip 'openbare plaatsen', waardoor het verbod ook in bijvoorbeeld parken of plantsoenen gaat gelden. 'Een voor het publiek toegankelijk gebouw* voor zover het verblijf daarin door de gerechtigde niet aan een doel is gebonden, is ook een openbare plaats.
3
Artikel 3:7 Weigeringsgronden vergunning seksbedrijf In het eerste lid is tot uitdrukking gebracht dat de genoemde weigeringsgronden dienen als aanvulling op de algemene weigeringsgrond van artikel 1:8. In het eerste lid is onderdeel b geschrapt en zijn de overige onderdelen anders geletterd. Onderdeel b bevatte de weigeringsgrond 'de exploitant of beheerder is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij'. Sinds 2015 is wettelijk sprake van 'beëindiging van ouderlijk gezag of voogdij'. Beëindiging van het ouderlijk gezag is veel ruimer dan de zeer beperkte groep ontzette ouders. In verband hiermee is ook in de Drank- en Horecawet deze weigeringsgrond destijds vervallen. Artikel 4:9a Verbod tot het oplaten van ballonnen Vorig jaar werd door de VNG geadviseerd om geen verbod tot het oplaten van ballonnen in de APV op te nemen. De VNG hecht er waarde aan dat er geen direct gevaar is voor de volksgezondheid of de veiligheid. Om deze reden kan volgens de VNG dan ook geen oplaatverboden worden gefundeerd. In combinatie met het feit dat een verbod in de praktijk moeilijk te handhaven is (een heterdaad is namelijk noodzakelijk), heeft de VNG destijds afgezien van het opnemen van een ballonoplaatverbod. Daarom is in 2020 geen ballonoplaatverbod in de APV van Steenbergen opgenomen.
Op donderdag 29 oktober is een motie van Gewoon Lokaal aangenomen waarin zij het college verzoekt om "in de APV een verbod op te nemen tot het buitenshuis oplaten van ballonnen en deze wijziging van de APV begin volgend jaar ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor te leggen." Middels de tekst van het nieuwe artikel 4:9a wordt voorzien in deze wens van uw raad. Artikel 5:6 lid 1, sub a: Kampeermiddelen en andere voertuigen: termijn parkeren In de nieuwe tekst van artikel 5:6 lid 1 sub a is bepaald dat de termijn van maximaal drie dagen geldt inclusief eventuele onderbrekingen, waarna het voertuig minimaal zeven dagen niet op dezelfde plaats (of in de directe nabijheid) mag worden geparkeerd. Dit voorstel is op verzoek van de toezichthouders en de BOA's overgenomen omdat men bijvoorbeeld campers nu voor drie dagen op de weg parkeert, dan even weghaalt en vervolgens weer voor drie dagen parkeert. In de gemeente zijn er ongeveer 10 excessen per jaar die voor veel overlast en klachten zorgen. Artikel 5:32 Crossterreinen Het crossverbod beperkte zich tot wedstrijden of de voorbereiding daarvan. Hierbij is crossen buiten wedstrijdverband aan de verbodsbepaling in het eerste lid toegevoegd.
Artikel 6:2 - Toezichthouders APV uitbreiden met politieambtenaren Op dit moment zijn de ambtenaren genoemd in artikel 141 lid 1 sub b van het Wetboek van Strafvordering (algemeen opsporingsambtenaren, lees: politieagenten) niet belast met het toezicht op de naleving van de gehele algemene plaatselijke verordening, alleen voor wat betreft hoofdstuk 3 van de APV (regulering prostitutie). Om de politie in staat te kunnen stellen om toezicht en handhaving uit te kunnen oefenen op grond van de volledige APV wordt dit artikel aangepast. Dit is in overeenstemming met hoe de gemeenten uit de regio het toezicht op de APV hebben vastgesteld. 4. Middelen Niet van toepassing.
4
5. Risico's Met deze wijzigingen voldoen de bepalingen van de nieuwe APV aan de actuele wet- en regelgeving en jurisprudentie die van toepassing is en worden risico's op onuitvoerbare bepalingen in de APV geminimaliseerd. 6. Communicatie/Aanpak Na vaststelling van de wijzigingen van de APV door de gemeenteraad zullen deze wijzigingen bekendgemaakt worden in het elektronisch gemeenteblad en gepubliceerd worden op www.overheid.nl en er zal een link worden geplaatst op de gemeentelijke website. Er is gekozen voor een wijzigingsbesluit en geen volledig nieuwe APV, zodat na publicatie van de wijzigingen de historie zichtbaar blijft op www.overheid.nl. De oude versie blijft beschikbaar voor gebruikers en de wijzigingen worden opgesomd bovenaan de regeling. Tenslotte zullen de betrokken collega's van vergunningen, handhaving, veiligheid en politie op de hoogte worden gebracht van de vaststelling van de wijzigingen van de APV na besluitvorming door de Raad. Op onze gemeentewebsite is recentelijk een tekst toegevoegd waarin in eenvoudige taal wordt uitgelegd wat de APV is en wat die betekent voor onze inwoners. Via een post op onze sociale media en een informatief artikel op de gemeentelijke informatiepagina besteden we in de maand januari aandacht aan de APV. 7.
Voorstel Wij stellen uw raad voor om de wijzingen in de Algemene Plaatselijke Verordening 2020 conform bijgaand raadsbesluit vast te stellen en ingevolge artikel 139 van de Gemeentewet bekend te maken in het elektronisch gemeenteblad.
Hoogachtend, ,/ burgemeester en wethouders van Steenbergen, de secretaris, . de bureemeeste
5