Overdrachtsdocument Steenbergen van raad naar raad 2026.pdf
Tekst van het document
Overdrachtsdocument Van Raad Naar Raad 2026
Steenbergen, 26 februari 2026
Inhoudsopgave Inleiding .......................................................................................................................................................... 3 1. De vergaderstructuur – de Steenbergse werkwijze ............................................................................. 4 1.1. Wat is het doel van ‘BOB’? ................................................................................................................ 4 1.2. Beeldvorming ..................................................................................................................................... 4 1.3. Oordeelvorming ................................................................................................................................. 4 1.4. Besluitvorming ................................................................................................................................... 5 1.5. Tot slot en aanbevelingen ................................................................................................................ 5 1.6. Overige onderwerpen met betrekking tot het vergaderen ......................................................... 6 A. Het stellen van technische vragen.................................................................................................. 6 B.
Het spreekrecht ................................................................................................................................ 6 C. Het vragenhalfuur............................................................................................................................. 7 D. Flexibiliteit van de agenda en de ruimte om actualiteiten te bespreken ................................. 7 2. Informatievoorziening en digitalisering ............................................................................................. 7 A.
Rollen binnen informatievoorziening ...................................................................................... 7
B.
Continu leren............................................................................................................................... 8
C.
Grip op eigen informatie ........................................................................................................... 8
3. Overige onderwerpen .......................................................................................................................... 8 A. Innoveren ........................................................................................................................................... 8 B. Herinrichting van de raadzaal en de begane grond .................................................................... 9 C. Samenwerking ................................................................................................................................... 9 D.
(be)Grip op financiën ................................................................................................................. 9
E.
De raad en de regio .................................................................................................................. 10
F.
Verkenning van akkoorden ..................................................................................................... 10
2
Inleiding Op 1 april 2026 treedt een nieuwe gemeenteraad aan en gaat de raadsperiode 2026-2030 officieel van start. De 19 nieuw gekozen raadsleden gaan als hoogste orgaan in de gemeente de komende vier jaar voor alle inwoners aan de slag om op hoofdlijnen en altijd in het algemeen belang besluiten te nemen. Verkiezingen zijn het startpunt voor het nieuwe bestuur, maar ieder nieuw bestuur begint niet van voren af aan. Bestuur is altijd continu en er dient rekening gehouden te worden met eerder genomen besluiten, ontwikkelingen die in gang zijn gezet en nog afgemaakt moeten worden en zaken die de oude raad overdraagt naar de nieuwe raad. De nieuwe raad bouwt voort op de fundamenten die door de afscheidnemende raad zijn gelegd en kan hier zijn eigen accenten, kleuren en kenmerken aan geven. Een sterke raad doet ertoe. Voor elke gemeenteraad is het een uitdaging om goede uitvoering te geven aan zijn taken, rollen en bevoegdheden, hierbij oog te houden van het algemeen belang, bestuurlijke integriteit en de onderlinge samenwerking binnen zowel de raad, als het college en ook de ambtelijke organisatie. De ervaringen van de huidige raad delen met de nieuwe raad kan daarbij helpen. Het doel van dit overdrachtsdocument is om de nieuwe raad mee te nemen in de ‘Steenbergse werkwijze’ en de ontwikkelingen die in de afgelopen periode door de gemeenteraad zijn ingezet.
Dit document is niet een beleidsdocument, maar is een document van raad naar raad. Het bevat adviezen, aandachtspunten en suggesties voor een nieuwe raad om actief op te pakken. Het uiteindelijke doel is dat dit overdrachtsdocument de basis vormt voor het nieuwe griffieplan. Het inhoudelijk meenemen van de raad in beleidsontwikkelingen is onderdeel van het inwerkprogramma.
3
1. De vergaderstructuur – de Steenbergse werkwijze De gemeenteraad van Steenbergen vergadert volgens het BOB-vergadermodel en heeft dit volgens een eigen werkwijze ingericht. In dit hoofdstuk worden de verschillende fasen van het vergadermodel doorlopen en kort toegelicht. Het hoofdstuk eindigt met aanbevelingen voor de nieuwe gemeenteraad. 1.1. Wat is het doel van ‘BOB’? Een vergadermodel is geen doel op zich, maar een middel om op georganiseerde wijze tot goede besluitvorming te komen. Er is daarom niet één standaard werkwijze voor het BOBvergadermodel. In iedere gemeente wordt het concept van BOB op eigen wijze toegepast en ingevuld. Het hogere doel van deze vergaderwijze is dat de raad bij de aanvang van het besluitvormingsproces door middel van beeldvorming alle feitelijke informatie op tafel krijgt die nodig is om tot een oordeel te kunnen komen en vanuit de oordeelvorming een definitief standpunt in te nemen. Dit alles moet ertoe leiden dat de raad op gestructureerde wijze in staat is om op basis van de inhoud goede besluiten te nemen, dat dit ook op een efficiënte wijze doet en dat het proces van besluitvorming transparant en logisch te volgen is. De huidige werkwijze stamt uit 2014 en is toe aan een frisse, nieuwe benadering.
De insteek en bedoeling van de werkwijze is dat er uitgegaan wordt van een continu gesprek tussen raadsleden en waarbij er geen sprake is van oppositie en coalitie. Een voorwaarde voor dit gesprek is wel dat alle deelnemers op gelijke wijze (inhoudelijk) betrokken zijn. Deze betrokkenheid kan anders georganiseerd worden door de verschillende fases opnieuw in te richten. Het uiteindelijke doel is om vervolgens per fase consensus te bereiken over hoe een voorbereid voorstel verder behandeld moet worden. Terugkijkend op het afgelopen periode verdient het ook bijzondere aandacht om te kijken hoe dit gesprek georganiseerd wordt en hoe uiteindelijk consensus bereikt wordt. 1.2. Beeldvorming In de afgelopen raadsperiode is nadrukkelijk geïnvesteerd in de beeldvormende fase van de vergadercyclus. De praktijk leerde dat de beeldvorming een eigen vorm kreeg in de oordeelvormende vergadering en hierdoor effectieve besluitvorming in het gedrang kwam. In de afgelopen periode is geëxperimenteerd met het starten van ieder vergadercyclus met een beeldvormende informatieavond. Het doel van deze avond is om met de deskundigheid van de ambtelijke organisatie het (niet-politieke) gesprek te voeren over het voorliggend voorstel.
De positieve effecten van deze avond zijn allereerst dat er een beter en laagdrempeliger contact is ontstaan tussen de raad en de ambtelijke organisatie en dat daarnaast het aantal technische vragen in de oordeelvormende vergadering sterk is afgenomen. In de huidige vorm is het open gesprek in beperkte mate op gang gekomen. Dit komt mede door de inhoudelijke voorbereiding vooraf aan de beeldvorming, de soms beperkte samenstelling en belangstelling van de raad en toch ook de inrichting van de raadzaal. 1.3. Oordeelvorming Er zijn maandelijks 2 oordeelvormende vergaderingen. Op maandag worden de onderwerpen behandeld die te maken hebben met de beleidsonderwerpen die horen bij mens en maatschappij (welzijn, zorg, cultuur, dienstverlening en financiën). In de vergadering op woensdag worden de onderwerpen besproken die te maken hebben met de beleidsvelden ruimte en economie (bestuur, ruimtelijke ontwikkelingen, economie en duurzaamheid). De oordeelvormende vergaderingen zijn bedoeld voor de fracties om zich een oordeel te vormen 4
over een bepaald stuk en daarbij te bepalen of dat een voorstel van het college rijp is voor besluitvorming. De vergadering bepaalt vervolgens hierbij of dat een voorstel doorgeleid kan worden als hamerstuk of als een bespreekstuk. In de oordeelvorming wordt het gesprek gevoerd op basis van de inhoud en staat de vraag voorop: wat vind ik hier nu eigenlijk van en kan ik aan de hand van de beschikbare informatie een goed oordeel geven over de inhoud van het voorstel? Dat gesprek wordt door raadsleden onderling gevoerd op basis van gelijkwaardigheid om alle partijen evenveel inbreng te geven en betrokken te houden. Het Steenbergs vergadermodel bestaat uit drie fasen en elke fase dient correct afgehandeld te worden. In de besluitvormende vergadering is deze afronding het meest zichtbaar door de slag van de hamer. In de beeldvorming en de oordeelvorming hoort de voorzitter iedere fase en discussie op een vergelijkbare wijze af te concluderen en het gesprek af te sluiten. In de afgelopen periode is de fasegewijze besluitvorming minder uit de verf gekomen en is zodoende het doel van de oordeelvorming en hoe conclusies (consensus) gevormd worden wat minder duidelijk belicht. Hierdoor bestaat het risico dat in de besluitvormende fase een discussie in de herhaling komt of dat men bij het nemen van een besluit hun oordeel nog aan het vormen zijn.
Het is ook niet duidelijk waarom een bepaald stuk doorgeleid wordt als hamerstuk of bespreekstuk, waarbij het risico is dat het nemen van een besluit lang kan duren. Ook is het voor de deelnemers onduidelijk wat de spelregels zijn op het moment dat er afgeweken wordt van het gangbare proces van bespreekstuk of hamerstuk. Door deze onduidelijkheid wordt ook het proces van tot consensus vormen al onderdeel van gesprek. 1.4. Besluitvorming De besluitvormende cyclus sluit af met de besluitvormende (ofwel raads-)vergadering. Deze vergadering vindt veelal plaats op de laatste donderdag van de maand. Het doel van deze vergadering is om een besluit te nemen over de onderwerpen die oordeelvormend zijn behandeld en die ook voldoende rijp zijn om over te besluiten. De besluitvormende vergadering is ook hét moment voor de fracties om een standpunt in te nemen over een voorliggend voorstel en om hierover moties en amendementen in te dienen. Volgens het principe van het BOB-vergadermodel zou de besluitvormende vergadering de kortste vergadering in de cyclus moeten zijn. Het doel van de besluitvorming is om het debat te voeren met de raad over het te nemen besluit en niet meer over de feitelijke inhoud van het voorstel. Die fase is immers geweest. In de afgelopen periode is echter de totale lengte van de besluitvormende vergadering toegenomen. 1.5.
Tot slot en aanbevelingen Een vergadermodel is, zoals al aangegeven, niet een doel op zich maar een middel om op gestructureerde wijze tot besluitvorming te komen. Het vergadermodel is in 2014 met een bepaald hoger doel ingevoerd. Dit hogere doel en vooral de bedoeling van het vergadermodel is uit beeld geraakt en is in deze raadsperiode onderwerp van gesprek geworden. Het is daarom aan te bevelen om direct na de verkiezingen, onder begeleiding van de griffier, dit gesprek opnieuw op te starten en een nieuw gezamenlijk beeld vast te stellen wat je met het vergadermodel wil bereiken en hoe het model hier een bijdrage kan leveren. Als deze gedeelde norm is vastgesteld kun je kijken naar de verdere invulling, zoals de vorming van de agenda, hoe je effectief tot besluitvorming komt, welke ruimte er is voor democratische vernieuwing, hoe en in welke vorm in de oordeelvormende vergadering (door op de raad gespiegelde meerderheden) consensus bereikt wordt en welke rol de voorzitter heeft voor het op gang houden van het respectvolle en inhoudelijke gesprek. 5
Vreemde ogen helpen soms om met een nieuw perspectief te kijken naar structuren en werkwijzen die al jaren gemeengoed zijn, het gesprek aan te jagen over waarom we de dingen doen die we doen en of het niet handiger kan zijn om deze aan te passen. Voor deze volledige evaluatie van de werkwijze en vergaderstructuur wordt aanbevolen om deze een extern bureau te laten uitvoeren. Aanbevelingen voor de nieuwe gemeenteraad over het vergaderen: 1. Ga in gesprek over de bedoeling van de beeldvorming, de structuur hiervan en hoe je beeldvorming het beste kan toepassen. Het advies hierbij is om de beeldvorming een vaste plek te geven in het reglement van orde om de structuur te borgen, de vrijblijvendheid van deze avond weg te nemen en het een vaste plek te geven in het besluitvormingsproces. 2. Ga onder leiding van de griffier na de verkiezingen in gesprek over de structuur en werkwijze van het BOB-model, zoals eerder omschreven. 3. Evalueer, ondersteund door een extern bureau, de huidige werkwijze en kom tot een gezamenlijk en gedragen voorstel voor optimalisatie en verbeteringen. 4. De huidige verdeling van onderwerpen stamt uit 2010 en is nog gebaseerd op het oude commissiestelsel. Ga in de komende periode het gesprek aan om deze verdeling van onderwerpen tegen het licht te houden en te actualiseren.
1.6. Overige onderwerpen met betrekking tot het vergaderen A. Het stellen van technische vragen In 2015 is de huidige vragenstructuur vastgesteld door het presidium. In dit vragenschema bestaat formeel gezien niet meer de mogelijkheid tot het stellen van technische vragen tussen de oordeelvormende en besluitvormende vergadering, omdat volgens het BOB model alle feitelijke en technische informatie al in de beeldvorming bekend moet zijn. De praktijk is echter weerbarstiger en het komt wel eens voor dat aan de hand van schriftelijke antwoorden of door de beantwoording van vragen uit de oordeelvorming nieuwe technische vragen ontstaan. Met de ambtelijke organisatie zijn informele afspraken hierover gemaakt, maar niet geformaliseerd. 5. Verzoek de griffie om in de komende raadsperiode de vragenstructuur te evalueren en te updaten. B. Het spreekrecht In het reglement kan zowel in de oordeelvorming als in de besluitvorming gebruik worden gemaakt van het spreekrecht. Het verdient aanbeveling om dit instrument tegen het licht te houden en in gesprek te gaan over hoe het in contact komen met en het horen van inwoners laagdrempeliger en toegankelijker plaats kan vinden. Inspreken in een openbare vergadering is voor inwoners best spannend en leidt niet tot beter contact tussen raad en inwoners.
Het spreekrecht is vaak éénrichtingsverkeer en voor inwoners is het frustrerend als er niets met hun inbreng in de vergadering gedaan wordt. Het inspreken bij de behandeling van de perspectiefnota en begroting is om die reden als agendapunt ook teruggetrokken. Het inspreken in een besluitvormende vergadering is bovendien ingewikkeld, omdat de inspraak zich dient te beperken tot het te nemen besluit. Anderzijds kan het spreekrecht ook verwarring veroorzaken bij raadsleden, omdat er met het spreekrecht vaak nieuwe (feitelijke) informatie wordt gedeeld die eigenlijk in de beeldvorming thuishoort.
6
6. Evalueer in de komende raadsperiode de bedoeling en gebruik van het spreekrecht. Verzoek de griffier om dit gesprek te organiseren. 7. Denk als raad na over wat je wil met inwonerparticipatie en inwoner betrokkenheid bij de raad. C. Het vragenhalfuur Het vragenhalfuur in zowel de oordeelvormende als besluitvormende vergadering is vaak een populair agendapunt. Een breed scala aan onderwerpen passeert dan de revue. Het komt niet zelden voor dat het voorgeschreven half uur niet voldoende is om de vragen (en de aanvullende vragen) te beantwoorden. Het vragenhalfuur kan een waardevol instrument zijn om het standpunt van het college te horen over een actuele en maatschappelijke kwestie of te gebruiken als opmaat naar een vervolgactie, denk aan een motie of een initiatiefvoorstel. 8. Evalueer het gebruik en effectiviteit van het vragenhalfuur en kijk hierbij ook naar voorbeelden van andere gemeenteraden. D. Flexibiliteit van de agenda en de ruimte om actualiteiten te bespreken Raadsleden worstelen met hun instrumenten om volgens de vastgestelde routes een actueel vraagstuk te kunnen bespreken. Niet alle onderwerpen lenen zich voor een motie, interpellatie is te zwaar, het vragenhalfuur te beperkt en de werkwijze rondom ingekomen stukken leidt ertoe dat een onderwerp op de ingekomen stukkenlijst (wat nu actueel is) bij behandeling een maand later vaak al achterhaald is.
Het verdient zodoende aanbeveling om met elkaar het gesprek te voeren over welke ruimte er in de reguliere cyclus is of kan komen om actualiteiten te bespreken. Hierbij moet wel als kanttekening bij gegeven worden dat het primaire doel van een gemeenteraad is om besluitvorming voor te bereiden en besluiten te nemen. Dat primaire proces moet altijd leidend zijn. 9. Ga met elkaar in gesprek, evalueer en ga op onderzoek naar methodes en werkwijzen om in de vergaderstructuur ruimte te maken voor het bespreken van actualiteit, zonder dat dit ten koste gaat van het formele besluitvormingsproces. 2. Informatievoorziening en digitalisering In dit hoofdstuk gaat het over de bestaande werkwijze en afspraken over het leveren van informatie aan de raad, in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij de passieve en actieve informatieplicht van het college en welke afspraken hierover zijn, wat de Gemeentewet vereist en hoe we dit onder andere via het reglement hebben verwerkt. Daarnaast wordt hierbij ook ingegaan op de mogelijkheden die de raad heeft om aan informatie te komen, hoe deze instrumenten zijn toegepast, welke trends hierin waar te nemen zijn en hoe dit leidt tot verbeterpunten. A. Rollen binnen informatievoorziening In de Gemeentewet hebben raad en college ieder hun eigen rol en bevoegdheden.
De raad moet erop kunnen vertrouwen dat het college zijn bevoegdheden goed toepast, afspraken met de raad nakomt en hierover communiceert. Om de opvolging van afspraken te volgen hebben raadsleden meerdere instrumenten voor handen. Voor zowel de raad als het college blijft het echter soms zoeken naar de juiste methodes om elkaar aangehaakt te houden. Een raadslid moet zichzelf ook de vraag blijven stellen welke informatie hij nodig heeft om zijn werk te kunnen doen. Voor de goede verstandhouding is het belangrijk om de gemeenteraad via de juiste middelen en op de juiste momenten te betrekken en te voorzien in voldoende informatie om hun werk te kunnen doen. Om dit op een juiste manier te organiseren hebben enkele gemeentes een protocol actieve 7
en passieve informatieplicht. Dit geeft helderheid, structuur en geeft zowel raad als college houvast. 10. Verzoek de griffier een informatieprotocol op te stellen, dit protocol te bespreken tijdens een informeel samenzijn en vervolgens voor besluitvorming voor te leggen. B. Continu leren De gemeenteraad heeft buiten het vragenrecht meerdere instrumenten om aan informatie te komen. De vraag die voortdurend hierbij gesteld kan worden is wanneer je als raadslid jouw instrumenten het meest succesvol toepast. Wanneer stel je een goede vraag? Wanneer zet je welk instrument effectief in om een politiek doel te bereiken? Zelfs voor meer ervaren raadsleden blijft dit af en toe zoeken. Om hierbij ondersteuning te bieden wordt vanaf de komende raadsperiode een opleidingsprogramma opgestart rondom deze thema’s. 11. Verzoek de griffier om voor de komende raadsperiode een raadsbreed opleidingsopleidingsprogramma vorm te geven. C. Grip op eigen informatie Raadsleden hebben toegang tot heel veel informatie, zowel inhoudelijk als procesmatige informatie. Voor raadsleden is het ris het primaire verzamelpunt waar al deze informatie samenkomt. De afgelopen raadsperiode heeft de griffie een koppositie ingenomen als het gaat om digitalisering van raadsprocessen, denk hierbij aan de inzet van raadsinstrumenten en de langetermijnagenda.
Al deze innovaties hebben als doel om het werk van de raad eenvoudiger, overzichtelijker en transparanter te maken. Mede door de nieuwigheid zijn deze raadsinstrumenten nog geen vast onderdeel van het raadswerk. Raadsleden hebben in de praktijk ook moeite met het vinden van het juiste informatie en het gebruik van de zoekfunctie binnen het ris. In de komende raadsperiode zal de griffie, met ingang van het inwerkprogramma, meer ondersteuning bieden aan raadsleden om hun weg te vinden binnen het ris en hoe ze deze informatie kunnen benutten. 3. Overige onderwerpen
A. Innoveren Innovatie voorkomt stilstand of achteruitgang. Een andere bekende uitspraak binnen dit thema: “als je doet wat je deed, dan krijg je wat je kreeg”. Deze thematiek is ook van toepassing op de werkwijze van de gemeenteraad. De huidige werkwijze van de raad is al heel wat jaren oud en het is belangrijk om steeds met elkaar in gesprek te blijven over structuur, cultuur en de eigen werkwijze. Het is daarom belangrijk om met elkaar het gesprek te blijven voeren over wat opvalt, waar ruimte is voor verbetering en wat er past bij de cultuur van Steenbergen. De vorige paragrafen hebben dit min of meer ook als rode draad aangehaald. Tot aan het begin van deze raadsperiode bezocht de raad jaarlijks de kernen via georganiseerde kernbezoeken. Hoewel soms leuke gesprekken tot stand kwamen, leidde deze bezoeken niet altijd tot een structureel beter contact of tot nieuwe ideeën of inspiratie die de raad rechtstreeks kon toepassen. Een goed alternatief voor de kernbezoeken of inwonercontact is er niet gekomen. Aan de nieuwe raad wordt daarom voorgesteld om een raadswerkgroep innovatie in te stellen, waar het niet alleen gaat over de vergaderstructuur en -cultuur, maar ook over communicatie, participatie en vernieuwende vormen om inwonerbetrokkenheid te vergroten. 12. Richt een werkgroep innovatie op en verzoek de griffier om de inrichting van deze werkgroep voor te bereiden.
8
B. Herinrichting van de raadzaal en de begane grond Het gaat er in 2030 toch echt van komen. Volgens de prognoses groeit het inwoneraantal gestaag door tot boven de 25.000 inwoners wat inhoudt dat bij de verkiezingen van 2030 het aantal raadsleden toe zal nemen van 19 naar 21 leden. In deze raadsperiode zijn door middel van kleine maatregelen de uitstraling en de functionaliteit van de raadzaal verbeterd. Om het gebruik van de raadzaal toekomstbestendig te maken zal in de komende raadsperiode geïnvesteerd moeten worden in deze ruimte. Niet alleen om voldoende zitplaatsen te creëren voor de toekomstige raadsleden, maar denk hierbij ook aan het gebruik van stroom, moderne verlichting en geluid en klimaatbeheersing. Aan de nieuwe raad wordt gevraagd mee te denken om te komen tot een herinrichting van de raadzaal, die toekomstbestendig is en past bij wat de raad uit wil stralen. Net als in het vorige overdrachtsdocument wordt aan de raad voorgesteld om bij deze herinrichting breder te kijken dan alleen de raadzaal en de functie van deze ruimte. De raadzaal bevindt zich niet op een eiland en staat in verbinding met de begane grond. De vraag doet zich dan ook voor welke uitstraling je wil geven aan bezoekers van het gemeentehuis, bezoekers van de raadsvergadering, externe gasten, trouwparen, gedecoreerden, etc.? 13.
Verzoek aan de griffier om samen met de ambtelijke organisatie en een delegatie uit de gemeenteraad een voorstel voor te bereiden voor een herinrichting van de raadzaal en de begane grond.
C. Samenwerking Het jaarprogramma van de gemeenteraad voorziet ieder jaar in diverse momenten voor het informeel ontmoeten, kennisuitwisseling en om te werken aan de onderlinge samenhang. De afgelopen jaren is de belangstelling voor deze momenten afgenomen tot op het punt dat vaste momenten in het jaar, zoals de heidag of het BOT overleg, geannuleerd werden. Een gemeenteraad bestaat uit 19 individuele leden, maar samen vormt een raad wel één bestuursorgaan. Om als bestuursorgaan effectief te zijn, is samenwerking en elkaar weten te vinden essentieel. Aan de nieuwe raad wordt daarom voorgesteld om na te denken en met voorstellen te komen over vormen om met elkaar in contact te komen, buiten de formele setting van de raadzaal.
D. (be)Grip op financiën In de afgelopen raadsperiode is er veel gesproken over de gemeentelijke financiën. Dat is ook verklaarbaar. In deze periode zijn de piketpalen geslagen voor grote projecten en ontwikkelingen en die ook allemaal binnen de regels van het gemeentelijk begroten en verantwoorden zijn plek moeten krijgen. De controle door de accountant en de begrotingsbrief van de provincie kunnen hiervoor als graadmeters gebruikt worden, maar als raadslid wil je ook begrijpen waar je ja tegen zegt en wat op lange termijn de financiële gevolgen zijn van het besluit dat je neemt. In de laatste vergadering van het laatste audit committee heeft dit geleid tot de volgende aanbevelingen: 14. Organiseer een training voor alle raadsleden om hen op basiskennis te brengen van gemeentelijke financiën. Voor het audit kan een specialistentraining georganiseerd worden. 15. Ga samen met de ambtelijke organisatie in gesprek om kritisch te kijken naar de inrichting en informatievoorziening in de P&C producten en kom tot suggesties om deze te verbeteren ten aanzien van sturingsinformatie, doelmatigheid, volgbaarheid en meetbaarheid.
9
16. In het audit committee worden geen besluiten genomen. Het audit is hoofdzakelijk een advies gevend overleg, maar was in de afgelopen periode niet heel zichtbaar. Ga met het volgende audit committee in gesprek over de wenselijkheid en nut om bij stukken die naar de raad via een oplegger een terugkoppeling te geven uit het audit committee.
E. De raad en de regio Voor het uitvoeren van diverse uitvoeringstaken is gemeentelijke samenwerking via een gemeenschappelijke regeling wenselijk, noodzakelijk en soms zelfs verplicht. De recente wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft als doel om de rol en positie van gemeenteraden bij deze regelingen te vergroten. Met dit in het achterhoofd hebben de raden binnen de regio West-Brabant een nieuwe nota verbonden partijen vastgesteld. Eén van de acties uit deze nota is het oprichten van een regionale agendacommissie voor de voorbereiding van de drie regionale raadsavonden. Het doel van deze avonden is om de gemeenteraden mee te nemen en te betrekken bij de gemeenschappelijke regelingen en overige regionale beleidsontwikkelingen. De raad van Steenbergen is tot nu toe nog niet betrokken bij deze regionale agendacommissie. Na de verkiezingen ontstaan er ook in deze agendacommissie vacatures. Bij de benoeming van diverse functies, eind april, zal de vacature voor agendacommissielid en plaatsvervangend lid aan de lijst met vacatures toegevoegd worden.
F. Verkenning van akkoorden De gemeenteraadsverkiezingen is het moment om samen te verkennen via welke route een nieuw akkoord en programma opgesteld moet worden voor de komende vier jaar. In de afgelopen raadsperiode is het gesprek ontstaan om dit eventueel via de route van het raadsbreedakkoord te doen. Het primaire doel van een raadsbreedakkoord is dat (in de ideale omstandigheid) alle partijen samen richting geven en op hoofdlijnen vastleggen waar zij het met elkaar over eens zijn. Het hoger doel van dit type akkoord is dat er een raadsbrede basis voor een programma waar een toekomstig college mee aan de slag moet en dit de klassieke coalitieoppositie opstelling in de raad moet voorkomen. Een keuze voor een raadsbreedakkoord brengt een aanpassing met zich mee van de opzet en werkwijze om tot een akkoord te komen en er zullen vaste momenten in het jaar bepaald moeten worden om het gesprek aan te gaan om het raadsakkoord actueel te houden en te blijven werken aan goede samenwerking en onderling vertrouwen. Het is aan nieuwe raad om na de uitslag van de verkiezingen een definitief besluit hierover te nemen.
10