OMWB Jaarrekening 2024.pdf
Tekst van het document
Jaarstukken 2024
2
3
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .....................................................................................................4 Voorwoord ...........................................................................................................6 Jaarverslag...........................................................................................................7 Inleiding............................................................................................................7 Het resultaat 2024..............................................................................................8 Toelichting op het resultaat 2024 ..........................................................................8 Programmaverantwoording ................................................................................12 Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) .......13 Programmadeel 2: Adviezen en projecten .........................................................25 Programmadeel 3: Collectieve taken ................................................................32 Programmadeel 4: Overige exploitatielasten en -baten .......................................33 Specifieke uitkering Omgevingsdiensten ...........................................................33 Kosten van Bedrijfsvoering, Vennootschapsbelasting en de post Onvoorzien ..........34 Paragrafen
.......................................................................................................34 Weerstandsvermogen en risicobeheersing .........................................................34 Financiering ..................................................................................................39 Bedrijfsvoering - plannen en resultaten ............................................................41 Wet open overheid (WOO) ..............................................................................47 Jaarrekening .......................................................................................................49 Balans ultimo boekjaar (vóór resultaatbestemming) ..............................................49 Het overzicht van baten en lasten .......................................................................51 Toelichtingen ...................................................................................................56 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ............................................56 Toelichting op de balans per 31 december 2024 ................................................60 Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2024 ........................................69
4
Kengetallen ..................................................................................................75 Toelichting op de baten ..................................................................................76 Overzicht baten en lasten per taakveld 2024 ........................................................78 Publicatieverplichting op grond van de WNT .........................................................79 Verantwoordingsinformatie Specifieke Uitkeringen (SiSa) .......................................84 Rechtmatigheidsverantwoording .........................................................................84 Bijlage 1: Kwaliteitscriteria 2.2 ..............................................................................86
5
Voorwoord Voorwoord Voor u liggen de jaarstukken 2024 van de Omgevingsdienst Midden-en West-Brabant (hierna OMWB). De jaarstukken vormen het sluitstuk van de Planning & Control-cyclus en bestaan uit de volgende onderdelen:
het jaarverslag 2024, bestaande uit de programmaverantwoording en de paragrafen; de jaarrekening 2024, bestaande uit de balans, het overzicht van baten en lasten over het boekjaar en de toelichtingen.
Met dit jaarverslag en de jaarrekening verantwoordt de OMWB zich aan zijn deelnemers over het afgelopen jaar.
6
Jaarverslag Inleiding Het jaar 2024 was voor de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) opnieuw druk. De Omgevingswet werd -na jaren van uitstel- daadwerkelijk ingevoerd. Dat vroeg van onze medewerkers natuurlijk forse aanpassingen in het werk. Zeker omdat dit ook het eerste jaar was dat we volledig op RxMission als VTH applicatie draaiden. De werkdruk bij onze dienst is fors en de dynamiek is groot. Ons werk aan een veilige, schone en duurzame leefomgeving heeft veel maatschappelijke belangstelling. Kranten en nieuwsmedia staan vol met berichten over bijvoorbeeld stikstof, PFAS, luchtkwaliteit, de energietransitie, drugsdumpingen of geuroverlast. De OMWB blijft deze belangrijke onderwerpen onverminderd aanpakken en professionaliseert zich gaandeweg. We sluiten het boekjaar 2024 af met een positief financieel resultaat van 2,4 miljoen. We hebben de werkprogramma's voor 94,9% uitgevoerd, ondanks de tijd en capaciteit die het inwerken van nieuwe medewerkers vroeg. De krappe arbeidsmarkt noodzaakt ons om getalenteerde mensen zelf op te leiden. Daarom zijn we begin 2024 gestart met het 'SLIM in uitvoering' opleidingsprogramma. Hiermee brengen we structuur en een verdere professionalisering in begeleiding en opleiding binnen de OMWB. Nieuw talent doet zo competenties en vaardigheden opdoen en leert tegelijkertijd over alle deskundigheidsgebieden binnen de OMWB.
Op deze manier creëren we een voortdurende aanwas van nieuw, goed opgeleid personeel. Het streven naar datagestuurd en risicogericht werken is één van de speerpunten bij de doorontwikkeling van de OMWB als professionele organisatie. Hoe beter het ons lukt om data te vertalen naar waardevolle informatie en inzichten, hoe beter we kunnen bijdragen aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving. We blijven de komende jaren dan ook investeren in de juiste kennis, competenties en (ICT-)structuren. Daarom hebben we bij het Interbestuurlijk Programma (IBP) fors ingezet op de pijler informatievoorziening. Ook ontwikkelden we het Regionaal beleidskader (Gemeenschappelijk Uitvoerings Kader) en kwaliteitsmanagement en hebben we meegedaan aan visitaties bij andere diensten. De OMWB werd gekwalificeerd als 'lichtgroen', vanuit de analyse door het bureau Twijnstra Gudde op basis van de robuustheidscriteria vanuit het IBP. Dat betekent dat men verwacht dat we per 1 april 2026 volledig aan alle criteria voldoen. Het belangrijkste verbeterpunt voor de OMWB is het vormen van een ontwikkel- en innovatieagenda met structurele financiering. We rapporteren hierover per kwartaal aan het Ministerie en het Algemeen Bestuur. Inhoudelijk speelden in 2024 de transities klimaat en energie.
Daarnaast bleef het stikstofdossier veel energie en capaciteit, net als het PFAS-dossier en Zeer Zorgwekkende Stoffen. Het zijn ingewikkelde vraagstukken in een complexe politiekbestuurlijke en maatschappelijke omgeving. In programmadeel 1 en 2 van dit document gaan we op deze onderwerpen verder in. Organisatorisch hebben we in 2024 belangrijke stappen gezet om efficiënter te werken. Met het programma 'Van goed naar beter' hebben we gestructureerd al onze processen gestroomlijnd, wat ongeveer 3 miljoen euro heeft opgeleverd. Het efficiencyrapport dat afgelopen jaar in opdracht van de Provincie is opgesteld, laat zien dat de OMWB 'lean and mean' is georganiseerd en dat er geen vet op de botten zit. Ook zijn er belangrijke stappen gemaakt om de belangrijkste indicatoren voor interne sturing zichtbaar te maken voor het inrichten van het Kwaliteitsmanagementsysteem.
7
De afgelopen periode heeft daarnaast in het teken gestaan van het ontwikkelen van mogelijke verdere scenario's vanwege de verwachte teruglopende uitkeringen vanuit het gemeentefonds aan onze deelnemers. Deze 'bouwstenen' zijn begin 2025 in het Ambtelijke Overleg en Algemeen Bestuur besproken. Naast dit jaarverslag en deze jaarrekening verantwoorden wij ons per deelnemer via de jaarlijkse werkprogrammas en de termijnrapportages. Daarmee zorgen we voor inzicht, transparantie en verantwoording van onze inzet voor de Brabantse leefomgeving. Alfred Arbouw Algemeen directeur OMWB
Het resultaat 2024 Het voordelige resultaat over 2024 bedraagt 2.461.000 (2023: 1.643.000). Bestemming resultaat Bij de vaststelling van de jaarrekening 2024 wordt aan het Algemeen Bestuur een voorstel gedaan voor de bestemming van het resultaat.
Toelichting op het resultaat 2024 Het jaarrekeningresultaat 2024 laat een positief resultaat zien van 2.461.000 (begroot 2024 na wijziging 1.250.000). Het positieve resultaat wordt voornamelijk gerealiseerd door een hogere declarabiliteit dan begroot en dat de besteding van kosten achter blijft bij de begroting. Hieronder treft u een overzicht aan per onderdeel met daarna een toelichting op de voornaamste drijvers achter het jaarrekeningresultaat 2024 ten opzichte van de begroting 2024 na wijzigingen. Achtereenvolgens wordt ingegaan op:
Personele inzet Primair proces ( 785.000 voordeel) Kostenbudgetten ( 590.000 voordeel) Personele kosten Bedrijfsvoering ( 65.000 voordeel) Overige baten ( 136.000 nadeel) 8
Overig ( 90.000 nadeel)
Personele inzet Primair proces In de tabel hieronder wordt de 'Personele inzet Primair proces' weergegeven. Toelichting volgt onder de tabel. Nr.
Rubriek
1.
Baten Werkprogramma
629.000
Baten SPUK-gelden
219.000
Baten Buiten Werkprogramma
607.000
Subtotaal
Bedragen in euro
1.454.000
2.
Lonen en salarissen
- 544.000
3.
Inhuur
- 125.000
Subtotaal
785.000
1) Baten De opbrengsten binnen het werkprogramma zijn 629.000 hoger dan begroot. Ook de opbrengsten van de Specifieke Uitkeringen lopen voor op de begroting en zijn 219.000 hoger. De opbrengsten buiten werkprogramma zijn eveneens hoger dan begroot ( 702.000). De baten van programmadeel 4 overige exploitatie vallen 95.000 lager uit dan begroot. In totaal zijn de baten buiten werkprogramma 607.000 hoger dan begroot. Per saldo is 1.454.000 meer omzet gerealiseerd dan begroot. De hogere baten worden enerzijds gestuwd door een hogere personele bezetting van het Primair proces en anderzijds een hogere declarabiliteit per fte. Declarabele uren In totaliteit zijn 372.000 declarabele uren gerealiseerd in 2024 (realisatie 2023: 341.000 uur). Per fte bedraagt dit circa 1.331 uur (norm 1.300 uur). De declarabiliteit heeft in de tweede helft van 2024 - na het aanbieden van de Tweede Bestuursrapportage en bijbehorende 3e Begrotingswijzing - een flinke vlucht genomen. Hierbij geldt dat de declarabiliteit per fte voor eigen medewerkers min of meer gelijk is aan de norm van 1.300 declarabele uren. De declarabiliteit van inhuurkrachten bedraagt 1.553 declarabele uren per fte. De declarabiliteit per fte van eigen medewerkers wordt positief beïnvloed door een onderbesteding op concernuren (in totaal 9.500 uur); waarvan 6.100 uur bedoeld voor opleidingen.
Deze ruimte wordt daarentegen te niet gedaan door een hoger verzuim dan begroot en een hogere opname van verlofuren. 2) Lonen en salarissen Het verschil in de post Lonen & salarissen wordt vooral veroorzaakt door de mutatie op de voorziening Verlofsparen.
9
3) Kosten voor inhuur van derden Gelijk aan de toelichting onder Lonen en salarissen zorgt de beschikbaarheid van deskundige inhuurkrachten voor een overschrijding van de begroting. Kostenbudgetten In de tabel hieronder worden de over- en onderschrijdingen op kostenbudgetten weergegeven. Toelichting volgt onder de tabel. Nr.
Rubriek
Bedragen in euro
1.
Reiskosten
- 33.000
2.
Opleidingskosten
151.000
3.
Overige personele kosten
125.000
4.
Afschrijvingen
36.000
5.
Huisvesting & Organisatie
289.000
6.
Overige kosten
- 128.000
7.
Onvoorzien
150.000
Subtotaal
590.000
1) Reiskosten Na enkele jaren van verminderde aanwezigheid op kantoor hebben medewerkers de weg teruggevonden. Ook de toename in personeel draagt bij aan de overschrijding van de begroting. 2) Opleidingskosten Met name het centrale deel van het opleidingsplan is ten dele uitgevoerd; vooral door het uitstellen van landelijk verzorgde opleidingen. Dit zorgt voor een onderbesteding op het budget. 3) Overige personele kosten Op Overige personele kosten is een onderbesteding gerealiseerd van in totaal 125.000. De voornaamste posten hiervoor verantwoordelijk betreffen het niet volledig aanspreken van de budgetten voor Organisatieontwikkeling ( 58.000) en Duurzame inzetbaarheid (58.000) en lagere Overige personele kosten dan begroot ( 79.000). Hiertegenover staan enkele overschrijdingen van budgetten vallend onder deze rubriek. 4) Afschrijvingen Door uitgestelde investeringen in met name het wagenpark en meetstations vallen de afschrijvingskosten 36.000 lager uit dan begroot. 5) Huisvesting en organisatie De kosten van Huisvesting en organisatie zijn 289.000 lager dan begroot. Deze onderbesteding is vooral toe te schrijven aan lagere kosten voor Huisvesting en facilitaire zaken en Automatisering. Het voordeel op deze laatste post komt met name voort uit een later gestart aanbestedingstraject voor GIS/GEO. De voordelen op 10
Huisvesting en facilitaire zaken en Automatisering worden deels opgeheven door een overschrijding op de post Algemeen beheer. 6) Overige kosten Op de kosten van Onderzoek en analyse is een voordeel gerealiseerd van 128.000. Dit betreft de kosten die corresponderen met de opbrengsten van doorbelaste kostenfacturen, die binnen Programma 4 (Buiten werkprogramma) vallen. Deze kosten en opbrengsten kennen een resultaat neutraal effect. 7) Onvoorzien In de begroting is een bedrag van 150.000 voor onvoorziene kosten opgenomen. Het aanspreken van deze post valt onder het mandaat van het Dagelijks Bestuur. In 2024 is dit bedrag niet aangesproken. Dit levert een voordeel van 150.000 ten opzichte van de begroting op. Personele kosten Bedrijfsvoering In de tabel hieronder worden de afwijkingen van de 'Personele kosten Bedrijfsvoering' ten opzichte van de begroting weergegeven. Toelichting volgt onder de tabel. Nr.
Rubriek
Bedragen in euro
1.
Lonen en salarissen
136.000
2.
Inhuur
- 71.000
Subtotaal
65.000
1) Lonen en salarissen De kosten voor eigen personeel van de afdeling Bedrijfsvoering vallen 136.000 lager uit dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door het niet (tijdig) invullen van vacatures lopende het jaar. 2) Kosten voor inhuur van derden De kosten voor inhuur van derden bedragen 71.000 hoger dan begroot. Deze overschrijding wordt met name veroorzaakt doordat eerdere inhuurconstructies zijn verlengd als gevolg van (langer dan verwacht) ziekteverzuim van eigen medewerkers en verlenging/uitloop van projecten, waarbij de ingehuurde specialistische kennis cruciaal was. Overige baten In de tabel hieronder worden de 'Overige baten' weergegeven. Toelichting volgt onder de tabel. Nr.
Rubriek
1.
Rentebaten
2.
Diverse baten en vennootschapsbelasting Subtotaal
Bedragen in euro - 210.000 74.000 - 136.000
11
1) Rentebaten Vanaf 2023 ontvangt OMWB rentebaten. In 2024 heeft de OMWB 590.000 aan rentebaten ontvangen; terwijl 800.000 was begroot. 2) Diverse baten Onder de Diverse baten' van 74.000 is een post van 50.000 inzake Restitutie Fee 2023; opgenomen, ontvangen van het Mobiliteitscentrum West-Brabant. Aangezien deze baten moeilijk in te schatten zijn en over de jaren fluctueren, worden deze niet in de begroting meegenomen. Daarnaast is een donatie van 9.000 opgenomen voor het ter beschikking stellen van ICT-middelen ten behoeve van een goed doel. Tenslotte vallen de kosten vennootschapsbelasting lager uitgevallen dan begroot, wat per saldo een voordeel ten opzichte van de begroting oplevert van 3.000. Overig Nr.
Rubriek
1.
Diverse lasten
- 20.000
2.
Dotatie egalisatiereserve
- 70.000
Subtotaal
Bedragen in euro
- 90.000
1) Diverse lasten Het saldo op de diverse lasten betreft voornamelijk de BTW-bijtelling voor privégebruik van de bedrijfsauto's voor een bedrag van afgerond 15.500. 2) Dotatie egalisatiereserve De dotatie aan de egalisatiereserve meetstations kent een onvoorspelbaar karakter en is daardoor lastig te begroten. In 2024 is een totale dotatie van 111.000 aan de reserve toegevoegd, 70.000 hoger dan begroot; mede door uitgestelde investeringen, waardoor afschrijvingskosten lager uitvallen dan begroot.
Programmaverantwoording In dit hoofdstuk wordt per onderdeel toegelicht wat de OMWB heeft gerealiseerd in relatie tot de begroting. Aan het einde van ieder deelprogramma staan de baten vermeld. De programmalasten worden op totaalniveau verantwoord; hiervoor verwijzen we u naar de paragraaf 'Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2024'.
Basistaken, verzoektaken en collectieve taken In de gemeenschappelijke regeling hebben de deelnemers afgesproken dat in de P&Ccyclus onderscheid gemaakt wordt tussen basis- en verzoektaken. De OMWB werkt met vier deelprogrammas: basistaken (programma 1), verzoektaken (programma 2), collectieve taken (programma 3) en de overige exploitatielasten en -baten (programma 4). Programma 1 en 2 worden in de volgende paragrafen inhoudelijk toegelicht. 12
Programma 3 kent een afzonderlijke inhoudelijke verantwoordingscyclus met bijbehorende documenten. In programma 4 zijn de werkzaamheden ondergebracht die buiten voorgaande programmas vallen. Het gaat hierbij om de levering van producten en diensten aan zowel deelnemers als niet-deelnemers. De inhoudelijke verantwoording van programma 4 vindt tegelijkertijd met het leveren van de dienst of het product plaats en is daardoor niet opgenomen in dit hoofdstuk.
Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken)
Programmadeel 1 bestaat uit de wettelijke taken op het terrein van milieu, de zogenaamde VTH-milieutaken. In opdracht van bevoegde gezagen voert de OMWB voor de deelnemers de volgende taken uit:
Vergunningverlening op het gebied van milieu (agrarisch, procesindustrie, afval, horeca en asbest(melding)); toezicht op het gebied van milieu (agrarisch, procesindustrie, afval, horeca, Seveso en asbest); klachtenbehandeling en repressieve handhaving (agrarisch, procesindustrie, afval, horeca, evenementen en Seveso); niet-inrichtinggebonden taken: asbest-, bodem- en ketengericht milieutoezicht; energiecontroles en beoordelingen.
Net als andere jaren vormden in 2024 de werkprogrammas van gemeenten en provincie en de afspraken met de andere Brabantse omgevingsdiensten het uitgangspunt van het gelijke speelveld. De afspraken voor de landelijke uitvoering van Seveso- en VTH-taken van de gezamenlijke Seveso-omgevingsdiensten vormen de basis voor dit programmadeel.
Ontwikkelingen van invloed op de resultaten Vergunningverlening In december 2023 ontvingen wij nog een groot aantal Wabo-vergunningaanvragen. Dit betekent dat wij in 2024 nog een omvangrijke werkvoorraad hadden die op grond van de Wabo moest worden behandeld. Het overgangsrecht had meer invloed op het afhandelen van vergunningaanvragen die volgens het oude recht (Wabo) afgehandeld moesten worden. Dit vergde extra inspanning bij het opstellen van beschikkingen. Dit werd versterkt door de krapte op de arbeidsmarkt, waardoor het moeilijk en soms onmogelijk was om bepaalde functies in te vullen door mensen met de juiste kennis en ervaring. Het aannemen van minder ervaren mensen vroeg om extra inwerktijd, wat ook ten koste ging van de productie.
13
Vergunningverlening Agrarisch In 2024 kwam opnieuw een flink aantal vergunningaanvragen binnen voor veehouderijbedrijven door het provinciaal beleid (emissiearme stallen). Dit ondanks de onduidelijkheid over de toepasbaarheid van emissiearme stalsystemen door jurisprudentie, het rapport van Wageningen University & Research (WUR) over de systematiek van de Regeling ammoniak en veehouderij (RAV), de kamerbrief van minister Van der Wal, aanvullende onderzoeken van de WUR over onzekerheden in emissies uit emissiearme stalsystemen en (recente) uitspraken van de Raad van State. Het aantal vergunningaanvragen steeg desondanks door het provinciaal bestuur opgelegde deadline voor het voldoen aan stengere eisen voor emissiearme stalsystemen van 1 juli 2024. Aanvragen ingediend voor 1 juli 2024 zullen voor natuur behandeld worden volgens de toen geldende emissie-eisen. Latere aanvragen moeten voldoen aan strengere emissieeisen. Door het stikstofvraagstuk, de wijzigingen in beleid en regelgeving en de relatie met vergunningen in het kader van de Wet natuurbescherming is de complexiteit van procedures toegenomen. Dit vraagt om extra capaciteit, afstemming en deskundigheid. Daarnaast zijn eind 2023 nog meer aanvragen ingediend om daarmee nog onder het regime van de Wabo te vallen.
Veel van deze lopende aanvragen liggen, tegelijkertijd met de natuur vergunningverlening door de provincie, nagenoeg stil tot een handreiking van het Rijk over het toetsen van een Passende Beoordeling voor emissiearme stalsystemen volgt. Het Rijk heeft inmiddels nieuwe beëindigingsregelingen opengesteld. Dit leidt vermoedelijk ltot het stoppen van een aantal bedrijven met bijbehorende intrekkingsprocedures. De uitspraken van de Raad van State van 18 december 2024 over de vergunningplicht natuur bij intern salderen hebben de complexiteit vergroot. Zaken liggen nog langer stil in afwachting van de ontwikkelingen op het gebied van natuur en stikstof.
Vergunningverlening Afvalverwerking Net als in 2023 was de werkdruk bij vergunningverlening voor afvalverwerkende bedrijven in 2024 hoog. Deels door ziekteverzuim, deels doordat vacatures niet konden worden ingevuld. Nieuwe medewerkers blijven moeilijk te vinden en aan te trekken. Eind 2023 werden nog veel Wabo-aanvragen ingediend waarbij in de afhandeling ook al de Omgevingswet moest worden meegenomen. Het leren werken met de Omgevingswet heeft veel tijd en moeite gekost. Denk hierbij aan afstemming van vraagstukken, zowel intern als extern, over de omvang van een MBA, de van toepassing zijnde regelgeving, de uitleg van het overgangsrecht, bepaling van de procedure, veranderde merregelgeving en de uitvoering van de leges. Vraagstukken vanuit de circulaire economie (CE) hebben gezorgd dat beschikbare capaciteit maar deels benut kon worden voor vergunningverlening. Er is een flink beroep gedaan op de juristen vanwege het werken met de Omgevingswet (minder beleidsneutraal dan werd aangegeven) en het overgangsrecht. Ook in 2024 heeft de mestvergister op De Spinder een grote inzet gevraagd door de vele beroepszaken, het mediationtaject en het opstarten van de installatie zelf.
Verder belichten we graag de succesvol verleende Omgevingswet vergunningen, meer kennis over de Omgevingswet en CE, de gestaag slinkende werkvoorraad aan Wabo-procedures en de samenwerking van de Brabantse Omgevingsdiensten op het gebied van CE. Ook 14
onze bijdrage aan tijdelijke opvang van afval vanuit AVR is positief gewaardeerd. Daarnaast blijft de OMWB een belangrijke kennisdrager op het gebied van vergunningverlening voor afvalverwerkende bedrijven . We zijn onder andere kernlid van het landelijk afvaloverleg voor Omgevingsdiensten en zijn lid en coördineren het Brabantse afvaloverleg.
Circulaire economie De transitie naar een circulaire economie (CE) vereist een omschakeling van een lineaire naar een circulaire keten voor grond- en afvalstoffen. Dit betekent dat hoogwaardiger moet worden omgegaan met grond- en afvalstoffen, wat gevolgen heeft voor bedrijven die hun bedrijfsvoering en vaak ook hun vergunningen moeten aanpassen. Dit raakt direct aan de kerntaak van de omgevingsdienst. Om de OMWB en de andere Brabantse diensten klaar te maken voor deze transitie is gewerkt aan een plan van aanpak om een impuls te geven aan kennisontwikkeling en het ontwikkelen van VTH-instrumentarium op gebied van CE. Ook is er een kennisplatform waar kennis wordt gedeeld en aan een CE netwerk wordt gewerkt. Daar zijn afgelopen jaar veel casussen besproken. Ook haakten we aan bij landelijke overlegstructuren over CE-vergunningvoorschriften, een platform voor het valideren van rechtsoordelen over afval of grondstof en het CE-overleg vanuit Omgevingsdienst NL.
Vergunningverlening bodem en gesloten Bodemenergiesystemen (gBES) 2024 was een jaar waarin iedereen in het werkveld bodem moest wennen aan de Omgevingswet en het melden via het Omgevingsloket (DSO). In de eerste helft van het jaar kwamen voor de bodemtaken bij de meeste gemeenten weinig tot geen meldingen binnen via het DSO. Na een half jaar nam het aantal meldingen toe en zeker het laatste kwartaal is bij de meeste gemeenten een duidelijke stijging waar te nemen. Daarnaast hebben we voor de gemeenten Breda en Tilburg en de provincie te maken met het overgangsrecht Wet bodembescherming. Het zijn vooral de complexe projecten die vallen onder het overgangsrecht. Daarnaast zijn er lopende saneringen en grondwatermonitoringen. Hiervoor zijn geen bijzonderheden. Voor de aanleg van gesloten Bodemenergiesystemen (gBES-systemen) is ook veel veranderd in 2024. De melding voor een gBES loopt ook via het DSO en komt rechtstreeks bij de dienst binnen. Verder heeft provincie Noord-Brabant in haar omgevingsverordening een maximale boringsdiepte opgenomen voor gBES-systemen. Deze maximale boringsdiepte varieert per gemeente. Voor een aantal gemeenten in onze regio is het daardoor technisch en financieel niet haalbaar om nog gBES-systemen aan te leggen. Voor aangemelde projecten kon gebruik gemaakt worden van een overgangsregeling.
Door de provinciale regels zien wij een daling van 60% van het aantal ingediende nieuwe meldingen van gBES-systemen.
15
Vergunningverlening Seveso-bedrijven (voorheen Brzo-bedrijven) Vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, ontvingen wij in december 2023 nog een groot aantal Wabo-vergunningaanvragen. Daardoor hadden wij in 2024 nog een omvangrijke werkvoorraad die op grond van de Wabo moest worden behandeld. Het overgangsrecht had meer invloed op het afhandelen van vergunningaanvragen, die nog volgens het oude recht (Wabo) afgehandeld moesten worden, dan verwacht. Dit vergde extra inspanning bij het opstellen van beschikkingen. In 2024 zijn minder vergunningaanvragen ingediend. Bedrijven vonden in de loop van het jaar beter hun weg in de (systematiek van de) Omgevingswet en het DSO voor het aanvragen van vergunningen. Het aantal aanvragen onder de Omgevingswet bleef achter ten opzichte van de verwachtingen. Dit kan veroorzaakt zijn door het aantal aanvragen dat in december 2023 nog is ingediend onder de Wabo. Ook de legeskosten die nu voor een omgevingsvergunning milieu moeten worden betaald hebben waarschijnlijk invloed op de aantallen. Hoewel de programmatische aanpak is gevolgd, konden door de reguliere stroom aan vergunningaanvragen niet alle geplande actualisatietoetsen in 2024 worden uitgevoerd.
De OMWB werkte, net als voorgaande jaren, mee aan het project Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV) van de provincie Zuid-Holland, dat bestaat uit verschillende deelprojecten. In 2024 droeg de OMWB actief bij aan de projecten over kwaliteitsrichtlijnen voor (juridische) normen in vergunningvoorschriften, de doorontwikkeling van de Digitale Toepassing AADV, de ontwikkeling van een robuuste vergunning en de Altijd Actuele Digitale Aanvraag. Daarnaast kreeg de dienst toegang tot de testomgeving van DigiV, het Digitale Voorschriftenregister. De Omgevingswet omvat het instrument voor Financiële zekerheidstelling. Voor de implementatie hiervan neemt de OMWB deel aan de landelijke pilot van het Interprovinciaal Overleg (IPO).
Toezicht en handhaving In 2024 is het opleidingsprogramma SLIM in uitvoering gestart. In dit programma worden jaarlijks, in januari, nieuwe toezichthouders geworven en opgeleid. Dit leverde toezichthouders die binnen een half jaar zelfstandig toezicht uitvoeren. Dit heeft ervoor gezorgd dat in 2024 de capaciteit op orde was en de uitvoeringsprogramma's zijn gehaald.
Seveso-toezicht bij Seveso-inrichtingen Alle geplande periodieke Seveso-inspecties zijn uitgevoerd volgens het toezichtprogramma 2024, op twee inspecties na bij bedrijven die nog niet in bedrijf waren als Seveso-inrichting. Daarnaast zijn nagenoeg alle geplande onaangekondigde inspecties uitgevoerd. Bij enkele bedrijven zijn extra inspecties uitgevoerd. De details voor de uitvoering van de Seveso-inspecties en de inhoudelijke rapportage staan in het Seveso-jaarverslag 2024.
16
Risicorelevante bedrijven Risicorelevante bedrijven (RRB) zijn complexe, vergunning plichtige bedrijven die niet onder de Seveso-richtlijn vallen, maar wel een veiligheidsrisico vormen voor de leefomgeving. In Brabant werken de drie omgevingsdiensten, veiligheidsregios en waterschappen samen om binnen het werkgebied van de OMWB toezicht te houden op ongeveer 145 RRB's. Gezamenlijk hanteren deze diensten een interventiestrategie waarbij drie pijlers centraal staan: risicogericht toezicht, proactieve bedrijfscultuur en risicobeheersing door bedrijven zelf. Deze strategie richt zich op preventie en maakt gebruik van actuele kennis over effectief toezicht. Toezichthouders gebruiken concrete instrumenten, zoals vragenlijsten en normenkaders om bedrijven te beoordelen. Het Brabants Platform RRB coördineert deze aanpak. Bij alle overige RRB's is op basis van een risicogerichte benadering invulling gegeven aan het toezicht. Dit kan betekenen dat een bedrijf regulier aangekondigd, onaangekondigde of op basis van een aspectcontrole is bezocht. Daarnaast houden we toezicht op industriële IPPC-bedrijven (Integrated Prevention Pollution and Contol). Toezicht bij deze bedrijven wordt uitgevoerd door toezichthouders met dezelfde kennis, competenties en vaardigheden, zoals uitgevoerd bij RRB en Seveso milieu.
In 2024 is de gezamenlijke interventiestrategie bij 67 van de 145 RRB's toegepast, waarbij zowel gemeentelijke als provinciale bedrijven zijn beoordeeld op hun (naleef)managementsysteem, met classificaties variërend van onvoldoende tot zeer goed. Bij zeventien van deze bedrijven werd het (naleef)managementsysteem geclassificeerd als 'goed tot zeer goed' en bij vijftien bedrijven als 'onvoldoende tot matig'. Bij bedrijven met een lagere score is het toezicht 'traditioneel' gecontinueerd, gebaseerd op een risicogerichte aanpak, met periodieke toetsing om veranderingen in naleefgedrag te monitoren. Voor de overige RRB's is het toezicht ook risicogericht ingevuld, met reguliere, onaangekondigde of aspectcontroles, gebaseerd op thema's of speerpunten gerelateerd aan de omgevingsvergunning of het activiteitenbesluit.
Branche agrarisch - veehouderij In het eerste kwartaal van 2024 lanceerde de OMWB het 'Dashboard veehouderij' voor zijn opdrachtgevers. Dit dashboard biedt een gedetailleerd overzicht van de resultaten van toezicht activiteiten bij veehouderijbedrijven. Elke opdrachtgever krijgt toegang tot de specifieke data voor zijn of haar gemeente, inclusief de mogelijkheid om deze te vergelijken met andere gemeenten door middel van benchmarking. Bij de oplevering van het dashboard is een handleiding verstrekt met de context en instructies voor het gebruik. Via dit dashboard kunnen gemeenten de voortgang en de resultaten van het toezicht op veehouderijen volgen. Dit omvat het aantal uitgevoerde controles ten opzichte van het geplande totaal, het naleefpercentage, scores volgens de Landelijke Handhaving strategie Omgevingsrecht (LHSO), gedetailleerde informatie over eventuele overtredingen en aanvullende statistieken en geografische data. Deze laatste biedt een kaartweergave met filters, waarmee inzicht wordt verkregen in de geografische spreiding en specifieke kenmerken van de veehouderijen binnen de jurisdictie van de gemeente. 17
Dit project is in 2024 afgerond. Er is een governance-structuur overeengekomen met de 2 andere Brabantse diensten over hoe de gezamenlijkheid in dataverzameling bewaard blijft.
Toezicht glastuinbouw Het werkgebied van de OMWB kent ruim vierhonderd glastuinbouwbedrijven. De teelt van deze bedrijven is vooral gericht op groenten, fruit en potplanten. In 2024 controleerde de OMWB 112 bedrijven integraal binnen deze branche. Ook zijn er ruim 50 bedrijven gecontroleerd op het energieverbruik. De meest voorkomende overtreding (ruim 30%) is het niet tijdig keuren van stookinstallaties waaronder warmtekrachtkoppelingen. Het niet tijdig keuren en onderhouden van stookinstallaties kan leiden tot onveilige situaties en ongewenst hoge rookgasemissies. De overige meest voorkomende overtredingen zijn de opslag van gevaarlijke stoffen, waaronder vloeibare meststoffen en reinigingsmiddelen, het niet in werking zijn conform de meldingen of vergunning en het niet juist of illegaal lozen van drainagewater. In 2024 is het toezicht bij glastuinbouwbedrijven verder geprofessionaliseerd en zijn de wijzigingen vanuit de Omgevingswet geïmplementeerd in de checklisten. Het verzamelen en analyseren van de opgehaalde data geeft inzicht in de milieurisicos per bedrijf, het aantal en de aard van de overtredingen. De verkregen inzichten dragen bij aan een meer risicogerichte uitvoering van de VTH- taken en de mogelijkheid om gericht interventies in te zetten.
Gemeentelijke afvalbedrijven In 2024 zijn afvalverwerkende bedrijven risicogericht bezocht. Dit betekent dat achterblijvers en bedrijven die op verzoek van een gemeente zijn ingebracht, gecontroleerd zijn. Binnen het werkgebied van de OMWB zijn er circa 141 afvalverwerkende bedrijven gevestigd die onder het gemeentelijk bevoegd gezag vallen. Bij circa 78 van deze afvalverwerkende bedrijven is een milieucontrole uitgevoerd. Hierbij zijn overtredingen van uiteenlopende aard geconstateerd. Voor inrichting specifieke informatie kan contact worden opgenomen met de OMWB. De groep achterblijvers bestaat uit bedrijven met uiteenlopende subbranches. Hierdoor is er geen algemeen beeld of trend te geven van het naleefgedrag. In de praktijk zien we wel dat, vooral, de achterblijvers in de afvalbranche aandacht blijven vragen. Het gaat dan om uiteenlopende aspecten zoals het juist melden en registreren van afvalstoffen, het op de juiste wijze opslaan van afval, het innemen van onvergunde afvalstromen, etc. Het gaat hier om bedrijven die niet actief bezig zijn met naleving van wet- en regelgeving. Het is noodzakelijk om de toezichtsdruk op deze bedrijven hoog te houden om een gedragsverandering te bewerkstelligen Naast fysiek toezicht voeren toezichthouders bij de afvalverwerkende ook administratieve controles uit. Uit administratieve controles die in het kader van toezicht op verwerking 18
van asbest zijn uitgevoerd, zijn een aantal interessante locaties gekomen voor regulier toezicht. Deze zijn waar mogelijk ook gecontroleerd. Lithium-ion batterijen kunnen risicovol zijn bij onjuiste opslag en/of verwerking. Bij alle bedrijven hebben we hier extra aandacht voor. Bedrijven die lithium-ion batterijen verwerken zijn waar nodig samen met de veiligheidsregio bezocht.
Vuurwerkverkoop De OMWB heeft ook in 2024 toezicht uitgevoerd bij de vuurwerkverkooppunten en opslaglocaties van vuurwerk. Dit toezicht vond plaats op basis van de voorschriften uit het Vuurwerkbesluit en het Besluit Activiteiten Leefomgeving. De controles werden in twee fasen uitgevoerd: de voorcontroles in oktober en november, gericht op keuringen en certificaten, en de controles tijdens de verkoopdagen, met aandacht voor gedrag, houding en de correcte opslag van het vuurwerk. In 2024 zijn er in totaal minder overtredingen geconstateerd dan in 2023. Tevens is een trend waarneembaar waarin steeds meer ondernemers stoppen met de verkoop en opslag van consumentenvuurwerk. Dit leidt tot meer drukte bij de nog bestaande verkooppunten.
Metaalbedrijven De metaalbranche is van 2021 tot en met 2023 projectmatig aangepakt. In 2024 is deze branche in het reguliere programma opgenomen zonder projectmatige aanpak. De bedrijven die in de uitvoeringsprogramma's waren opgenomen ondergingen een integrale milieucontrole. De branche wordt in de toekomst via de risicobenadering van het Gemeenschappelijk Uitvoerings Kader (GUK) opgepakt.
Rubber en kunststof De rubber- en kunststofbranche is in 2021 en 2022 projectmatig aangepakt. In 2024 is deze branche in het reguliere programma opgenomen zonder projectmatige aanpak. De bedrijven die in de uitvoeringsprogramma's waren opgenomen ondergingen een integrale milieucontrole. De branche wordt in de toekomst via de risicobenadering van het Gemeenschappelijk Uitvoerings Kader (GUK) opgepakt.
LPG-tankstations De OMWB heeft de branche LPG-tankstations sinds 2021 ondergebracht in een meerjarenprogramma dat wordt overgenomen in de jaarlijkse, gemeentelijke uitvoeringsprogrammas. Het programma schrijft voor dat een LPG-tankstation om de twee jaar wordt gecontroleerd. Hierbij wordt afgewisseld tussen een fysieke integrale controle en een verkorte administratieve controle op alleen het LPG-aspect. Het gehele tankstation wordt dus eenmaal in de vier jaar geheel integraal gecontroleerd. Op deze wijze wordt elk jaar de helft van alle LPG-tankstations gecontroleerd. 19
Advies en toezicht water In 2024 voerde de OMWB voor zes gemeenten afvalwatermonitoring uit. Dit houdt in dat de OMWB onder andere afvalwater bemonstert bij bedrijven en beoordeelt of de kwaliteit binnen de in wet- en regelgeving gestelde normen valt. Regelmatig blijkt dat dit niet het geval is en dat bij bedrijven de zuiveringstechnische voorzieningen niet op orde zijn. De resultaten leveren veel informatie op en geven vaak aanleiding voor een vervolgtraject. Het opstellen van het afvalwatermonitoringsprogramma en vervolgtrajecten gebeurt in nauw overleg met de rioolbeheerders van de gemeenten die hieraan deelnemen.
Toezicht bodem De OMWB houdt voor gemeenten toezicht op het toepassen en/of opslaan van grond- en bouwstoffen en het graven in de bodem overeenkomstig de Omgevingswet. De verplichte meldingen worden beoordeeld en risicogericht gecontroleerd. Verder vinden er vrije veldcontroles plaats op toepassingen van grond en/of bouwstoffen en graafwerkzaamheden die niet gemeld zijn. De OMWB let met name op nuttige toepassing van de grond en de milieuhygiënische kwaliteit hiervan. Ook ziet de OMWB er op toe dat bouwstoffen voldoen aan het Bbk en de kwaliteit en functie van de ontvangende bodem. Daarnaast moet zijn voldaan aan de gemeentelijke bodembeheernota. Het aantal meldingen bedroeg in 2024 ongeveer dertienhonderd. Verder vonden in totaal ongeveer tweehonderd controles plaats op het toepassen/opslaan van grond en bouwstoffen en graven in de bodem met kwaliteit beneden en/of gelijk aan de interventiewaarde . Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het bevoegd gezag voor de bodem grotendeels verschoven van provincie naar gemeenten. Gemeenten zijn nu primair beheerder van de bodemkwaliteit voor hun grondgebied. Door deze overdracht zijn alle basistaken voor de bodem(sanering) onder het bevoegd gezag van de gemeente komen te vallen. In een aantal gevallen geldt het overgangsrecht en blijft de Wet bodembescherming (Wbb) van toepassing.
Hier blijft de provincie, gemeente Breda of gemeente Tilburg het bevoegd gezag. Het afgelopen jaar heeft voor toezicht vooral in het teken gestaan van het intern inregelen van de processen en producten. Voor toezicht op saneringen in het kader van de omgevingswet zijn bij de gemeenten in totaal 89 controles risicogericht uitgevoerd. Voor de provincie zijn 116 controles op saneringen in het kader van de Wbb risicogericht uitgevoerd. Voor de gemeente Breda en de gemeente Tilburg zijn respectievelijk 32 en 93 controles uitgevoerd in het kader van de Wbb.
20
Handhaving en klachten
Handhaving Het in werking treden van de Omgevingswet heeft ertoe geleid dat voor zowel de overheid als de bedrijven niet altijd duidelijk is aan welke regels er moet worden voldaan. De inhoud van de regels is vaak niet veel anders dan voorheen maar waar het nu is opgenomen is wel even zoeken. Soms wijkt de inhoud ook net af van de vorige wetgeving dus oplettendheid is vereist. Dan is er natuurlijk nog het overgangsrecht. De Omgevingswet blinkt niet uit in duidelijkheid en toepasbaarheid. Het overgangsrecht is dan ook omvangrijk en vaak onduidelijk. Er zal jurisprudentie geschreven moeten worden. Daar hebben we in 2024 zeker een begin mee gemaakt. Nieuwe wetgeving vergt altijd meer inzet. Procedures kunnen daarom meer tijd in beslag nemen dan voorheen. Daarnaast is er een aanzienlijke toename op het gebied van drugszaken. Er zijn in 2024 diverse drugslabs aangetroffen evenals dumpingen van drugsafval. Dit resulteert erin dat het aantal bodemzaken, dat onder de Omgevingswet onder het bevoegd gezag van de gemeente valt, enorm is toegenomen. Er is sprake van vervuiling van de bodem door chemicaliën. Voorheen vielen deze zaken onder het bevoegd gezag van de provincie die afgelopen jaar hierbij de gemeentes heeft ondersteund. Wij verwachten dat dit niet zal verminderen.
Klachten Het totaal aantal klachten en meldingen (provinciaal en gemeentelijk samen) in 2024 is lager dan in 2023. Onderstaande grafiek is een weergave van het totaal aantal klachten en meldingen per jaar, gedurende de laatste vijf jaar.
Onderstaande grafiek geeft een weergave van het aantal klachten en meldingen per categorie over 2024.
21
In 2024 is in vergelijking met 2023 het aantal klachten per categorie afgenomen. Het grootste verschil is terug te zien in de categorie Ik zie . Deze klachten verder analyserend, valt op dat er veel minder gemeentelijke klachten, zoals parkeeroverlast, door ons ontvangen zijn. Mogelijk heeft dit te maken met het nieuwe klachtensysteem, de MilieuKlachtenApplicatie (MKA). Bij een digitale melding wordt een melder erop gewezen voor welke soort melding men bij de OMWB moet zijn en voor welke niet. Het aantal klachten dat in 2024 anoniem is ingediend, is een stuk lager dan in 2023. Mogelijk heeft dit ook met de milieuklachtenapplicatie te maken. Eind 2023 zijn de (4) omgevingsdiensten van Noord-Brabant en Zeeland overgestapt naar een nieuw klachtensysteem, de milieuklachtenapplicatie. Dit systeem is in 2024 verder geoptimaliseerd. Sinds eind 2024 is een klantenportaal, waarbij de deelnemers realtime kunnen meekijken in de klachtendata. In 2024 is een aantal tests gedaan met betrekking tot het informeren van melders rondom evenementen via de website: www.milieuklachtencentrale.nl. Dit wordt in 2025 verder uitgerold. Behalve dat de leefomgeving geïnformeerd wordt, hopen we op een positief effect op de telefonische belasting van onze klachtenlijn rondom evenementen.
Niet-inrichting gebonden taken
Asbest Het afgelopen jaar was een voortzetting te zien van de bedrijfsmatig gemelde asbestsaneringen (ongeveer 3.500) waarop risicogericht toezicht is uitgevoerd. De OMWB ziet hier over het algemeen een goed naleefgedrag bij de gecertificeerde bedrijven. Zogenaamde achterblijvers en notoire overtreders worden steeds meer in gezamenlijkheid met andere omgevingsdiensten en ketenpartners benaderd met nieuwe toezichtstrategieën. Dit heeft onder andere geleid tot het ontdekken van een fenomeen zijnde dat asbestverwijderingsbedrijven en vrijgavelaboratoria willens en wetens locaties vrijgeven terwijl ernog restanten asbest aanwezig zijn. In samenwerking met de Politie en de Nederlandse arbeidsinspectie zijn strafrechtelijke handhavingstrajecten gestart en hebben wij regiobrede dwangsommen opgelegd. Het fenomeen is ook landelijk gedeeld en de aanpak van de OMWB wordt overgenomen door andere omgevingsdiensten. 22
Afgelopen jaar hebben meer gemeenten de asbesttaak voor particulieren ondergebracht bij de OMWB. Deze doelgroep binnen het asbestwerkveld laat nog steeds een aanzienlijk slechter naleefgedrag zien dan gecertificeerde asbesteverwijderingsbedrijven. Dit wordt veroorzaakt door financiële motieven en door onbekendheid met de regels. Om dit te verbeteren is extra geïnvesteerd in toezicht en preventie en is het instrumentarium uitgebreid. Vrije veldtoezicht is geïntroduceerd als een nieuw product binnen het werkprogramma. Daarbij zijn opvallend veel overtredingen geconstateerd waarbij particulieren doorgaans worden geïnformeerd over de gevaren van asbest en de regels die gelden bij (asbest)sloop en bedrijven zijn gewaarschuwd of gesanctioneerd om het naleefgedrag te verbeteren. De stijgende trend bij verzoektaken die binnen het werkprogramma worden behandeld, heeft zich opnieuw doorgezet. Naast nazorg bij incidenten, (beleids)adviezen en onderzoek van meldingen over illegaliteit is de OMWB ook met een aantal gemeenten aan de slag met optimalisatie van het acceptatiebeleid bij milieustraten. Uit de verzoektaken en uit analyses is weer gebleken dat er nog vele asbestsaneringen illegaal dan wel ondeskundig worden uitgevoerd. Om dit te beperken is ook ingezet op preventie door bijvoorbeeld het geven van voorlichting door middel van de inmiddels populaire 'asbesttelefoon'.
Daarnaast is geïnvesteerd in het delen van de inzichten en kennis met gemeenten om met elkaar tot nieuwe effectieve aanpakken te komen.
Totaalsloop In 2024 werden voor vijftien gemeenten de meldingen totaalsloop behandeld en werd risicogericht toezicht gehouden op de uitvoering daarvan. Het aantal ingediende sloopmeldingen lag iets hoger dan het jaar daarvoor. Dit is deels te wijten aan enige verwarring die de Omgevingswet met zich meebracht. Door de nieuwe digitale manier van indienen van aanvragen ging het, met name de eerste maanden, regelmatig mis waardoor meldingen opnieuw moest worden ingediend. Het aantal uitgevoerde risicogerichte toezicht van de totaalsloop lag globaal op het hetzelfde niveau als het vorige jaar.
Bouwen Het volume van de provinciale BRIKS (bouwen, reclame, inritten, kappen en slopen)taken, met als belangrijkste onderdeel bouwplantoetsing en bouwtoezicht, is dit jaar in vergelijking met voorgaande jaren globaal hetzelfde gebleven. Door een bestaande dienstovereenkomst met de Omgevingsdienst Zuidoost- Brabant kon indien nodig op deze organisatie worden teruggevallen en omgekeerd. Het was echter niet nodig hier gebruik van te maken: door goed te plannen konden fluctuaties in het werk goed worden opgevangen. Door deze constructie met onze zusterorganisatie wordt overigens formeel de kwaliteit van het geleverde werk gewaarborgd en voldaan aan de kwaliteitscriteria 2.3. Ook enkele van onze gemeentelijke deelnemers namen bouwtaken van de OMWB af. Het gaat dan om het onderdeel bouwen bij zowel meervoudige als enkelvoudige vergunningaanvragen. Het volume daarvan was echter eerder beperkt in omvang. De gemeente Zundert was daarop een uitzondering. De bouwunit van de OMWB was in deze gemeente als casemanager en als toezichthouder bouw betrokken bij een complexe (meerjarige) gebiedsontwikkeling. Tevens is een medewerker bouwplantoetsing 23
gedurende een aantal maanden gedetacheerd geweest bij de gemeente Zundert om deze gemeente op gebied van vergunningaanvragen te ontzorgen.
In 2024 is het bouwtoezicht op bestaande bebouwing op ad-hoc basis op bescheiden niveau voortgezet. Daarbij is nagegaan of alles nog voldoet aan de eerder afgegeven omgevingsvergunning (voor de activiteit bouwen), ook met het oog op brandveiligheidsaspecten. Daarnaast is een begin gemaakt met het toezicht op bestaande bebouwing structureel op te pakken. Hiervoor is een handreiking ontwikkeld die door de drie Brabantse omgevingsdiensten en de provincie is omarmd.
Energie In opdracht van gemeenten en provincie heeft de OMWB toezicht uitgevoerd op de energiebesparingsplicht, de informatieplicht energiebesparing en de onderzoeksplicht energiebesparing. Deze taak is op 1 juli 2023 toegevoegd aan het Basistakenpakket van omgevingsdiensten. In opdracht van een aantal gemeenten is ook toezicht uitgevoerd op de energielabel C-verplichting die sinds 1 januari 2023 geldt voor kantoren en startten we met de voorbereiding op de nieuwe basistaak "Toezicht op de regeling CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit" die vanaf 2025 wordt uitgevoerd. Op 1 juli 2023 is de wet- en regelgeving op het gebied van energie aangescherpt en uitgebreid met nieuwe doelgroepen. Gevolg hiervan is dat het energietoezicht in 2024 verder is uitgebreid. Vergunningplichtige bedrijven en de glastuinbouw vallen nu ook onder de energiebesparingsplicht. Ook geldt er een nieuwe onderzoeksplicht voor bedrijven met een zeer hoog energiegebruik. In 2024 zijn we gestart met de beoordeling van de ontvangen onderzoeksrapportages. Deze wijzigingen betekenen een verdere taakverzwaring voor de OMWB. Om hieraan invulling te kunnen geven ontvangen omgevingsdiensten sinds eind 2022 extra budget rechtstreeks vanuit het Rijk. Dit zogeheten SPUK-THE budget is aanvullend op de budgetten van gemeenten en provincie voor energietoezicht en is beschikbaar tot en met 2026.
Daarna krijgt het budget een structureel vervolg. Om het toegekende bedrag te kunnen besteden zijn extra energietoezichthouders geworven en opgeleid. Deze werving wordt in 2025 voortgezet. De afstemming met andere omgevingsdiensten is in 2024 verder voortgezet, zowel op landelijk als op provinciaal niveau. Dit draagt bij aan een efficiënte uitvoering en een uniforme werkwijze. Via landelijk overleg zijn we actief betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe energie wet- en regelgeving die in 2027 in werking moet treden. Met eigenaren van veel vastgoed worden maatwerkafspraken gemaakt over de verduurzaming van het vastgoed en het voldoen aan de wettelijke eisen. Ook zijn we lid van het landelijk team van coördinerend inspecteurs in het kader van de portefeuilleaanpak energie. In 2024 is opnieuw geïnvesteerd in dataopbouw en de ontwikkeling van dashboards om deze data te ontsluiten. Als basis voor informatiegestuurd toezicht wordt steeds meer informatie verzameld over het energieverbruik van bedrijven. Daardoor is de OMWB ook steeds beter in staat om gemeenten en de provincie te informeren over de CO2-reductie die met het energietoezicht gerealiseerd wordt.
24
Ketengericht milieutoezicht In 2024 is het werkprogramma 'ketenaanpak' projectmatig uitgevoerd op de themas afval, asbest en bodem + bouwstoffen. Door niet alleen het instrument (ketengericht) toezicht in te zetten maar ook te kiezen voor preventieve maatregelen en beleidsadviezen is er meer recht gedaan aan de benodigde aanpak om lastige milieuproblemen te verkleinen. Dit is gedaan aan de hand van barrièremodellen en het uitvoeren van tactisch analyses. Ook is het thema circulariteit prominenter op de agenda gekomen. Het jaar 2024 stond ook in het teken van het gerichter inzetten van de instrumenten diepgaand administratief toezicht (DAT) en operationele analyses. Onder andere met de ondersteuning van een forensisch accountant zijn diverse onderzoeken uitgevoerd met als resultaat een overdracht aan de politie en eigen handhavingsinterventies. De OMWB trok ook in 2024 samen op met de Omgevingdsienst Brabant Noord en Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. We hebben onze kennis en ervaringen ter beschikking gesteld om tot een Brabantbreed fundament te komen voor de samenwerking. Dit heeft geleid een visiedocument dat beschrijft hoe en waarop de Brabantse omgevingsdiensten de samenwerking willen uitbreiden en gaan borgen. Hierbij zijn de adviezen uit IBP pijler 2 gebruikt.
De OMWB heeft ook verder geïnvesteerd in de samenwerking met ketenpartners met als resultaat dat naast de Politie, de Nederlandse Arbeidsinspectie, de inspectie Leefomgeving en Transport nu ook met de Omgevingsdienst Zuidholland-Zuid actief is samengewerkt en informatie is gedeeld. Een mooi resultaat is dat de diverse ketenonderzoeken en analyses hebben geleid tot het doelmatiger en risicogerichter uitvoeren van reguliere toezichttaken op het gebied van bodem, asbest en afval.
De omzet op programmadeel 1 bedroeg over 2024 24.883.000 (begroot 24.275.000). De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord.
Programmadeel 2: Adviezen en projecten
In programmadeel 2 brengen deelnemers aan de hand van het werkprogramma de adviestaken op het terrein van milieu en overige taken uit het omgevingsrecht in. Deze zogeheten verzoektaken omvatten (milieu)metingen, adviezen en projecten op het gebied van bijvoorbeeld Seveso (voorheen Brzo), geluid, bodem, (afval)water, lucht, vergunningverlening (niet-basistaken), toezicht (niet-basistaken), asbest (nietbasistaken), ruimtelijke planvormingsprocessen, externe veiligheid, duurzaamheid en omgevingsbeleid. Deze taken hebben vaak een wettelijke grondslag of zijn onderdeel van beleidsambities. De werkprogrammas zijn indicaties van het volume van deze taken. Incidentele verzoektaken kunnen van jaar tot jaar verschillen. Deelnemers hebben in hun werkprogrammas vaak enkele niet nader gespecificeerde budgetten opgenomen, waar in 25
de loop van het jaar opdrachten voor worden verstrekt. De realisatie van de gegeven opdrachten in 2024 wordt per deelnemer in de (derde) termijnverantwoording teruggekoppeld.
Ontwikkelingen van invloed op de resultaten
Advies Ruimtelijke Ordening (RO) Het product advisering Ruimtelijke Ordening en Milieu groeit gestaag. Gemeenten doen steeds vaker een beroep op de OMWB om bijstand en (milieu) advisering bij het opstellen en beoordelen van ruimtelijke plannen. Enerzijds komt dit door de gebiedskennis van gemeenten die de RO-adviseurs hebben opgebouwd, met daarbij steeds meer ondersteuning van OMWB-data. Anderzijds heeft de OMWB de laatste jaren geïnvesteerd in de relatie met gemeenten, die op hun beurt een oplossingsgerichte werkwijze en korte lijnen met de RO-ambtenaren waarderen. Belangrijke marktomstandigheden die leiden tot de toenemende vraag zijn de transitie van bestemmingsplannen naar één omgevingsplan per gemeente en het daarin opnemen van milieuregels en milieubeleidskaders. Ook de veranderde adviesverzoeken vanwege de Omgevingswet, de toenemende complexiteit van milieuthemas in relatie tot ruimtelijke opgaves, de behoefte aan integrale advisering en de woningbouwopgave die veel gemeenten hebben, leiden tot een toenemende vraag.
Advies Externe Veiligheid Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht geworden en daarmee ook de Modernisering van het Omgevingsveiligheidsbeleid (MOV). Dit betekende een heel andere toetsing van Externe Veiligheid binnen de ruimtelijke plannen en vergunningverlening. Ondanks de goede voorbereiding kwamen er onduidelijkheden hoe de wet geïnterpreteerd moet worden naar boven waar we ons verder in hebben moeten verdiepen. Op 1 oktober 2024 is een Themasessie over Externe Veiligheid en het Register Externe Veiligheidsrisico's (REV) gehouden waarbij wij onze werkzaamheden hebben toegelicht. Er is gezamenljik besproken dat gemeenten zelf hun Kwetsbare gebouwen (KGL) in het REV gaan invoeren. Hiervan is het management van de OMWB op de hoogte gesteld. De OMWB zal gezamenlijke overleggen voor dit KGL en het beantwoorden van vragen hierover op zich genomen. Ook intern heeft het cluster Externe Veiligheid diverse trainingen gegeven om zo de vergunningverleners, toezichthouders op de hoogte te stellen van de wijzigingen, zoals de nieuwe aandachtsgebieden. Het REV is verder gevuld. De Seveso-inrichtingen (en de grote niet-Seveso inrichtingen) zijn opnieuw herberekend in opdracht van het ministerie I&W en zijn ingevoerd. Ook is begonnen aan de door I&W geprioriteerde activiteiten van gasdrukmeet- en regelstations en windturbines.
Daarnaast is met een aantal gemeenten gewerkt aan het omvormen van het Beleid externe veiligheid. Hiervoor zijn standaard documenten opgesteld. Ook is de omvorming van de standaard verantwoording van het groepsrisico verder doorontwikkeld om deze bij de beleidskeuzes te kunnen onderbouwen. Hiervoor werkten we ook samen met de 26
Veiligheidsregio. Ook vanwege advisering in ruimtelijke plannen en in het vergunningentraject is een samenwerkingstraject gestart (duidelijkheid wie waarover wettelijk gezien moet en kan adviseren). Bovenstaande werkzaamheden zijn in 2024 collectief opgepakt omdat ze betrekking hebben op alle gemeenten. Daarnaast zijn door de gemeenten ook losse opdrachten gegeven.
Metingen en onderzoek Bodem
Advies Over het jaar 2024 zijn er circa twaalfhonderd bodemzaken behandeld; het gaat hier om advies (intern en extern) en het beoordelen van bodemonderzoeken. De adviezen en beoordelingen betreffen ruimtelijke ordening, omgevingsvergunning onderdeel bouwen, omgevingsvergunning onderdeel milieu en meldingen en informatieverplichtingen in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving en het omgevingsplan van de gemeente. Ook beoordeelden we bodemonderzoeken in het kader van provinciale en gemeentelijke grondtransacties, herontwikkeling en civieltechnische werken. Tevens behoorde het milieukundig begeleiden en het coördineren van gemeentelijke bodemsaneringsprojecten tot die bodemzaken. In 2024 zijn de kwaliteitszones gedefinieerd in het kader van de actualisatie van de bodemkwaliteitskaart voor 21 gemeenten. De huidige kwaliteit binnen de gedefinieerde kwaliteitszones zijn nog niet helemaal inzichtelijk, omdat er een achterstand is met het invoeren van de bodemkwaliteitsgegevens in het bodeminformatiesysteem. Deze achterstand wordt momenteel ingelopen. Over het jaar 2024 zijn ongeveer honderd bodemzaken behandeld die betrekking hebben op het geven van intern advies aan vergunningverleners van de OMWB en de ODBN/ODZOB over provinciale bedrijven.
De adviezen hadden betrekking op het vaststellen van de nulsituatie, de eindsituatie en grondwatermonitoringsonderzoeken (met name composteerinrichtingen en RWZIs) en grondwatermonitoringen bij (gesloten) stortplaatsen van provinciale inrichtingen, ook buiten het werkgebied van de OMWB, maar wel binnen de provincie Noord-Brabant (ODZOB, ODBN).
Onderzoek In 2024 zijn diverse werkzaamheden uitgevoerd, waaronder:
27
In opdracht van een aantal gemeenten en een waterschap zijn historische en bodemonderzoeken uitgevoerd in het kader van verschillende ontwikkelingen op de locaties. Er is opnieuw intensief onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van de exotische woekerplant knolcyperus. Er zijn meer onderzoeken uitgevoerd ten behoeve van de dieptepeilingen van ontgrondingen inclusief spijtlocaties ten opzichte van 2023. In 2024 is er één keer drugsonderzoek op locatie uitgevoerd. Bij een aantal grote risicobedrijven is onderzoek gedaan ter controle van het bedrijfsproces-/procesonderdelen. Bij een aantal biovergisters is onderzoek gedaan naar de samenstelling van digestaat. Er is onderzoek uitgevoerd naar PFAS in schuimvormende blusmiddelen op een twaalftal bedrijfsterreinen. Er zijn zwemplassen (circa 30 locaties) geïnspecteerd.
Geluid In 2024 zijn diverse werkzaamheden uitgevoerd die bestonden uit het uitvoeren van geluidmetingen, het beoordelen van geluid- en trillingsonderzoeken en het verstrekken van adviezen.
Padel Padel, een soort kruising tussen tennis en squash, is inmiddels populair geworden in Nederland. Ook in Midden- en West-Brabant zijn padelbanen als paddenstoelen uit de grond geschoten. Dat is niet alleen positief en dat merken we ook bij de OMWB. Zeker door alle aandacht in de (landelijke) media is er veel meer aandacht voor het aspect geluid bij padel. In 2024 zijn er veel meldingen beoordeeld in het kader van de Omgevingswet. Daarbij zijn door onze deelnemers vragen gesteld over de mogelijkheid om van de standaard geluidnormen af te wijken bij de aanleg van nieuwe padelbanen. Het blijft een grote uitdaging om de belangen van de (tennis)verenigingen en de bewoners tegen elkaar af te wegen. Voor (tennis)verenigingen zijn padelbanen vaak nodig om een daling van het ledenaantal te voorkomen, maar geluidhinder voor omwonenden is eveneens een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast zien we een toename in verzoeken om geluidmetingen uit te voeren bij padelbanen naar aanleiding van klachten.
Warmtepompen In het klimaatakkoord zijn CO2-reductie-doelstellingen opgenomen. De ambitie van het akkoord is om alle woningen uiterlijk in 2050 'van het aardgas af' te halen. Dat betekent dat er andere energiebronnen en apparaten nodig zijn voor de verwarming van onze 28
huizen en warm water. Er zijn verschillende scenarios en verschillende technieken, maar zeker is dat de warmtepomp een zeer prominente rol krijgt als opvolger van de cv-ketel in onze huizen. Bij Onderzoek en advies, cluster geluid, trillingen en licht, van de OMWB merken we dat het geluid als gevolg van (de buitenunit van) de warmtepomp steeds vaker (en dus ook in 2024) vragen oproept. Enerzijds doordat onze deelnemers steeds vaker vragen om geluidadvies bij de aanvraag voor het plaatsen van een warmtepomp. Anderzijds omdat wij steeds vaker vragen krijgen om het geluid van een warmtepomp te meten. Niet zelden leidt de komst van een warmtepomp (of airco) tot een verstoorde relatie tussen buren en een juridische procedure (tot bij de rechtbank). Ook hiervoor worden de specialisten van de OMWB ingeschakeld.