Kadernota spelen en bewegen in de openbare ruimte 2212301.pdf
Tekst van het document
1
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding ................................................................................................................................................. 3 1.1
Aanleiding ...................................................................................................................................................... 4
1.2
Hoe te gebruiken ........................................................................................................................................... 4
Achtergrond ......................................................................................................................................... 5 2.1
Belang van spelen.......................................................................................................................................... 6
2.2
Wetgeving ...................................................................................................................................................... 7
2.3
Gemeentelijk kader ....................................................................................................................................... 7
2.4
Begrippen en definities ................................................................................................................................. 9
Nieuw beleid ...................................................................................................................................... 10 3.1
Doelgroep ....................................................................................................................................................11
3.2
Indeling speel- en beweegruimte ...............................................................................................................11
3.3
Wat willen we bereiken? ............................................................................................................................12
3.4
Wat gaan we hiervoor doen? .....................................................................................................................12
3.5
Uitgangspunten ...........................................................................................................................................13
3.5.1
Algemeen ................................................................................................................................................13
3.5.2
VN-verdrag Handicap .............................................................................................................................13
3.5.3
Duurzaam ................................................................................................................................................13
3.5.4
Rookvrij....................................................................................................................................................14
3.5.5
Initiatief vanuit de gemeente .................................................................................................................14
3.5.6
Initiatief vanuit inwoners .......................................................................................................................14
3.5.7
Cultuur .....................................................................................................................................................14
3.5.8
Sportvoorzieningen ................................................................................................................................14
3.5.9
Schoolpleinen..........................................................................................................................................15
3.6
Vaststellen benodigde ruimte ....................................................................................................................15
3.7
Rustpunten ..................................................................................................................................................16
3.7.1
Bij speel- en beweegplekken ..................................................................................................................16
3.7.2
Bij fiets- en wandelroutes ......................................................................................................................16
3.7.3
Openbare ruimte anders dan bij speel- en beweegplekken en recreatieve routes ...........................17
3.8 4
Uitvoeringsprogramma spelen en bewegen in de openbare ruimte .......................................................17
Financiën ............................................................................................................................................. 18
BIJLAGEN ..................................................................................................................................................... 21
2
1 Inleiding
3
De gemeente Steenbergen is een landelijke gemeente met veel groen en ruimte om te bewegen en te spelen. Spelen in de gemeente Steenbergen kan op een centrale plek in de wijk of op een van de talloze kleinere speelplekken in de buurt. De speelmogelijkheden, de inrichting en de sfeer van een speelplek verschillen per wijk of buurt. Maar, de plekken hebben ook iets met elkaar gemeen: ze bieden volop gelegenheid om op je eigen manier te spelen, te bewegen, te ontspannen en te ontmoeten. Bovendien is de realisatie van iedere speel- en beweegplek het resultaat van de inbreng van inwoners. Het nieuwe beleid kent de volgende uitgangspunten:
gevarieerd en aantrekkelijk spelen, bewegen en ontmoeten voor jong en oud inclusief volgens het VN-verdrag Handicap duurzaam in samenspraak en samenwerking met bewoners en (hun) kinderen
1.1 Aanleiding De aanleiding voor dit nieuwe beleid is de motie Speelbeleid van 8 juli 2021. Het meest recente speelbeleid dateert uit 2010. Onduidelijk is in hoeverre het speelbeleid aansluit op de behoefte van een wijk of kern. Dat maakt dat besloten is om nieuw beleid te ontwikkelen waarin wordt aangegeven wat de gemeente op het gebied van speelruimte wil bereiken en wat de gemeente daarvoor gaat doen. Dit beleid dient als kader voor nieuwe initiatieven en herontwikkeling op het gebied van spelen en bewegen in de openbare buitenruimte waarbij inrichting en uitvoering in samenspraak en samenwerking met bewoners plaatsvindt op basis van een nieuw op te stellen meerjarig Uitvoeringsprogramma spelen en bewegen in de openbare ruimte.
1.2 Hoe te gebruiken Deze Kadernota Speelruimte is voor jong en oud en biedt visie, context en kaders. Het is de basis voor de concrete vertaling naar het meerjarig Uitvoeringsprogramma spelen en bewegen in de openbare ruimte en wordt (als kaderstellend beleid) meegenomen in de actualisatie van het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR). Ook biedt het uitgangspunten voor toetsing van nieuwe verzoeken. Daarnaast kan deze kadernota gebruikt worden bij de planvorming van nieuwe woongebieden en als basis dienen voor herontwikkeling en/of onderhoudsprojecten in de openbare ruimte.
4
2 Achtergrond
5
2.1 Belang van spelen Buitenspelen is niet alleen belangrijk voor de gezondheid en het welzijn van kinderen, maar ook voor het leefklimaat in de buurt. Bovendien vermindert buitenspelen zorgkosten in de toekomst. Buitenspelen is een van de belangrijkste vormen van bewegen. Spelen is leuk! Spelen is gewoon leuk. Het spel heeft symbolische waarde voor kinderen, het geeft betekenis aan ervaringen, maar het is bovenal plezierig en vrijwillig. Spelen is een recht Het VN-verdrag inzake de Rechten van het Kind omvat alle kinderrechten en geldt vrijwel wereldwijd. Het is een contract tussen de overheden en hun minderjarige bevolking, waarin onder andere staat dat kinderen, jeugdigen en jongeren recht hebben op speelruimte. Spelen is leren Tijdens het spelen verkennen kinderen en jongeren de omgeving en komen ze in aanraking met verschillende materialen, mogelijkheden, structuren en situaties. Hiermee leren omgaan is belangrijk voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van kinderen en jongeren. Kinderen ontwikkelen tijdens het spelen een grove en fijne motoriek en vaardigheden zoals lopen, werpen, vangen, zwemmen, springen, klimmen en klauteren. Maar ook visuele, auditieve waarnemingen en tastwaarnemingen worden getraind. Spelen is gezond Steeds meer kinderen hebben op jongere leeftijd te maken met overgewicht.
Spelen en sporten zorgt voor voldoende beweging en gaat daarmee overgewicht tegen. Het bevorderen van de gezondheid en voorkomen en terugdringen van overgewicht zijn speerpunten uit het uitvoeringsplan volksgezondheid. Bovendien vermindert bewegen stress en aandachtmoeheid bij kinderen. Als kinderen buiten zijn, maakt hun lichaam vitamine D aan onder invloed van direct zonlicht. Vitamine D is noodzakelijk voor de ontwikkeling van onder andere botten en tanden en is daarmee essentieel voor kinderen in de groei. Een toenemend aantal kinderen heeft te maken met vitamine D tekort. Dit speelt vooral bij kinderen die weinig buiten komen. Spelen is gedragsontwikkeling Spel bevordert het logisch denken en probleemoplossend vermogen. Kinderen leren het kennen van de structuur van de ruimte en van de tijd. Denk hierbij aan weten wat hoog, laag, ver en dichtbij is of het verschil tussen de seizoenen. Tijdens het spelen ontwikkelen kinderen ook hun creatieve competenties door het bedenken van eigen ideeën en oplossingen. Spelen is sociale ontwikkeling Tijdens het spelen ontwikkelen kinderen hun eigen zelfbeeld en sociale vaardigheden. Ze leren voor zichzelf opkomen, onderhandelen en samenwerken. Dit draagt bij aan het versterken van hun mentale weerbaarheid. Spelen is ontmoeten Op een speelplek komen kinderen en jongeren elkaar tegen en organiseren allerlei activiteiten samen.
Ook de ouders, grootouders en verzorgers raken met elkaar in gesprek. Dit draagt bij in het voorkomen van eenzaamheid.
6
Spelen is woonplezier Spelen zorgt ervoor dat kinderen en ouderen elkaar ontmoeten en elkaar beter leren kennen. Hierdoor zijn mensen betrokken bij hun directe leefomgeving en dragen speellocaties bij aan de leefbaarheid van de wijk. Spelen is cultuur Speel- en beweeglocaties zorgen met hun inrichting er voor dat inwoners zich meer bewust worden van (de geschiedenis van) hun directe leefomgeving en dragen zo bij aan de leefbaarheid van de wijk. Spelen is (sociale) veiligheid Spelen vergroot de onderlinge binding, mensen raken in elkaar geïnteresseerd en zijn bij elkaar betrokken. Als er geen speellocaties zijn, kunnen kinderen hun uitdaging en speelbehoefte elders gaan zoeken. Dit kan leiden tot vandalisme en overlast.
2.2 Wetgeving Het aanbieden van speelvoorzieningen is geen wettelijke verplichting. Het is een autonome taak van een gemeente en het is dan ook een eigen verantwoordelijkheid hoe om te gaan met speelvoorzieningen in de openbare buitenruimte. De veiligheid van speeltoestellen is geregeld in het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Dit Warenwetbesluit heeft onder andere betrekking op de keuring voor ingebruikname, het bijhouden van een logboek en het verrichten van onderhoudswerkzaamheden. Speelprikkels die onderdeel zijn van formele speelplekken vallen ook onder het WAS. De term ‘speelprikkels’ wordt onder Begrippen en definities nader toegelicht. Het beheer en onderhoud van speeltoestellen door de gemeente staat beschreven. Basis hiervoor is het onderhoudsschema. Dit is als bijlage 1 opgenomen.
2.3 Gemeentelijk kader De aangenomen motie Speelbeleid van 8 juli 2021 is de basis voor deze kadernota waarin het college is opgedragen om aan de slag te gaan met nieuw speelbeleid, rekening houdend met de volgende kaders: -
-
Kleine speeltuintjes worden in overleg met inwoners en op basis van wijk/kerngerichte demografie geschikt gemaakt voor bredere leeftijdsgroepen, waarbij uitbreiding en het realiseren van ontmoetingsplekken, sociale controle en duurzaamheid prioriteit zijn. De huidige vervangingscyclus is 20 jaar. Een kortere vervangingscyclus dient onderbouwd overwogen te worden.
In de kaderstellende beleidsnota ‘Steenbergen Vitaal’ en het Lokaal Sport Akkoord staat dat de gemeente Steenbergen inwoners, jong en oud, in beweging wil krijgen en houden. Kinderen en jongeren groeien gezond op en dit wordt ook bevorderd. Sport en bewegen draagt bij aan de gezondheid van mensen, maar ook aan het sociaal welbevinden en de samenhang en verbinding tussen mensen (sociale cohesie). Daarnaast kunnen speelplekken als ondersteuning in de opvoeding worden ervaren waardoor de druk op ouders wordt verlicht. In de ruimtelijke en sociale omgeving komen dit soort factoren samen. Het is dan ook van belang om al bij planvorming over de inrichting van de fysieke omgeving, het aspect van gezondheid en het sociaal welbevinden van de inwoners te betrekken. 7
Het gaat over de gezondheid en leefbaarheid in de gemeente Steenbergen! Dit sluit ook aan op de maatschappelijke doelen uit de Omgevingswet. Spelen en bewegen in de buitenruimte heeft ook effect op de indeling, het beheer en de belevingswaarde van de openbare ruimte. Zoals terugkomt in de Kadernota Leefbaarheid is het uitgangspunt een kerngerichte aanpak waarbij de gemeente duidelijkheid geeft over de randvoorwaarden (denk aan wet- en regelgeving of bijvoorbeeld budget). De gemeente kan de rol van partner aannemen: als één van de spelers, maar niet alles bepalend. We laten los waar het kan en houden vast waar het moet! Een mooi voorbeeld hiervan is de samenwerking met Heel Steenbergen Actief, voortgekomen uit het Lokaal Sport Akkoord.
8
2.4 Begrippen en definities Beweegroutes:
geven (vooral) ouderen meer aanleiding en mogelijkheden om (samen) te bewegen en elkaar te ontmoeten in de buitenlucht. Beweegroutes kennen obstakels, beweegprikkels en rustpunten die ouderen, maar ook andere doelgroepen, uitnodigen om op pad te gaan en te bewegen.
Extensief groen:
vormen van beplanting die zichzelf grotendeels in stand (kunnen) houden en zich verder ontwikkelen zonder al te veel onderhoud.
Formele speelplek:
een speelplek die door de gemeente exclusief is ingericht om te spelen. Hier staan speel- en/of sporttoestellen die vallen onder het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS). De speel- en sporttoestellen en de inrichting van de plek bepalen als het ware het spel van de gebruikers. De gemeente is verantwoordelijk voor de plaatsing, de veiligheid, het onderhoud en het beheer van de formele speelplek en de bijbehorende speeltoestellen.
Informele speelplek:
een plek waar geen speeltoestellen staan die vallen onder het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen. Het is een plek met objecten die (in de ogen van kinderen) aanleiding geven tot spel. Deze objecten worden ook wel speelprikkels genoemd.
Ravotgroen:
natuurlijk en extensief groen in de openbare ruimte dat kinderen gebruiken om te ravotten. Bijvoorbeeld kuilen, bosjes, verschillende plantensoorten, insectenhotels en groenstroken.
Speelprikkels:
dit zijn speelaanleidingen. Kinderen kiezen hun spel en hun pad op basis van wat ze waarnemen via hun zintuigen. Ze zien of horen iets interessants dat hun fantasie prikkelt, dat hen uitdaagt en de route bepaalt. Bijvoorbeeld muurtjes, bosjes, hekken, heuvels, bruggen, paaltjes enzovoort.
Speeltoestel:
inrichting die bestemd is voor vermaak of ontspanning, waarbij uitsluitend van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt. Bijvoorbeeld een schommel of glijbaan.
Valondergrond:
speeltoestellen met valhoogte van meer dan 60 cm moeten geplaatst worden op een valondergrond die zorgt voor valdemping om ernstig letsel, als iemand van een speeltoestel afvalt, te voorkomen. Bijvoorbeeld gras, zand, boomschors of rubbertegels.
Zitgelegenheid:
dit kunnen bankjes zijn, maar ook bijvoorbeeld zitstenen.
9
3 Nieuw beleid
10
3.1 Doelgroep Het nieuwe beleid is gericht op alle inwoners. Met of zonder beperking. Te weinig variatie en uitdaging resulteren in het verkeerd gebruik van toestellen en omgeving. Dit kan leiden tot ongelukken en vandalisme. Het is dan ook van belang om de doelgroepen te kennen en de speel- en/of beweegruimten hierop aan te laten sluiten. Daarom wordt bij de (her)inrichting van speel- en beweeglocaties ook gekeken naar demografische gegevens (aantal en leeftijd kinderen) en de staat van de speeltoestellen (in relatie tot de vervangingscyclus). Ontwikkeling vindt plaats in samenspraak en samenwerking met bewoners en partners zoals Heel Steenbergen Actief.
3.2 Indeling speel- en beweegruimte In dit nieuwe beleid onderscheiden we bij de indeling van de speelruimte verschillende niveaus. 1. Op straatniveau zoeken we naar meer speelprikkels. Elementen die soms al aanwezig zijn en elementen op de stoep of in het groen die aanleiding geven tot bewegen en spelen. Dit kunnen ook informele, natuurlijk ingerichte plekken met speelaanleidingen en speelprikkels zijn, zonder toestellen. 2. Op buurtniveau zijn er kleinere informele en formele speelplekken voor jongere kinderen. Als richtlijn wordt een loopafstand van 150 meter gehanteerd voor het bereiken van de speelplek op buurtniveau. 3. Op wijkniveau zijn er formele speelplekken met speelaanleidingen, speelprikkels en leuke en uitdagende speeltoestellen. De inrichting en uitstraling kan variëren, afhankelijk van de voorkeuren van de buurt en passend (ruimtelijk, fysiek, sociaal, maatschappelijk) in de omgeving. In een wijk kunnen meerdere formele speelplekken zijn. Als richtlijn wordt een loopafstand van 400 meter gehanteerd voor het bereiken van de speelplek op wijkniveau. 4. Op kernniveau zorgen we voor beweeg- en ontmoetingsplekken. Hier komen ook inwoners uit andere wijken. Als het gaat om de groep 18 jaar en ouder vindt invulling ook plaats vanuit andere initiatieven in de gemeente, zoals Heel Steenbergen Actief.
In de tabel hieronder is schematisch de behoefte van spelen per leeftijdsgroep aangegeven. Leeftijd Speelgebied
0-5 jaar Dichtbij huis
Geschikte speelruimte
Tuin, oprit, stoep, straat, grasveldje
Interesse
Materialen en bewegingen leren kennen.
6-11 jaar Openbare ruimte in de buurt of wijk Grasveld, plantsoen, pleintje, straat, sloten, bosjes, vijvers Ontmoeten en verkennen. Straatspel/balspel, verstoppertje, bloemen plukken, hutten bouwen.
12-18 jaar Openbare ruimte in de wijk of kern Plein, straat, grasveld, zwemwater Ontmoeten van leeftijdsgenoten, kletsen, zitten, muziek luisteren.
Een nadere toelichting van de leeftijdscategorieën is opgenomen als bijlage 2.
11
3.3 Wat willen we bereiken? Belangrijke effecten die de gemeente nastreeft hebben betrekking op de veerkracht van inwoners, hun gezondheid en het in staat zijn om mee te doen, mede door verbondenheid in kernen en gemeenschappen. -
-
-
Kinderen (-12) spelen in 2026 ten opzichte van 2019 meer buiten. In 2019 speelden 12% van de kinderen (-12) weinig buiten en 22% veel buiten (GGD Gezondheidsmonitor Jeugd). Volwassenen (18–64 jaar) vinden dat de buurt in 2026 ten opzichte van 2020 aantrekkelijker is om in te bewegen. In 2020 vond 72% van de volwassenen (18-64 jaar) dat de buurt aantrekkelijk is om in te bewegen (GGD Gezondheidsmonitor Volwassenen). Ouderen (65+) vinden dat de buurt in 2026 ten opzichte van 2020 aantrekkelijker is om in te bewegen. In 2020 vond 88% van de ouderen (65+) dat de buurt aantrekkelijk is om in te bewegen (GGD Gezondheidsmonitor Ouderen). De gemiddelde beoordeling van het aantal speelvoorziening is in 2026 ten opzichte van 2019 toegenomen. De gemiddelde beoordeling in 2019 was 5,9 (LEMON-onderzoek). De gemiddelde beoordeling van het onderhoud van speelvoorzieningen is in 2026 ten opzichte van 2019 toegenomen. De gemiddelde beoordeling in 2019 was 6,1 (LEMONonderzoek).
Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat een stijging of een daling van de cijfers niet per definitie veroorzaakt wordt door activiteiten van de gemeente.
3.4 Wat gaan we hiervoor doen? 1. De wensen en behoeften worden per kern in beeld gebracht als het gaat om spelen, bewegen en ontmoeten. Deze behoeftepeiling zal gebruikt worden om te komen tot een meerjarig Uitvoeringsprogramma spelen en bewegen in de openbare ruimte, passend binnen de kaders en uitgangspunten van deze kadernota. 2. De gemeente verwijdert afgekeurde speeltoestellen met bijbehorende valondergrond. Op basis van het meerjarig Uitvoeringsprogramma spelen en bewegen in de openbare ruimte wordt de vrijgekomen plek ingericht als formele speelplek of als informele speelplek met natuurlijke speelprikkels en/of ravotgroen. 3. Indien er sprake is van groot onderhoud (reconstructie) in de directe openbare omgeving, zoals het vervangen van bestrating, zal ook gelijk bekeken worden in hoeverre de aanwezige speelplek nog voldoet. Dit gebeurt op basis van het meerjarig Uitvoeringsprogramma spelen en bewegen in de openbare ruimte en tussentijds ontvangen signalen en initiatieven. 4. Vanuit de buurtsportcoaches en jongerenwerkers wordt jaarlijks aandacht gegeven aan de Nationale Buitenspeeldag. 5. Heel Steenbergen Actief (voortgekomen uit het Lokaal Sport Akkoord) richt zich, net als deze kadernota, op alle inwoners.
De focus voor de korte termijn ligt onder andere op de groep ‘ouders van jonge kinderen’ en heeft als doel om inwoners op een ongedwongen manier de mogelijkheid te bieden om te bewegen. Bijvoorbeeld als zij hun kind naar de sportvereniging brengen en ondertussen zelf aan de slag gaan op een beweegtoestel. 12
Stip op de horizon voor deze ontwikkeling is de ‘open club gedachte’ en aaneengesloten sport- en beweegroutes waar sportaccommodaties onderdeel van uit maken. De beweegroutes geven inwoners meer aanleiding en mogelijkheden om (samen) te bewegen en elkaar te ontmoeten in de buitenlucht. Beweegroutes kennen obstakels, beweegprikkels en rustpunten die uitnodigen om op pad te gaan en te bewegen. Mochten er initiatieven komen om beweegroutes of iets soortgelijks te ontwikkelen, dan is afstemming tussen de gemeente (kerncoördinatoren) en Heel Steenbergen Actief van groot belang om er voor te zorgen dat soortgelijke ontwikkelingen in samenhang worden opgepakt (in plaats van losse sporen naast elkaar).
3.5 Uitgangspunten We zien dat blijven investeren in het behouden van hetzelfde niet leidt tot een betere waardering van de speelruimte, laat staan tot realisatie van het doel van speelplekken: meer buiten spelen en bewegen. Om hier verandering in te brengen heeft het nieuwe beleid nieuwe uitgangspunten.
3.5.1 Algemeen
gevarieerd en aantrekkelijk spelen, bewegen en ontmoeten voor jong en oud inclusief duurzaam in samenspraak en samenwerking met bewoners en (hun) kinderen
3.5.2 VN-verdrag Handicap Bij de (her)inrichting van speelplekken is aandacht voor het VN-verdrag Handicap. Met dit verdrag hebben gemeenten de opdracht gekregen om er voor te zorgen dat elke inwoner, met en zonder beperking, vanzelfsprekend mee kan doen. Op alle leefgebieden en dus ook als het gaat om buiten bewegen en spelen. Bij (her)inrichting van speelplekken wordt onderzocht wat nodig is om de speel- en/of beweegplek toegankelijk te maken voor minder valide inwoners, bijvoorbeeld door het raadplegen van een organisatie als Uniek Sporten, Samen Speel Netwerk, MEE WestBrabant of Ongehinderd.
3.5.3 Duurzaam Spelen is niet alleen een duurzame investering in de kinderen en jeugd van nu, maar ook in die van de toekomst. We proberen nu rekening te houden met de leefbaarheid voor toekomstige generaties. Door bij het inrichten van speelruimte (en de omgeving er om heen) te kiezen voor natuurlijke materialen of materialen die herbruikbaar zijn, draagt de speelruimte ook bij aan een gezonde leefomgeving voor de toekomstige kinderen en jeugdigen. Natuurlijke speelplekken en toestellen van gerecycled kunststof zijn hier een goed voorbeeld van. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat speelprikkels en – toestellen van hout een kortere levensduur en hogere onderhoudskosten hebben ten opzichte van gerecycled kunststof.
13
3.5.4 Rookvrij Kinderen groeien op in een rookvrije omgeving. Roken is verreweg de belangrijkste oorzaak van sterfte en ziekte. Meeroken door kinderen heeft een nadelige invloed op de ontwikkeling van de longen en geeft een verhoogde kans op luchtweginfecties, op hoesten en het ontwikkelen van astma. Meerokende kinderen hebben een grotere kans later zelf te gaan roken. Een rookvrije publieke ruimte beschermt inwoners tegen onvrijwillige blootstelling en de schadelijke gevolgen van rook. Het roken van een elektronische sigaret en waterpijp is ook schadelijk voor de gezondheid. Het is dan ook niet toegestaan te roken op speelplekken. Door het plaatsen van informatieborden ‘Rookvrije Generatie’ worden gebruikers hierop gewezen.
3.5.5 Initiatief vanuit de gemeente Als het gaat om vervanging en de aanleg van nieuwe speelplekken dan neemt de gemeente het initiatief indien: -
het een nieuwbouwwijk of inbreidingslocatie betreft waar in de nabijheid geen speel- en/of beweegvoorzieningen zijn; in een bestaande situatie sprake is van groot onderhoud (reconstructie); het meerjarig Uitvoeringsprogramma spelen en bewegen in de openbare ruimte daar aanleiding toe geeft.
3.5.6 Initiatief vanuit inwoners Het is fijn wanneer inwoners aan de slag willen in de buurt om spelen en bewegen in de buitenruimte te stimuleren en te verbeteren. De gemeente Steenbergen wordt graag door inwoners(groepen) uitgedaagd en werkt daarom graag mee aan initiatieven van inwoners. Nieuwe initiatieven komen binnen bij de kerncoördinatoren. Aan de hand van het binnengekomen initiatief vindt een eerste toets plaats: past het initiatief binnen het kader? Daarnaast informeren de kerncoördinatoren de initiatiefnemer(s) over de randvoorwaarden voor het plaatsen van een speel en/of beweegtoestel. Een afwegingskader is opgenomen als bijlage 4. Vervolgens brengen de kerncoördinatoren de initiatiefnemer in contact met de uitvoerende afdeling voor het onderzoeken van de mogelijkheden. De gemeente kan de rol van partner aannemen: als één van de spelers, maar niet alles bepalend. We laten los waar het kan en houden vast waar het moet!
3.5.7 Cultuur Bij het (her)inrichten van speel- en beweeglocaties streven we er naar om gebruikers ook iets mee te geven over de geschiedenis van hun directe leefomgeving en zo bij te dragen aan de leefbaarheid van de wijk. Bijvoorbeeld door historische informatie weer te geven bij speel- en beweegplekken waar dit van toepassing is. Financiering hiervan vindt plaats vanuit het budget voor cultuur en erfgoed. 3.5.8
Sportvoorzieningen
De gemeente Steenbergen beschikt over een goed aanbod aan buitensportvoorzieningen. Deels in eigendom van de gemeente, deels geprivatiseerd. Dit aanbod is alleen toegankelijk met een lidmaatschap van betreffende sportvereniging. De gemeente Steenbergen wil, net als Heel Steenbergen Actief, graag in gesprek met de sportverenigingen om te verkennen in hoeverre buitensportvoorzieningen ook ingezet kunnen worden als onderdeel van de openbare speel- en beweegruimte. Ook wel de ‘open club gedachte’ genoemd. Bijvoorbeeld door het inzetten van een bestaand voetbalveld in plaats van een nieuw trapveldje aanleggen.
14
Deze verkenning (waarschijnlijk 2e helft 2022) wordt meegenomen in de ontwikkeling van het nieuwe vastgoed- en accommodatiebeleid van de gemeente Steenbergen. 3.5.9
Schoolpleinen
Basisscholen in de gemeente Steenbergen beschikken over schoolpleinen. Het beheer, onderhoud en de vervangingsinvesteringen zijn voor rekening van het schoolbestuur. Schoolbesturen beslissen zelf of hun schoolpleinen toegankelijk zijn buiten schooltijd. Het is aan de school en omwonenden om in goed overleg tot afspraken te komen over het gebruik van het schoolplein buiten schooltijd. Daarbij dient rekening te worden gehouden met wetgeving als het gaat om de toegankelijkheid van schoolpleinen waar ook een kinderopvangorganisatie gebruik van maakt. Bij twee scholen in de gemeente (Welberg en Steenbergen) is inmiddels sprake van een openbaar toegankelijk schoolplein.
3.6 Vaststellen benodigde ruimte De Omgevingswet stelt de fysieke leefomgeving centraal en beperkt zich niet alleen tot ruimtelijke ordening en gebiedsontwikkeling, maar richt zich ook op maatschappelijke opgaven als gezondheidsbescherming (o.a. veiligheid), gezondheidsbevordering (o.a. sport, spelen en bewegen) en positief jeugdbeleid. De plek om het belang van buitenspelen beleidsmatig vast te leggen, is de omgevingsvisie. Door bijvoorbeeld op te nemen dat de buitenruimte geschikt moet zijn voor ‘inclusief’ spelen, bewegen en ontmoeten. Als het gaat om het vaststellen van de benodigde ruimte maken we onderscheid tussen bestaande speelplekken die voor herinrichting in aanmerking komen en nieuw te ontwikkelen speel- en beweegplekken. Voor beiden geldt dat het betrekken van bewoners van groot belang is. Samen met bewoners wordt gekeken naar de wensen en de mogelijke speelkwaliteit: oppervlaktes van grasvelden en speelplekken, aanwezigheid van bomen en struiken, water, beperken van overlast (door bijvoorbeeld hondenpoep en zwerfafval), de aanwezigheid van grote achtertuinen en autoluwe straten, de variatie, de uitdaging, de bruikbaarheid en de veiligheid van de ruimte om te spelen. Rookvrij opgroeien hoort hier natuurlijk ook bij. Daarnaast worden demografische gegevens (aantal en leeftijd) gehanteerd.
Nieuw te ontwikkelen speelplekken (in nieuwbouwwijken en inbreidingslocaties) Als het gaat om nieuw te ontwikkelen formele speelplekken dan wordt de NUSO 1-richtlijn als gehanteerd. Ook wel de 3% speelruimtenorm genoemd. Deze houdt in dat 300 m² per hectare uitgegeven gebied (bebouwing) moet worden gereserveerd voor buitenspeelruimte. Dit is een streefnorm en invulling ervan is mede afhankelijk van wat er al aan speel- en beweeglocaties op buurt- en wijkniveau is.
1
NUSO was het platform voor speeltuinen en is per 1 januari 2022 als branchevereniging LOS! verder gegaan. 15
Voor nieuwe initiatieven (niet zijnde nieuwbouwwijken en inbreidingslocaties) hanteren we de volgende loopafstanden tot een speellocatie: - doelgroep 0 – 5 jarigen 150 meter (buurtniveau) - doelgroep 6 – 11 jarigen is 400 meter (wijkniveau) - initiatieven voor beweeg- en ontmoetingsplekken voor 12 jaar en ouder worden op kernniveau bekeken Wanneer er al een speellocatie is binnen de gegeven loopafstand, kan er geen medewerking worden verleend aan een nieuw initiatief. Bestaande speelplekken Als het gaat om bestaande speelplekken die voor herinrichting in aanmerkingen komen wordt, naast bovenstaande, ook gekeken naar gebruikerservaringen om inzicht te krijgen in hoe een speelplek functioneert en naar de vervangingscyclus van de bestaande speeltoestellen.
3.7 Rustpunten Zitgelegenheid in de openbare ruimte vervult een belangrijke functie, zowel als rustpunt als ontmoetingsplek. Het draagt tevens bij aan de zelfredzaamheid van inwoners en verhoogd de kwaliteit van de buitenruimte in algemene zin.
3.7.1 Bij speel- en beweegplekken Elke bestaande formele speel- en beweegplek kent zitgelegenheid (bankje, zitsteen of iets dergelijks). Tevens staat er een afvalbak. Het stimuleert ontmoeting en ondersteunt beweging. Mocht uit het participatietraject met inwoners (of later op basis van klachten) blijken dat men zwaarwegende bezwaren heeft tegen het plaatsen van zitgelegenheid bij de speelplek en dat deze, bijvoorbeeld door het inzetten van jongerenwerkers en/of het plaatsen van een spelregelbord, niet weggenomen kan worden dan kan van dit uitgangspunt afgeweken worden. Voor het weghalen van de zitgelegenheid moet wel (aantoonbaar) draagvlak zijn onder bewoners en gebruikers.
3.7.2 Bij fiets- en wandelroutes Elke bestaande fiets- en wandelroute in de gemeente Steenbergen kent zitgelegenheid (bankje, picknicktafels, horecapunt, zitsteen of iets dergelijks). Het verbetert het voorzieningen- en serviceniveau rondom de routes en daarmee de route-ervaring. De wandelroutes die de gemeente al heeft ontwikkeld zijn (op de Vestingroute Steenbergen na) allemaal langer dan 5 km en kennen allemaal rustpunten op de route. De Vestingroute loopt door het centrum van Steenbergen en deze route kent ook rustpunten. Bij de ontwikkeling van een nieuwe fiets- en/of wandelroute wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van rustpunten. Bij de bepaling van het aantal rustpunten op de nieuw te ontwikkelen routes wordt een standaard van 5 km aangehouden. Voor elke 5 km op de route streven we naar een rustpunt (in de vorm van een bankje, picknicktafel, horecapunt, zitsteen of iets dergelijks).
16
Indien het creëren van een rustpunt op de route nodig wordt geacht wordt er gekeken naar de volgende punten: -
-
Hoe zit het rustpunt er uit? (zitsteen, bankje, picknickbank, boomstam o.i.d.). Afgestemd op de materialisatie en kwaliteitsnormen zoals beschreven in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte. Het plaatsen van een bank of picknickbank gaat altijd in combinatie met het plaatsen van een afvalbak. Het legen van de afvalbak wordt in beginsel door de gemeente opgepakt, tenzij er vanuit participatie andere afspraken worden gemaakt en vastgelegd in een beheerovereenkomst. Kan de veiligheid van de locatie waar het beoogde rustpunt moet komen worden gewaarborgd? Indien er binnen een straal van 5 km een rustpunt gevestigd is kan er geen medewerking worden verleend aan het plaatsen van een rustpunt. Dus vanaf punt x op de route is 5 km vooruit of terug is geen rustpunt te vinden.
3.7.3 In de openbare ruimte anders dan bij speel- en beweegplekken en recreatieve routes Indien er vanuit de maatschappij vragen komen om rustpunten te plaatsen, anders dan bij speelen beweegplekken en recreatieve routes, worden de volgende uitgangspunten aangehouden: -
3.8
In de nabije omgeving zijn geen andere rustpunten aanwezig. De contactpersoon zoekt zelf draagvlak in de buurt voor het nieuwe initiatief. Bij gebrek aan draagvlak, gaat het initiatief niet door. Het levensbos biedt de mogelijkheid om een boom te planten ter nagedachtenis aan een dierbare. Wanneer er een aanvraag komt voor het plaatsen van een herinneringsbankje wordt het planten van een boom in het levensbos als eerste alternatief aangeboden. Indien er voldoende argumenten te benoemen zijn waarom het levensbos geen geschikt alternatief is zal bepaald worden of er maatwerk kan worden geleverd.
Uitvoeringsprogramma spelen en bewegen in de openbare ruimte
Op basis van deze kadernota wordt een meerjarig Uitvoeringsprogramma spelen en bewegen in de openbare ruimte opgesteld. In bijlage 3 staat vermeld wat opgenomen wordt in het uitvoeringsprogramma.
17
4 Financiën
18
Voor de periode 2022 - 2025 is het volgende budget opgenomen in de begroting: Structureel Inspectie, beheer, onderhoud en kleinschalige vervanging (exploitatie)
Incidenteel Realisatie van speel- en beweegtuinen (betreft uitbreiding areaal, aangenomen in de Perspectiefnota 2020 en wordt gedekt uit de algemene reserve) Investeringen Lopend krediet vervanging speeltoestellen Vervangingsinvesteringen (begroting 2022)
Uitvoering motie Natuurspeeltuin Stadspark Steenbergen (juli 2021, begroting 2022) Uitvoering motie Natuurspeeltuin Dinteloord (juli 2021, begroting 2022)
€ 10.000 + € 5.000 (in 2021 is hier € 18.750 op uitgegeven, in 2020 was dit € 17.638)
2020 € 30.000 2021 € 30.000 2022 € 30.000
2020 € 33.400 2021 € 77.800 2022 € 141.250 2023 € 21.600 2024 € 105.900 2025 € 115.700 € 36.000 € 50.000
Een aantal jaren geleden is bezuinigd op het budget voor het beheer van speelvoorzieningen. Dat zien we nu terug in de kernen door oplopende onderhoudskosten en de gemiddelde leeftijd van speeltoestellen die 18 jaar is. Een overzicht van speellocaties met toestellen uit 2004 of ouder is opgenomen als bijlage 5. De capaciteit was de afgelopen jaren ontoereikend en dat maakt dat er onvoldoende uitvoering gegeven kon worden aan uitvoering van het speelbeleid. Het beheer, maar zeker ook het participatietraject met inwoners, kost veel tijd en is binnen de huidige bezetting niet geborgd. Gelet op deze constatering, de beschikbare budgetten en de wensen zoals verwoord in de motie Speelbeleid (M7, 8 juli 2021) wordt voorgesteld om capaciteit voor de uitvoering van speel- en beweegbeleid structureel uit te breiden met 0,3 fte. Structureel Uitbreiding capaciteit 0,3 fte
€ 25.000
19
Hierbij gaan we er van uit dat: -
-
-
oude speeltoestellen gefaseerd worden vervangen. Planning en herinrichting vindt plaats op basis van het meerjarig Uitvoeringsprogramma spelen en bewegen in de openbare ruimte (waaronder wensen van bewoners en demografische gegevens). iedere 4 jaar een herijking van het beheerplan (IBOR) plaatsvindt. Op basis hiervan zullen ook de budgetten voor onderhoud, vervanging en realisatie worden bijgesteld. als het gaat om initiatieven vanuit inwoners we ook kijken naar de mogelijkheden vanuit het Initiatievenfonds, het Lokaal Sport Akkoord. We zullen inwoners ook wijzen op fondsenwerving bij lokale ondernemers en partijen als Jantje Beton, de Krajicek Foundation 2 en Staatsbosbeheer3. bij de (her)ontwikkeling van woningbouwlocaties, gezondheids- en woonzorgcentra de aanleg van onder andere speel- en beweegvoorzieningen in het plan wordt meegenomen. Is het een gemeentelijke grondexploitatie, dan worden de kosten hieruit betaald. Is het een externe grondexploitatie dan moet de ontwikkelaar die voorzieningen realiseren en betalen. Na oplevering gaat het beheer over naar de gemeente.
2 Gelijke kansen voor alle kinderen om dicht bij huis, in een sociaal veilige omgeving te bewegen. 3 Bijvoorbeeld als het om een speelbos gaat.
20
BIJLAGEN
21
Bijlage 1:
onderhoudsschema
Voor onderhoud van de bestaande speeltoestellen wordt het volgende schema gehanteerd. Aanbevolen frequentie Dagelijks Wekelijks 1 á 2 maal per maand Iedere maand
Ieder half jaar Ieder jaar
Onderhoudswerkzaamheden Controle op acute onveilige omstandigheden Los bodemmateriaal gelijkmatig verdelen onder/bij toestel Grasmaaien in groeiseizoen Los bodemmateriaal aanvullen Controle op beschadigingen van constructie en bodem Controle op bewegende delen van constructie Controle op vervuiling Controle op stabiliteit, stand en draagvermogen Smeren van lagers Controle op aantasting van materiaal Behandelen van houtrotgevoelige plekken/onderdelen Controle verflagen Gras bemesten en eventueel bij zaaien
22
Bijlage 2:
toelichting leeftijdscategorieën
Leeftijdscategorie nul tot vijf jaar Deze categorie speelt voornamelijk dicht bij huis. Zij spelen in de tuin, op de oprit, de stoep, in de straat en op een grasveldje. Kleuters moeten de eigen woning kunnen zien en op roepafstand van de ouders zijn. Leeftijdscategorie zes tot twaalf jaar Deze kinderen spelen in de openbare ruimte in de omgeving. Hierbij kan gedacht worden aan; grasveldjes, plantsoenen, pleintjes, straten, openbaar groen, sloten, poelen, bosjes, en vijvers. Jonge kinderen moeten hun omgeving kunnen verkennen, maar snel weer thuis kunnen zijn. Leeftijdscategorie twaalf tot achttien jaar Jongeren van 12 jaar en ouder maken meer dan andere doelgroepen gebruik van trapveldjes, skateparkjes en andere ontmoetingsplekken. De praktijk leert dat hun behoefte wat betreft spelen, bewegen en ontmoeten haaks staat op die van de andere doelgroepen. Maar ook binnen deze leeftijdscategorie zit differentiatie. De behoeften van een 12 jarige zijn, als het gaat om spelen en bewegen, grotendeels gelijk aan die van een 17 jarige jongere. Wat niet overeenkomt zijn de interesses en ontwikkelingsfase. Hierdoor zullen deze 2 groepen elkaar niet opzoeken of willen ontmoeten. Jongeren willen geen plek in het zicht. Zij willen een plek waar zij samen met hun leeftijdsgenoten kunnen bewegen, ontmoeten, praten en hangen.
Het liefst zo ver mogelijk en uit het zicht van kleine kinderen en volwassenen. Deze groep is mobiel. Ze fietsen zelfstandig zonder ouder of rijden op een scooter. Kortom, ze kunnen een afstand overbruggen om samen te komen met leeftijdsgenoten. In iedere kern van de gemeente Steenbergen is een jongeren ontmoetingsplek. Leeftijdscategorie 18 jaar en ouder Dit nieuwe beleid voegt deze doelgroep toe. Voor deze groep is het belangrijk om aanleiding en kansen te geven om te bewegen, te rusten en om elkaar, in de buitenruimte, te ontmoeten. Dit kan in de vorm van een beweegroute. In hoeverre de huidige voorzieningen aansluiten bij de behoefte van de diverse doelgroepen, zal blijken uit de behoeftepeiling die voor het meerjarig Uitvoeringsprogramma spelen en bewegen in de openbare ruimte zal worden uitgevoerd. Bij voorkeur in samenwerking met Heel Steenbergen Actief.
23
Bijlage 3:
uitvoeringsprogramma spelen en bewegen in de openbare ruimte
Op basis van deze kadernota wordt een meerjarig Uitvoeringsprogramma spelen en bewegen in de openbare ruimte opgesteld. Dit bestaat onder andere uit: 6. Een behoeftepeiling onder inwoners over de mate waarin de buiten speel- en beweegruimte aansluit op behoeften van inwoners. Bij voorkeur in samenwerking met Heel Steenbergen Actief, omdat zij ook voornemens zijn om een behoeftepeiling uit voeren (gericht op bewegen) en om er voor te zorgen dat soortgelijke ontwikkelingen in samenhang worden opgepakt (in plaats van losse sporen naast elkaar). - Een planning per kern, op basis van demografische gegevens (aantal en leeftijd), behoeftepeiling onder inwoners, de investeringsstaat vervanging speeltoestellen en het financieel kader. - Invulling van participatie door inwoners per locatie. - Uitvoering van de moties M8 en M9 (juli 2021) inzake natuurspeeltuinen Steenbergen en Dinteloord. - Capaciteitsberekening voor de uitvoering van het meerjarig Uitvoeringsprogramma spelen en bewegen in de openbare ruimte. - Financiële raming per locatie (gericht op aanschaf, aanleg, onderhoud, beheer, zitgelegenheid, afvalbak en vervanging). - Een koppeling met het beheer- en onderhoudsplan speelvoorzieningen en Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR).
24
Bijlage 4:
afwegingskader
Het afwegingskader zoals hieronder weergegeven zal worden ingezet om te beoordelen in hoeverre de gemeente medewerking kan verlenen aan nieuwe initiatieven vanuit inwoners als het gaat om de (her)inrichting van speel- en beweeglocaties en het plaatsen van bankjes. Indien aan een van de onderstaande punten niet kan worden voldaan, kan er geen medewerking worden verleend aan het ingediende initiatief in deze vorm. Een initiatief komt altijd binnen bij de kerncoördinatoren. Vanuit hier vindt een eerste toets plaats op basis van dit afwegingskader. Speel- en beweeglocaties 1. Het initiatief richt zich tenminste op een van de leeftijdscategorieën (0-5, 6-11, 12-18 of 0-100 jaar). 2. Er bestaan geen locaties op buurt- en/of wijkniveau (resp. op 150, 400 meter en/of kernniveau) die aansluiten op de gekozen leeftijdscategorie. a. Is dit het geval, dan wordt er gekeken naar mogelijkheden o.b.v. dit afwegingskader, het meerjarig Uitvoeringsprogramma spelen en bewegen in de openbare ruimte en het ingediende initiatief. b. Is dit niet het geval, dan komt er geen nieuwe speelplek bij en kan er gekeken worden naar mogelijkheden op bestaande speel- en beweeglocatie o.b.v. dit afwegingskader, het meerjarig Uitvoeringsprogramma spelen en bewegen in de openbare ruimte en het ingediende initiatief. 3. Het initiatief bevordert buitenspelen, bewegen en ontmoeting. 4.
Het initiatief sluit aan op de uitgangspunten van het beleid: a. Inclusief > elke inwoner, met of zonder beperking, kan mee spelen/bewegen. Hoe borgt initiatiefnemer dit? Bijvoorbeeld door een organisatie als Samen Speel Netwerk, MEE West-Brabant of Ongehinderd te raadplegen over wat nodig is om een speel- en beweegplek toegankelijk te maken voor minder valide mensen. b. Duurzaam > gaat het initiatief uit van natuurlijke materialen of materialen die herbruikbaar zijn, bijvoorbeeld toestellen van gerecycled kunststof. c. Participatie > i. initiatiefnemer zorgt voor draagvlak in de buurt. Draagvlak kan worden aangetoond in de vorm van een naam- en adressenlijst met handtekeningen; ii. er zijn 1 of 2 contactpersonen (of een actief bewonersoverleg); iii. initiatiefnemer draagt zorg voor budget. Onder andere als het gaat om aanschaf, aanleg en klein onderhoud. Dit valt onder de afspraken zoals op te nemen in de beheerovereenkomst (bijlage 4); iv. in de beheerovereenkomst worden ook afspraken gemaakt over aansprakelijkheid, over hoe samen (initiatiefnemer en gemeente) te komen tot de keuze voor een nieuwe speel- en/of beweegtoestel met passende ondergrond en welke rol inwoners oppakken als het gaat om beheer en onderhoud. v.
als het gaat om veiligheid hanteert de gemeente de website van de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (www.nvwa.nl/onderwerpen/ speeltoestellen/warenwetbesluit-attractie-en-speeltoestellen).
25
Beweegroute of beweegtoestellen Betreft het initiatief een beweegroute of beweegtoestellen dan vindt eerst afstemming plaats met Heel Steenbergen Actief en wordt bezien wat vanuit hier ontwikkeld kan worden om tegemoet te komen aan het initiatief en om er voor te zorgen dat soortgelijke ontwikkelingen in samenhang worden opgepakt (in plaats van losse sporen naast elkaar).
Bankje Betreft het initiatief het plaatsen van een bankje of een andere zitgelegenheid? Zie paragraaf 3.7.1, 3.7.2 en 3.7.3.
26
Bijlage 5:
speellocaties met speeltoestellen uit 2004 en ouder
De rode stippen op de kaarten zijn de betreffende speeltoestellen.
Nieuw-Vossemeer (noord)
27
Nieuw-Vossemeer (zuid)
28
De Heen
29
Dinteloord (noord)
30
Dinteloord (zuid)
31
Kruisland
32
Steenbergen (west)
33
Steenbergen (noord / centrum)
34
Steenbergen (industriegebied)
35
Steenbergen (zuid 1)
36
Steenbergen (zuid 2)
37
Welberg
38
39