CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

GGD Wijzinginsbesluit 2333927.pdf

Besluitvormende Vergadering 14 december 2023, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 14.: Wijziging gemeenschappelijke regelingen3.059 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Lijst met essenfiële wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling GGD West-Brabant augustus 2023

In de ‘Wordt’-kolom ziet u de nieuwe arfikelen zoals deze zijn opgenomen in de Gemeenschappelijke Regeling. De wijzigingen zijn hierbij geel gearceerd. Enkele wijzigingen hebben ervoor gezorgd dat ook de nummering van de arfikelen is aangepast. Die aanpassing is niet steeds in de tabel opgenomen.

Was

Wordt

Artikel 4 Taken

Artikel 4 Taken

1. De gemeenten dragen aan de GGD de uitvoering op van gemeentelijke taken in de Wet publieke gezondheid en van de toezichtstaken in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisenpeuterspeelzalen.

1.

1. Gemeentelijke taken in de Wet publieke gezondheid; 2. Toezichtstaken in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; 3. Toezichtstaken in de Wet maatschappelijke opvang; 4. Gemeentelijke lijkschouwtaken in de Wet op de lijkbezorging; 5. Taken voor de openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ).

2. Gemeenten of derden kunnen aan de GGD de uitvoering opdragen van taken voor de geneeskundige hulpverlening en van andere taken. 3. Het algemeen bestuur stelt tenminste een maal per vier jaar de basistaken vast. 4. De aanvullende taken zijn zo beschreven dat een gemeente op basis hiervan kan besluiten tot afname op contractbasis.

De gemeenten dragen aan de GGD de uitvoering op van:

2.

Gemeenten of derden kunnen aan de GGD de uitvoering opdragen van taken voor de geneeskundige hulpverlening en van andere taken.

3.

Het algemeen bestuur kan naar redelijkheid en billijkheid de basistaken opnieuw vaststellen.

4.

Indien een gemeente wil afwijken van de afname van de overeengekomen basistaken, kan het algemeen bestuur hieraan

voorwaarden verbinden, bijvoorbeeld een afbouwregeling zoals beschreven in artikel 20, lid 2 5.

De aanvullende taken zijn zo beschreven dat een gemeente op basis hiervan kan besluiten tot afname op contractbasis.

Artikel 5 Het algemeen bestuur

Artikel 5 Het algemeen bestuur

1.

Het algemeen bestuur bestaat uit evenveel leden als het aantal gemeenten. Iedere gemeente wordt door één lid vertegenwoordigd.

1.

Het algemeen bestuur bestaat uit minimaal evenveel leden als het aantal gemeenten. Iedere gemeente wordt door minimaal één lid vertegenwoordigd.

2.

Elk college wijst dit lid uit zijn midden aan, zo spoedig mogelijk na de benoeming van de wethouders na de verkiezing van de leden van de raad.

2.

Elk college wijst dit lid uit zijn midden aan, zo spoedig mogelijk na de benoeming van de collegeleden na de verkiezing van de leden van de raad.

3.

Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de wethouders van de gemeente aftreden, als bedoeld in artikel 42 van de Gemeentewet.

3.

Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de collegeleden van de gemeente aftreden, als bedoeld in artikel 42 van de Gemeentewet.

4.

Als een lid van het algemeen bestuur ophoudt lid van het college te zijn, eindigt ook zijn lidmaatschap van het algemeen bestuur. Het college voorziet zo spoedig mogelijk in de vacature en deelt de voorzitter dit binnen één week mee.

4.

5.

Het college kan een door hem aangewezen lid ontslaan als dit zijn vertrouwen niet meer heeft, nadat dit lid zich heeft kunnen verantwoorden. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet zijn dan van toepassing.

Als een lid van het algemeen bestuur ophoudt lid van het college te zijn, eindigt ook zijn lidmaatschap van het algemeen bestuur. Het college voorziet zo spoedig mogelijk in de vacature en deelt de voorzitter dit binnen één week mee.

5.

Het college kan een door hem aangewezen lid ontslaan als dit zijn vertrouwen niet meer heeft, nadat dit lid zich heeft kunnen verantwoorden. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet zijn dan van toepassing.

6.

Het college waarvan het algemeen bestuur een lid aanwijst als lid van het dagelijks bestuur heeft het recht een tweede lid van het algemeen bestuur aan te wijzen. Het bepaalde in de leden 3 tot en met 5 van dit artikel is van toepassing op deze leden.

6.

Het college waarvan het algemeen bestuur een lid aanwijst als lid van het dagelijks bestuur heeft het recht een tweede lid van het algemeen bestuur aan te wijzen. Het bepaalde in de leden 3 tot en met 5 van dit artikel is van toepassing op deze leden.

7.

Wanneer het in lid 6 genoemde eerst aangewezen lid geen deel meer uitmaakt van het dagelijks bestuur, vervalt het recht van het college om een tweede lid in het algemeen bestuur aan te wijzen.

Het algemeen bestuur kan zich laten bijstaan door een of meer adviseurs. Artikel 6 Het dagelijks bestuur 1.

Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de voorzitter en tenminste drie andere leden van het dagelijks bestuur aan. De voordracht van deze leden gebeurt: -

-

-

2.

7.

Wanneer het in lid 6 genoemde eerst aangewezen lid geen deel meer uitmaakt van het dagelijks bestuur, vervalt het recht van het college om een tweede lid in het algemeen bestuur aan te wijzen.

8.

Het algemeen bestuur kan zich laten bijstaan door een of meer adviseurs.

Artikel 6 Het dagelijks bestuur 1.

De voorzitter van het dagelijks bestuur is een burgemeester van één van de deelnemende gemeenten.

2.

Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden tenminste drie andere leden van het dagelijks bestuur aan. De voordracht van deze leden gebeurt:

voor een lid: door de gezamenlijke leden in het algemeen bestuur van de gemeenten met meer dan 100.000 inwoners; voor een lid: door de gezamenlijke leden in het algemeen bestuur van de gemeenten met 40.000 tot 100.000 inwoners; voor twee leden: door de gezamenlijke leden in het algemeen bestuur van gemeenten met minder dan 40.000 inwoners.

Het dagelijks bestuur bestaat naast de leden genoemd in lid 1 van dit artikel uit twee leden die het algemeen bestuur aanwijst op grond van hun deskundigheid op het terrein van de publieke gezondheidszorg en/of financiën en bedrijfsvoering. Deze twee leden zijn geen lid van het algemeen bestuur of het bestuur van een gemeente en kunnen, als het algemeen bestuur daartoe besluit, een vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten ontvangen.

3.

-

voor een lid: door de gezamenlijke leden in het algemeen bestuur van de gemeenten met meer dan 100.000 inwoners;

-

voor een lid: door de gezamenlijke leden in het algemeen bestuur van de gemeenten met 40.000 tot 100.000 inwoners;

-

voor twee leden: door de gezamenlijke leden in het algemeen bestuur van gemeenten met minder dan 40.000 inwoners.

Het dagelijks bestuur bestaat naast de leden genoemd in lid 1 van dit artikel uit twee leden die het algemeen bestuur aanwijst op grond van hun deskundigheid op het terrein van de publieke gezondheidszorg en/of financiën en bedrijfsvoering. Deze twee leden behoeven geen lid te zijn van het algemeen bestuur of het bestuur van een gemeente en kunnen, als het algemeen bestuur daartoe besluit, een vergoeding voor

3.

Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen als dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

4.

Hij die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt ook op lid van het dagelijks bestuur te zijn.

5.

Als tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, kiest het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid.

6.

Onverminderd het bepaalde in lid 3 van dit artikel en van lid 4 van artikel 5 blijft hij die geen lid meer is van het dagelijks bestuur zijn zetel waarnemen totdat zijn opvolger die heeft aanvaard.

7. Het dagelijks bestuur kan zich laten bijstaan door een of meer adviseurs.

hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten ontvangen. 4.

Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen als dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

5.

Hij die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt ook op lid van het dagelijks bestuur te zijn.

6.

Als tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, kiest het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid.

7.

Onverminderd het bepaalde in lid 3 van dit artikel en van lid 4 van artikel 5 blijft hij die geen lid meer is van het dagelijks bestuur zijn zetel waarnemen totdat zijn opvolger die heeft aanvaard.

8. Het dagelijks bestuur kan zich laten bijstaan door een of meer adviseurs.

Artikel 7 De voorzitter

Artikel 7 De voorzitter

1.

Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan.

1.

Als voorzitter wijst het algemeen bestuur een burgemeester van één van de deelnemende gemeenten aan.

2.

De voorzitter vertegenwoordigt de GGD in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.

2.

Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter aan.

3.

3.

De voorzitter en de secretaris ondertekenen de stukken

De voorzitter vertegenwoordigt de GGD in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.

die van het openbaar lichaam uitgaan. Het algemeen

bestuur kan de voorzitter toestaan de ondertekening op

3.

te dragen aan de secretaris.

De voorzitter en de secretaris ondertekenen de stukken die van het openbaar lichaam uitgaan. Het algemeen bestuur kan de voorzitter toestaan de ondertekening op te dragen aan de secretaris.

Artikel 10 Verantwoording en inlichtingen

Artikel 10 Verantwoording en inlichtingen

1.

Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur.

1.

Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur.

2.

Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

2.

Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

3.

Het algemeen bestuur is verplicht de colleges en/of de raden desgevraagd en in ieder geval binnen zes weken te informeren en inlichtingen te geven over alle zaken over deze regeling.

3.

4.

Het algemeen bestuur is bevoegd om, gevraagd of ongevraagd, aan een of meer colleges en/of raden advies te geven of voorstellen te doen, die hij in verband met deze regeling nodig vindt.

Ieder lid van het algemeen bestuur heeft een actieve en passieve informatieplicht. Het algemeen bestuur is verplicht de colleges en/of de raden desgevraagd en in ieder geval binnen zes weken te informeren en inlichtingen te geven over alle zaken over deze regeling. Zij informeert de raad na de vergadering van het algemeen bestuur over de besluiten. De GGD zal hierin de leden van het algemeen bestuur faciliteren.

5.

Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter zijn verplicht de door een of meer leden van de raad van een gemeente gevraagde inlichtingen te verstrekken. Zij verstrekken deze inlichtingen zo spoedig mogelijk nadat daarom is gevraagd.

4.

Het algemeen bestuur is bevoegd om, gevraagd of ongevraagd, aan een of meer colleges en/of raden advies te geven of voorstellen te doen, die hij in verband met deze regeling nodig vindt.

5.

Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter zijn verplicht de door een of meer leden van de raad van een gemeente gevraagde inlichtingen te verstrekken. Zij verstrekken deze inlichtingen zo spoedig mogelijk nadat daarom is gevraagd.

6.

Elk lid van het algemeen bestuur is daarnaast verplicht de door een of meer leden van het college of de raad van zijn gemeente gevraagde inlichtingen te verstrekken. Hij verstrekt

deze inlichtingen zo spoedig mogelijk nadat hem daarom is gevraagd. 7.

Elk lid van het algemeen bestuur is aan het college en de raad van de gemeente waarvan het college hem als lid heeft aangewezen verantwoording schuldig voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. Hij legt deze verantwoording zo spoedig mogelijk af nadat het college of de raad hem daarom heeft gevraagd.

In de Gemeenschappelijke Regeling van 2019 was nog geen artikel opgenomen over inwonerparticipatie.

6. Elk lid van het algemeen bestuur is daarnaast verplicht de door een of meer leden van het college of de raad van zijn gemeente gevraagde inlichtingen te verstrekken. Hij verstrekt deze inlichtingen zo spoedig mogelijk nadat hem daarom is gevraagd. 7. Elk lid van het algemeen bestuur is aan het college en de raad van de gemeente waarvan het college hem als lid heeft aangewezen verantwoording schuldig voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. Hij legt deze verantwoording zo spoedig mogelijk af nadat het college of de raad hem daarom heeft gevraagd.

Artikel 12 Inwonerparticipatie 1. Inspraakmogelijkheden voor inwoners wordt via de raden van de gemeenten ingevuld. 2. Inwoners kunnen daarnaast participeren in klantenpanels. 3. De GGD West-Brabant werkt zoveel mogelijk outreachend en samen mét de inwoners. 4. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar toegankelijk.

Artikel 15 Meerjarenbeleidsplan, kaderbrief en begroting

Artikel 16 Meerjarenbeleidsplan, kaderbrief en begroting

1.

1.

Het algemeen bestuur stelt vierjaarlijks, bij de aanvang van een nieuwe raadsperiode, een meerjarenbeleidsplan vast waarin de financiële en inhoudelijke vooruitzichten worden uiteengezet. Het stelt voorafgaand aan die vaststelling de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid hun zienswijze op het beleidsplan in te dienen. De jaarlijkse begroting dient te passen binnen deze kaders.

Het algemeen bestuur stelt vierjaarlijks, bij de aanvang van een nieuwe raadsperiode, een meerjarenbeleidsplan vast waarin de financiële en inhoudelijke vooruitzichten worden uiteengezet. Het stelt voorafgaand aan die vaststelling de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid hun zienswijze op het beleidsplan in te dienen. De jaarlijkse begroting dient te passen binnen deze kaders.

2.

Het in het vorige lid genoemde meerjarenbeleidsplan is samen met de jaarrekening de basis om de resultaten van de gemeenschappelijke regeling over een periode van vier jaar te evalueren.

2.

Het in het vorige lid genoemde meerjarenbeleidsplan is samen met de jaarrekening de basis om de resultaten van de gemeenschappelijke regeling over een periode van vier jaar te evalueren.

3.

Jaarlijks vóór 1 februari zendt het dagelijks bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten een brief met daarin de algemene financiële en beleidsmatige kaders. In deze brief zijn de door de deelnemende gemeenten gegeven richtlijnen verwerkt. Afwijken van deze richtlijnen kan alleen als het algemeen bestuur hiertoe besluit. Daarnaast bevat de kaderbrief de belangrijkste opgaven voor het komende jaar. Voorstellen voor nieuw beleid, die niet door de deelnemende gemeenten zijn opgenomen in de richtlijnen, worden in deze kaderbrief gedaan en expliciet vermeld als nieuw beleid.

3.

Jaarlijks vóór 1 februari zendt het dagelijks bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten een brief met daarin de algemene financiële en beleidsmatige kaders. In deze brief zijn de door de deelnemende gemeenten gegeven richtlijnen verwerkt. Afwijken van deze richtlijnen kan alleen als het algemeen bestuur hiertoe besluit. Daarnaast bevat de kaderbrief de belangrijkste opgaven voor het komende jaar. Voorstellen voor nieuw beleid, die niet door de deelnemende gemeenten zijn opgenomen in de richtlijnen, worden in deze kaderbrief gedaan en expliciet vermeld als nieuw beleid.

4.

Jaarlijks uiterlijk 15 april zendt het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar, vergezeld van een toelichting, aan de leden van het algemeen bestuur en de raden van de deelnemende gemeenten met het verzoek aan de raden om hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren te brengen.

4.

Jaarlijks uiterlijk 5 april zendt het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar, vergezeld van een toelichting, aan de leden van het algemeen bestuur en de raden van de deelnemende gemeenten met het verzoek aan de raden om hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren te brengen.

5.

Als de raming van de door elke gemeente verschuldigde bijdrage(n) is gebaseerd op het aantal inwoners, is dit het aantal inwoners per 1 januari van het jaar vóór het kalenderjaar conform de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

5.

Als de raming van de door elke gemeente verschuldigde bijdrage(n) is gebaseerd op het aantal inwoners, is dit het aantal inwoners per 1 januari van het jaar vóór het kalenderjaar conform de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

6.

De zienswijzen van de raden dienen uiterlijk 1 juli door de gemeenschappelijke regeling te zijn ontvangen. Het dagelijks bestuur voegt deze zienswijzen bij de ontwerpbegroting zoals hij deze aanbiedt aan het algemeen bestuur. Daarna stelt het algemeen bestuur de begroting vast.

6.

De zienswijzen van de raden dienen uiterlijk 1 juli door de gemeenschappelijke regeling te zijn ontvangen. Het dagelijks bestuur voegt deze zienswijzen bij de ontwerpbegroting zoals hij deze aanbiedt aan het algemeen bestuur. Daarna stelt het algemeen bestuur de begroting vast.

7.

Het algemeen bestuur kan een wijziging van de begroting die niet leidt tot een verhoging van gemeentelijke bijdrage vaststellen zonder dat de raden daarover hun zienswijze geven.

1. Indien een wijziging van de begroting vanuit Rijksmiddelen aan de gemeenten wordt gecompenseerd, wordt deze niet voor zienswijze aan de raden voorgelegd, tenzij het dagelijks bestuur van de GGD WB anders besluit.

In de Gemeenschappelijke Regeling van 2019 was nog geen artikel opgenomen over evaluatie.

Artikel 19 Evaluatie Het algemeen bestuur kan het functioneren van de regeling desgewenst op ieder moment, bij voorkeur in het derde jaar van de ABbestuursperiode, evalueren en betrekt de raden bij die evaluatie.

Artikel 18 Uittreding

Artikel 20 Uittreding

1.

Een gemeente kan uittreden doordat het college een daartoe strekkend besluit stuurt aan het algemeen bestuur. Voor deze uittreding geldt een opzegtermijn van een kalenderjaar en zij treedt in werking op de datum die het besluit aangeeft.

1.

Een gemeente kan uittreden doordat het college een daartoe strekkend besluit stuurt aan het algemeen bestuur. Voor deze uittreding geldt een opzegtermijn van een kalenderjaar en zij treedt in werking op de datum die het besluit aangeeft.

2.

De uittredende gemeente is gedurende de drie jaren na afloop van het begrotingsjaar waarin de uittreding plaatsvindt een bijdrage verschuldigd van respectievelijk 100%, 66% en 33%.

2.

3.

Aan de uittreding kan het algemeen bestuur verdere voorwaarden verbinden.

De uittredende gemeente is gedurende de drie jaren na afloop van het begrotingsjaar waarin de uittreding plaatsvindt een bijdrage verschuldigd van respectievelijk 100%, 66% en 33%. Hierop zijn ook de indexatie en begrotingswijzigingen van toepassing.

3.

Aan de uittreding kan het algemeen bestuur nadere voorwaarden verbinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1664/documents/19192