GEWIJZIGD was-wordt-tabel 2329691.pdf
Tekst van het document
*2329691* 2329691
Was-wordt-tabel in het kader van de actualisatie van de Wegsleepverordening (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) WAS WORDT Wegsleepverordening gemeente Steenbergen 2003 Wegsleepverordening gemeente Steenbergen Toelichting: jaartal dient te worden weggehaald omdat de verordening naar verwachting meerdere jaren actueel blijft. (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 1. Begripsomschrijvingen
[…]
WORDT Artikel 1. Begripsomschrijvingen […] d. voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1 RVV 1990;
d. voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1 onder al RVV 1990; Toelichting: de alfabetische nummering ‘al’ is in de RVV 1990 komen te vervallen en dit dient in de verordening te worden doorgevoerd.
(artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) WAS WORDT Artikel 3 Plaats bewaring voertuigen en Artikel 3 Bewaarplaats voertuigen openingstijden 1. Als plaats van bewaring van voertuigen wordt Als plaats van bewaring van voertuigen wordt een aangewezen de locatie: Prins Reinierstraat 8 te terrein van Van Eijck Mobility BV aangewezen, Steenbergen; gelegen aan de Vaartveld 6a, 4704 SE te 2. De openingstijden van de in het eerste lid Roosendaal. bedoelde bewaarplaats worden door het college vastgesteld. Toelichting: door de samenwerking met een ander bedrijf dient de bewaarlocatie te worden aangepast. Daarnaast is Van Eijck 24/7 bereikbaar en werken zij op afspraak. Dit staat zo ook in het besluit last onder bestuursdwang opgenomen. Specifieke openingstijden zijn niet van toepassing waardoor lid 2 dient te worden verwijderd.
2329691
(artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 4 Kosten overbrengen en bewaren voertuigen 1. De kosten voor het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats bedragen: a. uitrijtarief: € 56,72 exclusief b.t.w. b. uitvoeringstarief: € 69,75 exclusief b.t.w. 2. De kosten van het bewaren van een voertuig bedragen: a. opslag plus afgifte: € 36,13 exclusief b.t.w. b. bewaarloon: € 13,95 exclusief b.t.w per dagdeel. 3. Het college is gemachtigd de onder 1 en 2 vermelde kosten, na overleg met het autobergingsbedrijf, jaarlijks te indexeren.
WORDT
1. De kosten voor voertuigen tot 3500 kg Gewicht Volle Wagen zijn als volgt berekend: a. Het wegslepen van een voertuig bedraagt €218,23 (toeslag van €54,56 bij wegslepen na 18:00 uur of voor 08:00 uur/op feestdagen/in het weekend); b. De voorrijdkosten bedragen €130,94; c. De stallingkosten bedragen: i. tot 23:59:59 op de dag van afsleep, €32,73; ii. per etmaal, gerekend vanaf 00:00 op de dag ná afsleep, €17,46; d. De afgiftevergoeding na 18:00 uur of voor 08:00 uur/op feestdagen/in het weekend bedraagt €87,29; 2. De kosten voor het verplaatsen van voertuigen tot 3500 kg Gewicht Volle Wagen bedragen €163,67 (toeslag van €40,92 bij verplaatsen na 18:00 uur of voor 08:00 uur/op feestdagen/in het weekend);
DEZE TABEL GAAT DOOR OP DE VOLGENDE BLADZIJDE
2
2329691
VERVOLG VAN DE TABEL OP DE VORIGE BLADZIJDE WAS
WORDT 3. De kosten voor voertuigen boven 3500 kg Gewicht Volle Wagen zijn als volgt berekend: a. Het wegslepen van een voertuig bedraagt minimaal €436,45 (toeslag van €109,11 bij wegslepen na 18:00 uur of voor 08:00 uur/op feestdagen/in het weekend); b. De stallingkosten bedragen: i. tot 23:59:59 op de dag van afsleep, €65,47; ii. per etmaal, gerekend vanaf 00:00 op de dag ná afsleep, €34,92; c. De afgiftevergoeding na 18:00 uur of voor 08:00 uur/op feestdagen/in het weekend bedraagt €87,29 van het rekenbedrag; 4. De kosten voor het verplaatsen van voertuigen boven 3500 kg Gewicht Volle Wagen bedragen minimaal €654,68 (toeslag van €327,34 bij het verplaatsen na 18:00 uur of voor 08:00 uur/op feestdagen/in het weekend); 5. De tarieven worden jaarlijks op 1 april geïndexeerd conform het CBS index-cijfer CPA2008 49411 Goederenvervoer over de weg (2015 = 100), met het jaarcijfer over voorliggende jaar. 6. De hoogte van de tarieven uit lid 1 t/m 4 zijn zoals deze in 2023 worden gehanteerd. 7. Als feestdagen worden gerekend: Nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag, Eerste en Tweede Paasdag, Koningsdag, Dodenherdenking, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag, Eerste en Tweede Pinksterdag en Eerste en Tweede Kerstdag.
Toelichting: de kosten dienen te worden aangepast zoals overeengekomen met Van Eijck. (artikel I, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van bekendmaking.
WORDT
Deze verordening treedt in werking op 1 november 2023. Bij inwerkingtreding van deze verordening wordt de verordening ‘Wegsleepverordening gemeente Steenbergen 2003’, welke op 18 december 2003 is vastgesteld, ingetrokken. Toelichting: de datum van inwerkingtreding van de geactualiseerde wegsleepverordening dient te worden aangepast.
3
2329691
(artikel I, onderdeel F, van het wijzigingsbesluit) WAS WORDT Artikel 7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Deze verordening wordt aangehaald als: Wegsleepverordening gemeente Steenbergen, Wegsleepverordening gemeente Steenbergen. 2003. Toelichting: jaartal dient te worden weggehaald omdat de verordening naar verwachting meerdere jaren actueel blijft. (artikel I, onderdeel G, van het wijzigingsbesluit) WAS Bijlage behorende bij de wegsleepverordening gemeente Steenbergen, 2003. Concrete gevallen waarin sprake kan zijn van een wegsleepwaardige overtreding van de wegenverkeerswetgeving.
WORDT Bijlage behorende bij de wegsleepverordening gemeente Steenbergen. ALGEMENE TOELICHTING Op 1 januari 2002 traden de Wet van 21 februari 1997, houdende de wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), ook wel de wijziging van de wegsleepregeling genoemd, en het bijbehorende Besluit wegslepen van voertuigen in werking. Artikel 170 tot en 173 WVW 1994 zijn geheel vervangen door nieuwe bepalingen. De wijzigingswet is bij de Invoeringswet van de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), deel II, nog aangepast in verband met de overgang van de bepalingen over de uitvoering van bestuursdwang uit de Gemeentewet naar de Awb.
In deze bijlage worden concrete gevallen aangegeven, waarin er sprake kan zijn van een wegsleepwaardige overtreding van de wegenverkeerswetgeving. Veiligheid op de weg en vrijheid van het verkeer Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg en de vrijheid van het verkeer (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b WVW 1994) noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd:
Kort samengevat houden de wijzigingen in de wegsleepregeling voor gemeente het volgende in. Bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen Het uitvoeren van de wegsleepregeling is geen bevoegdheid meer van de burgemeester, maar van gehele college van burgemeester en wethouders. Het wegslepen van een voertuig moet worden gezien als een bijzondere vorm van bestuursdwang. In de Awb zijn algemene regels gesteld over de toepassing van bestuursdwang. Deze regels zijn voor een groot deel ook van toepassing op het wegslepen van voertuigen. In de WVW 1994 wordt een aantal bepalingen uit Awb niet van toepassing verklaard. Tegen besluiten tot het wegslepen van voertuigen staat op grond van de Awb bezwaar en vervolgens beroep open.
Plaats op de weg a. een voertuig is tot stilstand gebracht op een trottoir, voetpad of fietspad, tenzij het een fiets, bromfiets of gehandicaptenvoertuig betreft (zie artikel 10 en artikel 5 tot en met 7 RVV 1990) Laten stilstaan b. een voertuig is tot stilstand gebracht: 1. op een kruispunt, rotonde of een overweg; 2. op een fietsstrook of de rijbaan langs een fietsstrook; 3. op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter daarvan; 4. in een tunnel; 5. bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering of, indien die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder 12 meter van het bord, tenzij het stilstaan dient voor het onmiddellijk in- en uitstappen van passagiers; 6. op de rijbaan langs een busstrook; 7. op een busbaan of een busstrook met uitzondering van een lijnbus;
Uitgebreide werking Op grond van de oude (lees steeds: huidige) WVW 1994 mochten op de weg staande voertuigen alleen worden weggesleept in het belang van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van gehandicaptenparkeerplaatsen. Op grond van de herziene regeling in de WVW 1994 en het daarop gebaseerd Besluit wegslepen van voertuigen is het laatstgenoemde criterium
4
2329691
8. langs een gele doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van bijlage 1 RVV 1990; 9. op de rijbaan, inclusief de invoeg- en uitrijstrook, van een autosnelweg of autoweg, ofbehoudens in noodgevallen- op de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm van zo'n weg. (Zie artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990).
uitgebreid. Zowel de VNG als een aantal grote(re) gemeenten hebben hier sterk op aangedrongen bij zowel het ministerie van Verkeer en Waterstaat als de Tweede Kamer. Er zijn immers meer locaties denkbaar waar fout parkeren als zeer hinderlijk wordt ervaren zonder dat de veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer direct in het geding is. Direct optreden tegen dergelijke fout geparkeerde voertuigen kan in bepaalde gevallen zeer wenselijk zijn. Hierbij kan worden gedacht aan het onbevoegd parkeren op laad- en loshavens, taxistandplaatsen, marktterreinen, voetgangersgebieden en dergelijke. Deze wegen en weggedeelten moeten eerst nader worden aangewezen in een gemeentelijke verordening voordat gemeenten gebruik kunnen maken van deze bevoegdheid.
Parkeren c. een voertuig is geparkeerd: 1. bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter daarvan; 2. voor een inrit of een uitrit; 3. buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg; 4. langs een gele onderbroken streep of in strijd met bord E1 van bijlage 1 RVV 1990; 5. op een wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren; 6. binnen een erf, waarbij - voorzover het een motorvoertuig betreft- geen gebruik is gemaakt van de parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangewezen; 7. op een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt; 8. zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichting in werking is gesteld; (Zie artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990).
In zowel in de oude als de nieuwe regeling geldt dat een voertuig niet zonder meer kan worden weggesleept wanneer aan een van de genoemde criteria wordt voldaan. Degene die met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, dient per geval na te gaan of in dat specifieke geval het wegslepen van het desbetreffende voertuig absoluut noodzakelijk is. Het wegslepen van een voertuig dat om 4.00 's nachts in strijd met een van de genoemde criteria is geparkeerd, zal doorgaans als niet of minder urgent moeten worden beschouwd. In zo'n geval kan het opmaken van een proces-verbaal door een opsporingsambtenaar doorgaans volstaan.
Bevel of aanwijzing d. een voertuig is tot stilstand gebracht in strijd met een bevel of een aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegd en als zodanig kenbare ambtenaar of ander persoon;
Verhouding Wet-Mulder en bestuursdwang Wanneer een voertuig fout geparkeerd staat en wegsleepwaardig is, zijn er in principe twee naast elkaar bestaande manieren om hiertegen op te treden. Allereerst door politie en justitie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet-Mulder) via het opmaken van een proces-verbaal. Daarnaast door het uitvoeren van bestuursdwang (lees: het laten wegslepen en bewaren van dat voertuig) door het college van burgemeester en wethouders. In de oude wegsleepregeling bestond er een onlosmakelijk verband tussen beide vormen van optreden. Voordat tot het wegslepen van een voertuig kon worden overgegaan, moest altijd eerst een proces-verbaal op grond van de WetMulder worden opgemaakt. Indien het desbetreffende proces-verbaal werd geseponeerd of wanneer vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door de rechter volgde, dienden ook de kosten van het wegslepen en bewaren van het voertuig te worden terugbetaald.
Gevaarlijk of hinderlijk gedrag e. een voertuig is overigens zodanig tot stilstand gebracht of geparkeerd dat gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. (Zieartikel 5 WVW 1994, het zogenaamde kapstokartikel). Toelichting Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief ligt bij de verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer. Zoals reeds in de algemene toelichting is aangegeven, zal van geval tot geval beoordeeld moeten of de geconstateerde parkeerovertreding ook daadwerkelijk wegsleepwaardig is.
5
2329691
In onderdeel a gaat het om overtreding van artikel 10 RVV 1990. Andere bestuurders dan die genoemd in de artikelen 5 tot en met 8 (art 5; fietsers, art 6; bromfietsen, art 7; gehandicaptenvoertuigen, art 8; ruiters), gebruiken de rijbaan. Zij mogen voor het parkeren van hun voertuig tevens andere weggedeelten gebruiken, behalve het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/ bromfietspad of het ruiterpad.
In de nieuwe wegsleepregeling wordt deze koppeling losgelaten. Het opmaken van een proces-verbaal op de grond van de Wet-Mulder, voordat tot het wegslepen van een voertuig kan worden overgegaan, is niet meer vereist, maar kan nog steeds wel samengaan. Opgemerkt wordt dat het wel noodzakelijk is om de geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen wanneer alleen gebruik wordt gemaakt van de bestuursdwangbevoegdheid. Voor eventuele latere bezwaar- en beroepsprocedures op grond van de Awb is het verstandig de geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen in een schriftelijk document en bij voorkeur vergezeld te laten gaan van een foto die de feitelijke situatie weergeeft. Een eventueel sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door justitie, respectievelijk de rechter naar aanleiding van een proces-verbaal is niet zonder meer een reden om ook de kosten van de bestuursdwang terug te halen. Het college van burgemeester en wethouders maakt in een eventuele bezwaarprocedure een zelfstandige afweging.
In onderdeel b gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990. In onderdeel c is sprake van overtreding van het bepaalde in artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage bij het RVV 1990. In onderdeel d wordt gedoeld op overtreding van het bepaalde in artikel 82 RVV 1990. In onderdeel e gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 5 WVW 1994, het kapstokartikel. Op grond van deze bepaling is het verboden zich zodanig te gedragen dat er gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. De inhoud van deze bepaling is zo ruim dat ongewenst gedrag op de weg, i.c. ongewenst parkeren, dat niet reeds in onderdeel a tot en met d is geregeld, doorgaans onder deze bepaling kan worden gebracht.
Verordening In artikel 170 e.v. WVW 1994 is het kader aangegeven waarbinnen het college van burgemeester en wethouders gebruik kan maken van zijn bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen. Hoewel de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet is neergelegd, kan het college pas goed van deze bevoegdheid gebruikmaken wanneer de gemeenteraad in een verordening nadere regels heeft gesteld over de toepassing van deze bevoegdheid, zoals in artikel 173, tweede lid van de wet wordt voorgeschreven. In deze verordening dienen in elk geval regels te worden gesteld over: de aanwijzing van de plaats(en) waar de weggesleepte voertuigen worden bewaard; de berekening van de kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het wegslepen en bewaren van voertuigen; de eventuele aanwijzing van wegen en weggedeelten waar op grond van artikel 170, eerste lid, onder c WVW 1994 voertuigen mogen worden weggesleept.
Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen Verwijdering, overbrengen en inbewaringstelling van voertuigen in het belang van het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c WVW 1994 en artikel 2 Besluit wegslepen van voertuigen) kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een voertuig geparkeerd is. a. op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1 van bijlage 1 van het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24, lid 1 onder e RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een parkeerverbod geldt;
Aangezien in artikel 173, tweede lid van de wet wordt aangegeven dat de nadere regels bij gemeentelijke verordening moeten worden vastgesteld, kunnen die hiervoor genoemde onderwerpen niet worden gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. De uitwerking van de nadere regels van de verordening kan wel door het college van
b. op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23, lid 1 onder g RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een verbod stil te staan geldt;
6
2329691
c. op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al dan niet met onderbord) voorzover:
burgemeester en wethouders geschieden (bijvoorbeeld door middel van beleidsregels). Wegsleepwaardige overtredingen Zoals hiervoor reeds aangegeven mochten op grond van de bepalingen uit de oude WVW 1994 op de weg staande voertuigen alleen worden weggesleept in het belang van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van gehandicaptenparkeerplaatsen. In vele bestaande wegsleepregelingen van de burgemeester is concreet aangegeven in welke gevallen er sprake kan zijn van een wegsleepwaardige overtreding. Hiervoor is vaak aansluiting gezocht bij de delictsomschrijving uit de WVW 1994 of het RVV 1990.
- het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen; - het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze is geparkeerd; - het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is geparkeerd; d. op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage, tenzij het parkeren gebeurt met een taxi; e. op een gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die bijlage:
Zo'n aanpak kan uit praktisch oogpunt wellicht wenselijk zijn omdat degene die met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, direct uit de regeling kan afleiden of een voertuig mag worden weggesleept. Toch is bij het opstellen van de wegsleepverordening voor een andere aanpak gekozen.
- tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig; - tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk zichtbaar aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart; - die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het parkeren gebeurt met dat voertuig;
Enerzijds omdat een gemeente zichzelf nodeloos beperkingen kan opleggen wanneer in de verordening zelf concreet wordt aangegeven welke wegsleepwaardige overtredingen worden onderscheiden. Op grond van het nieuwe artikel 170, eerste lid WVW 1994 kunnen immers voertuigen waarmee een verkeersregel wordt overtreden en waarvan de verwijdering noodzakelijk is in verband met het belang van: a. de veiligheid of b. de vrijheid op de weg of c. het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen zonder meer worden weggesleept.
f. op een laad- en losplaats, nader aangeduid door bord E7 van die bijlage (met uitzondering van de aangegeven dagen of uren), tenzij de bestuurder van het voertuig bezig is met het laden en lossen van goederen; g. op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage voor- zover het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen; h. op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van van die bijlage en bestemd voor vergunninghouders, tenzij het parkeren gebeurt met het voertuig waarvoor een parkeervergunning is afgegeven;
Anderzijds omdat het gevaar bestaat dat de delictsomschrijving uit de wegenverkeerswetgeving en de wegsleepverordening niet naadloos op elkaar aansluiten. Wanneer dit geval is, bestaat er de kans dat de gemeente in eventuele bezwaar- en beroepsprocedures om formele redenen in het ongelijk wordt gesteld. Daarnaast geldt uiteraard ook dat zaken niet dubbel moeten worden geregeld
i. in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord G7 of C1 van die bijlage; j. bijzondere parkeergelegenheden waar op bepaalde dagen of uren niet mag worden geparkeerd Toelichting
Bovendien zou bij elke wijziging in de desbetreffende onderdelen van de wegenverkeerswetgeving ook de wegsleepverordening moeten worden aangepast.
Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief niet zozeer ligt bij de verkeersveiligheid en de doorstroming van het
Om die redenen is ervoor gekozen om de delictsomschrijving niet in de verordening op te
7
2329691
verkeer, maar wel bij het vrijhouden van wegen en weggedeelten.
nemen, maar te volstaan met een wegsleepverordening waarin alleen zaken zijn geregeld die gemeenten aanvullen moeten en kunnen regelen.
In de oude wettelijke regeling werd een specifieke voorbeeld van een locatie genoemd waar voertuigen mochten worden weggesleept wanneer hier door onbevoegden werd geparkeerd, namelijk de gehandicaptenparkeerplaats. In de praktijk bleken er aanzienlijk meer locaties denkbaar te zijn waar het wegslepen van voertuigen noodzakelijk werd geacht zonder dat er direct sprake was van verkeersonveiligheid of belemmering van de doorstroming van het verkeer. In artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen is concreet aangegeven op welke soorten wegen en weggedeelten voertuigen mogen worden weggesleept in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten. Met punt j worden ook wegen en weggedeelten bedoeld die gebruikt worden als markt-, feest- of evenemententerrein e.d.
Om gemeenten toch enig houvast te bieden bij de toepassing van de wegsleepverordening is door de VNG een lijst opgesteld waarin is aangegeven in welke concrete gevallen er sprake kan zijn van een wegsleepwaardige overtreding van de Wegenverkeerswetgeving. Deze lijst volgt hieronder, onder de toelichting op artikel 2. Tot slot wordt nog gewezen op het bepaalde in artikel 170, zesde lid WVW 1994. Hierin wordt bepaald dat een voertuig niet kan worden weggesleept indien de rechthebbende het voertuig verwijdert voordat met de overbrenging wordt begonnen. In de wet wordt niet expliciet aangegeven wanneer met de overbrenging wordt begonnen. In de dagelijks praktijk wordt ervan uitgegaan dat pas met de overbrenging wordt begonnen wanneer het voertuig zich in de takels van het wegsleepvoertuig bevindt. Indien de rechthebbende zich eerder bij zijn voertuig meldt, mag het voertuig niet meer worden weggesleept. Wel zal de rechthebbende alle aan de voorbereiding van de overbrenging verbonden kosten dienen te vergoeden, waarbij met name kan worden gedacht aan de voorrijkosten van het sleepvoertuig en administratieve kosten.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. RVV 1990: Het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; b. wet: de Wegenverkeerswet 1994; c. besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen; d. voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, onder a1 RVV 1990; e. motorrijtuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder c van de wet; f. het college: het college van burgemeester en wethouders.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Toelichting op artikel 1 In deze bepaling is een aantal begrippen omschreven dat diverse malen in deze verordening terugkomt. De omschrijving van deze begrippen spreekt voor zich. Veelal wordt verwezen naar definities uit bestaande wetgeving.
Toelichting In deze bepaling is een aantal begrippen omschreven dat diverse malen in deze verordening terugkomt. De omschrijving van deze begrippen spreekt voor zich. Veelal wordt verwezen naar definities uit bestaande wetgeving.
Ad d. Voertuig Het begrip 'voertuig' , zoals in artikel 1, onder al RVV 1990 is omschreven, is ruim. Hieronder vallen niet alleen motorvoertuigen, maar ook fietsen en bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, trams en wagens. Al deze voertuigen vallen derhalve onder de werking van deze wegsleepverordening.
Ad d. Voertuig Het begrip 'voertuig' , zoals in artikel 1, onder al RVV 1990 is omschreven, is ruim. Hieronder vallen niet alleen motorvoertuigen, maar ook fietsen en bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, trams en wagens. Al deze voertuigen vallen derhalve onder de werking van deze wegsleepverordening.
Ad e. Motorrijtuig Het begrip 'motorrijtuig' is apart omschreven omdat artikel 5 van de wegsleepverordening alleen betrekking heeft op dit soort voertuigen. Toelichting op artikel 2 Zoals hiervoor in het algemene deel van de toelichting is gememoreerd, is de bevoegdheid tot
Ad e. Motorrijtuig
8
2329691
het wegslepen van voertuigen in de wet zelf geregeld. Voor het wegslepen van voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer hoeven geen wegen en weggedeelten te worden aangewezen. Van deze bevoegdheid kan op alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente gebruik worden gemaakt.
Het begrip 'motorrijtuig' is apart omschreven omdat artikel 5 van de wegsleepverordening alleen betrekking heeft op dit soort voertuigen. Artikel 2 Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten.
Voor het wegslepen van voertuigen in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten kunnen op grond van artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, wegen en weggedeelten worden aangewezen. In artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen is nader aangegeven om welke soorten van wegen en weggedeelten het kan gaan, zoals onder andere gehandicaptenparkeerplaatsen, taxistandplaatsen, laad- en loshavens, parkeerplaatsen voor vergunninghouders, voetgangersgebieden en dergelijke.
Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van de wet worden alle wegen binnen de gemeenten aangewezen voor zover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde soorten van wegen en weggedeelten. Toelichting Zoals hiervoor in het algemene deel van de toelichting is gememoreerd, is de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet zelf geregeld. Voor het wegslepen van voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer hoeven geen wegen en weggedeelten te worden aangewezen. Van deze bevoegdheid kan op alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente gebruik worden gemaakt.
Het is aan de gemeenteraad om in deze wegsleepverordening de wegen en weggedeelten aan te wijzen waar het college van burgemeester en wethouders van deze bevoegdheid gebruik kan maken. In de tekst van de verordening zijn alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente aangewezen.
Voor het wegslepen van voertuigen in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten kunnen op grond van artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, wegen en weggedeelten worden aangewezen. In artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen is nader aangegeven om welke soorten van wegen en weggedeelten het kan gaan, zoals onder andere gehandicaptenparkeerplaatsen, taxistandplaatsen, laad- en loshavens, parkeerplaatsen voor vergunninghouders, voetgangersgebieden en dergelijke.
Kortom, een voertuig kan in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten slechts worden weggesleept wanneer deze wegen en weggedeelten behoren tot de soorten van wegen en weggedeelten, zoals bedoeld in artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen, en zijn aangewezen in de wegsleepverordening. Voor de volledigheid wordt nog eens opgemerkt dat een parkeerovertreding, zoals in deze bepaling bedoeld, op zich niet zonder meer voldoende is om over te gaan tot het wegslepen en in bewaring stellen van een voertuig. Per geval zal tevens moeten worden beoordeeld of de specifieke parkeerovertreding het wegslepen en in bewaring stellen van het desbetreffende voertuig ook rechtvaardigt. Indien bijvoorbeeld een voertuig midden in de nacht op een laad- en loshaven wordt geparkeerd terwijl alle winkels en bedrijven dicht zijn, zal het normaal gesproken niet weggesleept mogen worden. Het voertuig zal doorgaans pas mogen worden weggesleept wanneer de winkels en bedrijven weer open gaan of enige tijd daarvoor.
Het is aan de gemeenteraad om in deze wegsleepverordening de wegen en weggedeelten aan te wijzen waar het college van burgemeester en wethouders van deze bevoegdheid gebruik kan maken. In de tekst van de verordening zijn alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente aangewezen. Kortom, een voertuig kan in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten slechts worden weggesleept wanneer deze wegen en weggedeelten behoren tot de soorten van wegen en weggedeelten, zoals bedoeld in artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen, en zijn aangewezen in de wegsleepverordening.
A. Veiligheid op de weg en vrijheid van het verkeer Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang
9
2329691
Voor de volledigheid wordt nog eens opgemerkt dat een parkeerovertreding, zoals in deze bepaling bedoeld, op zich niet zonder meer voldoende is om over te gaan tot het wegslepen en in bewaring stellen van een voertuig. Per geval zal tevens moeten worden beoordeeld of de specifieke parkeerovertreding het wegslepen en in bewaring stellen van het desbetreffende voertuig ook rechtvaardigt. Indien bijvoorbeeld een voertuig midden in de nacht op een laad- en loshaven wordt geparkeerd terwijl alle winkels en bedrijven dicht zijn, zal het normaal gesproken niet weggesleept mogen worden. Het voertuig zal doorgaans pas mogen worden weggesleept wanneer de winkels en bedrijven weer open gaan of enige tijd daarvoor.
van de veiligheid op de weg en de vrijheid van het verkeer (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b WVW 1994) noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd: Plaats op de weg - a. een voertuig is tot stilstand gebracht op een trottoir, voetpad of fietspad, tenzij het een fiets, bromfiets of invalidenvoertuig betreft (zie artikel 10 en artikel 5 tot en met 7 RVV 1990). Laten stilstaan - b. een voertuig is tot stilstand gebracht: 1. op een kruispunt, rotonde of een overweg; 2. op een fietsstrook of de rijbaan langs een fietsstrook; 3. op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter daarvan; 4. in een tunnel; 5. bij een bord bushalte (eventueel: ook tramhalte) ter hoogte van de geblokte markering of, indien die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord, tenzij het stilstaan dient voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers; 6. op de rijbaan langs een busstrook; 7. op een busbaan of een busstrook met uitzondering van een lijnbus; 8. langs een gele doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van bijlage 1 RVV 1990; 9. op de rijbaan, inclusief de invoeg- en uitrijstrook, van een autosnelweg of autoweg, of - behoudens in noodgevallen - op de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm van zo'n weg. (Zie artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990.)
Artikel 3 Plaats bewaring voertuigen en openingstijden Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen het terrein van Autoberging Faasen V.O.F., Prins Reinierstraat 8 te Steenbergen. De openingstijden van de bewaarplaats worden door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. Toelichting Vanwege de redactie van artikel 173, tweede lid WVW 1994 moet(en) de plaats(en) van bewaring van voertuigen door de gemeenteraad worden aangewezen. Delegatie aan het college van burgemeester en wethouders is niet mogelijk. In onvoorziene omstandigheden is het denkbaar dat de burgemeester op grond van zijn bijzondere bevoegdheden ter handhaving van de openbare orde tijdelijk ook andere terreinen aanwijst als plaats van bewaring van voertuigen. Dit behoeft evenwel niet in de verordening te worden geregeld.
Parkeren - c. een voertuig is geparkeerd: 1. bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter daarvan; 2. voor een inrit of een uitrit; 3. buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg; 4. langs een gele onderbroken streep of in strijd met bord E1 van bijlage 1 RVV 1990; 5. op een wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren; 6. binnen een erf, waarbij - voorzover het een motorvoertuig betreft - geen gebruik is gemaakt van de parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangewezen; 7. op een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt; 8. zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichting in werking is gesteld;
Uit praktisch oogpunt dienen de openingstijden, in overleg met het autobergingsbedrijf, door het college te worden vastgesteld. Artikel 4 Kosten overbrengen en bewaren voertuigen De kosten van het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats zijn opgenomen in de verordening. De tarieven kunnen jaarlijks door het college van burgemeester en wethouders worden geïndexeerd.
10
2329691
Toelichting
- (Zie artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990.)
In artikel 13 tot en met 15 van het Besluit wegslepen van voertuigen is geregeld welke kosten die verbonden zijn aan het wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen, in rekening kunnen worden gebracht. Het gaat hierbij niet alleen om personele en materiële kosten die direct verband houden met het wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen, maar ook om kosten die verbonden zijn aan bekendmaking van beschikkingen, verkoop, eigendomsover-dracht om niet of vernietiging van voertuigen, inclusief de taxatie van deze voertuigen, renteverlies, WAverzekering en dergelijke.
Bevel of aanwijzing - d. een voertuig is tot stilstand gebracht in strijd met een bevel of een aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegd en als zodanig kenbare ambtenaar of ander persoon; (Zie artikel 82 RVV 1990.) Gevaarlijk of hinderlijk gedrag - e. een voertuig is overigens zodanig tot stilstand gebracht of geparkeerd dat gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. (Zie artikel 5 WVW 1994, het zogenaamde kapstokartikel.)
In de wegsleepverordening hoeven deze kostencomponenten niet allemaal inzichtelijk te worden gemaakt. Volstaan kan worden met een uitsplitsing van de kosten die verbonden zijn aan het wegslepen van voertuigen enerzijds en de bewaring van deze voertuigen anderzijds.
Toelichting Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief ligt bij de verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer. Zoals reeds in de algemene toelichting is aangegeven, zal van geval tot geval beoordeeld moeten worden of de geconstateerde parkeerovertreding ook daadwerkelijk wegsleepwaardig is.
Artikel 5 Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat. Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, zoals bedoeld in artikel 130, vierde lid, 164, zevende lid, en 174, eerste lid van de wet, zijn artikel 1, 3 en 4 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.
In onderdeel a gaat het om overtreding van artikel 10 RVV 1990. Bestuurders van voertuigen, met uitzondering van fietsen, bromfietsen en invalidenvoertuigen (zie artikel 5 tot en met 7 RVV 1990), gebruiken de rijbaan. Zij mogen hun voertuig niet parkeren op een trottoir, voetpad of fietspad.
Toelichting Naast de in artikel 170, eerste lid WVW 1994 bedoelde gevallen zijn in deze wet nog twee gevallen genoemd, waarin het noodzakelijk kan zijn om een voertuig te laten wegslepen en in bewaring te laten stellen. Achtereenvolgens wordt hier gedoeld op:
In onderdeel b gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990. In onderdeel c is er sprake van overtreding van het bepaalde in artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990.
- het niet afgeven van zijn rijbewijs, wanneer dit is ingevorderd, omdat iemand zijn motorrijtuig heeft bestuurd terwijl hij onder invloed was van drogerende stoffen of alcohol en dergelijke (zie artikel 130 en 164 WVW 1994);
In onderdeel d wordt gedoeld op overtreding van het bepaalde in artikel 82 RVV 1990. In onderdeel e gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 5 WVW 1994, het kapstokartikel. Op grond van deze bepaling is het verboden zich zodanig te gedragen dat er gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. De inhoud van deze bepaling is zo ruim dat ongewenst gedrag op de weg, i.c. ongewenst parkeren, dat niet reeds in onderdeel a tot en met
- de situatie dat een motorrijtuig niet beschikt over een behoorlijk zichtbare kentekenplaat terwijl de eigenaar of houder van dat motorrijtuig niet direct te achterhalen is. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan voertuigwrakken die geen kenteken meer hebben of aan situaties dat er sprake kan zijn
11
2329691
van het knoeien met kentekens in geval van autodiefstal.
d is geregeld, doorgaans onder deze bepaling kan worden gebracht.
Wanneer in dit soort gevallen een voertuig moet worden weggesleept en in bewaring genomen, is er geen sprake van uitoefening van bestuursdwang. Artikel 170, eerste lid WVW 1994, waarin de bestuursdwangbevoegdheid is geregeld, is dan ook niet van toepassing verklaard in de genoemde gevallen. In feite gaat het om een vorm van inbeslagname van goederen die ook in het strafrecht voorkomt.
B. Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen Verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang van het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c WVW 1994 en artikel 2 Besluit wegslepen van voertuigen) kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een voertuig geparkeerd is: a. op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1 van bijlage 1 van het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24, lid 1 onder e RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een parkeerverbod geldt; b. op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23, lid 1 onder g RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een verbod stil te staan geldt; c. op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al dan niet met onderbord) voorzover: - het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen; - het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze is geparkeerd; - het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is geparkeerd; d. op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage, tenzij het parkeren gebeurt met een taxi; e.
op een gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die bijlage: - tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig; - tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk zichtbaar aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart; - die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het parkeren gebeurt met dat voertuig; f. op een laad- en losplaats, nader aangeduid door bord E7 van die bijlage (met uitzondering van de aangegeven dagen of uren), tenzij de bestuurder van het voertuig bezig is met het onmiddellijk laden en lossen van goederen; g. op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage voorzover het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen; h. op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van die bijlage en bestemd voor vergunninghouders, tenzij het parkeren gebeurt
Wel heeft de wetgever voor deze gevallen diverse bepalingen uit hoofdstuk X Bestuursdwang van de WVW 1994 (artikel 170 e.v.)van overeenkomstige toepassing verklaard. Het is raadzaam om ook in de wegsleepverordening de artikelen over de bewaarplaats(en) van voertuigen en de kosten van overbrengen en bewaren van voertuigen (artikel 4) voor deze gevallen van overeenkomstige toepassing te verklaren. Artikel 6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van bekendmaking. Toelichting algemeen Op 1 januari 2002 traden de Wet van 21 februari 1997, houdende de wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), ook wel de wijziging van de wegsleepregeling genoemd, en het bijbehorende Besluit wegslepen van voertuigen. Artikel 170 tot en 173 WVW 1994 zijn geheel vervangen door nieuwe bepalingen. De wijzigingswet is bij de Invoeringswet van de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), deel II, nog aangepast in verband met de overgang van de bepalingen over de uitvoering van bestuursdwang uit de Gemeentewett naar de Awb. Kort samengevat houden de wijzigingen in de wegsleepregeling voor gemeente het volgende in. Bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen Het uitvoeren van de wegsleepregeling is geen bevoegdheid meer van de burgemeester, maar van gehele college van burgemeester en wethouders.
Het wegslepen van een voertuig moet worden gezien als een bijzondere vorm van bestuursdwang. In de Awb zijn algemene regels gesteld over de toepassing van bestuursdwang. Deze regels zijn voor een groot deel ook van toepassing op het wegslepen van voertuigen. In de
12
2329691
WVW 1994 wordt een aantal bepalingen uit Awb niet van toepassing verklaard. Tegen besluiten tot het wegslepen van voertuigen staat op grond van de Awb bezwaar en vervolgens beroep open.
met het voertuig waarvoor een parkeervergunning is afgegeven; i. in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord G7 of C1 van die bijlage (eventueel: met uitzondering van aangegeven dagen en uren.
Uitgebreide werking Toelichting Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief niet zozeer ligt bij de verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer, maar wel bij het vrijhouden van wegen en weggedeelten. In de oude wettelijke regeling werd een specifiek voorbeeld van een locatie genoemd waar voertuigen mochten worden weggesleept wanneer hier door onbevoegden werd geparkeerd, namelijk de gehandicaptenparkeerplaats. In de praktijk bleken er aanzienlijk meer locaties denkbaar te zijn waar het wegslepen van voertuigen noodzakelijk werd geacht zonder dat er direct sprake was van verkeersonveiligheid of belemmering van de doorstroming van het verkeer. In artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen is concreet aangegeven op welke soorten wegen en weggedeelten voertuigen mogen worden weggesleept in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten. Deze soorten wegen en weggedeelten zijn eerder onder a tot en met i nader aangeduid.
Op grond van de oude (lees steeds: huidige) WVW 1994 mochten op de weg staande voertuigen alleen worden weggesleept in het belang van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van gehandicaptenparkeerplaatsen. Op grond van de herziene regeling in de WVW 1994 en het daarop gebaseerd Besluit wegslepen van voertuigen is het laatstgenoemde criterium uitgebreid. Zowel de VNG als een aantal grote(re) gemeenten hebben hier sterk op aangedrongen bij zowel het ministerie van Verkeer en Waterstaat als de Tweede Kamer. Er zijn immers meer locaties denkbaar waar fout parkeren als zeer hinderlijk wordt ervaren zonder dat de veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer direct in het geding is. Direct optreden tegen dergelijke fout geparkeerde voertuigen kan in bepaalde gevallen zeer wenselijk zijn. Hierbij kan worden gedacht aan het onbevoegd parkeren op laad- en loshavens, taxistandplaatsen, marktterreinen, voetgangersgebieden en dergelijke. Deze wegen en weggedeelten moeten eerst nader worden aangewezen in een gemeentelijke verordening voordat gemeenten gebruik kunnen maken van deze bevoegdheid.
Toelichting op artikel 3 Vanwege de redactie van artikel 173, tweede lid WVW 1994 moet(en) de plaats(en) van bewaring van voertuigen door de gemeenteraad worden aangewezen. Delegatie aan het college van burgemeester en wethouders is niet mogelijk.
In zowel in de oude als de nieuwe regeling geldt dat een voertuig niet zonder meer kan worden weggesleept wanneer aan een van de genoemde criteria wordt voldaan.
In onvoorziene omstandigheden is het denkbaar dat de burgemeester op grond van zijn bijzondere bevoegdheden ter handhaving van de openbare orde tijdelijk ook andere terreinen aanwijst als plaats van bewaring van voertuigen. Dit behoeft evenwel niet in de verordening te worden geregeld.
Degene die met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, dient per geval na te gaan of in dat specifieke geval het wegslepen van het desbetreffende voertuig absoluut noodzakelijk is. Het wegslepen van een voertuig dat om 4.00 's nachts in strijd met een van de genoemde criteria is geparkeerd, zal doorgaans als niet of minder urgent moeten worden beschouwd. In zo'n geval kan het opmaken van een proces-verbaal door een opsporingsambtenaar doorgaans volstaan.
Uit praktisch oogpunt dienen de openingstijden, in overleg met het autobergingsbedrijf, door het college te worden vastgesteld. Toelichting op artikel 4 In artikel 13 tot en met 15 van het Besluit wegslepen van voertuigen is geregeld welke kosten die verbonden zijn aan het wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen, in rekening kunnen worden gebracht. Het gaat hierbij niet alleen om personele en materiële kosten die direct verband houden met het wegslepen en in
Verhouding Wet-Mulder en bestuursdwang Wanneer een voertuig fout geparkeerd staat en wegsleepwaardig is, zijn er in principe twee naast elkaar bestaande manieren om hiertegen op te treden. Allereerst door politie en justitie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving
13
2329691
verkeersvoorschriften (Wet-Mulder) via het opmaken van een proces-verbaal. Daarnaast door het uitvoeren van bestuursdwang (lees: het laten wegslepen en bewaren van dat voertuig) door het college van burgemeester en wethouders. In de oude wegsleepregeling bestond er een onlosmakelijk verband tussen beide vormen van optreden. Voordat tot het wegslepen van een voertuig kon worden overgegaan, moest altijd eerst een proces-verbaal op grond van de WetMulder worden opgemaakt. Indien het desbetreffende proces-verbaal werd geseponeerd of wanneer vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door de rechter volgde, dienden ook de kosten van het wegslepen en bewaren van het voertuig te worden terugbetaald.
bewaring stellen van voertuigen, maar ook om kosten die verbonden zijn aan bekendmaking van beschikkingen, verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging van voertuigen, inclusief de taxatie van deze voertuigen, renteverlies, WAverzekering en dergelijke. In de wegsleepverordening hoeven deze kostencomponenten niet allemaal inzichtelijk te worden gemaakt. Volstaan kan worden met een uitsplitsing van de kosten die verbonden zijn aan het wegslepen van voertuigen enerzijds en de bewaring van deze voertuigen anderzijds. Toelichting op artikel 5 Naast de in artikel 170, eerste lid WVW 1994 bedoelde gevallen zijn in deze wet nog twee gevallen genoemd, waarin het noodzakelijk kan zijn om een voertuig te laten wegslepen en in bewaring te laten stellen. Achtereenvolgens wordt hier gedoeld op:
In de nieuwe wegsleepregeling wordt deze koppeling losgelaten. Het opmaken van een proces-verbaal op de grond van de Wet-Mulder worden opgemaakt. Indien het desbetreffende proces-verbaal werd geseponeerd of wanneer vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door de rechter volgde, dienden ook de kosten van het wegslepen en bewaren van het voertuig te worden terugbetaald.
- het niet afgeven van zijn rijbewijs, wanneer dit is ingevorderd, omdat iemand zijn motorrijtuig heeft bestuurd terwijl hij onder invloed was van drogerende stoffen of alcohol en dergelijke (zie artikel 130 en 164 WVW 1994);
In de nieuwe wegsleepregeling wordt deze koppeling losgelaten. Het opmaken van een proces-verbaal op de grond van de Wet-Mulder, voordat tot het wegslepen van een voertuig kan worden overgegaan, is niet meer vereist, maar kan nog steeds wel samengaan. Opgemerkt wordt dat het wel noodzakelijk is om de geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen wanneer alleen gebruik wordt gemaakt van de bestuursdwangbevoegdheid. Voor eventuele latere bezwaar- en beroepsprocedures op grond van de Awb is het verstandig de geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen in een schriftelijk document en bij voorkeur vergezeld te laten gaan van een foto die de feitelijke situatie weergeeft. Een eventueel sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door justitie, respectievelijk de rechter naar aanleiding van een proces-verbaal is niet zonder meer een reden om ook de kosten van de bestuursdwang terug te halen. Het college van burgemeester en wethouders maakt in een eventuele bezwaarprocedure een zelfstandige afweging.
- de situatie dat een motorrijtuig niet beschikt over een behoorlijk zichtbare kentekenplaat terwijl de eigenaar of houder van dat motorrijtuig niet direct te achterhalen is. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan voertuigwrakken die geen kenteken meer hebben of aan situaties dat er sprake kan zijn van het knoeien met kentekens in geval van autodiefstal. Wanneer in dit soort gevallen een voertuig moet worden weggesleept en in bewaring genomen, is er geen sprake van uitoefening van bestuursdwang. Artikel 170, eerste lid WVW 1994, waarin de bestuursdwangbevoegdheid is geregeld, is dan ook niet van toepassing verklaard in de genoemde gevallen. In feite gaat het om een vorm van inbeslagname van goederen die ook in het strafrecht voorkomt. Wel heeft de wetgever voor deze gevallen diverse bepalingen uit hoofdstuk X Bestuursdwang van de WVW 1994 (artikel 170 e.v.)van overeenkomstige toepassing verklaard. Het is raadzaam om ook in de wegsleepverordening de artikelen over de bewaarplaats(en) van voertuigen en de kosten van overbrengen en bewaren van voertuigen (artikel 4) voor deze gevallen van overeenkomstige toepassing te verklaren.
Verordening In artikel artikel 170 e.v. WVW 1994 is het kader aangegeven waarbinnen het college van burgemeester en wethouders gebruik kan maken van zijn bevoegdheid tot het wegslepen van
14
2329691
voertuigen. Hoewel de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet is neergelegd, kan het college pas goed van deze bevoegdheid gebruikmaken wanneer de gemeenteraad in een verordening nadere regels heeft gesteld over de toepassing van deze bevoegdheid, zoals in artikel 173, tweede lid van de wet wordt voorgeschreven. In deze verordening dienen in elk geval regels te worden gesteld over: - de aanwijzing van de plaats(en) waar de weggesleepte voertuigen worden bewaard; - de berekening van de kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het wegslepen en bewaren van voertuigen; - de eventuele aanwijzing van wegen en weggedeelten waar op grond van artikel 170, eerste lid, onder c WVW 1994 voertuigen mogen worden weggesleept. Aangezien in artikel 173, tweede lid van de wet wordt aangegeven dat de nadere regels bij gemeentelijke verordening moeten worden vastgesteld, kunnen die hiervoor genoemde onderwerpen niet worden gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. De uitwerking van de nadere regels van de verordening kan wel door het college van burgemeester en wethouders geschieden (bijvoorbeeld door middel van beleidsregels).
Wegsleepwaardige overtredingen Zoals hiervoor reeds aangegeven mochten op grond van de bepalingen uit de oude WVW 1994 op de weg staande voertuigen alleen worden weggesleept in het belang van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van gehandicaptenparkeerplaatsen. In vele bestaande wegsleepregelingen van de burgemeester is concreet aangegeven in welke gevallen er sprake kan zijn van een wegsleepwaardige overtreding. Hiervoor is vaak aansluiting gezocht bij de delictsomschrijving uit de WVW 1994 of het RVV 1990. Zo'n aanpak kan uit praktisch oogpunt wellicht wenselijk zijn omdat degene die met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, direct uit de regeling kan afleiden of een voertuig mag worden weggesleept. Toch is bij het opstellen van de wegsleepverordening voor een andere aanpak gekozen. Enerzijds omdat een gemeente zichzelf nodeloos beperkingen kan opleggen wanneer in de
15
2329691
verordening zelf concreet wordt aangegeven welke wegsleepwaardige overtredingen worden onderscheiden. Op grond van het nieuwe artikel 170, eerste lid WVW 1994 kunnen immers voertuigen waarmee en een verkeersregel wordt overtreden en waarvan de verwijdering noodzakelijk is in verband met het belang van: a. de veiligheid of b. de vrijheid op de weg of c. het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen zonder meer worden weggesleept. Anderzijds omdat het gevaar bestaat dat de delictsomschrijving uit de wegenverkeerswetgeving en de wegsleepverordening niet naadloos op elkaar aansluiten. Wanneer dit geval is, bestaat er de kans dat de gemeente in eventuele bezwaar- en beroepsprocedures om formele redenen in het ongelijk wordt gesteld. Daarnaast geldt uiteraard ook dat zaken niet dubbel moeten worden geregeld Bovendien zou bij elke wijziging in de desbetreffende onderdelen van de wegenverkeerswetgeving ook de wegsleepverordening moeten worden aangepast. Om die redenen is ervoor gekozen om de delictsomschrijving niet in de verordening op te nemen, maar te volstaan met een wegsleepverordening waarin alleen zaken zijn geregeld die gemeenten aanvullen moeten en kunnen regelen.
Om gemeenten toch enig houvast te bieden bij de toepassing van de wegsleepverordening is door de VNG een lijst opgesteld waarin is aangegeven in welke concrete gevallen er sprake kan zijn van een wegsleepwaardige overtreding van de Wegenverkeerswetgeving. De lijst is als bijlage bij de Wegsleepverordening Steenbergen, 2003 gevoegd. Tot slot wordt nog gewezen op het bepaalde in artikel 170, zesde lid WVW 1994. Hierin wordt bepaald dat een voertuig niet kan worden weggesleept indien de rechthebbende het voertuig verwijdert voordat met de overbrenging wordt begonnen. In de wet wordt niet expliciet aangegeven wanneer met de overbrenging wordt begonnen. In de dagelijks praktijk wordt ervan uitgegaan dat pas met de overbrenging wordt begonnen wanneer het voertuig zich in de takels van het wegsleepvoertuig bevindt. Indien de
16
2329691
rechthebbende zich eerder bij zijn voertuig meldt, mag het voertuig niet meer worden weggesleept. Wel zal de rechthebbende alle aan de voorbereiding van de overbrenging verbonden kosten dienen te vergoeden, waarbij met name kan worden gedacht aan de voorrijkosten van het sleepvoertuig en administratieve kosten. Toelichting: de toelichting op de wegsleepverordening komt uit het model van de VNG. Dit model is voor het laatst gewijzigd in 2005. De inhoud van de toelichting is ongewijzigd gebleven in de voorgestelde aanpassing t.o.v. de wegsleepverordening van de gemeente Steenbergen uit 2003. Er zijn enkel aanpassingen doorgevoerd in de opmaak en volgorde van de tekst. Ook zijn er dubbelingen uitgehaald: in de toelichting op de wegsleepverordening uit 2003 werden de artikelen in de toelichting eerst weer opgesomd waar daarna pas de toelichting volgde. De artikelen an sich zijn er nu uitgehaald. De toelichting is nu overzichtelijker en beter leesbaar t.o.v. de vorige.
17