CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Gedragscode Integriteit en Ondermijning.pdf

Besluitvormende Vergadering 11 december 2025, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 06.: Gedragscode integriteit gemeenteraad Steenbergen 2025.10.973 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De met het onderzoek gemoeide kosten;

g) Afspraken over het gebruik van de in te zetten onderzoeksmethoden; h) Afspraken over het voorleggen van de bevindingen aan het betrokken raadslid en het vastleggen van diens reactie daarop; i)

Afspraken over vertrouwelijkheid van het onderzoeksrapport en de daarvan verbonden stukken;

j)

Afspraken over eigendom van het onderzoeksrapport en de bevoegdheid tot gebruik daarvan in onder meer juridische procedures.

Artikel 7 : Hoorplicht 1. Gedurende het onderzoek worden het betrokken raadslid en eventuele andere betrokken personen gehoord. 2. Het horen gebeurt door de burgemeester in aanwezigheid van de griffier, of door minimaal twee van de aangewezen personen zoals genoemd in artikel 4 lid 4, dan wel door de externe partij. 3. Voordat het gesprek plaatsvindt, worden het betrokken raadslid en overige te horen personen op de hoogte gesteld van de aard en het doel van het gesprek en van het recht zich te laten bijstaan door een raadsman, vertrouwenspersoon of belangenbehartiger. 4. Van het horen wordt een verslag gemaakt, dat wordt voorgelegd aan betrokken personen voor akkoord of voor gezien.

Artikel 8 : Onderzoeksrapport 1. De burgemeester laat een onderzoeksrapport opstellen waarin hij alle bevindingen neerlegt. 2. In het onderzoeksrapport komen in ieder geval de volgende aspecten aan de orde: a) De aanleiding van het onderzoek en de onderzoeksopdracht met eventuele uitbreidingen, mocht dit tijdens het onderzoek noodzakelijk zijn gebleken;

34

b) De gebruikte onderzoeksmethoden, waarbij helder naar voren wordt gebracht wat de uitgangspunten voor het onderzoek geweest zijn en welke feiten en omstandigheden hierbij een rol hebben gespeeld; c)

Relevante regelgeving;

d) De bevindingen. 3. In het onderzoeksrapport wordt geoordeeld of het betrokken raadslid de gedragscode heeft overtreden, en daarom al dan niet integer heeft gehandeld.

Artikel 9 : Reactie van het betrokken raadslid op het onderzoeksrapport 1. Het betrokken raadslid wordt in de gelegenheid gesteld zijn oordeel te vormen over de bevindingen van het onderzoek. 2. Het betrokken raadslid krijgt twee weken de tijd om schriftelijk te reageren op het onderzoeksrapport. De burgemeester kan om moverende redenen deze termijn éénmaal verlengen. 3. Het betrokken raadslid kan zich hierin laten bijstaan door een raadsman of een andere persoon naar keuze. 4. Het betrokken raadslid heeft het recht op inzage in de onderliggende stukken, tenzij zwaarwegende belangen zich hiertegen verzetten. 5. De burgemeester beoordeelt de reactie van het betrokken raadslid en besluit of en op welke wijze het onderzoeksrapport wordt aangepast. 6. De reactie van het betrokken raadslid op de onderzoeksbevindingen wordt opgenomen in een bijlage van het onderzoeksrapport.

Artikel 10 : Bespreking onderzoeksrapport 1. De burgemeester bespreekt het onderzoeksrapport in het seniorenconvent. 2. Mede op basis van het onderzoeksrapport en het seniorenconvent gehoord hebbende, besluit de burgemeester of en op welke wijze het rapport gedeeld wordt met de gemeenteraad. 3. De betrokkene is zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van de uitkomsten van het onderzoek en neemt (al dan niet in overleg met de fractie waartoe de betrokkene behoort) de consequenties die hierbij passend zijn.

35

Artikel 11 : Communicatie 1. De burgemeester draagt samen met de griffier zorg voor de interne en externe communicatie. 2. Voor de interne en externe communicatie worden de verschillende belangen, onder meer het belang van het onderzoek, de aard en omvang van het onderzoek, het belang van het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en het belang van transparantie, nauwkeurig afgewogen.

Artikel 12 : Aangifte 1. Als er op enig moment een vermoeden is van een strafbaar feit kan de burgemeester na overleg met het seniorenconvent aangifte doen bij de politie. De burgemeester informeert de raad over de aangifte, tenzij het OM aangeeft dat dat in het kader van het onderzoek (nog) niet wenselijk is. 2. Vanaf dat moment wordt alle beschikbare informatie voorgelegd aan de met opsporing belaste instantie. 3. Het bestaan van een strafrechtelijk onderzoek naar een strafbaar feit laat onverlet dat de voorzitter van de raad een vooronderzoek of integriteitsonderzoek kan instellen of een civielrechtelijke procedure tegen de betrokkene kan instellen.

Artikel 13 : Vermoeden opzettelijk valse beschuldiging 1. Als er op enig moment een vermoeden is van een opzettelijke valse beschuldiging doet de voorzitter van de raad, indien naar zijn oordeel sprake is van een strafbaar feit, aangifte bij de politie. 2. De gemeente kan bij een vermoeden van een opzettelijke valse beschuldiging de betreffende melder aansprakelijk stellen voor eventuele door de gemeente geleden schade.

Artikel 14 : Archivering 1. De griffier draagt er zorg voor dat de melding, het rapport van het (voor)onderzoek en de overige onderzoeksdocumenten in een verzegelde envelop worden overgebracht naar de archiefbewaarplaats, aangewezen door de gemeenteraad op grond van artikel 31 van de Archiefwet. 2. Deze documenten worden als ‘geheim’ gerubriceerd.

Artikel 15 : Inwerkingtreding De gedragscode en het protocol treedt direct in werking nadat is deze vastgesteld door de gemeenteraad.

36

Artikel 16 : Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Onderzoeksprotocol integriteit gemeenteraad Steenbergen 2025.

Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Steenbergen van 11 december 2025

De griffier,

De voorzitter,

R.A.J. Defilet, MA

R.P. van den Belt, MBA

37

Bijlage B : Algemene beginselen van behoorlijk bestuur In het bestuursrecht is sprake van een algemene set geschreven en ongeschreven spelregels waaraan de overheid geacht wordt zich te houden. Deze spelregels worden de algemene beginselen van behoorlijk bestuur genoemd. Deze beginselen en spelregels vormen een vaste set met regels die de overheid moet volgen bij het nemen van beslissingen. Deze regels zijn vastgesteld om de burger te beschermen tegen willekeur en machtsmisbruik door de overheid. Als de overheid niet aan de regels voldoet kunnen burgers en bedrijven daar bezwaar tegen maken. Ze moeten wel aantonen dat de overheid zich niet aan de beginselen houdt. De rechter gebruikt de Algemene beginselen van behoorlijk bestuur om te toetsen of de overheid het goed heeft gedaan. De rechter kan besluiten dat een genomen besluit van de gemeenteraad op onjuiste gronden is genomen en bepalen dat een nieuw besluit genomen moet worden. 1. Proces van voorbereiding en besluitvorming A. Zorgvuldige voorbereiding Bij de voorbereiding van een besluit moet het bevoegd gezag alle relevante factoren en omstandigheden opsporen. Deze moeten allemaal meespelen bij het nemen van de beslissing. Het bevoegd gezag moet de feiten en de belangen weten. Dit staat in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Nadat het bevoegd gezag alle feiten en belangen kent weegt ze de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af. De rechter kan bij tekortkoming opdragen alsnog meer de feiten en belangen te onderzoeken. Daarna moet het bevoegd gezag een nieuw besluit nemen. B. Fair play beginsel (verbod op vooringenomenheid of willekeur) Het bevoegd gezag besluit zonder vooringenomenheid of partijdigheid. Het bevoegd gezag mag de burger geen mogelijkheden om voor zijn belang op te komen ontnemen. Dit mag ook niet door een overigens volgens de letter van de wet toegestane handelswijze. Het bevoegd gezag moet elke schijn van partijdigheid vermijden. C. Verbod op détournement de procedure Het bevoegd gezag mag geen besluit nemen met een procedure die niet voor dit besluit bestemd is. Het mag ook geen besluit nemen met gebruik van een procedure, die niet past bij het besluit. De gebruikte procedure moet kloppen met de wet. 2. Motivering en inrichting van besluiten A. Motiveringsbeginsel Een besluit rust op een draagkrachtige motivering. De motivering moet het besluit dragen en moet het besluit kunnen verklaren. De feiten moeten kloppen en de motivering moet logisch en begrijpelijk zijn. B. Rechtszekerheidsbeginsel De procedures moeten zo zijn opgeschreven dat ze duidelijk zijn voor de burger. Procedures mogen dus niet zo zijn dat iemand ze op verschillende manieren kan uitleggen.

Ook mag de overheid niet achteraf een procedure aanpassen.

38

3. Inhoud van besluiten A. Rechtszekerheid- en vertrouwensbeginsel Dit beschermt de burger tegen onzekerheid en tegen willekeur van de kant van de overheid. Iemands rechtspositie moet voldoende veilig zijn. Op onverwachte, onberekenbare, wijze aantasten van iemands rechtspositie mag niet. Dit betekent vooral dat het bevoegd gezag het geldende recht toepast. Een bestuursorgaan mag besluiten niet met terugwerkende kracht wijzigen ten nadele van de betrokken burger. De wetgever mag geen wetten met terugwerkende kracht vaststellen. Het vertrouwensbeginsel verlangt dat bestuursorganen gewekt vertrouwen niet mogen beschamen. Door uitspraken van de overheid kunnen verwachtingen gewekt worden bij inwoners. Die verwachtingen moet de overheid daarna waar maken. Het vertrouwen moet wel gerechtvaardigd zijn. B. Gelijkheidsbeginsel Gelijke gevallen worden gelijk behandeld en ongelijke gevallen ongelijk naar de mate waarin zij verschillen. Dit volgt uit C. Verbod van détournement de pouvoir (verbod op misbruik van bevoegdheid) Het verbod van détournement de pouvoir, ook wel bekend als misbruik van bevoegdheid, is een juridisch principe dat stelt dat een overheidsinstantie haar bevoegdheden niet mag gebruiken voor een ander doel dan waarvoor ze oorspronkelijk bedoeld waren. Dit principe is een belangrijk onderdeel van het bestuursrecht.

Bijvoorbeeld: de gemeenteraad is bevoegd om bindend advies te geven bij afwijkingen van het omgevingsplan. Deze bevoegdheid heeft de gemeenteraad om het geheel van de stedelijke ontwikkeling en goede ruimtelijke ontwikkeling in de gaten te houden. Op het moment dat de gemeenteraad een negatief bindend advies geeft, omdat de initiatiefnemer van het plan kritiek heeft geuit op de gemeente, dan kan dit als argument aangevoerd bij de rechter. D. Materiële zorgvuldigheid Overheidsmaatregelen mogen zo min mogelijk schade veroorzaken. Het is soms onvermijdelijk dat belangen van individuen schade ondervinden door maatregelen voor het algemeen belang. Het bestuursorgaan moet alle relevante factoren in de besluitvorming betrekken. E. Evenredigheidsbeginsel Dit beginsel kijkt naar de gevolgen van een besluit. Uit een besluit kunnen lasten voortvloeien. Deze mogen niet onevenredig zwaar zijn in vergelijking met het belang dat het besluit dient. De verhouding tussen het effect en het middel moet in balans zijn. Als een besluit van de overheid voor iemand onevenredig nadelig is dan moet de overheid dit nadeel goed maken. Dit kan door iets in ruil voor het nadeel terug te geven. De overheid kan hier ook een vergoeding voor geven.

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1784/documents/22020