Bomenbeleid - Zakelijk verslag van de informatieavond van 6 januari 2026.pdf
Tekst van het document
Zakelijk verslag van de informatieavond van 6 januari 2026 Voorzitter Edwin Maas Aanwezig Tineke Feskens Cees van Agtmaal Mitchell Rijshouwer Lidia Uijtdewilligen Joop Stoeldraijer Ko Brooijmans Bas van Opdorp Bomenbeleidsplan Feskens: Heeft de enquête zijn doel gehaald, ook in verband met de hoeveelheid reacties? De enquête is breed uitgezet, zodat iedereen de mogelijkheid had om te reageren. Daarmee is het doel, het ophalen van meningen en aandachtspunten, bereikt. Met circa 100 reacties is de respons voor een enquête van deze omvang en vanuit deze gemeente gemiddeld en voldoende om signalen en trends te duiden. Uijtdewilligen: Zaten er agrariërs in de klankbordgroep? In de klankbordgroep was BoerenNatuur vertegenwoordigd. Er waren geen individuele lokale agrariërs aanwezig. Bij de samenstelling van een klankbordgroep kiezen we er doorgaans voor om te werken met organisaties die een bredere groep inwoners of ondernemers vertegenwoordigen. Van Opdorp: In 2050 willen we de 3 30 300 regel halen. Is er ook een route daarnaartoe? De uitvoering vindt gefaseerd plaats, met duidelijke prioriteiten. We richten ons in eerste instantie op belangrijke loop- en fietsroutes, speelplekken en kansrijke locaties (zie het beleidsplan). Op deze plekken streven we ernaar om eerder te voldoen aan de 3-30-300-regel.
In het uitvoeringsprogramma zijn daarnaast onderzoeken opgenomen om deze ambitie verder te onderbouwen en om aanvullende prioriteiten en kansen te bepalen. Van Opdorp: Is er een kaart waarop staat welke fietsroutes bijvoorbeeld op de planning staan? Nee, in het plan is geen kaart opgenomen met specifieke fietsroutes. In het uitvoeringsprogramma zijn wel de acties en onderzoeken opgenomen om te bepalen waar prioriteit ligt, waaronder het in beeld brengen van kansrijke loop- en fietsroutes voor aanplant in het kader van de 3-30-300-ambitie. Daarbij wordt gebruikgemaakt van bestaande interne informatie. Uijtdewilligen: Zorgt deze hoge ambitie ervoor dat bepaalde nieuwe ontwikkelingen, zoals een randweg of nieuwe wijk, lastiger of niet gerealiseerd kunnen worden? Nee, de ambitie maakt ontwikkelingen niet onmogelijk. Wel vraagt zij om een zorgvuldige afweging. Als bij een nieuwe ontwikkeling een boom met een bepaalde klassering wordt geraakt, is een vergunning nodig en moet worden gemotiveerd waarom ingrijpen noodzakelijk is en waarom ingrijpen valt onder een geldige reden. Die afweging en de bijbehorende criteria (zoals herplant) zijn vastgelegd in het beleidsplan. Stoeldraijer: Is er een verschil tussen uitheemse bomen uit bijvoorbeeld België of de VS?
Het onderscheid zit niet zozeer in het land van herkomst, maar in de eigenschappen van de boomsoort. We werken met een lijst van uitheemse bomen die niet invasief zijn en die, bijvoorbeeld doordat ze nauw verwant zijn aan inheemse soorten en beter bestand zijn tegen een warmer klimaat, hier goed kunnen functioneren. De afweging is gebaseerd op invasiviteit, bijdrage aan biodiversiteit en klimaatbestendigheid, niet op het specifieke land waar de soort vandaan komt. Feskens: Is een uitheemse boom veel slechter dan een inheemse boom? Inheemse bomen zijn over het algemeen waardevoller voor de biodiversiteit, omdat veel insecten en andere soorten sterk aan deze bomen zijn aangepast. Uitheemse bomen leveren meestal minder ecologische waarde, al geldt dat niet voor alle soorten en kan bij langer gevestigde soorten gedeeltelijke aanpassing optreden. Tegelijkertijd spelen klimaatbestendigheid en toekomstwaarde een steeds grotere rol. Daarom kiezen we primair voor inheemse soorten en vullen we dit waar nodig aan met nauw verwante, klimaatbestendige soorten uit Zuid-Europa, bijvoorbeeld eikensoorten die beter bestand zijn tegen hogere temperaturen, ook al leveren die iets minder biodiversiteitswaarde. Uijtdewilligen: Geldt een nieuwe woonwijk in de regel als een groot gemeenschappelijk belang, zoals bedoeld bij klasse II? Nee.
Woningbouw op zichzelf is daarvoor niet voldoende; zie ook de toelichting groot gemeenschappelijk belang bij klasse II bomen. Voor Klasse I bomen is alleen ziekte of groot gevaarzetting een geldige reden. Rijshouwer: Is de monumentale bomenlijst up to date? Ja. Als dit beleidsplan wordt vastgesteld zetten we een uitvraag uit voor nieuwe bomen aan te melden. Dan kan iedereen een monumentale boom aanmelden en kunnen we de lijst uitbreiden. Deze bomen moeten voldoen aan de beoordelingscriteria. Dit is een puntensysteem. Uijtdewilligen: Kan een eigenaar bezwaar/beroep indienen tegen een klassement van een boom op eigen terrein? Ja dat kan. Brooijmans: Zijn er creatieve oplossingen mogelijk om de spanning tussen bomen en parkeren op te lossen? Dat is deels een politieke keuze, omdat er parkeernormen zijn vastgesteld waar we ons aan moeten houden. Maar er zijn zeker creatieve oplossingen te bedenken. Die zullen per straat verschillen. Brooijmans: Zijn er oplossingen voor de wortels van bomen die zorgen dat fietspaden verslechteren? Er zijn inmiddels verschillende oplossingen om wortelopdruk bij fietspaden te beperken. Denk aan het toepassen van wortelgeleiding, groeiplaatsverbetering, voldoende ondergrondse ruimte en waar nodig het aanpassen van de verhardingsconstructie.
Bij nieuwe aanplant hanteren we daarnaast het principe ‘de juiste boom op de juiste plek’, om toekomstige problemen te voorkomen. De ontwikkelingen op dit gebied gaan door en bieden steeds meer mogelijkheden. Van Opdorp: Is dit bomenbeleid en zijn de ambities verplicht of wenselijk? Dit is voor een groot deel wettelijk verplicht. De Natuurherstelwet zegt bijvoorbeeld dat ons boomkroonvolume in 2030 niet minder mag zijn dan in 2024. Dat betekent dat we ons huidig bomenbestand moeten beschermen. Een boomkroonvolume kun je niet snel compenseren, omdat het bijvoorbeeld 50 jaar kost om een boomkroonvolume van een boom van 50 jaar te herstellen. Er
zijn wel opties met bomen die iets sneller groeien, maar dan nog spreken we over een langere periode voor dit is hersteld.