CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Was-wordt tabel APV 2024 2424066.pdf

Besluitvormende Vergadering 30 januari 2025, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 07.: Wijziging APV 2024.13.212 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

25 alinea's met “sluiting”: 98 99 100 101 102 103 104 105 111 112 114 115 131 173 176 178 181 229 230 234 235 236 237 258 259

a. aanwezig te hebben;

a. aanwezig te hebben;

b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels; of

b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels; of

c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven; of d. te voeren. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats, ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.

c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven; of d. te voeren. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats, ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.

Toelichting: tekstuele wijziging.

Artikel 2:71 (artikel I, onderdeel Y, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: WAS

WORDT

Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Toelichting ‘wijziging definitie vuurwerk’: Hoewel voor de definitie van consumentenvuurwerk gebruik is gemaakt van de formulering in het Vuurwerkbesluit zoals dat wordt gewijzigd bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet en bij het besluit van 20 juni 2022 (Stb. 2022, 291; herinvoering van het begrip), is het vermelden van de vuurwerkcategorieën overbodig. Zo valt bijvoorbeeld categorie F3 volgens de ministeriële Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk sinds 2020 al niet meer onder vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld aan particulieren. Het voorstel is derhalve om de definitie, zoals in bovengenoemde tabel benoemd, neutraler te formuleren.

Artikel 2:78 (artikel I, onderdeel Z, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: WAS Artikel 2:78 Gebiedsontzegging

WORDT

WAS

WORDT

1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verrichten een bevel geven zich gedurende ten hoogste 14 dagen niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 14 dagen in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste vier weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste vier weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

3. Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.

3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.

4. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.

4. Het is verboden te handelen in strijd met een k rachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod. 5. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artik el 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Er zijn drie voorgestelde wijzigingen als het gaat om art. 2:78, de ‘gebiedsontzegging’: 1: Redactionele wijziging inzake bepaling gebiedsontzegging (art. 2:78): Het betreft juridisch-technische en redactionele wijzigingen (zoals: ‘bevel’ wordt ‘besluit tot opleggen’ en i.p.v ‘op te houden‘: aanwezig te zijn’). 2: Toevoeging strafbaarstelling overtreding gebiedsontzegging i.v.m. koppelen feitcode OM (lid 4 nieuw): De Commissie Feiten en Tarieven van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) is bereid om een feitcode aan overtreding van de gebiedsontzegging te koppelen als dat in dit artikel expliciet is geregeld. Door het nieuwe vierde lid in combinatie met strafbaarstelling in artikel 6:1 model-APV is het mogelijk om een boete op te leggen aan degene die een gebiedsontzegging overtreedt. Voor het afdoen met een feitcode moet er in het proces-verbaal ook een kaart van het desbetreffende gebied worden meegestuurd. Er zal namelijk getoetst moeten worden of de ontzegging in persoon is uitgereikt en of het gebied waarop de ontzegging ziet, duidelijk kenbaar is gemaakt.

3: Voorrangsbepaling OvJ bevoegdheid gedragsaanwijzing (lid 5 nieuw): Als iemand de openbare verstoort, kan er overlap ontstaan tussen de bevoegdheid van de officier van justitie om met een gedragsaanwijzing op grond van artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a van het Wetboek van Strafvordering op te treden en de bevoegdheid van de burgemeester om op grond van deze bepaling met een gebiedsontzegging op te treden. Het vierde lid geeft voorrang aan een gedragsaanwijzing door de officier van justitie boven een gebiedsontzegging door de burgemeester. Hiermee wordt voorkomen dat een gebiedsontzegging door de burgemeester op grond van de APV (lagere regelgeving) een gedragsaanwijzing door de officier van justitie op grond van artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a van het Wetboek van Strafvordering (hogere regelgeving) doorkruist.

Artikel 2:80 (artikel I, onderdeel AA, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: WAS

WORDT

Artikel 2:80 Sluiting voor publiek toegankelijke gebouwen en/of erven

Artikel 2:80 Sluiting voor publiek openstaand gebouw en/of bijbehorend erf

WAS

WORDT

1. De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten, als daar: a. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend of b. is gehandeld in strijd met artikel 1 van de Wet op de kansspelen of c. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen of d. zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die naar het oordeel van de burgemeester de vrees wettigen dat het geopend blijven van het voor publiek toegankelijk gebouw of het bij dat gebouw behorende erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid.

1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw en/of een bij dat gebouw behorend erf.

2. Onverminderde hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang tot het gebouw of het erf; 3. De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht. 4. Het is de rechthebbende op het gebouw en/of erf verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, daarin bezoekers toe te laten of te verblijven. 5. Het is eenieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf als bezoeker te verblijven; 6. De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen. 7. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet

2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet. 3. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw en/of het bij dat gebouw behorende erf. 4. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 5. Het is verboden een gesloten gebouw en/of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester. 6. De burgemeester k an een sluiting opheffen als later bek end geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

Toelichting: het is voor het eerst dat de VNG dit artikel opneemt in haar model. Gemeente Steenbergen had art. 2:80 al in de APV staan. Het huidige artikel 2:80 en het nieuwe artikel 2:80 (model VNG) zijn vergelijkbaar qua opzet en grotendeels qua juridische reikwijdte. De reikwijdte van art. 2:80 lid 1 nieuw is iets breder geformuleerd dan het huidige art. 2:80 lid 1 sub d: 2.80 lid 1 nieuw: De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw en/of een bij dat gebouw behorend erf. 2.80 lid 1 sub d oud: De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten, als daar zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die naar het oordeel van de burgemeester de vrees wettigen dat het geopend blijven van het voor publiek toegankelijk gebouw of het bij dat gebouw behorende erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid. Naast een iets bredere reikwijdte wordt óók geadviseerd om aan te sluiten bij het VNG-model vanwege het feit dat het artikel in relatie tot art.

2:81 APV staat. Dat artikel is in deze actualisering ook overgenomen vanuit het VNG-model.

Hoofdstuk 3 (artikel I, onderdeel AB, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: WAS

WORDT

HOOFDSTUK 3. REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN

Hoofdstuk 3. Regulering prostitutie, sek sbranche en aanverwante onderwerpen

Artikel 4:3 (artikel I, onderdeel AC, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: WAS Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2:19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

WORDT

2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding.

3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding.

4. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.

4. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.

1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2:19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

WAS

WORDT

5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.

5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.

6. Tenminste drie werkdagen voor de aanvang van de festiviteit stelt de houder van de inrichting de direct omwonenden daarvan in kennis.

6. Tijdens het van toepassing zijn van een incidentele festiviteit, mag het geluidsniveau, veroorzaakt door de inrichting, niet meer bedragen dan de waarde, die is opgenomen in de tabel onder 4:2 lid 6.

7. Tijdens het van toepassing zijn van een incidentele festiviteit, mag het geluidsniveau, veroorzaakt door de inrichting, niet meer bedragen dan de waarde, die is opgenomen in de tabel onder 4:2 lid 6. 8. De geluidsnorm als bedoeld in het zevende lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB (A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 9. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 - uiterlijk om op de voor de horecainrichting geldende sluitingstijd als bedoeld in de artikelen 2:29 en 2:30 beëindigd.

7. De geluidsnorm als bedoeld in het zevende lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB (A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 - uiterlijk om op de voor de horeca-inrichting geldende sluitingstijd als bedoeld in de artikelen 2:29 en 2:30 beëindigd.

Toelichting lid 6: in de praktijk is gebleken dat dit niet controleerbaar en dus niet handhaafbaar is. Regels moeten alleen worden vastgesteld als het handhaafbaar is. Daarom is het voorstel om dit eruit te halen. In het kader van participatie wordt het echter wel als tip meegegeven aan de ondernemers.

Artikel 4:13 (artikel I, onderdeel AD, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: WAS Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke

WORDT

WAS

WORDT

1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:

1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:

a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;

a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;

b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;

b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;

c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of

c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of

d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.

d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.

2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.

2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.

3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

Toelichting: tekstuele wijziging.

Artikel 5:10 (artikel I, onderdeel AE, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: WAS

WORDT

Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan 1. Het is verboden een voertuig te parkeren of laten stilstaan op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. 2. Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam.

[vervallen]

Toelichting: Dit artikel is in strijd met hogere wetgeving. Voorstel: dit artikel laten vervallen. Zowel het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) als het ministerie van Verkeer en Waterstaat vinden dat de bepaling in strijd is met hogere regelgeving, namelijk artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) (Deze bestuurders en voetgangers die een aanhangwagen voortbewegen die kennelijk bestemd is om door een motorvoertuig te worden voortbewogen, mogen voor het parkeren van hun voertuig tevens andere weggedeelten gebruiken, behalve het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of het ruiterpad): In verband hiermee is feitelijke handhaving/strafbaarstelling onmogelijk en is de bepaling een dode letter.

Artikel 5:12 (artikel I, onderdeel AF, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: WAS

WORDT

Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfietsen 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.

2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.

Toelichting: tekstuele wijziging.

Artikel 5:24, vierde lid (artikel I, onderdeel AG, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: WAS

WORDT

Artikel 5:24, vierde lid, Voorwerpen op, in of boven openbaar water 4. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, de Woonschepenverordening, de Havenverordening, de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

4. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

Toelichting: deze verordeningen hebben wij niet meer, vandaar dat deze eruit mogen worden gehaald.

‘Toelichting op de Algemene plaatselijke verordening 2016 (APV)’ (artikel I, onderdeel AH, van het wijzigingsbesluit): WAS

WORDT

Toelichting op de Algemene plaatselijke verordening 2016 (APV) Toelichting: de toelichting op de Algemene plaatselijke verordening 2016 (hierna te noemen: de toelichting) is een algemene toelichting die bedoeld is om vanuit het college de raad te informeren. Dit is niet noodzakelijk als verduidelijking van de artikelen benoemd in de APV voor de inwoners, aangezien de artikelen worden geacht duidelijk genoeg te zijn. Om die reden kan de toelichting komen te vervallen . Toelichting is meer voor interne kennisneming. Als

de toelichting vastgesteld wordt, maakt het ook onderdeel uit van de APV. Als de APV wijzigt, dan ook toelichting. De tekst van de APV is leidend dus zonder toelichting wordt er geen risico gelopen op onduidelijkheid voor de inwoners.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1750/documents/20789