Bijlage Ontwerpbegroting 2025 RBL West-Brabant 2419664.pdf
Tekst van het document
Ontwerpbegroting 2025 RBL West-Brabant Regionaal Bureau Leren 1 januari 2025 – 31 december 2025
Beoogde vaststelling door het bestuur van RBL West-Brabant op 2 oktober 2024
Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
Inhoudsopgave A.
Beleidsbegroting .............................................................................................................................................. 3 1.
Inleiding ...................................................................................................................................................... 3
3.
Paragrafen ................................................................................................................................................ 14
4.
Samenvatting van de financiële effecten bij de begroting 2025 .............................................................. 16
B.
Financiële begroting 2025 ............................................................................................................................. 17 5.
Begrote balans per 31 december ............................................................................................................. 17
Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
|2
A. Beleidsbegroting 1. Inleiding Voor u ligt de begroting voor 2025 van Regionaal Bureau Leren (RBL) West-Brabant met een meerjarige doorkijk. RBL West-Brabant De Gemeenschappelijke Regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten is beter bekend onder de naam Regionaal Bureau Leren (RBL) West-Brabant. In onze regio werken we met zestien gemeenten nauw samen aan het voorkomen en terugdringen van verzuim en schooluitval. Met een sterk team van bevlogen medewerkers van heel de RBL-regio maken wij ons hard voor de ontwikkeling van de West-Brabantse jongeren. En zetten wij ons elke dag in om te bereiken dat iedere West-Brabantse jongere op een passende school zit, een start kwalificatie heeft, of begeleid is naar de voor hem hoogst haalbare startpositie in de maatschappij. Wij willen iedere jongere de kans geven om zich optimaal voor te bereiden op zijn of haar toekomst. Daarbij trekken we zoveel mogelijk samen op met de scholen en netwerkpartners in de regio. Deze begroting staat in het teken van de basis op orde. Een proces wat in 2024 is ingezet en verder zal worden ingebed in 2025. Doorontwikkeling van de Gemeenschappelijke Regeling Begin 2024 zijn de gemeenteraden geïnformeerd dat RBL geen Kaderbrief 2025 kon opleveren, gezien het nog lopende keuzeproces in de Doorontwikkeling RBL.
Op dat moment was het voornemen van het bestuur om nieuw beleid voor RBL te ontwikkelen en dit via een raadsvoorstel voor te leggen aan de gemeenteraden. Inmiddels is dit, mede door de bredere financiële uitdagingen waar gemeenten zich voor gesteld zien, niet meer actueel. Het RBL bestuur heeft in april 2024 besloten om het RBL (niveau 2) te faciliteren (conform de Ingradonorm) om de basis wettelijke taken uit te kunnen voeren. Werken vanuit de Methodische Aanpak Schoolverzuim vormt hiervoor de basis. RBL wordt gefaciliteerd om deze basistaak uit te voeren. Via de eerste begrotingswijziging 2024 is deze keuze voor een zienswijze aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten voorgelegd. Deze begroting 2025 bouwt voort op deze keuze. Onderdeel van de doorontwikkeling is tevens dat de governance van het RBL wordt herijkt. De verwachting is dat hier geen grote financiële wijzigingen uit voort komen. Onderdeel van deze herijking is dat er opnieuw naar de verdeelsystematiek gekeken wordt. Als hier een andere keuze wordt gemaakt kan dit leiden tot een verschuiving in de verdeling van de bijdragen tussen de gemeenten. Veranderende samenstelling van de deelnemende gemeente aan de GR De niveau 2a gemeenten (Etten-Leur, Rucphen, Zundert) hebben aangegeven dat zij in 2025 hun dienstverleningsniveau willen afschalen naar niveau 1.
In deze concept begroting is voor deze afschaling het begin van schooljaar 2025/2026 (1 augustus 2025) aangehouden. In overleg met de 2a gemeenten worden de frictiekosten van deze afschaling in beeld gebracht waarbij het uitgangspunt is dat de frictiekosten ten laste komen van de afschalende gemeenten. Deze frictiekosten zijn hierom nog niet opgenomen in deze begroting. Nieuwe wet “van school naar duurzaam werk” Halverwege 2025 wordt naar verwachting de nieuwe wet “Van school naar duurzaam werk” van kracht. Op het moment van het opstellen van deze concept begroting is nog niet helder hoe deze wet er precies uit gaat zien. Wat we wel weten is dat de doelgroep van de doorstroomcoaches uitgebreid wordt naar jongeren tot 27 jaar in plaats van jongeren tot 23 jaar zoals nu het geval is. Ook verandert de rol van doorstroomcoach van regievoerder naar begeleider. In 2024 experimenteren we met de invulling van deze rol binnen de VSV-projecten. In 2025 worden, nadat de wet is gewijzigd, de inzichten vanuit de regio brede projecten gebundeld en de werkzame elementen geïmplementeerd in de reguliere werkwijze. Wat de financiële consequentie van deze wet is wordt in het derde Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
|3
kwartaal van 2024 helder. Hierdoor is het niet mogelijk om deze alvast mee te nemen in deze (concept) begroting voor 2025. Zodra er duidelijkheid is over de reikwijdte van deze wet, zowel op inhoud als financieel, wordt deze door middel van een begrotingswijziging voorgelegd. Voortijdig Schoolverlaten De projecten onder het regionale programma Voortijdig Schoolverlaten (VSV) 2021-2025 lopen nog door tot en met augustus 2025. Dan start een nieuw regionaal programma waarvoor nieuwe aanvragen kunnen worden ingediend. Binden, boeien en behouden De groei van het team in de huidige arbeidsmarkt vraagt om strategische personeelsplanning. Het is meer dan ooit van belang om zorg te dragen voor een goede begeleiding en de juiste zorg, aandacht en ontwikkelkansen. De veranderende rol van de leerplichtambtenaar en doorstroomcoach vragen om andere talenten en competenties. In 2024 hebben we hierop ingezet en we zetten dit in 2025 onverminderd voort. Lerende organisatie De maatschappelijke context van het werkveld waarbinnen het RBL werkzaam is sterk veranderd. De vraagstukken van nu zijn anders dan die van 5 jaar geleden. Om hierin mee te bewegen en te groeien, is het van belang dat we leren van de praktijk en ons werk daarop aanpassen. Hiertoe richten we op verschillende regionale processen een PDCA (Plan-Do-Check-Act) in.
We starten met het updaten van werkprocessen en werkinstructies en gaan vervolgens op basis van steekproeven en interviews monitoren (checken) hoe dit in de praktijk uitpakt en welke toegevoegde waarde we hiervan zien. Op basis van de informatie uit de steekproeven sturen we daar waar nodig bij. Casus overstijgende signalen worden verzameld en besproken met relevante ketenpartners om zo ook de ketensamenwerking te verbeteren en te versterken. We investeren in vakinhoudelijke kennis om de kwaliteit van onze dienstverlening op peil te houden. Financiën Wij volgen in basis de regionale financiële richtlijnen van de deelnemende gemeenten op. De indexering van de gemeentelijke bijdragen is gebaseerd op het prijsindexcijfers van de algemene prijsontwikkeling BBP (2025: 2,8%) en prijs overheidsconsumptie (beloning werknemers, 2025: 5,4%) uit de septembercirculaire 2023. Deze begroting 2025 is opgemaakt met een post onvoorzien en een opslag ziekteverzuim van 7% om tegemoet te komen aan de wens om reëel te begroten. De Begroting 2025 is opgesteld op een moment dat er verschillende onzekerheden zijn die voor een belangrijk deel hierboven uitgebreider besproken zijn: 1. Begrotingswijzinging 2024: In deze begroting zetten we de in de eerste begrotingswijziging van 2024 ingezette lijn voort.
Met de begrotingswijziging wordt vanaf medio 2024 de basis dienstverlening van RBL op orde gebracht. Op het moment van opstellen van de begroting 2025 ligt de begrotingswijziging voor bij de gemeenteraden voor een zienswijze. De begrotingswijziging is dus nog niet definitief vastgesteld. 2. Afschaling Niveau 2a: Het formele besluit van de niveau 2a gemeenten om de dienstverlening af te schalen naar Niveau 1 is op het moment van opstellen van deze begroting nog niet genomen. Er zijn daarom in deze begroting aannames gemaakt over het moment van afschaling (1 augustus 2025) en ook de exacte frictiekosten zijn nog niet in beeld. 3. Wet van School naar Duurzaam Werk: De consequenties van de komende Wet Van School naar Duurzaam Werk zijn nog niet niet helder (exact takenpakket, exacte financiele bijdrage vanuit het Rijk). De wet en de consequenties zijn daarom nog niet verwerkt. 4. Nieuw VSV-programma: Op het moment van opstellen van deze begroting wordt een deel van de huidige dienstverlening bekostigd uit regionale VSV-middelen. Het gaat hier om de Vangnetcoördinatoren PRO/VSO en VO/MBO, de NEET aanpak en On My Way. Het VSV programma loopt tot eind juli 2025. Het is nog niet duidelijk hoe het nieuwe meerjarige VSVprogramma eruit komt te zien. Deze (tijdelijke) programma’s worden bemensd door collega’s met een vast dienstverband.
Wij gaan er vooralsnog vanuit dat een voortzetting van de huidige Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
|4
projecten of nieuwe projecten uit het nieuwe VSV-programma gaan leiden tot dekking voor deze medewerkers. Begin 2025 zal hier meer duidelijkheid over zijn. Bovenstaande onzekerheden betekenen dat het aannemelijk is dat ook voor begrotingsjaar 2025 op enig moment een begrotingswijziging nodig zal zijn. Leeswijzer Deze begroting start met een samenvatting van de ambitie en speerpunten voor 2025. Daarna belichten wij onze bedrijfsvoering en delen wij de verplichte paragrafen van de begroting. Tot slot nemen wij u mee in de financiële effecten van deze begroting en geven wij een doorkijk naar de komende jaren, met meerjarenperspectief van de verwachte deelnemersbijdragen. Het Gemeenschappelijk Orgaan van de gemeenschappelijke regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten.
B E S L U I T: De begroting 2025 voor het Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten vast te stellen.
Dhr. A.M.A. van Drunen Voorzitter
Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
|5
2.
Programmaplan
2.1 Programmaplan De Gemeenschappelijke Regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten heeft als doel het behartigen van de belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de uitvoering van de Leerplichtwet 1969 en de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie Voortijdig Schoolverlaten. Het jaar 2025 wordt het veertiende kalenderjaar waarin de 16 West-Brabantse gemeenten met elkaar samenwerken binnen het Regionaal Bureau Leren West-Brabant. 2.2 Beleid en speerpunten 2025 RBL West-Brabant richt zich in 2025 op de volgende speerpunten en aandachtsgebieden: Speerpunt 1. Basis op orde Uit onderzoek in 2022 (Berenschot, in opdracht van Ingrado1 is gebleken dat de volgende ontwikkelingen van de afgelopen jaren tot meer benodigde formatie leiden: • Samenwerking in het sociaal domein is complexer geworden • Problematiek wordt zwaarder, wat zorgt voor meer complexe casuïstiek en langere doorlooptijden • Er zijn veel migratiestromen, wat tot lastige casussen en relatief veel administratie leidt • Gegevensdeling (privacy) is complex en kost tijd • De effecten van de coronapandemie zullen nog enkele jaren nadelig werken voor het uitvoeren van de leerplichttaken. Deze effecten samen hebben mogelijk ook een stapelingseffect (versterken elkaar).
Op basis van de nieuwe landelijke Ingrado-norm, blijkt dat we als regio op het gebied van formatie aan de onderkant van noodzakelijke bemensing zitten. Dit geldt zowel voor de taken die RBL voor alle 16 gemeenten uitvoert (niveau 1), als voor de uitvoering van de leerplichttaken voor de zeven niveau 2 gemeenten. De leerplichtambtenaren en doorstroomcoaches (RMC) die werkzaam zijn binnen het RBL voor de zeven niveau 2 gemeenten ervaren al jaren een te hoge werkdruk. Het onderzoek van Berenschot laat zien dat de huidige, minimale formatie in het RBL maar nauwelijks toereikend is om de minimale wettelijke taken uit te kunnen voeren. Daarbij is nog geen rekening gehouden met de benodigde beweging van leerplicht naar leerrecht. De gemeenten die hun uitvoerende leerplichttaken niet hebben ondergebracht in het RBL hebben hun formatie de afgelopen periode wel structureel uitgebreid, waardoor zij op dit moment een hoger basisdienstverleningsniveau kunnen realiseren dan in de niveau 2 gemeenten. Om voor onze jongeren in de zeven gemeenten (niveau 2) onze wettelijke taken tijdig op te kunnen pakken en een iets meer preventieve aanpak te bieden conform de MAS (Methodische Aanpak Schoolverzuim), is in de eerste begrotingswijziging 2024 aangegeven dat RBL vanaf augustus 2024 de basisformatie structureel op orde brengt.
Hiermee brengen we rust en ruimte in het uitvoeringspakket van de medewerkers van het RBL en stellen hen in staat om een takenpakket uit te voeren dat reëel werkbaar is en waar ruimte is voor een aantal preventieve taken zoals aanwezig zijn op scholen. Deze inzet om de basis op orde te brengen zetten we voort in 2025. Dit uitvoeringsniveau vormt de basis voor de begroting 2025. Door de basis op orde te brengen en te houden met een herzien takenpakket en formatie bij de uitvoeringsorganisatie RBL kunnen de zeven niveau 2 gemeenten
1
Ingrado is de landelijke vereniging voor leerplicht en doorstroompunt (RMC).
Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
|6
conform de Methodische Aanpak Schoolverzuim werken. De werkdruk wordt hiermee gedeeltelijk opgelost. Er is weer enige preventieve inzet mogelijk. Speerpunt 2. Thuiszitters Onze kerntaak binnen RBL West-Brabant is het uitvoeren van de Leerplichtwet en de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC) voor voortijdig schoolverlaten. Met een diploma op zak heeft een jongere een betere uitgangspositie in de samenleving dan zonder. Daarom proberen we schooluitval en verzuim zoveel mogelijk te voorkomen. Aandachtsgebied 2.1 Wettelijke thuiszitters We nemen actief deel aan het regionale thuiszitterspact en zetten daarbij in op het voorkomen van langdurig thuiszitten. Al bij zorgwekkend (nog niet wettelijk) verzuim gaan we met elkaar aan de slag waarin de leerplichtambtenaar meedenkt over een mogelijke oplossing. Preventieve inzet wordt vanuit het voorliggend veld en/of onderwijs vormgegeven. We beperken vrijstellingen op grond van artikel 5 lid a van de leerplichtwet (medische redenen) zo veel mogelijk. Aandachtsgebied 2.2 MAS-aanpak Schoolverzuim staat meestal niet op zichzelf, maar hangt vaak samen met achterliggende problematiek. Bij zorgwekkend schoolverzuim moeten leerlingen in de eerste plaats hulp krijgen. Dat is het uitgangspunt van de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS), een integrale aanpak met duidelijke routes, zodat we bij verzuim doen wat nodig is.
De methode beschrijft de stappen die we zetten voordat we handhavend optreden. In deze gezamenlijke aanpak (met scholen, de GGD en zorgpartners) zetten we primair in op het voorkomen van escalatie van verzuim en op vrijwillige jeugdhulp, met als doel om jongeren terug te leiden naar een passend onderwijsprogramma. De focus van de MAS ligt op preventie, het voorkomen van verzuim. Door de keuze om in de formatie de basis op orde te brengen zijn de mogelijkheden verruimd om in het team dat werkt voor de niveau 2 gemeenten, conform de MAS deze rol in te vullen. Uit landelijk onderzoek bleek in 2022 dat de MAS bijdraagt aan minder justitieel ingrijpen en meer hulpverlening. Maar er kwam ook naar voren dat nog niet voor iedereen duidelijk is wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van de verschillende partners bij het doorlopen van de MAS-routes. Het succes van de MAS valt of staat met het netwerk. Ook voor het RBL valt nog altijd winst te behalen als het gaat om de inbedding van de methodiek in samenwerking met de netwerkpartners. Speerpunt 3. Sluitend regionaal vangnet voor jongeren van 12 tot 23 jaar Voor RBL heeft het creëren van een sluitend regionaal vangnet prioriteit in de aanpak van voortijdig schoolverlaten. We willen iedere jongere in een kwetsbare positie tijdig in beeld hebben.
RBL, onderwijs, sociaal domein en alle andere partners in de verzuimketen spannen zich in om het recht op onderwijs voor alle jongeren te waarborgen. Daarmee wordt geprobeerd jongeren zoveel mogelijk de kans te bieden om een startkwalificatie te behalen. Als dat niet mogelijk is, kijken we breed naar wat jongeren nodig hebben om een zelfstandige plek in de samenleving te vinden. We leggen de verbinding tussen onderwijs, zorg en arbeid. Dit is niet zonder reden: de negatieve maatschappelijke gevolgen van schooluitval zijn groot en hebben daarnaast een langdurig impact op de loopbaanontwikkeling van jongeren. Met het regionaal vangnet en de ketenaanpak investeren we in de toekomst van jongeren, maar daarmee uiteindelijk ook van de hele regio. De aandachtsgebieden binnen dit speerpunt worden allen gefinancierd vanuit het regionaal programma VSV afkomstig uit Rijksmiddelen die beschikbaar gesteld zijn tot en met 31 juli 2025. Aandachtsgebied 3.1 VSV-vangnetcoördinator Jongeren die extra ondersteuning nodig hebben, worden vaak door verschillende partijen begeleid: van leerplichtambtenaren tot jeugdhulpverleners. Maar hoe goed je de begeleiding ook organiseert, er zijn altijd jongeren die tussen wal en schip vallen. Daarom hebben we een vangnetcoördinator benoemd.
De coördinator heeft zicht op de verschillende mogelijkheden binnen het netwerk, kan verbindingen leggen en brengt professionals in beweging, waardoor het vaak tóch lukt om een Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
|7
oplossing te vinden. Als bepaalde hulpvragen vaker voorkomen, kan dat bovendien een indicatie zijn van een soort blinde vlek in het beleid, iets dat nog niet goed geregeld is. Naast de functie als vraagbaak voor professionals fungeert de vangnetcoördinator ook als aanjager om dergelijke knelpunten op te sporen en aan te kaarten. Aandachtsgebied 3.2 VSV-vangnetcoördinator pro/vso Jongeren die de overstap maken vanuit het praktijkonderwijs (pro) en het voortgezet speciaal onderwijs (vso) naar het mbo of de arbeidsmarkt, zijn kwetsbaar. Vaak kampen zij met problemen op meerdere leefgebieden, waarvoor ze ondersteund worden door verschillende professionals vanuit onderwijs, zorg en participatie. Onze reguliere VSV-vangnetcoördinator kreeg steeds meer casuïstiek vanuit pro/vso. Deze casuïstiek vraagt om contacten met andere samenwerkingspartners. Daarom is de VSV-vangnetcoördinator pro/vso in het leven geroepen. Deze vangnetcoördinator richt zich op het verstevigen van het netwerk van alle ketenpartners op het snijvlak van onderwijs, praktijkleren, participatie en zorg. De coördinator is een vraagbaak voor alle samenwerkingspartners, zoekt naar individuele maatwerkoplossingen en adviseert gemeenten en onderwijsinstellingen over beleidsmatige knelpunten en mogelijke oplossingen. Speerpunt 4.
Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt Elke jongere verdient een duurzame toekomst met perspectief. Daarom wil de overheid voorkomen dat jongeren zonder startkwalificatie van school gaan. Voortijdig schoolverlaten vergroot de afstand tot de arbeidsmarkt: zonder startkwalificatie hebben jongeren minder kans om duurzaam aan het werk te komen. Om gelijke kansen te bevorderen, werkt het ministerie van OCW aan een integrale aanpak van school naar werk. De kern van deze aanpak is een pakket aan maatregelen waarmee jongeren die dit nodig hebben, begeleiding krijgen in de overstap van school naar werk. In de voorgestelde aanpak krijgen gemeenten bijvoorbeeld een rol om kwetsbare jongeren naar werk te begeleiden. Ook wil de overheid de RMC-leeftijd verhogen van 23 naar 27 jaar, zodat jongeren zonder startkwalificatie langer in beeld blijven. Aandachtspunt 4.1: Nieuwe wet “van school naar duurzaam werk” Halverwege 2025 wordt naar verwachting de nieuwe wet “Van school naar duurzaam werk” van kracht. Op moment van het opstellen van deze concept begroting is nog niet helder hoe deze wet er precies uit gaat zien. Wat we wel weten is dat de doelgroep van de doorstroomcoaches uitgebreid wordt naar jongeren tot 27 jaar in plaats van jongeren tot 23 jaar zoals nu het geval is. Ook verandert de rol van doorstroomcoach van regievoerder naar begeleider.
In 2024 experimenteren we met de invulling van deze rol binnen de VSV-projecten. Na de inwerkingtreding van de wet in augustus 2025 worden de inzichten vanuit de regio brede projecten gebundeld en de werkzame elementen geïmplementeerd in de reguliere werkwijze. Wat de financiële consequentie van deze wet is, wordt in het derde kwartaal van 2024 helder. Hierdoor is het niet mogelijk om deze alvast mee te nemen in deze concept begroting voor 2025. Aandachtspunt 4.2: Nieuw programma VSV In augustus 2025 zal een nieuwe programmaperiode starten voor het regionale VSV programma. In 2024 en de eerste helft van 2025 zal dit programma worden voorbereid. RBL is betrokken bij de voorbereiding van dit programma. Begin 2025 zullen in het kader van het de nieuwe programmaperiode ook nieuwe projecten/subsidies aangevraagd kunnen worden. De ambitie van de 16 gemeenten is om wederom samen regio brede VSV-projecten uit te voeren in de nieuwe programmaperiode. Met de start van de nieuwe programma-periode zal naar alle waarschijnlijkheid ook de verantwoording van de regionale middelen veranderen. Er zal meer controle gaan plaatsvinden op de rechtmatige besteding van de middelen. Dat heeft mogelijk gevolgen voor de opbouw van de begroting van het RBL, omdat een onderscheid gemaakt zal moeten gaan worden in leerplicht, kwalificatieplicht en doorstroompunt-begeleiding.
Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
|8
Speerpunt 5. Specifieke doelgroepen Alle jongeren in West-Brabant verdienen een plek om zich optimaal en naar vermogen voor te bereiden op een maatschappelijk onafhankelijke positie. Uit onderzoeken blijkt steeds opnieuw dat een afgeronde opleiding de kans op een zelfredzame positie in de samenleving vergroot. Als een startkwalificatie niet haalbaar is, dan ondersteunen we jongeren richting een passend werk- of zorgtraject. We willen dat ze overeind blijven in plaats van afglijden. We proberen schoolverzuim en -uitval zoveel mogelijk te voorkomen door aan de voorkant een sluitend vangnet te creëren, maar het lukt niet altijd om alle jongeren binnenboord te houden. Daarom willen we er ook aan de achterkant zijn voor jongeren die extra ondersteuning nodig hebben. Iedereen telt mee. Zo investeren we in de toekomst. Van de jongeren, maar daarmee uiteindelijk ook van de hele regio. Ook de aandachtsgebieden binnen dit speerpunt worden allen gefinancierd vanuit het huidige regionaal programma VSV 2021-2025. Het gaat hier om jongvolwassenen (18-23 jaar) die voordat zij hun startkwalificatie hebben gehaald, zijn uitgevallen op school en nog geen duurzaam passende plek in de maatschappij hebben kunnen vinden. Aandachtsgebied 5.1 Groepsaanpak OnMyWay Het project OnMyWay heeft in 2024 een doorstart gemaakt.
In zowel West als Oost wordt ingezet op het vergroten van werknemersvaardigheden bij jongeren tussen de 18 en 23 jaar zonder startkwalificatie. We ondersteunen hen zowel individueel als collectief om die vaardigheden te ontwikkelen die hen gaan helpen een passende stage en/of leerwerkplek te vinden en te behouden om zo meer kans te maken een startkwalificatie te behalen. In regio West ligt de focus op jongeren op het niveau MBO 2 tot en met 4. In regio Oost ligt de focus op jongeren op niveau Entree, MBO 1 en 2. Het project wordt gefinancierd vanuit het regionaal programma VSV 2021-2025. Aandachtsgebied 5.2 NEET-aanpak NEET staat voor Not in Education, Employment or Training. In dit project benaderen we op een outreachende manier jongeren tussen de 18 en 23 jaar zonder werk, onderwijs of startkwalificatie actief met een brede vraag: hoe gaat het met je en wat kunnen wij voor jou betekenen? We wachten niet tot de jongeren naar ons komen met een hulpvraag, maar wij reiken ze actief de hand om ze op weg te helpen in hun ontwikkeling door ze bijvoorbeeld thuis op te zoeken. We merken dat jongeren zich door deze aanpak gehoord en gesteund voelen. Jongeren die al langer van school zijn, weten vaak niet meer waar ze terecht kunnen.
Door de warme contacten met onze partners kunnen we jongeren goed doorverwijzen en ervoor zorgen dat een bredere hulpvraag snel en effectief opgepakt wordt. We zien dat we met deze aanpak in korte tijd veel winst kunnen behalen. In 2025 is de NEET-methodiek geborgd in de reguliere werkwijze van de VSV aanpak. De NEET-aanpak heeft een mooie bijvangst: door deze aanpak krijgen wij goed inzicht in hoe het vangnet bij verschillende gemeenten geregeld is. Zo zien we wat goed werkt, maar ook waar verbetering mogelijk is. Die kennis en inzichten zijn zeer waardevol en zullen we ook delen met andere gemeenten, zodat we van elkaar kunnen leren. Het project wordt gefinancierd vanuit het regionaal programma VSV 2021-2025.
Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
|9
2.3 Beleidsindicatoren 2025 Met prestatie-indicatoren willen we enerzijds doelen stellen en nastreven; anderzijds bieden ze ons ook de gelegenheid om regelmatig te monitoren of we ‘op koers’ zitten op de verschillende onderdelen. In onderstaande tabel zijn per speerpunt voor 2025 één of meerdere indicatoren benoemd. Speerpunt
Thuiszitters
Sluitend vangnet jongeren 12 tot 23 jaar
Indicator
Begroot 2025
Werkelijk 2022
3.100
2917*
80
72*
400
435*
275
329*
1.380
1.379**
3.000
3.231**
Aantal vangnetcases PRO-VSO (regio)
90
18****
Relatief schoolverzuim (aantal personen met WP Relatief Verzuim in een schooljaar) Aantal langdurig relatief verzuimers (aantal jongeren zonder geldige reden >4 wkn school niet bezoeken) Aantal absoluut verzuimers (aantal personen met WP Absoluut Verzuim in een schooljaar) Aantal personen met vrijstelling om medische / psychosociale redenen (art. 5 onder a) of vanwege bezwaren tegen richting (art. 5 onder b) Aantal nieuwe VSV’ers; 18 t/m 22 jarigen die gedurende het schooljaar uitschrijven op school zonder startkwalificatie Aantal oud VSV’ers: alle 18 t/m 22 jarigen die vóór het lopende schooljaar in beeld zijn gekomen door uitschrijven op school zonder startkwalificatie
Aantal vangnetcases (regulier, regio)
80
64 ***
Aansluiting onderwijsarbeidsmarkt
n.v.t. (eerst verkenning wat deze ontwikkeling voor RBL betekent. Wetsvoorstel komt zomer 2023)
n.v.t.
n.v.t.
Specifieke doelgroepen
Aantal bereikte jongeren via de NEET-aanpak (nieuw)
425
323*****
Aantal bereikte jongeren met ‘OnMyWay’
51
51*****
*data zijn van schooljaar 2021/2022 ** op peildatum 5-10-2022 *** kalenderjaar 2022 (jan-sep) **** kalenderjaar 2022 (okt-dec) *****kalenderjaar 2022 (jan-dec) Omdat afgesproken is om bronnen als waarstaatjegemeente.nl en ocwincijfers.nl te gebruiken bij de vaststelling van het resultaat, ligt het referentiejaar wat verder in het verleden. Bij deze bronnen zijn op moment van opstellen van de begroting geen recentere cijfers beschikbaar.
Het opnemen van deze beleidsindicatoren in de begroting is een wettelijke verplichting vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).
Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
| 10
De eerder genoemde indicatoren worden al een aantal jaren gebruikt. Ze zijn vrij algemeen en door de huidige afspraken over hoe deze indicatoren in te vullen geven ze onvoldoende concreet beeld van de genoemde speerpunten. Het RBL wil graag meer duiding geven aan de speerpunten en daarom specifiekere indicatoren benoemen, zodat we op inhoud kunnen sturen en rapporteren in het Jaarverslag. Daarnaast draagt het bij aan de lerende organisatie die we willen zijn. In 2025 maken we een eerste aanzet, specifiek voor de speerpunten thuiszitters en sluitend vangnet (VSV). In de komende jaren streven we naar verdere verdieping van de indicatoren bij alle speerpunten. Speerpunt Thuiszitters
Onderwerp Personen met vrijstelling 5 sub a
Sluitend vangnet
Andere rol vanuit wet Van school naar duurzaam werk
Indicator Elke jaarlijkse vrijstelling 5 sub a komt tot stand met advies vanuit GGD en Samenwerkingsverband en wordt er een plan opgesteld hoe er gedurende het vrijgestelde jaar toch aan de ontwikkeling van de jongere wordt gewerkt. Leerplicht monitort de uitvoering van dit plan. Met elke VSV’er die school verlaat, voert school een exitgesprek. De doorstroomcoach is bij voorkeur in zorgelijke casussen bij deze gesprekken aanwezig. Een verslag van het exitgesprek, in de vorm van een regionaal door het RBL ontwikkeld exitformulier, wordt bij iedere nieuwe VSV’er door school aangeleverd en door DSP aan het dossier van de VSV’er toegevoegd.
2.4 Bedrijfsvoering Regionaal Bureau Leren (RBL) West-Brabant Het RBL Schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten worden in de praktijk niet afgebakend door gemeentegrenzen. Daarom is intergemeentelijke samenwerking van groot belang om er effectief tegen te kunnen optreden. De uitgangspunten voor de inzet vanuit het RBL zijn het verminderen en voorkomen van het schoolverzuim, het handhaven van de leerplicht, het recht op onderwijs en het terugdringen van voortijdig schoolverlaten. Dit doen we door in te zetten op de speerpunten zoals deze benoemd zijn in hoofdstuk 2.2. Door het werken in flexibele teams van leerplichtambtenaren en trajectbegeleiders, het harmoniseren van werkwijzen en de samenwerking met netwerkpartners op het terrein van passend onderwijs, jeugdbeleid en participatiewetgeving is het RBL West Brabant (RBL) goed aangehaakt bij lokale ontwikkelingen. Missie Iedere West Brabantse jongere zonder startkwalificatie zit op een passende school, is op weg naar een startkwalificatie, of wordt begeleid naar de voor hem of haar hoogst haalbare startpositie in de maatschappij. Dit doen we niet alleen. Daarvoor is samenwerking op bestuurlijk, beleids- en uitvoerend niveau nodig. De inspanningen van de doorstroomcoaches richten zich zowel op oude (langer dan een jaar geleden gestopt) als op nieuwe voortijdig schoolverlaters.
Doel is deze jongeren waar mogelijk terug te leiden naar school. De banden met scholen zijn versterkt door het invoeren van vaste contactpersonen vanuit het RBL en door het creëren van (deeltijd)werkplekken op de scholen.
Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
| 11
Visie We leveren daarvoor individueel maatwerk binnen de kaders van de leerplichtwet en doorstroompunt wetgeving en doen daarbij een beroep op de verantwoordelijkheid van jongeren, ouders, scholen en relevante netwerkpartners in het sociaal domein. Recht op onderwijs, transparantie, gelijke kansen, integriteit, respect voor het individu en samenwerken met anderen zijn daarbij onze kernwaarden. In de regio werken de leerplichtambtenaren, doorstroomcoaches en administratief medewerkers van het RBL samen aan onze gezamenlijke visie: ‘Iedere West-Brabantse jongere zonder startkwalificatie zit op een passende school, is op weg naar een startkwalificatie, of wordt begeleid naar de voor hem hoogst haalbare startpositie in de maatschappij’. Bedrijfsvoering De Gemeenschappelijke Regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten is beter bekend onder de naam Regionaal Bureau Leren (RBL) West-Brabant. Binnen RBL werken zestien gemeenten samen om schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten onder jongeren tegen te gaan. De deelnemende gemeenten nemen een diversiteit aan diensten af. Dit betekent dat samenwerking plaatsvindt op drie verschillende niveaus*: • Alle zestien deelnemende gemeenten werken samen op niveau 1. Zij voeren een centrale leerplicht- en RMC-administratie. RMC staat voor Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten.
Daarnaast is de sturing en coördinatie op de RMC-functie gezamenlijk vormgegeven. • Wanneer wordt samengewerkt in begeleiding en handhaving op het gebied van leer- en kwalificatieplicht, spreken we van niveau 2. Alle jongeren van 5 tot 23 jaar worden begeleid naar de juiste opleiding, zorg of werk. In West-Brabant werken op dit moment zeven gemeenten intensief samen op dit niveau. Dit zijn Breda, Moerdijk, Drimmelen, AlphenChaam, Geertruidenberg, Baarle-Nassau en Oosterhout. • Als er wordt samengewerkt in de begeleiding van jongeren op het mbo en de kwalificatieplicht van jongeren van 16 tot 23 jaar, dan spreken we over niveau 2A. Deze samenwerking is minder intensief, maar wel praktisch; niet iedere jongere volgt namelijk een opleiding in zijn of haar woonplaats. De gemeenten Etten-Leur, Rucphen en Zundert sluiten aan op dit niveau en werken dus samen met de zeven gemeenten van niveau 2. De niveau 2A gemeenten hebben aangegeven om met ingang van 1 augustus 2025 het niveau van dienstverlenging af te schalen naar niveau. 1. De personele afschaling is in deze begroting verwerkt vanaf 1 augustus 2025. De verwachting is dat er geen boventallig personeel zal ontstaan door het samenvallen met de nieuwe wet “van school naar duurzaam werk”. Indien de invoering van de wet vertraging oploopt wordt op dat moment bekeken wat de situatie is en wat dit financieel betekent.
Eventuele overige frictiekosten zijn niet opgenomen in deze begroting. De hoogte van de exacte kosten moet nog door het bestuur worden vastgesteld en is derhalve niet opgenomen in deze begroting. Vanaf 1-8-2025 vervalt daarmee dus het Niveau 2a. De volgende leerplicht- en RMC-taken worden buiten de kaders van de Gemeenschappelijke Regeling uitgevoerd: • De drie gemeenten die deelnemen aan niveau 2A voeren zelf de begeleiding en handhaving van de leerplichttaak 5- tot 16-jarigen uit. • De vijf gemeenten in West-Brabant-West (Bergen op Zoom, Halderberge, Roosendaal, Steenbergen en Woensdrecht) werken op het gebied van de begeleiding en handhaving samen in een netwerksamenwerking, met lokale uitvoering van de leerplichttaak en RMCtrajectbegeleiding (5 tot 23 jaar). • De gemeente Altena voert de handhaving en begeleiding eveneens geheel zelfstandig uit. Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
| 12
Alle gemeenten streven naar zoveel mogelijk uniformiteit op de uitvoering van de basistaak. Er wordt onderling zoveel mogelijk samengewerkt om deze eenheid te bereiken en behouden. Met de verschillende niveaus van samenwerking geven we op zich de deelnemende gemeenten de mogelijkheid een keuze te maken, waarbij samenwerking op niveau 1 als basis geldt. Daarnaast streven we er natuurlijk naar om voor de gehele regio de (beleidsmatige) uniformiteit, rechtsgelijkheid en continuïteit te verbeteren zonder het lokale karakter van leerplicht uit het oog te verliezen. We kiezen niet voor niets voor één vast aanspreekpunt per school en lokale of subregionale samenwerking met onderwijs, jeugdhulp en arbeidsmarktpartners. Doorontwikkeling van de Gemeenschappelijke Regeling: Governance Naast de inhoudelijke doorontwikkeling wordt er ook gekeken naar welke inrichting, voorwaarden en samenwerkingsafspraken er het best passen bij de ambitie die we met elkaar hebben uitgesproken. Besluitvorming hierover moet nog plaatsvinden waardoor eventuele financiële consequenties van een andere governance geen deel uitmaakt van deze concept begroting. De verwachting is dat deze aanpassing niet zal leiden tot grote financiële consequenties. Onderdeel van de herijking van de governance is de verdeelsystematiek.
Als besloten wordt de verdeelsystematiek te wijzigen kan dit leiden tot een verschuiving op niveau van de gemeentelijke bijdrage. Overig bedrijfsvoering De GR heeft geen eigen personeel in dienst. De inhoudelijke taken voor Niveau 1 (administratie), Niveau 2 en Niveau 2A (trajectbegeleiding) worden uitgevoerd door medewerkers van RBL WestBrabant, die in dienst zijn van de uitvoerende gemeente Breda. Voor de diverse functies zijn loonkostenvergoedingen afgesproken die bij de Gemeenschappelijke Regeling in rekening worden gebracht door de gemeente Breda op basis van haar geldende CAO. RBL West-Brabant is een dienstverleningsovereenkomst aangegaan met de gemeente Breda. In deze dienstverleningsovereenkomst zijn afspraken gemaakt over onder meer huisvesting, facilitaire zaken, basiswerkplek, financiële administratie, financieel advies, planning en control cyclus, personele zorg en documentbeheer. Indicatoren bedrijfsvoering
Taakveld 0. Bestuur en 1 ondersteuning
Naam indicator Formatie
Eenheid Fte per 1.000 inwoners
0. Bestuur en 2 ondersteuning
Bezetting
0. Bestuur en 3 ondersteuning
Apparaatskosten Kosten per inwoner
0. Bestuur en 4 ondersteuning
Externe Inhuur
Kosten als % totale loonsom + kosten inhuur externen
0. Bestuur en 5 ondersteuning
Overhead
% van totale lasten
Realisatie 2023 0,027
Fte per 1.000 inwoners 0,034 € 4,07 18% 25%
Het opnemen van bovenstaande tabel in deze begroting is een wettelijke verplichting vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording. De kosten van bedrijfsvoering staan vastgesteld in de dienstverleningsovereenkomst met de gemeente Breda.
Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
| 13
3. Paragrafen 3.1 Lokale heffingen Niet van toepassing. 3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen is een maatstaf om te beoordelen of de gemeenschappelijke regeling in staat is om nadelige (financiële) gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat daarbij de continuïteit in de uitvoering van taken in gevaar komt. Het weerstandsvermogen bestaat uit de verhouding tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen waarover de gemeenschappelijke regeling kan beschikken om niet begrote kosten, als ook alle risico’s waarvoor nog geen voorzieningen zijn gevormd, te kunnen dekken. De deelnemende gemeenten hebben aangegeven dat het niet wenselijk is dat een gemeenschappelijke regeling weerstandsvermogen opbouwt. Bij een gemeenschappelijke regeling staan de deelnemende gemeenten financieel garant. De gemeenschappelijke regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten heeft dan ook geen weerstandsvermogen opgebouwd. De volgende risico's worden geïdentificeerd: • Vaste formatie op programma gelden Vanuit het RBL zijn er 4 vaste medewerkers en 2 tijdelijke medewerkers werkzaam voor het regionale programma VSV. Dit programma wordt bekostigd met jaarlijkse programma middelen, die het ministerie van O.C. en W. verstrekt. In 2025 start er een nieuwe periode van het regionale VSV programma.
Het is op het moment van opstellen van deze begroting nog niet duidelijk wat de kaders en reikwijdte van dit nieuwe programma worden. Het RBL loopt een klein risico dat het regionale VSV programma onvoldoende toereikend is om de loonkosten van deze medewerkers te dekken. Tegelijkertijd wordt naar verwachting de nieuwe wet “van school naar duurzaam werk” actueel wat dit risico waarschijnlijk afdekt, maar ook dat is op dit moment nog niet duidelijk. • Uittreding gemeenten Gemeenten Baarle-Nassau en Alphen-Chaam hebben aangegeven te onderzoeken of zij de overstap gaan maken naar de regio Tilburg voor de uitvoering van de leerplicht en vsv-taken. De consequenties hiervan zijn niet opgenomen in deze concept begroting. • Verandering van niveau De 2a gemeenten (Etten-Leur, Rucphen en Zundert) hebben aangegeven dat zij het niveau van dienstverlening van niveau 2a naar niveau 1 willen afschalen. Vanuit het RBL wordt 1,07 fte vaste formatie ingezet voor de uitvoering van niveau 2a taken. De financiële en personele implicaties van deze afschaling zijn vanaf 1 augustus 2025 verwerkt in deze concept begroting. De frictiekosten zijn worden vastgesteld door het bestuur en maken daardoor nog geen onderdeel uit van deze begroting. Het RBL heeft een laag risicoprofiel omdat het een uitvoerende (werk)organisatie is en beperkt risicodrager is voor de bedrijfsvoering.
De financiële kerngetallen zoals voorgeschreven in het BBV hebben weinig informatiewaarde voor het RBL. De financiële positie van Het RBL is goed beheersbaar en inzichtelijk. Er is geen eigen vermogen (solvabiliteit van 0%), er zijn geen langlopende schulden (leningen) en de kortlopende schulden worden gefinancierd met de gemeentelijke bijdragen. De lasten en baten zijn allemaal structureel van aard.
Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
| 14
3.3 Onderhoud kapitaalgoederen De gemeenschappelijke regeling heeft geen beschikking over kapitaalgoederen. 3.4 Financiering De financiering van de taken van de gemeenschappelijke regeling, de jaarlijkse exploitatie, geschiedt door middel van jaarlijkse bijdragen van de deelnemende gemeenten op basis van leerlingenaantallen. Op basis van de realisatie van afgelopen jaren houden we in de begroting rekening met een opslag van 7% van de loonsom voor de opvang van verzuim. 3.5 Bedrijfsvoering De gemeenschappelijke regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten heeft zelf geen personeel in dienst. De werkzaamheden worden verricht door medewerkers die in dienst zijn bij de gemeente Breda. De taken met betrekking tot ondersteuning, financieel beheer, huisvesting et cetera worden op basis van een dienstverleningsovereenkomst uitgevoerd door de gemeente Breda. 3.6 Verbonden partijen Voor de zestien deelnemende gemeenten vormt de gemeenschappelijke regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten een verbonden partij. Het RBL is per augustus 2012 gestart. De deelnemende gemeenten leveren een bijdrage in de kosten die het RBL maakt voor de uitvoering van deze werkzaamheden. 3.7 Grondbeleid Niet van toepassing.
3.8 Wet normering topinkomens Er zijn geen functionarissen binnen de gemeenschappelijke regeling die in aanmerking komen voor de uitgangspunten van de Wet normering topinkomens. Er zijn geen bezoldigings- en ontslagvergoedingen uitgekeerd, aangezien de GR geen mensen in dienst heeft. 3.9 Incidentele baten en lasten Het RBL voert projecten uit in het kader van de regionale aanpak voortijdig schoolverlaten (VSV). Voor deze projecten ligt voor de helft van 2025 een formele opdrachtverstrekking vanuit de regio en de middelen zijn daarom opgenomen in deze begroting. Projecten die in het kader van VSV door het RBL uitgevoerd worden zijn altijd budgettair neutraal (baten en lasten neutraal), dus met een laag risico. Het gaat voor 2025 om een bedrag aan € 553.385 aan lasten en € 553.385 aan baten. Alle andere kosten zijn structureel van aard en worden gedekt uit de bijdrage van de deelnemende gemeente.
Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
| 15
4. Samenvatting van de financiële effecten bij de begroting 2025 De baten bestaan uit de jaarlijkse bijdragen van de deelnemende gemeenten en vanuit de VSV gelden. Onderstaande tabel geeft de financiële vertaling weer van de basisdienstverlening van het RBL. Totaaloverzicht Alphen-Chaam Altena Baarle-Nassau Bergen op Zoom Breda Drimmelen Etten-Leur Geertruidenberg Halderberge Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Steenbergen Woensdrecht Zundert Totaal
Deelname RBL GR niveau 1 en 2 GR niveau 1 GR niveau 1 en 2 GR niveau 1 GR niveau 1 en 2 GR niveau 1 en 2 GR niveau 1 en 2a GR niveau 1 en 2 GR niveau 1 GR niveau 1 en 2 GR niveau 1 en 2 GR niveau 1 GR niveau 1 en 2a GR niveau 1 GR niveau 1 GR niveau 1 en 2a
VSV Projecten Inkomsten 1. Programma NEET (VSV programma) 2. On My Way 3. RBL Vangnet 4. Vangnetcoördinator Pro/VSO 5. Programma NEET (arbeidsmarktregio) Totaal
Totaal € 66.556 € 66.342 € 41.175 € 69.026 € 1.319.548 € 173.195 € 93.676 € 145.085 € 30.923 € 240.501 € 369.894 € 77.862 € 41.906 € 23.089 € 20.681 € 41.600 € 2.821.056
€ € € € € €
99.750 78.803 72.384 84.448 218.000 553.385
In de volgende tabel specificeren we de verdeling van de begrote lasten over de kostensoorten voor het begrotingsjaar 2025.
* VSV uitgaven zijn gedekt uit de VSV inkomsten en zijn daardoor budgetneutraal.
Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
| 16
B. Financiële begroting 2025 5. Begrote balans per 31 december ACTIVA (bedragen x € 1) Vaste activa 1. Materiele vaste activa 2. Financiële vaste activa Totaal vaste activa
2023
2024
2025
2026
Vlottende activa 3. Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar 3.1 Vorderingen op openbare lichamen 3.2 Overige vorderingen 4. Liquide middelen 4.1 Bank- en girosaldi Totaal vlottende activa
€ 2.140.107
€ 2.080.639
€ 2.080.639
€ 2.080.639
€ 2.140.107
€ 2.080.639
€ 2.080.639
€ 2.080.639
TOTAAL
€ 2.140.107
€ 2.080.639
€ 2.080.639
€ 2.080.639
PASSIVA (bedragen x € 1) Vaste passiva 1. Eigen vermogen:
2023
2024
2025
2026
1.1 Algemene reserve 1.2 Bestemmingsreserves 1.3 Resultaat na bestemming 2. Voorzieningen 2.1 Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Totaal vaste passiva Vlottende passiva 3. Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar 3. Kortlopende schulden 3.1 Bank- en girosaldi 3.2 Crediteuren 4. Overige schulden 4.1 Vooruit ontvangen bedragen Totaal vlottende passiva TOTAAL
€ 1.222.671 € 857.906
€ 1.222.671 € 857.906
€ 1.222.671 € 857.906
€ 1.222.671 € 857.906
€ 2.080.639
€ 2.080.639
€ 2.080.639
€ 59.468
€ 2.140.107
Programma- en meerjarenbegroting | Uitvoering Leerplichtwet
Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
| 17
6.1 Toelichting op Programmabegroting 2025 De begroting is exclusief BTW opgesteld. Door toepassing van de zogenaamde transparantie-methode zijn deze bedragen door de gemeenten volledig te declareren bij het BTW-compensatiefonds. De compensabele BTW wordt volledig doorbelast aan de deelnemende gemeenten.
Personeel De uitgaven aan personeel hebben betrekking op het team van het RBL. De omvang daarvan is een vertaling van de aangepaste Ingrado-norm, een formatierichtlijn opgesteld door Ingrado (‘branchevereniging’ voor leerplicht) voor de leerplichtcapaciteit van gemeenten. Deze norm is gebaseerd op aantal jeugdigen.
Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
| 18
De reguliere formatie van het RBL wijzigt per 1 augustus 2025. In onderstaande tabel is de formatie tot en met eind juli en vanaf 1 augustus 2025 weergegeven over de verschillende niveaus. De verwachting is dat de 1,07 fte Doorstroomcoach die niet meer op niveau 2a ingezet wordt kan worden opgevangen met de uitbreiding van taken vanuit de nieuwe wet van school naar duurzaam werk waardoor er geen boventalligheid ontstaat. Vanaf augustus 2025 komt de inzet van de projectaanjager geheel ten laste van niveau 2.
Tot en met 31-7-2025 Niv 1 Administratie Kwaliteit Secretaris Teamleiding Niv 2 Leer- en kwalificatieplicht Doorstroomcoach Projectaanjager Teamleiding Niv 2a Doorstroomcoach Projectaanjager Teamleiding Totaal
na 31-7-2025 3,66 0,78 0,5 0,25
3,66 0,78 0,5 0,25
12,09 3,71
12,09 3,71 0,7 1,25
0,63 1,19 1,07 0,06
0 0 0
24,01
22,94
0,07
Het RBL zelf heeft geen medewerkers in dienst. De medewerkers worden sinds 1 januari 2018 ingeleend vanuit gemeente Breda. Het begrote bedrag aan personele kosten is berekend door het aantal fte per salarisschaal te vermenigvuldigen met de verwachte jaarlijkse loonkosten voor die betreffende functie en schaal (prijspeil loonkosten 2024). De formatie uitbreiding van het RBL in augustus 2024 vormt de basis voor deze begroting. Jeugdvolgsysteem (JVS) JVS is het jeugdvolgsysteem voor de regionale leerlingenadministratie van de 16 West-Brabantse gemeenten. De uitgaven voor JVS bestaan uit twee structurele posten die worden ingekocht bij de leverancier Metaobjects Benelux B.V., te weten de jaarlijkse onderhoudskosten en applicatiebeheer. In 2024 is in de doorontwikkeling extra geïnvesteerd op JVS. De kosten voor 2025 zijn geïndexeerd opgenomen in deze concept begroting. Het applicatiebeheer van JVS is belegd bij de afdeling ICO van de gemeente Breda. Huisvesting en facilitaire zaken RBL Het RBL is gehuisvest in Breda in een pand dat in eigendom is van de gemeente Breda. De benodigde ruimte is berekend aan de hand van het aantal medewerkers en werkpleknormen.
Facilitaire zaken zoals schoonmaak, postbezorging, ICT, werkplekbeheer, kopieer- en printfaciliteiten en advisering op het gebied van Financiën en HRM worden afgenomen bij de gemeente Breda op basis van een dienstverleningsovereenkomst en per medewerker (niet per fte) berekend. De groei van het aantal medewerkers zorgt voor hogere kosten op deze post. Deze zijn geïndexeerd opgenomen in deze concept begroting. Overige uitgaven Onder de post overige uitgaven vallen kosten die bijvoorbeeld gemaakt worden voor communicatiemiddelen, juridisch advies, tolkkosten, projecten en regiobijeenkomsten met onderwijs en ketenpartners. Opleidingen brengen we apart in beeld en zijn voornamelijk bedoeld voor de verplichte opleidingen voor de leerplichtambtenaren. Deze post is begroot op basis van de groei van het aantal medewerkers inclusief een indexatie. Mutatie kosten 2025 Ten opzichte van de begroting 2024 (vóór de eerste begrotingswijziging) is er een kostenstijging van €945.943,-. Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
| 19
In onderstaande tabel is een samenvatting van de kosten mutaties en de verdelingen van de kosten voor 2024 te vinden.
Jaarlijkse bijdragen gemeenten Alle aan de GR deelnemende gemeenten leveren een bijdrage aan de begroting. De hoogte van de bijdrage per gemeente is gebaseerd op de landelijke richtlijnen van Ingrado (branchevereniging voor leerplichtambtenaren en RMC trajectbegeleiders/doorstroomcoaches). Deze richtlijn gaat uit van het aantal leerplichtigen en het aantal meldingen. Voor het kwalitatieve deel van de formatiebepaling dient in deze regio een bestuurlijke keus gemaakt te worden over de uit te voeren wettelijke en niet-wettelijke, preventieve taken. De gemeenten krijgen twee keer per jaar een factuur van het RBL voor hun bijdrage in de kosten. Daarnaast brengt de gemeente Breda, aangezien zij de personele inzet levert, per kwartaal de salariskosten op basis van het aantal fte bij het RBL in rekening.
Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
| 20
De gemeentelijke bijdragen zijn als volgt tot stand gekomen: Niveau 1: samenwerking op administratief niveau, één centrale administratie. Zestien gemeenten in de regio West-Brabant participeren in de gemeenschappelijke regeling op niveau 1. Er is gekeken naar het totaal aantal jongeren in de leeftijd van 5 tot 23 jaar per gemeente, gemeten op 1 januari 2023 (gegevens van CBS Statline). Het percentage van de jongeren in deze leeftijdsklasse per gemeente (in verhouding tot de regio) wordt vermenigvuldigd met de personele en materiele kosten op niveau 1. Personele kosten op niveau 1 zijn: personeel administratie (3,66 fte), kwaliteitsmedewerker (0,78 fte), secretaris (0,5 fte) en teamleider (0,25 fte). Materiële kosten op niveau 1 zijn onder andere de kosten voor de leerlingenadministratie inclusief beheer en de dienstverleningsovereenkomst met de directie Servicebedrijf van de gemeente Breda voor huur ruimte, computer, telefoon, enz.
Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
| 21
Niveau 2: de gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Breda, Drimmelen, Geertruidenberg, Moerdijk en Oosterhout werken, naast uitvoeringsniveau 1, ook op uitvoeringsniveau 2 samen. Dit is in de gemeenschappelijke regeling vastgelegd. De bijdrage voor niveau 2 wordt bepaald door het percentage jongeren te vermenigvuldigen met de personele en materiele kosten voor niveau 2. Materiële kosten zijn de kosten voor huur ruimte, computer, telefoon, enz.
Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
| 22
Niveau 2A: de gemeenten Etten-Leur, Zundert en Rucphen werken, naast uitvoeringsniveau 1, ook op uitvoeringsniveau 2A samen. Dit is in de gemeenschappelijke regeling vastgelegd. De bijdrage voor niveau 2A wordt bepaald door het percentage jongeren in de leeftijdscategorie 18 tot 23 jaar én alle leerlingen van 16-17 jaar op het mbo te vermenigvuldigen met de personele en materiele kosten voor niveau 2. Met betrekking tot de doorberekende kosten voor niveau 2A is uitgegaan van 1,07 fte doorstroomcoaching, projectaanjager (0,03 fte) en teamleider (0,06 fte) op jaarbasis. Deze kosten komen als gevolg van de afschaling van de 2a gemeenten naar niveau 1 na 1 augustus 2025 te vervallen.
Het totaal aan gemeentelijke bijdragen voor niveau 1, niveau 2 en niveau 2a wordt hiermee*:
Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
| 23
* Voor Etten-Leur, Rucphen en Zundert zijn in 2025 tot en met 31-07-2025 niveau 2a gemeenten. Vanaf 01-082025 zijn zij niveau 1 gemeenten. Deze afschaling is in deze tabel verwerkt.
6.2 Meerjarenperspectief deelnemersbijdrage In onderstaande tabel geven we de verwachte deelnemersbijdrage meerjarig weer. Deze tabel geeft de huidige stand van zaken weer en hierin zijn de keuzeconsequenties van de doorontwikkeling nog niet meegenomen. In deze tabel zijn de bedragen van de oorspronkelijke begrotingen opgenomen. Dat wil zeggen dat begrotingswijzigingen hier niet in zijn opgenomen. Ter illustratie; de begrotingswijziging van 2024 is in deze tabel niet opgenomen maar het effect hiervan is in deze begroting 2025 zoals u bovenstaande overzichten heeft kunnen zien, wel doorberekend. Door de afschaling van niveau 2a naar niveau 1 verandert de bijdrage van de niveau 2a significant. In de meerjarenbegroting komt dit neer op onderstaande kostenverdeling per gemeente.
Ontwerp begroting 2025 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant
| 24