CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Jaarrekening 2023 OMWB 2413421.pdf

Besluitvormende Vergadering 20 juni 2024, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 08.: Jaarrekening 2023 en begrotingen 2025 gemeenschappelijke regelingen25.278 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

53

Personeelslasten Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen en schulden (als gevolg van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume), worden sommige personele lasten toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Bijvoorbeeld componenten als overlopende verlofaanspraken. Indien er sprake is van jaarlijks terugkerende verplichtingen met betrekking tot arbeidskosten van niet vergelijkbaar volume, kan er wel een voorziening opgenomen worden. Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de Financiële verordening Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant 2023 en op basis van de kadernota rechtmatigheid 2023 van de commissie BBV van november 2023. Dat betekent dat: • •

•

De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 20 december 2023 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig in de tussentijdse rapportage zijn gemeld aan het Algemeen Bestuur; o Ten aanzien van het M&O-criterium is de nota M&O-beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.

De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2023 van de Commissie BBV van november 2023 alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 1 % (zijnde € 380.000) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; o Een rapporteringstolerantie van € 100.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf 'Bedrijfsvoering' worden opgenomen.

54

Toelichting op de balans per 31 december 2023 Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut De materiële vaste activa met een economisch nut bestaan uit de volgende onderdelen: Boekwaarde per 31-122023

Boekwaarde per 31-122022

Automatisering (Overige materiële vaste activa)

144

175

Huisvesting (Overige materiële vaste activa)

146

138

Communicatiemiddelen (Overige materiële vaste activa)

4

7

Tractie/wagenpark (Vervoersmiddelen)

8

13

Machines, apparaten en installaties/technische apparatuur

654

592

Totaal

956

926

Van het verloop van de boekwaarde van deze investeringen kan het volgende overzicht worden gegeven: Boekw aarde per 1-12023

Afschrij vingen

Afschrijvi ngen Desinvest eringen

Boekw aarde per 31-122023

Investe ringen

Desinvest eringen

Automatiserin g (Overige materiële vaste activa)

175

18

0

49

0

144

Huisvesting (Overige materiële vaste activa)

138

30

0

23

0

146

55

Boekw aarde per 1-12023

Afschrij vingen

Afschrijvi ngen Desinvest eringen

Boekw aarde per 31-122023

Investe ringen

Desinvest eringen

Communicati emiddelen (Overige materiële vaste activa)

7

0

0

4

0

4

Tractie/wage npark (Vervoersmid delen)

13

0

0

5

0

8

Machines, apparaten en installaties/te chnische apparatuur

592

146

0

83

0

654

Totaal

926

194

0

164

0

956

Van bijdrage derden is in 2023 geen sprake geweest. De investeringen 2023 zijn als volgt te specificeren:

Kredie t per 1-12023

Nieuw kredie t 2023

Beschikba ar totaal 2023

Uitgave n in 2023 (incl. bijdrag e van derden)

Automatisering

27

0

27

18

4

Huisvesting

141

40

181

30

3

Communicatiemiddelen

6

0

6

0

0

Vervanging wagenpark*

76

150

226

0

0

Technische apparatuur

26

575

601

146

10

276

765

1.041

194

17

(Vervangings)investerin gen

Totaal

Afschrijvin g v.a. 2023

*Aangezien het omgebouwde meetwagens betreft, worden deze (conform voorgaande jaren) in de activastaat verantwoord onder de technische apparatuur.

56

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden: Stand 3112-2023

Voorziening oninbaarheid

Boekwaarde 31-12-2023

Boekwaarde 31-12-2022

887

0

887

279

Uitzetting in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

8.112

0

8.112

2.129

Totaal

8.999

0

8.999

2.408

Vordering openbare lichamen

Vorderingen op openbare lichamen In het boekjaar 2023 zijn de daarvoor in aanmerking komende (niet-materiële) oninbare posten afgeboekt. Van de overige posten was een groot deel per medio maart 2024 afgewikkeld. Door de aanscherping van het debiteurenbeheer is voor oninbaarheid geen voorziening gevormd (2022: € 0). Uitzettingen in ’s Rijks schatkist (schatkistbankieren) Dit betreft het per 31 december 2023 uitstaand saldo in de schatkist. Sinds medio 2015 worden overtollige middelen in het kader van schatkistbankieren in de vorm van een rekening-courantverhouding bij het Rijk afgestort. Voor het boekjaar 2023 bedraagt het drempelbedrag voor schatkistbankieren € 1.000.000. Op basis van de kwartaalcijfers hebben geen overschrijdingen op het drempelbedrag plaatsgevonden. Op het niveau van dagen zijn er gedurende het hele jaar vierentwintig dagen geweest waarop het drempelbedrag aan het einde van de dag overschreden was. Dit komt doorgaans doordat er na het afromen van de banken nog een betaling door de OMWB ontvangen is. Onderstaande gegevens betreffen het gemiddeld bedrag aan middelen per kwartaal die voor het drempelbedrag door de OMWB buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden en de gemiddelde ruimte per kwartaal tot het drempelbedrag is bereikt.

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

941

944

969

970

57

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Ruimte onder het drempelbedrag

59

56

31

30

Overschrijding van het drempelbedrag

0

0

0

0

middelen

Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen staat ter vrije beschikking en bestaat uit de volgende componenten: Boekwaarde 31-12-2023

Boekwaarde 31-12-2022

Banksaldo BNG

23

41

Banksaldo Rabobank

139

950

Totaal

161

991

Bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) heeft de OMWB een kredietfaciliteit van afgerond € 1,0 miljoen. Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt gespecificeerd worden: Boekwaarde 31-12-2023

Boekwaarde 31-12-2022

Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

3.601

3.349

Totaal

3.601

3.349

Nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen:

Vooruit ontvangen

Boekwaarde 31-12-2023

Boekwaarde 31-12-2022

440

373 58

Boekwaarde 31-12-2023

Boekwaarde 31-12-2022

Nog te ontvangen BTW

0

493

Nog te ontvangen posten

2.838

1.853

Afrekeningen werkprogramma's

323

630

3.601

3.349

facturen

Totaal

Vooruit ontvangen facturen Dit betreffen facturen die in 2023 zijn ontvangen, maar waarvan een deel van de kosten betrekking heeft op het boekjaar 2024. Nog te ontvangen posten Hier zijn verantwoord diverse opbrengsten over 2023 die per einde van het boekjaar nog niet (volledig) waren gefactureerd. Daarnaast is onder deze post een bedrag van € 10.000 opgenomen dat betrekking heeft op nog te vorderen kosten van bedrijfsfitness op diverse medewerkers. Afrekeningen werkprogramma’s Dit betreft het saldo van de te vorderen eindafrekeningen over 2023 die in januari 2024 naar de deelnemers zijn gestuurd. Ter bevestiging van deze saldi is bij de deelnemers een confirmatie opgevraagd en ontvangen. Een voorziening voor oninbaarheid wordt niet noodzakelijke geacht.

Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen van de dienst bestaat uit het totaal van alle reserves per 31 december, aangevuld met het resultaat over het boekjaar. Zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves worden tot het eigen vermogen gerekend. Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende componenten:

Boekwaarde 31-12-2023

Boekwaarde 31-12-2022

Algemene reserve

2.092

2.092

Reserve meetstations

1.022

939

59

Boekwaarde 31-12-2023

Boekwaarde 31-12-2022

Gerealiseerd resultaat boekjaar 2023

1.643

0

Gerealiseerd resultaat boekjaar 2022

0

583

4.756

3.614

Totaal

Het boekjaar 2022 sloot met een te bestemmen voordelig resultaat van € 583.000. Dit bedrag is conform het besluit van het Algemeen Bestuur in 2023 uitgekeerd aan de deelnemers. Het boekjaar 2023 sluit met een te bestemmen positief resultaat van € 1.643.000. Overeenkomstig het BBV is dit saldo afzonderlijk op de balans opgenomen. Bij de vaststelling van de jaarrekening zal een voorstel tot bestemming van dit resultaat worden gedaan. Het verloop van de reserves over het boekjaar was als volgt:

Boekwaard e 31-122022

Resultaatbestemmin g voorgaand boekjaar

Toevoegin g

Onttrekkin g

Boekwaard e 31-122023

Algemene reserve

2.092

0

0

0

2.092

Reserve meetstation s

939

0

83

0

1.022

3.031

0

83

0

3.114

Totaal

Algemene reserve De algemene reserve is een buffer voor exploitatietekorten en het opvangen van risico’s. Gedurende het boekjaar 2023 hebben geen toevoegingen of onttrekkingen aan de reserve plaatsgevonden. Reserve meetstations Vanuit de overgebleven middelen van de provincie Noord-Brabant is vanuit de resultaatbestemming 2017 de reserve meetstations gevormd. Deze bestemmingsreserve is ter continuering van de meetstations (het betreft investeringsintensieve locaties).

60

Het saldo van opbrengsten en kosten van de meetstations over 2023 bedraagt € 83.000 en is per jaareinde 2023 toegevoegd aan de reserve. Er is geen sprake van verminderingen in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd. Derhalve is hiervoor in de tabel geen kolom opgenomen.

Voorzieningen In 2022 is voor het eerst een bedrag opgenomen ten behoeve van de voorziening voor verlofsparen. Tot en met 2021 werden alle verlofgerelateerde rechten toegelicht en gekwantificeerd in de ‘Niet uit de balans blijkende vorderingen en verplichtingen’. Per 1 januari 2022 is echter Cao SGO artikel 6.3 Verlofsparen in werking getreden, wat tot gevolg heeft gehad dat er een voorziening moest worden opgenomen voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van niet gelijke omvang. In deze voorziening zijn de verlofuren opgenomen die aan deze voorwaarde voldoen. Het verloop van de voorzieningen over het boekjaar 2023 was als volgt: Boekwaarde 01-01-2023

Toevoeging

Onttrekking

Boekwaarde 31-12-2023

Voorziening verlofsparen

602

742

0

1.344

Totaal

602

742

0

1.344

Bij het opmaken van de voorziening voor 2023 is een nadere analyse uitgevoerd op de verlofsoorten en daarbij is vastgesteld dat meerdere verlofsoorten aangemerkt kunnen worden als arbeidsverplichting met een niet gelijk volume en daarmee conform BBV voorzien moeten worden.

Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn opgenomen: Boekwaarde 31-12-2023

Boekwaarde 31-12-2022

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

461

453

Overlopende passiva

7.157

3.005

Totaal

7.617

3.458

61

Ultimo 2023 was er (evenals voorgaande jaren) door de goede liquiditeitspositie geen noodzaak om kasgeldleningen op te nemen.

Overlopende passiva De specificatie van de overlopende passiva is als volgt: Boekwaarde 31-12-2023

Boekwaarde 31-12-2022

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Van het Rijk

1.927

979

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume: Nog te betalen posten

1.279

730

Afrekeningen werkprogramma's

3.216

1.198

Afdr. loonheffing en netto salarissen

81

98

Nog te betalen BTW

653

0

7.157

3.005

Totaal

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen worden als volgt gespecificeerd: De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

Boekwaard e 01-01-2023

Ontvangen voorschotte n

Bestedinge n

Boekwaard e 31-12-2023

Van het Rijk:

62

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

Boekwaard e 01-01-2023

Ontvangen voorschotte n

Bestedinge n

Boekwaard e 31-12-2023

E93 Regeling specifieke uitkering Interbestuurlijk programma VTH

166

352

75

443

F21 Eenmalige specifieke uitkeringen ten behoeve van extra ondersteuning voor toezicht op en handhaving van de energiebesparingsplich t

813

1.145

474

1.484

Totaal

979

1.497

549

1.927

De in bovenstaande tabel opgenomen voorschotbedragen zijn overeenkomstig de beschikkingen ontvangen in 2023. Conform de bestedingen zijn de opbrengsten dienovereenkomstig apart als baten verantwoord in het ‘Overzicht van baten en lasten’. Onder de overige posten van de overlopende passiva zijn geen verplichtingen opgenomen die een looptijd hebben langer dan één jaar. Afrekeningen werkprogramma’s Dit betreft het saldo van de terug te betalen eindafrekeningen over 2023 die in januari 2024 naar de deelnemers zijn gestuurd. Ter bevestiging van deze saldi is bij de deelnemers een confirmatie opgevraagd en ontvangen. Nog te betalen BTW Het bedrag aan BTW betreft voornamelijk de aangifte over het laatste kwartaal 2023 voor een bedrag van € 659.000 tezamen met enkele suppleties (2023 en 2022). De suppleties over de jaren 2018 en 2021 zijn in 2023 afgerond.

63

Niet uit de balans blijkende vorderingen en verplichtingen (Lease)verplichtingen Een deel van de activa is aangeschaft via een leasecontract. Dit betreffen: •

•

•

•

IT-infrastructuur en omgeving: met ingang van 1 januari 2022 is een overeenkomst aangegaan met leverancier Sogeti. De jaarlijkse kosten hiervan bedragen ongeveer € 1.150.000. De overeenkomst is aangegaan voor een periode van vier jaar en loopt derhalve af per 01-01-2026. In de overeenkomst is een verlengingsoptie van drie maal twee jaar vastgelegd. Dienstauto’s: voor zes auto’s is een leasecontract afgesloten. De jaarlijkse leasekosten bedragen circa € 33.000. Van vier dienstauto’s lopen de contracten eind augustus 2025 af; van een andere dienstauto loopt het contract medio juli 2024 af. Het contract van de zesde auto eindigt begin november 2026. De totale verplichting van alle zes leasecontracten bedraagt per jaareinde 2023 € 54.400. Koffieautomaten: hiervoor is in 2019 een overeenkomst aangegaan voor zes automaten; de jaarlijkse kosten hiervan bedragen circa € 6.000. De overeenkomst is op 1 augustus 2019 ingegaan en kent een looptijd van vijf jaar. Het contract eindigt derhalve op 31 juli 2024. Multifunctionals: voor vier multifunctionals (printers) is in 2021 een overeenkomst aangegaan. De jaarlijkse kosten hiervan bedragen circa € 6.550. De overeenkomst is ingegaan per 1 januari 2022 en kent een looptijd van vijf jaar. Het contract eindigt derhalve op 1 januari 2027.

In 2018 zijn contracten gesloten voor de IT-systemen met AFAS en Roxit, de jaarlijkse kosten hiervan bedragen afgerond respectievelijk € 63.000 en € 158.000. Het contract met AFAS wordt jaarlijks stilzwijgend verlengd en het contract met Roxit liep in 2022 af en is tot 31 december 2028 verlengd. Huurovereenkomsten De jaarlijkse huurverplichting voor het pand (inclusief parkeerplaatsen) in Tilburg bedraagt circa € 770.000. De huurovereenkomst is aangegaan voor een periode van vijf jaar met als einddatum 31 december 2027. De totale huurverplichting bedraagt € 3,8 miljoen. De jaarlijkse huurverplichting voor kantoorruimte (inclusief parkeerplaatsen) en laboratorium aan de Brabantlaan 1 te ’s-Hertogenbosch bedraagt circa € 109.000. De overeenkomst is per 1 juli 2022 stilzwijgend verlengd met vijf jaar tot 1 juli 2027. Inkoopverplichtingen In de kadernota rechtmatigheid heeft de commissie BBV de stellige uitspraak gedaan dat meerjarige contracten - in het kader van Europese regels - in de toelichting op de jaarrekening opgenomen moeten worden voor het volle bedrag waarover het contract is afgesloten. De OMWB verleent opdrachten aan milieukundige adviesbureaus op basis van het actuele werkaanbod vanuit de opdrachtgevers en specifieke casuïstiek. Hiervoor zijn geen meerjarige contracten afgesloten met bedoelde bureaus, enkel jaarcontracten.

64

Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2023 De begroting 2023 sloot zowel voor als na wijziging met een saldo van € 0. Het jaarrekeningresultaat volgens balans bedraagt € 1.643.000 positief.

Nadere toelichting op de lasten Primair proces De bijstelling van de lasten en baten is conform de besluitvorming van het Algemeen Bestuur. In beginsel worden de belangrijkste verschillen op totaalniveau toegelicht. Waar nodig wordt specifieke toelichting gegeven op de onderdelen primair proces en bedrijfsvoering.

2023 begroting na wijzigingen

2023 realisatie

Salarissen

22.364

21.463

Reiskosten

307

304

Overige personele kosten

477

381

Inhuurbudgetten

4.091

3.172

0

-116

27.239

25.203

Personeelslasten Primair proces

Detacheringsinkomsten Subtotaal personeelslasten

De totale kosten van salarissen van het primaire proces bedragen € 21.463.000 en zijn hiermee € 901.000 lager dan begroot (€ 22.364.000). In de realisatie van 2023 is een bedrag van € 573.000 verantwoord die betrekking heeft op de mutatie van de voorziening verlofsparen. Daarnaast is een bedrag van € 156.000 geboekt welke betrekking heeft op de nog te betalen post RVU en transitievergoeding. Zonder deze beide posten bedraagt de onderbesteding op de salarislasten bij het primair proces € 1.629.000. Het verschil met de begroting wordt vooral veroorzaakt door het groeiende takenpakket in relatie met de krapte op arbeidsmarkt. Hierdoor konden functies niet (tijdig) ingevuld worden. De reiskosten bedragen in totaal voor het primaire proces en bedrijfsvoering samen € 472.000 en zijn hiermee € 68.000 lager dan begroot na wijziging (€ 540.000). De lagere realisatie is het directe gevolg van het minder aantal reisbewegingen door het hybride werken. Hiertegenover staan de kosten van thuiswerkvergoedingen voor een bedrag van ongeveer € 63.000. Deze zijn opgenomen onder de ‘Overige personele kosten’. De overige personele kosten bedragen in totaal voor het primaire proces en bedrijfsvoering samen € 1.119.000 en zijn hiermee € 628.000 lager dan begroot (na wijzigingen).

De voornaamste posten hiervoor verantwoordelijk betreffen het ontbreken van mobiliteitstrajecten in 2023 (€ 290.000), het niet volledig aanspreken van het 65

budget voor ‘Opleiding en vorming’ (€ 178.000) en lagere gerealiseerde kosten voor ‘Organisatieontwikkeling’ dan begroot (€ 266.000). De inhuurkosten van personeel zijn € 919.000 lager dan begroot (na wijzigingen). Gelijk aan de toelichting onder 'salarissen’ zorgt het toegenomen takenpakket in relatie tot beschikbaarheid van deskundige inhuurkrachten voor een onderbesteding van de begroting. In 2023 heeft een aantal detacheringstrajecten gelopen bij zowel bedrijfsvoering als het primair proces. Deze opbrengsten worden in de regel niet begroot aangezien ze niet of nauwelijks in te schatten zijn. 2023 begroting na wijzigingen

2023 realisatie

Afschrijvingen

79

78

Subtotaal Afschrijvingen

79

78

Afschrijvingen Primair proces

Een deel van de afschrijvingslast is verantwoord onder de lasten bedrijfsvoering (€ 86.000 tegenover € 81.000 begroot). Samen met de afschrijvingslast voor bedrijfsvoering vallen de totale afschrijvingen over 2023 € 3.000 lager uit dan begroot. Huisvesting en organisatie

2023 begroting na wijzigingen

2023 realisatie

104

78

Tractie

0

0

Automatisering

23

19

Algemeen beheer

18

38

145

135

Primair proces Huisvesting en facilitaire kosten

Subtotaal Huisvesting en organisatie

In totaal zijn de kosten op dit onderdeel ruimschoots binnen de ramingen gebleven. Aangezien de kosten van huisvesting (en facilitaire kosten) en automatisering in de realisatie en begroting voornamelijk onder de kosten van bedrijfsvoering zijn 66

verantwoord, wordt voor de toelichting op deze posten verwezen naar ‘Nadere toelichting op de lasten Bedrijfsvoering’. 2023 begroting na wijzigingen

2023 realisatie

1.751

1.635

Milieumetingen

610

494

Subtotaal Overige kosten

2.361

2.129

Overige kosten Primair proces Laboratoriumkosten

Toelichting: • •

De laboratoriumkosten vormen een variabele post, wat wil zeggen dat meer vraag een hoger kostenniveau tot gevolg heeft. De laboratoriumkosten worden doorbelast. De corresponderende baten zijn opgenomen onder deelprogramma 4. De kosten milieumetingen zijn lager dan begroot en worden volledig (dus inclusief de huisvesting en personele kosten), doorbelast aan de provincie Noord-Brabant als onderdeel van deelprogramma 4.

Algemene kosten

2023 begroting na wijzigingen

2023 realisatie

Van goed naar beter

-478

0

Subtotaal Algemene kosten

-478

0

Primair proces

In de begroting is een besparing van € 478.000 opgenomen in het kader van het project ‘Van goed naar beter’. Deze post is niet verder naar begrotingsposten gespecificeerd, maar komt wel in de diverse begrotingsposten tot uiting in een lagere realisatie van kosten.

Nadere toelichting op de lasten Bedrijfsvoering In beginsel worden de belangrijkste verschillen op totaalniveau toegelicht; zie hiervoor de ‘Nadere toelichting op de lasten Primair proces’. Waar nodig wordt specifieke toelichting gegeven op de onderdelen primair proces en bedrijfsvoering.

Personeelslasten

2023 begroting na wijzigingen

2023 realisatie

5.654

5.192

Bedrijfsvoering Salarissen

67

2023 begroting na wijzigingen

2023 realisatie

232

168

Overige personele kosten

1.271

738

Inhuurbudgetten

423

284

0

-26

7.580

6.356

Personeelslasten Reiskosten

Detacheringsinkomsten Subtotaal Personeelslasten

De totale kosten van salarissen van bedrijfsvoering bedragen € 5.192.000 en zijn hiermee € 462.000 lager dan begroot (€ 5.654.000). In de realisatie van 2023 is een bedrag van € 169.000 verantwoord die betrekking heeft op de mutatie van de voorziening verlofsparen. Zonder deze mutatie bedraagt de onderbesteding op de salarislasten bij bedrijfsvoering € 631.000. Dit wordt vooral veroorzaakt door het niet (tijdig) vervullen van vacatures lopende het jaar en door de gehanteerde begrotingssystematiek; de salariskosten van medewerkers worden begroot op het maximum van de schaal. Vanaf 2024 wordt de werkelijke salarisschaal van medewerkers als uitgangspunt voor de begroting gehanteerd. Voor de toelichting op de reiskosten en de overige personele kosten wordt verwezen naar de 'Nadere toelichting op de lasten Primair proces'. De kosten voor inhuur van derden bedragen voor bedrijfsvoering € 139.000 lager dan begroot. Enerzijds zijn lagere indexaties met inhuurbureaus overeengekomen, anderzijds is voor sommige functies eigen personeel geworven en daarmee minder inzet van inhuurkrachten nodig geweest. In 2023 heeft een aantal detacheringstrajecten gelopen bij zowel bedrijfsvoering als het primair proces. Deze opbrengsten worden in de regel niet begroot aangezien ze niet of nauwelijks in te schatten zijn. 2023 begroting na wijzigingen

2023 realisatie

Afschrijvingen

81

86

Subtotaal Afschrijvingen

81

86

Afschrijvingen Bedrijfsvoering

Een deel van de afschrijvingslast is verantwoord onder de lasten primair proces (€ 78.000 tegenover € 79.000 begroot). Samen met de afschrijvingslast voor bedrijfsvoering vallen de totale afschrijvingen over 2023 € 3.000 lager uit dan begroot.

68

Huisvesting en organisatie

2023 begroting na wijzigingen

2023 realisatie

1.200

1.208

92

72

2.383

2.347

794

443

4.469

4.070

Bedrijfsvoering Huisvesting en facilitaire kosten Tractie Automatisering Algemeen beheer Subtotaal Huisvesting en organisatie

Toelichting: •

• •

•

De totale kosten van huisvesting en facilitaire kosten voor het primaire proces en bedrijfsvoering samen bedragen € 1.286.000 en zijn hiermee € 17.000 lager dan begroot na wijziging (€ 1.303.000). Hier zijn geen verdere bijzonderheden te vermelden. De kosten van vervoermiddelen in eigen beheer (tractie) bedragen € 72.000 en zijn hiermee € 20.000 lager dan begroot (€ 92.000). Hier zijn geen verdere bijzonderheden te vermelden. De totale kosten van automatisering voor het primaire proces en bedrijfsvoering samen bedragen € 2.365.000 en zijn hiermee € 40.000 lager dan begroot na wijziging (€ 2.406.000). Het automatiseringsbudget is opgebouwd uit een veelvoud van onderliggende kostenposten. De totale onderbesteding van de automatiseringskosten is het saldo van diverse minder omvangrijke onder- en overschrijdingen binnen dit budget. De kosten voor Algemeen beheer zijn op totaalniveau voor het primaire proces en bedrijfsvoering € 331.000 lager dan begroot. De onderbesteding is met name het gevolg van lagere advieskosten (onderdeel van de post Algemeen beheer).

Nadere toelichting op de Overige lasten

Overige lasten

2023 begroting na wijzigingen

2023 realisatie

Diverse lasten

0

39

150

0

Onvoorzien

69

Overige lasten Subtotaal Overige lasten

2023 begroting na wijzigingen

2023 realisatie

150

39

Diverse lasten Het saldo op de diverse lasten betreft voornamelijk het negatieve resultaat SSIB over 2023 voor een bedrag van ongeveer € 17.000 en de BTW-bijtelling voor privégebruik van de bedrijfsauto's voor een bedrag van afgerond € 14.000. Onvoorzien Het bedrag dat is gereserveerd voor onvoorziene kosten is in 2023 niet aangesproken.

Overzicht incidentele baten en lasten Vanuit het Rijk zijn twee specifieke uitkeringen toegekend met elk een specifieke starten einddatum. Voor deze uitkeringen zijn conform de beschikkingen in 2023 voorschotten ontvangen. De opbrengst over 2023 bedraagt € 549.000 en is conform de corresponderende bestedingen van € 549.000 apart in het overzicht van de baten verantwoord. Zowel de opbrengsten als kosten worden als incidenteel aangemerkt. In de kosten van personeel in loondienst is een bedrag van € 156.000 opgenomen voor toekomstige betalingen inzake RVU en een transitievergoeding. Deze vergoedingen zijn reeds in 2024 voldaan. Hiertegenover staat een opbrengst inzake teruggaven van transitievergoedingen van het UWV voor een bedrag van € 60.000. Deze bedragen zijn in 2024 ontvangen. Door de intreding van de Omgevingswet heeft een update van de applicatie Squit 2020 naar Rx.Mission plaats gevonden. In de automatiseringskosten is hiervoor een bedrag van circa € 47.000 verantwoord. Eind 2023 zijn de vier omgevingsdiensten van Brabant en Zeeland overgestapt naar een ander klachtensysteem (de MilieuKlachtenApplicatie) en is er in 2023 een begin gemaakt met het bouwen van een nieuwe website. De voor de OMWB hiermee gemoeide kosten bedragen ongeveer € 24.000 en zijn onder de kosten van automatisering verantwoord.

Daarnaast is een bedrag van afgerond € 9.000 opgenomen onder de advieskosten voor de ondersteuning bij de aanbesteding tot en met de oplevering en acceptatie van de applicatie. In de kosten van personeel in loondienst is een bedrag van € 742.000 opgenomen voor de dotatie aan de voorziening voor verlofsparen. Tot en met 2021 werden alle verlofgerelateerde rechten toegelicht en gekwantificeerd in de ‘Niet uit de balans blijkende vorderingen en verplichtingen’. In 2022 is echter CAO SGO artikel 6.3 Verlofsparen in werking getreden. Dit had tot gevolg dat er een voorziening moest worden opgenomen voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van niet gelijke omvang. Bij het opmaken van de voorziening voor 2023 is een nadere analyse uitgevoerd op de verlofsoorten en daarbij is vastgesteld dat meerdere verlofsoorten aangemerkt kunnen worden als arbeidsverplichting met een niet gelijk volume en daarmee conform BBV voorzien moeten worden. Voor 2022 en 2023 was de dotatie aan de voorziening een incidentele post, de voorziening zelf is van structurele aard.

70

Overzicht structurele toevoegingen en onttrekkingen reserves In 2023 hebben geen structurele toevoegingen of onttrekkingen aan de reserves plaatsgevonden.

Kengetallen 2022 realisatie

2023 begroting na wijzigingen

2023 realisatie

Uurtarief

€ 99,18

€ 106,70

€ 107,14

Productieve uren

332.185

357.500

341.314

FTE Primair Proces

253

275

272

Gemiddeld aantal productieve uren per FTE

1.310

1.300

1.255

Ziekteverzuim

6,4%

5,5%

5,5%

58%/42%

60%/40%

59%/41%

2022 realisatie

2023 begroting na wijzigingen

2023 realisatie

Primair proces kernformatie

224

249

241

Primair proces flexibele schil

29

26

31

Subtotaal Primair Proces

253

275

272

Bedrijfsvoering kernformatie

53

57

53

Bedrijfsvoering flexibele schil

5

5

5

Totaal Bedrijfsvoering

58

62

58

312

337

331

Kengetallen

Eigenaarsdeel gemeenten/provincie

FTE

Totaal

71

Ten opzichte van het begrote aantal productieve uren van 1.300 zien we over 2023 een lagere realisatie (1.255 uur). De declarabiliteit heeft in 2023 door diverse oorzaken onder druk gestaan. Zo zijn er veel indirecte uren besteed aan het inwerken van nieuwe medewerkers en verbeteringen van interne processen en systemen. Ook zijn veel uren besteed aan opleidingen ten behoeve van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de implementatie van ‘Rx.Mission’. De totale besteding van concernuren blijft over 2023 evenwel binnen de gestelde norm. Daartegenover is er meer verlof opgenomen dan waarmee in de berekening van de declarabiliteitsnorm rekening is gehouden.

Toelichting op de baten 2023 begroting na wijzigingen

2023 realisatie

Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving

24.166

22.572

Programmadeel 2: Advies en Projecten

11.713

10.376

Programmadeel 3: Collectieve taken structureel

1.824

1.824

Programmadeel 4: Buiten werkprogramma

1.730

3.389

Programmadeel 4: Overige exploitatie

610

548

Specifieke uitkering Omgevingsdiensten

1.664

549

Subtotaal Baten

41.706

39.257

2023 begroting na wijzigingen

2023 realisatie

Diverse baten

0

65

Rentebaten

0

499

Vennootschapsbelasting

-5

2

Subtotaal Overige baten

-5

566

Baten

Overige baten

72

Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving De baten zijn € 1.594.000 lager dan begroot (-7%). De gemiddeld lagere declarabiliteit per FTE heeft ertoe geleid dat de taken binnen dit programma niet volledig conform het afgegeven werkprogramma uitgevoerd konden worden.

Programmadeel 2: Advies en Projecten De baten zijn € 1.338.000 lager dan begroot (-11%). Verzoektaken zijn lastiger te voorspellen en kunnen van jaar tot jaar verschillen; tevens wordt deze lagere realisatie gedeeltelijk gecompenseerd met hogere realisatie bij Programma 4.

Programmadeel 3: Collectieve taken structureel De collectieve taken zijn overeenkomstig de begroting in rekening gebracht bij de deelnemers.

Programmadeel 4: Buiten werkprogramma De baten zijn in totaal € 1.597.000 hoger dan begroot. Opdrachten buiten het werkprogramma kunnen van jaar tot jaar verschillen. Zie tevens toelichting bij Programmadeel 2.

Specifieke uitkering Omgevingsdiensten Vanuit het Rijk zijn twee specifieke uitkeringen toegekend. Dit betreffen het Interbestuurlijk Programma VTH (IBP) en de extra ondersteuning toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht (THE). Voor deze uitkeringen zijn conform de beschikkingen in 2023 voorschotten ontvangen. De opbrengst over 2023 bedraagt € 549.000 en is conform de bestedingen apart in het overzicht van de baten verantwoord. Het restant van de vooruitontvangen bedragen staat op de balans opgenomen onder de ‘overlopende passiva’.

Uitsplitsing baten In 2023 bedroegen de gerealiseerde baten provincie op P1 € 8.682.000, op P2 € 4.185.000 en op P3 € 565.000. De gerealiseerde baten gemeenten bedroegen voor P1, P2 en P3 respectievelijk € 13.889.000, € 6.190.000 en € 1.258.000.

Overige baten Diverse baten Het saldo op de diverse baten betreft voornamelijk de opbrengst als gevolg van restitutie fee van Flex West-Brabant voor een bedrag van € 64.000. Rentebaten De OMWB heeft rentebaten ontvangen voor een bedrag van € 499.000. Deze baten waren niet begroot. Vennootschapsbelasting De kosten vennootschapsbelasting bedroegen in 2023 € -2.000 (begroot € 5.000). Dit betreft het saldo van de voorlopige aanslag 2023, de aanslag 2022 en de vrijval van de reservering voor 2022. De aanslag 2022 is lager uitgevallen dan aanvankelijk ingeschat. 73

Overzicht baten en lasten per taakveld 2023 Baten en lasten per taakveld

Baten

Lasten

0. Bestuur en ondersteuning 0.4 Overhead

10.512

0.5 Treasury

499

0.8 Overige baten en lasten

65

0.9 Vennootschapsbelasting

2

39

0.10 Mutaties reserves

83

0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten

1.643

7. Volksgezondheid en milieu 7.4 Milieubeheer

39.257

27.546

Totaal van de taakvelden

39.823

39.823

De lasten op taakveld 0.4 Overhead bedragen de lasten voor het bedrijfsvoeringsproces niet zijnde het primaire proces - en corresponderen met de specificatie van de lasten in 'Het overzicht van baten en lasten'.

74

Publicatieverplichting op grond van de WNT WNT-verantwoording 2023 De WNT is van toepassing op OMWB. Het voor de OMWB toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2023 € 223.000. Dit betreft het algemene bezoldigingsmaximum. bedragen x € 1

Dhr. A. Arbouw

Functiegegevens

Directeur

Aanvang en einde functievervulling in 2023

01/01 - 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

0,95

Dienstbetrekking?

ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoeding

€ 130.704,80

Beloningen betaalbaar op termijn

€ 21.125,14

Subtotaal

€ 151.829,94

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€ 211.850,00

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Totale bezoldiging 2023

N.v.t. € 151.829,94

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

Gegevens 2022 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2022

Directeur 01/01 - 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

0,89

(Fictieve) dienstbetrekking?

ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

€ 107.344,86

75

bedragen x € 1

Dhr. A. Arbouw

Beloningen betaalbaar op termijn

€ 19.384,56

Subtotaal

€ 126.729,42

Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum

€ 192.000,00

Totale bezoldiging 2022

€ 126.729,42

Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.900 of minder In de onderstaande tabel zijn de leden van het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur weergegeven. Voor allen geldt dat zij deze bestuursfunctie onbezoldigd verrichten. Noch ontvangen zij een onkostenvergoeding van de OMWB. De functie is gedurende heel 2023 uitgeoefend, tenzij anders vermeld in de tabel. Lid Dagelijks Bestuur

Functie

De heer P.F.G. Depla Burgemeester gemeente Breda

DB-voorzitter

De heer A-J Moerkerke Burgemeester gemeente Moerdijk

DB-lid

De heer M. van Asten Wethouder Tilburg

DB-lid

Mevrouw H. Roijackers Gedeputeerde PNB

DB-lid

Tot 8 september

De heer M. Oudenhoven Gedeputeerde PNB

DB-lid

Vanaf 8 september

Mevrouw H. van Aart Burgemeester

DB-lid

Wijzigingen

76

Lid Dagelijks Bestuur

Functie

Wijzigingen

Loon op Zand De heer C. Machielsen Wethouder Gilze en Rijen

DB-lid

De heer H. Wierikx Wethouder Halderberge

DB-lid

Algemeen Bestuur

Lid

Wijzigingen

Provincie Noord-Brabant

Mevrouw H. Roijackers De heer M. Oudenhoven

Tot 8 september Vanaf 8 september

Gemeente Altena

Mevrouw A. van Hunnik

Gemeente Alphen-Chaam

De heer E. Wilmsen De heer E. Daandels

Gemeente Baarle-Nassau

De heer H. van Tilborg

Gemeente Bergen op Zoom

De heer J. Pals

Gemeente Breda

De heer P. Depla

Gemeente Dongen

De heer K. de Jong

Gemeente Drimmelen

De heer B. Scholtze

Gemeente Etten-Leur

De heer G. de Weert

Gemeente Geertruidenberg

Mevrouw M. Witte

Gemeente Gilze en Rijen

De heer C. Machielsen

Tot 1 november Vanaf 1 november

77

Algemeen Bestuur

Lid

Gemeente Goirle

Mevrouw L. Franssen

Gemeente Halderberge

De heer H. Wierikx

Gemeente Heusden

De heer J. van den Bosch

Gemeente Hilvarenbeek

Mevrouw E. Langens

Gemeente Loon op Zand

Mevrouw H. van Aart

Gemeente Moerdijk

De heer A-J Moerkerke

Gemeente Oisterwijk

De heer E. Logister

Gemeente Oosterhout

De heer M. Buijs

Gemeente Roosendaal

Mevrouw K. Koenraad

Gemeente Rucphen

De heer M. Gijzen

Gemeente Steenbergen

De heer K. Gommeren

Gemeente Tilburg

De heer M. van Asten

Gemeente Waalwijk

De heer A. de Jong Mevrouw S. Schuijffel

Gemeente Woensdrecht

De heer T. de Heer

Gemeente Zundert

Mevrouw E. Kools-Hereijgers

Wijzigingen

Tot 20 juli Vanaf 20 juli

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2023 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen. 78

Verantwoordingsinformatie Specifieke Uitkeringen (SiSa)

Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijkt een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met de door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 20 december 2023 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 380.000.

De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2023 van de Commissie BBV van november 2023. Bevinding Het Dagelijks Bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens.

79

De afwijkingen die zijn geconstateerd in het kader van de begrotingsrechtmatigheid worden in onderstaande tabel uiteen gezet: Begrotingscriterium

bedrag x € 1.000

Overschrijding lasten programma's

0

Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten)

0

Ongeautoriseerde reservemutaties

0

Onderschrijdingen van de lasten primair proces

1.800

Onderschrijding van de lasten bedrijfsvoering

1.618

Onderschrijding van de baten

1.878

Totaal begrotingsonrechtmatigheden

5.296

Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid vermelden en verwijzen naar dit vooraf vastgestelde beleid.

5.296

Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden

0

In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het Dagelijks Bestuur ook beschreven welke actie hij onderneemt om afwijkingen in de toekomst te voorkomen.

80

Bijlage 1: Kwaliteitscriteria 2.2 Inleiding De Omgevingsdienst Midden- en West Brabant (OMWB) richt zich op een hoge kwaliteit van haar diensten. Een belangrijk doel van de oprichting van omgevingsdiensten is de kwaliteit van de uitvoering van de taken en de efficiency structureel te verhogen. En middels kennisdeling betere diensten te kunnen verlenen. Middels deze rapportage wil de OMWB aan haar opdrachtgevers laten zien dat (blijvend) aan de kwaliteitseisen wordt voldaan. Kwaliteit is wettelijk verankerd in de op 14 april 2016 in werking getreden Wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). Uit de wet vloeit voort dat elke gemeente en provincie in Nederland ook een zogenaamde kwaliteitsverordening vaststelt. Ook alle opdrachtgevers van de OMWB hebben een dergelijke verordening vastgesteld. Hierbij is het uitgangspunt dat de OMWB voor Brzo-taken altijd moet voldoen aan de kwaliteitscriteria, en voor de andere taken eventueel gemotiveerd kan worden afgeweken (comply or explain). Momenteel wordt uitgegaan van de set Kwaliteitscriteria 2.2, zoals per 1 juli 2019 vastgesteld. Deze set geeft aan wat de minimale meetlat van kwaliteit (proces én deskundigheid) is waaraan een organisatie moet voldoen.

De Kwaliteitscriteria maken onderdeel uit van een palet van meerdere ontwikkelingen binnen en buiten de OMWB zoals de komende Omgevingswet, diverse wijzigingen in wet- en regelgeving (WKB) en het prestatiegericht financieren (PGF). Vanaf januari 2024 worden de Kwaliteitscriteria geüpdatet naar een 2.3 versie. Deze vormen dan de nieuwe basis van de VTH-verordening en het wettelijk kader. Hierin zijn onder meer naar aanleiding van een (informele) consultatieronde verbetersuggesties doorgevoerd voor de betreffende deskundigheidsgebieden en verschillende opleidingen en kenniseisen geactualiseerd, op basis van de Omgevingswet. Vanaf 2024 zal de OMWB kennis en kunde dus in beeld brengen ten opzichte van de Kwaliteitscriteria (KC) 2.3. De OMWB heeft bureau Libereaux in de arm genomen om de Kwaliteitscriteria structureel in de organisatie te borgen en de mate van robuustheid op deze KC 2.2 in beeld te brengen. Libereaux is landelijk erkend om werkervaring ten opzichte van de Kwaliteitscriteria te valideren. Jaarlijks wordt er een actualisatieslag uitgevoerd, wat resulteert in continu inzicht in aanwezige deskundigheid en ontwikkelbehoeften ten opzichte van de KC 2.2. Onderliggende rapportage zoomt in op de robuustheid van de OMWB-medewerkers op het onderdeel ‘deskundigheid’, met daarin de belangrijkste conclusies, werkwijze en vervolgacties.

Daarbij wordt er een link gelegd met de procescriteria en de doorontwikkeling op het gebied van vaardigheden in relatie tot onder meer de Omgevingswet. Hiermee is deze rapportage niet alleen een verantwoordingsdocument, maar spreekt het ook een ambitie uit om blijvend te werken aan de professionaliteit van medewerkers en daarmee de OMWB als organisatie.

Conclusie actualisatieslag Kwaliteitscriteria 2023 Uit de actualisatieslag in 2023 blijkt het volgende: • De OMWB laat zien robuust te zijn als het gaat om expertise binnen de kwaliteitscriteria. De organisatie toont aan op 19 van de 27 deskundigheidsgebieden genoeg kennis en kunde te hebben (comply); • Een aantal deskundigheidsgebieden worden belegd bij gemeenten, de Veiligheidsregio of andere omgevingsdiensten. Daarnaast zijn er binnen bepaalde deskundigheidsgebieden samenwerkingsafspraken gemaakt met andere OD’s (8 van 27). • De organisatie voldoet aan alle deskundigheidsgebieden door middel van ‘comply or explain’. Het deskundigheidsgebied Groen en ecologie is in 2023 voldoende. In 2022 was 81

dit nog ontwikkelbehoefte. • In totaal zijn er nu 211 medewerkers onderdeel van het dashboard. Dat zijn 9 medewerkers minder dan vorig jaar. Het percentage medewerkers die aantonen voldoende ‘deskundig’ (groen) te zijn, bedraagt 94%. De 6% die nog niet voldoen aan een deskundigheidsgebied, zijn in ontwikkeling en stellen persoonlijke leerdoelen op om ervaring op te doen.

Uitkomsten van de nulmeting Keuze onderzoeksmethode De OMWB laat werkervaring ten opzichte van de Kwaliteitscriteria valideren door Libereaux, waarvan de werkwijze reeds is toegepast bij meerdere OD’s en RUD’s. Medewerkers van de OMWB werken met digitale e-portfolio’s, waarin zij hun relevante activiteiten, werkervaring, opleiding en aanvullende kennis op één of meerdere deskundigheidsgebieden in kaart hebben gebracht en hebben onderbouwd met ‘bewijsstukken’, zoals diploma’s en voorbeelden van producten die zij leveren. Deze bewijsstukken zijn door Libereaux getoetst, aan de hand van (VRAAK)-criteria, om een zo valide mogelijk beeld te schetsen van de expertise binnen de OMWB. Nadat expertise ten opzichte van een deskundigheidsgebied per individu in beeld is gebracht, zijn er analyses gemaakt van de robuustheid in expertise van de organisatie. Analyses zijn mogelijk middels de VTH-monitor, waarin de gegevens op het gebied van deskundigheid en VTH-taken van alle medewerkers bijeen zijn gebracht en geborgd worden. De conclusies in deze rapportage zijn gebaseerd op deze monitor. Op basis daarvan worden afspraken gemaakt omtrent ontwikkeling en opleidingen in onder meer het Goede Gesprek tussen medewerkers en leidinggevenden. Ontwikkeling die medewerkers doormaken komen weer in de portfolio’s terecht en worden gevalideerd door Libereaux, zodat er een real-time inzicht ontstaat.

Van elke medewerker kan zijn of haar deskundigheidsgebied worden uitgedrukt in een percentage. Er worden 7 variabelen gemeten, die elk een verschillend ‘gewicht’ hebben: 1. Activiteiten tellen voor 40% mee, 2. Werkervaring voor 15%, 3. Basisopleiding voor 20%, 4. Aanvullende opleidingen voor 10%, 5. Basiskennis voor 10% en 6. Diepgaande kennis voor 5%. 7. Frequentie (weegt niet mee in percentage) De gedachte achter deze percentageverdeling, die landelijk wordt gehanteerd, is dat praktijkervaring (bestaande uit de elementen ‘Activiteiten’ en ‘Werkervaring’) met 55% net iets zwaarder weegt dan kennis en opleiding (bestaande uit de elementen ‘Basisopleiding’, ‘Aanvullende opleidingen’, ‘Basiskennis’ en ‘Diepgaande kennis’) met 45%. Deze wegingsfactoren vormen ook het uitgangspunt voor Vakbekwaamheid: het gaat immers niet over alleen het hebben van de juiste papieren, maar zeker ook over ervaring en kunde. Een medewerker is ‘deskundig’ conform de vth-kwaliteitscriteria als hij of zij voor 75% of meer aan de criteria voldoet. Een deskundigheidsgebied staat op ‘groen’ als er twee of meer medewerkers binnen de OMWB voor minimaal 75% aan de vereisten in het betreffende deskundigheidsgebied voldoen. Ondanks dat de frequentie niet meetelt in het percentage, wordt er aan ieder deskundigheidsgebied wel een ureneis gesteld.

De uren zijn in kaart gebracht aan de hand van het ‘tijdschrijven’ van medewerkers van de OMWB binnen het personeelssysteem. Het aantal medewerkers dat aan de frequentie-eis voldoet, is op basis van het tijdschrijven in kaart gebracht door Libereaux. Deze gegevens zijn in beeld gebracht in onderstaande tabel. De OMWB voert meer (plus)taken uit dan zijn opgenomen in de (landelijke) Kwaliteitscriteria. In de onderstaande conclusies worden alleen de conclusies genoemd van de vereiste criteria van de KC 2.2. 82

Toelichting conclusies Acht deskundigheidsgebieden zijn elders belegd; binnen deze deskundigheidsgebieden is de taak niet ingebracht bij de OMWB, maar ligt dit bij de opdrachtgever of een andere Omgevingsdienst. Sommige producten van de OMWB zijn dus afhankelijk van de kwaliteit die deze opdrachtgevers of Omgevingsdiensten leveren. Denk bijvoorbeeld aan een stedenbouwkundige afweging bij een omgevingsvergunning bij het afwijken van het bestemmingsplan. De vier deskundigheidsgebieden Bouwfysica, Stedenbouw en inrichting openbare ruimte, Exploitatie en planeconomie en Cultuurhistorie worden niet in de dienst gebracht door de Provincie of andere opdrachtgevers (gemeenten). Zoals hierboven genoemd wordt een drietal deskundigheidsgebieden die door opdrachtgevers binnen de dienst worden gebracht, uitbesteed aan een andere dienst: 1. Brandveiligheid: belegd bij de Veiligheidsregio Midden- en West Brabant. 2. Constructieve veiligheid: belegd bij de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 3. Groen & Ecologie (Nb-wet): belegd bij de Omgevingsdienst Brabant-Noord Voor bovenstaande drie deskundigheidsgebieden is bij deze partneroverheden nagegaan in hoeverre voldaan wordt aan de Kwaliteitscriteria 2.2.

De OMWB heeft daarop de volgende reactie gekregen: VRMWB: Medewerkers die werkzaam zijn op Brandveiligheid gericht op RO, ABM en Brzo voldoen aan het vereiste kwaliteitsniveau in termen van scholing en opleiding, in relatie tot de benodigde kennis voor het taakveld Brandveiligheid. De OMWB heeft een overzicht ontvangen waarin opgemaakt kan worden dat er voldoende vlieguren gemaakt worden op dit deskundigheidsgebied. ODZOB: Omtrent het deskundigheidsgebied Constructieve veiligheid kunnen meerdere medewerkers aantoonbaar maken dat zij voldoen aan de Kwaliteitscriteria 2.2. De ODZOB voert deze werkzaamheden uit voor de OMWB en daar ligt een samenwerkingscontract onder. De OMWB kan dus aangeven door deze samenwerking te voldoen ODBN: De organisatie zit midden in de interne toetsing en borging. Dit proces zal op 1 april afgerond zijn, maar hier kan al een goede indicatie van gegeven worden. De eindconclusie is dat de ODBN gaat voldoen op het deskundigheidsgebied Groen & Ecologie, al dan niet door middel van Explain. Een groot aantal medewerkers is op meerdere deskundigheidsgebieden getoetst. Het is mogelijk dat zij op hun eerste deskundigheidsgebied groen scoren, terwijl zij oranje scoren op hun tweede deskundigheidsgebied. Omdat deze medewerkers voldoen aan minimaal één deskundigheidsgebied, worden zij beschouwd als voldoende deskundig (groen).

Het aantal getoetste deskundigheidsgebieden hierboven hoeft dus niet overeen te komen met het aantal medewerkers. Tot slot wordt hierbij opgemerkt dat de uren van extern ingehuurde medewerkers buiten beschouwing gelaten zijn. De OMWB kiest ervoor om deze verantwoordelijkheid bij de inhuur partij neer te leggen als vereiste bij de inkoop.

Stand van zaken - aantal medewerkers in de 0-meting KC 2.2 Het VTH-dashboard bevat in 2023 de gegevens van 211 medewerkers van de OMWB. Medewerkers die zich binnen het primaire proces bezighouden met zogeheten ‘plustaken’, zoals, vuurwerk, ontgrondingenwet en APV, vallen niet onder één of meerdere deskundigheidsgebieden uit de KC 2.2. Om die reden maken deze medewerkers geen onderdeel uit van de nulmeting. Dit geldt ook voor medewerkers die buiten het primaire proces vallen. Het gaat hier bijvoorbeeld om coördinerende, 83

beleidsmatige, administratieve en ondersteunende functies. Hoewel deze medewerkers niet onder de KC 2.2 vallen, krijgen zij wel de beschikking over een e-portfolio.

Opleidingsniveau Van de 211 medewerkers die verwerkt zijn in het de VTH-monitor is geanalyseerd wat hun basisopleidingsniveau is. Van deze medewerkers zit 88% op het relevante hbo- of wo- niveau en 12 % op het relevante MBO-niveau. Een aantal medewerkers heeft een EVC-traject gevolgd. Deze beschikken niet over een relevant en erkend hbo-diploma, maar hebben wel hbo werk- en denkniveau aangetoond.

Slotconclusie resultaten 0-meting en voortgang Bij de actualisatie op de Kwaliteitscriteria in 2023 laat de OMWB zien voldoende robuust te zijn ten opzichte van de Kwaliteitscriteria. De organisatie voldoet aan alle deskundigheidsgebieden door middel van ‘comply or explain’. Dat betekent dat er voor de OMWB geen directe verbeteracties opgesteld hoeven te worden. Op basis van de analyse op de kenniselementen wordt samen met de afdeling HRM een uitvraag gedaan naar de opleidingsmarkt. Omdat er nauwkeurig in beeld is gebracht wie wat nog moet doen, wordt hierop een efficiencyslag verwacht. Ook wordt er gekeken naar een mogelijke samenwerking met de partners. Het e-portfolio Ditkanik.nu wordt door de medewerkers bijgehouden; (nieuwe) bewijsstukken en certificaten worden geüpload en gedeeld met de teammanager. Het vormt de basis voor ontwikkeling. Ook de medewerkers die niet onder een deskundigheidsgebied van de Kwaliteitscriteria vallen kunnen hun e-portfolio bijhouden en aanvullen. Verder zal de VTH-monitor onderhouden worden en mutaties doorgevoerd, zodat de OMWB blijvend kan aantonen te voldoen aan de Kwaliteitscriteria.

84

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1714/documents/19872