Bijlage Jaarrekening 2023 OMWB 2413421.pdf
Tekst van het document
Jaarstukken 2023
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ..................................................................................................... 2 Voorwoord ............................................................................................................ 4 Jaarverslag ........................................................................................................... 5 Inleiding ............................................................................................................ 5 Het resultaat 2023 .............................................................................................. 7 Toelichting op het resultaat 2023 .......................................................................... 7 Programmaverantwoording ................................................................................ 12 Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) ...... 12 Programmadeel 2: Adviezen en projecten ......................................................... 21 Programmadeel 3: Collectieve taken ................................................................ 27 Programmadeel 4: Overige exploitatielasten en -baten....................................... 28 Specifieke uitkering Omgevingsdiensten ........................................................... 29 Kosten van Bedrijfsvoering, Vennootschapsbelasting en de post Onvoorzien .........
29 Paragrafen ....................................................................................................... 29 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................ 29 Financiering .................................................................................................. 33 Bedrijfsvoering - plannen en resultaten ............................................................ 36 Wet open overheid (WOO) .............................................................................. 41 Jaarrekening ....................................................................................................... 43 Balans ultimo boekjaar (vóór resultaatbestemming) .............................................. 43 Het overzicht van baten en lasten ....................................................................... 47 Toelichtingen.................................................................................................... 51 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ............................................ 51 Toelichting op de balans per 31 december 2023 ................................................ 55 Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2023 ....................................... 65
2
Kengetallen .................................................................................................. 71 Toelichting op de baten .................................................................................. 72 Overzicht baten en lasten per taakveld 2023 ........................................................ 74 Publicatieverplichting op grond van de WNT ......................................................... 75 Verantwoordingsinformatie Specifieke Uitkeringen (SiSa) ...................................... 79 Rechtmatigheidsverantwoording ......................................................................... 79 Bijlage 1: Kwaliteitscriteria 2.2 .............................................................................. 81
3
Voorwoord Voorwoord Voor u liggen de jaarstukken 2023 van de Omgevingsdienst Midden-en West-Brabant (hierna OMWB). De jaarstukken vormen het sluitstuk van de Planning & Control-cyclus en bestaan uit de volgende onderdelen: • •
het jaarverslag 2023, bestaande uit de programmaverantwoording en de paragrafen; de jaarrekening 2023, bestaande uit de balans, het overzicht van baten en lasten over het boekjaar en de toelichtingen.
Met dit jaarverslag en de jaarrekening verantwoordt de OMWB zich aan zijn deelnemers over het afgelopen jaar.
4
Jaarverslag Inleiding Het jaar 2023 was voor de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) wederom een druk jaar. De vele thema’s die verbonden zijn aan een veilige, schone en duurzame leefomgeving, staan onder grote maatschappelijke belangstelling. De werkdruk bij onze dienst is fors en de dynamiek groot. De OMWB blijft onverminderd deze belangrijke onderwerpen aanpakken en professionaliseert zich gaandeweg. De dienst sluit het boekjaar 2023 af met een positief financieel resultaat van € 1,6 miljoen, grotendeels veroorzaakt door lagere kosten. Daarnaast zien we dat we onze werkprogramma's niet geheel gehaald hebben, onder meer door onvolledige bezetting en het inwerken van nieuwe medewerkers. Gedurende het jaar hebben we daarover in goed overleg met onze deelnemers keuzes gemaakt over de prioriteiten. Wat ook opvalt is dat er door medewerkers veel verlof is gekocht en deels ook is opgenomen (meer dan andere jaren). Dit beïnvloedt uiteraard het aantal beschikbare declarabele uren van medewerkers. De krappe arbeidsmarkt, de vergrijzing en de toenemende vragen van onze opdrachtgevers dwingen ons als organisatie om ons nog meer in te spannen om goed opgeleid en competent personeel te werven. Daarnaast investeerden we het afgelopen jaar in trajecten voor trainees.
We mikken op een jonge doelgroep om een evenwichtige balans in onze organisatie te creëren, zonder oog te verliezen voor de rol van de ervaren krachten. Het streven naar datagestuurd werken is één van de speerpunten bij de doorontwikkeling van de OMWB naar een professionelere organisatie. Hoe beter het ons lukt om data te vertalen naar waardevolle informatie en inzichten, hoe beter we kunnen bijdragen aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving. We zullen de komende jaren dan ook blijven investeren in de juiste kennis, competenties en (ICT-)structuren. Een belangrijke stap in deze ontwikkeling was in 2023 de overgang van het bestaande Vergunning-, Toezicht- en Handhavings- (VTH) systeem, Squit, naar een nieuw systeem: RxMission. Dit stelt ons in staat om conform de Omgevingswet te werken en gegevens beter en gerichter op te slaan. Ook de geconstateerde tekortkomingen ten aanzien van de archivering kunnen we hiermee beter aanpakken. Deze overgang heeft veel (voorbereidings-)tijd en capaciteit gekost. Ook de eerste externe visitatie, voortvloeiend uit het Interbestuurlijk Programma (IBP), was een mijlpaal en de start van een nieuwe systematiek. Dit leverde nuttige aanbevelingen waar we ons voordeel mee kunnen doen bij de verdere doorontwikkeling. Inhoudelijk speelde er in 2023 een aantal belangrijke zaken die te maken hebben met de transities klimaat en energie.
Daarnaast blijft het stikstofdossier veel energie en capaciteit vragen. Ook het PFAS-dossier en Zeer Zorgwekkende Stoffen moeten genoemd worden. Het zijn ingewikkelde vraagstukken in een complexe politiek-bestuurlijke en maatschappelijke omgeving. In programmadeel 1 en 2 van dit document wordt op deze onderwerpen verder ingegaan. Ook hebben we in 2023 belangrijke stappen gezet om de organisatie verder door te ontwikkelen. Met het programma 'Van goed naar beter' stroomlijnen we onze processen, zodat we efficiënter kunnen werken. Inmiddels zijn we bezig ons interne kwaliteitssysteem op te bouwen, in samenhang met een (terugkerende) directiebeoordeling. Het cultuur- en leiderschapstraject is in 2023 afgerond, inmiddels zijn de eerste stappen gezet om de geleerde lessen en werkwijze goed in de organisatie te borgen.
5
De afgelopen periode heeft de OMWB veel tijd en capaciteit gestoken in de (regiobrede) voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Belangrijk daarbij was de bestuurlijke afspraak in ons Algemeen Bestuur om de implementatie van de Omgevingswet zo veel mogelijk gezamenlijk ter hand te nemen. Naast dit jaarverslag en deze jaarrekening verantwoorden wij ons aan onze deelnemers via de jaarlijkse werkprogramma’s en de termijnrapportages. Gezamenlijk vormen deze documenten de basis voor het geven van inzicht en verantwoording. Alfred Arbouw Algemeen directeur OMWB
6
Het resultaat 2023 Het voordelige resultaat 2023 bedraagt € 1.643.000 (2022: € 583.000). Bestemming resultaat Bij de vaststelling van de jaarrekening 2023 wordt aan het Algemeen Bestuur een voorstel gedaan voor de bestemming van het resultaat.
Toelichting op het resultaat 2023 Het jaarrekeningresultaat 2023 laat een positief resultaat zien van € 1.643.000. Het operationele resultaat 2023 bedraagt € 2.550.000. Het verschil tussen het jaarrekeningresultaat en operationeel resultaat (€ 907.000) wordt veroorzaakt door de dotatie aan de voorziening verlofrechten (€ 742.000), aanvullende dotatie aan de egalisatiereserve meetstations ten opzichte van de begroting (€ 8.000) en reserveringen voor verplichtingen aan medewerkers in 2024 (€ 156.000). Het positieve operationele resultaat van € 2.550.000 wordt voornamelijk gerealiseerd doordat de besteding van kosten achter blijft bij de begroting. Daarnaast zijn enkele kostenbudgetten niet aangesproken, waarmee in de begroting wel rekening wordt gehouden. Tenslotte zorgen niet-begrote baten als rente, detacheringsopbrengsten en de restitutie fee FWB voor een positief effect. Hieronder treft u een overzicht aan per onderdeel met daarna een toelichting op de voornaamste voor het jaarrekeningresultaat 2023 ten opzichte van de begroting 2023 na wijzigingen. Niet gerealiseerde kostenbudgetten In de tabel hieronder worden de 'Niet gerealiseerde kostenbudgetten' weergegeven. Toelichting volgt onder de tabel. Nr.
Rubriek
Bedragen in euro
1.
Reiskosten
68.000
2.
Overige personele kosten
628.000
3.
Huisvesting & Organisatie
409.000
4.
Onderzoek & Analyse
231.000
5.
Onvoorzien
150.000
Subtotaal
1.486.000
1) Reiskosten en thuiswerkvergoeding Door verminderde aanwezigheid op kantoor is er sprake van lagere reiskosten; waarmee een voordeel is gerealiseerd van € 68.000. Hiertegenover staan de kosten voor thuiswerkvergoeding (€ 63.000), welke zijn opgenomen onder de ‘Overige personele kosten’.
7
2) Overige personele kosten Op ‘Overige personele kosten’ is een onderbesteding gerealiseerd van in totaal € 628.000. De voornaamste posten hiervoor verantwoordelijk betreffen het ontbreken van mobiliteitstrajecten in 2023 (€ 290.000), het niet volledig aanspreken van het budget voor ‘Opleiding en vorming’ (€ 178.000) en lagere gerealiseerde kosten voor ‘Organisatieontwikkeling’ dan begroot (€ 266.000). 3) Huisvesting en organisatie De kosten van ‘Huisvesting en organisatie’ zijn € 409.000 lager dan begroot. Deze onderbesteding is vooral toe te schrijven aan lagere uitgaven voor advies (onderdeel van de post Algemeen beheer). De sub-rubrieken ‘Huisvesting en facilitaire kosten’, ‘Tractiekosten’ en ‘Automatisering’ kennen marginale voordelen. 4) Onderzoek en analyse Op de kosten van ‘Onderzoek en analyse’ is een voordeel gerealiseerd van € 231.000. Dit betreft de kosten die corresponderen met de opbrengsten van doorbelaste kostenfacturen die binnen Programma 4 (‘Buiten werkprogramma’) vallen. Deze kosten hebben een resultaatneutraal effect. 5) Onvoorzien In de begroting is een bedrag van € 150.000 voor onvoorziene kosten opgenomen. In 2023 is dit bedrag niet aangesproken. Dit levert een voordeel van € 150.000 ten opzichte van de begroting op. Niet begrote opbrengsten In de tabel hieronder worden de 'Niet begrote opbrengsten' weergegeven. Toelichting volgt onder de tabel. Nr.
Rubriek
1.
Detacheringsinkomsten
142.000
2.
Rentebaten
499.000
3.
Diverse baten en vennootschapsbelasting
72.000
Subtotaal
Bedragen in euro
713.000
1) Detacheringsopbrengsten De detacheringsopbrengsten voor uitleen van personeel bedragen € 142.000. Deze opbrengsten worden niet begroot aangezien ze niet of nauwelijks zijn in te schatten. 2) Rentebaten De OMWB heeft rentebaten ontvangen voor een bedrag van € 499.000. In eerdere jaren heeft de OMWB geen rentebaten ontvangen en conform de bestendigde gedragslijn zijn deze opbrengsten niet begroot. Omdat verwacht wordt dat de baten een structureel karakter gaan krijgen, zijn voor 2024 rentebaten in de begroting 2024 opgenomen. 3) Diverse baten Onder de ‘Diverse baten' van € 65.000 is voornamelijk een bedrag van € 64.000 inzake ‘Restitutie Fee 2022’ opgenomen; ontvangen van het Mobiliteitscentrum West-Brabant. 8
Aangezien deze ontvangsten moeilijk zijn in te schatten en over de jaren fluctueren, worden deze niet in de begroting meegenomen. Daarnaast zijn kosten vennootschapsbelasting lager uitgevallen dan begroot, wat per saldo een voordeel ten opzichte van de begroting oplevert van € 7.000. Personele inzet Primair proces In de tabel hieronder wordt de 'Personele inzet Primair proces' weergegeven. Toelichting volgt onder de tabel. Nr.
Rubriek
Bedragen in euro
1.
Baten Werkprogramma
-2.932.000
Baten Buiten Werkprogramma
1.597.000
Baten SPUK-gelden
-1.115.000
Subtotaal
-2.450.000
2.
Lonen en salarissen
1.629.000
3.
Inhuur
919.000
Subtotaal
98.000
1) Baten De opbrengsten binnen het werkprogramma zijn € 2.932.000 lager dan begroot. Ook de opbrengsten van de Specifieke Uitkeringen lopen achter op de begroting en zijn € 1.115.000 lager; voornamelijk als gevolg van het niet kunnen invullen van de specifieke vacatureruimte. De opbrengsten buiten werkprogramma zijn daarentegen hoger dan begroot (€ 1.597.000). Per saldo is € 2.450.000 minder omzet gerealiseerd dan begroot.
Declarabele uren In totaliteit zijn 341.000 declarabele uren gerealiseerd in 2023 (realisatie 2022: 332.200 uur). Per fte bedraagt dit circa 1.255 uur (norm 1.300 uur). De declarabiliteit heeft in 2023 door diverse oorzaken onder druk gestaan. Zo zijn er veel uren besteed aan het inwerken van nieuwe medewerkers en verbeteringen van interne processen en systemen. Ook zijn veel uren besteed aan opleidingen ten behoeve van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de implementatie van ‘Rx.Mission’. De totale besteding van concernuren blijft over 2023 evenwel binnen de gestelde norm. Daar staat tegenover dat er meer verlof is opgenomen dan waarmee in de berekening van de declarabiliteitsnorm rekening is gehouden. 2) Lonen en salarissen Het verschil in de post ‘Lonen & salarissen’ wordt vooral veroorzaakt door het groeiende takenpakket in relatie met de krapte op arbeidsmarkt. Hierdoor konden functies niet (tijdig) ingevuld worden.
9
3) Kosten voor inhuur van derden Gelijk aan de toelichting onder ‘Lonen en salarissen’ zorgt het toegenomen takenpakket in relatie tot de beschikbaarheid van deskundige inhuurkrachten voor een onderuitputting van de begroting. Contributiemarge Als contributiemarge wordt het verschil tussen het gemiddelde (nacalculatorisch) verkooptarief en het ‘inkooptarief’ van personeel gehanteerd. Het verkooptarief is ten opzichte van 2022 toegenomen met 8% (2022: € 99,18 en 2023: € 107,14). Vergeleken met de ‘inkoopkosten’ van eigen personeel bedraagt de contributiemarge € 62 en voor inhuur € 30. De kosten zijn met 5% (eigen personeel) respectievelijk 4% (inhuur) toegenomen en daarmee minder dan het verkooptarief. Aanname was dat met name de kosten van inhuur per uur een grotere toename zouden kennen dan uiteindelijk geëffectueerd. Personele kosten Bedrijfsvoering In de tabel hieronder worden de afwijkingen van de 'Personele kosten Bedrijfsvoering' ten opzichte van de begroting weergegeven. Toelichting volgt onder de tabel. Nr.
Rubriek
1.
Lonen en salarissen
631.000
2.
Inhuur
139.000
Subtotaal
770.000
1)
Bedragen in euro
Lonen en salarissen
De kosten voor eigen personeel van de afdeling Bedrijfsvoering vallen € 631.000 lager uit dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door het niet (tijdig) invullen van vacatures lopende het jaar en door de gehanteerde begrotingssystematiek; de salariskosten van medewerkers worden begroot op het maximum van de schaal. Vanaf 2024 wordt de werkelijke salarisschaal van medewerkers als uitgangspunt voor de begroting gehanteerd. 2) Kosten voor inhuur van derden De kosten voor inhuur van derden bedragen € 139.000 lager dan begroot. Enerzijds zijn lagere indexaties met inhuurbureaus overeengekomen, anderzijds is voor sommige functies eigen personeel geworven en daarmee minder/ geen inzet van inhuurkrachten nodig. Overig Nr.
Rubriek
Bedragen in euro
1.
Van goed naar beter
-478.000
2.
Diverse lasten
-39.000
Subtotaal
-517.000 10
1) Programma ‘Van goed naar beter’ In de begroting is een besparing van € 478.000 opgenomen in het kader van het project ‘Van goed naar beter’. Deze post is niet verder naar begrotingsposten gespecificeerd, maar komt wel in de diverse begrotingsposten tot uiting in een lagere realisatie van kosten. 2) Diverse lasten Het saldo op de diverse lasten betreft voornamelijk het negatieve resultaat SSIB over 2023 voor een bedrag van ongeveer € 17.000 en de BTW-bijtelling voor privégebruik van de bedrijfsauto's voor een bedrag van afgerond € 14.000.
11
Programmaverantwoording In dit hoofdstuk wordt per onderdeel toegelicht wat de OMWB heeft gerealiseerd in relatie tot de begroting. Aan het einde van ieder deelprogramma staan de baten vermeld. De programmalasten worden op totaalniveau verantwoord; hiervoor verwijzen we u naar de paragraaf 'Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2023'. Basistaken, verzoektaken en collectieve taken In de gemeenschappelijke regeling hebben de deelnemers afgesproken dat in de P&Ccyclus onderscheid gemaakt wordt tussen basis- en verzoektaken. De OMWB werkt met vier deelprogramma’s: basistaken (programma 1), verzoektaken (programma 2), collectieve taken (programma 3) en de overige exploitatielasten en -baten (programma 4). Programma 1 en 2 worden in de volgende paragrafen inhoudelijk toegelicht. Programma 3 kent een afzonderlijke inhoudelijke verantwoordingscyclus met bijbehorende documenten. In programma 4 zijn de werkzaamheden ondergebracht die buiten voorgaande programma’s vallen. Het gaat hierbij om de levering van producten en diensten aan zowel deelnemers als niet-deelnemers. De inhoudelijke verantwoording van programma 4 vindt tegelijkertijd met het leveren van de dienst of het product plaats en is daardoor niet opgenomen in dit hoofdstuk.
Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) Programmadeel 1 bestaat uit de wettelijke taken op het terrein van milieu, de zogenaamde VTH-milieutaken. In opdracht van bevoegde gezagslichamen voert de OMWB voor de deelnemers de volgende taken uit: • • • • •
Vergunningverlening op het gebied van milieu (agrarisch, procesindustrie, afval, horeca, en asbest(melding)); toezicht op het gebied van milieu (agrarisch, procesindustrie, afval, horeca, Seveso en asbest); klachtenbehandeling en repressieve handhaving (agrarisch, procesindustrie, afval, horeca, evenementen en Seveso); niet-inrichtinggebonden taken: asbest-, bodem- en ketengericht milieutoezicht; energiecontroles en beoordelingen.
Net als andere jaren vormden in 2023 de werkprogramma’s van gemeenten en provincie en de afspraken met de andere Brabantse omgevingsdiensten het uitgangspunt van het ‘gelijke speelveld’. De afspraken voor de landelijke uitvoering van Seveso- en VTH-taken van de gezamenlijke Seveso-omgevingsdiensten vormen de basis voor dit programmadeel.
Ontwikkelingen van invloed op de resultaten Vergunningverlening De instroom van vergunningaanvragen is eind 2023 toegenomen. Oorzaken hiervan waren het Provinciaal beleid en de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. De verwerking en de doorlooptijden van de vergunningen stonden onder druk, mede door krapte op de arbeidsmarkt. Het was moeilijk en soms onmogelijk om bepaalde functies in te vullen door mensen met de juiste kennis en ervaring. Het aannemen van minder ervaren mensen vroeg om extra inwerktijd en dat ging ten kosten van de productie.
12
Vergunningverlening Agrarisch Inmiddels is de hausse aan vergunningaanvragen voor veehouderijen ten gevolge van provinciaal beleid gekomen. Vlak voor 1 oktober 2023 zijn ongeveer zestig aanvragen en meldingen ingediend. Dit ondanks de onduidelijkheid over de toepasbaarheid van emissiearme stalsystemen door jurisprudentie, het rapport van Wageningen University & Research (WUR) over de systematiek van de Regeling ammoniak en veehouderij (RAV), de kamerbrief van minister Van der Wal en aanvullende onderzoeken van de WUR over onzekerheden in emissies uit emissiearme stalsystemen. Debet hieraan is de door het provinciaal bestuur opgelegde deadline voor het voldoen aan stengere eisen met betrekking tot emissiearme stalsystemen van 1 juli 2024. Aanvragen ingediend voor 1 oktober 2023 zullen voor natuur behandeld worden volgens de toen geldende emissieeisen en zullen coulant behandeld worden in het kader van toezicht en handhaving. Door het stikstofvraagstuk, de wijzigingen in beleid en regelgeving en de relatie met vergunningen in het kader van de Wet natuurbescherming is de complexiteit van procedures toegenomen. Dit vraagt om extra capaciteit en deskundigheid. Daarnaast zijn eind 2023 nog meerdere aanvragen ingediend om daarmee nog onder het regime van de Wabo te vallen.
Tegelijkertijd ligt de Wnb-vergunningverlening door de provincie nagenoeg stil in afwachting van een handreiking van het Rijk over het toetsen van een Passende Beoordeling voor emissiearme stalsystemen. Het Rijk heeft inmiddels nieuwe beëindigingsregelingen opengesteld. Dit zal vermoedelijk leiden tot het stoppen van een aantal bedrijven met bijbehorende intrekkingsprocedures. Vergunningverlening Afvalverwerking In 2023 is de werkdruk bij vergunningverlening voor afvalwerkende bedrijven nog steeds erg hoog. Deels door ziekteverzuim, maar ook door het niet kunnen invullen van een openstaande vacature. Begeleiding van nieuwe instroom van collega's draagt in eerste instantie niet bij aan een verlaging van de werkdruk. Ook de aanloop naar de Omgevingswet en nieuwe vraagstukken vanuit de circulaire economie zijn items die drukken op de output van het cluster afval. Op juridisch vlak wordt een flink beroep gedaan op de juristen om te anticiperen op de aankomende wijzigingen vanuit de Omgevingswet. De extra inspanning om brandbaar afval op stortplaats De Spinder in Tilburg te bufferen, als gevolg van de brand bij AVR, wordt zeer gewaardeerd vanuit de gemeente Den Haag, maar zorgt ook voor 'verdringing' van werkzaamheden. Daarnaast vraagt de mestvergister op De Spinder veel extra inspanning, vanwege het verzet vanuit onder andere de gemeente Tilburg en de Brabantse Milieu Federatie.
Dit duurt ook in 2024 nog voort. Circulaire economie De transitie naar een circulaire economie (CE) vereist een omschakeling van een lineaire naar een circulaire keten voor grond- en afvalstoffen. Dit betekent dat hoogwaardiger moet worden omgaan met grond- en afvalstoffen, wat gevolgen heeft voor bedrijven die hun bedrijfsvoering en vaak ook hun vergunningen moeten aanpassen. Dit raakt direct aan de kerntaak van de dienst. Vergunningverlening bodem en gesloten bodemenergiesystemen (gBES) In 2023 bleef de vraag naar vergunningverlening voor bodemsaneringen onder de Wet bodembescherming (Wbb) in de provincie Noord-Brabant en de gemeenten Tilburg en Breda groot. Vooral in de laatste weken van het jaar, voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, ontving de OMWB een behoorlijk aantal meldingen. Dit kwam voort uit de dieptebeperkingen die in 2024 van kracht worden. Initiatiefnemers probeerden, door hun melding voor 1 januari 2024 in te dienen, deze beperking te omzeilen. Veel van deze meldingen waren onvolledig ingediend, dit leidt ertoe dat we vaak om aanvullende gegevens moeten vragen, wat waarschijnlijk zal resulteren in een langere beoordelingstijd. Bovendien merken we een toename in het aantal complexere meldingen, waarbij meerdere systemen tegelijk worden aangemeld. We behandelen deze meldingen voor 24 13
van de 25 gemeenten in ons werkgebied en registreren de systemen in het Landelijk Grondwater Register. Daarnaast hebben we namens de gemeenten meer dan driehonderd vragen over gBES-systemen beantwoord. Vergunningverlening Seveso-bedrijven (voorheen Brzo-bedrijven) In 2023 is er een aanzienlijk aantal aanvragen voor revisievergunningen ingediend, deels als voorbereiding op de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking treedt. Het aantal uitgevoerde uitgebreide procedures kwam overeen met de jaarprognose, wat betekent dat een groeiend aantal bedrijven nu beschikt over volledig geactualiseerde vergunningen. Voor de meest complexe Seveso-bedrijven vond periodiek overleg plaats om relevante bedrijfsontwikkelingen en wet- en regelgeving te bespreken. Hoewel de programmatische aanpak is gevolgd, konden door de reguliere stroom aan vergunningaanvragen niet alle geplande actualisatietoetsen in 2023 worden uitgevoerd. De OMWB werkte, net als in 2022, mee aan het project Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV) van de provincie Zuid-Holland, dat bestaat uit verschillende deelprojecten. In 2023 droeg de OMWB actief bij aan de projecten over kwaliteitsrichtlijnen voor (juridische) normen in vergunningvoorschriften, de doorontwikkeling van de Digitale Toepassing AADV, de ontwikkeling van een robuuste vergunning en de Altijd Actuele Digitale Aanvraag.
Daarnaast kreeg de dienst toegang tot de testomgeving van DigiV, het Digitale Voorschriftenregister. De Omgevingswet omvat nu het instrument voor Financiële zekerheidstelling. Voor de implementatie hiervan nam de OMWB deel aan de werkgroep van de zes Sevesoomgevingsdiensten en zal de dienst aansluiten bij de landelijke pilot van het Interprovinciaal Overleg (IPO) in 2024.
Toezicht en handhaving De werkprogramma's voor Toezicht zijn niet volledig gehaald. Oorzaken hiervan liggen in het niet tijdig kunnen vervullen van de vacatures en de extra inwerktijd die het heeft gekost om onervaren medewerkers op te leiden (door onze ervaren medewerkers). Met deze investering zetten we in op het volledig verwezenlijken van de werkprogramma's in 2024. Toezicht Brzo-bedrijven De periodieke inspecties zijn volgens het toezichtprogramma 2023 uitgevoerd, het aantal onaangekondigde inspecties bleef daarbij echter iets achter op de planning. De details hiervan en de inhoudelijke rapportage zijn te vinden in het Brzo-jaarverslag 2023. Risicorelevante bedrijven (RRB) Binnen de provincie Noord-Brabant houden de drie Brabantse omgevingsdiensten, drie veiligheidsregio's en drie waterschappen toezicht op ongeveer 245 zogenoemde risicorelevante bedrijven (RRB). Deze bedrijven vallen niet onder het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo) maar kunnen wel veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. De selectie van deze bedrijven is gebaseerd op vooraf bestuurlijk vastgestelde Brabantbrede criteria. Om het toezicht effectief te organiseren, hebben de negen betrokken diensten een gezamenlijke interventiestrategie ontwikkeld, gericht op preventie en effectief toezicht, met behoud van de regionale identiteit.
Deze strategie omvat een verschuiving naar risicogericht en doelgericht toezicht, het bevorderen van een proactieve bedrijfscultuur die gericht is op het voorkomen van problemen en overtredingen en het stimuleren van risicobeheersing door bedrijven zelf. Voor de uitvoering van deze strategie worden specifieke instrumenten ingezet, zoals een vragenlijst/ selfassessment voor het beoordelen van risicobeheersing, een normenkader 14
voor het indelen van bedrijven op basis van hun naleefgedrag en een basisprocedure voor het uitvoeren van beoordelingen. In 2023 is deze gezamenlijke interventiestrategie bij ongeveer 75 van de 125 RRB's toegepast, waarbij zowel gemeentelijke als provinciale bedrijven zijn beoordeeld op hun (naleef)managementsysteem, met classificaties variërend van onvoldoende tot zeer goed. Bij 23 van deze bedrijven wordt het (naleef)managementsysteem geclassificeerd als 'zeer goed' tot 'goed' en bij twaalf bedrijven als 'onvoldoende' tot 'matig'. Bij bedrijven met een lagere score zal het toezicht het volgend jaar intensiever zijn, gebaseerd op een risicogerichte aanpak, met periodieke toetsing om veranderingen in naleefgedrag te monitoren. Voor de overige RRB's is het toezicht ook risicogericht ingevuld, met reguliere, onaangekondigde of aspectcontroles, gebaseerd op thema's of speerpunten gerelateerd aan de omgevingsvergunning of het activiteitenbesluit. Branche agrarisch - veehouderij In het eerste kwartaal van 2024 lanceert de OMWB het 'Dashboard veehouderij' voor zijn opdrachtgevers. Dit dashboard biedt een gedetailleerd overzicht van de resultaten van toezichtsactiviteiten bij veehouderijbedrijven. Elke opdrachtgever krijgt toegang tot de specifieke data voor zijn of haar gemeente, inclusief de mogelijkheid om deze te vergelijken met andere gemeenten door middel van benchmarking.
Bij de oplevering van het dashboard wordt ook een handleiding verstrekt die de context en instructies voor het gebruik ervan bevat. Via dit dashboard kunnen gemeenten real-time de voortgang en de resultaten van het toezicht op veehouderijen volgen. Dit omvat het aantal uitgevoerde controles ten opzichte van het geplande totaal, het naleefpercentage, scores volgens de Landelijke Handhavingstrategie Omgevingsrecht (LHSO), gedetailleerde informatie over eventuele overtredingen en aanvullende statistieken en geografische data. Deze laatste biedt een kaartweergave met filters, waarmee inzicht wordt verkregen in de geografische spreiding en specifieke kenmerken van de veehouderijen binnen de jurisdictie van de gemeente. Toezicht glastuinbouw Het werkgebied van de OMWB kent ruim vierhonderd glastuinbedrijven. De teelt van deze bedrijven is vooral gericht op groenten, fruit en potplanten. In 2023 controleerde de OMWB 125 bedrijven integraal binnen deze branche. In 2023 is het toezicht bij glastuinbouw bedrijven verder geprofessionaliseerd en is overgestapt naar een efficiëntere wijze van zowel uitvoering van het toezicht als het verzamelen van data. Het verzamelen en analyseren van de opgehaalde data geeft inzicht in de milieurisico’s per bedrijf, het aantal overtredingen en de aard van de overtredingen.
De verkregen inzichten dragen bij aan een meer risicogerichte uitvoering van de VTH- taken en de mogelijkheid om gericht interventies in te zetten. Gemeentelijke afvalbedrijven In 2023 zijn de afvalbedrijven gericht bezocht op basis van risico-inschatting, waarbij specifiek aandacht is besteed aan bedrijven die achterblijven in naleving en aan bedrijven die door gemeenten zijn aangedragen. Van de 141 afvalverwerkende bedrijven die onder het bevoegd gezag van de colleges van B&W vallen, zijn 59 bedrijven gecontroleerd. Bij deze controles zijn diverse overtredingen vastgesteld, variërend in aard. De groep achterblijvers omvat bedrijven uit verschillende subbranches, wat het moeilijk maakt om een algemeen beeld te schetsen van hun naleefgedrag. Deze bedrijven blijven de aandacht vragen vanwege diverse kwesties zoals incorrecte meldingen van afvalstoffen, onjuiste opslag van afval, en het accepteren van niet-vergunde
15
afvalstromen. Deze bedrijven zijn niet actief bezig met het naleven van wet- en regelgeving, wat het noodzakelijk maakt om de toezichtdruk hoog te houden. De laatste jaren zijn toezichthouders voor het uitvoeren van diepgaand administratief toezicht (DAT) opgeleid. In 2023 hebben we enkele DAT-onderzoeken gedaan bij bedrijven. Dit betroffen bedrijven die zich verspreid over het werkgebied bezig houden met het opruimen van milieu-incidenten zoals vervuild wegdek maar ook verschillende bedrijven in de asbestbranche. Tijdens deze onderzoeken zijn diverse overtredingen geconstateerd. Bij de incidentenbedrijven gaat het bijvoorbeeld om het onjuist verwerken van afval of het afgeven van afval aan bedrijven zonder de juiste vergunning. Bij bedrijven in de asbestbranche gaat het melden van ingenomen asbest vaak mis. Gezien de opgeleverde resultaten gaan we ook in 2024 verder met DAT-onderzoeken bij geselecteerde bedrijven. Daarnaast hebben we in 2023 een uitvraag gedaan om illegale inzamelaars van afvalstoffen in beeld te krijgen. Hierop volgden behoorlijk wat reacties. We hebben ook digitaal onderzoek en waarnemingen in de regio gedaan. Deze informatie wordt nu verwerkt en waar nodig vinden in 2024 controles plaats bij deze locaties. Wellicht samen met de politie en/ of gemeente.
Vuurwerkverkoop De OMWB hield ook in 2023 weer toezicht bij de vuurwerkverkooppunten en opslagplekken van vuurwerk. Dit toezicht vond plaats op basis van de voorschriften uit het Vuurwerkbesluit en tegelijkertijd met een doorkijk naar de regels uit het Besluit Activiteiten Leefomgeving onder de Omgevingswet. In 2023 jaar constateerden we minder overtredingen dan in 2022. De controles werden in twee fasen uitgevoerd: de voorcontroles in oktober en november, gericht op keuringen en certificaten, en de controles tijdens de verkoopdagen, met aandacht voor gedrag, houding en de correcte opslag van het vuurwerk. Binnen het werkgebied van de OMWB is een trend waar te nemen waarin steeds meer ondernemers stoppen met de verkoop en opslag van consumentenvuurwerk. Dit leidt mogelijk tot meer drukte bij de nog bestaande verkooppunten. Metaalbedrijven De OMWB ging in 2023 verder met het project 'Metaal' waarbij binnen het werkgebied van de OMWB ongeveer achthonderd inrichtingen worden gecontroleerd. In 2023 zijn 184 metaalbedrijven geselecteerd, verdeeld onder alle deelnemende gemeenten. Toezichthouders hebben bij deze bedrijven een fysieke integrale milieucontrole uitgevoerd. Dit betreffen bedrijven met activiteiten als het smeden, stralen, coaten of lassen van metalen.
Het doel van het project is om informatie te verzamelen om gericht te kunnen programmeren of interventies te plegen op veelvoorkomende overtredingen. Rubber en kunststof De rubber- en kunststofbranche is in 2021 en 2022 projectmatig aangepakt. In 2023 is deze branche in het reguliere programma opgenomen zonder projectmatige aanpak. De bedrijven die in de uitvoeringsprogramma's waren opgenomen ondergingen een integrale milieucontrole. De branche wordt in de toekomst via de risicobenadering van het Gedifferentieerd Uitvoeringsprogramma Kwaliteit (GUK) opgepakt. LPG-tankstations De OMWB heeft de branche LPG-tankstations sinds 2021 ondergebracht in een meerjarenprogramma dat wordt overgenomen in de jaarlijkse, gemeentelijke uitvoeringsprogramma’s. Het programma schrijft voor dat een LPG-tankstation om de twee jaar wordt gecontroleerd. Hierbij wordt afgewisseld tussen een fysieke integrale controle en een verkorte administratieve controle op alleen het LPG-aspect. Het gehele
16
tankstation wordt dus eenmaal in de vier jaar geheel integraal gecontroleerd. Elk jaar wordt op deze wijze de helft van alle LPG-tankstations gecontroleerd. Advies en toezicht water Het afvalwater dat bedrijven lozen kan soms tot ingrijpende schade aan de riolering leiden. Wanneer dat niet tijdig gesignaleerd wordt, bestaat het risico dat een deel van de riolering al op de helft van haar levensduur vervangen moet worden. In 2023 voerde de OMWB voor zes gemeenten daarom afvalwatermonitoring uit. Dit houdt in dat de OMWB onder andere afvalwater bemonstert bij bedrijven en beoordeelt of de kwaliteit binnen de in wet- en regelgeving gestelde normen valt. Regelmatig blijkt dat dit niet het geval is en dat bij bedrijven de zuiveringstechnische voorzieningen niet op orde zijn. De resultaten leveren veel informatie op en geven vaak aanleiding voor een vervolgtraject. Het opstellen van het afvalwatermonitoringsprogramma en vervolgtrajecten gebeurt in nauw overleg met de rioolbeheerders van de gemeenten die hieraan deelnemen. Toezicht bodem De OMWB houdt voor gemeenten toezicht op het toepassen van grond- en bouwstoffen overeenkomstig het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De verplichte meldingen worden beoordeeld en risicogericht gecontroleerd. Verder vinden er vrije veldcontroles plaats op toepassingen van grond- en bouwstoffen die niet gemeld zijn.
De OMWB let met name op nuttige toepassing van de grond en de milieuhygiënische kwaliteit hiervan. Ook ziet de OMWB er op toe dat bouwstoffen voldoen aan het Bbk en de kwaliteit en functie van de ontvangende bodem. Daarnaast moet zijn voldaan aan de gemeentelijke bodembeheernota. Het aantal meldingen bedroeg in 2023 ongeveer twaalfhonderd. Verder vonden in totaal ongeveer driehonderd controles plaats op de naleving van het Bbk. Actueel is de nieuwe Nota bodembeheer. Deze is door de meeste gemeenten vastgesteld. Er volgt nog een actualisatie van de overige bodemkwaliteitskaarten. Voor toezicht op de Wet bodembescherming is voor de provincie bij 161 saneringen risicogericht toezicht uitgevoerd. Voor de gemeenten Breda en de gemeente Tilburg respectievelijk 35 en 72 keer.
Handhaving en klachten Handhaving Ondanks het feit dat de COVID-19-crisis achter ons ligt, is de nasleep hiervan nog duidelijk merkbaar. Tijdens repressieve trajecten is een zekere mate van terughoudendheid te zien wanneer het gaat over het doen van investeringen of aanpassingen na geconstateerde overtredingen. Met name de kleinere bedrijven gaan gebukt onder de hoge kosten, lage(re) inkomsten, onzekerheid over de toekomst en de hoge energieprijzen. Dwangsommen kunnen nog steeds de doodsteek zijn voor eenmanszaken en kleinere ondernemingen. Zodra ondernemers aanpassingen willen doen, worden zij geconfronteerd met hoge kosten van materialen en lange levertijden omdat materialen niet voorradig zijn. Verplichte keuringen van stookinstallaties kennen een zeer lange wachttijd bij erkende installateurs. In deze gevallen kiest de OMWB voor het informeel verlengen van de termijn zodat de ondernemer de tijd krijgt om de overtredingen op te heffen. In het geval van zo’n informele termijnverlenging vindt zorgvuldige afweging en afstemming plaats tussen handhaving, juristen en gemeenten. Naast bovenstaande factoren speelt de komst van de Omgevingswet een grote rol als het gaat om langer lopende handhavingstrajecten. Dit geldt met name bij overtredingen of het doen van de benodigde aanpassingen die in de wetgeving van 2023 gelden en bij de 17
invoering van de Omgevingswet komen te vervallen, of waarbij kan worden teruggevallen op bijvoorbeeld het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In dit soort gevallen wordt altijd gekeken of er kan worden geanticipeerd op de Omgevingswet, zodat bedrijven niet onnodig kosten hoeven te maken. Klachten Het totaal aantal klachten en meldingen (provinciaal en gemeentelijk samen) in 2023 is wat lager dan over 2022. Onderstaande grafiek is een weergave van het totaal aantal klachten en meldingen per jaar, gedurende de laatste vijf jaar.
Onderstaande grafiek geeft een weergave van het aantal klachten en meldingen per categorie over 2023.
In 2023 is in vergelijking met 2022 het aantal klachten per categorie afgenomen. Het grootste verschil (ca. 15%) is terug te zien in de categorie “Ik ruik…”. Dit komt voornamelijk doordat er over twee bedrijven minder geurklachten zijn ontvangen dan in 2022. Het aantal klachten dat anoniem is ingediend, 1.231 klachten in 2023, is iets hoger dan in 2022 (1.182 klachten). We proberen melders te bewegen om niet anoniem te melden. Dit omdat we anonieme klachten alleen risicogericht, dus bij een (dreigende) milieugevaarlijke situatie (bijvoorbeeld bij een (grote) lekkage van een gevaarlijke stof) 18
in behandeling nemen. Dit betekent in de praktijk dat we het merendeel van de anonieme milieuklachten niet (direct) behandelen. Eind 2023 zijn de (4) omgevingsdiensten van Brabant en Zeeland overgestapt naar een ander klachtensysteem, de MilieuKlachtenApplicatie (MKA). Ook is in 2023 een begin gemaakt met het bouwen van een nieuwe website: www.milieuklachtencentrale.nl. In 2024 wordt deze website gevuld met informatie omtrent de werkzaamheden van de Omgevingsdiensten bij de verschillende soorten overlast. Dit ter informatie voor de leefomgeving.
Niet-inrichting gebonden taken Asbest Het afgelopen jaar was een voortzetting te zien van de bedrijfsmatig gemelde asbestsaneringen (ongeveer 3.500) waarop risicogericht toezicht is uitgevoerd. De OMWB ziet hier over het algemeen een goed naleefgedrag bij de gecertificeerde bedrijven. Zogenaamde achterblijvers en notoire overtreders worden steeds meer in gezamenlijkheid met andere omgevingsdiensten en ketenpartners benaderd in combinatie met nieuwe toezichtstrategieën. Afgelopen jaar hebben meer gemeenten de particuliere asbesttaak ondergebracht bij de OMWB. Het naleefgedrag van deze doelgroep binnen het asbestwerkveld laat door financiële motieven en door onbekendheid met de regels een aanzienlijk slechter naleefgedrag zien dan de gecertificeerde asbestverwijderingsbedrijven. Om dit te verbeteren is extra geïnvesteerd in toezicht en preventie en is het instrumentarium uitgebreid. De stijgende trend met betrekking tot verzoektaken die binnen het werkprogramma worden behandeld, heeft zich doorgezet. We zien ook dat we meer andere typen verzoektaken krijgen zoals de nazorg bij incidenten en het geven van (beleids)advies, bijvoorbeeld over saneringsinitiatieven vanuit een gemeente. Uit de verzoektaken en uit analyses is weer gebleken dat er nog vele asbestsaneringen illegaal dan wel ondeskundig worden uitgevoerd.
Om dit te beperken is nog meer ingezet op preventie door bijvoorbeeld het geven van voorlichting door middel van de 'asbesttelefoon' en hebben we vooral geïnvesteerd in het delen van de inzichten en kennis met de gemeenten om met elkaar tot nieuwe effectieve aanpakken te komen. Totaalsloop In 2023 werden voor vijftien gemeenten de meldingen totaalsloop behandeld en werd risicogericht toezicht gehouden op de uitvoering daarvan. In december constateerden we een verdubbeling van het aantal ingediende sloopmeldingen, waarschijnlijk vanwege de aanstaande inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 en eventuele onzekerheden die gepaard zouden gaan met deze nieuwe wet. Meer dan de helft van die meldingen was overigens van discutabele kwaliteit, waardoor nieuwe sloopmeldingen onder de Omgevingswet hiervoor alsnog plaats moeten vinden. Bouwen Het volume van de provinciale BRIKS (bouwen, reclame, inritten, kappen en slopen)taken, met als belangrijkste onderdeel bouwplantoetsing en bouwtoezicht, is dit jaar in vergelijking met voorgaande jaren globaal gelijk gebleven. Door een bestaande dienstovereenkomst met de ODZOB kon in nood op hen worden teruggevallen en omgekeerd. Hier is een enkele keer gebruik van gemaakt voor constructieve aspecten, omdat de OMWB slechts één constructeur in dienst heeft en deze niet altijd beschikbaar is.
Door deze constructie wordt tevens de kwaliteit van het geleverde werk gewaarborgd en voldaan aan de kwaliteitscriteria 2.2.
19
Ook enkele van onze gemeentelijke deelnemers namen bouwtaken van de OMWB af. Het gaat dan om het onderdeel bouwen bij meervoudige vergunningaanvragen. Het volume daarvan was echter eerder beperkt in omvang. De gemeente Zundert was daarop een uitzondering. De bouwunit van de OMWB was in deze gemeente als casemanager en als toezichthouder bouw betrokken bij een complexe (meerjarige) gebiedsontwikkeling. In 2023 is het bouwtoezicht op bestaande bebouwing voortgezet. Daarbij is nagegaan of alles nog voldoet aan de eerder afgegeven omgevingsvergunning (voor de activiteit bouwen), ook met het oog op brandveiligheidsaspecten. Totaalsloop Het beoordelen van sloopmeldingen en het risicogericht toezicht op de uitvoering daarvan werd voor vijftien gemeentes (en de provincie) uitgevoerd. Hoogstwaarschijnlijk als gevolg van het in werking treden van de Omgevingswet per 1 januari 2024 zag de bouwunit in december bijna een verdubbeling van het aantal ingediende sloopmeldingen. Het merendeel echter van discutabele kwaliteit; beduidend meer dan gangbaar. Energie In opdracht van gemeenten en provincie heeft de OMWB toezicht uitgevoerd op de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing. Daarbij is ook gebruik gemaakt van extra toezichtcapaciteit die kosteloos door het Rijk beschikbaar is gesteld in het kader van het programma Versterkte Uitvoering Energiebesparingsplicht.
Dit programma is eind 2023 afgesloten. In opdracht van een aantal gemeenten is toezicht uitgevoerd op de energielabel C-verplichting die sinds 1 januari 2023 geldt voor kantoren. Op 1 juli 2023 is de wet- en regelgeving op het gebied van energie aangescherpt en uitgebreid met nieuwe doelgroepen. Vergunningplichtige bedrijven en de glastuinbouw vallen nu ook onder de energiebesparingsplicht. Ook geldt er een nieuwe onderzoeksplicht voor bedrijven met een zeer hoog energiegebruik. Tevens is het energietoezicht toegevoegd aan het basistakenpakket van de omgevingsdiensten. Deze wijzigingen betekenen een taakverzwaring voor de OMWB. Om hieraan invulling te kunnen geven ontvangen omgevingsdiensten sinds eind 2022 extra budget rechtstreeks vanuit het Rijk. Dit zogeheten SPUK-budget is aanvullend op de budgetten van gemeenten en provincie voor energietoezicht en is beschikbaar tot en met 2026. Om dit budget te kunnen besteden zijn extra energietoezichthouders geworven. Deze werving wordt in 2024 voortgezet. De afstemming met andere omgevingsdiensten is in 2023 verder geïntensiveerd, zowel op landelijk als op provinciaal niveau. Dit draagt bij aan een efficiënte uitvoering en een uniforme werkwijze. In 2023 is opnieuw geïnvesteerd in dataopbouw en de ontwikkeling van dashboards om deze data te ontsluiten.
Als basis voor informatiegestuurd toezicht wordt steeds meer informatie verzameld over het energieverbruik van bedrijven. Daardoor is de OMWB ook steeds beter in staat om gemeenten en de provincie te informeren over de CO2-reductie die met het energietoezicht gerealiseerd wordt. Ketengericht milieutoezicht In 2023 is het werkprogramma 'ketenaanpak' projectmatig uitgevoerd op de thema’s afval, asbest en bodem. Tussentijds zijn gemeenten op de hoogte gehouden over de voortgang door middel van een digitaal platform waarin ook de inhoudelijke resultaten zijn opgenomen. Door niet alleen het instrument (ketengericht) toezicht in te zetten maar ook te kiezen voor preventieve maatregelen en beleidsadvies is er meer recht gedaan aan de 20
benodigde aanpak om lastige milieuproblemen te verkleinen. Dit is gedaan aan de hand van barrièremodellen. Het jaar 2023 stond ook in het teken van het doorontwikkelen van het instrument diepgaand administratief toezicht (DAT). Onder andere met de ondersteuning van een forensisch accountant zijn diverse onderzoeken uitgevoerd met als resultaat een overdracht aan de politie en eigen handhavingsinterventies. Op het gebied van samenwerking is het in gezamenlijkheid optrekken met de ODBN en ODZOB gecontinueerd en niet verder geïntensiveerd. De OMWB heeft zijn kennis en ervaringen ter beschikking gesteld om tot een Brabantbreed fundament te komen waar de samenwerking verder op kan worden gebouwd. De OMWB heeft ook verder geïnvesteerd in de samenwerking met ketenpartners met als resultaat dat naast de Politie, de Nederlandse Arbeidsinspectie, de inspectie Leefomgeving en Transport nu ook met de DCMR en ODZHZ wordt afgestemd over samenwerkingskansen en analyses worden gedeeld ten einde een effectieve aanpak te realiseren. De omzet op programmadeel 1 bedroeg over 2023 € 22.572.000 (begroot € 24.166.000). De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord.
Programmadeel 2: Adviezen en projecten In programmadeel 2 brengen deelnemers aan de hand van het werkprogramma de adviestaken op het terrein van milieu en overige taken uit het omgevingsrecht in. Deze zogeheten verzoektaken omvatten (milieu)metingen, adviezen en projecten op het gebied van bijvoorbeeld Brzo, geluid, bodem, (afval)water, lucht, vergunningverlening (niet-basistaken), toezicht (niet-basistaken), asbest (niet-basistaken), ruimtelijke planvormingsprocessen, externe veiligheid, duurzaamheid en omgevingsbeleid. Deze taken hebben vaak een wettelijke grondslag of zijn onderdeel van beleidsambities. De werkprogramma’s zijn indicaties van het volume van deze taken. Incidentele verzoektaken kunnen van jaar tot jaar verschillen. Deelnemers hebben in hun werkprogramma’s vaak enkele niet nader gespecificeerde budgetten opgenomen, waar in de loop van het jaar opdrachten voor worden verstrekt. De realisatie van de gegeven opdrachten in 2023 wordt per deelnemer in de (derde) termijnverantwoording teruggekoppeld.
Ontwikkelingen van invloed op de resultaten Advies Ruimtelijke Ordening (RO) Een gestage groei is er bij het product advisering Ruimtelijke Ordening en Milieu. Gemeenten doen steeds vaker een beroep op de OMWB om bijstand en (milieu) advisering bij het opstellen en beoordelen van ruimtelijke plannen. Enerzijds komt dit door de gebiedskennis van gemeenten die de RO-adviseurs hebben opgebouwd, met daarbij steeds meer ondersteuning van OMWB-data. Anderzijds heeft de OMWB de laatste jaren geïnvesteerd in de relatie met gemeenten, die op hun beurt een oplossingsgerichte werkwijze en korte lijnen met de RO-ambtenaren waarderen. Belangrijke marktomstandigheden die leiden tot de toenemende vraag zijn de invoering van de Omgevingswet, de complexiteit van milieu- en gezondheidsthema’s in relatie tot RO, de relatief nieuwe behoefte aan ecologisch advies en de woningbouwopgave die veel gemeenten hebben.
21
Advies Externe Veiligheid Met de komst van de Omgevingswet verandert de benadering van Externe Veiligheid. De huidige beleidsvisies Externe Veiligheid van gemeenten kunnen niet meer gebruikt worden. In 2023 is de OMWB begonnen met het opstellen van een Concept programma Externe Veiligheid als basis voor een nieuw beleid Externe Veiligheid. Dit nieuwe beleid kunnen gemeenten uiteindelijk in het Omgevingsplan opnemen in de vorm van regels. Bij een paar gemeenten heeft de OMWB dit concept besproken en zijn we aan de slag gegaan het beleid specifiek voor die gemeente te maken. Ook de Standaard verantwoording van het groepsrisico die bij veel gemeenten werd gebruikt is vernieuwd. De input van de Veiligheidsregio moet hierin nog meegenomen worden. Om die reden zal dit traject doorlopen in 2024. In het Register Externe Veiligheidsrisico's (REV) zijn stappen gemaakt zoals het aanvullen van relevante data en het beheer van geactualiseerde vergunningen. Het Ministerie van I&W heeft omgevingsdiensten opdracht gegeven om herberekeningen uit te laten voeren vanwege een nieuwe rekenmethodiek. Door deze herberekeningen kunnen de aandachtsgebieden ten opzichte van de berekeningen uit 2020 wijzigen. Wanneer alle berekeningen zijn uitgevoerd worden deze in het REV geplaatst. De opdracht is in 2023 gestart en zal doorlopen tot oktober 2024.
Metingen en onderzoek Bodem Advies Over het jaar 2023 zijn er ruim duizend bodemzaken behandeld; het gaat hier om advies (intern en extern) en het beoordelen van bodemonderzoeken. De adviezen en beoordelingen betreffen ruimtelijke ordening, omgevingsvergunning aspect bouwen, omgevingsvergunning aspect milieu en meldingen in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Besluit lozen buiten inrichtingen. Ook beoordeelden we bodemonderzoeken in het kader van provinciale en gemeentelijke grondtransacties, herontwikkeling en civieltechnische werken. Tevens behoorde het milieukundig begeleiden en coördineren van gemeentelijke bodemsaneringsprojecten tot die bodemzaken. Eind 2022 is gestart met de 2e fase voor het herzien van de Nota Bodembeheer (NBB); deze liep door in 2023. In deze fase zijn de volgende zeven onderwerpen uitgewerkt, waarvoor aanvullende beleidsregels voor de bodem en ondergrond in het kader van de Omgevingswet kunnen worden vastgesteld: 1. Asbest en gevoelige bodemfunctie 2. Asbestdaken: bodemonderzoek voorafgaand aan sloop i.p.v. na sloop 3. Omgaan met nulsituatie-onderzoek bij start bedrijfsactiviteit 4. Geldigheidsduur van een bodemonderzoek omgevingsvergunning onderdeel bouwen 5. Invasieve exoten (bv. Aziatische duizendknoop) in de grond 6. Bodemenergiesystemen 7.
Staalslakken en gestabiliseerd zand Het onderwerp Staalslakken en gestabiliseerd zand bleek niet geschikt om beleidsregels voor op te stellen. De overige zes onderwerpen zijn uitgewerkt en aangeboden aan de 24 deelnemende gemeenten. Deze onderwerpen kunnen eventueel te zijner tijd worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan van de gemeenten. In 2023 is gestart met het updaten van de bodemkwaliteitskaart. Dit is regionaal opgepakt voor 21 gemeenten. Deze update is noodzakelijk omdat de geldigheid van de
22
bodemkwaliteitskaart reeds is verlopen of binnenkort zal verlopen. In 2024 zal de bodemkwaliteitskaart zijn geactualiseerd. Onderzoek Tevens zijn in 2023 werkzaamheden uitgevoerd met betrekking tot het uitvoeren en begeleiden van bodemonderzoeken, verificatieonderzoeken, vooronderzoeken, onderzoek knolcyperus en het bepalen van de kwaliteit van grondwater (provinciaal grondwaterkwaliteits- en grondwaterstandsmeetnet, zwemwater, oppervlaktewater en afvalwater) in heel Noord-Brabant, met name in opdracht van de provincie. Sinds 2022 worden werkzaamheden voor de ODZOB (dieptebepalingen, ontgrondingen met mobiele boot) uitgevoerd. Daarnaast controleren we buiten ons werkgebied processtappen (monstername) bij een aantal provinciale Seveso-(voorheen Brzo)bedrijven. Sporadisch worden ook onderzoeken bij drugslocaties uitgevoerd. Geluid In 2023 zijn metingen uitgevoerd, is advies gegeven en zijn rapporten beoordeeld. Hieronder worden enkele bijzondere zaken nader toegelicht. Padel Padel, een soort kruising tussen tennis en squash, is sterk in opkomst in Nederland. Overal in Midden- en West-Brabant schieten padelbanen als paddenstoelen uit de grond. Dat is niet alleen positief en dat merken we ook bij de OMWB. Zeker na alle aandacht in de (landelijke) media is er veel meer aandacht voor het aspect geluid bij padel.
In 2023 zijn er veel meldingen in het kader van het Activiteitenbesluit beoordeeld en zijn door onze deelnemers vragen gesteld in het kader van het (al dan niet) aanpassen van bestaande bestemmingsplannen ten behoeve van de aanleg van nieuwe banen. Daarnaast komen er steeds meer vragen over het uitvoeren van geluidmetingen bij padelbanen naar aanleiding van klachten. Het blijft een grote uitdaging om de door de (tennis)verenigingen gewenste padelbanen te realiseren zonder dat dit hinder voor omwonenden oplevert. Warmtepompen In het klimaatakkoord zijn CO2-reductie-doelstellingen opgenomen. De ambitie van het akkoord is om alle woningen uiterlijk in 2050 'van het aardgas af' te halen. Dat betekent dat er andere energiebronnen en apparaten nodig zijn voor de verwarming van onze huizen en warm water. Er zijn verschillende scenario’s en verschillende technieken, maar zeker is dat de warmtepomp een zeer prominente rol krijgt als opvolger van de cv-ketel in onze huizen. Sinds april 2021 zijn in het Bouwbesluit geluidgrenswaarden opgenomen voor nieuwe warmtepompen bij particulieren (bij bedrijven gelden de reguliere grenswaarden zoals die zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving en bruidsschat). De normen voor warmtepompen (en airco's) gelden op de erfgrens met de buren (bij appartementen gelden de normen op het raam of de deur van de buren).
Bij Team Metingen en Onderzoek (TMO) merken we dat het geluid als gevolg van (de buitenunit van) de warmtepomp steeds vaker (en dus ook in 2023) vragen oproept. Enerzijds doordat onze deelnemers steeds vaker vragen om geluidadvies bij de aanvraag voor het plaatsen van een warmtepomp. Anderzijds omdat wij steeds vaker vragen krijgen om het geluid van een warmtepomp te meten. Niet zelden leidt de komst van een warmtepomp (of airco) tot een verstoorde relatie tussen buren en een een juridische procedure (tot bij de rechtbank). Ook hiervoor worden de specialisten van TMO ingeschakeld. Windturbines In het Klimaatakkoord is afgesproken dat er in 2030 moet tenminste 35 terawattuur (TWh) duurzame elektriciteit geproduceerd worden. Windenergie is een belangrijke energiebron om dit doel te halen.
23
De provincie Noord-Brabant heeft als doelstelling 471 MW (in 2020) meegekregen. Op dit moment staat er 429 MW opgesteld (met name in het OMWB-gebied). Windturbines vormen (helaas) niet uitsluitend een bron van energie maar veroorzaken ook hinder. De toename van het aantal windturbines (en de toename in omvang) zorgt voor meer klachten met betrekking tot geluidhinder en slagschaduw. Voor de OMWB resulteert de ontwikkeling van meer windturbines op land in een toename van het aantal geluidmetingen en administratieve controles van nalevingsverslagen. Sinds de tweede helft van 2023 en ook in 2024 worden geluidmetingen aan 28 turbines bij het windpark A16 tussen Hazeldonk en Moerdijk uitgevoerd (conform toezichts- en handhavingsstrategie windpark A16). Omgevingswet en EU-richtlijn omgevingslawaai In het kader van de EU-richtlijn moeten provincies en grote gemeentes (agglomeraties) iedere vijf jaar geluidkaarten en actieplannen opstellen. In 2022 heeft de OMWB geluidkaarten opgesteld voor de provincie Noord-Brabant (provinciale wegen) en de gemeente Breda (gemeentelijke wegen, railverkeer en industrielawaai). In 2024 moeten hierop volgend actieplannen worden opgesteld die aansluiten bij het ambitieniveau (lees: plandrempel) die de gemeente Breda en provincie Noord-Brabant hebben vastgesteld. In 2023 zijn geen producties m.b.t. de EU-richtlijn omgevingslawaai opgesteld.
In het kader van de Omgevingswet (1 januari 2024) zijn gemeenten verplicht de Basisgeluidemissie (Bge) van de gemeentelijke wegen vast te stellen. Medio 2028 moet het Bge worden vastgesteld en aangeboden aan het CVGG (Centrale Voorziening Voor Geluidgegevens). Dit nieuwe instrument moet ervoor zorgen dat er niet langer sprake kan zijn van een onbegrensde groei van de geluidbelasting vanwege gemeentelijke wegen. Tevens moeten voor alle wegen met een intensiteit van meer dan 2.500 motorvoertuigen per etmaal de bijbehorende geluidaandachtsgebieden worden bepaald en vastgesteld. Ook wordt opnieuw gekeken naar de saneringsvoorraad (woningen die onderhevig zijn aan een geluidbelasting van meer dan 70 dB vanwege wegverkeer). De OMWB heeft afgelopen jaar middels een pilot (technische) ervaring opgedaan in het opstellen van de Bge. Voor de provincie treedt de systematiek van geluidproductieplafonds (GPP) voor provinciale wegen in werking. De OMWB gaat in 2024 het operationele deel van dit project verzorgen. Ook dit instrument moet een onbegrensde groei van de geluidemissie en -immissie voorkomen. In beide trajecten (Bge en GPP) speelt TMO een voortrekkersrol. Handreiking Milieu & Bouwen in het omgevingsplan (onderdeel geluid en trillingen) Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden.
Voor het onderdeel geluid is er veel veranderd met de komst van de Omgevingswet (en onderliggende besluiten en regelingen). Deze veranderingen hebben betrekking o.a. op de normen voor bedrijven (voorheen opgenomen in Omgevingsvergunningen op basis van de Wabo, het Activiteitenbesluit milieubeheer en Wet geluidhinder), maar ook op de normen voor de aanleg en beheer van infrastructuur en de normen voor de bouw van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De normen uit de Wet geluidhinder, Wabo en Activiteitenbesluit milieubeheer zijn, van rechtswege (via de bruidsschat) op 1 januari 2024 opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De onder- en bovengrens van de nieuwe normen staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en wijken (soms) af van de oude normen. De belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op de normen voor bedrijven (straks: Milieu Belastende Activiteiten). De landelijke normen uit het Activiteitenbesluit zijn verdwenen. Gemeenten moeten zelf normen voor milieubelastende activiteiten gaan stellen in de omgevingsplannen. In het Bkl is wel een voorstel gedaan voor minimale eisen, maar in veel gevallen zullen deze te ruim of te krap blijken te zijn. Voor 24
provinciale wegen treedt op 1 januari 2024 de systematiek van GeluidProductiePlafonds (GPP) in werking; voor gemeentelijke wegen de BasisGeluidEmissie (Bge). Gemeenten hebben hier tot medio 2028 de tijd om de Bge vast te stellen. Het omgevingsplan (nieuw deel) moet uiterlijk op 1 januari 2032 door de gemeenteraad worden vastgesteld. Het omzetten van de bestaande grenswaarden uit het Activiteitenbesluit naar de nieuwe grenswaarden in het omgevingsplan kan niet altijd milieuneutraal plaatsvinden. Hoe moet nu met het onderdeel geluid worden omgegaan in het omgevingsplan? Samen met de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid is door de OMWB in 2022 een handreiking opgesteld over geluid en geur in het omgevingsplan. Deze handreiking is in april 2023 geactualiseerd en uitgebreid naar maar liefst zeven thema’s: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.