Bijlage Begroting 2025 OMWB 2413252.pdf
Tekst van het document
Hoe hoog deze kosten zullen zijn, is op dit moment nog lastig in te schatten. De eerste ervaringen tonen aan dat er een neerwaarts effect is op de kengetallen (waaronder doorlooptijden) waardoor het risico bestaat dat de werkprogramma's niet volledig gerealiseerd kunnen worden. Gezien de grote onduidelijkheden die er op dit moment nog zijn, wordt de risicoinschatting en de kans van optreden gehandhaafd op het niveau van de 2e Bestuursrapportage 2023 en Begroting 2024. 12. Kosteneffectiviteit Volgend uit het kosteneffectiviteitsonderzoek is een intern besparingspotentieel van € 1,7 miljoen opgehaald. In de jaren 2022 tot en met 2024 zijn de verschillende maatregelen doorgevoerd in de begroting respectievelijk meerjarenraming. De afhankelijkheid van derden maakt een volledige realisatie van afzonderlijke maatregelen onzeker. Per jaareinde 2023 is reeds een bedrag van afgerond € 1,3 miljoen gerealiseerd; er resteert daarom een maximaal schadebedrag van ongeveer € 400.000 (€ 1,7 miljoen -/- € 1,3 miljoen). Om tegemoet te komen aan het geraamde potentieel is 60% van de totale waarde als risico aangemerkt, per saldo € 240.000. Dit betreft met name het potentieel van het deelproject met betrekking tot de archivering, waarbij realisatie mede afhankelijk is van de inzet van deelnemers om hun archieven te digitaliseren.
Op basis van het voorgaande en een actuele inschatting van de huidige risico’s is het eindbeeld voor de Begroting 2025 als volgt: Maximaal bedrag schade
Kans op optreden risico
Gewogen risico
4. Inhuur versus vast personeel
380.000
75%
285.000
5. Transitie mens en systeem
600.000
50%
300.000
6. Problematiek arbeidsmarkt
700.000
75%
525.000
Risico's
25
Maximaal bedrag schade
Kans op optreden risico
Gewogen risico
9. Bovenmatig verzuim
315.000
80%
252.000
11. Invoering Omgevingswet
1.000.000
60%
600.000
400.000
60%
240.000
Risico's
12. Kosteneffectiviteit Totaal
3.395.000
2.202.000
In aanvulling op bovenstaande tabel blijft er aandacht voor het volgende. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet verschuift het bevoegd gezag voor bodem en ondergrond en de daaraan verbonden VTH-(basis)taken voor een groot deel van de provincie naar de gemeenten. Voor de Begroting 2024 is van de impact hiervan op het werkprogramma van de OMWB een inschatting gemaakt en zijn bedragen opgenomen in de bijdrage van de deelnemers. Het is nog niet volledig duidelijk of deze bijdrage voldoende is om de kosten van de overgekomen taken volledig te dekken. In de 1e Bestuursrapportage 2024 wordt hier verder op ingegaan. Beschikbaar weerstandsvermogen De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve. De algemene reserve bedraagt eind 2023 € 2.092.000. Uitgaande van het actuele risicoprofiel van € 2.202.000 is de weerstandsratio 0,95. Dit wordt volgens de waarderingstabel van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) gekwalificeerd als ‘matig’. In de jaarrekening 2022 bedroeg de weerstandsratio 1,10 (‘voldoende’). Indien de jaarrekening 2023 een voldoende positief resultaat kent, kan de algemene reserve conform de Financiële Verordening (maximaal 8%) worden aangevuld en bedraagt de weerstandsratio 1,43 ('ruim voldoende'). In de resultaatbestemming 2023 zal aan het AB een voorstel worden gedaan dat aansluit op de Financiële Verordening.
Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat een aantal verplichte financiële kengetallen moet worden opgenomen. Doel daarvan is inzicht te geven in de financiële positie van de organisatie. De trend van de voor de OMWB relevante kengetallen wordt in onderstaande tabel weergegeven.
Financiële kengetallen
Jaarrekening 2023
Begroting 2024*
Begroting 2025
Netto schuldquote
-9,3%
-4,8%
-1,5%
Solvabiliteitsratio
34,2%
35,1%
28,3%
Structurele exploitatieruimte
6,7%
0,1%
0.0%
26
* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe verder deze ratio onder de 1,0 ligt, hoe beter het is. Solvabiliteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de OMWB in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio geeft het aandeel van het eigen vermogen in het balanstotaal weer. Hoe hoger deze ratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie. Structurele exploitatieruimte Door het zuiveren van de incidentele lasten en baten en de mutaties in reserves, ontstaat er een beeld van de mate waarin sprake is van een structureel sluitende begroting. De structurele lasten en baten worden in dit kengetal uitgedrukt als een percentage van de totale baten (voor mutaties reserves) van het betreffende jaar. Een positief percentage is wenselijk, aangezien dit betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Onderlinge verhouding kengetallen De solvabiliteitsratio zoals begroot voor 2025 is lager dan in de jaarrekening 2023 en in de 2e begrotingswijziging 2024. De structurele exploitatieruimte zoals begroot voor 2025, is gedaald ten opzichte van de jaarrekening 2023 en de 2e begrotingswijziging 2024.
Ten opzichte van de jaarrekening 2023 en de 2e begrotingswijziging 2024 vertonen de ratio’s een wisselend beeld; de overall conclusie is echter dat de balanspositie van de OMWB solide is.
Financiering In aansluiting op de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) is in het Besluit Begroting en Verantwoording neergelegd dat de financieringsparagraaf de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille uiteenzet. De grondslag voor de aan de portefeuille verbonden Treasuryfunctie is vastgelegd in het Treasurystatuut. Het beheer van de OMWB is risicomijdend en mede gericht op het voldoen aan de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Treasurybeleid De doelstellingen van het treasurybeleid van de OMWB zijn: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s, zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s; 3. het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut. Onder risico’s worden zowel renterisico’s (vaste schuld en vlottende schuld), kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s als valutarisico’s verstaan. Met betrekking tot risicobeheer geldt het volgende algemene uitgangspunt: “Bij het uitzetten of aantrekken 27
van middelen worden de bepalingen zoals neergelegd in de Wet fido en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) in acht genomen.” Renterisicobeheer 1. De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido; 2. de renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet fido; 3. nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning; 4. de rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; 5. binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de OMWB naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen. Met de inwerkingtreding van de Wet fido is de term ‘Renterisiconorm’ geïntroduceerd. De norm schrijft voor dat in enig jaar de aflossing van een langlopende schuld niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De OMWB kent momenteel geen langlopende leningen en voldoet daarmee automatisch aan de norm. De huidige financieringspositie en dito -behoeften vanuit de investeringsbegroting geven thans geen verdere aanleiding tot aanwending van een dergelijke lening. Kredietrisicobeheer Met betrekking tot het kredietrisicobeheer geldt het uitgangspunt dat overtollige middelen op voorhand worden aangehouden in de schatkist.
Intern liquiditeitsbeheer De OMWB beperkt zijn interne liquiditeitsrisico’s door zijn treasury-activiteiten te baseren op een adequate liquiditeitsplanning. Valutarisicobeheer Valutarisico’s worden door de OMWB uitgesloten. Leningen worden uitsluitend aangegaan of gegarandeerd in de Europese geldeenheid (de euro). Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet stelt de Wet fido een norm voor het maximumbedrag voor de financiering van de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar). De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen betreft 8,2% van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet bedraagt € 3.987.000 voor de OMWB op basis van de Begroting 2024. Aangezien het gemiddelde netto vlottende overschot aan financieringsmiddelen op € 15,0 miljoen wordt geschat, is de ruimte onder de kasgeldlimiet gelijk aan de kasgeldlimiet.
Wet open overheid (Woo) Inleiding De Wet Open Overheid (Woo) is ingegaan op 1 mei 2022 en legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen is het geven van een impuls aan openbaarheid. De wet vereist dat in begroting en jaarrekening wordt aangegeven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. De Wet Open Overheid kent een viertal belangrijke aspecten:
28
1. De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo contactfunctionaris aan te wijzen. 2. Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking. 3. Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking. 4. Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Woo contactfunctionaris De OMWB heeft een contactpersoon aangesteld. Op deze wijze is voldaan aan de wettelijke verplichting. Passieve openbaarmaking De Wet Open Overheid is de opvolger van de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). De Woo kent op dit gebied de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob, onder meer is de toegestane doorlooptijd voor het beantwoorden van Woo-verzoeken aangepast. Deze aanpassingen zijn in 2023 doorgevoerd in onze processen. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om elf benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat overheidsorganisaties hun digitale informatiehuishouding binnen acht jaar (vanaf 1 mei 2022) op orde brengen.
29
Financiële begroting Inleiding De exploitatiebegroting bevat de verwachte baten en lasten voor het boekjaar 2025, inclusief meerjarenraming 2026-2028. Daarbij is de Kaderbrief 2025 als uitgangspunt gehanteerd. Aangezien de Begroting 2025 in dezelfde periode is opgesteld als de Jaarrekening 2023 is zoveel als mogelijk met deze actuele kennis rekening gehouden.
Financiële uitgangspunten De uitgangspunten voor de Begroting 2025 zijn door het Dagelijks Bestuur vastgesteld d.d. 24 januari jl. en gedeeld met de deelnemers in de Kaderbrief 2025.
Algemene uitgangspunten De OMWB hanteert de volgende algemene financiële uitgangspunten: 1. De Begroting 2025 gaat uit van het bestaande beleid, rekening houdend met de financiële effecten van de genoemde beleidsontwikkelingen in hoofdstuk 2; 2. de Begroting 2025, inclusief de meerjarenraming 2026-2028, is sluitend; 3. de Begroting 2025 wordt opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
Financieel technische uitgangspunten De volgende financieel-technische uitgangspunten zijn in de begroting inclusief meerjarenraming gehanteerd: Baten
Voor 2025 wordt vanuit de extrapolatie van de werkprogramma’s 2024, de formatieve uitbreiding van 8,54 fte, zoals opgenomen in paragraaf 4.6 ‘Financiële impact 2025 en later’ in de Kaderbrief 2025, de bijdragen voor bodemtaken (Wbb), de projecten 'Van inrichting naar MBA' en 'Energie - Persoonsgebonden mobiliteit' en de Specifieke uitkeringen Omgevingsdiensten, een werkaanbod verwacht van ca. 392.000 declarabele uren; er geldt een kostendekkend, gemiddeld tarief, dat gelijk is voor deelnemers en niet-deelnemers; basis voor het financieringsmodel voor de deelnemende gemeenten is de MWBnorm. Conform de bestuurlijke afspraak zou de MWB-norm tot en met 2024 gelden. Echter, doordat de uitwerking van het GUK langer op zich laat wachten, blijft de MWB-norm een jaar langer als basis van de financiering gelden.
Lasten
Conform de september-circulaire 2023 d.d. 19 september 2023 is rekening gehouden met een gemiddelde loonkostenstijging van 5,8% ten opzichte van de 2e begrotingswijziging 2024;
30
conform de september-circulaire 2023 d.d. 19 september 2023 is rekening gehouden met een gemiddelde prijsstijging van 1,6% ten opzichte van de 2e begrotingswijziging 2024; het hiervoor, onder 'Baten', beschreven werkaanbod vraagt een benodigde formatie voor het primaire proces van circa 303 fte; de personeelsformatie voor het primaire proces bedraagt 280 fte, De ‘overbrugging’ naar 303 fte gebeurt met inhuur van derden; er wordt rekening gehouden met een declarabiliteitsnorm van 1.295 uur per fte; het BBV schrijft voor dat kosten van bedrijfsvoering (in BBV-termen ‘Overhead’) afzonderlijk worden begroot en verantwoord. Volgens de definitie van het BBV worden tot de bedrijfsvoering gerekend “Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”; de formatieomvang van bedrijfsvoering bedraagt 68 fte eigen medewerkers en 2,0 fte inhuur externe medewerkers; om mogelijke tegenvallers adequaat te kunnen opvangen, wordt rekening gehouden met een post onvoorzien van € 150.000. Deze post staat ter beschikking van het Dagelijks Bestuur; de structurele effecten van de cao SGO 2024-2025 zijn verwerkt.
Kosteneffectiviteitsonderzoek ‘Van goed naar beter’ Het kosteneffectiviteitsonderzoek 'Van goed naar beter' is afgerond in 2024. Het bestuur wordt via andere kanalen geïnformeerd over de afronding van dit programma. Teneinde de besparingen structureel binnen de dienst te verankeren, zijn structurele 'investeringen' noodzakelijk. Van het jaarlijks terugkerende budget van € 200.000 is € 144.000 opgenomen in het budget voor lonen & salarissen en € 56.000 in het automatiseringsbudget.
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 Het overzicht van baten is als volgt: Baten Bedragen x € 1.000
Meerjarenraming
Realisati e 2023
Begrotin g* 2024
Begrotin g 2025
2026
2027
2028
Programmadeel 1: Vergunningverlening , Toezicht en Handhaving
22.572
25.035
28.278
29.45 5
30.53 9
31.66 3
Programmadeel 2: Advies en Projecten
10.376
12.926
15.266
15.90 1
16.48 6
17.09 3
Programmadeel 3: Collectieve taken
1.824
1.834
1.988
2.071
2.147
2.226
Programmadeel 4: Buiten werkprogramma
3.389
1.844
1.802
1.831
1.861
1.890
31
Baten Bedragen x € 1.000
Meerjarenraming
Realisati e 2023
Begrotin g* 2024
Begrotin g 2025
2026
2027
2028
Programmadeel 4: Overige exploitatiebaten
548
610
610
610
610
610
Specifieke uitkeringen Omgevingsdiensten
549
1.588
672
672
-
-
39.257
43.837
48.618
50.54 0
51.64 3
53.48 2
Diverse baten
65
-
-
-
-
-
Rentebaten
499
250
250
250
250
250
2
-
-
-
-
-
566
250
250
250
250
250
39.823
44.087
48.868
50.79 0
51.89 3
53.73 2
-83
-42
-
-
-39
-41
-
-
218
9
-
-
-83
-42
218
9
-39
-41
Totaal lasten
38.188
44.045
49.086
50.79 9
51.85 4
53.69 1
Gerealiseerd resultaat
1.552
-
-
-
-
-
Subtotaal
Overige baten
Vennootschapsbelast ing Subtotaal
Totaal baten
Stortingen reserves Onttrekkingen reserves Totaal reserves
32
* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 Het overzicht van de lasten Primair proces is als volgt: Lasten Bedragen x € 1.000
Meerjarenraming
Realisati e 2023
Begrotin g* 2024
Begrotin g 2025
2026
2027
2028
21.501
25.566
28.663
30.03 8
31.30 0
32.61 5
Reiskosten
304
290
294
299
304
309
Opleidingskosten
241
319
376
382
388
395
Overige personeelskosten
140
168
131
133
136
138
Personeel niet in loondienst
3.172
2.421
2.608
2.608
1970
1.948
Detacheringsinkoms ten
-116
-
-
-
-
-
25.242
28.762
32.073
33.46 2
34.09 8
35.40 3
Afschrijvingskosten
78
141
493
282
190
172
Totaal afschrijvingskoste n
78
141
493
282
190
172
78
86
90
92
93
95
-
44
45
45
46
47
Automatisering
19
20
20
21
22
23
Algemeen beheer
38
34
40
41
41
42
Primair Proces Personele kosten Lonen & salarissen
Totaal personele kosten Afschrijvingskosten
Huisvesting en organisatiekosten Huisvesting en facilitaire kosten Tractie
33
Lasten Bedragen x € 1.000
Totaal Huisvestiging en organisatiekosten
Meerjarenraming
Realisati e 2023
Begrotin g* 2024
Begrotin g 2025
2026
2027
2028
135
184
195
199
203
206
Kosten primaire werkzaamheden verricht door derden Laboratoriumkosten
1.635
1.844
1.802
1.831
1.861
1.890
494
610
610
610
610
610
Totaal Kosten primaire werkzaamheden verricht door derden
2.129
2.454
2.412
2.441
2.471
2.500
Totaal lasten primair proces
27.585
31.542
35.174
36.38 4
36.96 2
38.28 2
Milieumetingen
* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024
Het overzicht van de lasten Bedrijfsvoering is als volgt: Lasten Bedragen x € 1.000
Meerjarenraming
Realisati e 2023
Begrotin g* 2024
Begrotin g 2025
2026
2027
2028
5.214
6.344
7.612
7.977
8.312
8.661
Reiskosten
168
219
222
226
230
233
Opleidingskosten
211
311
367
373
379
385
Overige personeelskosten
527
643
517
525
533
542
Bedrijfsvoering Personele kosten Lonen & salarissen
34
Lasten Bedragen x € 1.000
Meerjarenraming
Realisati e 2023
Begrotin g* 2024
Begrotin g 2025
2026
2027
2028
Personeel niet in loondienst
284
293
362
379
395
412
Detacheringsinkomst en
-26
-
-
-
-
-
6.378
7.809
9.080
9.480
9.849
10.23 3
Afschrijvingskosten
86
129
317
283
261
261
Totaal Afschrijvingskoste n
86
129
317
283
261
261
1.208
1.213
1.244
1.264
1.284
1.305
Tractie
72
56
37
38
38
39
Algemeen beheer
473
481
438
445
452
459
Automatisering
2.347
2.659
2.641
2.751
2.852
2.957
Totaal Huisvesting en organisatiekosten
4.100
4.409
4.360
4.498
4.627
4.760
10.564
12.348
13.757
14.26 1
14.73 7
15.25 4
39
-
-
-
-
-
Onvoorzien
-
150
150
150
150
150
Vennootschapsbelast ing
-
5
5
5
5
5
Totaal personele kosten Afschrijvingskosten
Huisvesting en organisatiekosten Huisvesting en facilitaire kosten
Totaal lasten Bedrijfsvoering
Overig Diverse lasten
35
Lasten Bedragen x € 1.000
Meerjarenraming
Realisati e 2023
Begrotin g* 2024
Begrotin g 2025
2026
2027
2028
Subtotaal
39
155
155
155
155
155
Totaal lasten overig
39
155
155
155
155
155
38.188
44.045
49.086
50.79 9
51.85 4
53.69 1
Totaal lasten
* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 Op grond van het BBV wordt inzicht verschaft in de structurele en incidentele baten en lasten voor de OMWB. In het volgende overzicht wordt dit weergegeven (bedragen x € 1.000):
2025
2026
2027
2028
Baten
Laste n
Baten
Laste n
Baten
Laste n
Baten
Laste n
Structure el
48.86 8
48.890
50.79 0
50.799
51.89 3
51.854
53.73 2
53.691
Incidentee l
-
196
-
-
-
-
-
-
* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024
36
Toelichting op de begroting In dit onderdeel wordt een toelichting gegeven op de belangrijkste verschillen tussen de 2e begrotingswijziging 2024 en de Begroting 2025. Aan het einde van dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de beschikbare declarabiliteit en de te hanteren functionele tarieven voor het begrotingsjaar 2025.
Toelichting op de baten De baten van de OMWB bestaan voor het voornaamste deel uit bijdragen van onze deelnemers voor diensten en producten die zij afnemen. De baten zijn in beginsel gebaseerd op de omvang van de vastgestelde werkprogramma’s 2024. Daarnaast is de formatieve uitbreiding, zoals beschreven in paragraaf 4.6 'Financiële impact 2025 en verder' in de baten verwerkt. Op basis van de formatieve uitbreiding zijn extra baten geraamd voor een waarde van € 1,3 miljoen. Deze extra baten zijn verdeeld over P1 en P2, op basis van de beschreven ontwikkelingen. In de baten is ook rekening gehouden met de bijdragen voor bodemtaken (Wbb), het project ‘Van inrichting naar MBA’ en het project ‘Energie - persoonsgebonden mobiliteit’. Tenslotte zijn de Specifieke uitkeringen Omgevingsdiensten meegenomen in de baten. In bijlage 1 zijn de bijdragen voor 2025 en verder per deelnemer gespecificeerd. Conform de bestuurlijke afspraak zou de MWB-norm tot en met 2024 gelden. Echter, doordat de uitwerking van het GUK langer op zich laat wachten, blijft de MWB-norm een jaar langer als basis van de financiering gelden. Rentebaten De rentebaten voor 2025 zijn in de begroting opgenomen omdat verwacht wordt dat de baten een structureel karakter krijgen.
Toelichting op de lasten Voor de Begroting 2025 worden de ramingen van de kosten vergeleken met die van de 2e begrotingswijziging 2024. Waar nodig zijn de verschillen nader toegelicht. Hierna wordt allereerst ingegaan op de lasten voor het primair proces, daarna volgen de lasten bedrijfsvoering en de overige lasten.
Primair proces Personele lasten Personeelslasten Bedragen x € 1.000
Begroting * 2024
Begroting 2025
Primair proces
37
Personeelslasten Bedragen x € 1.000
Begroting * 2024
Begroting 2025
25.566
28.663
Reiskosten
290
294
Opleidingskosten
319
376
Overige personeelskosten
168
131
Personeel niet in loondienst
2.421
2.608
-
-
28.762
32.073
Personele kosten Lonen & salarissen
Detacheringsinkomsten Totaal Personele kosten * dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024
Lonen & salarissen: De mutatie in het budget voor lonen & salarissen wordt als volgt gespecificeerd:
De benodigde personele capaciteit vanuit de baten 2025, de bezetting begin 2024 en de daarmee verwachte salariskosten voor 2024 vormen de basis voor deze post; de in de Kaderbrief 2025 beschreven formatieve uitbreiding van 8,54 fte is verwerkt in de budgetten voor lonen & salarissen voor het primair proces; voor de indexering is rekening gehouden met een toename van 5,8% ten opzichte van de begrote kosten voor lonen & salarissen in de 2e begrotingswijziging 2024.
Reiskosten:
Indexering: 1,6%.
Opleidingskosten:
In beginsel bedraagt het budget voor opleidingskosten voor het primair proces en bedrijfsvoering gezamenlijk 2% (€ 725.000) van de kosten lonen & salarissen. Als totale opleidingsbudget is € 743.000 opgenomen. Hiervan heeft € 366.000 betrekking op het decentrale opleidingsbudget van de teams van het primair proces. Aanvullend is een budget van € 10.000 opgenomen voor opleidingskosten voor de werkzaamheden in het kader van de Specifieke uitkeringen Omgevingsdiensten. Het opleidingsbudget voor het primair proces bedraagt in totaal € 376.000.
Overige personeelskosten:
Budgetten die hieronder geschaard worden, betreffen onder andere budgetten voor arbo, werving & selectie, personeelsvereniging, vergader- en verblijfkosten en werkkleding; 38
op een de budgetten van overige personele kosten en vergader- en verblijfkosten zijn budgetreducties doorgevoerd om te komen tot een realistische begroting; indexering: 1,6%.
Personeel niet in loondienst:
De formatie eigen medewerkers is gebaseerd op 280 fte. Het werkaanbod ligt circa 30.500 uur hoger dan met deze formatie bewerkstelligd kan worden; dit betreft circa 23 fte. Voor dit aantal fte is budget opgenomen voor de inhuur van externen; voor de indexering is rekening gehouden met een toename van 5,0% ten opzichte van de begrote kosten voor personeel niet in loondienst in de 2e begrotingswijziging 2024.
Afschrijvingskosten Afschrijvingskosten Bedragen x € 1.000
Begroting * 2024
Begroting 2025
Afschrijvingskosten
141
493
Totaal afschrijvingskosten
141
493
Primair proces
* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 Afschrijvingskosten:
Meerjarig zijn de afschrijvingskosten in beeld gebracht bij het meerjareninvesteringsprogramma; door een herziening van de afschrijvingstermijn voor technische apparatuur vindt er een inhaalafschrijving plaats in 2025 en zijn de jaarlijkse afschrijvingslasten hoger dan voorgaande jaren. In het hoofdstuk 'Afschrijvingstermijnen' wordt dit verder toegelicht.
Huisvesting en organisatie Huisvestiging en organisatie Bedragen x € 1.000
Begroting * 2024
Begroting 2025
Huisvesting en facilitaire kosten
86
90
Tractie
44
45
Automatisering
20
20
Primair proces
39
Huisvestiging en organisatie Bedragen x € 1.000
Begroting * 2024
Begroting 2025
34
40
184
195
Algemeen beheer Totaal Huisvesting en organisatie * dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 Huisvesting en organisatie:
Indexering van 1,6%.
Overige kosten Overige kosten Bedragen x € 1.000
Begroting * 2024
Begroting 2025
1.844
1.802
Milieumetingen
610
610
Totaal Overige kosten
2.454
2.412
Primair proces Laboratoriumkosten
* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 De Overige kosten worden als volgt gespecificeerd:
De budgetten voor luchtkwaliteitsmetingen/e-Noses zijn onder deze post opgenomen; de budgetten voor milieumetingen worden gecompenseerd door de provincie Noord-Brabant en hebben derhalve een resultaatneutraal effect.
Bedrijfsvoering De kosten van bedrijfsvoering worden conform het BBV afzonderlijk in de begroting verantwoord. Hierna een toelichting op de kosten van bedrijfsvoering. Lasten Bedragen x € 1.000
Begroting * 2024
Begroting 2025
Bedrijfsvoering
40
Lasten Bedragen x € 1.000
Begroting * 2024
Begroting 2025
6.344
7.612
Reiskosten
219
222
Opleidingskosten
311
367
Overige personeelskosten
643
517
Personeel niet in loondienst
293
362
-
-
7.809
9.080
Afschrijvingskosten
129
317
Totaal Afschrijvingskosten
129
317
Huisvesting en facilitaire kosten
1.213
1.244
Algemeen beheer
481
438
2.659
2.641
56
37
4.409
4.360
12.348
13.757
Personele kosten Lonen & salarissen
Detacheringsinkomsten Totaal personele kosten Afschrijvingskosten
Huisvesting en organisatie
Automatisering Tractie Totaal Huisvesting en organisatiekosten
Totaal lasten Bedrijfsvoering * dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 Lonen & salarissen:
Voor de indexering is rekening gehouden met een toename van 5,8% ten opzichte van de begrote kosten voor lonen & salarissen in de 2e begrotingswijziging 2024; 41
in het budget is € 144.000 opgenomen voor een kwaliteitsmanager als structurele 'investering' in het kwaliteitsmanagementsysteem; de in paragraaf 4.6 ‘Financiële impact 2025 en later’ in de Kaderbrief 2025 beschreven formatieve uitbreiding in de tabel 'Tarief verhogende maatregelen', is verwerkt in de budgetten voor lonen & salarissen voor bedrijfsvoering.
Opleidingskosten:
In beginsel bedraagt het budget voor opleidingskosten voor het primair proces en bedrijfsvoering gezamenlijk 2% (€ 725.000) van de kosten lonen & salarissen. Als totale opleidingsbudget is € 743.000 opgenomen. Hiervan heeft € 279.000 betrekking op het centrale opleidingsbudget en € 80.000 op de decentrale opleidingsbudget van de clusters van Bedrijfsvoering. Aanvullend is een budget van € 8.000 opgenomen voor kosten van het gezamelijke opleidingsprogramma vanuit Omgevingsdienst Nederland. Het opleidingsbudget voor bedrijfsvoering bedraagt in totaal € 367.000.
Overige personeelskosten:
Indexering van 1,6%; op een aantal budgetten, o.a. kosten organisatie-ontwikkeling, duurzame inzetbaarheid en overige personele kosten, zijn budgetreducties doorgevoerd om te komen tot een realistische begroting.
Personeel niet in loondienst: Voor de verdere doorontwikkeling van datamanagement en -beheer is inhuur van specialistische kennis en ervaring essentieel. De kosten hiervan worden voor 2025 geschat op € 362.000. Afschrijvingskosten: In de Kaderbrief 2025 en deze begroting is een investering in huisvesting van € 2.000.000 opgenomen. Deze investering betreft de inrichting van de werkplekken. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar het onderdeel 'Bedrijfsvoering' in het hoofdstuk 'Stategische agenda'. De jaarlijkse afschrijvingslast van deze investering bedraagt € 200.000 en is meegenomen in de afschrijvingskosten vanaf 2025. Huisvesting en facilitaire kosten:
Voor de indexering van huur- en servicekosten is rekening gehouden met actuele ontwikkelingen, wat heeft geleid tot een indexatie van 2,9%; de overige kosten zijn geïndexeerd met 1,6%.
Automatisering:
Op het budget voor licenties is een indexering van 4,96% toegepast; in het budget is € 56.000 opgenomen als structurele 'investering' in het kwaliteitsmanagementsysteem; de daling van het budget voor automatisering ten opzichte van de 2e begrotingswijziging 2024 is het gevolg van het feit dat er voor 2025 lagere kosten voor implementaties, transities en ontwikkelingen worden verwacht.
De overige kosten van bedrijfsvoering zijn geïndexeerd met 1,6% (reiskosten, algemeen beheer en tractie).
42
Overige lasten Hierna volgt een toelichting op de overige lasten. Overige lasten Bedragen x € 1.000
Begroting * 2024
Begroting 2025
-
-
150
150
Vennootschapsbelasting
5
5
Totaal Overige lasten
155
155
Overige lasten Diverse lasten Onvoorzien
* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 Onvoorzien Voor de verplichte post ‘Onvoorzien’ is vanuit het Dagelijks Bestuur in de begroting een bedrag opgenomen van € 150.000. Dit bedrag is ongewijzigd ten opzichte van de 2e begrotingswijziging 2024 en wordt toereikend geacht.
Declarabiliteit De basis voor het werkaanbod 2025 wordt gevormd door:
de met de deelnemers afgestemde werkprogramma’s 2024; de MWB norm 2025; de formatieve uitbreiding van 8,54 fte, zoals opgenomen in paragraaf 4.6 'Financiële impact 2025 en later' in de Kaderbrief 2025 (pagina 25 en 26); de bijdragen voor bodemtaken (Wbb), de projecten 'Van inrichting naar MBA' en 'Energie - persoonsgebonden mobiliteit' en de Specifieke uitkeringen Omgevingsdiensten.
In totaliteit bedraagt het werkaanbod maximaal 392.000 declarabele uren. In de begroting is rekening gehouden met een formatie van 348 fte eigen medewerkers, waarvan 280 fte in het primaire proces. Rekening houdend met een declarabiliteit van 1.295 uur per fte, is ca. 363.000 uur beschikbaar aan declarabele uren. De declarabiliteitsnorm van 1.295 uur per fte kent de volgende opzet: Bruto-netto-berekening Beschikbare uren
Totaal uren 1.872
Verlof en feestdagen
279
Verzuim
94 43
Bruto-netto-berekening
Totaal uren
Niet-declarabele uren (o.a. overleg, opleiding, kwaliteitsmanagement, uren key users, OR/BHV)
204
Totaal declarabele uren
1.295
De ruimte tussen zowel werk- als additioneel aanbod en beschikbare urencapaciteit wordt gerealiseerd met inzet van externe inhuur.
Tarief ontwikkeling De OMWB hanteert in de begroting een gemiddeld, voorcalculatorisch uurtarief voor de geraamde bijdragen van deelnemers. De facturatie (afrekening ten opzichte van de bevoorschotting) vindt plaats tegen de gedifferentieerde nacalculatorische tarieven, gebaseerd op de functionele inschaling van de uitgevoerde werkzaamheden. Het voorcalculatorische gemiddelde tarief voor 2025 is met 8,4% gestegen ten opzichte van het tarief voor 2024. Uitgangspunt voor de tariefbepaling 2025 is het tarief van € 108,75, zoals vastgesteld in de begroting 2024. Op dit tarief is een correctie doorgevoerd voor het streefpercentage voor ziekteverzuim. Daarna is het tarief aangepast met de indexaties voor 2025 volgens de september-circulaire 2023 d.d. 19 september 2023 (loon- en prijspeil). Ook de tarief verhogende maatregelen, zoals beschreven in paragraaf 4.6 ‘Financiële impact 2025 en later’ in de Kaderbrief 2025, zijn verwerkt. Tenslotte is het tarief gecorrigeerd voor de extra verlofrechten uit de cao SGO 20242025 die abusievelijk niet zijn meegenomen in de berekening van het tarief, zoals opgenomen in de Kaderbrief 2025. Het gemiddelde, voorcalculatorische, tarief voor 2025 bedraagt afgerond € 117,90 (gemiddeld tarief van de begroting 2024 bedraagt € 108,75). Omschrijving
Effect op het tarief
Tarief 2024 Aanpassing ziekteverzuim van 5,5% naar 5,0%
Bedrag per uur € 108,75
-0,56 %
Subtotaal
- € 0,61
€ 108,14
Indexatie 2025
4,96%
€ 5,36
Impact voorstellen kaderbrief 2025*
3,12%
€ 3,37
44
Omschrijving
Effect op het tarief
Bedrag per uur
Correctie extra verlof
0,94%
€ 1,02
Tarief 2025
8,4%
€ 117,90
* Dit betreft de impact van de maatregelen vanuit bedrijfsvoering met een tarief verhogen effect ad. € 1.145.000, zoals uitgewerkt in paragraaf 4.6 'Financiële impact 2025 en later' in de Kaderbrief 2025. In onderstaande tabel zijn de functionele, voorcalculatorische tarieven voor het begrotingsjaar 2025 opgenomen, in vergelijking met de 2e begrotingswijziging 2024. Aanpassing van de tarieven heeft plaatsgevonden aan de hand van de tariefwijzigingen uit bovenstaande tabel. Functioneel voorcalculatorische uurtarieven
Begroting 2025 uurtarief
Begroting 2024 * uurtarief
MBO
€ 93,95
€ 86,00
HBO
€ 114,35
€ 105,50
Specialisten
€ 134,65
€ 124,80
Milieu
* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 Tarieven buiten kantoortijd: Als kantoortijden hanteren we de maandagen tot en met de vrijdagen van 7.00 tot 22.00 uur. Alle overige tijdstippen zijn buiten kantoortijd. We hanteren een opslagpercentage van 30% op de tarieven voor werkzaamheden buiten kantoortijd.
45
Uiteenzetting financiële positie Op grond van het BBV dient in de begroting en jaarrekening een uiteenzetting van de financiële positie van de dienst opgenomen te worden. Hierna wordt zowel de geprognosticeerde balans gepresenteerd als inzicht in verwachte investeringen en gehanteerde afschrijvingstermijnen. Ook wordt het verloop van de reserves weergegeven. In bijlage 2 is het overzicht per taakveld opgenomen.
Geprognosticeerde balans In onderstaand overzicht is de geprognosticeerde begin- en eindbalans weergegeven voor zowel het begrotingsjaar als de meerjarenraming. In deze meerjarige geprognosticeerde balans is primair uitgegaan van bestaand beleid, aangevuld met verwachte (vervangings)investeringen. Activa Bedragen x € 1.000
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Materiële vaste activa
2.821
2.331
1.880
1.447
Totaal vaste activa
2.821
2.331
1.880
1.447
Vorderingen op openbare lichamen
279
279
279
279
Uitzettingen rijksschatkist
2.129
2.129
2.129
2.129
Uitzettingen met looptijd < 1 jaar
2.408
2.408
2.408
2.408
Liquide middelen (banksaldi)
991
991
991
991
Overige en overlopende
4.139
4.312
4.470
4.635
46
Activa Bedragen x € 1.000
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
10.359
10.042
9.749
9.481
vlottende activa
TOTAAL ACTIVA
Passiva Bedragen x € 1.000
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
2.092
2.092
2.092
2.092
838
828
868
909
Resultaat boekjaar vóór bestemming
-
-
-
-
Eigen vermogen
2.930
2.920
2.960
3.001
Voorzieningen
602
602
602
602
Vaste schulden
-
-
-
-
453
453
453
453
6.374
6.067
5.734
5.425
10.359
10.042
9.749
9.481
Algemene reserve Bestemmingsreserve meetstations
Vlottende schulden < 1 jaar
Overlopende passiva
TOTAAL PASSIVA
(Vervangings-)investeringen 2025
47
In 2025 zal een investering in huisvesting plaatsvinden van € 2.000.000. Deze investering betreft de inrichting van de werkplekken. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar het onderdeel 'Bedrijfsvoering' in het hoofdstuk 'Stategische agenda'. Het uitgangspunt is dat het Algemeen Bestuur met het vaststellen van de Begroting 2025 goedkeuring verleent aan het onderstaande overzicht van (vervangings-)investeringen. Het resterende investeringskrediet van 2023 (in totaal € 847.000) is toegevoegd aan de voorgenomen investeringen in 2024. In de Begroting 2024 was reeds € 100.000 opgenomen, € 50.000 bij ‘Huisvesting’ en € 50.000 bij ‘Automatisering’. Bij het vaststellen van de begroting 2024 is reeds toestemming verleend voor deze voorgenomen investeringen. Investeringen Bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
2028
Huisvesting
201
2.000
-
-
-
Automatisering
59
-
-
-
-
Communicatiemiddelen
6
-
-
-
-
Wagenpark
226
-
-
-
-
Technische apparatuur
445
-
75
-
-
Totaal
947
2.000
75
-
-
Bij vervanging van activa wordt nut en noodzaak afgewogen. Niet altijd kan vervanging plaatsvinden tegen de geraamde aanschafwaarden, wat betekent dat de werkelijke lasten kunnen afwijken van de in de tabel opgenomen bedragen. Substantiële afwijkingen melden we bij de bestuursrapportages. Voor activering van investeringen wordt vanaf 2022 een ondergrens van € 1.000 (was voorheen € 10.000) gehanteerd. Vervangingen of aanschaffingen onder deze grens verantwoorden we in de exploitatie. Met het vaststellen van de begroting worden ook de vermelde afschrijvingstermijnen voor investeringen vastgesteld. De afschrijvingen vinden - eveneens vanaf 2022 - plaats bij ingebruikname van het actief (was het jaar volgend op activering). Het financiële beleid is overeenkomstig aangepast.
Afschrijvingstermijnen Met ingang van 2025 vind er een herziening plaats van de gehanteerde afschrijvingstermijn van technische apparatuur. Deze wordt gewijzigd om een betere aansluiting tussen economische en technische levensduur te realiseren. In de praktijk blijkt dat de gebruiksduur van de betreffende apparatuur circa 5 jaar is in plaats van 15 jaar waar voorheen mee gerekend werd. In 2025 vindt er een inhaalafschrijving (€ 196.000) plaats op de technische apparatuur die voor 2025 reeds aanwezig was. De inhaalafschrijving is verwerkt in de afschrijvingen van het primair proces. Van de inhaalafschrijving heeft € 179.000 betrekking op afschrijvingen op meetstations. Dit bedrag wordt ten laste van de reserve meetstations gebracht.
48
Door de herziening van de afschrijvingstermijn van technische apparatuur zijn de afschrijvingskosten van technische apparatuur in 2025 € 75.000 hoger dan zonder deze herziening. Bij investeringen worden vanaf 2025 de volgende afschrijvingstermijnen gehanteerd: Tabel met de gehanteerde afschrijvingstermijnen
Jaren
Huisvesting
10
Automatisering
5
Communicatiemiddelen
3
Wagenpark
7
Technische apparatuur
5
Staat van reserves Het verwachte verloop van de reserves is als volgt: Staat van reserves 2024 2027 Bedragen x€ 1.000
Algemene Reserve
Reserve Meetstations
Stand per 1-1-2025
2.092
1.056
-
-218
2.092
838
-
-9
2.092
828
-
39
2.092
868
Mutatie 2025 Stand per 1-1-2026 Mutatie 2026 Stand per 1-1-2027 Mutatie 2027 Stand per 1-1-2028
49
Staat van reserves 2024 2027 Bedragen x€ 1.000 Mutatie 2028 Stand per 1-1-2029
Algemene Reserve
Reserve Meetstations
-
41
2.092
909
Algemene reserve De stand van de Algemene Reserve bedraagt naar verwachting per 1-1-2025 € 2.092.000 (voor resultaatbestemming 2023). Reserve Meetstations De stand van de reserve meetstations bedraagt naar verwachting per 1-1-2025 € 1.056.000. Het saldo van opbrengsten en kosten van de meetstations wordt per jaareinde toegevoegd (bij een positief saldo) of onttrokken (bij een negatief saldo) aan de reserve. In 2025 en 2026 neemt het saldo af door de inhaalafschrijving en de gestegen afschrijvingslast door de herziene afschrijvingstermijn van technische apparatuur. De jaren daarna loopt dit saldo jaarlijks eerst nog op; daarna zal de reserve teruglopen en wordt een evenwicht in kosten en opbrengsten verwacht. Oorzaak hiervan is dat kosten als gevolg van investeringen pas in latere jaren via de afschrijvingen ten laste van de reserve worden gebracht.
50
Bijlages Bijlage 1. Specificatie bijdrage per deelnemer
Specificatie bijdrage 2025 Gemeente
P1
P2
P3
Totaal
Alphen-Chaam
366.323
143.281
48.130
557.734
Altena
986.772
275.761
87.197
1.349.730
Baarle-Nassau
422.922
112.810
42.342
578.074
Bergen op Zoom
1.034.856
891.102
63.166
1.989.125
Breda
1.895.390
987.137
148.375
3.030.902
Dongen
402.341
161.385
39.103
602.829
Drimmelen
468.742
336.562
68.560
873.863
Etten-Leur
549.505
142.834
56.637
748.976
Geertruidenberg
446.123
181.917
40.663
668.702
Gilze en Rijen
417.938
168.904
54.864
641.706
Goirle
248.352
80.464
28.701
357.517
Halderberge
563.022
316.247
63.595
942.865
Heusden
527.688
339.055
47.805
914.548
Hilvarenbeek
522.116
296.014
52.649
870.780
Loon op Zand
331.131
220.207
48.915
600.253
Moerdijk
1.315.972
870.267
85.536
2.271.775
Oisterwijk
616.643
401.304
61.835
1.079.782
Oosterhout
929.996
395.305
89.944
1.415.244
Roosendaal
978.287
683.516
99.457
1.761.260
Rucphen
354.447
178.075
42.510
575.032
Steenbergen
497.364
233.972
58.112
789.447
51
Specificatie bijdrage 2025 Gemeente
P1
P2
P3
Totaal
Tilburg
2.191.194
1.456.959
161.806
3.809.959
Waalwijk
839.172
320.635
64.106
1.223.913
Woensdrecht
341.229
195.043
35.094
571.366
Zundert
621.909
362.272
76.895
1.061.076
Totaal gemeenten
17.869.433
9.751.028
1.665.997
29.286.457
Provincie
10.409.021
5.514.956
725.630
16.649.607
Totaal bijdrage 2025
28.278.454
15.265.984
2.391.626
45.936.064
Algemene toelichtingen bijlage 1:
De bedragen zijn in beginsel gebaseerd op de bestuurlijk vastgestelde werkplannen voor 2024. Deze werkplannen zijn geïndexeerd op basis van het gemiddelde uurtarief 2025; in de bedragen is rekening gehouden met de bijdragen voor bodemtaken (Wbb) en de bijdragen voor het project ‘Van inrichting naar MBA’ en het project ‘Energie - persoonsgebonden mobiliteit’; in de bijdragen is rekening gehouden met de extra geraamde baten ter waarde van € 1,3 miljoen als gevolg van de formatieve uitbreiding zoals omschreven in paragraaf 4.6 'Financiële impact 2025 en later' in de Kaderbrief 2025 en in deze begroting in het hoofdstuk 'Beleidsbegroting'; de bedragen voor programma 3 betreffen de bijdragen van de deelnemers inclusief SSIB (in totaliteit € 403.457). De uitvoering van SSIB vindt plaats door de ODBN. De OMWB draagt derhalve deze vaste bijdrage af aan de collegaomgevingsdienst; de definitieve invulling van deze bijdragen per deelnemer vindt plaats aan de hand van de bestuurlijk vast te stellen werkprogramma’s. Bij de 1e bestuursrapportage 2025 wordt dit financieel vertaald en vastgelegd door middel van een begrotingswijziging als daar aanleiding toe is.
De bijdrage per deelnemer, met inbegrip van de formatieve uitbreiding zoals omschreven in paragraaf 4.6 'Financiële impact 2025 en later' in de Kaderbrief 2025, ziet er meerjarig als volgt uit:
52
Meerjarige bijdrage deelnemers Gemeente
2025
2026
2027
2028
557.734
580.936
602.314
624.479
1.349.730
1.405.878
1.457.615
1.511.255
Baarle-Nassau
578.074
602.122
624.280
647.253
Bergen op Zoom
1.989.125
2.071.872
2.148.117
2.227.168
Breda
3.030.902
3.156.987
3.273.165
3.393.617
Dongen
602.829
627.906
651.013
674.970
Drimmelen
873.863
910.216
943.712
978.440
Etten-Leur
748.976
780.133
808.842
838.607
Geertruidenberg
668.702
696.520
722.152
748.728
Gilze en Rijen
641.706
668.401
692.998
718.500
Goirle
357.517
372.390
386.094
400.302
Halderberge
942.865
982.088
1.018.229
1.055.700
Heusden
914.548
952.593
987.649
1.023.994
Hilvarenbeek
870.780
907.004
940.382
974.988
Loon op Zand
600.253
625.224
648.232
672.087
Moerdijk
2.271.775
2.366.280
2.453.360
2.543.643
Oisterwijk
1.079.782
1.124.701
1.166.090
1.209.002
Oosterhout
1.415.244
1.474.118
1.528.366
1.584.610
Roosendaal
1.761.260
1.834.528
1.902.039
1.972.034
Rucphen
575.032
598.953
620.995
643.847
Steenbergen
789.447
822.288
852.549
883.922
Tilburg
3.809.959
3.968.454
4.114.493
4.265.906
Waalwijk
1.223.913
1.274.828
1.321.741
1.370.381
571.366
595.135
617.036
639.743
1.061.076
1.105.217
1.145.889
1.188.058
Alphen-Chaam Altena
Woensdrecht Zundert
53
Meerjarige bijdrage deelnemers Gemeente
2025
2026
2027
2028
Totaal gemeenten
29.286.457
30.504.774
31.627.350
32.791.236
Provincie
16.649.607
17.342.231
17.980.425
18.642.104
Totaal bijdrage
45.936.064
47.847.005
49.607.774
51.433.340
Bijlage 2. Overzicht van geraamde baten en lasten per taakveld
Baten en lasten per taakveld (Alle bedragen x € 1000)
Taakvelden
0.
Baten
Lasten
Bestuur en ondersteuning
-
-
0.4
Bedrijfsvoering
-
13.757
0.5
Treasury
250
-
0.8
Overige baten en lasten
-
150
0.9
Vennootschapsbelasting
-
5
0.10
Mutaties reserves
218
-
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
-
7.
Volksgezondheid en milieu
-
-
7.4
Milieubeheer
48.618
35.174
54
Baten en lasten per taakveld (Alle bedragen x € 1000) Saldo van baten en lasten op taakvelden
Taakvelden
Baten
Lasten
49.086
49.086
55
Bijlage 3. Lijst van veel gebruikte afkortingen en termen binnen de OMWB Lijst van veel gebruikte afkortingen AB =
Algemeen Bestuur
DB =
Dagelijks Bestuur
AO =
Ambtelijk Overleg
MT =
Management Team
ATO =
Afdelingsteam Overleg
MD =
Management Development
SSiB =
Samen Sterk in Brabant
BRZO =
Bedrijf Risico Zware Ongevallen
GR =
Gemeenschappelijke Regeling
Burap =
Bestuursrapportage
Marap =
Maandrapportage
T1 (ect.) =
Termijnrapportages
OD =
Omgevingsdienst
RUD =
Regionale Uitvoeringsdienst
WP =
Werkprogramma
CT =
Collectieve Taken
VTH =
Vergunningverlening Toezicht & Handhaving
VV =
Vergunningverlening
T&H =
Toezicht & Handhaving
P1 =
Wettelijke basistaken
P2 =
Verzoektaken
P3 =
Collectieve Taken
P4 =
Buiten Werkprogramma
BOR =
Besluit Omgevingsrecht
GUK =
Gemeenschappelijk Uitvoeringskader
FAG =
Financiële Adviesgroep
ROK =
Regionaal Operationeelkader
RUN =
Regionaal Uitvoeringsniveau
IOV =
Impuls Omgevingsveiligheid
OW =
Omgevingswet
IPO =
Interprovinciaal provinciaal overleg
BPO =
Brabants Programma Omgevingsveiligheid
3D =
3-Directeuren Overleg
OR =
Ondernemingsraad
GO =
Georganiseerd Overleg
PNB =
Provincie Noord-Brabant
AM =
Accountmanagement
TM =
Teammanagers
TB =
Technisch Beraad
HoO =
Huis op Orde
P&C =
Planning & Control
NIG =
Niet-inrichtinggebonden taken
MWB-norm =
Midden- en West-Brabant Norm
SBK =
Sociaal Beleidskader
VVGB =
Verklaring van geen Bedenkingen
LPF =
Level Playing Field
VTHKA =
Vergunningverlening, Toezicht, Handhaving, Klachten, Advies
IB =
Inrichtingenbestand
WNT =
Wet Normering Topinkomens
BBV =
Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten
BV =
Bedrijfsvoering
Wgr =
Wet Gemeenschappelijk Regeling
56
DVO =
Dienstverleningsovereenkomst
ODBN =
Omgevingsdienst Brabant Noord
ODZOB =
Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant
ITV =
Intensieve Veehouderij
57
58