CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 MER Aanmeldnotitie 2410508.pdf

Besluitvormende Vergadering 20 juni 2024, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 09.: Bestemmingsplan Hoogstraat 1 Welberg.1.794 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie Onderwerp: Aanmeldnotitie m.e.r. Hoogstraat Welberg Van: Mike Verdonschot Datum: 28 maart 2024

Inleiding Ten zuidoosten van Steenbergen ligt het dorp Welberg in de gemeente Steenbergen. In het zuiden van het dorp is men voornemens om enkele percelen te (her)ontwikkelen. Het planvoornemen behelst het realiseren van 33 nieuwe woningen, een vrije kavel en bijbehorende openbare ruimte (groen en weginfrastructuur). Het planvoornemen kan niet worden gerealiseerd op basis van de geldende bestemmingsplan. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk om de gronden te voorzien van een passend planologisch kader. Het planvoornemen valt aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van onderdeel D 11.2 van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). De voorgenomen activiteit voldoet echter niet aan de opgenomen drempelwaarden in kolom 2 (gevallen). De drempelwaarde stelt dat het gebied een oppervlakte van 100 hectare of meer heeft, het gebied 2000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte heeft van 200.000 m2. De beoogde planontwikkeling betreft een gebied van circa 9.248 m2 en realiseert 33 nieuwe woningen, de beoogde ontwikkeling valt ruimschoots binnen de gestelde drempelwaarde. Om die reden is een vormvrije m.e.r.beoordeling in de vorm van voorliggende aanmeldingsnotitie opgesteld.

Onderstaand worden eerst beknopt de wettelijke grondslag en de procedurele vereisten ten aanzien van de aanmeldingsnotitie uiteengezet. Vervolgens vindt een inhoudelijke beschrijving van de projectkenmerken en de (potentiële) milieueffecten plaats. Op basis daarvan wordt tot slot geconcludeerd of het doorlopen van een m.e.r.procedure ofwel een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure al dan niet noodzakelijk wordt geacht.

Juridisch kader In de Wet milieubeheer c.q. het Besluit m.e.r. is de verplichting opgenomen dat voor bepaalde activiteiten, plannen en besluiten die (mogelijk) grote milieugevolgen kunnen hebben, een m.e.r.-procedure doorlopen dient te worden.

Het doel hiervan is om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. In onderdeel C en D van het Besluit m.e.r. is vastgelegd welke activiteiten respectievelijk direct m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling verricht dient te worden. Hierbij zijn in kolom 2 (gevallen) indicatieve drempelwaarden opgenomen. Als gevolg van een wetswijziging van het Besluit m.e.r. (d.d. 7 juli 2017) dienen activiteiten die de drempelwaarden van onderdeel D niet overschrijden, eveneens onderworpen te worden aan een m.e.r.-beoordeling. In tegenstelling tot activiteiten die de drempelwaarden wel overschrijden, zijn hierop geen vormvereisten van toepassing en is derhalve sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De motivering dient echter gebaseerd te zijn op een toets die qua inhoud aansluit bij de rechtstreeks verplichte m.e.r.-beoordeling. Zo dient er aandacht te worden besteed aan de criteria die zijn opgenomen in bijlage III bij de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. Afhankelijk van de aard, omvang en locatie van de activiteit, uit het verschil zich dan ook met name in de benodigde diepgang.

Het uiteindelijke doel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is om na te gaan of een activiteit, plan of besluit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Hieruit kunnen twee conclusies naar voren komen:  belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk;  belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een formele m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.. Procedurele vereisten Het bevoegd gezag is op basis van een aanmeldingsnotitie verplicht om een besluit te nemen over het al dan niet doorlopen van een m.e.r.-(beoordelings)procedure. Dit zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordelingsbesluit dient plaats te vinden voor de terinzagelegging van het ontwerp van een ruimtelijk plan en dient binnen zes weken na aanlevering van de aanmeldingsnotitie genomen te worden. Het besluit hoeft niet gepubliceerd te worden, staat op zichzelf niet open voor bezwaar en beroep en wordt uiteindelijk opgenomen in het ontwerp moederbesluit of –plan.

Kenmerken van het project Locatie Onderhavig planvoornemen betreft een ontwikkeling in Welberg (zie figuur 1). Kadastraal staan de percelen bekend als sectie Q, nummers 859, 860, 4502, 4853 (gedeeltelijk), 5102, 5103, 5786, 5826 en 5825. De omvang van het plangebied bedraagt circa 9.248 m².

Figuur 1: ligging plangebied

De locatie kent verder geen bijzondere landschappelijke of natuurlijke waarden. De planlocatie bevindt zich niet in de directe omgeving van monumentale of cultuurhistorisch waardevolle panden. Voorts is de planlocatie niet gelegen in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde. Aard en omvang Het planvoornemen ziet toe op de ontwikkeling van 34 woningen via een bestemmingswijziging van de huidige bestemmingen naar onder andere een woonbestemming ten behoeve van de nieuw te bouwen woningen (zie Figuur 2 voor het inrichtingsplan). Het betreft daarmee een woningbouwplan op een plek waar nu bedrijfsloodsen staan en gronden met een agrarische bestemming. Er worden aan de hand van de ontwikkeling naast het onoverkomelijke huishoudelijke afval, geen noemenswaardige milieubelastende afvalstoffen geproduceerd. Eventuele tijdelijke hinder als gevolg van de bouwwerkzaamheden, wordt daarnaast tot een minimum beperkt. Tot slot maakt de voorziene bestemming geen functies/activiteiten mogelijk, die het risico op zware ongevallen of rampen vergroten ofwel schade toe brengen aan de menselijke gezondheid.

Figuur 2: inrichtingsplan beoogde ontwikkeling

Nut en noodzaak Het planvoornemen voorziet in een actuele huisvestingsbehoefte binnen de reguliere woningmarkt en behoefte naar onder andere sociale huurwoningen en levensloopbestendige woningen binnen de gemeente Steenbergen. Daarnaast worden de huidige braakliggende terreinen bebouwd, waardoor de kwaliteit en uitstraling van het omliggende woongebied versterkt wordt.

Cumulatie met andere projecten Er is geen sprake van onevenredige cumulatie ten aanzien van eventuele belangrijk nadelige milieueffecten die op zouden kunnen treden. Er zijn geen andere ontwikkelingen in de nabije omgeving die enige vorm van onevenredige cumulatie teweeg zouden kunnen brengen.

Kenmerken van het potentiële effect Bodemkwaliteit In overleg met de gemeente is afgesproken dat het bodemonderzoek en het asbest in grond onderzoek na de sloopwerkzaamheden zullen worden uitgevoerd. De rapportage en analyse van de onderzoeken zullen gelijktijdig met het indienen van de omgevingsvergunning worden aangeleverd. Geluid Het akoestisch onderzoek naar wegverkeer wordt momenteel uitgevoerd. De verkeerslawaai analyse is hierdoor nog niet afgerond en wordt op een later moment toegevoegd. Luchtkwaliteit Het planvoornemen draagt niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging. Daarnaast is de huidige luchtkwaliteit van dusdanige aard dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Externe veiligheid Het planvoornemen voorziet niet in de toelaatbaarheid van risicovolle objecten. Daarnaast volgt uit de signaleringskaart externe veiligheid dat er geen buisleidingen of transportroutes in de omgeving van het plangebied liggen, maar dat er wel een inrichting actief is, die invloed heeft op het planvoornemen. Het betreft een seveso inrichting: het bedrijf SABIC Innovative Plastics BV. Dit bedrijf ontplooit activiteiten op het vlak van de behandeling, de productie, het gebruik of de opslag van gevaarlijke stoffen.

Het plangebied ligt echter op de rand van het invloedsgebied en er zijn woningen die dichterbij zijn gelegen. De externe veiligheidsrisico’s zijn daardoor acceptabel. Bedrijven en milieuzonering Om potentiële overlast en aantasting van rechten te voorkomen, wordt rekening gehouden met de vastgelegde richtafstanden uit de ‘Handreiking Bedrijven en Milieuzonering’. Het planvoornemen voorziet hoofdzakelijk in woongebied en wordt op zichzelf aangemerkt als milieugevoelige in plaats van milieubelastende functie. Er bevindt zich één bedrijf in de omgeving van het plangebied met een richtafstand tot in het plangebied. Het transportbedrijf is echter voornamelijk gelegen op het terrein achter bestaande woningen ten noorden van de Hoogstraat. Het bouwvlak waar de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden ligt daarnaast buiten de richtafstand ten opzichte

van het dichtstbijzijnde bouwvlak van het plangebied. Verder zijn er, zoals aangegeven, bestaande woningen gelegen tussen het bedrijf en het plangebied. Hierdoor is het onwaarschijnlijk dat er hinder wordt ondervonden. Natuurwaarden De afstand van de planlocatie tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Krammer-Volkerak bedraagt circa 7,1 km. Aan de hand van een uitgevoerde stikstofdepositieberekening (resultaat: 0,00 mol/ha/jaar) is vastgesteld dat het planvoornemen geen significant negatieve gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen van dit Natura2000 gebied. Het planvoornemen bevindt zich daarnaast ook niet in of in de directe nabijheid van het Natuurnetwerk Brabant. Op basis van voorgaande is dan ook voldoende aannemelijk gemaakt dat de effecten van het plan op beschermde gebieden in de ruimere omgeving uit te sluiten zijn. Verder zijn de eventuele natuurwaarden op de planlocatie met behulp van een quickscan in beeld gebracht. Hieruit blijkt onder meer dat er geen beschermde soorten zijn aangetroffen, waarvoor voorafgaand aan een ruimtelijke ontwikkeling een ontheffing vereist is. Daarnaast worden de algemene zorgplicht en het broedeizoen voor vogels in acht genomen, zodat overtredingen van de Wet natuurbescherming en daarmee mogelijk samenhangende belangrijke nadelige milieueffecten te allen tijde voorkomen worden.

Water Het aspect water is met een watertoetsparagraaf in kaart gebracht. Hierbij is het relevante beleid vanuit de provincie Noord-Brabant, het waterschap Brabantse Delta en de gemeente Steenbergen in beeld gebracht. Tevens is de bodemopbouw en gemiddelde grondwaterstand onderzocht. Vervolgens is met gebruik van de algemene keurregel de compensatieverplichting berekend. De totale toename van het verhard oppervlak als gevolg van het planvoornemen bedraagt circa 1.156 m². De compensatieverplichting komt daarmee op 69 m³. In het bestemmingsplan is planologisch geborgd dat er voldoende waterbergingsmogelijkheden kunnen worden gerealiseerd. Dit door in elke bestemming specifiek op te nemen dat water en waterhuishoudkundige voorzieningen zijn toegestaan. Derhalve is het plan waterhuishoudkundig haalbaar en uitvoerbaar. De waterberging in de vorm van retentie zal worden gerealiseerd in de twee grotere groenzones (groenstroken worden wel verlaagd aangebracht maar zijn te smal voor creëren van waterberging) en de aan te leggen HWA riolering welke na regenval gedoseerd worden geledigd. Om niet meer dan landelijke afvoer te lozen op de Boomvaart wordt een stuw/overstortput geplaatst met een knijpvoorziening. Indien blijkt dat er zanderige grond ligt zal een infiltratieriool kunnen worden aangelegd zodat hemelwater deels kan worden geïnfiltreerd in de bodem.

Gelijktijdig met de aanvraag voor de lozingsvergunning zal nadere uitwerking plaatsvinden in overleg met het waterschap.

Conclusie en advies Aan de hand van voorliggende aanmeldingsnotitie is inzichtelijk gemaakt welke (mogelijke) gevolgen voor het milieu al dan niet door het planvoornemen ontstaan. Gelet op de projectkenmerken en de hiermee samenhangende (potentiële) milieueffecten, wordt geconcludeerd dat het planvoornemen van dusdanig beperkte invloed op het milieu is dat allerminst sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Er bestaat daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure dan wel formele m.e.r.-beoordelingsprocedure. Op basis hiervan wordt het bevoegd gezag dan ook geadviseerd om een m.e.r.beoordelingsbesluit te nemen, waarin wordt afgezien van het opstellen van een milieueffectrapport ofwel het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure voor onderhavige ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1714/documents/19898