CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Bodemonderzoek 2410346.pdf

Besluitvormende Vergadering 20 juni 2024, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 10.: Bestemmingsplan woonwagenlocaties.14.977 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Grondwater (AS3000)

Grondwater (AS3000)

Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem AS3110-5

Monster

Barcode

Aanlevering

Monstername

Verpakking

001 001 001

B2154093 G7186351 G7186319

03-04-2023 03-04-2023 03-04-2023

03-04-2023 03-04-2023 03-04-2023

ALC204 ALC236 ALC236

Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.

SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.

SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl

Analyserapport

MILON bv Jos van Gemert Rembrandtlaan 4 5462 CH VEGHEL

Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer Rapport-verificatienummer

Blad 1 van 4

: Tolsedijk : 20231278 : 13842182, versienummer: 1. : H1FE7Q56

Rotterdam, 03-04-2023

Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project 20231278. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 4 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 1 september 2022 is SGS Environmental Analytics B.V. gefuseerd met SGS Nederland B.V. en handelt onder de naam SGS Environmental Analytics. Alle erkenningen van SGS Environmental Analytics B.V.

blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Nederland B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,

René Eugster Operations Manager Rotterdam SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.

SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.

Blad 2 van 4

Analyserapport MILON bv Jos van Gemert Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Orderdatum 28-03-2023 Startdatum 28-03-2023 Rapportagedatum 03-04-2023

Tolsedijk 20231278 13842182 - 1

Nummer

Monstersoort

Monsterspecificatie

001

Asbestverdacht

asb-grond A01 (30-40) A02 (40-50) A03 (40-50) A04 (40-60) A05 (30-50)

Analyse

Eenheid

Q

VOORBEREIDENDE RESULTATEN totaal aangeleverd monster kg in behandeling genomen kg gewicht Mengmonster samengesteld totaal gewicht <20 mm na g drogen droge stof gew.-% KWANTITATIEF ASBESTONDERZOEK gemeten totaal mg/kgds asbestconcentratie gemeten hechtgebondenmg/kgds asbestconcentratie gemeten nietmg/kgds hechtgebondenasbestconcentratie ondergrens (95% mg/kgds betrouwb.interval) bovengrens (95% mg/kgds betrouwb.interval) gemeten hechtgebonden mg/kgds Serpentijn-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden mg/kgds Serpentijn-asbestgehalte gemeten hechtgebonden mg/kgds Amfibool-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden mg/kgds Amfibool-asbestgehalte berekende bepalingsgrens mg/kgds gewogen asbestconcentratie mg/kgds

001

14.35 14.35 nee 12724 88.7

Q

<2

Q

<2

Q

<2

Q

<2

Q

<2

Q

<2

Q

<2

Q

<2

Q

<2

Q Q

0.9 <2

De met Q gemerkte analyses zijn geaccrediteerd door de RvA.

Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.

SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.

Blad 3 van 4

Analyserapport MILON bv Jos van Gemert Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Orderdatum 28-03-2023 Startdatum 28-03-2023 Rapportagedatum 03-04-2023

Tolsedijk 20231278 13842182 - 1

Analyse

Monstersoort

Relatie tot norm

droge stof

Asbestverdacht

gemeten totaal asbestconcentratie

Asbestverdacht

NEN 5898 Conform NEN 5898

Monster

Barcode

Aanlevering

Monstername

Verpakking

001

E2164048

27-03-2023

27-03-2023

ALC291

Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.

SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.

SGS rapportnummer

13842182 - 1

Blad 4 van 4

SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl

Analyserapport

MILON bv Jos van Gemert Rembrandtlaan 4 5462 CH VEGHEL

Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer Rapport-verificatienummer

Blad 1 van 4

: Tolsedijk : 20231278 : 13842163, versienummer: 1. : C4M8519V

Rotterdam, 03-04-2023

Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project 20231278. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 4 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 1 september 2022 is SGS Environmental Analytics B.V. gefuseerd met SGS Nederland B.V. en handelt onder de naam SGS Environmental Analytics. Alle erkenningen van SGS Environmental Analytics B.V.

blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Nederland B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,

René Eugster Operations Manager Rotterdam SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.

SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.

Blad 2 van 4

Analyserapport MILON bv Jos van Gemert Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Orderdatum 28-03-2023 Startdatum 28-03-2023 Rapportagedatum 03-04-2023

Tolsedijk 20231278 13842163 - 1

Nummer

Monstersoort

Monsterspecificatie

001

Asbestverdacht

asb-puin A01 (0-15) A02 (0-20) A03 (0-20) A04 (0-20) A05 (0-15)

Analyse

Eenheid

Q

VOORBEREIDENDE RESULTATEN totaal aangeleverd monster kg in behandeling genomen kg gewicht Mengmonster samengesteld totaal gewicht <20 mm na g drogen droge stof gew.-% KWANTITATIEF ASBESTONDERZOEK gemeten totaal mg/kgds asbestconcentratie gemeten hechtgebondenmg/kgds asbestconcentratie gemeten nietmg/kgds hechtgebondenasbestconcentratie ondergrens (95% mg/kgds betrouwb.interval) bovengrens (95% mg/kgds betrouwb.interval) gemeten hechtgebonden mg/kgds Serpentijn-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden mg/kgds Serpentijn-asbestgehalte gemeten hechtgebonden mg/kgds Amfibool-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden mg/kgds Amfibool-asbestgehalte berekende bepalingsgrens mg/kgds gewogen asbestconcentratie mg/kgds

001

29.15 29.15 nee 25007 85.9

Q

<2

Q

<2

Q

<2

Q

<2

Q

<2

Q

<2

Q

<2

Q

<2

Q

<2

Q Q

1.1 <2

De met Q gemerkte analyses zijn geaccrediteerd door de RvA.

Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.

SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.

Blad 3 van 4

Analyserapport MILON bv Jos van Gemert Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Orderdatum 28-03-2023 Startdatum 28-03-2023 Rapportagedatum 03-04-2023

Tolsedijk 20231278 13842163 - 1

Analyse

Monstersoort

Relatie tot norm

droge stof

Asbestverdacht

gemeten totaal asbestconcentratie

Asbestverdacht

NEN 5898 Conform NEN 5898

Monster

Barcode

Aanlevering

Monstername

Verpakking

001 001

E2164049 E2164050

27-03-2023 27-03-2023

27-03-2023 27-03-2023

ALC291 ALC291

Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.

SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.

SGS rapportnummer

13842163 - 1

Blad 4 van 4

Bijlage 6: Toetsing analyseresultaten

Tabel 1: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Grondmonster Certificaatcode Deelmonsters Monstertraject (m -mv) Humus % ds Lutum % ds Datum van toetsing Monsterconclusie

mm1 13842185 03, 04, 11, 11 0,00 - 0,50 1,50 2,20 7-4-2023 Overschrijding Achtergrondwaarde

mm2 13842185 01, 02, 03, 05, 06, 07, 08, 10 0,00 - 0,70 2,30 15,00 7-4-2023 Overschrijding Achtergrondwaarde

mm3 13842185 01, 01, 02, 02, 03, 03 0,50 - 2,00 0,80 4,30 7-4-2023 Voldoet aan Achtergrondwaarde

Meetw =0,5

Meetw =0,5

Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3 Meetw =0,5 OVERIG Droge stof Lutum Organische stof (humus)

GSSD

% ds % % ds

85,2 2,2 1,5

85,2 (6)

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik molybdeen nikkel lood zink

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

34 <0,2 3,1 9,4 <0,05 <0,5 9,9 19 51

129 (6) <0,2 10,7 19,3 <0,05 <0,4 28,4 30 120

MINERALE OLIE Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C30 - C40 minerale olie Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C12 - C22

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<5 20 50 20 6

18 (6) 100 (6) 250 100 (6) 30 (6)

PAK naftaleen fenanthreen anthraceen fluorantheen benzo(a)anthraceen chryseen benzo(k)fluorantheen benzo(a)pyreen benzo(g,h,i)peryleen indeno-(1,2,3c,d)pyreen PAK PCB`S PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138

Projectcode: 20231278

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

0,02 1,1 0,28 2,3 1,3 1,0 0,62 1,1 0,72 0,72

0,02 1,1 0,28 2,3 1,3 1,0 0,62 1,1 0,72 0,72

mg/kg ds

9,16

9,16

µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds

3,1 1,5 6,0 1,9 11

15,5 7,5 30,0 9,5 55

Index

-0,03 -0,02 -0,14 -0 -0,01 -0,1 -0,04 -0,03

0,01

0,2

GSSD

82,8 15 2,3

82,8 (6)

29 0,29 5,4 20 <0,05 <0,5 16 23 52

43 (6) 0,41 7,8 28 <0,04 <0,4 22 29 74

<5 <5 <20 <5 <5

15 (6) 15 (6) <61 15 (6) 15 (6)

0,02 0,18 0,16 4,5 3,1 2,9 1,7 3,2 2,1 2,1

0,02 0,18 0,16 4,5 3,1 2,9 1,7 3,2 2,1 2,1

19,96

19,96

<1 <1 <1 <1 <1

<3 <3 <3 <3 <3

Index

-0,02 -0,04 -0,08 -0 -0,01 -0,19 -0,04 -0,11

-0,03

0,48

GSSD

76,2 4,3 0,8

76,2 (6)

<20 <0,2 2,4 <5 <0,05 <0,5 6,0 <10 <20

<42 (6) <0,2 6,7 <7 <0,05 <0,4 14,7 <11 <30

<5 <5 <20 <5 <5

18 (6) 18 (6) <70 18 (6) 18 (6)

<0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01

<0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01

0,07

<0,07

<1 <1 <1 <1 <1

<4 <4 <4 <4 <4

Index

-0,03 -0,05 -0,22 -0 -0,01 -0,31 -0,08 -0,19

-0,02

-0,04

Grondmonster Certificaatcode Deelmonsters Monstertraject (m -mv) Humus % ds Lutum % ds Datum van toetsing Monsterconclusie PCB 153 PCB 180 PCB (som 7)

----< 8,88 <=T 8,88 8,88 6 # GSSD Index

µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds

mm1 13842185 03, 04, 11, 11 0,00 - 0,50 1,50 2,20 7-4-2023 Overschrijding Achtergrondwaarde 12 60 10 50 45,5 227,5

0,21

mm2 13842185 01, 02, 03, 05, 06, 07, 08, 10 0,00 - 0,70 2,30 15,00 7-4-2023 Overschrijding Achtergrondwaarde <1 <3 <1 <3 4,9 <21,3 0

: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Achtergrondwaarde : Kleiner of gelijk aan Tussenwaarde : <= Interventiewaarde : > Interventiewaarde : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - AW) / (I - AW) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.1.0 -

Tabel 2: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming AW

WO

IND

I

METALEN cadmium kobalt koper kwik molybdeen nikkel lood zink

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

1,2 35 54 0,83 88 39 210 200

4,3 190 190 4,8 190 100 530 720

13 190 190 36 190 100 530 720

MINERALE OLIE minerale olie

mg/kg ds

190

190

500

5000

PAK PAK

mg/kg ds

1,5

6,8

40

40

PCB`S PCB (som 7)

mg/kg ds

0,02

0,04

0,5

1

Projectcode: 20231278

mm3 13842185 01, 01, 02, 02, 03, 03 0,50 - 2,00 0,80 4,30 7-4-2023 Voldoet aan Achtergrondwaarde <1 <4 <1 <4 4,9 <24,5

0

Tabel 3: Gemeten concentraties in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Watermonster Datum Filterstelling (m -mv) Datum van toetsing Monsterconclusie Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3

01-1-1 3-4-2023 1,60 - 2,60 7-4-2023 Voldoet aan Streefwaarde

Meetw =0,5

GSSD

Index

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik molybdeen nikkel lood zink

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<20 <0,2 <2 <2 <0,05 <2 <3 <2 <10

<14 <0,1 <1 <1 <0,04 <1 <2 <1 <7

-0,06 -0,05 -0,23 -0,23 -0,06 -0,01 -0,22 -0,23 -0,08

MINERALE OLIE Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C30 - C40 minerale olie Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C12 - C22

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<25 <25 <50 <25 <25

18(6) 18(6) <35 18(6) 18(6)

-0,03

PAK naftaleen PAK

µg/l -

<0,02

<0,01 0 <0,00020(11)

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<0,2 <0,2 <0,2 0,21 <0,2

<0,1 <0,1 <0,1 <0,21 <0,1

µg/l µg/l µg/l

<0,1 <0,2

<0,1 <0,1 -0,02 <0,77(2,14)

µg/l

<0,2

<0,1

<0,2 <0,2 0,42 0,14

<0,1 <0,1 <0,42 <0,14

<0,1 <0,1

<0,1 <0,1

AROMATISCHE VERBINDINGEN benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen (som) meta-/para-xyleen (som) ortho-xyleen styreen (Vinylbenzeen) som 16 aromatische oplosmiddelen FREONEN 1,2-dichloorpropaan

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,3-dichloorpropaan µg/l 1,1-dichloorpropaan µg/l dichloorpropaan µg/l cis + trans-1,2µg/l dichlooretheen 1,1-dichlooretheen µg/l cis-1,2-dichlooretheen µg/l

Projectcode: 20231278

-0 -0,03 -0,01 0

-0 0,01 0,01

Watermonster Datum Filterstelling (m -mv) Datum van toetsing Monsterconclusie trans-1,2dichlooretheen dichloormethaan trichloormethaan (Chloroform) tribroommethaan (bromoform) tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachlooretheen (Per) vinylchloride

----< 8,88 8,88 8,88 >T 11 14 2 6 # GSSD Index

µg/l

01-1-1 3-4-2023 1,60 - 2,60 7-4-2023 Voldoet aan Streefwaarde <0,1 <0,1

µg/l µg/l

<0,2 <0,2

<0,1 <0,1

0 -0,01

µg/l

<0,2

<0,1(14)

µg/l

<0,1

<0,1

0,01

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<0,2 <0,2 <0,1 <0,1 <0,2 <0,1 <0,2

<0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1

-0,01 -0,02 0 0 -0,05 0 0,03

: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Streefwaarde : > Streefwaarde : > Interventiewaarde : Groter dan Tussenwaarde : Enkele parameters ontbreken in de berekening van de somfractie : Streefwaarde ontbreekt zorgplicht van toepassing : Enkele parameters ontbreken in de som : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - S) / (I - S) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.1.0 -

Projectcode: 20231278

Tabel 4: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming S

S Diep

Indicatief

I

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik molybdeen nikkel lood zink

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

50 0,4 20 15 0,05 5 15 15 65

MINERALE OLIE minerale olie

µg/l

50

600

PAK naftaleen

µg/l

0,01

70

AROMATISCHE VERBINDINGEN benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen (som) styreen (Vinylbenzeen) som 16 aromatische oplosmiddelen

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

0,2 4 7 0,2 6

30 150 1000 70 300

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN dichloorpropaan cis + trans-1,2-dichlooretheen 1,1-dichlooretheen dichloormethaan trichloormethaan (Chloroform) tribroommethaan (bromoform) tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachlooretheen (Per) vinylchloride

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

0,8 0,01 0,01 0,01 6

Projectcode: 20231278

200 0,06 0,7 1,3 0,01 3,6 2,1 1,7 24

625 6 100 75 0,3 300 75 75 800

150

0,01 7 7 0,01 0,01 24 0,01 0,01

80 20 10 1000 400 630 10 900 400 300 130 500 40 5

Bijlage 7: Toetsingskader

Toetsingskader landbodem - Wet bodembescherming (Wbb) Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem binnen de Wet bodembescherming ingedeeld in verschillende categorieën. Hiervoor zijn toetsingskaders en normen opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hieronder is een korte samenvatting van deze toetsingskaders gegeven. Achtergrondwaarde (grond) en streefwaarde (grondwater) De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Grond die voldoet aan de achtergrondwaarde is op basis van de milieuhygiënische kwaliteit duurzaam geschikt voor elk bodemgebruik en wordt aangeduid als niet verontreinigd (schoon). De streefwaarden voor grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. De streefwaarden zijn afgeleid binnen het project Integrale Normstelling Stoffen. Voor metalen wordt onderscheid gemaakt tussen diep en ondiep grondwater. Als grens tussen diep en ondiep grondwater wordt hierbij een arbitraire (indicatieve) grens van 10 m-mv gebruikt.

Ook grondwater met concentraties gelijk aan of lager dan de streefwaarde wordt aangeduid als niet verontreinigd. Interventiewaarde De interventiewaarde geeft het milieukwaliteitsniveau aan waarboven ernstige vermindering optreedt van de functionele eigenschappen van de bodem (grond en grondwater). De interventiewaarden zijn gebaseerd op een uitgebreide RIVM-studie naar zowel humaantoxicologische als ecotoxicologische effecten van bodemverontreinigende stoffen. Als in de grond of het grondwater stoffen voorkomen die de interventiewaarde overschrijden, dan wordt dit aangeduid als sterk verontreinigd. Historisch geval van bodemverontreiniging Als voor ten minste één stof de gemiddelde (gestandaardiseerde) meetwaarde van minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van grondverontreiniging, of 100 m3 poriënverzadigd bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde, is sprake van een ‘geval van ernstige verontreiniging’. In enkele specifieke situaties kan bij gehalten onder de interventiewaarden ook sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Dit geldt voor de zogenaamde gevoelige situaties.

Indien sprake is van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging kan middels een modelberekening (Sanscrit en/of de Risicotoolbox bodem) een risicobeoordeling worden uitgevoerd voor het vaststellen van onaanvaardbare risico’s voor de mens, voor het ecosysteem en van verspreiding van verontreiniging. Zorgplicht Voor gevallen van bodemverontreiniging ontstaan na 1 januari 1987 (voor asbest 1 juli 1993) is de zorgplicht van toepassing. Volgens artikel 13 van de Wet bodembescherming heeft iedereen die op of in de bodem handelingen, als bedoeld in de artikelen 6 t/m 11 Wbb, verricht, de verplichting om te zorgen dat door die handelingen de bodem niet wordt verontreinigd. Als toch een verontreiniging optreedt, moet men maatregelen nemen om de verontreiniging zoveel mogelijk ongedaan te maken. Deze zorgplichtbepaling verplicht bij (dreigende) bodemverontreiniging, dus ook van het grondwater, tot het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevergd. In tegenstelling tot een historisch geval van bodemverontreiniging, waarbij gesaneerd wordt naar aanleiding van de onaanvaardbare risico’s, dient een bodemverontreiniging ontstaan na 1 januari 1987 en bij asbest na 1 juli 1993 sowieso gesaneerd te worden. Revisiedatum 21 november 2022

Gemiddelde van de achtergrond-/streefwaarde en de interventiewaarde (= tussenwaarde) De tussenwaarde geeft de milieukwaliteit aan, waarbij sprake is van verhoogde, maar in het algemeen niet potentieel onaanvaardbare, risico's voor mens en milieu. Het betreft een rekenkundig gemiddelde van de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en interventiewaarde (grond en grondwater), dat niet rechtstreeks aan een specifiek risiconiveau is gekoppeld. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status, maar wordt gebruikt als signaalwaarde. Als deze overschreden wordt, is de kans aanwezig dat een sterke bodemverontreiniging aanwezig is en dit kan aanleiding geven tot het nader onderzoeken van de bodemkwaliteit. Als in de grond of het grondwater stoffen voorkomen die de tussenwaarde overschrijden, maar niet de interventiewaarden, dan wordt dit aangeduid als matig verontreinigd. Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging (INEV) In de Circulaire bodemsanering is een overzicht gegeven van alle tot nu toe vastgestelde Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging. Deze INEV-waarden zijn vastgesteld voor stoffen waarvoor geen meet- en analysevoorschriften, dan wel onvoldoende toxicologische gegevens beschikbaar zijn, om een interventiewaarde vast te kunnen stellen.

De INEV-waarden hebben een grotere mate van onzekerheid dan de interventiewaarden en hebben daarmee een andere status. Over- of onderschrijding van de indicatieve niveaus heeft daarom niet direct gevolgen voor het nemen van een beslissing over de ernst van een verontreiniging door het bevoegd gezag, maar geeft over het algemeen indicatie tot nadere onderbouwing (trigger functie). Wijze van toetsing Voordat de analyseresultaten van grond worden getoetst aan de normen, behorende bij de genoemde toetsingskaders, moeten deze op basis van het lutum- en/of organisch stofgehalte van de bodem gecorrigeerd worden naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Bij de toetsing van grondwater vindt geen correctie plaats. Voor de toetsing van de analyseresultaten wordt gebruik gemaakt van BoToVa-gevalideerde software. Voor de interpretatie van de analyseresultaten wordt een indexwaarde berekend (Index grond = (GSSD - AW) / (I - AW) en Index grondwater = (meetwaarde - S) / (I - S)). De indexwaarde geeft de mate van verontreiniging aan voor de onderzochte stoffen. In tabel 1 is weergegeven wat de indexwaarde betekent, welke begrippen worden gehanteerd in de rapportages en hoe overschrijdingen worden weergeven in de toetsingstabellen. In de toetsingstabellen wordt de indexwaarde tussen haakjes achter de verhoogde parameter weergegeven.

De indexwaarde heeft geen wettelijk kader, maar is wel een sterk hulpmiddel bij de interpretatie.

Revisiedatum 21 november 2022

Tabel 1: Mate van bodemverontreiniging en weergave in toetsingstabellen Indexwaarde

Betekenis

Weergave in toetsingstabellen

<0

Geen verhoging (schoon): Een negatieve indexwaarde of een indexwaarde gelijk aan 0 houdt in dat de (gestandaardiseerde) meetwaarde lager dan of gelijk is aan de achtergrond- of streefwaarde. Er is sprake van een goede bodemkwaliteit en geen sprake van een verontreiniging.

-

>0 ≤0,5

Licht verhoogd: Een indexwaarde hoger dan 0 en lager of gelijk aan 0,5 betekent dat de (gestandaardiseerde) meetwaarde hoger is dan de achtergrond- of streefwaarde, maar lager of gelijk aan de tussenwaarde is. Ondanks de lichte verhoging kan voor de parameter uitgegaan worden van verwaarloosbare risico's.

> AW of > S

>0,5 ≤1,0

Matig verhoogd: Een indexwaarde hoger dan 0,5 en lager of gelijk aan 1,0 betekent dat de (gestandaardiseerde) meetwaarde hoger is dan de tussenwaarde, maar lager of gelijk aan de interventiewaarde is. Mogelijk is sprake van een sterke bodemverontreiniging. Afhankelijk van de specifieke situatie geeft deze waarde aanleiding voor het uitsplitsen van een mengmonster of het uitvoeren van een aanvullend of nader onderzoek.

>T

>1,0

Sterk verhoogd: Bij een indexwaarde hoger dan 1,0 is de (gestandaardiseerde) meetwaarde hoger dan de interventiewaarde. Voor de parameter is sprake van een ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en/of dier.

>I

De noodzaak tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek hangt deels af van de aanleiding en doelstelling van het onderzoek en de ‘gevoeligheid’ van het gebruik en de bestemming van de locatie. Een overschrijding van de tussenwaarde of interventiewaarde kan een aanleiding zijn om een nader onderzoek uit te voeren, zodat de aard, herkomst, mate en omvang van de eventuele verontreiniging kan worden bepaald. Als hieruit blijkt dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, moet een risicobeoordeling uitgevoerd worden. Op basis daarvan wordt vastgesteld of een spoedige sanering noodzakelijk is.

Revisiedatum 21 november 2022

Toetsingskader asbest in grond en puin Asbest in grond - Wet bodembescherming Om de mate van verontreiniging aan te geven geldt voor asbest binnen de Wet bodembescherming uitsluitend de interventiewaarde (ook wel de restconcentratienorm genoemd). Het toetsingskader en de norm zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. De interventiewaarde is vastgesteld op 100 mg/kg ds gewogen asbest en is gebaseerd op het Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR). De waarde van 100 mg/kg ds geldt als eis, mits het asbest niet opzettelijk aan de grond is toegevoegd (zie Productenbesluit asbest). Dit gehalte is de som van het gewogen gehalte aan asbest in asbesthoudend materiaal (fractie >20 mm) en het gewogen gehalte aan asbest in de grond of het puin (fractie <20 mm). Bij de monstervoorbehandeling op locatie wordt het materiaal door middel van zeven gesplitst in de fractie <20 mm (fijn) en de fractie >20 mm (grof). De consequentie is dat het analysemonster alleen betrekking heeft op het fijne materiaal, terwijl het gehalte betrekking moet hebben op het totale (fijne + grove) materiaal. Bij de correctie wordt het gehalte in het analysemonster <20 mm herberekend naar een gehalte over de totale hoeveelheid uitgegraven materiaal. Om de correctie uit te kunnen voeren wordt in het veld de verhouding tussen grof en fijn materiaal bepaald (in kg).

Daarnaast wordt het gewogen gehalte aan asbest berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met tienmaal het gehalte aan amfibool asbest. Voor asbest geldt geen volumecriterium, wat betekent dat bij elke overschrijding van de interventiewaarde sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Grond met een gewogen gehalte aan asbest lager dan de Interventiewaarde is niet verontreinigd. Na vaststellen van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest kunnen de risico’s bepaald worden aan de hand van het ‘Milieuhygiënisch saneringscriterium bodem, protocol asbest’. Op basis van dit protocol zijn twee categorieën van risico’s mogelijk, namelijk ‘geen onaanvaardbare risico’s’ en ‘onaanvaardbare risico’s’. De categorie ‘géén onaanvaardbare risico’s’ is van toepassing als op de locatie geen kans is op vezelemissie. Dit is het geval als het onmogelijk is om met de asbestverontreiniging in contact te komen bij het actuele gebruik of als blijkt dat de concentratie aan asbest in de lucht het Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR) niet overschrijdt. Om te bepalen of sprake is van onaanvaardbare risico’s, worden een aantal stappen doorlopen. Het onderzoeken van asbest in grond Het onderzoeken van asbest binnen de Wet bodembescherming kan met een verkennend of nader asbestonderzoek.

De norm NEN 5707 (Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) beschrijft de werkwijze voor deze onderzoeken. Bij een verkennend asbestonderzoek wordt met een relatief geringe onderzoeksinspanning nagegaan of een verdenking van bodemverontreiniging door asbest terecht is. Bij een nader asbestonderzoek wordt het gemiddelde gehalte asbest per ruimtelijke eenheid bepaald en eventueel de omvang van de verontreiniging. Als uit het vooronderzoek blijkt dat de bodem van de locatie asbest bevat, kan het verkennend asbestonderzoek worden overgeslagen en kan direct een nader asbestonderzoek worden uitgevoerd. Bij een verkennend asbestonderzoek worden uitsluitend indicatieve asbestgehalten bepaald. Per (deel)locatie en per (verdachte) bodemlaag moeten alle indicatieve resultaten worden getoetst aan de interventiewaarde. De volgende criteria worden hierbij gehanteerd: - - voor proefgaten (0,3 x 0,3 m): als het indicatieve gehalte asbest in grond groter is dan de helft van de interventiewaarde (oftewel 50 mg/kg ds gewogen asbest), is een nader asbestonderzoek noodzakelijk;

Revisiedatum 26 januari 2023

-

- voor boringen (<0,35 m):

als in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend onderzoek verplicht. Dit kan met een verkennend of nader asbestonderzoek.

Bij lagere indicatieve gehalten (< 50 mg/kg ds gewogen asbest) mag niet van een asbestverontreiniging worden gesproken en is een nader asbestonderzoek niet noodzakelijk. Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. Met een nader asbestonderzoek in grond wordt de aard en omvang van de verontreiniging vastgesteld. Daarnaast wordt het gehalte aan asbest bepaald op basis van een visuele inspectie van het maaiveld. Het gemiddelde gewogen gehalte wordt meestal per ruimtelijke eenheid (RE) van maximaal 1.000 m² vastgesteld. Indien binnen een RE grote afwijkingen voorkomen op basis van bijmengingen of bodemtype, wordt gedurende het veldwerk de strategie en de indeling van de ruimtelijke eenheden aangepast, waarbij altijd wordt gegraven tot de zintuiglijk schone ondergrond. Wanneer de verdachte bodemlaag uniform is en visueel geen verticale opdeling kan worden gemaakt, dan moet de gehele bodemlaag, ongeacht de dikte, als één traject worden beschouwd. Het vaststellen van het gemiddelde gewogen gehalte kan ook per homogeen vak van 50 m² tot 200 m², zodat de omvang van de verontreiniging meer in detail bepaald kan worden. Op basis van de analyseresultaten wordt het gewogen gehalte asbest per RE of per sleuf berekend.

Dit gehalte wordt getoetst aan de interventiewaarde om te bepalen of sprake is van een verontreiniging met asbest. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Als inderdaad een verontreiniging met asbest aanwezig is en de zorgplicht niet van toepassing is, dan moet een standaard risicobeoordeling uitgevoerd worden. Zodra tijdens het verkennend of nader asbest onderzoek bundels vezels gevonden worden in de fractie <0,5mm door middel van kwalitatief onderzoek met behulp van stereo microscopie, dan is een aanvullend onderzoek met elektronenmicroscopie (SEM, Scanning Elektronen Microscopie) nodig. Dit is ook nodig wanneer een specifieke verdenking is voor het voorkomen van respirabele vezels vanuit het vooronderzoek (onder andere bij de afwateringszone van geërodeerde asbestdaken, de zogenoemde drupzone). Asbest in puin - Besluit bodemkwaliteit Om de hergebruiksmogelijkheden te bepalen geldt voor asbest binnen het Besluit bodemkwaliteit de samenstellingswaarde als maximale waarde (ook wel de restconcentratienorm genoemd). Het toetsingskader en de norm zijn opgenomen in het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. De samenstellingswaarde is, net als in grond, vastgesteld op 100 mg/kg ds gewogen asbest. De waarde van 100 mg/kg ds geldt als eis, mits het asbest niet opzettelijk aan het puin is toegevoegd (zie Productenbesluit asbest).

Puin met een (gewogen) gehalte aan asbest lager dan de samenstellingswaarde wordt als niet verontreinigd aangemerkt. Indien de samenstellingswaarde wel wordt overschreden, is sprake van ‘asbest verontreinigd puin’. Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met tienmaal het gehalte aan amfibool asbest.

Revisiedatum 26 januari 2023

Als het puin onderdeel uitmaakt van een halfverharding kan het Besluit asbestwegen van toepassing zijn. In het Besluit asbestwegen is een verbod opgenomen om een weg die asbest bevat in eigendom te hebben als het (gewogen) gehalte hoger is dan de 100 mg/kg ds. Dergelijke asbestwegen dienen gesaneerd te worden (afdekken met klinkers, beton of asfalt of volledig afgraven). Het bevoegd gezag is de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Het onderzoeken van asbest in puin (terreinen) Het onderzoeken van asbest in puin kan met een verkennend of nader asbestonderzoek. De norm NEN 5897 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat) beschrijft de werkwijze voor deze onderzoeken van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval, bewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat op terreinen en in partijen. Bij een verkennend asbestonderzoek wordt met een relatief geringe onderzoeksinspanning nagegaan of een verdenking van een verontreiniging door asbest terecht is. Bij een nader asbestonderzoek wordt het gemiddelde gehalte asbest per ruimtelijke eenheid bepaald en eventueel de omvang van de verontreiniging. Als uit het vooronderzoek blijkt dat het puin op het terrein of in de partij asbest bevat, kan het verkennend asbestonderzoek worden overgeslagen en kan direct een nader asbestonderzoek worden uitgevoerd.

Bij een verkennend asbestonderzoek worden uitsluitend indicatieve asbestgehalten bepaald. Voor het bepalen of de verdenking van een verontreiniging door asbest terecht is wordt de volgende criteria gehanteerd: - Als het indicatieve gehalte asbest in puin hoger is dan de helft van de samenstellingswaarde (oftewel 50 mg/kg ds gewogen asbest), is een nader asbestonderzoek noodzakelijk. Als het indicatieve gehalte asbest in puin lager is dan de helft van de samenstellingswaarde mag niet van een verontreiniging met asbest gesproken worden en is een nader asbestonderzoek niet noodzakelijk. Het onderzoek kan afgesloten worden. Met een nader asbestonderzoek in puin (terreinen) wordt de aard en omvang van de verontreiniging vastgesteld. Daarnaast wordt het gehalte aan asbest bepaald op basis van een visuele inspectie van het maaiveld. Het gemiddelde gewogen gehalte wordt meestal per ruimtelijke eenheid (RE) van maximaal 1.000 m² vastgesteld. Indien binnen een RE grote afwijkingen voorkomen op basis van bijmengingen of materiaaltype, wordt gedurende het veldwerk de strategie en de indeling van de ruimtelijke eenheden aangepast, waarbij altijd wordt gegraven tot onderzijde puinverharding. Het vaststellen van het gemiddelde gewogen gehalte kan ook per homogeen vak van 50 m² tot 200 m², zodat de omvang van de verontreiniging meer in detail bepaald kan worden.

Revisiedatum 26 januari 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1714/documents/19915