Bijlage 2 SV De Boogerd - Nota van zienswijzen 2428788.pdf
Tekst van het document
PARTIËLE HERZIENING STRUCTUURVISIE DE BOOGERD BIJLAGE 2 NOTA VAN ZIENSWIJZEN
[Geef tekst op]
www.gemeente-steenbergen.nl
INHOUD
1
INLEIDING 1.1
2
BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN 2.1 2.2 2.3
3
Zienswijze A Zienswijze B Zienswijze C
AMBTSHALVE AANPASSINGEN 3.1 3.3
4
Overzicht indieners van zienswijzen
Toelichting Verbeelding
BIJLAGEN 4.1 4.2 4.3
Zienswijze A Zienswijze B Zienswijze C
1.
INLEIDING
De ontwerp partiële herziening structuurvisie ‘De Boogerd’ heeft op basis van artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening met ingang van 21 december 2023 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. De ontvangen zienswijzen zijn in volle omvang gewogen en in deze nota samengevat en voorzien van een puntsgewijze reactie met inbegrip van de gevolgen voor de vast te stellen structuurvisie. Tevens wordt inzichtelijk gemaakt welke ambtshalve aanpassingen zijn gemaakt. Tijdens de terinzagelegging zijn bij de gemeenteraad 3 zienswijzen ontvangen op de ontwerp partiële herziening structuurvisie. Eén van de ingediende zienswijzen is ontvangen buiten de gestelde termijn en is derhalve niet in behandeling genomen. Zienswijzen die als bezwaarschrift aan het college van burgemeester en wethouders waren gericht, zijn als zienswijze opgevat en op basis van de wettelijke doorzendplicht naar de gemeenteraad doorgezonden en behandeld. In deze nota zijn de NAW-gegevens van de indieners van de zienswijzen vervangen door een letter. De Algemene verordening persoonsgegevens bepaalt namelijk dat NAW-gegevens van natuurlijke personen niet elektronisch beschikbaar mogen zijn. Voor rechtspersonen geldt dit niet. De NAW-gegevens van de indieners zijn bij de gemeente Steenbergen bekend. Voor de ruimtelijke oriëntatie zijn de locaties van de indieners van zienwijzen in beeld gebracht.
1.1
Overzicht indieners van zienswijzen
Legenda Blauw : Plangebied structuurvisie Rood : Woningbouw De Boogerd Letter : Indieners van zienswijzen
2.
BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN
In de navolgende paragraaf worden de ingediende zienswijzen samengevat en beantwoord. Ook is aangegeven wat de gevolgen zijn voor de vast te stellen partiële herziening structuurvisie. Hoewel samengevat zijn de zienswijzen in volle omvang beoordeeld en gewogen.
2.1
ZIENSWIJZE A Dagtekening Ontvangst Registratie
: 5 januari 2024 : 5 januari 2024 : 2340771
Samenvatting zienswijze In de mondelinge toelichting op de ingediende zienswijze geeft indiener de essentie van zijn zienswijze weer: dat er beter elders kan worden ontwikkeld, namelijk aan de noordkant van Kruisland ter hoogte van de Eerste Boutweg. 1.
Decentralisatie. Er wordt decentraal ontwikkeld, hetgeen niet past binnen provinciale doelstellingen aangaande leefbaarheid voor ouderen, ondernemers, milieu behouden en creëren, de gezondheid voor inwoners en mobiliteitstransitie.
2.
Sport & Recreatie. De sportvelden zijn de kern van het dorp. In het ontwerp ontbreekt de mogelijkheden tot ontwikkeling van duurzame, multifunctionele toekomstgerichte locatie(s). Een concept zoals in aangrenzende dorpen is uitgerold dient opgenomen te worden.
3.
Veiligheid. De woonwijk 'De Boogerď heeft als gevolg dat 130 auto's per dag de nieuwe wijk in en uit bewegen langs de kinderopvang, voetbalvelden, tennisvelden en hondentrainingen en langs diverse woonwijken om op de hoofdweg uit te kunnen komen.
4.
Infrastructuur. Om de woonwijk aan alle geldende regelementen te laten voldoen dient de infrastructuur uitgebreid en aangepast te worden. Dit geeft voor langere periode overlast voor de omliggende woonwijken qua bereikbaarheid van hulpdiensten, sport en bewoners.
5.
Basisschool. De basisschool is één van de centrale punten van het dorp. Het is zaak dat er goed wordt gekeken naar veiligheid, gezondheid en omgeving nabij de school. In het ontwerp is niet opgenomen om de bedrijfsactiviteiten aangrenzend tegen de school op te nemen.
6.
Buitengebied. Door in het ontwerp niet de inbreidingsplannen op te nemen maar aan de buitenrand agrarische gronden aan te wijzen verliest het dorp zijn landelijk karakter waarbij de samensmelting van natuur en dorp verandert.
Gemeentelijke reactie 1. Decentralisatie. Dorpskernen kennen een grote variatie aan structuren. Het plangebied sluit direct aan bij het bestaand stedelijk gebied, waarbij het dorp zijn compacte vorm behoudt. Er is geen strijd met provinciale doelen, zoals dat in gesprekken met de provincie is gebleken, hetgeen concreet tot uiting komt in het feit dat de provincie medewerking verleent aan het woningbouwplan ‘De Boogerd’. 2.
Sport & Recreatie. Het klopt dat wanneer de sportverenigingen willen uitbreiden dat moet worden nagedacht waar die uitbreiding zou kunnen landen, waarbij het aansluitend terrein het meest van de hand ligt. De sportverenigingen hebben echter aangegeven niet te willen uitbreiden (omdat er voldoende ruimte is), ze willen vernieuwen en samenwerken. De nieuwe woonwijk beperkt het toekomstperspectief van de sportverenigingen niet.
3.
Veiligheid. De komst van een nieuwe woonwijk betekent dat het aantal vervoersbewegingen zal toenemen. Dit kan eenvoudig worden opgevangen door de capaciteit van het wegennet (zoals aangegeven in het bestemmingsplan) en daarnaast is er aandacht voor een duurzaam veilige inrichting van de ontsluiting van de nieuwe woonwijk langs de sportverenigingen.
4.
Infrastructuur. Inherent aan de komst van een nieuwe woonwijk is dat er wordt gebouwd en dat daardoor in de omgeving tijdelijk overlast zal ontstaan. Dit is een maatschappelijk gegeven dat binnen redelijkheid moet worden geduld. De indiener woont zelf in een nieuwe woonwijk die er niet zou zijn geweest als er niet mocht worden gebouwd.
5.
Basisschool. De basisschool ligt buiten het plangebied van de structuurvisie. Om die reden wordt er niet ingegaan op de basisschool of eventuele aangrenzende bedrijfsactiviteiten bij de basisschool. De relevantie van dit onderdeel is voor voorliggend partiële herziening structuurvisie niet aanwezig.
6.
Buitengebied. Met inbreidingslocatie wordt bedoeld een locatie binnen stedelijk gebied dat naar een woonwijk kan worden getransformeerd. In Kruisland zijn die locaties niet of in onvoldoende mate aanwezig. De indiener bevestigt dat nietsvermoedend zelf: de locatie waar door de indiener naar wordt verwezen is geen stedelijk gebied.
Gevolgen zienswijze De zienswijze wordt ongegrond verklaard en leidt niet tot aanpassingen van de structuurvisie.
2.2
ZIENSWIJZE B Dagtekening Ontvangst Registratie
: 29 januari 2024 : 30 januari 2024 : 2402707
Samenvatting zienswijze 1. Het plangebied wijkt af van de provinciale kaart, waar geen stedelijke ontwikkelingen komen. 2. Door de aanduiding kan er worden gebouwd en verliest de indiener het vrij uitzicht op het. 3. De indiener geeft aan dat aanzienlijke schade zal optreden en dat een claim wordt ingediend. 4. De indiener geeft aan dat de verkeersontsluiting van de woonwijk een probleem kan zijn. Gemeentelijke reactie 1. Een gemeentelijke structuurvisie is een beleidsdocument op een hoger abstractieniveau waar meer wordt gedacht in gebieden dan in specifieke percelen. Vanwege het hogere abstractieniveau is er een groter aansluitend gebied aangewezen voor stedelijke ontwikkelingen dan alleen voor de nieuwe woonwijk. Dat blijkt tot verwarring te leiden. Om die reden wordt het plangebied verkleind en zal het ongeveer overeenkomen met het plangebied voor het bestemmingsplan ‘De Boogerd’. Ten zuiden van de woonwijk Engels Dorp zal met voorliggend document dus geen stedelijke ontwikkelingen worden toegevoegd. De gemeenteraad zal dit in de komende omgevingsvisie integraal en per kern afwegen. Het plangebied sluit direct aan bij het bestaand stedelijk gebied, waarbij het dorp zijn compacte vorm behoudt.
Er is geen strijd met provinciale doelen, zoals dat in gesprekken met de provincie is gebleken, hetgeen concreet tot uiting komt in het feit dat de provincie medewerking verleent aan het woningbouwplan ‘De Boogerd’. 2.
Het recht op vrij uitzicht bestaat niet. Vanwege stedelijke ontwikkelingen kunnen locaties die nu vrij uitzicht hebben het vrije uitzicht verliezen. Dit gegeven is voor woningen nabij inbreidingslocaties en voor woningen aan randen van een stedelijk gebied. De huidige omvang van onze kernen is per slot van rekening het resultaat van eerdere uitbreidingen geweest.
3.
Deze aankondiging wordt er kennisgeving aangenomen. Ter informatie wordt meegegeven dat tegen de vaststelling van een structuurvisie geen tegemoetkoming in planschade kan worden ingediend. Een eventuele tegemoetkoming in planschade geldt namelijk voornamelijk voor concrete plannen.
4.
De komst van een nieuwe woonwijk betekent dat het aantal vervoersbewegingen zal toenemen. Dit kan eenvoudig worden opgevangen door de capaciteit van het wegennet en daarnaast is er aandacht voor een duurzaam veilige inrichting van de ontsluiting van de nieuwe woonwijk langs de sportverenigingen.
Gevolgen zienswijzen De zienswijze wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en leidt tot verkleining van het plangebied.
2.3
ZIENSWIJZE C Dagtekening Ontvangst Registratie
: 29 januari 2024 : 6 februari 2024 (pro forma zienswijze), 13 februari 2024 (aanvulling zienswijze) : 2403398
Samenvatting zienwijze 1. De indiener heeft een fruitteeltbedrijf en wenst in essentie de bedrijfsvoering ongestoord voort te zetten en vraagt om de afstand van minimaal 50m tussen de erfgrens en de nieuw woningen aan te houden, zoals dat in de rechtspraak is uitgesproken. 2.
De indiener wijst naar de westkant van Kruisland, de noordkant van Kruisland, de sportlocaties aan de zuidkant van Kruisland voor de nieuwe woonwijk, in ieder geval niet de locatie naast het fruitteeltbedrijf vanwege de spuitzones.
Gemeentelijk reactie Zowel de pro forma zienswijze (= zienswijze zonder inhoudelijke argumenten) als de aanvulling op de pro forma zienswijze zijn ontvangen ná de termijn (31 januari 2024), waarbinnen zienswijzen kunnen worden ingediend. De zienswijze is dus te laat ontvangen. 1.
Wat inhoudelijk wel wordt gedaan is dat de afstand van 50m wordt aangehouden, zoals dat in het stedenbouwkundig plan in juni 2024 reeds is gepresenteerd. Daarmee houden wij rekening met de belangen van het fruitteeltbedrijf. De wijziging is ambtshalve doorgevoerd.
2.
De gemeenteraad heeft beleidsvrijheid en dat wil zeggen dat de gemeenteraad oordeelt of een plan in alle redelijkheid strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Wij achten de uitbreiding van het stedelijk gebied aan de zuidkant van Kruisland ruimtelijk aanvaardbaar. Daarbij overwegen wij dat binnen stedelijk gebied onvoldoende ruimte aanwezig is om in de woonbehoefte te voorzien. Buiten stedelijk gebied achten wij een woonontwikkeling aan de zuidkant (het gebied tussen de Roosendaalseweg, Molenstraat, Molenweg) passend: -
De nieuwe woonwijk sluit aan op het stedelijk gebied. Het stedelijk gebied behoudt zijn compacte omvang. Met de spuitzone van 50m wordt rekening gehouden. De zuidkant is al eerder en vaker planmatig uitgebreid.
Gevolgen zienswijze De zienswijze is buiten de gestelde termijn ontvangen en wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
3.
AMBTSHALVE AANPASSINGEN
Ambtshalve zijn er wijzigingen doorgevoerd. Deze wijzingen zijn puntsgewijs per onderdeel van de partiële herziening structuurvisie weergegeven.
3.1 • • •
3.2 • •
TOELICHTING Aanvulling met procedure (hoofdstuk 1) en resultaten (bijlage 2) van zienswijzen periode Vervangen onderliggend stedenbouwkundig plan De Boogerd inclusief aangepaste planbeschrijving (hoofdstuk 2) Verwijderen uitbreiding aanduiding “Herengoed” als ‘zoekgebied voor hoogdynamische ontwikkeling’ (hoofdstuk 4 en 5)
AANGEPASTE KAART Verwijderen uitbreiding aanduiding “Herengoed” als ‘zoekgebied voor hoogdynamische ontwikkeling’ Verkleinen plangebied herziening structuurvisie tot plangebied bestemmingsplan “De Boogerd”
4.
BIJLAGEN
De ingediende zienswijzen zijn als bijlagen bijgevoegd. De NAW-gegevens van de indieners zijn weggelaten. De anonimiseringsverplichting vloeit voort uit de Algemene verordening persoonsgegevens (Avg). Hierin is bepaald dat NAW-gegevens van natuurlijke personen niet elektronisch beschikbaar mogen zijn. De volledige NAW-gegevens van de indieners zijn bij de gemeente bekend.
ZIENSWIJZE A
Datum: 05 januari '24
Gemeente Steenbergen T.a.v. De Gemeenteraad Buiten de Veste 1 4652GA Steenbergen
Beste heer Mailoa, Naar aanleiding van de aankondigingen "ontwerp structuurvisie 'De Boogerď NL.IMR0.0851.SVdeboogerd-o001)" en "ontwerp bestemmingsplan 'De Boogerď NL.IMR0.0851.klBPdeboogerd-o001" hierbij het bezwaarschrift en zienswijzen aangaande het dorp Kruisland. Het ontwerp structuurvisie heeft negatieve gevolgen voor het dorp Kruisland waarbij diverse doelen niet behaald worden. Het ontwerp geeft de indruk, de basis te hebben van gemakkelijke, snelle oplossingen te bieden waarbij aan diverse fundamentele toekomstgerichte oplossingen voorbij wordt gegaan. Daarbij aan het provinciale plan "Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040" voorbij wordt gegaan aan de gestelde richtlijnen. In basis bestaat het ontwerp uit het creëren van mogelijke bouwgronden en projecten aan de rand van het dorp. Hierbij wordt geen rekening gehouden met een aantal prioriteiten welke ook beschreven staan in het provinciale plan "Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040". Onderstaand de opsomming hiervan. 1. Milieu; a. Het behoudt en creëren van groen. b. Het verbeteren van het milieu. 2. Het onderzoeken van inbreidingsplannen tot 2040. 3. Inzet op verdichting en verduurzamen van werklocaties via revitalisering en intensivering bedrijventerreinen. 4. Mobiliteitstransitie.
Aansluitend zijn er ook regionale prioriteiten waar geen of onvoldoende rekening mee wordt gehouden, onderstaand een opsomming hiervan. 1. Decentralisatie dorpskern. 2. Ontwikkeling en verduurzaming Sport en Recreatie. 3. Veiligheid woonwijken onvoldoende zicht voor. 4. Energie transitie, verduurzaming en infrastructuur. 5. Bedrijfsactiviteiten in de kern van het dorp (naast de basisschool) niet worden opgenomen. 6. Geen reductie van fijnstof en C02 nabij basisschool worden gereduceerd/aangepakt. 7. Onnodige milieu verontreinigen (C02 productie) wordt toegevoegd maar geen mogelijke reductie wordt uitgewonnen. 8. Onnodig omzetten van buitengebieden naar bouwgronden waarmee karakter van het dorp in samensmelting met de natuur (het groen) niet in acht wordt genomen. Hierbij onnodig benadelen van inwoners aan de rand van het dorp terwijl dit niet noodzakelijk is. Onderstaand weergave van Kruisland. Rood: mogelijke inbreidingsprojecten in de kern van het dorp - visie 2040. Blauw: Ontwerp bestemmingsplan 'De Boogerď. Groen: Basisschool (SchooViheìäšsaloñlMílou
Brabo Kozijnen wļ
Cafe Pċ rtycejŵ.n-KOCS
A, * ' “;Òun A'cfifèrtuin
ÍPeaicuresalöìTJoli *
fSwi
ÍJţsř'ļbórpśriuiş ŞJembűB
Rooms' Kathokekeŕ#*1 . Basisschool dę .' T image'Haarmode.
B
uŕşpşêltun ķ
kŴũtoschadel ^Šchráuwen
àe3.ãïmķļ Garage Depang]
Làiídelijķ'e.Rijîŕêrėŕiiging Graaf Enĝelbrecht
m iWtf^ŴeliĮlĩ gesloterti
De Commerce Bw
.
Ä:t!uijkş‘akkerbouw ▼\ęn loonwerk VOF
BtļTe9 rfrtmbedrįjf'bf
įţioe*t',\
Veróel
'Work 1
iproaowaļĶāsáciāl
De aangegeven locaties staan niet opgenomen in ontwerp structuurvisie welke hier wel indienen te staan conform het provinciale plan "Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040".
ļ. Decentralisatie: zoals te zien in de afbeelding afgezet tegen het ontwerp wordt er decentralisatie van de dorpskern gecreëerd. Aangaande leefbaarheid voor ouderen, ondernemers, milieu behouden en creëren, de gezondheid voor inwoners en mobiliteitstransitie als speerpunt sluit dit niet aan op de doelstellingen ook zoals omschreven in het provinciale plan. 2. Sport 8l Recreatie: de sportvelden zijn de kern van het dorp waarbij vele hun sportieve ambities kwijt kunnen. De locaties zijn verouderd maar voldoen op dit moment in het borgen van de verenigingen en leden. Echter met het zicht op de toekomst ontstaan er problemen bij al deze verenigingen. De energievoorzieningen zijn haast niet meer te betalen, bestuurlijk heeft het zijn uitdagingen en ieder voor zicht heeft zijn eigen broek op te houden. Echter ontbreekt in het ontwerp beleid, beeld en mogelijkheden tot ontwikkeling van duurzame, multifunctionele toekomstgerichte locatie(s). Een mogelijk concept zoals in aangrenzende dorpen is uitgerold dient nu opgenomen te worden. 3. Veiligheid woonwijken onvoldoende zicht voor: in het ontwerp is een bestemmingsplan 'De Boogerď weergegeven. Hierbij worden een ca. 65 woningen bedacht aan de onderzijde van de voetbal en tennisvelden, in het blauw weergegeven op de foto van Kruisland.
Een gezin in Nederland bestaat gemiddeld uit 3 á 4 personen waarbij een gemiddelde van twee auto's per gezin gehanteerd wordt. Dit houdt in dat er een 130 auto's per dag heen en weer de nieuwe wijk in bewegen. Langs de kinderopvang, voetbalvelden, tennisvelden en hondentrainingen. Daarbij er diverse woonwijken doorkruist dienen te worden om op de hoofdweg uit te kunnen komen. Hierin geen rekening gehouden wordt met de mobiliteitstransitie. 4. Energie transitie, verduurzaming en infrastructuur. Om de woonwijk aan alle geldende regelementen te laten voldoen dient de infrastructuur uitgebreid en aangepast te worden. Dit geeft voor langere periode overlast voor de omliggende woonwijken qua bereikbaarheid van hulpdiensten, sport 8l recreatie en bewoners. 5/6/7.
Basisschool. De basisschool is één van de centrale punten van het dorp Kruisland. Alle kinderen van het dorp komen hier tezamen om hun basisschool te doorlopen, kennis op te doen en vriendschappen voor het leven te beginnen. De ouders ontmoeten elkaar op de school tijdens doordeweekse dagen of georganiseerde activiteiten. Het is zaak dat er goed wordt gekeken naar de veiligheid, gezondheid en omgeving nabij de school, daar de toekomst daarbinnen zit. Op de foto in het groen aangegeven. In het ontwerp is niet opgenomen om de bedrijfsactiviteiten aangrenzend tegen de school op te nemen. Hierbij milieu, gezondheid en de mogelijkheid om nieuwbouw te plegen zonder extra C02 productie gezien de reductie van de bedrijfsactiviteiten te verwerken als mogelijkheid.
8. Onnodig omzetten van buitengebieden naar bouwgronden. Door in het ontwerp niet de inbreidingsplannen welke mogelijk zijn op te nemen maar aan de buitenrand landbouwbestemmingen te benoemen verliest het dorp zijn landelijk karakter waarbij de samensmelting van natuur en dorp verandert. Hiermee worden diverse inwoners van Kruisland onnodig benadeeld in hun huidige omgeving.
Aankomende 16 januari '24 om Huur spreken wij elkaar op het gemeentehuis in Steenbergen. Hierin zullen bovengenoemde punten worden toegelicht. Daarbij bespreken we het concept en hoe dit tot stand is gekomen. Met vriendelijke groet,
ZIENSWIJZE B 2402707 Datum verwerking: 30/01/2024
Gemeente Steenbergen TAV De gemeenteraad Postbus 6 4650 AA STEENBERGEN
Kruisland, 29 januari 2024 Betreft: bezwaar Partiele herziening Structuurvisie Steenbergen, De Boogaard Geachte heer, mevrouw, Middels dit schrijven dienen wij bezwaar in tegen het gepubliceerde ontwerp betreffende “Partiële herziening Structuurvisie Steenbergen, De Boogaard". Dat een uitbreiding ten behoeve van woningbouw in of rond de kern van Kruisland onvermijdelijk en zelfs noodzakelijk is voor het dorp begrijpen wij helemaal. Maar dat de uitbreiding van de Structuurvisie indruist tegen Interim Omgevingsverordening van de Provincie begrijpen wij allerminst. Zoals u hieronder kunt zien staan de contouren in de Provinciale verordening (tekening 1) duidelijk weergegeven en wijken op vele vlakken af van de contouren die u als gemeente Steenbergen heeft gehanteerd in uw publicatie (tekening 2) Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerd augustus 2023) provincie Noord Brabant provinciale verordening geconsolideerd («*024 08 01) DOCUMENTEN
ľ urt,»*'
OVERIGE INFORMATIE
Kaarten Weergegeven kaart 1: Rechtstreeks welkende regels: ftulieubeschetmu BiugwţM
( )
Rechtstreeks werkende regels: landbouw
(#) i: Insţructieregelsgemeenten: sterfelijke cntwiskel (2) 4: Insţructieregels gemeenten: natuur en stiltegeb" (~) b; Instiuctieregels gemeenten: grondwaterbeschc 6: Instiucticiogels gemeenten: bjsiskaart Landelijk 7: Insţructieregels gemeenten: specifieke gebieden Çÿ 8: Insţructieregels voor waterschappen: waleisyste fj) 9: Vaarwegbeheer
1.
5
Publicatie van de Provincie
Partiële herziening
Gez en het voorgaande wordt de structuurvisie co de vegende punten aís volgt herz en: » *
Toevoegen aanduiding ‘hard woningbcuwplan' ter plaatse van het p angebied van bestemmingsplan "De Boogerd" ţnr. 3); U tbre den bestaande aanduiding "Herengoed" ais 'zoekgebied voor hoogdynamische ontwikkel ng‘ waarmee ruimte wordt geboden om toekomstige ontwikke ingen mogelijk te maken. De daadwerkelijke p anolcgische invulling van (een gedeelte van) dit gebied za a.leen plaatsvinden ais de behoefte s aangetcond.
Ç]7) û-tw UaránļuaM i-iarfrtnţi
De velled ge aangepaste kaart is als bij age bijgeveegd.
2.
Publicatie van de gemeente
Conform de verordening van de Provincie zou er ten zuiden van ons perceel, gelegen aan het Engels Dorp 28, geen sprake zijn van een stedelijke ontwikkeling. Op uw kaart komt het gebied ten zuiden van ons perceel wel in aanmerking als "Zoekgebied hoogdynamische ontwikkeling, uitbreiding". Tegen dit voorgenomen besluit dienen wij dan ook expliciet bezwaar in omdat een eventuele ontwikkeling op dit perceel direct een aantasting zal zijn op onze privacy. Ons kavel grenst aan het landelijke gebied met vrij uitzicht en enige vorm van bouwactiviteiten zou dit direct gaan belemmeren.
Mocht hier in de toekomst sprake van zijn dan zal er daadwerkelijk sprake zijn van een aanzienlijke planschade en deze zullen wij dan ook bij uw gaan claimen. Tevens zal ook de ontsluiting een probleem kimnen zijn lijkt ons. Wij verzoeken u dan ook om deze structuurvisie in heroverweging te nemen. et vriendelijke groet.
f
ZIENSWIJZE C 2404081 Datum verwerking: 13/02/2024
HOOGLANDER. De gemeenteraad van Steenbergen Postbus 6 4650 AA STEENBERGEN
Helmond, 8 februari 2024 Onze ref.
:
Uw ref.
:
I Gemeente Steenbergen
Behandelaar : E-mail direct :
Geachte leden van de raad, Namens cliënt, »
De eenmanszaak
, c.q. de heer
de
Kruisland,
te
, gevestigd respectievelijk wonend aan
heb ik bij brief van 29 januari 2024 op voorlopige gronden zienswijzen kenbaar gemaakt tegen het ontwerpbestemmingsplan "De Boogerd" en de ontwerp "Partiële herziening Structuurvisie Steenbergen, De Boogerd". Met deze brief vul ik de gronden van de zienswijze verder aan. Gronden zienswijze Cliënt kan zich op de navolgende gronden niet verenigen met het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerpherziening van de structuurvisie. 1
Inleiding
Cliënt is eigenaar en exploitant van de akkerbouwgronden aan de
in Kruisland. Op grond
van het bestemmingsplan "Buitengebied Steenbergen", vastgesteld op 20 juni 2013, hebben het bedrijf en
de
bijbehorende
gronden
de
enkelbestemming
'Agrarisch
met
waarden
-
Landschapswaarden' en de gebiedsaanduiding 'archeologische verwachtingswaarde'. De huiskavel en
HOOGLANDER de hier relevante (teelt)percelen zijn (rood omkaderd) aangeduid op onderstaande afbeelding. Daarop is tevens de verbeelding van het voorliggende ontwerpbestemmingsplan weergegeven.
Mm \
ľ
"ŭ
Afbeelding: ligging gronden cliënt tegen plangebied Onder het huidige bestemmingsplan mogen de gronden van cliënt onbelemmerd gebruikt worden voor de teelt van akkerbouwproducten. Meer specifiek gebruikt cliënt de gronden voor de teelt van fruit (met behulp van teeltstellingen). Een drietal (grote) percelen van cliënt, te weten de percelen kadastraal bekend, gemeente Steenberge, sectie AB, nummers 3115, 837 en 927, liggen direct tegen dan wel op zeer korte afstand van het plangebied van het ontwerpbestemmingsplan aan. De belangen van cliënt zijn dan ook rechtstreeks betrokken bij dit ontwerpbestemmingsplan, waarvoor tevens de structuurvisie is aangepast. 2.
Een goede ruimtelijke ordening
Bestemmingen moeten ingevolge artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro)1 in een bestemmingsplan op basis van een goede ruimtelijke ordening worden aangewezen. De ruimtelijke ordening heeft als doel zo gunstig mogelijke voorwaarden te creëren voor het gebruik en de ontwikkeling van een gebied. Hierbij moet de vraag worden gesteld in hoeverre bestemmingen naast elkaar kunnen bestaan. Een goede belangenafweging van de verschillende met de bestemming gemoeide belangen is noodzakelijk. Het bevoegd gezag heeft niet deugdelijk gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dit is in strijd met artikel 3:46 en 3:47 van de Awb.
1 Gelet op het overgangsrecht in artikel 4.6, lid 2, sub a, onder 1, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft het oude recht van toepassing op dit ontwerpbestemmingsplan.
HOOGLANDER Op grond van het in artikel 3:2 van de Awb opgenomen zorgvuldigheidsbeginsel dient het bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit alle nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen, te vergaren. De voor de belanghebbenden nadelige gevolgen mogen op grond van artikel 3:4, tweede lid, van de Awb niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Het bevoegd gezag heeft in het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende blijk gegeven van een deugdelijke belangenafweging. Het bevoegd gezag heeft de belangen van cliënt onvoldoende onderkend en meegewogen 3.
De belangen van cliënt
Cliënt heeft een groot belang bij een ongestoorde voortzetting van zijn bedrijfsvoering. Zoals gezegd zijn er verschillende percelen waar hij zijn producten teelt, die direct tegen en op zeer korte afstand van het plangebied aan liggen. Op deze gronden wordt beoogd een nieuwe woonwijk met 73 woningen te ontwikkelen. Als gevolg van het ontwerpplan ontstaat er echte een conflictsituatie tussen de nieuwe woonwijk en het bedrijf van cliënt. De nieuwe woonwijk en het ontwerpplan krijgen de naam De Boogerd (Kruislands dialect voor de boomgaard) omdat deze is geprojecteerd op een voormalige boomgaard. Er is echter geen rekening gehouden met de daarnaast gelegen boomgaard/ fruitteelt van cliënt. 4.
Spuitzones
Zoals gezegd teelt cliënt hier akkerbouwproducten. Een wezenlijk onderdeel van de fruitteelt is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. In het ontwerpplan is er onvoldoende rekening met de spuitzones ten behoeve van het landbouwkundig grondgebruik van cliënt gehouden en hiervoor een onjuiste afstand aangehouden. De agrarische bestemming ter plaatse maakt het zonder meer mogelijk om gebruik te maken van gewasbeschermingsmiddelen zodat met de spuitzones rekening had moeten worden gehouden. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak volgt dat in het algemeen een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies, niet onredelijk wordt geacht. Onder gevoelige functies moeten in dit verband in ieder geval woningen, maar ook andere gevoelige objecten waar mensen verblijven (zoals bijgebouwen) worden begrepen. Cliënt verwijst in dat verband naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 1 april 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1007) waarin de Afdeling overwoog dat dergelijke objecten óók als gevoelige objecten moeten worden aangemerkt:
HOOGLANDER "6.2.3. De raad heeft voor zijn standpunt dat alleen de bedrijfswoning met bijbehorende tuin in het plan als spuitgevoelige functie moet worden aangemerkt en de bedrijfsgebouwen niet, aangesloten bij de omschrijving van gevoelige functies in milieuregelgeving zoals het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen), de Wet geluidhinder en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze regelgeving ziet echter op andere vormen van milieuhinder. Voor de bepaling gevoelige
functies
in
verband
met
blootstelling
van
aan
gewasbeschermingsmiddelen kan dan ook niet zonder meer bij deze milieuregelgeving worden aangesloten. Ook uit de door de raad aangehaalde brief van de Staatssecretaris van infrastructuur en milieu van 18 februari 2014 over het rapport van de Gezondheidsraad inzake de risico's van gewasbeschermingsmiddelen kan niet worden afgeleid dat de gevoelige functies in het plan beperkt moeten worden tot de bedrijfswoning. Dat bedrijfsgebouwen, waar mensen langdurig verblijven en daarmee een grotere kans lopen op blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen, als gevoelige objecten kunnen worden aangemerkt lag ook ten grondslag aan de hiervoor onder 6. genoemde uitspraak van de Afdeling van 3 december 2008. Bovendien zijn de gronden van het bedrijfsperceel mede bestemd voor detailhandel en kantoren ten dienste van het landbouwmechanisatiebedrijf." Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak is de vuistregel van 50 m in het algemeen niet onredelijk is. In de loop der járen is door verschillende partijen gezocht naar een algemeen wetenschappelijk aanvaard model om het locatie-toegesneden onderzoek naar een kleinere aan te houden afstand dan 50 meter te onderbouwen. Verschillende modellen, zoals PRI 2012, PRI 2015 en EFSA-model zijn de revue gepasseerd. Al deze modellen hebben toetsing door de bestuursrechter niet doorstaan.
Dit heeft als gevolg dat er op dit moment geen juridisch geaccepteerd model is waaruit blijkt dat in concrete situaties kan worden afgeweken van de afstandsgrens van 50 meter. Aangezien er gevoelige functies worden opgericht binnen een afstand van 50 meter, zal in ieder geval onderbouwd moeten worden waarom sprake is van een goed woon- en leefklimaat binnen de afstand van 50 meter dan wel het plan zodanig moeten worden aangepast dat hiermee rekening wordt gehouden. Dat is in het ontwerpbestemmingsplan niet gebeurd. Weliswaar is gesteld dat sprake is van een indicatieve afstand, maar dat betekent niet dat juist is (of kan worden) onderbouwd dat van een kortere afstand kan worden uitgegaan. De stelling dat vanwege de feítelijke afstand van de fruitbomen tot aan de meest dichtbij gelegen woon- of tuinbestemming binnen het plangebied van circa 50 meter is voldaan aan de vereiste afstand is veel te kort door de bocht. Bovendien is deze onjuist. De kortste afstand tussen de meest westelijk gelegen woningen bedraagt niet meer dan 44 respectievelijk 40 meter tot aan de fruitbomen. Als wordt uitgegaan van de bestemming tuin (waar mag worden verbleven en bijgebouwen kunnen worden gerealiseerd waar kan worden verbleven) bedraagt deze nog slechts 38 meter.
HOOGLANDER Bovendien is ten onrechte uitgegaan van de feitelijke situatie ter plaatse en niet van de maximale mogelijkheden die de aan de grond toegekende bestemming maximaal toelaat. Zo volgt uit (onder meer) de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 maart 2017 (ECLI:IML:RVS:2017:868). Deze agrarische bestemming geldt tot aan de plangrens (tevens perceelsgrens) en kan dus volledig worden ingevuld met teelt van fruitbomen waarvoor gewasbeschermingsmiddelen (mogen) worden gebruikt. Er moet dus worden gemeten vanaf die grens (tussen agrarische bestemming en plangebied) en die bedraagt slechts 32 meter tot de grens (bouwvlak voor wonen) van de zuidelijk gelegen woningen in het plangebied respectievelijk 38 meter (in oostelijke richting) en 12 meter (in noordelijke richting) voor de noordelijk gelegen huizenblokken. Dit aangezien ook het ten noorden daarvan gelegen perceel kan worden gebruikt voor fruitteelt. De conclusie kan dan ook geen andere zijn dan dat niet aan de vereiste afstand is voldaan. 5.
Ontwerpbestemmingsplan biedt geen oplossing
Verder garandeert het ontwerpplan geen enkele vorm van afscheiding tussen het plangebied en zijn agrarische percelen. Weliswaar voorziet het plan in een bestemming "Groen" aan de buitenrand van het plangebied en geldt daar een voorwaardelijke verplichting tot het realiseren van een landschappelijke inpassing. Deze dient echter alleen voor de kwaliteitsverbetering van het landschap en niet als afscherming tegen de drift van gewasbeschermingsmiddelen. Dit is ook niet in het ontwerpplan onderbouwd of onderzocht. De voorziene haag is met een breedte van 1,5 meter en een hoogte van 2 meter ook onvoldoende geschikt om als afscherming te dienen. Cliënt heeft dan ook geen andere keuze dan een zienswijze en zo nodig beroep in te dienen tegen het voorliggende ontwerpplan. Gelet op het voorgaande verzetten de belangen van cliënt zich tegen de aanleg van de woonwijk. 6.
Belemmering bedrijfsvoering: beregening en nevel
Ook in verband met de twee hiervoor genoemde punten moet worden opgemerkt dat het ontwerpplan niet voorkomt dat cliënt wordt belemmerd in zijn bedrijfsvoering en omgekeerd dat derden daardoor geen overlast ondervinden of schade lijden. Voor zijn bedrijfsvoering (fruitteelt) is cliënt namelijk aangewezen op het gebruik van beregening. Deze beregening gebeurt (logischerwijze) met grondwater. Door de beregening ontstaat een (lichte) nevel. Deze is onderhevig aan dezelfde verspreiding door wind (eventueel thermiek). Anders gezegd kan de sproeinevel ook door de wind worden meegenomen en drift veroorzaken. Door het gebruik van grondwater, dat kalk- en ijzerhoudend is, kan schade ontstaan. Bijvoorbeeld als tijdens het beregenen op een warme dag de nevel (drift) op geparkeerde auto's neerslaat, brandt deze in in de autolak van auto. Juist op warme dagen moet cliënt op het heetst van de dag het gewas koelen tegen het ontstaan van zonnebrand op bijvoorbeeld appels die geteeld worden. Verder kan hier ook roestvorming of
HOOGLANDER vervuiling van auto's door optreden. Zoals blijkt uit de stedenbouwkundige opzet van het plan (zie onderstaande afbeelding, met geel omcirkeld) wordt een ruim aantal van de in het plan voorziene (verplichte) parkeerplaatsen aan de oostzijde van het plangebied, dus het dichtst tegen de gronden van cliënt aan, gerealiseerd. Dat vergroot het hiervoor genoemde risico juist. Cliënt wil niet belemmerd worden in zijn bedrijfsvoering en ook gevrijwaard blijven van schadeclaims. Ook hier geldt, evenals ten aanzien van het voorgaande, dat de geplande groenvoorziening uitsluitend een landschappelijk doel dient en geen waarborg biedt tegen het optreden van deze negatieve gevolgen. Hier ligt overigens ook geen onderzoek aan ten grondslag.
•* w*
íw
V**
In zijn algemeenheid dient hierbij ook te worden gewezen op het uitgangspunt in paragraaf 4.8 van de toelichting dat voldaan is aan de richtafstanden volgens de VNG brochure bedrijven en milieuzonering. Daarbij is voor de inrichting van cliënt een afstand van 180 meter aangehouden, op basis van een meting van de grens van de inrichting tot de bestemmingsgrens van de dichtstbijzijnde woonbestemming. Daarbij is echter niet uitgegaan van de grens van het agrarisch bestemmingsvlak maar van het bouwvlak. Dat is echter onjuist, zoals hiervoor ook is uiteengezet, omdat de meest voorname milieugevolgen van akkerbouw zich niet concentreren binnen het bouwvlak maar het gehele bestemmingsvlak betreffen. Er kon dan ook niet worden uitgegaan van een afstand van 180 meter en ook de conclusie dat voldaan wordt aan de richtafstand van 30 meter is niet onderbouwd.
HOOGLANDER 7.
Strijd met provinciale regelgeving
De ontwikkeling alsmede het ontbreken van een (afdoende) landschappelijke inpassing is ook in strijd met de provinciale regelgeving. Volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (art. 3.73) is de vestiging van een niet-agrarische functie alleen mogelijk op een bestaand bouwperceel. Daarvan is geen sprake. Momenteel is sprake van een agrarische bestemming. Het gehele plangebied valt volgens de provinciale Interimverordening onder Landelijk gebied. Op onderstaande afbeelding is dit weergegeven.
\
\ ì G^l-'
gevonden op deze locatie Landelijk gebied - Basiskaart Stedelijk gebied. Landelijk gebied. Natuur Netwerk Brabant Landelijk gebied - Ambtsgebied - alle regels en locaties op alfabetische volgorde
Het ontwerpplan voorziet echter ook in herbegrenzing van de zone 'verstedelijking afweegbaar' van de Interim omgevingsverordening. Daartoe is een gebiedsaanduiding voorzien in het ontwerpplan. Deze heeft echter enkel betrekking op het zuidelijke gedeelte (ruwweg het derde deel) van het plangebied, zoals op onderstaande afbeelding weergegeven. Dat betekent dat in ieder geval voor het grootste (noordelijke) deel van het plangebied, niet is voorzien in een aanpassing van de Interim omgevingsverordening. Dit deel blijft hoe dan ook onder 'Landelijk gebied' vallen waar de nieuwvestiging van een woonwijk/ woonpercelen niet is toegestaan; hier is geen sprake van een zone 'verstedelijking afweegbaar'.
f
n
87425.397975.5 Erkelbestemming
Gebiedsaanduiding
Gebiedsaanduiding
HOOGLANDER
Bovendien geldt, zelfs als het voorgaande anders was, bij de vestiging van een niet-agrarische functie in landelijk gebied, de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit (van art. 3.5 - 3.9), waaronder een goede landschappelijke inpassing valt. Zoals uit het voorgaande volgt, is daarvan geen sprake. Daarom is de ontwikkeling in strijd met de Interim omgevingsverordening. In het ontwerpplan is weliswaar gesteld dat er een verzoek tot herbegrenzing van de verordening wordt gedaan. Hiermee is echter niet onderbouwd dat het initiatief past binnen het provinciaal beleid. Sterker nog: met zoveel woorden wordt in het ontwerpplan erkend dat het niet past binnen het zoekgebied voor verstedelijking zoals aangeduid in de Interimverordening ruimte. 8. Aanpassing structuurvisie Zoals blijkt uit het ontwerpplan (Partiële herziening Structuurvisie Steenbergen, De Boogerd) is het plangebied niet aangewezen voor ontwikkelingen als uitbreiding van de bebouwde kom of wonen. Daarom voorziet de herziening in een uitbreiding van de harde plancapaciteit voor De Boogerd. Op onderstaande afbeeldingen van de ontwerp herziening structuurvisie en de bestaande structuurvisie is deze aanpassing weergeven.
KERN KRUISLAND
C
ft—«b—
Ontwerp partiële herziening structuurvisie Structuurvisie 2012 Hieruit volgt dat ten bate van voorliggend ontwerpplan naar de beoogde herziening van de structuurvisie toe is geredeneerd. De onderbouwing daarvoor is ook ondeugdelijk. Er wordt uitgegaan van een 'hard plan' als: 1.
Het bestemmingsplan is vastgesteld - hieraan is niet voldaan.
2.
Het bestemmingsplan nog niet is vastgesteld en de gemeente geen eigenaar is van de grond, maar al wel contractvorming heeft plaatsgevonden op het gebied van de verrekening van kosten in de anterieure fase - hieraan is niet voldaan.
3.
Het bestemmingsplan nog niet is vastgesteld, maar de gemeente eigenaar is van de grond en al duidelijk het voornemen heeft geuít om bepaalde grond voor een bepaald doel te ontwikkelen - hierbij wordt aangesloten.
HOOGLANDER Daaruit volgt dus dat ook hier de privaatrechtelijke positie van de gemeente (als grondeigenaar) maatgevend is voor de overweging om woningbouw op deze gronden mogelijk te willen maken. Dit blijkt ook uit de nadere afweging. Daarin wordt wederom verwezen naar de mogelijkheid om deze gronden te verwerven en het mislukken van pogingen om gronden aan de noordkant van Kruisland te verwerven. Er is wel gesteld dat er geen alternatieve locaties zouden zijn, maar dit is niet onderbouwd. Bovendien is daarbij belang gehecht aan de schaal van de voorgenomen ontwikkeling. Ten onrechte is niet overwogen deze op te knippen zodat ook met twee of meer minder grote locaties in plaats van een grote locatie zou kunnen worden volstaan. De onderbouwing is in die zin onvoldoende. Er is volgens de vermelde afweging rekening gehouden met de bestaande structuren van de omgeving en het landschap. Dat is echter niet terug te leiden tot het voorgaande. In de huidige structuurvisie is het plangebied namelijk aangewezen als 'Kreken in het zand' met als kenmerk open krekenlandschap. Deze openheid gaat volledig verloren als gevolg van het woningbouwplan. Daarbij komt dat ook wordt voorzien in verdere opvulling van het gebied met de aanduiding 'zoekgebied hoogdynamische ontwikkeling, uitbreiding'.
Daarmee ligt in het verschiet dat de teeltgronden van cliënt nog verder worden omgeven door woningbouw en zijn bedrijfsvoering nog verder wordt belemmerd. 9.
Onvoldoende onderbouwing nut en noodzaak
Uit het ontwerpplan blijkt geen deugdelijke onderbouwing van het nut en de noodzaak van het voorgenomen plan. In de ontwerptoelichting is gemotiveerd dat voldaan is aan de ladder voor duurzame verstedelijking omdat er (mede gelet op de woondeal) een behoefte aan nieuwe woningen bestaat. Verder is (met juistheid) gesteld dat de locatie van het plangebied buiten stedelijk gebied is gelegen. Dit staat ook haaks op het hiervoor besproken punt. Vervolgens wordt echter gesteld dat binnen het bestaand stedelijk gebied geen geschikte (inbreidings)locaties waren, gelet op de schaal van onderhavig planvoornemen, zodat het noodzakelijk was uit te breiden buiten bestaand stedelijk gebied. Daarbij is ook overwogen dat de betrokken gronden 'op reële wijze aan te kopen waren door de gemeente. Wat daar ook mee bedoeld wordt, een dergelijk privaatrechtelijk aspect kan geen grondslag bieden voor de onderbouwing van het ontwerpplan, nu dit geen betrekking heeft op een goede ruimtelijke ordening, en te minder op de noodzaak om buiten bestaand stedelijk gebied uit te breiden. Uit het ontwerpplan c.q. de toelichting blijkt niet dat er enig onderzoek is gedaan naar alternatieve locaties.
Een gelijkwaardig alternatief met aanzienlijk minder bezwaren zou bijvoorbeeld kunnen worden gevonden in het inbreiden ter plaatse van de tennis- en voetbalvelden, binnen bestaand stedelijk gebied of uitbreiden aan de westzijde van de kern, waar in ieder geval geen sprake is van de problematiek met betrekking tot spuitzones. Nu, zoals gezegd, de omstandigheden rondom de aankoop van gronden geen rol kunnen spelen, zou uitbreiding aan de noordzijde eveneens een beter alternatief kunnen bieden. Dat pogingen om aan de noordkant gronden te verwerven, zijn mislukt, is dan ook niet relevant. Er kan immers ook tot onteigening
HOOGLANDER worden overgegaan. Het heeft er de schijn van dat privaatrechtelijke belangen van de gemeente een rol hebben gespeeld in de onderbouwing van de noodzaak in de toelichting. Dat is echter een onvoldoende grondslag voor het vaststellen van een bestemmingsplan voor uitbreiding van een nietagrarische functie in het buitengebied. Conclusie Samengevat is het ontwerpbestemmingsplan op verschillende onderdelen niet deugdelijk onderbouwd. Dat betreft in het bijzonder de belemmering van de bedrijfsvoering van cliënt in verband met de spuitzone en beregening. Met de negatieve gevolgen voor de belangen van cliënt daardoor is ook geen rekening gehouden. Ik verzoek u bij de vaststelling van het bestemmingsplan rekening te houden met de zienswijzen van cliënt. Cliënt verzoekt u dan ook om het bestemmingsplan niet vast te stellen c.q. zodanig gewijzigd vast te stellen dat er met alle vorenstaande zienswijzen rekening wordt gehouden.
Met vriendelijke groet, Hooglander B.V.