Bijlage 1e begrotingswijziging OMWB 2023 2313928.pdf
Tekst van het document
Ontwerp Eerste begrotingswijziging 2023
Datum 11 april 2023
Ontwerp 1e begrotingswijziging 2023
1
Inleiding Op 13 juli 2022 is door het Algemeen Bestuur de begroting 2023 inclusief meerjarenraming 2024-2026 vastgesteld. Voor u ligt de Ontwerp 1e begrotingswijziging 2023.
Ontwerp 1e begrotingswijziging 2023
2
Toelichting 1e begrotingswijziging 2023 Deze begrotingswijziging is een gevolg van de huidige (prijs)ontwikkelingen, het werken met een reëler tarief, de bestuurlijke goedgekeurde aanpassingen van de werkprogramma’s door deelnemers en het principeakkoord cao SGO (samenwerkende gemeentelijke organisaties) 2023. Zoals al in de kadernota 2024 is aangekondigd, hebben bovenstaande ontwikkelingen een behoorlijke impact op de eerder vastgestelde begroting. De inflatie op zichzelf en de daarmee samenhangende compenserende maatregelen zoals een forse verhoging van de cao-lonen leiden tot een fikse verhoging van de personeelslasten. Tegelijkertijd zien we dat verlofharmonisatie en het principeakkoord cao SGO 2023 leiden tot 4 extra vrije dagen, wat direct gevolgen heeft voor de declarabiliteit van medewerkers. Bij het vaststellen van de begroting voor 2023 waren deze ontwikkelingen nog niet te voorzien, dan wel waren op dat moment nog niet concreet genoeg te kwantificeren om te verwerken in de begroting. Gezien het grote effect van deze ontwikkelingen op de financiën van de OMWB nemen we deze nu wel op in de 1e begrotingswijziging 2023, zodat de correctie zo snel mogelijk kan worden doorgevoerd.
De noodzaak tot reëler begroten heeft als oorzaak dat de afgelopen jaren er een taakverschuiving naar meer specialistisch werk heeft plaatsgevonden waar relatief duurdere medewerkers op in worden gezet. Het begrote tarief is hierdoor niet meer in lijn met de daadwerkelijke tarieven. Overigens heeft deze wijziging voor de deelnemers minder impact omdat er altijd afgerekend wordt tegen werkelijk tarief. De landelijke trend van hoger ziekteverzuim is helaas voor de OMWB ook realiteit. Het in de begroting opgenomen percentage van 4,5% is niet haalbaar. We gaan in de hernieuwde begroting uit van een streefpercentage van 5,5%. Al deze ontwikkelingen leiden ertoe dat het rekentarief voor 2023 stijgt van € 97,00 naar € 106,70. In de verdere uitwerking zal dieper op de diverse ontwikkelingen worden ingegaan. Bijlage I bevat een geactualiseerd overzicht van de bijdrage per deelnemer. Door de latere bestuurlijke behandeling van de 1e Begrotingswijziging (ter vaststelling in het AB van 6 september) als gevolg van wijzigingen in het vergaderschema, zal in oktober een aanvullende voorschotnota aan de deelnemers verstuurd worden.
Ontwerp 1e begrotingswijziging 2023
3
Eerste begrotingswijziging 2023 Werkprogramma De benodigde urencapaciteit die voortvloeit uit de werkprogramma’s heeft de laatste jaren een gestage groei gekend. Voor 2023 wordt een werkpakket verwacht van ongeveer 353.600 uur, waarbij rekening is gehouden met de actualiteit, zoals stikstof. Qua tariefstelling geldt dat deze kostendekkend, en voor deelnemers als nietdeelnemers gelijk is. Het gemiddelde begrote tarief is het vertrekpunt voor de begroting 2023 en bedraagt € 106,70. In de volgende paragraaf wordt een verdere uiteenzetting van het tarief gegeven. Tarief Uitgangspunt is een realistische begroting. Voor de tariefbepaling voor 2023 is het gemiddelde uurtarief per 1 december 2022 van € 98,75 genomen. Waar voorheen het voorcalculatorisch tarief het vertrekpunt was, is nu uitgegaan van dit nacalculatorische tarief. Aanleiding hiervoor is dat het voorcalculatorisch tarief en het gemiddelde nacalculatorische tarief in de loop der jaren steeds meer uit elkaar zijn komen te liggen. Door nu het nacalculatorisch tarief als vertrekpunt te nemen, komen deze meer in lijn met elkaar. Het gemiddeld voorcalculatorisch tarief wordt gebruikt bij het opstellen van het werkprogramma, het nacalculatorisch tarief bij de afrekening met de deelnemers.
Het verschil tussen beide werd de laatste jaren steeds groter, waardoor planning (werkprogramma) en realisatie (afrekening) ver uit elkaar kwamen te liggen. In de jaarrekeningen van 2020 en 2021 is hierover ook gerapporteerd. Er is voor gekozen om in 2023 het verschil te overbruggen omdat het een groter verschil/ probleem werd. Gezien het feit dat de afrekeningen al tegen nacalculatorisch tarief plaatsvonden zal het financiële nadeel wellicht minder gevoeld worden. De oorzaak van het toenemende verschil tussen het voorcalculatorische en gemiddelde nacalculatorische tarief, is de verschuiving in het soort werkzaamheden. De nadruk is de afgelopen jaren steeds meer op specialistisch werk komen te liggen, dat in de regel een hoger tarief kent. Op het nacalculatorische tarief is vervolgens een correctie doorgevoerd naar actuele inzichten, gegeven de recente mondiale en nationale ontwikkelingen. De percentages toegepast in de oorspronkelijke begroting 2023 zijn immers niet meer passend gebleken. De verschillende onderdelen worden hierna toegelicht. Indexatie – Loonstijging en prijsstijging Er is inmiddels een principeakkoord cao SGO bereikt voor 2023.
In deze begrotingswijziging gaan wij uit van de loonstijging uit het principeakkoord en de prijsstijging uit de Macro Economische Verkenning 2023, die is gepubliceerd in de (herziene) september-circulaire 2022 van het Centraal Planbureau. De loonstijging bedraagt, voor de OMWB, gemiddeld 7,2% (2,3% toegepast in de oorspronkelijke begroting 2023) en de prijsstijging voor overheidsconsumpties bedraagt 5,9% (1,5% toegepast in de oorspronkelijke begroting 2023). Dit betekent een flinke stijging ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. (Harmonisatie) verlofrechten In de cao SGO 2021-2022 (zoals vastgesteld op 27 januari 2022) is de hervorming van verlofrechten vastgelegd, geldend met ingang van 1 januari 2023. De impact van deze hervorming is in het tarief verwerkt. In het principeakkoord voor de cao SGO 2023 is daarnaast een extra verlofdag voor medewerkers opgenomen. Deze extra verlofdagen hebben een negatief effect op de te realiseren declarabele uren. Ziekteverzuim Het ziekteverzuim bij de OMWB vertoont al enige tijd een stijgende trend. Deze trend is landelijk. In de voorgaande jaren werd in de berekening van het tarief gerekend met 4,5%. Dit percentage is niet haalbaar. De gestage stijging gaat ook in 2023 door, al lijkt er een kentering ingezet te zijn waardoor het huidige ziekteverzuimpercentage rond 6,1% schommelt.
We monitoren het ziekteverzuim nauwlettend waarbij we de inzet van het beleid en de bijbehorende instrumenten intensiveren. Zo heeft er in samenwerking met de bedrijfsarts een intensief onderzoek plaatsgevonden naar aard en herkomst van ziektegevallen. Voor 2023 en 2024 houden we rekening met een streefpercentage van 5,5%. Dit wordt ook in het tarief verwerkt. Kosteneffectiviteit In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 1 juli 2020 heeft een aantal deelnemers gevraagd of het mogelijk is de kosten van de dienst omlaag te brengen met behoud van kwaliteit van producten en dienstverlening. Eind 2020 is met verschillende interne werkgroepen naar het vraagstuk kosteneffectiviteit gekeken. Dit leidde tot een inschatting van het potentieel om kosteneffectiever te gaan werken en een grote hoeveelheid maatregelen om dat potentieel te realiseren. Op basis van deze uitkomsten van het onderzoek, dat nauwkeurig getoetst is door een Ontwerp 1e begrotingswijziging 2023 4
extern adviesbureau, is een besparingspotentieel van netto € 1.500.000 (€ 1.700.000 bruto besparingen -/– € 200.000 investeringen) op een totaalbedrag van € 35.500.000), fasegewijs te verwezenlijken voor 1 januari 2025, haalbaar en realistisch. Besparingen Kosteneffectiviteitsonderzoek bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
Vergunningverlening
-150
-300
-300
-300
Informatievoorziening
-500
-500
-500
-500
Kosteneffectiviteit fase 1
0
-500
-500
-500
Kosteneffectiviteit fase 2
0
0
-400
-400
-650
-1.300
-1.700
-1.700
Totaal kostenbesparingen
De totale besparing is in 2023 € 1.300.000. In de begroting 2022 is reeds een besparing van € 650.000 opgenomen. In 2023 wordt een tranche van € 650.000 ingeboekt. In het exploitatieoverzicht van het primaire proces is een besparing van € 478.000 opgenomen onder de algemene kosten. De concreter toe te wijzen besparingen zijn verwerkt in de overige rubrieken. Deze besparing heeft per saldo een drukkend effect op het uurtarief voor 2023 van € 1,92. Schematische weergave van het tarief Omschrijving
Toelichting
Bedrag per uur
Nacalulatorisch tarief 01-12-2022 Indexering 2023 en cao-verhoging 2023
€ 98,75 Gemiddeld 7,2% loonstijging en 5,9% prijsstijging
€ 6,79
Harmonisatie verlofrechten
€ 1,61
Ziekteverzuim van 4,5% naar 5,5%
€ 1,47
Besparingen Kosteneffectiviteit 2023
€ -650.000
€ -1,92
Tarief 2023
€ 106,70
In onderstaande tabel zijn de functionele, herziene tarieven voor het begrotingsjaar 2023 opgenomen, in vergelijking met de oorspronkelijke begroting 2023. Aanpassing van de tarieven heeft plaatsgevonden aan de hand van de relatieve stijging van het gemiddelde uurtarief uit deze eerste begrotingswijziging 2023 (€ 106,70) ten opzichte van de oorspronkelijke begroting (€ 97,00) tegen 10%. Conform de oorspronkelijke begroting 2023 kent de tabel een compacte opzet. In de praktijk is gebleken dat de eerdere, veelheid aan gedifferentieerde tarieven niet gehanteerd wordt. Indikking van de lijst is ook ingegeven vanuit doelmatigheid. Functioneel voorcalculatorische uurtarieven
2023 Begroting na 1e wijziging uurtarief
2023 Begroting voor wijziging uurtarief
MBO
€ 87,50
€ 79,55
HBO
€ 107,25
€ 97,50
Specialisten
€ 127,10
€ 115,55
Milieu
Tarieven buiten kantoortijd: Als kantoortijden hanteren we de maandagen tot en met de vrijdagen van 7.00 tot 22.00 uur. Alle overige tijdstippen zijn buiten kantoortijd. We hanteren een opslagpercentage van 30% op de tarieven voor werkzaamheden buiten kantoortijd.
Ontwerp 1e begrotingswijziging 2023
5
Exploitatie 2023 Op basis van bestuurlijk vastgestelde werkprogramma’s van de deelnemers en het herziene tarief voor 2023 is de omzet P1 tot en met P3 bijgesteld met € 4.374.000. Hieronder staat aangegeven binnen welk programma de bijstelling heeft plaatsgevonden. Binnen ‘Programmadeel 4: Buiten werkprogramma’ vindt een indexatie plaats op basis van de gemiddelde prijsstijging voor overheidsconsumpties. De Specifieke uitkeringen Omgevingsdiensten betreffen een ‘Specifieke uitkering extra ondersteuning toezicht en handhaving energiebesparingsplicht’ van € 1.146.000 en een ‘Specifieke uitkering Omgevingsdiensten inzet interbestuurlijk programma VTH’ van € 518.000. De totale omzet is naar verwachting dus € 6.070.000 hoger dan oorspronkelijk begroot. Baten (bedragen x € 1.000)
2023 Begroting voor wijziging
2023 Mutaties 1e wijziging
2023 Begroting na 1e wijziging
Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving Programmadeel 2: Advies en projecten
21.241
2.925
24.166
10.453
1.284
11.737
Programmadeel 3: Collectieve taken structureel
1.659
165
1.824
Programmadeel 4: Buiten werkprogramma
1.658
72
1.730
650
-40
610
0
1.664
1.664
35.660
6.070
41.730
Programmadeel 4: Overige exploitatie Specifieke uitkeringen Omgevingsdiensten Totaal baten
Hieronder wordt als eerste ingegaan op de lasten voor het primair proces, daarna volgen de lasten bedrijfsvoering en de overige lasten. Lasten (bedragen x € 1.000)
Primair proces Personeelslasten Lonen & salarissen Reiskosten Overige personele kosten Personeel niet in loondienst Detacheringsinkomsten Subtotaal
2023 Begroting voor wijziging
2023 Mutaties 1e wijziging
2023 Begroting na 1e wijziging
18.861 364 256 3.165 0 22.645
3.503 -57 221 949 0 4.616
22.364 307 477 4.114 0 27.262
92 92
-13 -13
79 79
71 87 17 25 200
33 -87 6 -7 -55
104 0 23 18 145
Overige kosten Laboratoriumkosten Milieumetingen Subtotaal
1.658 650 2.308
93 -40 53
1.751 610 2.361
Algemene kosten Van goed naar beter Subtotaal
-478 -478
0 0
-478 -478
24.766
4.601
29.369
Afschrijvingen Afschrijvingen Subtotaal Huisvesting en organisatie Huisvesting en facilitaire kosten Tractie Automatisering Algemeen beheer Subtotaal
Totaal lasten Primair proces
Ontwerp 1e begrotingswijziging 2023
6
Toelichting Salarissen en Inhuurbudgetten: De kosten voor lonen en salarissen zijn toegenomen ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2023 door een loonstijging vanuit het principeakkoord cao SGO 2023, een actualisatie op basis van de huidige bezetting en door extra formatie voor werkzaamheden voorvloeiend uit de ‘Specifieke uitkering extra ondersteuning toezicht en handhaving energiebesparingsplicht’. In de oorspronkelijke begroting is rekening gehouden met een loonstijging van 2,3%. In deze eerste begrotingswijziging is naar de meest recente inzichten de huidige bezetting als basis gehanteerd, welke vervolgens is geïndexeerd met een gemiddelde loonstijging van 7,2% uit het principeakkoord cao SGO 2023. Door deze indexatie nemen de salariskosten met € 840.000 toe. De actualisatie op basis van de huidige bezetting zorgt voor een toename van de kosten van lonen en salarissen van € 1.694.000, bestaande uit formatie-uitbreiding en periodieke ophogingen. Voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de ‘Specifieke uitkering extra ondersteuning toezicht en handhaving energiebesparingsplicht’ is 7 fte (€ 588.000) extra opgenomen.
De toename van kosten voor personeel niet in loondienst wordt voornamelijk veroorzaakt door een daling van de declarabiliteitsnorm van 1.328 uur per fte naar 1.300 uur per fte als gevolg van de harmonisatie van verlofrechten, hoger ziekteverzuim en extra verlof als onderdeel van het principeakkoord tussen werkgevers en bonden. Het verlies in aantal declarabele uren wordt opgevangen met de inzet van ingehuurd personeel. Toelichting Reiskosten: Er is een nieuwe balans ontstaan tussen thuis en fysiek op kantoor werken (het zogeheten hybride werken). Als gevolg hiervan is er sprake van minder reisbewegingen en dus lagere reiskosten. Tegelijkertijd leidt deze beweging tot hogere thuiswerkvergoedingen. We verwachten daarom een verschuiving van de reiskosten naar de overige personele kosten voor een bedrag van € 75.000. Hiervan heeft (naar rato van de begroting) € 57.000 betrekking op het primair proces. Toelichting Overige personele kosten: Als gevolg van de ‘Specifieke uitkering extra ondersteuning toezicht en handhaving energiebesparingsplicht’, nemen de overige personele kosten toe. Het betreft onder andere opleidingskosten en kosten voor werving en selectie; met een totaalbedrag van € 130.000. Aanvullend heeft er een actualisatie vanuit het opleidingsplan plaatsgevonden.
Ook stijgen de verwachte kosten voor de thuiswerkvergoeding, zoals opgenomen onder de toelichting van de reiskosten. Toelichting Afschrijvingen: In het kader van een nauwkeurigere toerekening van kosten, vindt een verschuiving plaats van afschrijvingen van bedrijfsvoering naar afschrijvingen van het primair proces. Daarnaast is de afschrijvingslast aangesloten bij de aanwezige activa en hun resterende looptijd en is rekening gehouden met actuele inzichten voor investeringen voor het boekjaar 2023. Toelichting Huisvesting en organisatie: De kosten van energie zijn de afgelopen periode enorm gestegen. De uitgaven om kantoorruimte van voldoende licht, warmte en koeling te voorzien nemen daardoor sterk toe. Dit betekent dat de oorspronkelijk begrote servicekosten onvoldoende zijn om deze kosten in 2023 te dekken en heeft ophoging van de begroting plaatsgevonden met ongeveer 25% ten opzichte van het kostenniveau van 2022. Daarnaast heeft een indexering plaatsgevonden op de huurkosten. Toelichting tractiekosten: Er heeft een verschuiving plaatsgevonden van de tractiekosten van het primair proces naar de tractiekosten van bedrijfsvoering. Hiermee sluiten we beter aan op de regels van de Commissie BBV.
Toelichting kosten Automatisering: De verhoging van de verwachte kosten voor automatisering heeft betrekking op de automatiseringskosten voor de ‘Specifieke uitkering extra ondersteuning toezicht en handhaving energiebesparingsplicht’. Deze kosten worden gedekt vanuit de betreffende uitkering. Toelichting kosten Algemeen beheer: Naar actuele inzichten is er een aanpassing gedaan op de te verwachten kosten voor algemeen beheer. Daarnaast heeft een verschuiving van kosten van primair proces naar kosten van bedrijfsvoering plaatsgevonden. Hierdoor is er een daling zichtbaar ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. Toelichting Laboratoriumkosten: Als gevolg van de indexatie van ‘opbrengsten van kosten’ (binnen programmadeel 4 ‘Buiten werkprogramma’), zijn de te verwachten laboratoriumkosten naar boven bijgesteld. Deze bijstelling heeft een resultaatneutraal effect. Ontwerp 1e begrotingswijziging 2023 7
De lasten van Bedrijfsvoering laten de volgende opbouw zien: Lasten (bedragen x € 1.000) Bedrijfsvoering Personeelslasten Lonen & salarissen Reiskosten Overige personele kosten Personeel niet in loondienst Detacheringsinkomsten Subtotaal
2023 Begroting voor wijziging
2023 Mutaties 1e wijziging
2023 Begroting na 1e wijziging
4.850 250 1.178 351 0 6.629
804 0 -18 0 93 72 0 951
5.654 232 1.271 423 0 7.580
130 130
-49 -49
81 81
Huisvesting en organisatie Huisvesting en facilitaire kosten Tractie Automatisering Algemeen beheer Subtotaal
1.014 0 1.921 971 3.906
186 92 462 -177 563
1.200 92 2.383 794 4.469
Totaal lasten Bedrijfsvoering
10.664
1.465
12.130
Afschrijvingen Afschrijvingen Subtotaal
Toelichting Salarissen en Inhuurbudgetten: Aanpassing van de oorspronkelijke begroting heeft plaatsgevonden op basis van de huidige bezetting en de indexering van 7,2% uit het principeakkoord cao SGO 2023. Door de indexatie nemen de salariskosten met € 186.000 toe. De actualisatie op basis van de huidige bezetting zorgt voor een toename van de kosten van lonen en salarissen van € 488.000. Daarnaast vindt er een verschuiving plaats van de kosten van de kwaliteitsmanager van het budget ‘Van goed naar beter’ opgenomen onder de kosten van algemeen beheer naar kosten van lonen en salarissen voor een bedrag van € 125.000. De toename van kosten voor personeel niet in loondienst wordt voornamelijk veroorzaakt door de ‘Specifieke uitkering interbestuurlijk programma VTH’. Zo wordt er een data engineer ingehuurd ter ondersteuning. Toelichting Reiskosten: Zoals reeds bij de toelichting op het primair proces vermeld, is er een nieuwe balans ontstaan tussen thuis en fysiek op kantoor werken. Als gevolg hiervan is er sprake van minder reisbewegingen en dus lagere reiskosten. Daartegenover staan echter hogere thuiswerkvergoedingen. We verwachten dat er een verschuiving plaatsvindt van reiskosten naar overige personele kosten voor een bedrag van in totaal € 75.000. Hiervan heeft (naar rato van de begroting) € 18.000 betrekking op de bedrijfsvoering.
Toelichting Overige personele kosten: Het mobiliteitsbudget is geïndexeerd op basis van de oorspronkelijke begroting 2022 en niet op basis van de realisatie 2022. Dit is in lijn met voorgaande jaren. Daarnaast heeft een verschuiving plaatsgevonden vanuit de reiskosten naar de overige personele kosten. Voor verdere onderbouwing van deze verschuiving wordt verwezen naar de toelichting zoals opgenomen bij de reiskosten. Toelichting Afschrijvingen: Zoals reeds vermeld bij het primair proces vindt - in het kader van een nauwkeurigere toerekening van kosten - een verschuiving plaats van afschrijvingen van bedrijfsvoering naar afschrijvingen van het primair proces. Daarnaast is de afschrijvingslast aangesloten bij de aanwezige activa en hun resterende looptijd en is rekening gehouden met actuele inzichten voor investeringen voor het boekjaar 2023. Toelichting Huisvesting en facilitaire kosten: Gemeente Tilburg huurt de zesde etage van het gebouw aan de Spoorlaan tot en met juni 2023 van de OMWB. Daarna valt de opbrengst van de verhuur weg. Zoals bij het primair proces reeds vermeld, zijn de kosten van energie enorm gestegen. Dit betekent dat de huidige begrote servicekosten onvoldoende zijn om deze kosten in 2023 te dekken en heeft ophoging van de begroting plaatsgevonden met ongeveer 25% ten opzichte van het kostenniveau van 2022.
Daarnaast heeft een indexering plaatsgevonden op de huurkosten. Ontwerp 1e begrotingswijziging 2023
8
Toelichting Tractie: Zoals reeds in de toelichting op het primair proces vermeld, vindt er een verschuiving plaats van de tractiekosten naar bedrijfsvoering. Hiermee sluiten we beter aan op de regels van de Commissie BBV. Daarnaast heeft een indexatie van de verwachte kosten plaatsgevonden. Toelichting kosten Algemeen beheer: Zoals reeds vermeld bij de toelichting op de kosten van lonen en salarissen heeft er een verschuiving plaatsgevonden van de kosten van de kwaliteitsmanager van het budget ‘Van goed naar beter’ (opgenomen onder de kosten van algemeen beheer) naar de kosten van lonen en salarissen van € 125.000. Daarnaast wordt een besparing verwacht op de kosten voor algemeen beheer van afgerond € 50.000. Toelichting kosten Automatisering: De automatiseringskosten zijn geïndexeerd op basis van de realisatie 2022. Daarnaast is er sprake van tijdelijke inhuur ter versterking van het team Informatievoorziening. De Overige lasten zijn als volgt opgenomen: Lasten (bedragen x € 1.000)
2023 Begroting voor wijziging
2023 Mutaties 1e wijziging
2023 Begroting na 1e wijziging
Overig Diverse baten en lasten Onvoorzien Vennootschapsbelasting Subtotaal
0 150 5 155
0 0 0 0
0 150 5 155
Totaal lasten Overig
155
0
155
Toelichting: Voor de overige lasten zijn er geen afwijkingen te melden. Het resultaat wordt dan als volgt weergegeven: Resultaat bedragen x € 1.000
2023 Begroting voor wijziging
2023 Mutaties 1e wijziging
2023 Begroting na 1e wijziging
Totaal baten
35.660
6.070
41.730
Totaal lasten
35.585
6.070
41.655
Resultaat
75
0
75
Stortingen reserves
75
0
75
Onttrekkingen reserves
0
0
0
75
0
75
0
0
0
Totaal reserves Gerealiseerd resultaat
Ontwerp 1e begrotingswijziging 2023
9
(Vervangings-)investeringen 2023 In 2023 zal een aantal bedrijfsmiddelen opnieuw aangeschaft of vervangen moeten worden. Daarnaast zijn we in het kader van een nog af te sluiten nieuwe overeenkomst, voornemens om te investeren in twee nieuwe meetstations. Het uitgangspunt is dat het dagelijks bestuur met het vaststellen van de eerste begrotingswijziging 2023 goedkeuring verleent aan het onderstaande overzicht (vervangings-)investeringen. Investeringen bedragen x € 1.000
2022
Huisvesting
2023
2024
2025
2026
100
40
50
0
0
Automatisering
0
0
50
0
0
Communicatiemiddelen
0
0
0
0
0
Wagenpark
40
150
0
0
0
Technische apparatuur
0
575
0
0
75
140
765
100
0
75
Totaal
Bij vervanging van activa wordt nut en noodzaak afgewogen. Niet altijd kan vervanging plaatsvinden tegen de geraamde aanschafwaarden, wat betekent dat de werkelijke lasten afwijken van de in bovenstaande tabel opgenomen jaarlasten. Substantiële afwijkingen melden we bij de bestuursrapportages. Voor activering van investeringen wordt vanaf 2022 een ondergrens van € 1.000 (was voorheen € 10.000) gehanteerd. Vervangingen of aanschaffingen onder deze grens verantwoorden we in de exploitatie. Met het vaststellen van de begrotingswijziging worden ook de afschrijvingstermijnen voor investeringen vastgesteld. De afschrijvingen vinden - eveneens vanaf 2022 - plaats bij ingebruikname van het actief (was het jaar volgend op activering). Vanwege de teruglopende investeringen is de financiële impact van beide veranderingen niet materieel. Het financiële beleid is overeenkomstig aangepast. Afschrijvingstermijnen Bij investeringen worden de volgende afschrijvingstermijnen gehanteerd: Tabel met gehanteerde afschrijvingstermijnen
Aantal jaren
Automatisering
5
Huisvesting
10
Communicatiemiddelen
3
Vervoersmiddelen
7
Technische apparatuur
15
Overheveling budgetten/onttrekking reserve Vanuit de jaarrekening 2022 vindt geen budgetoverheveling plaats naar 2023.
Ontwerp 1e begrotingswijziging 2023
10
Bijlage I Specificatie bijdrage per deelnemer In onderstaande tabel zijn de herziene deelnemersbijdragen per programma opgenomen voor 2023. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: De bedragen zijn gebaseerd op de bestuurlijk goedgekeurde werkprogramma’s voor 2023; de bedragen zijn geïndexeerd op basis van het herziene tarief uit de eerste begrotingswijziging; de bijdragen zijn gecorrigeerd voor de effecten van het kosteneffectiviteitsonderzoek en de evaluatie van de MWB-norm, uitgevoerd in het najaar van 2021; de bijdragen voor programma 3 betreffen de bijdragen van de deelnemers inclusief SSIB (in totaliteit 335.000). De uitvoering van SSIB vindt plaats door de ODBN. De OMWB betaalt derhalve deze vaste bijdrage door aan de collega-omgevingsdienst. De effecten van de verhoging van de werkprogramma’s en de indexatie op basis van het herziene tarief zijn opgenomen in de tabel daaronder. Deelnemersbijdrage 2023 na 1e wijziging Gemeente
P1
P2
P3
Totaal
Alphen-Chaam
367.997
78.656
42.606
489.259
Altena
822.535
181.133
80.035
1.083.702
Baarle-Nassau
367.718
57.983
37.368
463.069
Bergen op Zoom
857.376
679.425
57.622
1.594.424
Breda
1.754.985
584.469
137.091
2.476.545
Dongen
295.582
116.738
35.180
447.499
Drimmelen
473.233
219.462
61.095
753.791
Etten-Leur
408.474
60.337
51.534
520.345
Geertruidenberg
421.667
109.834
35.848
567.349
Gilze en Rijen
351.538
100.912
48.700
501.150
Goirle
222.988
49.218
25.479
297.685
Halderberge
533.342
213.793
56.602
803.736
Heusden
416.350
259.600
42.313
718.263
Hilvarenbeek
460.807
184.040
47.815
692.661
Loon op Zand
277.413
135.971
43.316
456.701
Moerdijk
1.154.658
619.243
76.459
1.850.359
Oisterwijk
453.747
270.842
56.382
780.971
Oosterhout
800.506
235.607
82.596
1.118.710
Roosendaal
790.000
514.469
91.469
1.395.938
Rucphen
296.841
116.412
37.520
450.772
Steenbergen
459.282
142.899
52.909
655.090
Tilburg
2.006.370
1.032.114
149.618
3.188.102
Waalwijk
660.845
272.788
57.065
990.698
Woensdrecht
241.153
123.573
31.442
396.168
Zundert
546.315
247.163
70.426
863.905
15.441.722
6.606.678
1.508.491
23.556.891
8.723.851
5.130.209
565.469
14.419.529
24.165.573
11.736.887
2.073.960
37.976.420
Totaal gemeenten Provincie Totaal bijdrage 2023
Ontwerp 1e begrotingswijziging 2023
11
Verloop deelnemersbijdrage 1e wijziging 2023 Gemeente
Oorspronkelijke begroting
Verhoging werkprogramma
Aanpassing tarief
Eerste begrotingswijziging
Alphen-Chaam
446.036
-346
43.569
489.259
Altena
819.649
166.443
97.609
1.083.702
Baarle-Nassau
424.034
-2.152
41.188
463.069
Bergen op Zoom
1.403.849
46.536
144.039
1.594.424
Breda
2.170.726
81.587
224.231
2.476.545
Dongen
407.650
76
39.773
447.499
Drimmelen
643.028
43.145
67.617
753.791
Etten-Leur
418.275
55.675
46.395
520.345
Geertruidenberg
493.056
23.625
50.668
567.349
Gilze en Rijen
458.547
-2.047
44.650
501.150
Goirle
272.482
-951
26.153
297.685
Halderberge
626.411
105.168
72.158
803.736
Heusden
465.000
188.876
64.388
718.263
Hilvarenbeek
606.605
23.996
62.060
692.661
Loon op Zand
386.738
29.353
40.609
456.701
Moerdijk
1.680.144
2.910
167.305
1.850.359
Oisterwijk
696.172
14.710
70.088
780.971
Oosterhout
1.017.918
0
100.792
1.118.710
Roosendaal
1.227.468
42.476
125.994
1.395.938
Rucphen
381.171
29.532
40.070
450.772
Steenbergen
564.175
32.270
58.645
655.090
Tilburg
2.899.183
0
288.918
3.188.102
Waalwijk
764.629
136.915
89.154
990.698
Woensdrecht
385.494
-24.433
35.106
396.168
Zundert
703.902
82.375
77.628
863.905
Totaal gemeenten
20.362.342
1.075.741
2.118.808
23.556.891
Provincie
13.325.016
-131.354
1.225.866
14.419.529
Totaal bijdrage 2023
33.687.358
944.387
3.344.675
37.976.420
Ontwerp 1e begrotingswijziging 2023
12