CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 ledenbrief VNG was-wordt-tabel-wijziging-model-apv BBM2000475.pdf

Besluitvormende Vergadering 4 maart 2021, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 09.: Wijziging Algemeen Plaatselijke Verordening Steenbergen 2020-2021.4.838 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 bij VNG ledenbrief wijziging Model-APV zomer 2020 Was-wordt-tabel wijziging Model Algemene plaatselijke verordening Leeswijzer modelbepalingen - […] of (bijvoorbeeld) [iets] = door gemeente in te vullen. - [iets] = facultatief. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. - Combinaties zijn ook mogelijk. In de tabel wordt eerst aangegeven welk artikel(onderdeel) wijzigt met daarbij een verwijzing naar het bijbehorende wijzigingsbesluit. In de linkerkolom (‘WAS’) staat de bestaande tekst, waarbij de woorden en leestekens die wijzigen cursief zijn gezet en – als het een facultatieve bepaling betreft – eveneens zijn onderstreept (aangezien dan de hele bepaling cursief is i.v.m. het facultatieve karakter). In de rechterkolom (‘WORDT’) staat de nieuwe tekst, waarbij de nieuwe woorden en leestekens vet zijn gedrukt. Onder elke wijziging staat een korte toelichting, soms voor een aantal artikelen tezamen. WAS

WORDT

Artikel 1:1 (Definities), definitie voertuig: (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) - voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;

- voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;

Toelichting: De definitie in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (hierna: RVV 1990) eindigt op wagens. De uitzondering maakt duidelijk dat kleine wagens geen voertuig zijn. Rolstoelen zijn een uitzondering op gehandicaptenvoertuigen zoals genoemd in de definitie in het RVV 1990. Artikel 2:6 (Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen), vijfde lid: (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:9 (Vertoning op openbare plaatsen), vierde lid: (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Bijlage 1/3 bij VNG ledenbrief, juli 2020

4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

WAS

WORDT

Toelichting op de wijziging van de artikelen 2:6 en 2:9: Redactionele verbetering. Artikel 2:10 (Voorwerpen op of aan de [weg OF openbare plaats], [titel, vijfde en ]achtste lid: (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) Titel

Titel

Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de [weg OF openbare plaats]

Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan [de weg OF een openbare plaats]

Variant 2 (Vergunningplicht)

Variant 2 (Vergunningplicht)

8. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3

Variant 3 (Vergunningplicht)

Variant 3 (Vergunningplicht)

5. Het bevoegd bestuursorgaan stelt nadere regels voor de categorieën, bedoeld in het vierde lid.

5. Het college stelt nadere regels voor de categorieën,

8. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3

van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

bedoeld in het vierde lid.

van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Toelichting: De titel van het artikel is tekstueel aangepast. Vijfde lid: De burgemeester wordt in artikel 156 van de Gemeentewet niet genoemd als mogelijke delegataris van regelgevende bevoegdheid. Algemeen wordt aangenomen dat hij hooguit gebiedsaanwijzingen mag doen of aanwijzingen van categorieën inrichtingen waarvoor een vergunningplicht geldt (dat zijn besluiten van algemene strekking die op regelgeving lijken, maar het niet zijn) en dat hij geen zelfstandige normstelling mag plegen. Nadere regels zijn algemeen verbindende voorschriften. Dus alleen het college kan hier worden genoemd, ook voor de gevallen waarvoor burgemeester bevoegd gezag is. Immers, de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 174 van de Gemeentewet betreft toezicht en uitvoering van verordeningen, niet het vaststellen van regelgeving. Achtste lid: Redactionele verbetering. Artikel 2:11 ((Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg), vijfde lid: (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) 5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Toelichting: Redactionele verbetering. Artikel 2:24 (Definities), eerste lid, onder b: (artikel I, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit)

Bijlage 1/3 bij VNG ledenbrief, juli 2020

5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

WAS

WORDT

b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22;

b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22;

Toelichting: Correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet. Artikel 2:25 (Evenementenvergunning), [zevende en ]achtste lid: (artikel I, onderdeel F, van het wijzigingsbesluit) 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is.]

7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van in enig opzicht van slecht levensgedrag is.]

8. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Toelichting: Zevende lid: Aanpassing aan de formulering van slecht levensgedrag in de artikelen 2:28, derde lid, onder b, en 3:7. In de toelichting op dit artikel vermelden wij de jurisprudentie. Achtste lid: Redactionele verbetering. Artikel 2:28 (Exploitatie openbare inrichting), derde en zevende lid: (artikel I, onderdeel G, van het wijzigingsbesluit) 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

7. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning en de vrijstelling.

7. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Toelichting: Derde lid: De toegevoegde weigeringsgrond is aan de gemeentelijke praktijk ontleend. Uit jurisprudentie van de Afdeling volgt dat ‘slecht levensgedrag’ een voldoende duidelijke weigeringsgrond is. Wel is het noodzakelijk dat de burgemeester beleidsregels vaststelt, waaruit voldoende duidelijk blijkt hoe hij deze weigeringsgrond invult. In de toelichting op dit artikel vermelden wij de jurisprudentie. Zevende lid: Redactionele verbetering. Artikel 2:29 (Sluitingstijd), zesde lid: (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit)

Bijlage 1/3 bij VNG ledenbrief, juli 2020

WAS

WORDT

6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Toelichting: Redactionele verbetering. Artikel 2:34b (Regulering paracommerciële rechtspersonen), derde lid: (artikel I, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit) Variant 1

Variant 1

3. Een paracommercieel rechtspersoon doet uiterlijk [tijdspanne] voor een bijeenkomst als bedoeld in het eerste

3. Een paracommercieel rechtspersoon doet uiterlijk [tijdspanne] voor een bijeenkomst als bedoeld in het tweede

lid, onder b, hiervan melding aan de burgemeester.

lid hiervan melding aan de burgemeester.

Toelichting: De verwijzing is gecorrigeerd. Artikel 2:39 (Speelgelegenheden), vierde lid: (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Toelichting: Redactionele verbetering. Artikel 2:57 (Loslopende honden), eerste lid, onder b: (artikel I, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit) b. binnen de bebouwde kom op de weg als de hond niet is aangelijnd;

b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd;

Toelichting: Volgens het huidige onderdeel b geldt een verbod voor honden op de weg indien ze niet aangelijnd. Dus op andere openbare plaatsen dan de weg mag een hond niet aangelijnd lopen, behalve op een krachtens onderdeel a genoemde plaats/aangewezen plaats. De wijziging breidt het verbod voor niet-aangelijnde honden uit tot andere plaatsen binnen de bebouwde kom dan de weg, zoals parken en plantsoenen of andere voor publiek openstaande plaatsen. Dat past ook beter bij de uitzondering in het tweede lid, waar wordt gesproken over ‘aangewezen plaatsen’. [Artikel 2:63 (Duiven), vierde lid: (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.]

Bijlage 1/3 bij VNG ledenbrief, juli 2020

4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.]

WAS

WORDT

[Artikel 2:64 (Bijen), vijfde lid: (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.]

5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.]

Toelichting op de wijziging van de artikelen 2:63 en 2:64: Redactionele verbetering. [Artikel 2:65 (Bedelarij): (artikel I, onderdeel J, van het wijzigingsbesluit)] [Artikel 2:65 Bedelarij

[Artikel 2:65 Bedelarij

Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.]

Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken.]

Toelichting: Het komt ons voor dat het verbod ook in bijvoorbeeld parken of plantsoenen zou moeten gelden. Uit onze toelichting in artikel 1:1 op openbare plaats: het verblijf op die plaats [mag] niet door de gerechtigde aan een bepaald doel gebonden zijn. Op grond hiervan zijn bijvoorbeeld stadions, postkantoren, warenhuizen, restaurants, musea, ziekenhuizen en kerken geen ‘openbare plaatsen’. Ook de hal van het gemeentehuis valt buiten het begrip ‘openbare plaats’. ‘Een voor het publiek toegankelijk gebouw’ voor zover het verblijf daarin door de gerechtigde niet aan een doel is gebonden, is dus ook een openbare plaats. Eigenaren/exploitanten van stadions enz. en gemeentehuis’ moeten zelf reguleren. Artikel 2:67 (Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister), derde lid: (artikel I, onderdeel K, van het wijzigingsbesluit): 3. Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

3. Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:72 (Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen), tweede lid: (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) 2. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

2. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Toelichting op de wijziging van de artikelen 2:67 en 2:72: Redactionele verbetering. Artikel 3:3 (Vergunning), vijfde lid: (artikel I, onderdeel L, van het wijzigingsbesluit) 5. Een vergunning kan mede voor één seksinrichting worden verleend.

Bijlage 1/3 bij VNG ledenbrief, juli 2020

5. Een vergunning kan mede voor een seksinrichting worden verleend.

WAS

WORDT

Toelichting: Een seksinrichting is een onderdeel van een seksbedrijf, dus een vergunningplichtig seksbedrijf (activiteit of activiteiten) kan meer dan een seksinrichting (locatie) omvatten. Ter verduidelijking hebben we ‘één’ vervangen door ‘een’. Artikel 3:7 (Weigeringsgronden), eerste tot en met vierde lid: (artikel I, onderdeel M, van het wijzigingsbesluit) 1. Een vergunning wordt geweigerd als:

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 wordt een vergunning geweigerd als:

a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat;

a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat;

b. de exploitant of de beheerder is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij; c. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is;

b. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is

d. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;

c. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet

e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke

f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;

e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager

g. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000;

f. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf

h. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden;

g. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar

i. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:

h. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar

1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening;

1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de

Bijlage 1/3 bij VNG ledenbrief, juli 2020

veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; heeft bereikt; toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:

Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening;

WAS

WORDT

2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht;

2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht;

3°. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

3°. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994;

4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994;

5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of

5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of

6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.

6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.

[j. [een maximum als bedoeld in artikel 3:5 is vastgesteld en dit maximum al is bereikt OF een maximum als bedoeld in artikel 3:5 al is bereikt];]

[i. [een maximum als bedoeld in artikel 3:5 is vastgesteld en dit maximum al is bereikt OF een maximum als bedoeld in artikel 3:5 al is bereikt];]

k. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een beheersverordening [of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4].

j. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal

2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder h, wordt gelijkgesteld:

2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g,

a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf;

a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf;

b. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt.

b. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375

3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder h en i, wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.

3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt bij de intrekking van een vergunning

4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder h en i, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee.

4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, telt de periode waarin een

opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een beheersverordening [of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4]. wordt gelijkgesteld:

bedraagt.

teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.

onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee.

Toelichting: De in het eerste lid genoemde weigeringsgronden dienen als aanvulling op de algemene weigeringsgronden van artikel 1:8. Dat is in de aanhef tot uitdrukking gebracht. In het eerste lid is onderdeel b geschrapt en zijn de overige onderdelen verletterd.. Door de inwerkingtreding van de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregel (Stb. 2014/131) is niet langer sprake van ontheffing of ontzetting uit het ouderlijk gezag of de voogdij, maar van beëindiging van ouderlijk gezag of voogdij. Artikel 3:7, eerste lid, onder b, is daarom geschrapt. Beëindiging van het ouderlijk gezag is veel ruimer dan de zeer beperkte groep ontzette ouders. (Voor de Drank- en Horecawet was één van de weigeringsgronden destijds ook dat degene die de vergunning aanvraagt niet uit het ouderlijk gezag mag zijn gezet. Dit vereiste is in 2015 vervallen.) Over het begrip ‘slecht levensgedrag’ in het nieuwe onderdeel b (oud c) hebben wij in de toelichting jurisprudentie opgenomen. Artikel 3:9 (Intrekkingsgronden), eerste lid, onder e: (artikel I, onderdeel N, van het wijzigingsbesluit) e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met i;

Bijlage 1/3 bij VNG ledenbrief, juli 2020

e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met h;

WAS

WORDT

Toelichting: De verwijzing naar artikel 3:7 is aangepast door de verlettering in dat artikel. Artikel 5:2 (Voertuigen van autobedrijf en dergelijke), vijfde lid: (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:3 (Te koop aanbieden van voertuigen), derde lid: (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:6 (Kampeermiddelen en andere voertuigen), vierde lid: (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:7 (Reclamevoertuigen), derde lid: (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:8 (Grote voertuigen), zesde lid: (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:13 (Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving), vierde lid: (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Toelichting op de wijziging van de artikelen 5:2, 5:3, 5:6, 5:7, 5:8 en 5:13: Redactionele verbetering.

Bijlage 1/3 bij VNG ledenbrief, juli 2020

WAS

WORDT

Artikel 5:14 (Definitie), tweede lid, onder b: (artikel I, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit) b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of artikel 5:22;

b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet of artikel 5:22;

Toelichting: Correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet. Artikel 5:15 (Ventverbod), derde lid: (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Toelichting: Redactionele verbetering. Artikel 5:17 (Definitie), tweede lid, onder a: (artikel I, onderdeel O, van het wijzigingsbesluit) a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;

a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;

Toelichting: Correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet. Artikel 5:18 (Standplaatsvergunning en weigeringsgronden), vierde lid: (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Toelichting: Redactionele verbetering. Artikel 5:22 (Definitie), tweede lid, onder a: (artikel I, onderdeel O, van het wijzigingsbesluit) a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; Toelichting: Correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet.

Bijlage 1/3 bij VNG ledenbrief, juli 2020

a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;

WAS

WORDT

Artikel 5:32 (Crossterreinen), eerste lid: (artikel I, onderdeel P, van het wijzigingsbesluit) 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

Toelichting: Er zijn gemeenten met een terrein (in het buitengebied) waar incidenteel een paar uurtjes gecrost wordt met brommers. Het crossen is puur recreatief, dus niet ter voorbereiding op wedstrijden. Om hiertegen te kunnen optreden bij (geluids)overlast hebben wij het crossen buiten wedstrijdverband aan het eerste lid toegevoegd. Artikel 5:36 (Verboden plaatsen), vierde lid: (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) Variant 1

Variant 1

4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Toelichting: Redactionele verbetering. Artikel 6:1 (Sanctiebepaling), derde lid: (artikel I, onderdeel Q, van het wijzigingsbesluit) 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde juncto eerste lid, 2:11, tweede lid, [2:12, eerste lid,] en 4:11, tweede lid.

3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, [artikel 2:12, eerste lid,] en artikel 4:11, tweede lid.

Toelichting: De verwijzing naar artikel 2:10 betreft variant 1. Bovendien staat in het vijfde lid van deze variant geen verbod, maar wordt alleen gesteld dat de vergunning als omgevingsvergunning wordt verleend. Hetzelfde geldt voor de verwijzing naar artikel 2:11. De tekst is daarom verduidelijkt door het verbod te duiden als omgevingsvergunningplichtige activiteit.

Bijlage 1/3 bij VNG ledenbrief, juli 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1468/documents/14984