CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 01. Natuuronderzoek.pdf

Besluitvormende Vergadering 25 september 2025, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 12.: Bestemmingsplan Gummarushofjes.11.308 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN GUMMARUSHOFJES

BIJLAGE 1 NATUURONDERZOEK

[Geef tekst op]

www.gemeente-steenbergen.nl

Gebiedsbrede potentie-inschatting Woningbestand Stadlander West-Brabant In het kader van de Wet natuurbescherming

In opdracht van: Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.

Colofon Tekst, foto's en samenstelling

M. de Voogd, T. Eestermans

In opdracht van

Stadlander

Naam opdrachtgever

D. Schuurbiers

Rapportnummer

RA20083-01

Status rapport

Concept

Datum oplevering rapport

01 december 2020

Aantal pagina's

49

Collegiale toets

A. Clements

Wijze van citeren

Voogd, M. de, 2020, Ecologische gebiedsbrede potentie-inschatting Stadlander West-Brabant. In het kader van de Wet natuurbescherming. Rapport RA20083-01, Regelink Ecologie & Landschap, Wageningen.

Regelink Ecologie & Landschap Gerrit Zegelaarstraat 1 6709 TA Wageningen 085-7737676 info@regelink.nl www.regelink.nl Lid Netwerk Groene Bureaus

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Doel

5

1.3

Wet natuurbescherming

6

2.

Werkwijze

7

3.

Plangebied en ingreep

8

3.1

Ligging plangebied

8

3.2

Beschrijving plangebied

10

3.3

Ecotopen

10

3.4

Ingreep

10

4.

Resultaten

10

4.1

Beschermde gebieden

12

4.2

Bescherming van houtopstanden

14

4.3

Vogels

14

4.4

Planten

15

4.5

Vleermuizen

16

4.6

Knaagdieren

17

4.7

Muizen

18

4.8

Marterachtigen

19

4.9

Overige zoogdieren

20

4.10

Reptielen

21

4.11

Amfibieën

22

4.12

Vissen

22

4.13

Vlinders en libellen

22

4.14

Overige ongewervelden

23

4.15

Samenvatting resultaten

23

5.

Effectbeoordeling en toetsing

25

5.1

Natura 2000 gebieden

25

5.2

Natuur Netwerk Nederland

25

5.3

Houtopstanden

5.4

Vogels

25

5.5

Planten

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

5.6

Vleermuizen

26

5.7

Knaagdieren

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

5.8

Muizen

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

5.9

Marterachtigen

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

5.10

Overige zoogdieren

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

5.11

Reptielen

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

5.12

Amfibieën

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

5.13

Vissen

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

3

5.14

Vlinders en libellen

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

5.15

Overige ongewervelden

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

5.16

Overige soortgroepen

27

5.17

Samenvatting effectbeoordeling

28

6.

Conclusies en vervolgstappen

29

6.1

Beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN)

29

6.2

Houtopstanden

29

6.3

Vogels

29

6.4

Soort/soortgroep…

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

6.5

Soort/soortgroep…

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

6.6

Vleermuizen

29

6.7

Samenvatting

30

7.

Literatuur en bronnen

31

7.1

Soortengroepen

31

7.2

Methoden, databanken, wetgeving

32

7.3

Project gerelateerde bronnen

32

Bijlage 1.

Foto-impressie plangebied

33

Bijlage 2.

Wet- en regelgeving

42

Bijlage 3.

Jaarrond beschermde nesten

46

Bijlage 4.

Vrijstelling per provincie

48

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

4

1. Inleiding 1.1

Aanleiding

Stadlander is voornemens zijn woningbestand in een aantal woonkernen in West-Brabant en op Tholen te verduurzamen, te renoveren of te herstructureren (sloop/nieuwbouw). Dit rapport betreft de locaties in West-Brabant. De rapportage met kenmerk RA20022-01 betreft de locaties in Tholen. In West-Brabant gaat het om een aantal straten in de woonkernen Steenbergen en Putte. Het is volgens nationale en internationale regelgeving verplicht om voorafgaand aan een ruimtelijke ingreep onderzoek te doen naar de effecten op beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN). In bepaalde gevallen is het ook verplicht om melding te doen van het kappen van houtopstanden. In §Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. wordt de voor natuur relevante wetgeving kort toegelicht. Deze rapportage geeft een inschatting van het effect van de ingreep op beschermde gebieden en geeft aan welke beschermde soorten flora en fauna mogelijk voorkomen in het plangebied en wat de effecten van de ingreep hierop zijn. Wanneer mogelijke effecten op beschermde gebieden aan de orde zijn en of wanneer de aanwezigheid van beschermde flora en fauna niet afdoende kan worden aangetoond of uitgesloten, is aanvullend onderzoek nodig.

1.2

Doel

Met deze quickscan worden de volgende vragen beantwoord: •

Wat is de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN)?

•

Heeft de ingreep betrekking op houtopstanden die onder de Wet natuurbescherming beschermd zijn?

•

Welke beschermde soorten flora en fauna zijn waargenomen of kunnen worden verwacht in het plangebied?

•

Heeft de ingreep (mogelijk) een negatief effect op beschermde gebieden? Verdere toetsing hiervan maakt geen onderdeel uit van deze quickscan.

•

Heeft de ingreep (mogelijk) een effect op de potentieel aanwezige beschermde flora en fauna?

•

Leidt het uitvoeren van de ingreep mogelijk tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming?

•

Is er voor de effecten op beschermde gebieden een nadere toetsing nodig?

•

Naar welke soorten en voor deze soorten belangrijke functies is aanvullend onderzoek nodig?

•

Zijn er mitigerende maatregelen mogelijk om overtredingen van de verbodsbepalingen Wet natuurbescherming te voorkomen? (Het opstellen van een mitigatieplan maakt geen deel uit van de quickscan)

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

5

1.3

Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming (Wnb) is per 1 januari 2017 van kracht en bevat Europese en nationale natuurbeschermingsregels voor Natura-2000 gebieden, planten- en diersoorten en houtopstanden. Bescherming van gebieden Natura 2000-gebieden zijn aangewezen vanuit de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn. Voor ieder gebied zijn doelstellingen vastgesteld om habitats en/of soorten te beschermen. Ingrepen en activiteiten in en nabij deze gebieden moeten worden getoetst op hun effect op de beschermde natuurwaarden. Daarnaast zijn gebieden binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) planologisch beschermd. Ook voor activiteiten in (en soms rond) het NNN moet worden getoetst of ze negatieve effecten hebben op de kernkwaliteiten van het NNN. Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming geldt voor bos en andere 'houtopstanden' zoals houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen of beplantingen van bosplantsoenen. De Wet natuurbescherming is van toepassing als: •

de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt;

•

de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m2) of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen (voor uitzonderingen zie Bijlage 3).

Bescherming van soorten Voor de verschillende beschermingsregimes van soorten van de Wet natuurbescherming gelden een aantal verbodsartikelen en vrijstellingsmogelijkheden. De beschermingsregimes zijn: •

Beschermingsregime Vogelrichtlijn: Europees beschermde vogels

•

Beschermingsregime Habitatrichtlijn: Europees beschermde flora en fauna behalve vogels

•

Beschermingsregime Andere soorten: Nationaal beschermde soorten

De verbodsbepalingen betekenen globaal dat het is verboden om: •

te doden,

•

te vangen, plukken en uitsteken,

•

opzettelijk te verstoren,

•

nestplaatsen, voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of standplaatsen te vernielen of te beschadigen.

Daarnaast geldt altijd de zorgplicht (art. 1.11), wat betekent dat negatieve effecten op beschermde en onbeschermde plant- en diersoorten moeten worden voorkomen en positieve effecten moeten worden bevorderd. De zorgplicht geldt dus ook voor nationaal beschermde soorten die voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld. Per provincie kunnen verschillende soorten zijn vrijgesteld (zie Bijlage 5). In bijlage 3 wordt de wet- en regelgeving uitgebreider beschreven. Voor diverse soortgroepen zijn Rode Lijsten beschikbaar. Daarnaast hebben diverse provincies en steden een eigen lijst met soorten, die lokaal extra aandacht en prioriteit krijgen.

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

6

2. Werkwijze Bij het onderzoek is de volgende werkwijze gevolgd: 1.

Met recente bronnen en literatuur is onderzocht welke beschermde soorten flora en fauna recent in de ruime omgeving van het plangebied zijn waargenomen. Hierbij zijn waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en gegevens uit recente verspreidingsatlassen en actuele websites gebruikt.

2.

De ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) is opgezocht.

3.

Op 25 maart 2020 en 4 mei 2020 heeft ecoloog Tim Eestermans de plangebieden in West-Brabant bezocht. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd waarbij verrekijker, zaklamp en fotocamera zijn gebruikt.

4.

Op basis van de verspreidingsgegevens en habitateisen van beschermde soorten en de biotoopkenmerken van het plangebied is ingeschat of beschermde soorten (potentieel) in het plangebied voorkomen en welke mogelijke functies het plangebied heeft voor beschermde soorten.

5.

Op basis van de informatie die de opdrachtgever heeft aangeleverd is de ingreep in kaart gebracht

6.

Op grond van de beschreven ingreep is bepaald: a.

of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat hiervoor nog een aanvullende toetsing noodzakelijk is;

b.

of de bescherming van houtopstanden aan de orde is;

c.

of er negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten en essentiële functies te verwachten zijn.

d.

of en zo ja naar welke beschermde soorten nader onderzoek moet worden uitgevoerd;

e.

of de ingreep een overtreding van de Wet natuurbescherming kan inhouden en zo ja welke stappen nodig zijn om de ingreep conform deze wet uit te voeren.

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

7

3. Plangebied en ingreep 3.1

Ligging plangebied

Het plangebied omvat 129 adressen in de woonkernen Putte en Steenbergen, gelegen in de gemeentes Woensdrecht en Steenbergen (provincie Noord-Brabant). In tabel 1 is een overzicht opgenomen van de (gegroepeerde) adressen, in figuur 1 is de begrenzing van het plangebied met rood aangegeven.

Figuur 1: Ligging van de plangebieden in Steenbergen, met de begrenzing in rood aangegeven. © Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2020.

Figuur 2: Ligging van de plangebieden in Steenbergen, met de begrenzing in rood aangegeven. © Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2020.

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

8

Figuur 4: Ligging van de plangebieden in Steenbergen-Zuid, met de begrenzing in rood aangegeven. © Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2020.

Figuur 3: Ligging van het plangebied in Putte, met de begrenzing in rood aangegeven. © Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2020.

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

9

3.2

Beschrijving plangebied

Het plangebied bestaat uit 129 woningen, verdeeld over de twee woonkernen Steenbergen en Putte. De woningen kunnen gekenmerkt worden als rijtjeswoningen en bungalows. In Bijlage 1 is van iedere straat een foto opgenomen om een indruk te geven.

3.3

Ecotopen

Binnen het plangebied zijn de volgende ecotopen aanwezig: •

Gebouwen (rijtjeswoningen, 3-onder-1 kap) opgetrokken uit baksteen met dakpannen, veelal met kantpannen, houten betimmering en spouwmuur met openingen. Enkele woningen hebben een dakkapel;

•

Gebouwen met boven- en benedenwoningen, opgetrokken uit baksteen met open stootvoegen en ofwel een afgeknot schilddak (grotendeels plat dak en schuine delen) dan wel een lessenaar dak, waarbij de schuine dele van de daken belegd zijn met golfplaten.

•

Gebouwen (bungalows) van een woonlaag met een plat dak, daklijsten en spouwmuur met openingen.

•

Kleine tuinen, grotendeels verhard of met algemene plantensoorten, zoals klimop (Hedera helix) en verschillende soorten coniferen (Pinophyta spec.).

3.4

Ingreep

Stadlander is van plan om haar woningen te verduurzamen middels renovatie en herstructurering (sloop/nieuwbouw). Voor de woningen in Putte en Steenbergen is een besluit genomen met betrekking tot de werkzaamheden, zie tabel 1. Werkzaamheden die tot renovatie behoren zijn: •

geheel inpakken woningen

•

Na-isoleren van de spouwmuren;

•

Isoleren van het dak, pannendak wordt vervangen;

•

Glas vervangen door isolatieglas.

Werkzaamheden die tot herstructurering behoren zijn: •

Slopen van de woningen;

•

Nieuwbouw van woningen.

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

10

Tabel 1: Overzicht van de plaatsen en straten die deel uitmaken van het plangebied en de geplande werkzaamheden. Plaats

Straat

Aantal woningen

Werkzaamheden

Planning

Putte

Postbaan

12

Sloop

2022

Zr. Will van Hooijdonkstraat

8

Sloop

2022

Noordwal

4

Sloop

2023

Oostdam

16

Sloop

2023

Doktersdreefje

7

Sloop

2024

Gummarusvelden

30

Sloop

2024

Sint Ontcommerstraat

7

Renovatie

2024

Stadshillen

27

Sloop

2023

Ravelijnstraat

18

Sloop

2023

Steenbergen

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

11

4. Resultaten 4.1

Beschermde gebieden

Natura 2000 De delen van het plangebied in Putte liggen op 290m van het Vogelrichtlijndeel en 970m van het Habitatrichtlijndeel van het Natura 2000-gebied ‘Brabantse Wal’. De delen van het plangebied in Putte liggen tevens op 10 km van het Natura 2000-gebied ‘Westerschelde & Saeftinghe’ en de delen van het plangebied in Steenbergen liggen op resp. circa 9 km en circa 5 km van de Natura 2000-gebieden ‘Oosterschelde‘ en ‘Krammer-Volkerak‘. In onderstaande Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. is de ligging van de plangebieden ten opzichte van de Natura 2000-gebieden weergegeven.

Figuur 5: De globale ligging de plangebieden (weergegeven met rode stippen) ten opzichte van de Natura 2000gebieden (weergegeven met rode arcering). De plangebieden in Putte liggen op korte stand van Natura 2000.

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

12

Figuur 6: De ligging de plangebieden in Putte (weergegeven met rode stippen) ten opzichte van de Natura 2000gebieden (weergegeven met rode arcering). De plangebieden in Putte liggen op korte stand van Natura 2000.

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

13

NNN Het Natuur Netwerk Nederland (NNN) wordt in Noord-Brabant het Natuur Netwerk Brabant (NNB) genoemd. Geen van de delen van het plangebied ligt in het NNB volgens de kaartweergave van het NNB op de website van de provincie Noord-Brabant (24-9-2020). Echter, de delen van het plangebied in Putte en de meeste delen van het plangebied in Steenbergen liggen op zeer korte afstand van het NNB (50 tot 180 meter). In de provincie Noord-Brabant geldt toetsing aan externe werking aan het NNB. Deze toetsing maakt geen deel uit van deze rapportage en dient in een separate notitie uitgewerkt te worden.

Figuur 7: Plangebied in Putte (binnen rode cirkel) t.o.v. het NNB. Bron: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan

4.2

Bescherming van houtopstanden

Binnen het plangebied worden geen bomen gekapt. Dit beschermingsregime is niet van toepassing op dit project.

4.3

Vogels

Beschermingsregime Vogelrichtlijn Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1-4) In het plangebied zijn gebouwen aanwezig met een pannendak of golfplaten dak, en de ruimte onder de pannen/platen is bereikbaar via kantpannen, kieren langs dakkapellen en zolderramen en via de dakgoot. Zodoende zijn de vogelsoorten huismus (Passer domesticus) en gierzwaluw (Apus apus) in het plangebied

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

14

te verwachten. In Bijlage 2 is een compleet overzicht opgenomen van welke woningen (per adres) geschikt zijn voor huismus en/of gierzwaluw. In het plangebied zijn geen grotere bomen aanwezig. De aanwezigheid van overige broedvogels van categorie 1-4, zoals buizerd (Buteo buteo) of boomvalk (Falco subbuteo) is daarmee uitgesloten. Vogelsoorten met beschermde nesten (categorie 5) In het plangebied zijn gebouwen aanwezig met een pannendak of golfplaten dak, waarbij de ruimte onder de pannen/platen bereikbaar is via kantpannen, kieren langs de dakkapellen en zolderramen en via de dakgoot. Daarmee is zijn de delen van het plangebied die geschikt zijn voor huismus en/of gierzwaluw, ook geschikt als broedplek voor spreeuw (Sturnus vulgaris). Bij enkele woningen zijn aan de gevel nestkommen van huiszwaluw (Delichon urbicum) waargenomen; deze woningen worden gebruikt als broedlocatie van huiszwaluw. In Bijlage 2 is een compleet overzicht opgenomen van welke woningen (per adres) geschikt zijn voor huismus en/of gierzwaluw en waar huiszwaluwnesten aanwezig zijn.

In het plangebied zijn geen grotere bomen aanwezig, zodat een groot deel van de overige soorten uit categorie 5, die gebonden zijn aan bomen en bossages kunnen worden uitgesloten, zoals zwarte kraai (Corvus corone), ekster (Pica pica), koolmees (Parus major), pimpelmees (Cyanistes caeruleus), boomkruiper (Certhia brachydactyla) en zwarte roodstaart (Phoenicurus ochruros). Algemene vogelsoorten In het plangebied zijn gebouwen aanwezig met een pannendak, of een golfplatendak. Bij woningen waar een toegankelijke schoorsteen aanwezig is, kunnen broedgevallen van kauw (Coloeus monedula) worden verwacht. In groene tuinen, struiken en eventueel gevelbegroeiing kunnen broedgevallen van algemene zangvogels, zoals merel (Turdus merula), heggenmus (Prunella modularis) en winterkoning (Troglodytes troglodytes) worden verwacht.

4.4 Planten 4.4.1 Water-, oever- en moerasplanten In het plangebied is geen open water of moeras aanwezig. De aanwezigheid van water-oever en moerasplanten kan daarom worden uitgesloten.

Beschermingsregime Habitatrichtlijn

4.4.2 Terrestrische planten Beschermingsregime Habitatrichtlijn Liggende raket (Sisymbrium supinum) en zomerschroeforchis (Spiranthes aestivalis) zijn verdwenen uit Nederland. Tonghaarmuts (Orthotrichum rogeri) is een zeldzame pionierssoort van jonge wilgenbossen en in jonge aanplant van zomereik. Het verspreidingsgebied in Nederland is beperkt tot een aantal locaties.

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

15

Groenknolorchis (Liparis loeselii) is een soort van natte, vrij voedselarme grond, en komt voornamelijk voor in natte duinvalleien en trilvenen, maar ook in beekdal- en blauwgraslanden. Het verspreidingsgebied in Nederland is beperkt tot een aantal locaties (Waddeneilanden, Hollandse en Zeeuwse duinen, laagveengebieden en Zeeland). Het plangebied valt buiten het verspreidingsgebied van tonghaarmuts en groenknolorchis. Bovendien ligt het plangebied in stedelijk gebied, waar geschikt biotoop voor deze soorten ontbreekt. Zodoende kan de aanwezigheid van al deze soorten redelijkerwijs worden uitgesloten.

Beschermingsregime Andere soorten De onder dit regime beschermde soorten zijn voornamelijk soorten van akkers, akkerranden, graslanden, bossen, moerassen en verstoringszones. Er zijn ook enkele muurplanten beschermd. Tijdens het veldbezoek zijn er geen muurplanten of andere beschermde soorten aangetroffen. In de polder nabij Nieuw-Vossemeer en langs het Volkerak ten noorden van Steenbergen zijn waarnemingen van grote leeuwenklauw (Aphanes arvensis) gedaan (NDFF). Deze plant is gebonden aan zonnige en open plaatsen, met een goed gedraineerde grond, zoals bermen, akkers en waterkanten. Ten westen van Steenbergen is op twee locaties bokkenorchis (Himantoglossum hircinum) waargenomen (NDFF), een soort die voorkomt in de zanderige, kalkrijke gronden langs de kust, op zonnige plekken. Ten zuiden van Steenbergen is ook drijvende waterweegbree aanwezig (Luronium natans) (NDFF). Dit is een waterplant die voorkomt op zonnige plekken in vennen en andere wateren. Deze types habitat komen niet voor in het plangebied; de tuinen in het plangebied zijn grotendeels verhard en/of ingericht als tuin met tuinplanten. De aanwezigheid van beschermde soorten kan door het ontbreken van geschikt leefgebied redelijkerwijs worden uitgesloten.

4.5

Vleermuizen

Beschermingsregime Habitatrichtlijn Een deel van de gebouwen in het plangebied hebben toegankelijke spouwmuren, door de aanwezigheid van open stootvoegen en kieren langs de dakrand en/of een toegankelijk dakbeschot, door de aanwezigheid van kantpannen en een dakrand en dakoverstek. Deze woningen zijn geschikt als verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen Verder kunnen vleermuizen ook aanwezig zijn onder loodslabben en achter gevelbetimmering. In Bijlage 2 is een compleet overzicht opgenomen van welke woningen (per adres) geschikt zijn voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Daarnaast is het plangebied geschikt als foerageergebied voor een aantal soorten vleermuizen. Op grond van de geringe omvang van de diverse delen van het plangebied en de kleine hoeveelheid groen per onderdeel van het plangebied, is de kans klein dat het een essentieel foerageergebied betreft. Lijnvormige elementen worden gevormd door de blokken met woningen in het stratenpatroon, waardoor vliegroutes van vleermuizen niet kunnen worden uitgesloten. In de diverse delen het plangebied kunnen de volgende soorten worden verwacht: gewone dwergvleermuis (Pipistrelllus pipistrellus), ruige dwergvleermuis (Pipistrelllus nathusii), kleine dwergvleermuis (Pipistrellus

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

16

pygmaeus), laatvlieger (Eptesicus serotinus), rosse vleermuis (Nyctalus noctula) gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) en meervleermuis (Myotis dasycneme). In Tabel 2 is weergegeven welke functies van bovengenoemde soorten mogelijk voorkomen. Tabel 2. De potentieel voorkomende soorten vleermuizen en functies in het gehele plangebied. Soort

Verblijfplaats functie Zomer

Kraam

Andere functie Paar

Winter

Vliegroute

Foerageergebied

gewone dwergvleermuis

X

ruige dwergvleermuis

X

kleine dwergvleermuis

X

laatvlieger

X

Rosse vleermuis

X

gewone grootoorvleermuis

X

X

meervleermuis

X

X

4.6

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X X

X

X

X

X

Knaagdieren

Beschermingsregime Habitatrichtlijn Bever Het plangebied ligt op de rand van het verspreidingsgebied van bever (Castor fiber). De bever komt voor in de overgangszones tussen land en water van rivieren, meren en broekbossen. Bomen op de oever en voldoende rust zijn vereisten voor de aanwezigheid van bever. Het verspreidingsgebied heeft zich in de afgelopen decennia uitgebreid. In het plangebied is geen open water aanwezig. In de omgeving van Steenbergen worden wel veelvuldig bevers waargenomen (NDFF). Door het ontbreken van geschikt habitat in en rondom het plangebied kan de aanwezigheid van bever kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Hamster Het verspreidingsgebied van de hamster (Cricetus cricetus) is beperkt tot Zuid-Limburg. De soort komt daarom niet in het plangebied voor.

Beschermingsregime Andere soorten Eekhoorn Het plangebied ligt binnen het verspreidingsgebied van de eekhoorn (Sciurus vulgaris). Uit de NDFF blijkt dat de eekhoorn voorkomt in de bosrijke omgeving van het deel van het plangebied in Putte, en ook in Putte zelf wordt waargenomen. In de delen van het plangebied zijn geen bomen aanwezig, waardoor de

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

17

delen van het plangebied geen deel uitmaken van het leefgebied van de eekhoorn. De aanwezigheid van de eekhoorn in het plangebied is daarmee niet aannemelijk.

4.7

Muizen

Beschermingsregime Habitatrichtlijn Grote bosmuis Het verspreidingsgebied van grote bosmuis (Apodemus flavicollis) beperkt zich tot de oostgrens van Nederland en ligt derhalve buiten het plangebied. De aanwezigheid van deze soort in het plangebied is dan ook redelijkerwijs uit te sluiten. Noordse woelmuis De verspreiding van de noordse woelmuis (Microtus oeconomus) is beperkt tot vijf gebieden in Nederland met natte biotopen: Texel, het Friese merengebied, Noord-Holland noord, het Utrechts/Zuid-Hollands veenweidegebied en het deltagebied. De soort komt voornamelijk voor in zeer natte, kruidenrijke vegetatie, rietland, moeras, zeer extensief gebruikt nat weiland en periodiek overstroomde terreinen. Het plangebied ligt aan de rand van het verspreidingsgebied van de noordse woelmuis. Uit de omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen van noordse woelmuis bekend (NDFF). De delen van het plangebied liggen in de bebouwde kom en daarmee ontbreekt geschikt habitat voor deze soort. Het is daarmee niet aannemelijk dat de noordse woelmuis in het plangebied voorkomt. Hazelmuis Het verspreidingsgebied van hazelmuis (Muscardinus avellanarius) is beperkt tot Zuid-Limburg. De aanwezigheid van deze soort in het plangebied is dan ook redelijkerwijs uit te sluiten.

Beschermingsregime andere soorten Molmuis De verspreiding van de molmuis (Arvicola scherman) is beperkt tot Limburg. De aanwezigheid van deze soort in het plangebied is dan ook redelijkerwijs uit te sluiten. Waterspitsmuis De waterspitsmuis (Neomys fodiens) komt in het grootste deel van Nederland voor, maar met het zwaartepunt in waterrijke gebieden van Friesland, Overijssel en Noord-Holland. Deze soort is gebonden aan schone wateren met een ontwikkelde watervegetatie en een rijke oevervegetatie. Het plangebied ligt aan de rand van het verspreidingsgebied van de waterspitsmuis. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Uit de omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen van waterspitsmuis bekend (NDFF). De aanwezigheid van deze soort in het plangebied is dan ook redelijkerwijs uit te sluiten.

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

18

Veldspitsmuis Het verspreidingsgebied van de veldspitsmuis (Crocidura leucodon) omvat Twente en Zeeuws-Vlaanderen en ligt derhalve buiten het plangebied. De aanwezigheid van deze soort in het plangebied is dan ook redelijkerwijs uit te sluiten. Eikelmuis Het verspreidingsgebied van de eikelmuis (Eliomys quercinus) beperkt zich tot specifieke gebieden in ZuidLimburg. De soort kan voor het plangebied worden uitgesloten. Overige muizen Voor aardmuis, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, gewone bosspitsmuis, huisspitsmuis, ondergrondse woelmuis, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis en woelrat geldt dat zij door de provincie Noord-Brabant voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming.

4.8

Marterachtigen

Beschermingsregime Habitatrichtlijn Otter Het plangebied ligt buiten het bekende verspreidingsgebied van otter (Lutra lutra). In het plangebied zijn ook geen sporen van otter aangetroffen. De aanwezigheid van deze soort kan hiermee redelijkerwijs worden uitgesloten.

Beschermingsregime Andere soorten Bunzing, wezel, hermelijn Het verspreidingsgebied van bunzing (Mustela putorius), hermelijn (Mustela erminea) en wezel (Mustela nivalis). beslaat vrijwel geheel Nederland. Alle drie soorten hebben een voorkeur voor half open, structuurrijke gebieden, en zijn daarbij afhankelijk van voldoende dekking. De kleine marterachtigen hebben hun verblijf in holen, zoals oude holen van konijnen, dassen en vossen (bunzing) en oude mollen- en muizenholletjes (wezel, hermelijn), maar verblijven overdag ook wel in rustige, begroeide delen. Voor bunzing, hermelijn en wezel zijn meerdere waarnemingen bekend in de wijde omgeving van de delen van het plangebied (NDFF). De meeste waarnemingen betreffen bunzingen in de polders en verkeersslachtoffers langs wegen rondom Steenbergen. Het plangebied omvat woningen in de bebouwde kom. De meeste woningen hebben een kleine, grotendeels verharde tuin. In het plangebied zijn geen sporen van hermelijn, wezel en/of bunzing gedaan, zoals uitwerpselen, wissels, prooiresten en krabsporen. Tijdens het veldbezoek zijn ook geen (aanwijzingen voor) holen van das, konijn en vos aangetroffen, maar muizenholletjes kunnen niet worden uitgesloten in het plangebied.

Gelet op het vrijwel geheel ontbreken van dekking in de vorm van bijvoorbeeld ruig grasland, waterkanten, struweel of bos, de aanwezigheid van verstorende werking van mensen en hun huisdieren (met name katten), kan de aanwezigheid van (essentiële functies voor) hermelijn en wezel worden uitgesloten. Bunzing lijkt minder gevoelig voor menselijke verstoring en huiskatten. Daarom kunnen Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

19

eventuele ruigere delen in of nabij het plangebied geschikt zijn als onderdeel van het leefgebied van bunzing. Verblijfplaatsen van bunzing worden hier echter niet verwacht. De aanwezigheid van leefgebied van bunzing kan daarmee niet worden uitgesloten. Steenmarter Het plangebied ligt buiten het bekende verspreidingsgebied van steenmarter (Martes foina), maar er worden verspreid in het westen van het land ook steenmarters aangetroffen. Steenmarters hebben een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw met oude schuren, heggen en geriefbosjes. In gebouwen dienen beschutte plekken als zolders, kruipruimtes, spouwmuren en ruimten onder dakpannen en schuren als verblijven. Binnen het territorium gebruiken ze echter ook tientallen schuilplekken in boomholtes, takkenhopen en struweel om te rusten of tijdelijk te verblijven. Uit de omgeving van de delen van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van steenmarter (NDFF). Tijdens het veldbezoek zijn ook geen sporen van steenmarter gevonden, zoals vraatsporen, uitwerpselen, wissels en krabsporen. De woningen in het plangebied bieden geen toegang tot beschutte plekken in de woningen, zoals zolders en schuren vanwege het ontbreken van geschikte gaten en locaties.

Door de ligging in de bebouwde kom vormt het plangebied daarbij in het algemeen geen geschikt foerageer- en voortplantingsgebied voor de steenmarter vanwege veel verharding en veel verstoring door mensen en huiskatten. Zodoende is de aanwezigheid van voortplantingsplaatsen en leefgebied van steenmarter niet aannemelijk. Boommarter Het plangebied ligt binnen het bekende verspreidingsgebied van boommarter (Martes martes). Boommarters zijn echte bosbewoners die voorkomen in allerlei typen en leeftijden bos. Ze verblijven in allerlei holten, zoals boomholten, konijnen-, vossen- en dassenholen, maar het verblijf waar de jongen opgroeien is bijna altijd een boomholte. Het plangebied omvat woningen en hun tuinen; het plangebied omvat geen bomen. In de ruime omgeving van Putte zijn waarnemingen bekend van boommarter, ook van nestholten. Nabij Steenmarter zijn ook waarnemingen van boommarter gedaan met een cameraval, in de kreken langs het Volkerak op de Dintelse Gorzen (NDFF). Tijdens het veldbezoek zijn ook geen sporen van boommarter aangetroffen, zoals sporen, krabsporen of vraatsporen. Daarmee is de aanwezigheid van boommarter uit te sluiten. Das Het plangebied ligt op de grens van het bekende verspreidingsgebied van das (Meles meles). In de kreken ten noorden van Heensche Molen, nabij Steenbergen, zijn dassen bekend (NDFF).

Gezien de ligging van het plangebied en de grotendeels verharde situatie, waarmee het habitat binnen het plangebied niet voldoet aan de habitateisen voor das. De aanwezigheid van de das kan redelijkerwijs worden uitgesloten.

4.9

Overige zoogdieren

Beschermingsregime Habitatrichtlijn Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

20

Wilde kat, lynx en wolf Roofdieren die onder de Habitatrichtlijn vallen betreffen slechts zelden in Limburgse bossen waargenomen soorten zoals wilde kat (Felis silvestris) en lynx (Lynx lynx). Het verspreidingsgebied van wolf (Canis lupus) beperkt zich tot een vestiging op de Hoge Veluwe en wordt verder in Nederland slechts zwervend aangetroffen. Daarom kan worden gesteld dat binnen het plangebied deze soorten niet voorkomen. Zeezoogdieren Er zijn 21 soorten walvisachtigen beschermd binnen de habitatrichtlijn. Dit zijn zeezoogdieren die logischerwijs niet in het plangebied voorkomen.

Beschermingsregime Andere soorten Grote hoefdieren Het plangebied ligt binnen/buiten het verspreidingsgebied van wild zwijn (Sus scrofa), damhert (Dama dama) en edelhert (Cervus elaphus). Deze soorten worden ook zwervend en/of niet-wild aangetroffen in o.a. Noord-Brabant. Voor edelhert geldt een nul-stand-beheer; dieren buiten de aangewezen gebieden Veluwe, Oostvaardersplassen en Weerterbos worden niet geduld en afgeschoten. Het plangebied en de omgeving zijn niet geschikt voor wild zwijn vanwege het ontbreken van grote opstanden eiken- en beukenbos. In de ruime omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen van deze soorten doorgegeven (NDFF). Gezien het ontbreken van waarnemingen en de ligging van het plangebied in de bebouwde kom, is de aanwezigheid van de bovenstaande soorten uit te sluiten. Door de aanwezigheid van grasland en bosranden kan ree (Capreolus capreolus) in het plangebied voorkomen. Deze soort is door de provincie Noord-Brabant voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Haas, konijn, egel, vos en ree Haas (Lepus europaeus), konijn (Oryctolagus cuniculus), egel (Erinaceus europaeus), vos (Vulpes vulpes) en ree (Capreolus capreolus) zijn door de provincie Zeeland voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming.

4.10 Reptielen Het plangebied ligt buiten het bekende verspreidingsgebied van de reptielsoorten muurhagedis (Podarcis muralis), zandhagedis (Lacerta agilis), adder (Vipera berus) en ringslang (Natrix natrix) Het plangebied ligt binnen van het verspreidingsgebied van gladde slang (Coronella austriaca) en levendbarende hagedis (Zootoca vivipara), en op de rand van het verspreidingsgebied van hazelworm (Anguis fragilis). Deze soorten een voorkeur voor landschapselementen met schrale, halfopen vegetatie (met name heide) waarin genoeg beschutting aanwezig is in de vorm van strooisel, dood hout en stenen. Verder dienen er ook genoeg plekjes te zijn om te kunnen zonnen. Gladde slang, levendbarende hagedis komen voor in de heidegebieden en vennen ten noorden van Putte en levendbarende hagedis komt in lage aantallen voor ten zuiden van Steenbergen (NDFF). Het plangebied bestaat uit woningen en tuinen. De

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

21

vereiste biotopen voor reptielen ontbreken in het plangebied. Zodoende kan het voorkomen van beschermde reptielensoorten in het plangebied uitgesloten worden.

4.11 Amfibieën In het plangebied is geen open water aanwezig. Het plangebied is dan ook niet geschikt voor de voortplanting van amfibieën. Het plangebied ligt (ver) buiten het verspreidingsgebied van boomkikker (Hyla arborea), knoflookpad (Pleobates fuscus), geelbuikvuurpad (Bombina variegata), vroedmeesterpad (Alytes obstetricans) en vuursalamander (Salamandra salamandra). Het voorkomen van deze soorten is uitgesloten voor het plangebied. Het plangebied ligt op de rand van het verspreidingsgebied van kamsalamander (Triturus cristatus) en knoflookpad (Pelobates fuscus). Het plangebied ligt binnen het verspreidingsgebied van Alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris), heikikker (Rana arvalis), poelkikker (Pelophylax lessonae), rugstreeppad (Bufo calamita) en vinpootsalamander (Lissotriton helveticus). In de omgeving van Steenbergen zijn waarnemingen van alpenwatersalamander en waarnemingen van (roepende) rugstreeppad gedaan (NDFF). Ten noorden van Putte op de Kalmthoutse heide komen alpenwatersalamander, heikikker, kamsalamander, poelkikker, rugstreeppad en vinpootsalamander voor. Aan de oostrand van Putte zijn ook vinpootsalamanders en voortplanting van alpenwatersalamander vastgesteld (NDFF). Rugstreeppad overwintert ook in rul zand van funderingen langs woningen in bebouwd gebied.

Mogelijk zijn de kieren langs de funderingen van de woningen in het plangebied daarmee geschikt als landhabitat en winterplek van rugstreeppad. In de eventuele ruigere delen in of nabij het plangebied kunnen gebruikt worden als winterhabitat voor alpenwatersalamander en/of vinpootsalamander. De aanwezigheid van winterhabitat van rugstreeppad, vinpootsalamander en alpenwatersalamander kan daarmee niet worden uitgesloten. Overige amfibieën-soorten De kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris), gewone pad (Bufo bufo), bruine kikker (Rana temporaria), bastaardkikker (Pelophylax kl. esculentus) en meerkikker (Pelophylax ridibundus) zijn door de provincie Noord-Brabant voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming.

4.12 Vissen In het plangebied is geen open water aanwezig. De aanwezigheid van vissen is dan ook uitgesloten.

4.13 Vlinders en libellen Het plangebied ligt in stedelijk gebied, en in het plangebied komen geen voedselarme wateren of vegetaties voor die geschikt zijn als leefgebied voor het merendeel van de beschermde libellen en dagvlinders. In de omgeving komen enkele beschermde soorten voor, te weten gevlekte witsnuitlibel (Leucorrhinia pectoralis), grote vos (Nymphalis polycholoros), grote weerschijnvlinder (Apatura iris) en kleine ijsvogelvlinder Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

22

(Limenitis camilla). Deze soorten zijn afhankelijk van water (gevlekte witsnuitlibel) en vochtige bossen, wilgenbroeksbossen en bosranden (de genoemde vlindersoorten). De waardplanten (waar de rupsen van leven) zijn met name wilg, iep en kamperfoelie. In het plangebied zijn dergelijke habitats echter niet aanwezig, gezien het ontbreken van de betreffende waardplant en/of het habitat. De aanwezigheid beschermde libellen en dagvlinders kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten.

4.14 Overige ongewervelden De overige soorten beschermde ongewervelden komen niet voor in het plangebied, omdat de specifieke biotopen in de stedelijke omgeving van het plangebied ontbreken of het plangebied ver buiten het bekende verspreidingsgebied van deze soorten ligt.

4.15 Samenvatting resultaten Van de onderstaande resultaten worden in hoofdstuk 5 getoetst of de ingreep negatieve effecten heeft en of deze effecten in strijd zijn met de Wet natuurbescherming. Beschermde gebieden Een aantal delen van het plangebied ligt op korte afstand van een Natura 2000-gebied. De delen van het plangebied in Putte liggen op 290m van het Vogelrichtlijndeel en 970m van het Habitatrichtlijndeel van het Natura 2000-gebied ‘Brabantse Wal’. De afstand tot van het plangebied tot overige Natura 2000-gebieden is 10 km tot het Natura 2000-gebied ‘Westerschelde & Saeftinghe’ en circa 9 km tot Natura 2000-gebied en circa 5 km tot Natura 2000-gebieden de ‘Oosterschelde‘ en ‘Krommer-Volkerak‘. NNN Het plangebied ligt niet in het NNN (NNB). In de provincie Noord-Brabant geldt echter dat externe werking op het NNN dient te worden getoetst. Houtopstanden Bescherming van houtopstanden is niet van toepassing.

Beschermde soorten In onderstaande tabel zijn de soorten of soortgroepen weergegeven die in het plangebied aanwezig zijn of hun aanwezigheid kan niet worden uitgesloten. Tabel 3. Soort(groepen) (potentieel) aanwezig (X) met functie en beschermingsregime: VR= Vogelrichtlijn, HR= Habitatrichtlijn, AS= Andere Soorten Soort/soortgroep

Functie

Aanwezig

Mogelijk

Beschermings-

aanwezig

regime

Huismus

Jaarrond beschermd nest

X

VR

Gierzwaluw

Jaarrond beschermd nest

X

VR

Algemene broedvogels

Leefgebied, nesten

X

VR

Vleermuizen (zie Tabel

Verblijfplaatsen, vliegroute,

X

HR

4)

foerageergebied

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

23

Bunzing

Leefgebied

X

AS

Rugstreeppad

Winterverblijf

X

HR

Vinpootsalamander

Winterverblijf

X

AS

Alpenwatersalamander

Winterverblijf

X

AS

Tabel 4. Potentieel aanwezige vleermuissoorten en functies in het plangebied. Soort

Verblijfplaats functie Zomer

Kraam

Andere functie Paar

Winter

Vliegroute

Foerageergebied

gewone dwergvleermuis

X

X

ruige dwergvleermuis

X

kleine dwergvleermuis

X

X

laatvlieger

X

X

Rosse vleermuis

X

gewone grootoorvleermuis

X

X

meervleermuis

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X X

X

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

X

X

X

24

5. Effectbeoordeling en toetsing Op grond van de resultaten van het veldbezoek en het literatuuronderzoek wordt in dit hoofdstuk beoordeeld wat de verwachtte effecten van de ingreep zijn op beschermde gebieden, houtopstanden en soorten. Negatieve effecten worden vervolgens getoetst aan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Afrondend geeft de toetsing aan of een aangepaste werkwijze, aanvullend onderzoek dan wel een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is vereist.

5.1

Natura 2000 gebieden

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Brabantse Wal’. De delen van het plangebied in Putte liggen op 290 meter van het Vogelrichtlijndeel en 970 meter van het Habitatrichtlijndeel van het Natura 2000-gebied ‘Brabantse Wal’. De delen van het plangebied in Putte liggen tevens op 10 km van het Natura 2000-gebied ‘Westersdchelde & Saeftinghe’ en de delen van het plangebied in Steenbergen liggen op respectievelijk circa 9 kilometer en circa 5 kilometer van de Natura 2000-gebieden ‘Oosterschelde‘ en ‘Krammer-Volkerak‘. Door de ligging van het plangebied in de bebouwde kom en de aanwezigheid van bebouwing en wegen tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn negatieve effecten door geluidsverstoring of visuele verstoring als gevolg van de ingreep op Natura 2000-gebieden uitgesloten. De realisatiefase veroorzaakt stikstofuitstoot door het gebruik door het (beperkt) gebruik van machines en door woonwerk-verkeer. Een aanvullende toetsing met een AERIUS-berekening om de stikstofdepositie te berekenen is daarom nodig.

5.2

Natuur Netwerk Nederland

Het plangebied ligt buiten het NNN. In de provincie Noord-Brabant geldt echter een toetsing aan externe werking. Daarom dient voor de werkzaamheden die op korte afstand van het NNN liggen, getoetst te worden of de ingreep negatieve effecten heeft op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN. Deze toetsing maakt geen deel uit van deze rapportage en dient in een separate notitie uitgewerkt te worden.

5.3

Vogels

Beschermingsregime Vogelrichtlijn: vogels met jaarrond beschermde nesten (categorie 4) Binnen diverse delen het plangebied zijn jaarrond beschermde nesten huismus en gierzwaluw te verwachten. De ingreep omvat het renoveren dan wel het slopen van de woningen, waarna nieuwbouw plaatsvindt. Bij beide types werkzaamheden gaan nesten verloren. Indien werkzaamheden worden uitgevoerd terwijl er vogels op of in het nest zijn, kunnen ook vogels worden gedood en/of verwond door de werkzaamheden. Beide types werkzaamheden kunnen daarmee leiden tot een overtreding van art. 3.1 lid 1, 2 en 4 van de Wet natuurbescherming. In Bijlage 2 is per adres weergegeven of de ingreep een negatief effect heeft op de mogelijk aanwezige nesten van huismus en gierzwaluw.

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

25

Beschermingsregime Vogelrichtlijn: vogels met jaarrond beschermde nesten (categorie 5) In delen van het plangebied die geschikt zijn voor huismus en/of gierzwaluw, worden ook broedgevallen van spreeuw verwacht. De ingreep omvat het renoveren danwel het slopen van de woningen, waarna nieuwbouw plaatsvindt. Bij beide types werkzaamheden gaan nesten verloren. Indien werkzaamheden worden uitgevoerd terwijl er vogels op of in het nest zijn, kunnen ook vogels worden gedood en/of verwond door de werkzaamheden. Beide types werkzaamheden kunnen daarmee leiden tot een overtreding van art. 3.1 lid 1 en 2 van de Wet natuurbescherming. In Bijlage 2 is weergegeven per adres weergegeven of de ingreep een negatief effect heeft op de mogelijk aanwezige nesten van spreeuw, via de potentie van huismus en/of gierzwaluw. De nesten van spreeuw zijn beschermd onder cat. 5; dat wil zeggen dat de nesten van deze soort ook jaarrond beschermd kunnen worden als daar ecologische redenen voor zijn. Voor de spreeuw geldt dat in de omgeving van de delen van het plangebied voldoende vergelijkbare woningen aanwezig zijn om het verlies van eventueel aanwezige nesten op te vangen. De nesten van spreeuw worden daarom niet als jaarrond beschermd beschouwd.

Beschermingsregime Vogelrichtlijn: overige vogels In het plangebied broeden mogelijk algemene broedvogels, zoals kauw in de schoorstenen en merel, winterkoning en heggemus in de tuinen. Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kan dit leiden tot het doden en/of verwonden van dieren en/of het verlaten van nesten met eieren of jongen en brengen de functionaliteit van de nesten in gevaar en zijn een overtreding van artikel 3.1 lid 1 en 2 Wet natuurbescherming. Werken buiten het broedseizoen voorkomt overtreding. Het broedseizoen loopt in stedelijk gebied globaal van 15 maart tot 15 juli, afhankelijk van weersomstandigheden en de soorten.

5.4

Vleermuizen

Uit de resultaten blijkt dat er verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes van diverse soorten vleermuizen in het plangebied worden verwacht. De ingreep omvat het renoveren danwel het slopen van de woningen, waarna nieuwbouw plaatsvindt. Door de ingreep verdwijnen verblijfplaatsen van vleermuizen. Als er ten tijde van de werkzaamheden vleermuizen in de gebouwen aanwezig zijn, kunnen werkzaamheden ook leiden tot het doden of verwonden van dieren. Beide types werkzaamheden kunnen daarmee leiden tot een overtreding van artikel 3.5 lid 1, 2 en 4 van de Wet natuurbescherming. In Tabel 5 is weergegeven op welke potentieel voorkomende combinatie van soorten en functies binnen het plangebied mogelijk negatieve effecten te verwachten zijn. In Bijlage 2 is per adres weergegeven of de ingreep effect heeft op de mogelijk aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen.

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

26

Tabel 5. De potentieel voorkomende soorten vleermuizen en functies (aangeduid met x). Groen X = geen effect te verwachten, rood X = negatief effect niet uitgesloten. - = functie niet verwacht. Soorten

Verblijfplaats functies

Andere functies

Zomer

Kraam

Paar

Winter

gewone dwergvleermuis

X

X

X

ruige dwergvleermuis

X

-

kleine dwergvleermuis

X

laatvlieger

Vliegroute

Foerageergebied

X

X

X

X

X

X

X

X

X

-

X

X

X

X

X

-

X

X

gewone grootoorvleermuis

X

X

X

-

X

X

meervleermuis

X

X

-

-

X

-

5.5

Rugstreeppad

Uit de resultaten blijkt dat de kieren langs de funderingen van de woningen mogelijk geschikt zijn als overwinterplek van rugstreeppad. De ingreep omvat het renoveren danwel het slopen van de woningen, waarna nieuwbouw plaatsvindt. Beide types werkzaamheden leiden tot het vernietigen van de overwinterplekken van rugstreeppad. Echter doordat de woningen behouden blijven (bij renovatie) of worden teruggebouwd, blijft overwinterhabitat in het plangebied aanwezig. Daarmee leidt geen van de types werkzaamheden tot het vernietigen van de verblijfplaats van rugstreeppad als bedoeld in de Wet natuurbescherming. Wanneer dieren aanwezig zijn tijdens de werkzaamheden, kunnen ook rugstreeppadden worden gedood en/of verwond tijdens het werk. Beide types werkzaamheden kunnen daarmee leiden tot een overtreding van artikel 3.5 lid 1 en 2 van de Wet natuurbescherming.

5.6

Alpenwatersalamander en vinpootsalamander

Uit de resultaten blijkt dat de kieren langs de funderingen van de woningen in Steenbergen mogelijk geschikt zijn als overwinterplek van rugstreeppad. Ruigere delen van tuinen en de omgeving van Putte kunnen mogelijk dienen als winterverblijfplaats van alpenwatersalamander en vinpootsalamander. De ingreep omvat het renoveren danwel het slopen van de woningen, waarna nieuwbouw plaatsvindt. Beide types werkzaamheden leiden tot het vernietigen van de overwinterplekken van rugstreeppad. Echter doordat de woningen behouden blijven (bij renovatie) of worden teruggebouwd, blijft overwinterhabitat in het plangebied aanwezig. Daarmee leidt geen van de types werkzaamheden tot het vernietigen van de verblijfplaats van rugstreeppad als bedoeld in de Wet natuurbescherming. Wanneer dieren aanwezig zijn tijdens de werkzaamheden, kunnen ook alpenwatersalamanders en vinpootsalamanders worden gedood en/of verwond tijdens het werk. Beide type werkzaamheden kunnen daarmee leiden tot een overtreding van artikel 3.5 lid 1 en 2 van de Wet natuurbescherming.

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

27

5.7

Overige soortgroepen

Uit de resultaten blijkt dat de aanwezigheid van beschermde soorten uit de soortgroepen planten, reptielen, amfibieën, vissen, dagvlinders, libellen en overige ongewervelden redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Daarmee is ook een negatief effect op deze soorten redelijkerwijs uit te sluiten. De ingreep leidt derhalve niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soorten.

5.8

Samenvatting effectbeoordeling

Uit de effectbeoordeling volgt voor welke gebieden/houtopstanden en/of soorten/soortgroepen de ingreep wel of geen negatieve effecten heeft op beschermde soorten. In onderstaande tabellen is aangegeven of er negatieve effecten zijn en of de effecten en daarmee de overtredingen zijn te voorkomen door middel van aangepaste werkwijze (met Ja aangegeven).

Gebieds-

Functie

Effecten tgv

Overtreding

bescherming

ingreep

Wnb

N2000

Ja, stikstof

VR

Natuurnetwerk

mogelijk

Vervolgstappen

Ja, nader onderzoek

Nederland

Tabel 6 Samenvatting effectbeoordeling en overtreding van Wet natuurbescherming (Wnb). VR= Vogelrichtlijn, HR= Habitatrichtlijn, AS= Andere Soorten.

Soort/ soortgroep Algemene

Functie

Effecten tgv

Overtreding

Vervolgstappen

ingreep

Wnb

Leefgebied, nesten

ja

Ja, VR

Ja, nader onderzoek

Jaarrond

mogelijk AS

Ja

mogelijk

HR

Nvt

mogelijk

AS

Werken conform

broedvogels Vogels

beschermde nesten Planten

Standplaats

Vleermuizen

Vliegroute, foerageergebied

Alpenwater-

Leefgebied

salamander

ecologisch werkprotocol

Vinpootsalamander

Leefgebied

mogelijk

AS

Werken conform ecologisch werkprotocol

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

28

6. Conclusies en vervolgstappen 6.1

Beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN)

De ingreep leidt niet tot een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in Natura 2000-gebieden en heeft ook geen significant verstorend effect op de soorten waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. De ingreep vindt niet plaats binnen het NNN. Hierdoor is het afwegingskader Ecologische Hoofdstructuur niet van toepassing. Nadere toetsing aan Natura 2000 en/of NNN is niet nodig.

6.2

Houtopstanden

Omdat er geen bomen worden gekapt is de bescherming van houtopstanden niet aan de orde.

6.3

Vogels

Vogels zijn beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. In het plangebied zijn de volgende vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond zijn beschermd waargenomen of te verwachten: huismus en gierzwaluw. Dit betekent dat er nader onderzoek gedaan moet worden naar huismus en gierzwaluw. Voor de andere mogelijk aanwezige soorten broedvogels geldt dat de werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd dienen te worden. Werkzaamheden die uitgevoerd worden tijdens het broedseizoen kunnen leiden tot het verlaten van nesten met eieren of jongen en brengen de functionaliteit van de nesten in gevaar en zijn een overtreding van de Wet natuurbescherming, artikel 3.1, lid 1 en 2. Voor het broedseizoen stelt de wet geen vaste begin- of einddatum. Normaal gesproken loopt het broedseizoen voor de meeste vogelsoorten van 15 maart tot 15 juli. Wanneer niet buiten het broedseizoen gewerkt kan worden, moet het plangebied voorafgaande aan de werkzaamheden door een deskundige op het gebied van beschermde soorten onderzocht worden op de aanwezigheid van broedgevallen. Ook is het dan aan te raden het aanwezige snoeiafval en de vegetatie binnen het werkterrein (ruim) voor het broedseizoen te verwijderen, om de kans op broedgevallen binnen het plangebied te beperken. Het is niet mogelijk ontheffing te verkrijgen voor het verstoren van broedende vogels.

6.4

Vleermuizen

Vleermuizen zijn beschermd volgens het Beschermingsregime Habitatrichtlijn. Binnen het plangebied hebben enkele gebouwbewonende vleermuissoorten mogelijk hun vaste rust- en/of verblijfplaats in het gebouw/boom.Daarom is het noodzakelijk aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van deze vleermuissoorten in het plangebied te verrichten. Het verdient aanbeveling dit aanvullende onderzoek uit te voeren volgens het Vleermuisprotocol 2017 van het Netwerk Groene Bureau’s.

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

29

Het Vleermuisprotocol geeft invulling aan de onderzoeksverplichting voortkomend uit de Wet natuurbescherming. Aanvullend vleermuisonderzoek houdt in dat er drie bezoeken in de periode 15 mei t/m 15 juli (twee direct na zonsondergang en een direct voor zonsopkomst) en twee bezoeken in periode 15 augustus t/m 1 oktober (ruim na zonsondergang en ruim voor zonsopkomst) aan het plangebied gebracht dienen te worden. Deze bezoeken moeten met behulp van een heterodyne batdetector met time expansion uitgevoerd worden.

6.5

Samenvatting

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de overtredingen van de Wet natuurbeheer ten gevolge van de ingreep en welke vervolgstappen nodig zijn voordat met de ingreep/werkzaamheden begonnen kan worden.

Onderdeel

Overtreding van Wnb

Vervolgstappen

Ontheffing aanvragen

Natura 2000

art 2.7, lid 2

Voortoets met Aerius-berekening

Mogelijk

NNN – externe werking

-

NNN toetsing

Mogelijk

Huismus

VR art 3.1, lid 1, 2 en 4

Soortgericht onderzoek

Mogelijk

Gierzwaluw

VR art 3.1, lid 1, 2 en 4

Soortgericht onderzoek

Mogelijk

Spreeuw

VR art 3.1, lid 1 en 2

Werken buiten broedseizoen

Nee

Huiszwaluw

VR art 3.1, lid 1 en 2

Werken buiten broedseizoen

Nee

Algemene broedvogels

VR art 3.1, lid 1, 2 en 4

Werken buiten broedseizoen

Nee

Vleermuizen

HR, art 3.5, lid 1, 2 en 4

Soortgericht onderzoek

Mogelijk

Rugstreeppad

HR, art 3.5 lid 1 en 2

Mitigerende maatregelen nemen

Nee

Alpenwatersalamander

HR, art 3.5 lid 1 en 2

Mitigerende maatregelen nemen

Nee

Vinpootsalamander

HR, art 3.5 lid 1 en 2

Mitigerende maatregelen nemen

Nee

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

30

7. Literatuur en bronnen 7.1 Soortengroepen Amfibieën, vissen en reptielen •

BIJ12, 2017, Kennisdocument Heikikker, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Kamsalamander, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Levendbarende hagedis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Poelkikker, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Rugstreeppad, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Zandhagedis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Grote modderkruiper, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

Brouwer, T., M. Dorenbosch, R. van Eekelen & J. Spier, 2010. Vissenatlas Noord-Brabant. Uitgeverij Profiel, Bedum.

•

Creemers, C.M. & J.C.W. van Delft, 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. KNNV Uitgeverij, Zeist.

•

www.ravon.nl

Zoogdieren •

BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuisPipistrellus pipistrellus, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuisPipistrellus nathusii, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Rosse vleermuis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Watervleermuis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Bever, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Das, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Noordse woelmuis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden.

•

Dietz, C., A. Kiefer, 2017. Veldgids Vleermuizen van Europa. Alle soorten van Europa. KNNV Uitgeverij, Zeist.

•

Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman, 2011. Cursus vleermuizen en planologie. Cursusmap, Zoogdiervereniging.

•

Regelink, J.R. & T. Bosch, 2007. Grote bosmuis in Winterswijk. Zoogdier 18 (2): 23.

•

www.zoogdiervereniging.nl

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

31

Planten en vegetatie •

Floron, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist.

•

www.floron.nl

Insecten en ongewervelden •

www.vlinderstichting.nl

•

www.eis-nederland.nl

• Vogels •

BIJ12, 2017. Kennisdocument GierzwaluwApus apus, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017. Kennisdocument HuismusPasser domesticus, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Roek, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Steenuil, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Buizerd, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Kerkuil, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

www.sovon.nl

7.2

Methoden, databanken, wetgeving

•

www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/soortinventarisatieprotocollen

•

www.ndff-ecogrid.nl

•

www.telmee.nl

•

www.verspreidingsatlas.nl

•

www.minez.nederlandsesoorten.nl/zoeken-naar-soort

•

www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx

•

www.ruimtelijkeplannen.nl

7.3

Project gerelateerde bronnen

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

32

Bijlage 1. Foto-impressie plangebied

Doktersdreefje, Steenbergen.

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

33

Gommarusvelden, Steenbergen.

Noordwal, Steenbergen. Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

34

Oostdam, Steenbergen.

Sint Ontcommerstraat, Steenbergen. Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

35

Ravelijnstraat, Steenbergen.

Stadshillen, Steenbergen. Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

36

Postbaan, Putte.

Will van Hooijdonkstraat. Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

37

Bijlage 2. Samenvatting resultaat per adres Straatnaam

Nr.

Woonkern

BG20 Reno vatie

BG20 Sloop

Potentie

Doktersdreefje

11

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP GZW

Doktersdreefje

13

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP GZW

Doktersdreefje

15

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP GZW HM

Doktersdreefje

3

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP GZW HM

Doktersdreefje

5

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP GZW

Doktersdreefje

7

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP GZW

Doktersdreefje

9

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP GZW

Gummarusvelden

1

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

10

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

11

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

12

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

13

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

14

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

15

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

16

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

17

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

19

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

2

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

21

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

23

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

25

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

27

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

29

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

3

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

31

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

33

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

35

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

37

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

39

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

4

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

41

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

43

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

5

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

6

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

7

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

8

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Gummarusvelden

9

Steenbergen

-

2024

VLR-K VLR-ZP

Noordwal

30

Steenbergen

-

2023

VLR-K VLR-ZP

Noordwal

32

Steenbergen

-

2023

VLR-K VLR-ZP

Noordwal

34

Steenbergen

-

2023

VLR-K VLR-ZP

Noordwal

36

Steenbergen

-

2023

VLR-K VLR-ZP

Oostdam

21

Steenbergen

-

2023

VLR-K VLR-ZP GZW HM

Ecologische quickscan | woningbestand West Brabant | RA20083-01

38

Oostdam

23

Steenbergen

-

2023

VLR-K VLR-ZP GZW

Oostdam

25

Steenbergen

-

2023

VLR-K VLR-ZP GZW

Oostdam

27

Steenbergen

-

2023

VLR-K VLR-ZP GZW

Oostdam

29

Steenbergen

-

2023

VLR-K VLR-ZP GZW

Oostdam

31

Steenbergen

-

2023

VLR-K VLR-ZP GZW

Oostdam

33

Steenbergen

-

2023

VLR-K VLR-ZP GZW

Oostdam

35

Steenbergen

-

2023

VLR-K VLR-ZP

Oostdam

37

Steenbergen

-

2023

VLR-K VLR-ZP

Oostdam

39

Steenbergen

-

2023

VLR-K VLR-ZP

Oostdam

41

Steenbergen

-

2023

VLR-K VLR-ZP

Oostdam

43

Steenbergen

-

2023

VLR-K VLR-ZP HM

Oostdam

53

Steenbergen

-

2023

VLR-K VLR-ZP GZW HM

Oostdam

55

Steenbergen

-

2023

VLR-K VLR-ZP GZW

Oostdam

57

Steenbergen

-

2023

VLR-K VLR-ZP GZW

Oostdam

59

Steenbergen

-

2023

VLR-K VLR-ZP GZW HM

Sint Ontcommerstraat

24

Steenbergen

2024

-

VLR-ZP

Sint Ontcommerstraat

26

Steenbergen

2024

-

VLR-ZP

Sint Ontcommerstraat

28

Steenbergen

2024

-

VLR-ZP

Sint Ontcommerstraat

30

Steenbergen

2024

-

VLR-ZP

Sint Ontcommerstraat

32

Steenbergen

2024

-

VLR-ZP

Sint Ontcommerstraat

34

Steenbergen

2024

-

VLR-ZP

Sint Ontcommerstraat

36

Steenbergen

2024

-

VLR-K VLR-ZP

Postbaan

27

Putte

-

2022

VLR-K VLR-ZP HM

Postbaan

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1812/documents/21624