CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan woonwagenlocaties - Toelichting 2410527.pdf

Besluitvormende Vergadering 26 september 2024, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 10.: Overdracht en uitbreiding woonwagenlocaties.26.102 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

GEMEENTE STEENBERGEN TOELICHTING

BESTEMMINGSPLAN WOONWAGENLOCATIES

[Geef tekst op] www.gemeente-steenbergen.nl

Bestemmingsplan “Woonwagenlocaties”

Aveco de Bondt BV Holten - Amstelveen - Breda -

Gemeente Steenbergen

Postbus 64, 7450 AB Holten

Eindhoven - Nieuwegein

T +31 88 004 82 12 info@avecodebondt.nl

Toelichting

project projectnummer projectleider

versie fase auteur

Woonwagenlocaties 230050 Wilrik Hengstmengel

4.0 Vastgesteld bestemmingsplan Wilrik Hengstmengel

paraaf gecontroleerd

Toby van Baast

www.avecodebondt.nl

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Leeswijzer

1 1 2 4

2 2.1 2.2 2.3 2.4

Planbeschrijving Inleiding Achtergrondinformatie Beschrijving bestaande situatie Beschrijving beoogde situatie

5 5 5 6 8

3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.4 3.4.1 3.4.2

Beleidskader Inleiding Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) Provinciaal beleid Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving' Interim omgevingsverordening Omgevingsverordening Noord-Brabant Gemeentelijk beleid Structuurvisie gemeente Steenbergen, 2012 Kadernota woonwagenbeleid 2023

11 11 11 11 12 13 14 14 16 26 26 26 28

4 Planologisch relevante (milieu)aspecten 4.1 Inleiding 4.2 Bodem 4.3 Waterhuishouding 4.4 Cultuurhistorie 4.5 Archeologie 4.6 Ecologie 4.6.1 Natuurgebieden 4.6.2 Stikstof 4.6.3 Flora en fauna 4.7 Wegverkeerslawaai 4.8 Verkeer & Parkeren 4.9 Bedrijven en milieuzonering 4.10 Geurhinder en veehouderijen 4.11 Driftblootstelling spuitzones 4.12 Externe veiligheid 4.12.1 Inrichtingen en externe veiligheid 4.12.2 Transport en externe veiligheid 4.12.3 Buisleidingen en externe veiligheid 4.13 Luchtkwaliteit 4.14 Kabels en leidingen

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

31 31 31 32 35 36 37 37 38 39 41 43 44 45 49 50 50 50 51 52 54

4.15

Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

54

5 5.1 5.2 5.3

Juridische plantoelichting Inleiding Opbouw van de regels Regels

57 57 57 57

6 6.1 6.2 6.3

Economische uitvoerbaarheid Inleiding Toepassing Grondexploitatiewet Economische uitvoerbaarheid

61 61 61 61

7 7.1 7.2 7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Zienswijzen Vaststelling

63 63 63 63

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

Memo toelichting landschappelijke inpassing De Weel Memo toelichting landschappelijke inpassing Tolsedijk Verkennend bodem- en asbestonderzoek Tolsedijk Stikstofdepositieonderzoek De Weel Stikstofdepositieonderzoek Tolsedijk Quickscan Wet natuurbescherming Tolsedijk Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai De Weel Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Tolsedijk Nota van Zienswijzen

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

1

Inleiding

1.1 Aanleiding en doel Aanleiding De woonwagencultuur is al lange tijd met de gemeente Steenbergen verbonden. Het gemeentelijk woonwagenbeleid is erop gericht om samen met de bewoners te bouwen aan wederzijds vertrouwen, te zorgen voor een goede en schone woonomgeving en te voorzien in de vraag naar voldoende woonwagenstandplaatsen. De gemeente Steenbergen kent momenteel de volgende drie woonwagenlocaties: in Steenbergen 13 woonwagenstandplaatsen, in Dinteloord 9 woonwagenstandplaatsen en in Nieuw-Vossemeer 4 woonwagenstandplaatsen. Om te voorzien in de volkshuisvestelijke opgave is uitbreiding noodzakelijk. Het planologisch regime moet hiervoor worden aangepast en uit het oogpunt van uniformiteit worden alle woonwagenlocaties in één bestemmingsplan ondergebracht. Huidige aantal Planologisch

Huidige aantal Feitelijk in gebruik

Toekomstig aantal Planologisch

Toekomstig aantal Feitelijk in gebruik

Westlandse Langeweg, Steenbergen De Weel, Dinteloord

15 9

13 9

14 11

14 11

Tolsedijk, Nieuw-Vossemeer

4

4

7

7

Uitsnede luchtfoto met de ligging van de woonwagenlocaties globaal aangeduid. Bron: Cyclomedia Technology, 2023.

Doel De vigerende bestemmingsplannen “Buitengebied Steenbergen – 1e herziening” en “Buitengebied Dinteloord en Prinsenland” staan de beoogde ontwikkelingen niet toe. Derhalve dient het planologisch regime te worden herzien. Voor de locatie in Nieuw-Vossemeer dient het bouwvlak vergroot te worden om in een toename van het aantal standplaatsen te kunnen voorzien. De uitbreiding van het aantal standplaatsen op de locatie Dinteloord kan binnen het bestaande bouwvlak gerealiseerd worden. Op de locatie Westlandse Langeweg in Steenbergen vindt

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

P 1/63

geen uitbreiding van het aantal standplaatsen plaats. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde ontwikkelingen mogelijk te maken en uniformiteit in regels en verbeeldingswijze aan te brengen voor alle woonwagenlocaties binnen de gemeente Steenbergen. 1.2 Ligging en begrenzing plangebied De woonwagenlocaties liggen verspreid over de gemeente Steenbergen. Westlandse Langeweg, Steenbergen De woonwagenlocatie aan de Westlandse Langeweg te Steenbergen bevindt zich in stedelijk gebied aan de westkant van de kern en heeft een oppervlak van circa 6.400 m². Deze locatie staat kadastraal bekend als gemeente Steenbergen, sectie Y, perceelnummers 2040 t/m 2055. De begrenzing van het plangebied wordt gevormd door de ligging van het huidige bouwvlak. Voor de gronden aan de Westlandse Langeweg te Steenbergen vigeert het bestemmingsplan “Kom Steenbergen”, zoals vastgesteld d.d. 31 januari 2019. De gronden binnen het plangebied kennen de bestemming ‘Wonen’ met bouwvlak en functieaanduiding ‘woonwagenstandplaats’. Voor de woonwagenlocatie aan de Westlandse Langeweg te Steenbergen wordt ten opzichte van de huidige situatie als gevolg van brandweervoorschriften planologisch gezien per saldo een afname voorzien van 15 naar 14 woonwagenstandplaatsen.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Buitengebied Steenbergen” met rood omkaderd het plangebied ter plaatse van de woonwagenlocatie aan de Westlandse Langeweg te Steenbergen. Bron: Ruimtelijkeplannen.nl, 2023.

De Weel, Dinteloord De woonwagenlocatie aan De Weel te Dinteloord bevindt zich in het buitengebied aan de noordkant van de kern en heeft een oppervlak van circa 6.880 m². Deze locatie staat kadastraal bekend als voormalige gemeente Dinteloord, sectie B, perceelnummer 480. De begrenzing van het plangebied wordt gevormd door de ligging van het huidige bouwvlak. Voor de gronden aan De Weel te Dinteloord vigeert het bestemmingsplan “Buitengebied Dinteloord en Prinsenland” in combinatie met “Buitengebied Dinteloord en Prinsenland – 1e herziening” van de gemeente

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

P 2/63

Steenbergen. De gronden binnen het plangebied kennen de bestemming ‘Wonen’ met bouwvlak en functieaanduiding ‘woonwagenstandplaats’. Aan de gronden van de woonwagenlocatie aan De Weel te Dinteloord is reeds een woonbestemming met bouwvlak en functieaanduiding ‘woonwagenstandplaats’ toegekend. Op basis van de planregels geldt dat ter plaatse van de aanduiding ‘woonwagenstandplaats’ maximaal 9 woonwagens zijn toegestaan. Gelet op de gewenste uitbreiding binnen het bestaande bouwvlak dient dit aantal gewijzigd te worden naar maximaal 11 woonwagens.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Buitengebied Dinteloord en Prinsenland” met rood omkaderd het plangebied ter plaatse van de woonwagenlocatie aan De Weel te Dinteloord. Bron: Ruimtelijkeplannen.nl, 2023.

Tolsedijk, Nieuw-Vossemeer De woonwagenlocatie aan de Tolsedijk te Nieuw-Vossemeer bevindt zich in het buitengebied aan de noordkant van de kern en heeft een oppervlak van circa 3.000 m². Deze locatie staat kadastraal bekend als voormalige gemeente Nieuw-Vossemeer, sectie E, perceelnummers 855, 856, 858, 859, 860 en 861 en gedeeltelijk perceelnummers 63, 94, 854 en 857. De begrenzing van het plangebied wordt gevormd door de ligging van het huidige bouwvlak inclusief de uitbreiding van het bouwvlak om in de toename van het aantal standplaatsen te kunnen voorzien. Voor de gronden aan de Tolsedijk te Nieuw-Vossemeer vigeert het bestemmingsplan “Buitengebied Steenbergen” in combinatie met “Buitengebied Steenbergen – 1e herziening” van de gemeente Steenbergen. De gronden binnen het plangebied kennen ter plaatse van de bestaande standplaatsen de bestemming ‘Wonen’ met functieaanduiding ‘woonwagenstandplaats’ en ter plaatse van de beoogde uitbreiding de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’. Voor de woonwagenlocatie aan de Tolsedijk te Nieuw-Vossemeer geldt dat binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ geen woonwagens zijn toegestaan. Derhalve dient de naastgelegen woonbestemming met bouwvlak en functieaanduiding ‘woonwagenstandplaats’ vergroot te worden om in de beoogde toename van het aantal standplaatsen te kunnen voorzien.

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

P 3/63

Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Buitengebied Steenbergen – 1e herziening” met rood omkaderd het plangebied ter plaatse van de woonwagenlocatie aan de Tolsedijk te Nieuw-Vossemeer. Bron: Ruimtelijkeplannen.nl, 2023.

1.3 Leeswijzer In dit eerste hoofdstuk is een inleiding gegeven op het initiatief. In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige en de nieuwe situatie. In hoofdstuk 3 wordt getoetst aan de vigerende ruimtelijke beleidskaders. Hoofdstuk 4 bevat een verantwoording over de wijze waarop rekening is gehouden met de milieuplanologische uitvoeringsaspecten alsmede met de in het plangebied en omgeving voorkomende waarden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vormgeving van het plan toegelicht. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en tot slot worden in het laatste hoofdstuk de resultaten uit de planologische procedure weergegeven.

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

P 4/63

2

Planbeschrijving

2.1 Inleiding Voor het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het plangebied in beeld worden gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven. De volgende paragraaf geeft echter eerst enige achtergrondinformatie. 2.2

Achtergrondinformatie

Inleiding Woonwagenbewoners hebben een eigen culturele identiteit. De opvatting dat deze identiteit bescherming verdient is in de laatste jaren ontwikkeld en bestendigd door verschillende internationaal- en Europeesrechtelijke verdragen die de Nederlandse staat mede heeft ondertekend. De erkenning van deze verdragen brengt voor de aangesloten staten de verplichting met zich mee om voor voldoende standplaatsen te zorgen, zodat woonwagenbewoners volgens hun tradities en culturele identiteit kunnen leven. Het woonwagenleven mag niet gezien worden als een enkele ʺwoonwensʺ, het maakt deel uit van de identiteit en cultuur van de betreffende woonwagenbewoner. De woonwagencultuur staat sinds 2014 op de lijst van immaterieel cultureel erfgoed. Huisvestingsbeleid voor woonwagenbewoners In 1918 trad de Woonwagenwet in werking. Op basis van deze wet werden eisen gesteld aan het wonen in woonwagens. De vrijheid om de woonwagen overal neer te zetten kwam te vervallen. De wet voorzag in de verplichting voor de gemeente om een woonwagenstandplaats in te richten. De Woonwagenwet van 1968 maakte het rondtrekken vrijwel onmogelijk en beoogde een concentratie van woonwagenbewoners. Het doel was het welzijn van de woonwagenbewoners te bevorderen en hen als aparte groep met eigen voorzieningen te helpen.

Zo ontstonden er ongeveer 50 regionale centra met een beperkt aantal trekkersplaatsen en eigen voorzieningen. Naast de grote centra kwamen er in 1975 ook nog 125 kleinere centra. Beleidskader Ministerie van Binnenlandse Zaken: ‘Gemeentelijk woonwagen- standplaatsenbeleid’ Bij de vaststelling van het lokale woonbeleid moeten gemeenten meer rekening houden met de wensen van woonwagenbewoners en voorzien in voldoende standplaatsen. Woonwagenbewoners moeten binnen een redelijke termijn kans maken op een woonwagenstandplaats. In gemeenten waar behoefte is aan woonwagenstandplaatsen kan van een afbouwbeleid geen sprake zijn. Dat is vastgesteld in het ‘Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ dat in juli 2018 naar de Tweede Kamer is gestuurd. De visie die ten grondslag ligt aan dit nieuwe beleidskader heeft als kern het beschermen van Roma, Sinti en woonwagenbewoners tegen discriminatie, het waarborgen van hun culturele rechten en het bieden van rechtszekerheid en duidelijkheid. Gemeente Steenbergen Het beleidskader ‘Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties d.d. 12 juli 2018 is geen ‘beleidsregel’ maar geeft wel richting en bevat landelijke uitgangspunten. Concreet betekent dit: 1.

De gemeente stelt het beleidskader voor woonwagens en standplaatsen vast als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid; 2. Het beleidskader dient voldoende rekening te houden met en ruimte te geven voor het woonwagenleven van woonwagenbewoners; 3. Hiervoor is nodig dat de behoefte aan standplaatsen helder is; 4. Woningcorporaties voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doelgroep behoren;

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

P 5/63

5. 6.

De afbouw van standplaatsen is niet toegestaan (behoudens uitzonderlijke omstandigheden) zolang er behoefte is aan standplaatsen; Een woningzoekende woonwagenbewoner die dit wenst, heeft binnen een redelijke termijn kans op een standplaats.

De gemeente Steenbergen streeft naar een situatie waarin invulling wordt gegeven aan het landelijke beleidskader ‘Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ van het Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijkrelaties. Concreet houdt dit in dat gewerkt wordt aan schone en veilige woonwagenlocaties waarop bewoners in familieverband kunnen wonen. Met het oog op de kerntaken van de gemeente, stoot zij het eigendom van de woonwagenstandplaatsen af. Bewoners kunnen tegen een marktconforme prijs eigenaar worden van hun standplaats. (Blijvende) (sociale) huurstandplaatsen worden de verantwoordelijkheid van de woningbouwcorporatie(s). Uit het beleidskader ‘Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties d.d. 12 juli 2018 volgt immers dat: 1. De gemeente zorgt voor een stuk grond waar de bestemming ‘woonwagenbewoning’ op zit; 2. De woningcorporaties zorgen voor de aanleg van de standplaatsen, het verstrekken van huurwoonwagens en de exploitatie ervan. In paragraaf 3.4.2 vindt tot slot een nadere toelichting op de gemeentelijke ‘Kadernota woonwagenbeleid 2023’ ten aanzien van onderhavig bestemmingsplan plaats.

2.3 Beschrijving bestaande situatie De gemeente Steenbergen kent de volgende drie woonwagenlocaties: Westlandse Langeweg, Steenbergen Deze locatie aan de westkant van de kern Steenbergen heeft een oppervlak van circa 6.400 m². Het is de verwachting dat het aantal woonwagenstandplaatsen in Steenbergen voldoende is om personen die op de wachtlijst staan de komende 10 jaar een redelijke kans op zicht op een woonwagenstandplaats te bieden. De woonwagenlocatie wordt geoptimaliseerd. Eén zeer grote standplaats wordt op termijn gesplitst in twee reguliere woonwagenstandplaatsen. En als gevolg van brandweervoorschriften en de daarmee aan te houden afstanden daalt, in planologisch opzicht, het aantal standplaatsen van 15 naar 14 woonwagenstandplaatsen. Op dit moment zijn er 13 standplaatsen aanwezig en op termijn bestaat de mogelijkheid 1 bestaande standplaats te splitsen ten behoeve van 1 extra standplaats. De overige ruimte op deze woonwagenlocatie wordt benut ten behoeve van verhardingen en parkeervoorzieningen. Rondom het woonwagencentrum is aan de zuid- en oostzijde sprake van opgaande begroeiing. Ten noorden ligt de Westlandse Langeweg en ten westen zijn agrarische gronden gelegen.

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

P 6/63

Uitsnede luchtfoto ter plaatse van woonwagenlocatie Westlandse Langeweg. Bron: Cyclomedia Technology, 2023.

De Weel, Dinteloord Deze locatie ten noorden van de kern Dinteloord heeft een oppervlak van circa 6.880 m². Binnen het huidige bouwvlak wordt momenteel plaats geboden aan maximaal 9 standplaatsen voor woonwagens. De overige ruimte op deze woonwagenlocatie wordt benut ten behoeve van verhardingen, parkeervoorzieningen en groen. De locatie wordt via De Weel ontsloten op de Galgendijk. Aan noord- en oostzijde is sprake van opgaande begroeiing. Direct onder de zuidelijk gelegen woonwagenstandplaatsen is binnen het bouwvlak sprake van een groene zone, begrensd door een waterloop.

Uitsnede luchtfoto ter plaatse van woonwagenlocatie De Weel. Bron: Cyclomedia Technology, 2023.

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

P 7/63

Tolsedijk, Nieuw-Vossemeer Deze locatie aan de noordrand van de kern Nieuw-Vossemeer heeft een oppervlak van circa 3.000 m². Binnen het huidige bouwvlak wordt momenteel plaats geboden aan maximaal 4 standplaatsen voor woonwagens. Direct langs deze standplaatsen bevindt zich een pad waar verschillende materialen en voertuigen zijn gestald. Ten westen en zuiden zijn agrarische gronden gelegen. Op circa 50 meter ten zuiden van de woonwagenlocatie is een recreatief centrum voor outdooractiviteiten gevestigd. Ten noorden en oosten wordt de locatie begrensd door resp. de Tolsedijk en Molenweg.

Uitsnede luchtfoto ter plaatse van woonwagenlocatie Tolsedijk. Bron: Cyclomedia Technology, 2023.

2.4 Beschrijving beoogde situatie Voorzien wordt in een juridisch-planologische regeling om uniformiteit in regels en verbeeldingswijze aan te brengen voor alle woonwagenlocaties binnen de gemeente Steenbergen en de beoogde uitbreiding van in totaal 5 standplaatsen mogelijk te maken. Westlandse Langeweg, Steenbergen Op deze locatie vindt ten opzichte van de huidige situatie als gevolg van brandweervoorschriften planologisch gezien een afname plaats van het aantal standplaatsen van 15 naar 14 woonwagenstandplaatsen. Op dit moment zijn er 13 standplaatsen aanwezig en op termijn is er door splitsing ruimte voor 1 extra woonwagenstandplaats. De kadastrale percelen zijn aangehouden om het bestemmingsvlak voor de woonwagenstandplaatsen aan te duiden. De ontsluitingsweg wordt met een verkeersbestemming aangeduid en de overige gronden aan de westen noordzijde krijgen een groenbestemming. De Weel, Dinteloord In Dinteloord worden de woonwagenstandplaatsen bewoond door diverse families en is de sociale cohesie minder sterk dan die op de andere twee woonwagenlocaties. Op basis van het woonwagenbeleid is de verwachting dat het aantal woonwagenstandplaatsen in Dinteloord onvoldoende is om personen die op de wachtlijst staan de komende 10 jaar een redelijke kans op zicht op een woonwagenstandplaats te bieden. Aan uitbreiding van deze locatie is daarom behoefte.

Daarom heeft de gemeente het voornemen om deze woonwagenlocatie met 2 nieuwe standplaatsen uit te breiden van 9 naar 11 woonwagenstandplaatsen. Op navolgende afbeelding is aangeduid waar deze standplaatsen beoogd worden. Om het initiatief mogelijk te maken, moet daarbij worden voldaan aan de regels van de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant die betrekking hebben op de

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

P 8/63

landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering van het landschap (3.9 Iov). Hiertoe is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit landschappelijk inpassingsplan is als bijlage gevoegd bij de regels. Een toelichting op de landschappelijke inpassing is opgenomen in bijlage 1 bij onderhavige toelichting. In paragraaf 3.3.3 wordt nader ingegaan op de kwaliteitsverbetering van het landschap, als vereist op basis van de provinciale Interim omgevingsverordening.

Situatietekening ter plaatse van woonwagenlocatie De Weel. Beoogde uitbreiding met twee standplaatsen in geel aangeduid.

Tolsedijk, Nieuw-Vossemeer In Nieuw-Vossemeer worden alle woonwagenstandplaatsen bewoond door de leden van één familie. Een aantal familieleden heeft niet de beschikking over een eigen woonwagenstandplaats. Zij staan allen op de wachtlijst en natuurlijk verloop zal er niet toe leiden dat er binnen afzienbare termijn voor deze familieleden een eigen woonwagenstandplaats op deze locatie beschikbaar komt. Het huisvesten van deze familieleden op een andere woonwagenlocatie is vanwege het wonen in familieverband en een mantelzorgrelatie geen optie. Daarom heeft de gemeente het voornemen om deze woonwagenlocatie met 3 nieuwe standplaatsen uit te breiden van 4 naar in totaal 7 woonwagenstandplaatsen. Hiertoe dient het bestemmings- en bouwvlak van de woonbestemming planologisch vergroot te worden, teneinde de extra standplaatsen te kunnen realiseren. Deze uitbreiding vindt plaats direct ten zuiden van de bestaande standplaatsen, conform navolgende situatietekening. Hierop zijn de drie extra standplaatsen haaks ingetekend op een tussengelegen ontsluitingsweg. Tevens wordt voorzien in de benodigde parkeervoorzieningen.

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

P 9/63

Situatietekening ter plaatse van woonwagenlocatie Tolsedijk. Beoogde uitbreiding met drie standplaatsen buiten het bestaande bouwvlak.

Om het initiatief mogelijk te maken, moet worden voldaan aan de regels van de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant (hierna afgekort met IOV). Gelet op de nieuwvestiging van woonwagenstandplaatsen in het buitengebied dient toepassing te worden gegeven aan de ‘Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit’. In artikel 3.78 lid 4 IOV is aangegeven dat in deze situatie de reguliere kwaliteitsverbetering van het landschap op basis van regionale afspraken Kwaliteitsverbetering West Brabant niet van toepassing is. Evenwel dient te worden voorzien in versterking van de omgevingskwaliteit door middel van een fysieke tegenprestatie waarmee de kwaliteit van het landschap wordt verbeterd. Hiertoe is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit landschappelijk inpassingsplan is als bijlage gevoegd bij de regels. Een toelichting op de landschappelijke inpassing is opgenomen in bijlage 2 bij onderhavige toelichting. In paragraaf 3.3.3 wordt nader getoetst aan de ‘Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit’ en de daaruit volgende vereisten.

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

P 10/63

3

Beleidskader

3.1 Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk zijn de voor dit bestemmingsplan relevante structuurvisies en verordeningen per overheidslaag weergegeven en wordt getoetst of onderhavige ontwikkeling passend is binnen het geldende beleid. 3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020 Toetsingskader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie vervangt integraal de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Tegelijkertijd met het vervallen van de SVIR vervalt ook het Nationaal Milieubeleidsplan. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken.

Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 3. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. 4. Duurzaam economisch groeipotentieel. 5. Sterke en gezonde steden en regio’s. 6. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Beoordeling De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk zijn. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is bovendien op een schaalniveau die het onderhavig plangebied overstijgt. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen het rijksbeleid.

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

P 11/63

3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft voor een beperkt aantal onderwerpen vastgesteld dat de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. Deze kaderstellende uitspraken zijn zodanig geformuleerd dat deze beperkingen stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld.

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).

Ligging van het plangebied binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en Woensdrecht. De gele sterren tonen globaal de ligging van de woonwagenlocaties. Bron: Ruimtelijkeplannen.nl, 2023.

Beoordeling De woonwagenlocatie in Steenbergen is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en het radarstation op vliegbasis Woensdrecht. De locaties in Dinteloord en Nieuw-Vossemeer zijn enkel gelegen binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen. Rondom deze radarstations mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

P 12/63

onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. De maximale toegestane hoogte van bouwwerken in het radarverstoringsgebied van radarstation Woensdrecht bedraagt 113 meter boven NAP. In het onderhavige plan wordt geen bebouwing mogelijk gemaakt boven de genoemde hoogtes. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation. Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden.

Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uiteen worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast.

Beoordeling Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. 1. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? 2. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? 3. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? 4. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? 5. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren?

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

P 13/63

1.

Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling?

Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-oppervlakte groter dan 500 m2, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Onderhavig ruimtelijk besluit voorziet in een uitbreiding met maximaal vijf woonwagenstandplaatsen, verdeeld over twee locaties. Deze ontwikkeling is gelet op de kleinschalige omvang niet als ‘stedelijke ontwikkeling’ te classificeren. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ behoeft niet verder doorlopen te worden. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling niet is aan te merken als een ‘stedelijke ontwikkeling’. Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving' Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeersen vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie. In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen.

De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Beoordeling Met de Omgevingsvisie Noord-Brabant kiest de provincie ervoor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Met voorliggend initiatief wordt voorzien in een uitbreiding van het aantal standplaatsen op twee van de drie woonwagenlocaties binnen de gemeente Steenbergen. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde ontwikkelingen mogelijk te maken en uniformiteit in regels en verbeeldingswijze aan te brengen voor alle woonwagenlocaties binnen de gemeente.

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

P 14/63

Op de locatie aan de Westlandse Langeweg te Steenbergen vindt ten opzichte van de huidige situatie als gevolg van brandweervoorschriften planologisch gezien per saldo een afname plaats van het aantal standplaatsen van 15 naar 14 woonwagenstandplaatsen. Op de locatie aan De Weel te Dinteloord vindt uitbreiding van het aantal standplaatsen binnen het bestaande bouwvlak plaats. Door middel van landschappelijke inpassing wordt de kwaliteit van het landschap ter plaatse verbeterd en worden bestaande kwaliteiten versterkt. Op de locatie aan de Tolsedijk te Nieuw-Vossemeer wordt het bestemmings- en bouwvlak van de woonbestemming planologisch vergroot, teneinde drie extra standplaatsen te kunnen realiseren. Gelet op deze nieuwvestiging dient toepassing te worden gegeven aan de ‘Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit’. In navolgende paragraaf wordt hier aan getoetst. De uitbreiding vindt buiten de contouren van het bestaand stedelijk gebied plaats. Voor de provincie Noord-Brabant ligt de voorkeur voor herbestemmings- en transformatieopgaven. Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Gelet op de uitbreiding ter plaatse van reeds bestaande woonwagenlocaties en de vastgestelde ‘Kadernota woonwagenbeleid 2023’ (zie paragraaf 3.4.2) is hiervan sprake.

Het initiatief is bovendien relatief kleinschalig van aard en heeft geen nadelige invloed op de kernwaarden die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant. Het planvoornemen is daarmee passend binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie kent doorwerking in de regels van de Interim omgevingsverordening. Hierop wordt in navolgende paragraaf ingegaan. Volgens de methodiek van diep-rond-breed uit de Brabantse omgevingsvisie wordt gekeken naar de effecten van een ontwikkeling op omliggende waarden en functies en hoe de ontwikkeling kan bijdragen aan de ontwikkeling van omgevingskwaliteit. De intensiteit van ‘diep, rond en breed kijken’ verschilt per geval. Het is een hulpmiddel om aan de voorkant alle belangen te betrekken. Bij toepassing van deze methode moet worden geconcludeerd dat in onderhavige situatie reeds sprake is van bestaande woonwagenlocaties. Van effecten op het milieu is geen tot nauwelijks sprake. Dit blijkt ook uit de toetsing aan de relevante milieuaspecten in hoofdstuk 4. Uit de toetsing in navolgende paragraaf aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies blijkt dat invulling gegeven wordt aan een goede omgevingskwaliteit. De ontwikkeling is daarmee vanuit het diep kijken naar zichtbare effecten én minder zichtbare lagen passend binnen het provinciale beleid.

De ontwikkeling is voorts wenselijk vanuit de achtergrondinformatie zoals uiteengezet in paragraaf 2.2. Bij de vaststelling van het lokale woonbeleid moeten gemeenten meer rekening houden met de wensen van woonwagenbewoners en voorzien in voldoende standplaatsen. Woonwagenbewoners moeten zo vaker binnen een redelijke termijn kans maken op een standplaats. In gemeenten waar behoefte is aan standplaatsen kan van een afbouwbeleid van standplaatsen geen sprake zijn. Uit het oogpunt van de volkshuisvestelijke opgave om te voorzien in voldoende standplaatsen heeft de gemeenteraad van Steenbergen besloten om twee woonwagenlocaties (Dinteloord en Nieuw-Vossemeer) uit te breiden met in totaal vijf standplaatsen. Met onderhavig bestemmingsplan wordt aansluiting gevonden bij de ruimtelijk relevante uitgangspunten van de gemeentelijke ‘Kadernota woonwagenbeleid 2023’. Het aantal standplaatsen binnen de gemeente wordt hiermee immers op peil gehouden en de fysieke omstandigheden op de woonwagenlocaties zijn conform geldend beleid en regelgeving aangeduid en juridisch-planologisch geborgd. De ontwikkeling is daarmee vanuit het rond en breed kijken eveneens passend. De ontwikkeling wordt aldus conform de methodiek van diep-rond-breed als passend in haar omgeving beschouwd.

Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening wordt het initiatief daarmee als verenigbaar met het provinciale ruimtelijke beleid geacht. Conclusie De beoogde ontwikkelingen zijn passend binnen de Omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant.

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

P 15/63

3.3.2 Interim omgevingsverordening Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden en worden beschermd via de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening NoordBrabant (Iov N-B) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie ook een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen.

Beoordeling Westlandse Langeweg, Steenbergen Op deze locatie vindt ten opzichte van de huidige situatie als gevolg van brandweervoorschriften planologisch gezien per saldo een afname plaats van het aantal standplaatsen van 15 naar 14 woonwagenstandplaatsen. Het bestaande bouwvlak wordt verkleind. De ontsluitingsweg wordt met een verkeersbestemming aangeduid en de overige gronden aan de west- en noordzijde krijgen een groenbestemming. De Weel, Dinteloord Deze locatie wordt uitgebreid met twee standplaatsen binnen het bestaande bouwvlak. De locatie is op de kaart ‘Rechtstreeks werkende regels: landbouw’ voorzien van de zone ‘Landelijk gebied’. De kaart ‘Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied’ geeft naast de zone ‘Landelijk gebied’ tevens de aanduiding ‘Gemengd landelijk gebied’. Samen met de Groenblauwe mantel vormt het Gemengd landelijk gebied een subzone binnen het landelijk gebied. Voor het overige zijn voor onderhavige gronden op de kaarten van de Interim omgevingsverordening geen relevante aanduidingen opgenomen. Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn er derhalve meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de Interim omgevingsverordening. Voldaan moet worden aan de algemene regels voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving (artikel 3.5 t/m 3.8 Iov).

Aangezien het bestemmingsplan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied dient tevens getoetst te worden aan artikel 3.9. Er is geen sprake van nieuwvestiging, omdat de uitbreiding voorzien wordt binnen het bestaande bouwperceel waarbinnen al bouwmogelijkheden zijn. Voorzien wordt in een redelijke uitbreiding met twee standplaatsen binnen de gewenste ontwikkelingsrichting voor deze woonwagenlocatie. De keuze voor uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen binnen deze bestaande woonwagenlocatie wordt als volgt gemotiveerd. In Dinteloord worden de woonwagenstandplaatsen bewoond door diverse families en is de sociale cohesie minder sterk dan die op de andere twee woonwagenlocaties. Op basis van het woonwagenbeleid is de verwachting dat het aantal woonwagenstandplaatsen in Dinteloord onvoldoende is om personen die op de wachtlijst staan de komende 10 jaar een redelijke kans op zicht op een woonwagenstandplaats te bieden. Aan uitbreiding van deze locatie is daarom behoefte. Daarom heeft de gemeente Steenbergen het voornemen om deze woonwagenlocatie met 2 nieuwe standplaatsen uit te breiden van 9 naar 11 woonwagenstandplaatsen. De locatie sluit daarbij voldoende aan op bestaande bebouwingen met nieuwe plaatsen binnen bestaand bouwvlak.

Met betrekking tot een gebiedsgerichte benadering geldt derhalve dat de beoogde activiteiten en functies passen in de bestaande

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

P 16/63

omgeving. Als visie en ontwikkelrichting voor deze locatie geldt bovendien dat met onderhavige bestemmingsplanwijziging deze woonwagenlocatie wordt afgerond. Gelet op de beoogde situatietekening (zie ook paragraaf 2.4) en verbeelding van het plan zijn de bestemmingsvlakken met aantallen woonwagens, de verkeers- en groenbestemming en de agrarische bestemming waarbinnen de landschappelijke inpassing dient plaats te vinden dusdanig afgestemd dat deze locatie op een logische wijze wordt afgerond en er binnen het bouwvlak geen nieuwe mogelijkheden bestaan voor de toevoeging van nieuwe standplaatsen. Gesteld kan worden dat de beoogde ontwikkeling bovendien geen overige significante effecten heeft op andere aspecten, zoals mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders. Tot slot wordt voor onderhavige locatie door middel van landschappelijke inpassing bovendien een bijdrage geleverd aan het versterken van de omgevingskwaliteit ter plaatse. De ‘Beleidsregel Maatwerk omgevingskwaliteit’ is hier niet van toepassing. Wel is er sprake van een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied en gelden de regionale afspraken Kwaliteitsverbetering West Brabant. Onderhavige ontwikkeling is hierin echter niet omschreven. De gemeente Steenbergen dient deze derhalve zelf te interpreteren en toe te passen.

Uitgaande van het feit dat er een bestemmingsplanwijziging nodig is om de gewenste ontwikkeling te kunnen realiseren, wordt categorie 2 hiervoor van toepassing verklaard. De toetsing wordt navolgend uitgevoerd. Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2 Iov) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Ad a) - Zorgvuldig ruimtegebruik: 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: • • b. c.

nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel.

Ad b) - Toepassing van de lagenbenadering a. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. b. De lagenbenadering omvat de effecten op: • •

de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer.

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

P 17/63

•

c.

de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid.

Ad c) - Meerwaarderecreatie 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Beoordeling Voorwaarden ad a: a. De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. In onderhavige situatie is sprake van een bestaand bouwperceel, derhalve bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. b. Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is in paragraaf 3.2.3 getoetst. Het voornemen betreft geen stedelijke ontwikkeling. c. Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De begrenzing van het bouwvlak is op basis van de huidige aanwezige bebouwing zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven. Voorwaarden ad b: a.

Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting wordt ingegaan op deze effecten. Aangetoond wordt dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn. b. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag. Voor onderhavig initiatief behoeft geen nieuwe infrastructuur te worden aangelegd. Voor het overige heeft het planvoornemen geen effect op een natuurnetwerk, het energienetwerk en waterwegen. De afwikkeling van het verkeer is beschreven in paragraaf 4.8. c. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag. De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 4. Aangetoond wordt dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn. Voorwaarden ad c: Er dient rekening te worden gehouden met meerwaardecreatie. Hiervoor geldt dat met onderhavig initiatief door middel van landschappelijke inpassing wordt voorzien in een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit ter plaatse. Deze wordt navolgend besproken. Hiermee krijgt de locatie een extra kwaliteitsimpuls.

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

P 18/63

Conclusie Er wordt invulling gegeven aan een goede omgevingskwaliteit. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering van het landschap Toetsingskader Artikel 3.9 Iov schrijft voor dat een bestemmingsplan moet aangeven hoe een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied bijdraagt aan de verbetering van het de kwaliteit van het landschap. De toelichting dient dan ook een verantwoording te bevatten van de wijze waarop de kwaliteitsverbetering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd. Deze kwaliteitsverbetering dient binnen de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied te passen. Dit kan bijvoorbeeld verzekerd worden middels landschappelijke inpassing, het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen of het slopen van bebouwing. Beoordeling De gemeente Steenbergen is aangesloten bij het Regionaal Ruimtelijk Overleg West-Brabant. Afspraken over kwaliteitsverbetering zijn gemaakt in het Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant.

De regio heeft in het afsprakenkader drie categorieën onderscheidden: • Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist; • Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden. De kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van landschappelijke inpassingsmaatregelen. Deze categorie is niet limitatief; • Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen welke niet tot categorie 1 of 2 behoren. De kwaliteitsverbetering wordt berekend op basis van de bestemmingswinst. Gelet op de beperkte landschappelijke invloed van onderhavige ontwikkeling, uitbreiding van het aantal standplaatsen vindt immers binnen het bestaande bouwvlak plaats, dient volgens het afsprakenkader te worden voorzien in een goede landschappelijke inpassing. Daartoe is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, besproken in hoofdstuk 2. Aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing wordt door middel van een voorwaardelijke verplichting gewaarborgd in de regels. Conclusie Er wordt invulling gegeven aan kwaliteitsverbetering van het landschap.

Tolsedijk, Nieuw-Vossemeer Op deze locatie wordt het bouwvlak vergroot om drie extra standplaatsen te kunnen realiseren. De locatie is op de kaart ‘Rechtstreeks werkende regels: landbouw’ voorzien van de zone ‘Landelijk gebied’. De kaart ‘Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied’ geeft naast de zone ‘Landelijk gebied’ tevens de aanduiding ‘Gemengd landelijk gebied’. Samen met de Groenblauwe mantel vormt het Gemengd landelijk gebied een subzone binnen het landelijk gebied. Voor het overige zijn voor onderhavige gronden op de kaarten van de Interim omgevingsverordening geen relevante aanduidingen opgenomen. Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn er derhalve meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de Interim omgevingsverordening. Voldaan moet worden aan de algemene regels voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving (artikel 3.5 t/m 3.8 Iov). Aangezien het bestemmingsplan nieuwvestiging mogelijk maakt in Landelijk Gebied dient tevens getoetst te worden aan artikel 3.77, 3.78 en de ‘Beleidsregel Maatwerk omgevingskwaliteit’. Deze beleidsmaatregel wordt gehanteerd bij het vastleggen van uitgangspunten om de omvang te bepalen van de fysieke tegenprestatie gericht

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

P 19/63

op het versterken van omgevingskwaliteit als bedoeld in artikelen 3.69 en 3.78 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De toetsing wordt navolgend uitgevoerd. Artikel 3.77 Ontwikkelingsrichting Toetsingskader Voor de toepassing van maatwerkbepalingen geldt dat het bestemmingsplan een onderbouwing bevat dat de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Een ontwikkelingsrichting wordt opgesteld met toepassing van de basisprincipes en gaat in ieder geval in op de volgende aspecten: • welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering passen in de omgeving; • welke effecten de ontwikkeling van die activiteiten en functies heeft op andere aspecten, waaronder een veilige en gezonde leefomgeving, de te beschermen waarden, bedoeld in Afdeling 3.2 Basis op orde, mobiliteit, agrarische ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; • op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; en • op welke wijze de sloop van overtollige bebouwing wordt gerealiseerd. Beoordeling Met onderhavige ontwikkeling wordt voorzien in een uitbreiding van een bestaande woonwagenlocatie met drie extra standplaatsen, passend binnen de gewenste ontwikkelingsrichting voor deze woonwagenlocatie en het betreffende gebied.

Deze locatie is gelegen net buiten de kern van Nieuw-Vossemeer, daarvan gescheiden door een ‘harde grens’ van de aanwezige infrastructuur/weg. Het sluit echter aan op een klein clustertje van (lint)bebouwing langs de Tolsedijk. De uitbreiding is gepland in de richting van de infra en sluit daarbij aan op reeds bestaande bebouwing, activiteiten en functies. De keuze voor uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen op deze bestaande woonwagenlocatie wordt als volgt gemotiveerd. In Nieuw-Vossemeer worden alle woonwagenstandplaatsen bewoond door de leden van één familie. Een aantal familieleden heeft niet de beschikking over een eigen woonwagenstandplaats. Zij staan allen op de wachtlijst en natuurlijk verloop zal er niet toe leiden dat er binnen afzienbare termijn voor deze familieleden een eigen woonwagenstandplaats op deze locatie beschikbaar komt. Het huisvesten van deze familieleden op een andere woonwagenlocatie is vanwege het wonen in familieverband en een mantelzorgrelatie geen optie. Daarom heeft de gemeente Steenbergen het voornemen om deze woonwagenlocatie met 3 nieuwe standplaatsen uit te breiden van 4 naar in totaal 7 woonwagenstandplaatsen. Hiertoe dient het bestemmings- en bouwvlak van de woonbestemming planologisch vergroot te worden, teneinde de extra standplaatsen te kunnen realiseren.

De uitbreiding vindt plaats direct ten zuiden van de bestaande standplaatsen, conform situatietekening zoals opgenomen in paragraaf 2.4. Hierop zijn de drie extra standplaatsen haaks ingetekend op een tussengelegen ontsluitingsweg. De locatie sluit zodoende aan op de situering van bestaande standplaatsen. Met betrekking tot de gebiedsgerichte benadering geldt derhalve dat de beoogde activiteiten en functies reeds passen in de bestaande omgeving. Met onderhavige bestemmingsplanwijziging wordt gelet op de situatietekening de woonwagenlocatie op een logische wijze afgerond. De beoogde ontwikkeling heeft bovendien geen significante effecten op aspecten zoals een veilige en gezonde leefomgeving, overige te beschermen waarden, mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders. In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting wordt aangetoond wordt dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn. Voorzien wordt bovendien in versterking van de omgevingskwaliteit van het gebied door middel van een fysieke tegenprestatie waarmee de kwaliteit van het landschap wordt verbeterd. Hiertoe is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit landschappelijk inpassingsplan is als bijlage gevoegd bij de regels.

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

P 20/63

Een toelichting op de landschappelijke inpassing is opgenomen in bijlage 2 bij onderhavige toelichting. Van de sloop van overtollige bebouwing is tot slot geen sprake. Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden in artikel 3.77 Iov. Artikel 3.78 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit Toetsingskader Een bestemmingsplan kan voor een concreet initiatief nieuwvestiging mogelijk maken als: a. de ontwikkeling volledig tot doel heeft een versterking te geven van de omgevingskwaliteit en voor dat doel de middelen genereert; b. de realisering van de onder a bedoelde versterking van omgevingskwaliteit niet op een andere wijze is verzekerd; c. de ontwikkeling door meerwaardecreatie aanzienlijk bijdraagt aan algemene belangen zoals sloop van overtollige bebouwing, de aanleg van natuur en bos, de verbetering van het woon- en leefklimaat, het terugdringen van de emissie van milieuhinderlijke stoffen of het behoud van cultuurhistorische waarden; d. de ontwikkeling en de versterking van omgevingskwaliteit passen binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 3.77; e. is onderbouwd dat de activiteit volhoudbaar is naar de toekomst, bezien vanuit duurzaamheid en economisch oogpunt; f. de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten, belangen en doelen die deze verordening beoogt te beschermen; en g.

bij de uitwerking van het plan deskundigen worden betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit, onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is. De bijdrage aan het versterken van omgevingskwaliteit betreft maatwerk waarbij in ieder geval de volgende aspecten in acht worden genomen en juridisch vastgelegd: a. als de activiteit de realisatie van een woning betreft: 1. wordt de woning opgericht op een aanvaardbare locatie in Landelijk gebied; 2. is de fysieke tegenprestatie, die is gericht op het versterken van omgevingskwaliteit, qua omvang gelijk aan de tegenprestatie voor een ruimte-voor-ruimtekavel; en 3. is in overleg met de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte onderzocht of de ontwikkeling van een ruimte-voor-ruimtekavel tot de mogelijkheden behoort; b. als de ontwikkeling mede tot doel heeft een milieubelastende activiteit te saneren, moeten alle daarvoor aanwezige rechten en toestemmingen, waaronder de verleende vergunningen, zijn ingetrokken; c. als de activiteit de ontwikkeling van een nieuw landgoed betreft: 1. heeft het landgoed ten minste een omvang van 10 hectare; 2. bestaat 50% van het landgoed uit gerealiseerde natuur binnen het Natuur Netwerk Brabant; 3. wordt de fysieke tegenprestatie ingezet voor de ontwikkeling van natuur; 4. is de bebouwing van allure en qua omvang passend bij de uitstraling van het landgoed ; 5.

wordt de bebouwing geconcentreerd opgericht buiten het Natuur Netwerk Brabant; 6. zijn naast landgoedwoningen ook andere bij een landgoed passende gebruiksactiviteiten mogelijk, waaronder zorg; en 7. is de openbaarheid van het landgoed verzekerd.

datum referentie

5 maart 2024 230050_AdB_RAP_0001_v4.0

P 21/63

d.

als de ontwikkeling plaatsvindt binnen een Cultuurhistorisch waardevol gebied ter behoud van een waardevol cultuurhistorisch complex, zoals beschreven op de Cultuurhistorische Waardenkaart, is de fysieke tegenprestatie gericht op behoud of versterking van de aldaar benoemde waarden en kenmerken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1721/documents/20244