Beantwoording technische vragen oordeelvormende vergadering kredietverstrekking nieuwbouw Dinteloord.pdf
Tekst van het document
1.
Hoe is het totale kredietbedrag opgebouwd? Welke concrete posten zijn hierin opgenomen, zoals bouwkosten, ontwerp, projectmanagement, onvoorziene kosten, installaties en duurzaamheidsmaatregelen? Het krediet is een financieel kader voor de stichtingskosten van het schoolgebouw waarbinnen het schoolgebouw gerealiseerd moet worden. Dit wordt in een beschikking aan LPS meegegeven. In de stichtingskosten zijn alle kosten zoals de bouwkosten (bouwkundig en installaties) en de bijkomende kosten opgenomen om het gebouw te realiseren. Onder de bijkomende kosten vallen de advieskosten, architect, adviseurs en projectmanagement, de leges, aansluitkosten energie en riolering en een post onvoorzien. Binnen de bouwkosten vallen de duurzaamheidsmaatregelen van de gemeente zoals omschreven in de voorwaarden. In de stichtingskosten zitten niet de kosten voor het eventueel verwerven van grond, het bouwrijp maken en het aanpassen van de openbare ruimte. Deze kosten zijn per locatie/project verschillend en kunnen niet vooraf worden bepaald. Het kader is gebaseerd op het adviesnormbedrag van ICS adviseurs uit 2024 wat is opgenomen in het IHP (zie bladzijde 36) en is vastgesteld door de raad. ICS heeft het normbedrag gebaseerd op aanbestedingsresultaten van tientallen schoolgebouwen in de afgelopen jaren en de monitoring van bouwkosten ontwikkelingen door eigen bouwkostendeskundigen.
Het financiële kader (krediet) staat in het IHP wat in september 2024 is vastgesteld door de raad.
2.
Op welke wijze wordt het krediet gefaseerd beschikbaar gesteld gedurende het traject? Welke stappen of besluiten zijn daaraan gekoppeld? LPS krijgt van het college een beschikking om binnen het taakstellend budget het ontwerp van het schoolgebouw uit te werken. Hiervoor wordt een voorbereidingskrediet van € 500.000,- beschikbaar gesteld aan LPS. Nadat het plan van LPS binnen de kaders, zowel financieel, kwantitatief als kwalitatief, is uitgewerkt, moet het ter goedkeuring worden voorgelegd aan het college. Het budget is taakstellend. Indien LPS een ontwerp indient wat niet binnen het financiële kader past dan wordt het niet goedgekeurd door het college en moet LPS terug naar de tekentafel. Nadat het college het plan heeft goedgekeurd wordt in fases het budget aan LPS uitgekeerd. Het bedrag dat wordt uitgekeerd, is gebaseerd op de gemaakte kosten van de adviseurs en het betaalschema van de aannemer; deze dient LPS te overleggen aan de gemeente. De projectleider van de gemeente neemt deel aan de projectgroep van LPS. Hierdoor heeft hij zicht op de ontwikkelingen waardoor, indien nodig, tijdig kan worden bijgestuurd. De portefeuillehouder en de ambtelijk opdrachtgever zijn lid van de stuurgroep van LPS. De uitgewerkte plannen moeten aan het eind van iedere fase ter goedkeuring worden voorgelegd aan de stuurgroep.
Indien het plan niet binnen de kaders past, wordt het door de stuurgroep niet goedgekeurd en kan niet verder worden gegaan totdat het plan (weer) binnen de kaders past.
3.
Welke prijsontwikkelingen zijn meegenomen bij de berekening van het kredietbedrag? Hoe wordt er gecompenseerd wanneer de werkelijke marktprijzen hiervan afwijken? Dit jaar wordt door LPS een aannemer geselecteerd die de taak heeft om binnen het taakstellend budget het gebouw te ontwikkelen. Mochten de marktprijzen door geopolitieke omstandigheden tijdens de uitwerking sterk (gaan) afwijken van de huidige marktprijzen dan zijn er twee opties: de kwaliteit en kwantiteit van het plan aanpassen of extra krediet vragen aan de raad. Zie ook antwoord op vraag 4
4.
Als tijdens of na de bouw blijkt dat het krediet ontoereikend is, welke keuzeruimte houdt de gemeenteraad dan formeel nog over? Welke instrumenten of afspraken zijn er om te voorkomen dat de raad alleen nog kan 'slikken of stikken' bij een (deels) onafgebouwd project? Tijdens het uitwerken van de plannen met de aannemer, design and built1, wordt duidelijk of het schoolgebouw binnen budget gerealiseerd kan worden. Er kan gedurende het hele ontwikkelproces gestuurd worden op de kosten. Als blijkt dat door onvoorziene marktomstandigheden door geopolitiek het nieuwe schoolgebouw niet binnen het taakstellend budget gerealiseerd kan worden, dan zijn er twee opties: wijzigen kwaliteit en omvang gebouw of extra krediet beschikbaar stellen. Indien gekozen wordt voor optie 1, de kwaliteit of omvang van het gebouw wijzigen, dan wordt niet meer voldaan aan het beleid van de gemeente met betrekking tot duurzaamheid en gezonde energiezuinige gebouwen. De tweede optie houdt in dat er extra krediet moet worden gevraagd aan de raad. Het is aan de raad om het krediet al dan niet beschikbaar te stellen. LPS zal dan ook een deugdelijke onderbouwing moeten voorleggen.
1
Design and built houdt in dat een marktpartij, aannemer, het voorlopig ontwerp van de architect binnen de vooraf gestelde kaders verder uitwerk tot uitvoering gereed ontwerp en vervolgens het gebouw volgens het ontwerp bouwt.
5.
Hoe is binnen de vastgestelde meerjarenbegroting bepaald tot en met welk schoolbouwproject middelen zijn gereserveerd? En dus welke schoolbouwprojecten zijn nog niet gebudgetteerd? Kapitaalslasten IHP meegenomen in de begroting en verwachting daarna Structurele Kapitaallasten Structurele meegenomen in Kapitaallasten de verwacht begroting 2025(nog niet Primair onderwijs 2028 gebudgetteerd) Steenbergen Gummarus n.v.t Pius X vanaf 2030 Maria Regina vanaf 2027 KC Kiezelrijk vanaf 2028 tijdelijke huisvesting capaciteitsprobleem Vanaf 2025 Dinteloord Petrus en Paulus vanaf 2027 Groen van Prinstererschool vanaf 2027 De Regenboog vanaf 2029 Kruisland De Zonneberg vanaf 2038 Nieuw-Vossemeer Merijntje vanaf 2030 Voortgezet onderwijs t Ravelijn
vanaf 2037
Voor de tijdelijke huisvesting (capaciteit) Kiezelrijk zijn er apart kapitaalslasten gereserveerd. Voor de scholen Petrus en Paulus, Groen van Prinstererschool, Kiezelrijk en Maria Regina is in de begroting 2025-2028 een structureel bedrag van € 445.000 (2027) en € 497.000 (2028) gereserveerd.
6.
Wat zijn de basisafspraken die we in het IHP hebben gemaakt, ten aanzien van de financiën (meerjarig) en de rol van de gemeenteraad? Om de kwaliteit van de onderwijshuisvesting te waarborgen, investeren de gemeente en schoolbesturen vanuit een vast wettelijk kader in schoolgebouwen. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen de investering van de gemeente en de investering vanuit het schoolbestuur zelf. In het IHP staat een investeringsbedrag van afgerond 67 miljoen euro voor de komende 13 jaar, 2025 - 2037. Voor (ver)nieuwbouw wordt uitgegaan van een bandbreedte voor het stichtingskostenbedrag van € 3.750,- tot € 4.100,- per bruto vierkante meter. De genoemde investeringsbedragen zijn prijspeil maart 2024 en inclusief btw. Dit staat in vertrouwelijke bijlage van het IHP. Dit ligt ter inzage bij de griffie. In de begroting zijn de kapitaallasten op basis van het bedrag per m² € 4.073,- opgenomen. Kosten die niet zijn meegenomen in de berekeningen zijn kosten voor aankoop van grond, eventuele aanpassingen aan de infrastructuur/openbare ruimte en kosten voor grondsanering en kosten en baten bij het eventueel afstoten van locaties en gebouwen.
Aanvullend op de bijdrage van de gemeente dragen de schoolbesturen bij aan het behalen van verdere duurzaamheidsambities (ENG/ 0-op-de-meter). Indicatief dient rekening te worden gehouden met een aanvullende bijdrage van € 200,- per m² bvo voor ENG. Samengevat houden de afspraken in dat de kwaliteit van de schoolgebouwen, Frisse scholen klasse B en energieneutraal, en de daarbij horende budgetten door de raad zijn vastgesteld op basis van de denkrichtingen in het IHP. Het is aan het college en de schoolbesturen om de plannen binnen de kaders te realiseren. Er is in het IHP een gewenste fasering opgenomen. Scholen moeten een aanvraag indienen voor nieuwbouw of renovatie. Het is aan de raad of zij het investeringsbedrag vrijgeven. 7.
Hoe wordt er omgegaan met risico’s van onvoorziene omstandigheden; ofwel hoe hard kan dit bedrag gesteld worden en komen we niet voor verrassingen te staan? Zie antwoorden vragen 2, 3 en 4