CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen oordeelsvormende raadsvergadering 8 juni 2026.pdf

Besluitvormende Vergadering 25 juni 2026, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 10.: Verordening jeugdhulp Steenbergen.2.495 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen oordeelsvormende raadsvergadering 8 juni 2026 Spreektekst Stem0167 1. Betekent dit dat de vraag naar jeugdhulp in Steenbergen beneden het landelijk gemiddelde ligt? Antwoord: Uw vraag had betrekking op de zin in het raadsvoorstel van de Verordening Jeugd gemeente Steenbergen: “In onze jeugdhulpregio is het aantal PGB's (zeer) laag waardoor de impact beperkt zal zijn”. Landelijk en regionaal gezien ontvangt slechts een beperkt deel van de jeugdigen met jeugdhulp ondersteuning via een persoonsgebonden budget (PGB). Volgens cijfers van het CBS (https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2026/jeugdhulp-2025) maakt ongeveer 2,6% van de jeugdigen die jeugdhulp ontvangen gebruik van een PGB. Het merendeel van de jeugdhulp wordt verstrekt via zorg in natura (ZIN). De gemeente Steenbergen heeft op dit moment (peildatum 19-06-2026) 0 PGB’s op jeugd en ligt daarmee beneden het landelijk gemiddelde. 2. Welke mogelijkheden ziet het college om problemen eerder te signaleren en waar mogelijk te voorkomen? Antwoord: In lijn met de Hervormingsagenda Jeugd 2023–2028 en de door de gemeenteraad in januari 2026 vastgestelde regiovisie jeugd 2026–2030 ‘Handel alsof het je eigen kind is’, zet de gemeente al in op vroegsignalering, preventie en een versterkte samenwerking met onder andere het onderwijs.

Het doel is ondersteuningsvragen eerder te signaleren, problemen integraal en gezinsgericht aan te pakken en waar mogelijk de inzet van zwaardere vormen van jeugdhulp te voorkomen. Aan de regiovisie jeugd is een meerjarige uitvoeringsagenda gekoppeld, inclusief een lokale uitwerking. Deze meerjarige uitvoeringsagenda wordt eind 2026 ter informatie aan de gemeenteraad aangeboden en geeft inzicht in de wijze waarop de ambities uit de regiovisie worden gerealiseerd. Daarnaast hebben diverse lokale ontwikkelingen van de afgelopen jaren, zoals de inzet van het Team Samen Scheiden en het Ernaartoe-team, bijgedragen aan het versterken van preventie, vroegsignalering en passende ondersteuning. 3. Hoe houdt het college zicht op de veiligheid van jongeren die gebruikmaken van jeugdhulp? Antwoord: Toezicht op de kwaliteit en veiligheid van jeugdhulpaanbieders is in eerste instantie belegd bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Daarnaast monitort de gemeente de uitvoering regionaal via contractmanagement, periodieke gesprekken met aanbieders, meldingen van calamiteiten en geweldsincidenten, kwaliteitsrapportages en signalen vanuit de toegang en samenwerkingspartners. Wanneer sprake is van veiligheidsrisico's voor een jeugdige wordt gehandeld volgens de geldende wettelijke kaders en samenwerkings- en contractafspraken met betrokken organisaties. 4.

Hoe worden signalen van onveiligheid opgepakt en meegenomen in toezicht, kwaliteitsverbetering en evaluatie van aanbieders? Antwoord: Binnen de overeenkomsten voor laagcomplexe en hoogcomplexe jeugdhulp, pleegzorg en woonzorg is vastgelegd dat jeugdhulpaanbieders primair verantwoordelijk zijn voor het waarborgen van de veiligheid van jeugdigen en het tijdig signaleren, melden en

opvolgen van signalen van onveiligheid. Daarbij zijn aanbieders verplicht incidenten, geweldsincidenten en calamiteiten direct te melden aan de gemeente en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), inclusief de daarvoor relevante informatie. Ook rust op individuele professionals een eigen verantwoordelijkheid om te handelen volgens de geldende professionele normen en standaarden. Voor SKJ- en BIG-geregistreerde professionals betekent dit onder meer dat zij de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling toepassen en waar nodig passende vervolgstappen zetten. Daarnaast worden bevindingen van de toezichthouder (IGJ) betrokken bij de beoordeling van aanbieders en kunnen deze aanleiding geven tot maatregelen binnen de contractrelatie. De regio gebruikt deze signalen, samen met kwaliteitsdata en monitoringinformatie, voor sturing, toezicht en het gesprek met aanbieders over verbetering van de kwaliteit van zorg. 5. Hoe houdt het college zicht op de ervaringen en klachten van jongeren die gebruikmaken van jeugdhulp? Antwoord: Binnen de overeenkomsten is geborgd dat aanbieders verplicht zijn een klachtenregeling te hebben en jeugdigen en ouders hierover te informeren. Daarnaast houden we zicht via monitoring en verantwoording. Aanbieders zijn contractueel verplicht om kwaliteitsdata, waaronder doelrealisatie te meten.

Jeugdhulpregio WBW vraagt daarnaast actief informatie op, zoals jaarverslagen, auditrapportages en verslaglegging van cliëntenraden en betrekt dit in het gesprek met aanbieders over kwaliteit en verbeteringen. Tot slot is vastgelegd dat gemeente en aanbieder elkaar actief informeren over relevante ontwikkelingen en signalen die nodig zijn voor de uitvoering van de jeugdhulp. 6. Hoe is het toezicht geregeld op instellingen waarin jeugdige Steenbergenaren verblijven, wanneer deze buiten de gemeente zijn gevestigd?

Antwoord: Binnen de overeenkomsten is geen onderscheid gemaakt tussen aanbieders binnen of buiten de gemeente. Alle gecontracteerde aanbieders vallen onder hetzelfde toezicht- en verantwoordingskader van de jeugdhulpregio West-Brabant West. Dit betekent dat aanbieders – ongeacht hun vestigingsplaats – verplicht zijn om: •

te voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen en professionele standaarden;

•

incidenten en calamiteiten te melden bij zowel de gemeente als de toezichthouder (zoals de IGJ);

•

relevante informatie te delen met de gemeente voor toezicht en uitvoering van de jeugdhulp.

Daarnaast worden aanbieders gevolgd via de reguliere monitoring: •

aanlevering van kwaliteitsdata (o.a. doelrealisatie);

•

gebruik van het berichtenverkeer en dashboards voor inzicht in prestaties

•

periodieke gesprekken in het kader van contractmanagement.

Aanvullend geldt dat signalen die wij vanuit contractmanagement opvangen, proactief worden gedeeld en besproken wanneer daar aanleiding toe is en dat hierover ook altijd gericht kan worden bevraagd.

7. En hoe wordt geborgd dat jongeren, ouders en verzorgers weten waar zij terecht kunnen wanneer zij zorgen hebben over de geboden hulp, over hun veiligheid of over vrijheidsbeperkingen? Antwoord: Binnen de overeenkomsten is geborgd dat aanbieders verplicht zijn om jeugdigen en ouders voorafgaand aan de hulp te informeren over belangrijke onderwerpen, waaronder de klachtenregeling en de mogelijkheden voor ondersteuning. Daarnaast moeten aanbieders beschikken over een klachtenregeling en ervoor zorgen dat jeugdigen toegang hebben tot een onafhankelijke cliëntvertrouwenspersoon, die hen kan ondersteunen bij vragen, zorgen of klachten over de geboden hulp. Ook zijn aanbieders gehouden om te werken volgens geldende professionele standaarden en meldcodes, waaronder de meldplicht voor calamiteiten en de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit draagt eraan bij dat signalen over veiligheid en mogelijke onwenselijke situaties tijdig worden herkend en opgepakt. 8. Graag horen wij daarom van het college hoe wordt voorkomen dat verantwoordelijkheden vervagen binnen de regionale samenwerking en hoe de raad voldoende zicht houdt op kwaliteit, veiligheid en resultaten.

Antwoord: Het college voorkomt dat verantwoordelijkheden binnen de regionale samenwerking vervagen door heldere afspraken over rollen, taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen gemeenten binnen de jeugdhulpregio West-Brabant West en de andere samenwerkingspartners zoals Veilig Thuis. Daarbij blijft iedere gemeente verantwoordelijk voor haar wettelijke taken en de lokale sturing op de uitvoering van de jeugdhulp. De gemeenteraad wordt naast de gebruikelijke momenten ook tussentijds geïnformeerd over ontwikkelingen. Op deze wijze behoudt de raad zicht op de resultaten en kan zij haar kaderstellende en controlerende rol adequaat vervullen. Spreektekst PVV 1. Taaleis PGB: Wordt taalvaardigheid bij elke pgb-aanvraag standaard getoetst, en zo ja — hoe? Antwoord: Bij elke pgb-aanvraag wordt beoordeeld of de budgethouder of diens vertegenwoordiger in staat is de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de taalvaardigheid, voor zover deze noodzakelijk is voor het begrijpen van rechten, plichten, overeenkomsten en de administratie van het pgb. De beoordeling vindt plaats tijdens het aanvraagproces aan de hand van gesprekken, de aangeleverde informatie en de mate waarin de aanvrager de verantwoordelijkheden die horen bij het pgb kan uitvoeren.

Wanneer de taalvaardigheid onvoldoende is, kan een vertegenwoordiger of ondersteuner worden ingezet die deze taken op adequate wijze kan vervullen. 2. Controle aan de poort (artikel 7 controle vreemdelingendocumenten): Hoe garandeert het college dat de rechtmatigheidscontrole consequent wordt uitgevoerd? Antwoord: Het college borgt een zorgvuldige controle aan de poort door bij iedere aanvraag te toetsen of de jeugdige rechtmatig in Nederland verblijft en daarmee in aanmerking komt

voor ondersteuning op grond van de Jeugdwet. Hierbij worden, conform de wettelijke voorschriften, de relevante identiteits- en verblijfsdocumenten gecontroleerd en vastgelegd in het dossier. Medewerkers werken volgens vastgestelde procedures en werkinstructies om deze controle op een uniforme wijze uit te voeren. Door deze toetsing structureel onderdeel te laten zijn van het aanvraagproces wordt het risico op oneigenlijk gebruik beperkt en wordt geborgd dat jeugdhulp terechtkomt bij inwoners die hier recht op hebben. 3. Vaktherapie: Erkent het college dat uitsluiting bij lichte klachten kan leiden tot zwaardere zorg later, en wat gaat het college daaraan doen? Antwoord: Het college onderschrijft het belang van tijdige en passende ondersteuning om te voorkomen dat problemen verergeren. Artikel 13 van de verordening regelt dat vaktherapie vanuit de Jeugdwet wordt ingezet wanneer deze noodzakelijk is als onderdeel van een multidisciplinaire behandeling bij complexe of meervoudige problematiek. Voor jeugdigen met enkelvoudige problematiek wordt eerst gekeken naar andere passende voorzieningen. Het college blijft monitoren of jeugdigen tijdig passende ondersteuning ontvangen en of de afbakening tussen de Jeugdwet en de Zorgverzekeringswet in de praktijk niet leidt tot ongewenste effecten.

Indien tijdens de uitvoering blijkt dat jeugdigen hierdoor onvoldoende worden geholpen of dat zwaardere zorg daardoor juist vaker nodig is, zal het college dit betrekken bij de evaluatie van het beleid. 4. Wat doet het college als een zorgverzekeraar lichte hulp niet vergoedt en ouders dit niet kunnen betalen? Antwoord: Het college beoordeelt iedere hulpvraag individueel. Wanneer een zorgverzekeraar bepaalde hulp niet vergoedt, betekent dit niet automatisch dat noodzakelijke ondersteuning achterwege blijft. Indien uit het onderzoek blijkt dat een jeugdige is aangewezen op jeugdhulp en er geen passende, voorliggende voorziening beschikbaar is, beoordeelt het college welke ondersteuning nodig is om een gezond en veilig opgroeien te waarborgen. 5. Artikel 32 verplicht het college lopende dossiers te herbeoordelen. Hoeveel dossiers betreft dit, op welke termijn worden deze afgerond, en hoe wordt voorkomen dat kwetsbare jeugdigen onnodig lang wachten? Antwoord: Artikel 32 bevat geen verplichting om alle lopende dossiers opnieuw te beoordelen. De overgangsbepaling regelt juist dat bestaande voorzieningen onder de Verordening Jeugdhulp gemeente Steenbergen 2019 doorlopen totdat het college een nieuw besluit heeft genomen.

Daarnaast geeft artikel 32, vierde lid, het college de bevoegdheid om bestaande besluiten in bepaalde situaties te herzien, bijvoorbeeld op verzoek van het gezin of jeugdige. Op dit moment is daarom geen sprake van een generieke herbeoordeling van alle lopende dossiers. Indien een heronderzoek plaatsvindt, gebeurt dit zorgvuldig en met oog voor de continuïteit van ondersteuning, zodat jeugdigen niet onnodig lang hoeven te wachten of zonder passende hulp komen te zitten. Spreektekst Progressief Samen 1. Heeft de gemeente de plicht tot b.v. het doen van een melding in dergelijke situatie?

Antwoord: Indien er ernstige zorgen bestaan over de veiligheid of ontwikkeling van een jeugdige, beoordeelt de gemeente welke vervolgstappen noodzakelijk zijn. Afhankelijk van de aard en ernst van de signalen kan dit leiden tot nader onderzoek, overleg met betrokken professionals, een melding bij Veilig Thuis of het inschakelen van de Raad voor de Kinderbescherming. Er bestaat niet in alle gevallen een automatische meldplicht, maar wel de verantwoordelijkheid om signalen van onveiligheid zorgvuldig te beoordelen en zo nodig passende maatregelen te treffen ter bescherming van de jeugdige (Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling). 2. In hoeverre zijn de jeugdprofessionals vrij hun werk uit te voeren zonder ook meteen de gedachte aan beperkt budget in het achterhoofd te hebben? Hoe groot is het verloop onder de jeugd professionals en wat is de reden hiervan? Antwoord: Jeugdprofessionals worden geacht hun professionele afwegingen te maken op basis van de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en het gezin. Daarbij staat het bieden van passende hulp centraal. Tegelijkertijd heeft het college de verantwoordelijkheid om publieke middelen doelmatig en rechtmatig in te zetten. Dit betekent dat bij de keuze voor ondersteuning wordt gekeken naar wat passend, noodzakelijk en effectief is, binnen de kaders van de wet en het gemeentelijk beleid.

Binnen de jeugdhulpregio West-Brabant West (WBW) wordt gewerkt met een regionaal contract voor de inzet van jeugdprofessionals binnen de 9 samenwerkende gemeenten. Ten aanzien van het verloop onder jeugdprofessionals geldt dat het college de personele bezetting en continuïteit van dienstverlening lokaal monitort. Personeelsverloop heeft verschillende oorzaken, zoals persoonlijke omstandigheden, verandering van baan etc. Het college zet zich in voor een stabiele bezetting en het behoud van deskundige medewerkers, zodat de continuïteit en kwaliteit van de ondersteuning zoveel mogelijk worden gewaarborgd. 3. Hoeveel mensen staan er momenteel op de wachtlijst in Steenbergen? Hoelang moeten mensen wachten op hulp? Hoe kan de communicatie richting inwoners van Steenbergen over het waarom van de wachtlijst transparanter gemaakt worden? Antwoord: Wachttijden binnen de jeugdhulp kunnen op verschillende momenten in het proces ontstaan. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen de toegang tot jeugdhulp (wachttijd tot besluitvorming) en de wachttijden bij zorgaanbieders na toewijzing van de hulp. De aard en omvang van deze wachttijden verschillen per hulpvorm, aanbieder en ondersteuningsvraag en zijn voortdurend in ontwikkeling. Jeugdhulp wordt daarnaast regionaal ingekocht.

Dit betekent dat de gemeente Steenbergen geen afzonderlijke wachttijden kent die specifiek gelden voor inwoners van Steenbergen. Wachttijden zijn onder andere afhankelijk van de beschikbare capaciteit bij regionale zorgaanbieders en de keuze van het gezin. In laagcomplexe zorg zijn bijvoorbeeld meerdere zorgaanbieders beschikbaar die dezelfde soort hulpvraag kunnen oppakken. De wens van ouders en jeugdigen bepalen dan welke zorgaanbieder het wordt (bv voorkeur voor een aanbieder in eigen woonplaats). De zorgaanbieders zijn aan de voorkant transparant over hun wachttijd. De jeugdhulpregio WBW monitort de beschikbaarheid van jeugdhulp en heeft hierover regelmatig overleg met regionale partners en aanbieders. Voor bepaalde specialistische

vormen van jeugdhulp is het aanbod bovendien zeer beperkt, zoals bij landelijke specialistische voorzieningen (bijvoorbeeld binnen de LTA-zorg1). Dit kan ertoe leiden dat wachttijden langer zijn vanwege de schaarste aan gespecialiseerde aanbieders. Waar wachttijden optreden wordt, waar mogelijk, gezocht naar passende alternatieven of overbrugging. 4. Welke anderen programma`s worden ingezet anders dan de huidige waar al ervaring mee is? Hoe wordt geborgd dat nieuwe programma`s effectief (wetenschappelijk) bewezen zijn? Antwoord: Binnen de jeugdhulp wordt ingezet op preventie en vroegsignalering als structureel onderdeel van de transformatie van het jeugdstelsel. Dit sluit aan bij de Regiovisie Jeugdhulp 2026–2030 van de jeugdhulpregio West-Brabant West en de landelijke Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028. Hierin staat de beweging naar de voorkant centraal: het versterken van de pedagogische basis, het eerder signaleren van problematiek en het verminderen van de instroom in zwaardere vormen van jeugdhulp. Hierop wordt ook ingezet vanuit de jeugdgezondheidszorg met programma’s als Voorzorg en Stevig ouderschap en de samenwerking met het onderwijs. Daarnaast is er in het kader van Integraal Zorgakkoord (IZA) een regionale coalitie Kansrijke Start opgezet.

Dit is een integrale samenwerking tussen partijen uit het medische, sociale en preventieve domein rondom (potentieel) kwetsbare kinderen. Er wordt daarbij gewerkt aan het versterken van de verbinding tussen onder meer geboortezorg, ziekenhuizen, jeugdgezondheidzorg, huisartsen en gemeenten. Bij de keuze voor nieuwe programma’s geldt als uitgangspunt dat zij effectief bewezen zijn. Daarbij wordt gebruikgemaakt van landelijke kennis en inzichten, onder meer via het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) en de Nederlandse Jeugdautoriteit. Daarnaast wordt op dit moment gewerkt aan een stevig lokaal team (SLT) waarbij gekeken wordt naar de ondersteuningsbehoeften van jeugdigen en gezinnen in de gemeente Steenbergen om te bepalen welke andere programma’s mogelijk aansluiten op reeds bestaande programma’s.

1

LTA-zorg (Landelijk Transitiearrangement) betreft hoogspecialistische jeugdhulp die vanwege de beperkte omvang en specialistische aard landelijk is gecontracteerd. Het gaat om zorg voor jeugdigen met zeer complexe problematiek. Onder LTA-zorg vallen onder meer specialistische jeugd-GGZ, forensische zorg en behandeling van jeugdigen met complexe meervoudige problematiek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1845/documents/22859