CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen dhr Verbeek over de belastingverordeningen 2022.pdf

Besluitvormende Vergadering 23 december 2021, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 08.: Belastingverordeningen 2022.1.555 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderstaand ontvangt u de antwoorden op de technische vragen inzake de Belastingverordeningen 2022 die namens de fractie van de VVD zijn gesteld. Bouwleges 1. Is het juist dat de leges welke geheven worden vanuit de gemeente kostendekkend dienen te zijn? Antwoord: Het uitgangspunt is dat de leges kostendekkend zijn. Er wordt overigens niet per aanvraag bekeken of met het bedrag dat is verschuldigd de leges kostendekkend zijn. Uitgangspunt is dat van alle tarieven gezamenlijk de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. 2. Is bij U ook de laatste informatie dat de Wet Kwaliteitsborging ingaat per 1 juli 2022? Antwoord: De laatste informatie die wij hebben is dat de Wet Kwaliteitsborging (afgekort WKB) gelijktijdig met de omgevingswet, 1 juli 2022, in werking treedt. Verwachting is dat in april/mei 2022 meer duidelijkheid komt of vastgehouden wordt aan de inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2022 of dat er uitstel komt. 3. Is bij U bekend wat de effecten zijn op het heffen van leges voor de gemeente Steenbergen bij de invoering van de Wet Kwaliteitsborging? Zo ja, zouden wij deze mogen ontvangen? Antwoord: De exacte effecten van de WKB op de leges is in onderzoek. Dit gebeurt in de vorm van een WKB impactanalyse. Deze analyse heeft tot doel om de gevolgen van de WKB goed in beeld te krijgen om vervolgens keuzes te maken hoe daarmee om te gaan.

Deze analyse wordt uitgevoerd als onderdeel van de implementatie van de Omgevingswet. Daar maakt de WKB integraal onderdeel van uit. De resultaten van de impactanalyse worden betrokken bij de nog op te stellen legesverordening onder de Omgevingswet. Omdat de impactanalyse nog niet geheel is afgerond, is het nog niet mogelijk om de impact op de leges met uw u te delen. Verwachting is wel dat de WKB van invloed is op de leges. Er gaan immers werkzaamheden van de gemeente over naar de private markt. Het gaat dan om de technische toets van eenvoudige bouwwerken. Het wegvallen van taken en werkzaamheden betekent in principe dat die kosten niet meer worden doorgerekend aan een aanvrager omdat we de werkzaamheden ook niet meer uitvoeren aangezien het uitgangspunt is dat we kostendekkend werken. Overigens is in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing wel gewezen op het risico dat kosten niet in hetzelfde tempo kunnen worden afgebouwd dan het wegvallen van de inkomsten. 4. Is bij U bekend wat de Wet Kwaliteitsborging voor invloed heeft op personele bezetting? Zo ja, zouden wij deze mogen ontvangen? Antwoord: De exacte invloed van de WKB op de personele bezetting is nog niet bekend. Dit is mede onderdeel van de impactanalyse zoals genoemd in de reactie op vraag 3.

Het is wel duidelijk dat de Omgevingswet invloed heeft de werkzaamheden en taken van de gemeente en daarmee van invloed is op de personele bezetting. De gevolgen hiervan worden in

combinatie met de Omgevingswet in beeld gebracht om vervolgens keuzes te maken hoe hier invulling aan te geven. 5. Is bij U bekend of onder de Wet Kwaliteitsborging kosten gemaakt dienen te worden welke niet verhaald kunnen worden vanuit de leges? Zo ja waar worden deze kosten door gedekt? Antwoord: De komst van de WKB in combinatie met de Omgevingswet zorgt voor een complete heroverweging van de huidige werkwijze op het gebied van het fysieke domein, van beleidsvorming tot aan de vergunningverlening en toezicht hierop. Tevens zullen nog (beleidsmatige) keuzes moeten worden gemaakt welke van invloed zijn op de werkwijze en daarmee de kosten en uiteindelijk de leges. Hierbij is het uitgangspunt dat de leges kostendekkend zijn voor wat betreft de vergunningverlening. 6. Wordt de omvang van de taken van de gemeente minder bij de invoering van de Wet Kwaliteitsborging? Antwoord: Met de WKB vallen een aantal taken weg bij de gemeente. Het gaat dan om de technische toets van eenvoudige bouwwerken. Op dat onderdeel vermindert de omvang van de taak van de gemeente als vergunningverlener. Tegelijkertijd wijzigt het vergunningsverleningsproces als ook de toezicht,- en handhavingstaken. Er vindt daarmee een verschuiving plaats waarbij de rol van de gemeente in het kader van toezicht en handhaving mogelijk toeneemt. Het effect hiervan is onderdeel van de impactanalyse. 7.

Dienen de initiatiefnemers, welke onder de WkB hun vergunning hebben gekregen, gekwalificeerde kwaliteitsborgers aan te trekken / opdracht te geven voor de inhoudelijke toetsing van de inhoud wat uitgevoerd wordt/is? Antwoord: De initiatiefnemer moet aan de gemeente melden welk instrument wordt toegepast en welke kwaliteitsborger toeziet op de bouw. De opdracht hiervoor (en daarmee de kosten die hiermee gemoeid zijn) komen voor rekening van de initiatiefnemer. Tevens moet de initiatiefnemer een risicobeoordeling en een borgingsplan overleggen. Daarvoor schakelt de initiatiefnemer de kwaliteitsborger in. De gemeente heeft hier verder geen rol in. De gemeente is en blijft echter wel het bevoegd gezag voor de vergunningverlening en handhaving en kan als de risicobeoordeling en/of het borgingsplan inhoudelijk niet in orde zijn of ingeval de bouwwerkzaamheden niet volgens die documenten worden uitgevoerd, handhavend optreden. 8. Zijn er reeds pilot projecten uitgevoerd als voorbereiding op de Wkb? Antwoord: De WKB is een wet die al langere tijd wordt voorbereid. In 2016 heeft de gemeente Steenbergen een pilot project uitgevoerd samen met de Kok Bouwgroep. Het ging toen om 17 woningen, project Nieuw Eeckelenbergh. Recent zijn binnen Steenbergen geen andere pilot projecten uitgevoerd.

OZB 1. Wat is de totale opbrengst van de OZB over de jaren 2018, 2019, 2020 en 2021 en wat is de te verwachten opbrengst over de jaren 2022, 2023, 2024 en 2025 en dit gesplitst naar OZB woningen en OZB niet woningen? Antwoord: Soort

Jaar

OZB woningen

Opbrengst 2018

Bron

2.743.000 Jaarrekening 2018

OZB niet-woningen

2018

1.671.000 Jaarrekening 2018

OZB woningen

2019

2.840.000 Jaarrekening 2019

OZB niet-woningen

2019

1.797.000 Jaarrekening 2019

OZB woningen

2020

2.935.000 Jaarrekening 2020

OZB niet-woningen

2020

1.903.000 Jaarrekening 2020

OZB woningen

2021

3.003.000 Begroting 2021

OZB niet-woningen

2021

2.003.000 Begroting 2021

OZB woningen

2022

3.044.000 Begroting 2022

OZB niet-woningen

2022

2.098.000 Begroting 2022

OZB woningen

2023

3.054.000 Begroting 2022

OZB niet-woningen

2023

2.098.000 Begroting 2022

OZB woningen

2024

3.054.000 Begroting 2022

OZB niet-woningen

2024

2.098.000 Begroting 2022

OZB woningen

2025

3.054.000 Begroting 2022

OZB niet-woningen

2025

2.098.000 Begroting 2022

2. Over hoeveel objecten is of wordt in elk van deze jaren OZB geheven, wederom gesplitst naar woningen en niet-woningen? Antwoord: Soort object woning

Jaar

Aantal 2018

10198

niet-woning

2018

1435

woning

2019

11157

niet-woning

2019

1458

woning

2020

11289

niet-woning

2020

1477

woning

2021

11327

niet-woning

2021

1514

woning

2022

11395

niet-woning

2022

1594

Rioolheffing 1. Wat is de specificatie van de achteruitgang van de voorziening rioolbelasting over de jaren 2018 tot en met 2025, met voor de jaren 2018 t/m 2021 de werkelijke cijfers en voor de jaren 2022 t/m 2025 de ramingen? Deze vraag zou overigens al schriftelijk worden beantwoord vanuit de oordeelvormende vergadering. Antwoord: De werkelijke cijfers gebaseerd op de jaarrekeningen: 01-01-2018 € 1.568.000 01-01-2019 € 1.513.000 01-01-2020 € 1.573.000 01-01-2021 € 1.578.000 Het verdere verloop van de voorziening is voor het laatst opgesteld bij de begroting 2022. In deze begroting vertoont de voorziening het volgende verloop: 01-01-2022 € 1.007.000 01-01-2023 € 743.000 01-01-2024 € 674.000 01-01-2025 € 605.000 01-01-2026 € 536.000 Zoals aangegeven in het raadsvoorstel belastingverordeningen 2022 volgt de raming van de voorziening riolering het vastgestelde VGRP. Voor de jaren 2022 en 2023 zijn de juiste bedragen vermeld als onttrekking. Voor de jaren 2024 en 2025 is het bedrag nog niet aangepast aan het huidige VGRP. Omdat het VGRP eindigt eind 2023 zijn de “oude” bedragen uit de meerjarenschijf gehandhaafd. Deze systematiek passen met ingang van de volgende begroting niet meer toe. Het VGRP is voor de gehele periode van de meerjarenraming leidend.

In de jaren 2024 en 2025 is in de begroting een onttrekking opgenomen van jaarlijks € 69.181, terwijl het VGRP voor zowel 2024 als 2025 een storting voorziet van respectievelijk € 117.441 en € 126.707. Het geraamde saldo per einde 2025 ligt dus hoger dan vermeld in de huidige begroting 2022 en moet zijn € 918.000. Het aangepaste verloop van de voorziening: 01-01-2022 € 1.007.000 01-01-2023 € 743.000 01-01-2024 € 674.000 01-01-2025 € 791.000 01-01-2026 € 918.000 Uiteraard worden de saldi in de eerstvolgende begroting gecorrigeerd. Interessanter zijn de werkelijke bedragen van de voorziening zoals die in de jaarrekening terecht komen. Dat geeft het werkelijke beeld van de exploitatie en daarmee ok de stand van de voorziening. Hieruit blijkt dat de werkelijke situatie substantieel kan afwijken van de raming. In dat geval is het belangrijk een tussenevaluatie uit te voeren en waar nodig bijstellingen te doen.

Algemene vraag 1. Stel dat de Belastingverordening niet goedgekeurd zou worden door de raad, kan de gemeente dan in 2022 belasting heffen? Antwoord: Met het vaststellen van een verordening wordt de verordening van het voorgaande jaar ingetrokken. Indien een bepaalde belastingverordening dus niet goedgekeurd zou worden door de raad, dan blijft voor die belastingsoort de verordening van 2021 van kracht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1478/documents/16606