Beantwoording technische vragen dhr. Huisman uitzonderingen OZB.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen dhr. Huisman over uitzonderingen binnen de OZB
Op de heffing van de onroerendzaakbelasting (OZB) zijn uitzonderingen die zoals ik ze lees wat vragen bij mij oproepen; Artikel 4, eerste lid, punt a: “ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken” Artikel 4, eerste lid, punt b: “glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond;” Artikel 4, eerste lid, punt c: “onroerende zaken die in hoofdzaak bestemd zijn voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen als woning;” Artikel 4, eerste lid, punt j: “onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs;”
Algemene inleiding De onroerendezaakbelasting (OZB) wordt geheven op basis van de WOZ-waarde van onroerende zaken. Binnen deze systematiek bestaan verschillende soorten vrijstellingen die bepalen of een object geheel of gedeeltelijk buiten de heffing valt. Er zijn drie categorieën:
Waarderingsvrijstellingen Deze vrijstellingen gelden bij de vaststelling van de WOZ-waarde. Bepaalde onderdelen van een object worden niet meegeteld in de waarde die als grondslag dient voor de OZB. Een voorbeeld is cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt gebruikt voor landbouw of bosbouw.
Verplichte heffingsvrijstellingen Dit zijn vrijstellingen die gemeenten op grond van de Gemeentewet en de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet WOZ verplicht moeten toepassen. Voorbeelden zijn gebouwen bestemd voor openbare eredienst, gemeentelijke panden voor publieke dienst en glasopstanden voor teelt van gewassen.
Facultatieve heffingsvrijstellingen Gemeenten hebben daarnaast beleidsvrijheid om in hun verordening extra vrijstellingen op te nemen. Denk hierbij aan sportaccommodaties, maatschappelijke instellingen of zorginstellingen. Deze vrijstellingen zijn niet wettelijk verplicht, maar kunnen lokaal worden toegepast om maatschappelijke doelen te ondersteunen.
1. Lezen we in punt a en b goed, dat er geen OZB verschuldigd is over de grond die gebruikt wordt voor landbouw? Antwoord: Ja, dat klopt. Bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond ten behoeve van land- of bosbouw is vrijgesteld van OZB.
- EN –
2. Wanneer er een kas op de grond wordt geplaatst, maar de teelt niet in de volle grond staat, maar bijvoorbeeld op een tafel plaatsvindt er ook geen OZB verschuldigd is over de kas? •
•
•
•
Zo ja, waarom, is dit een regel vanuit de gemeente Steenbergen, de provincie, het Rijk of de EU? Antwoord: Dit is een landelijke regeling (Gemeentewet en Wet WOZ). Zo ja, in verband met waardedaling van glasopstanden over tijd (afschrijving)? o Deze zijn voor de ondernemer sowieso al verdisconteerd in de winst, door middel van afschrijving op het goed. Afschrijving zijn kosten in de boekhouding, en kosten gaan voor de winst. Antwoord: Cultuurgrond werd vrijgesteld bij de invoering van de ozb in 1970 omdat de agrarische sector al veel bijdroeg aan waterschappen. Tegenwoordig valt er veel te zeggen om de vrijstelling af te schaffen: https://www.binnenlandsbestuur.nl/financien/bouwen-enwonen/geen-redenen-meer-voor-ozb-vrijstelling-cultuurgrond ). Dit is echter landelijke politiek waar de gemeente geen invloed op heeft. Zolang de vrijstelling in de wet staat, moet deze toegepast worden. Zo ja, is er hiermee sprake van financiële steun aan de ondernemer door de overheid simpel gezegd ‘staatssteun’? En is deze toegestaan? Antwoord: zie bovenstaand antwoord.
Zo ja, wat is het onderscheid tussen het gebruiken van de ondergrond voor teelt, en het plaatsen van een onroerend goed op deze zelfde ondergrond, maar de teelt die in de boven de ondergrond plaats vindt? Antwoord: De vrijstelling ziet op het gebruik van cultuurgrond en glasopstanden voor teelt, ongeacht of de ondergrond als voedingsbodem dient. o Betekend dit ook dat wanneer een burger een kas op eigen grond zet, en de opbrengsten uit die kas verkoopt/verruilt of anderszins hier handel mee drijft, die een verlaging van de OZB kan verwachten naar rato van de oppervlakte van deze kas? Antwoord: de vrijstelling is alleen van toepassing bij bedrijfsmatige exploitatie. Bijvoorbeeld een inschrijving bij de Kamer van Koophandel is hiervoor een indicatie.
o
Wanneer een ondernemer teelt heeft staan in de volle grond, met een kas er overheen, deze wel OZB over de grond en de kas moet betalen? Antwoord: ook bij dit voorbeeld is sprake van een vrijstelling voor de OZB, zolang de cultuurgrond bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd. ▪
Zo ja, wordt dit gecontroleerd, en hoe?
3. Lezen we in punt c goed, dat een kerk/moskee/sjoel/tempel e.d. geen OZB hoeft te betalen? Antwoord: Ja. Onroerende zaken die in hoofdzaak (>70%) bestemd zijn voor openbare eredienst of levensbeschouwelijke bezinningsbijeenkomsten zijn vrijgesteld van OZB. Bijvoorbeeld de woningdelen (pastorie) of andere besloten ruimtes vallen niet onder deze vrijstelling.
4. Lezen we in punt J goed, dat er geen OZB geheven wordt op panden waar een publieke dienst voor de gemeente in zit, tenzij daar in een school in gevestigd zit? Antwoord: ja, dit klopt. •
Betaalt een school/onderwijsinstelling OZB? Antwoord: De verordening OZB van de gemeente Steenbergen kent geen vrijstelling voor scholen, er worden dus gewoon aanslagen OZB opgelegd. In de wet op het primair onderwijs is echter geregeld dat scholen de aanslagen OZB niet zelf hoeven te betalen. Deze aanslagen bekostigt de gemeente. Dit geldt dus niet voor de middelbare scholen, die betalen de aanslagen OZB zelf.
•
Zo ja, waarom is dit onderscheid gemaakt? Antwoord: De keuze om geen OZB op te leggen voor onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente is een facultatieve keuze van de gemeente. Dit is geen verplichte vrijstelling. Waarom deze vrijstelling ooit is opgenomen in de verordening OZB is niet zo snel terug te vinden. Het zal echter te maken hebben met het voorkomen van interne lastenverschuiving en uit efficiëntie. Het nadrukkelijk benoemen dat deze vrijstelling niet geldt voor onderwijsinstellingen is slechts ter verduidelijking. Onderwijs is namelijk geen publieke taak van de gemeente, maar van het Rijk.
5. Zijn er meer uitzonderingen denkbaar? • Instellingen die iets doen voor het behoud van cultureel erfgoed. • Sportverenigingen • Maatschappelijke instellingen • Zorginstellingen • … Antwoord: De OZB is een belangrijke inkomstenbron voor gemeenten. Als te veel categorieën worden vrijgesteld, verschuift de belastingdruk naar andere groepen (bijvoorbeeld inwoners en bedrijven). De gemeente wil een brede belastinggrondslag behouden.
De verplichte vrijstellingen zijn beperkt tot objectieve categorieën (cultuurgrond, kerken, natuurterreinen, etc.). Voor maatschappelijke instellingen, sportverenigingen en zorginstellingen is geen landelijke verplichting. Gemeenten mogen wel facultatieve vrijstellingen opnemen, dat is een beleidskeuze.
In plaats van een vrijstelling kan een gemeente echter ook kiezen voor bijvoorbeeld subsidies, compensatieregelingen of huurkortingen bij gemeentelijke eigendommen. Dit geeft de gemeente flexibiliteit om maatwerk te bieden, zonder de uitvoering van de OZB te complex te maken. Genoemde voorbeelden zijn ook niet opgenomen in de modelverordening van de VNG.