Beantwoording aanvullende technische vragen kredietverstrekking nieuwbouw Dinteloord.pdf
Tekst van het document
1.
Hoe wordt de raad geïnformeerd en betrokken bij elke fase van het project? Wat is de rol van de raad in het beoordelen van voortgang, afwijkingen of bijstellingen? De raad heeft geen rol in het beoordelen van voortgang, afwijkingen of bijstellingen. Dat is de taak en bevoegdheid van het college. Het project kent vier fases: voorlopig ontwerp, definitief ontwerp, bouwvoorbereiding en bouwfase. Het college informeert de raad aan het eind van iedere fase met een raadsmededeling over de stand van zaken en de voortgang.
2.
Welke opleverdatum is momenteel voorzien voor de school, en welke onderbouwing ligt hieraan ten grondslag (zoals planning, aanbesteding of bouwtijd)? De globale planning op dit moment is een jaar voorbereidingstijd en een jaar bouwen. Er is nog geen gedetailleerde planning. Deze kan door de adviseurs worden opgesteld nadat het voorbereidingskrediet is afgegeven en het project door LPS kan worden gestart.
3.
Is het mogelijk een uiterste opleverdatum op te leggen? Op welke manier kan een uiterste opleverdatum contractueel of juridisch worden vastgelegd met het schoolbestuur of de uitvoerende partijen? Volgens de Verordening voorziening huisvesting onderwijs gemeente Steenbergen artikel 13 lid 1a treedt het college met het schoolbestuur in overleg over het tijdstip waarop het bouwplan en de begroting door de aanvrager moet worden ingediend. Er kan een uiterste opleverdatum worden afgesproken met LPS maar zowel de gemeente als LPS is er alles aangelegen om het nieuwe schoolgebouw zo snel mogelijk op te leveren. De planning van LPS is een jaar voorbereiding en een jaar bouwen. Dit betekent dat het nieuwe gebouw in de zomer van 2027 wordt opgeleverd. Onvoorziene omstandigheden waar de gemeente noch LPS grip op hebben, kunnen de opleverdatum vertragen. Dit kan o.a. voortkomen uit het flora en fauna onderzoek en uit eventuele bezwaren van omwonenden. Om deze risico’s te beheersen, wordt zo snel mogelijk het flora en fauna onderzoek opgestart zodat duidelijk wordt of er maatregelen genomen moeten worden. Voor de omwonenden worden regelmatig informatieavonden gehouden zodat zij kunnen participeren in het proces en eventuele bezwaren worden voorkomen. De gemeente is zowel in de projectgroep als in stuurgroep vertegenwoordigd.
Hierdoor is er zicht op de voortgang en de planning en kan waar nodig worden bijgestuurd.
4.
Hoe wordt bij dit project omgegaan met externe risico’s zoals netaansluiting en stikstofbelemmeringen? Welke alternatieve scenario’s zijn uitgewerkt voor het geval deze factoren tot vertraging of extra kosten leiden? Voor het ontwikkelen en realiseren van het schoolgebouw wordt door LPS een projectorganisatie ingericht met een stuurgroep, projectgroep en werkgroepen. De projectgroep stuurt het project aan met als taak het project binnen de kaders (budget, planning en kwaliteit) te realiseren. Om de risico’s te beheersen, wordt een risicoanalyse opgesteld waarop vervolgens wordt gestuurd. Het voornaamste risico wat er op dit moment is, is de mogelijke netcongestie. De beheersmaatregel is de aansluiting zo klein mogelijk houden (zo min mogelijk energieverbruik) en tijdig in overleg treden met netbeheerder. Met betrekking tot de stikstofproblematiek wordt over het algemeen aangenomen dat een bouwproject dat verder dan 10 km van een Natura 2000-gebied ligt, voldoet aan de eis van
0,00 mol/ha/jaar stikstofdepositie. De nieuwbouw ligt hemelsbreed meer dan 12 kilomeer van het Natura 2000-gebied Brabantse wal. Dit betekent dat de uitstoot van stikstof door het bouwproject geen significante negatieve invloed heeft op het Natura 2000-gebied. Echter, er zal altijd een berekening moeten worden gemaakt met de AERIUS-calculator om de exacte stikstofdepositie te bepalen. 5.
Waar is het bouwheerschap van het schoolbestuur concreet vastgelegd binnen het IHP of andere beleidskaders? Op welke wijze zijn de verantwoordelijkheden juridisch of beleidsmatig onderbouwd? Het bouwheerschap staat omschreven in de Wet op het primair onderwijs Artikel 103 en in de verordening voorziening huisvesting onderwijs gemeente Steenbergen in artikel 13, Overleg wijze van uitvoering. De bouwheer heeft de taak om het gebouw binnen de kaders (financieel, kwalitatief en kwantitatief) uit te werken. LPS heeft als bouwheer de afgelopen jaren onderstaande nieuwbouw in de regio gerealiseerd: Gummarus, gemeente Steenbergen; uitbreiding ENG Fortuna Hoogerheide; twee scholen, KDV, sportzaal, ENG MFA ST Maartensdijk; gemeente Tholen, twee scholen, bibliotheek, KDV, ENG LPS heeft een groene Pluim ontvangen (enige schoolbestuur in NL) op basis duurzaam gebouwbeheer.
6.
Op welke wijze is het college voornemens om alle nieuwe informatie – van vandaag tot en met de oplevering van het schoolgebouw – actief met de gemeenteraad te delen? Welke afspraken of momenten voorziet het college om dit structureel en tijdig te doen? Aan het eind van iedere fase (voorlopig ontwerp, definitief ontwerp, bouwvoorbereiding en bouwfase) wordt de raad door middel van een raadsmededeling geïnformeerd over de stand van zaken en de voortgang.
7.
Wat zijn de verwachte jaarlijkse exploitatiekosten voor een gebouw in Frisse Scholen Klasse A en Klasse B, specifiek toegespitst op dit project? Welke eigenschappen of installaties veroorzaken verschillen in energieverbruik, onderhoud of levensduur? De exploitatiekosten zijn nog niet (exact) te bepalen, omdat er nog geen plan is. De verwachting is dat de exploitatiekosten van klasse A rond de 10 – 15% hoger liggen dan klasse B. Het schoolbestuur krijgt voor de extra exploitatiekosten van het Rijk geen bekostiging en kan daardoor deze kosten niet dragen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het kwaliteitsverschil (prestaties leerlingen) bij B rond de 2% lager ligt dan bij A. Dit verschil is te klein om te kunnen spreken van prestatieverbetering en rechtvaardigt niet de extra investeringen voor klasse A. Een goed binnenklimaat en de prestaties van leerlingen is van meer factoren afhankelijk dan alleen de parameters die in het programma van eisen Frisse scholen staan. Het kantelpunt voor een gezond binnenklimaat ligt bij de grens van 26oC en 1.000ppm CO2. Klasse B heeft als bovengrens van 26oC en 950ppm. Adviesbureau INNAX adviseert daarom klasse B toe te passen maar wel aanvullend te isoleren, extra aandacht voor luchtdicht bouw, CO2 sturing per lokaal, regeling koeling en verwarming decentraal per lokaal met Paris Proof
als norm. Deze aanvullende maatregelen zijn voor het realiseren van een installatie-arm gebouw en daarmee energiebesparing. Onderstaand staan de extra maatregelen om van klasse B naar A te gaan: • Klasse A betekent meer zonnepanelen, de vraag is of je deze energie wel kan gebruiken, zeker met komende afschaffing saldering, netcongestie, ruimte op het dak. • Thermische Isolatie: Hele lage QV10 waarde, de vraag is of dat technisch haalbaar is, heeft wel de voorkeur gezien energieverbruik. Triple glas waarschijnlijk. Dikker isolatiepakket is sterk afhankelijk van bouwmethode of dit lukt, houtbouw of staalbouw discussie. • Energie efficiëntie: WTW moet 80% zijn, dus beperkte keuze in systemen, niet standaard. Verlichting moet naar 5w/m2, is haalbaar maar kostenverhogend. • Luchtverversing: 800 PPM is de ondergrens, is heel streng en brengt niet veel meer comfort dan klasse B. Lucht moet naar 43,2 M3/uur. Dus grote luchtbehandelingskasten, grote kanalen, impact op gebouwhoogte. Spuivoorziening moet 9 dm3/s/m2 dus grote te openen ramen. Filters zijn duurder door eis ePM1. • Temperatuur Winter: Ligt tussen 20 en 23 graden, lees hoger energieverbruik, waarschijnlijk vloerverwarming noodzakelijk omdat met alleen lucht dit niet lukt. Temperatuur Zomer: Veel hogere koel eis, lees meer energieverbruik, waarschijnlijk vloerkoeling noodzakelijk.
• Individuele beïnvloeding: Duurdere regeltechniek omdat iedere ruimte afzonderlijk regelbaar moet zijn. • Tocht: Lagere luchtsnelheden, lees bijna verplicht om luchtzakken te gebruiken, deze moeten jaarlijks worden gewassen, hogere exploitatiekosten. • Verlichting: Werkplek docent moet naar 750 lux, lees meer geïnstalleerd vermogen en hoger energieverbruik. Meer eisen aan armaturen dus duurder, geen standaard armatuur die je kan toepassen. • Daglicht: Hogere eisen, dus meer glas dus hoger energieverbruik om de warmte last door het glas te kunnen koelen. Helderheidswering: Strengere eisen aan binnen zonwering of buiten zonwering. • Geluidwering Gevel: Hogere eisen aan gevel. • Ruimteakoestiek: Hogere eisen nagalmtijd, dus geen standaard plafond maar akoestisch plafond. • Luchtgeluidisolatie: Hogere eisen aan lokalen onderling en naar leerpleinen. Aanvullende kierafdichting nodig, ontkoppeling van constructie etc. • Contactgeluid; Hogere eisen, dus ontkoppelde en zwevende vloeren in ruimten. • Energie: Verplichting om installatieonderdelen op kwartierdata te meten, dus dure tussenmeters en platform om uit te lezen en te rapporteren. • Lucht: Verplichting om CO2 concentratie elke 10 minuten te meten en meetgegevens een jaar te bewaren, lees dure regeltechniek.