CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

B - 26179 aanvullende technische vragen Lijst Verbeek

Besluitvormende Vergadering 24 september 2026, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 07.: Actualisatie woningbouwprogrammering 2026.4.007 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullende technische vragen Jos Verbeek Actualisatie woningbouwprogrammering 2026 1. Onderbouwing woningbouwopgave van 2.400 woningen Tijdens de beeldvormende vergadering is toegelicht dat de ambitie van 2.400 woningen tot 2040 mede samenhangt met de wens de gemiddelde leeftijd van de bevolking te verlagen en meer jongeren en jonge gezi nnen in de gemeente te huisvesten. a. Kunt U het concrete woningbehoefte- of demografische onderzoek verstrekken waarop het aantal van 2.400 woningen is gebaseerd? Antwoord: Het gaat hier om de actualisatie van de woningbouwprogrammering. De basis is gelegd in eerder genomen besluiten en is gebaseerd op verschillende documenten waaronder de regionale afspraken uit de Woondeal, provinciale prognoses en de daarvoor benodigde plancapaciteit inclusief de afgesproken overcapaciteit van 30%. Daarnaast zijn bevolkings - en huishoudensprognoses van het CBS betrokken bij de totstandkoming van de woningbouwambitie. b. Kan daarbij worden uitgesplitst welk deel van de behoefte voortkomt uit de huidige bevolking, huishoudensontwikkeling, migratie van buiten de gemeente en de gewenste aantrekking van jonge gezinnen? Antwoord: De woningbouwambitie is gebaseerd op een samenstel van prognoses, beleidsdoelstellingen en regionale afspraken. c.

Hoe verhouden de tijdens de vergadering genoemde aantallen van circa 60 woningen per jaar voor 20- tot 30-jarigen en circa 120 woningen per jaar voor gezinnen van 25 tot 40 jaar zich rekenkundig tot de totale opgave van 2.400 woningen? Antwoord: De genoemde aantallen zijn indicatief en geven richting aan de gewenste ontwikkeling van de woningvoorraad. 2. Van programmering naar daadwerkelijke realisatie U heeft aangegeven dat op basis van de huidige programmering wordt ingezet op circa 1.147 gerealiseerde woningen uiterlijk in 2030, terwijl de totale programmering 2.476 woningen omvat. a. Hoeveel woningen zijn per 1 september 2026 daadwerkelijk in aanbouw? Antwoord: De woningbouwprogrammering bevat geen afzonderlijk overzicht van het aantal woningen dat op 1 september 2026 feitelijk in aanbouw was. Dit cijfer maakt geen onderdeel uit van de vastgestelde woningbouwprogrammering. b. Hoeveel woningen behoren tot harde plancapaciteit en hoeveel tot zachte plancapaciteit? Antwoord: Dit is terug te vinden in de woningbouwprogrammering. c. Hoeveel van de 2.476 woningen verwacht het college op basis van de huidige stand van zaken daadwerkelijk vóór 2030 respectievelijk vóór 2040 opgeleverd te hebben? Antwoord: Op basis van de huidige woningbouwprogrammering is de inzet erop gericht om uiterlijk in 2030 circa 1.150 woningen te hebben gerealiseerd.

Voor de periode daarna wordt toegewerkt naar de volledige woningbouwambitie tot 2040. Omdat de programmering jaarlijks wordt geactualiseerd, kunnen aantallen en planningen in de tijd wijzigen. 3. Mondelinge en schriftelijke motivering Dinteloord-Zuidwest Tijdens de beeldvormende vergadering heeft de wethouder verklaard dat Dinteloord-Zuidwest wordt getemporiseerd omdat gelijktijdige ontwikkeling met andere projecten tot concurrentie bij de verkoop van woningen zou leiden. a. Is het voorkomen van concurrentie tussen woningbouwprojecten inderdaad een reden geweest om Dinteloord-Zuidwest te temporiseren? b. Zo ja, op welk onderzoek, welke verkoopcijfers of welke berekening van de opnamecapaciteit van de woningmarkt is deze conclusie gebaseerd? c. Indien geen kwantitatief onderzoek beschikbaar is, waarop is dan vastgesteld dat gelijktijdige ontwikkeling daadwerkelijk tot vertraging van de woningbouw zou leiden? A t/m C Antwoord: Zoals tijdens de beeldvormende en oordeelvormende raadsvergadering mondeling is beantwoord maakt de gekozen prioritering het mogelijk om de beschikbare capaciteit en middelen zo effectief mogelijk in te zetten. Daarbij ligt de focus op projecten die op dit moment de meeste perspectieven bieden voor een voortvarende realisatie van woningen, terwijl de ontwikkeling van Dinteloord-Zuidwest in beeld blijft. 4.

Hoeveel woningen kan de markt opnemen? Kunt U concreet aangeven hoeveel nieuwbouwwoningen volgens de gehanteerde prognoses jaarlijks door de woningmarkt kunnen worden opgenomen: a. voor de gemeente Steenbergen als geheel; b. per kern; c. uitgesplitst naar sociale huur, betaalbare koop/huur en vrije sector? Graag vermelden op welke gegevens of onderzoeken deze aantallen zijn gebaseerd. A t/m C Antwoord: De woningbouwprogrammering is gebaseerd op de woningbouwambitie, de Woondeal, regionale afspraken en de beschikbare plancapaciteit. Een kwantitatieve marktabsorptieanalyse maakt geen onderdeel uit van de woningbouwprogrammering. 5. De Pinas: overschot zonder onderzoek Tijdens de beeldvormende vergadering is verklaard dat bij ontwikkeling van Dinteloord-Zuidoost en Dinteloord-Noordoost zoveel woningen zouden worden gerealiseerd dat een overschot in Dinteloord ontstaat en dat daarom is geschrapt en getemporiseerd. In de schriftelijke beantwoording is vervolgens aangegeven dat geen afzonderlijk onderzoek is uitgevoerd waaruit blijkt dat behoud van De Pinas tot een overschot leidt. a.

Op welke concrete cijfers was de tijdens de beeldvormende vergadering uitgesproken verwachting van een overschot gebaseerd? Antwoord: De afweging is gebaseerd op het inzicht dat binnen Dinteloord inmiddels meerdere ontwikkellocaties beschikbaar zijn en dat daarmee voldoende woningbouwcapaciteit aanwezig is om invulling te geven aan de woningbouwopgave. b. Hoeveel woningen zou dat berekende overschot bedragen? Antwoord: Er is geen berekening opgesteld van een eventueel overschot. Er kan daarom geen concreet aantal woningen worden genoemd. c. Indien geen berekening of onderzoek bestaat, kan het college toelichten waarop de conclusie dat een overschot ontstaat dan is gebaseerd? Antwoord: De afweging is gebaseerd op de constatering dat binnen Dinteloord inmiddels meerdere ontwikkellocaties beschikbaar zijn en dat de benodigde woningbouwcapaciteit ook op andere locaties kan worden gerealiseerd. Hierdoor werd het niet noodzakelijk g eacht om ook de locatie De Pinas/de Hoeker binnen de woningbouwprogrammering te behouden. d. Kan worden aangegeven of de uitspraak tijdens de beeldvormende vergadering dat een overschot ontstaat nog steeds Uw standpunt is? Antwoord: Het standpunt van het college is dat binnen Dinteloord voldoende ontwikkellocaties beschikbaar zijn om invulling te geven aan de woningbouwopgave, waaronder woningen voor specifieke doelgroepen.

Het college baseert dit standpunt niet op een afzonderlijke b erekening van een overschot aan woningen, maar op de beschikbare woningbouwcapaciteit binnen de kern. 6. De Pinas: besluitvorming Uit de schriftelijke antwoorden blijkt dat geen afzonderlijk besluit is genomen om de woningbouwontwikkeling De Pinas definitief te beëindigen en dat voor de toekomstige invulling nog een nieuw raadsbesluit nodig is. a. Op basis van welk besluit is De Pinas dan uit de woningbouwprogrammering 2026 verwijderd? Antwoord: De locatie maakte onderdeel uit van de woningbouwprogrammering vanwege het voornemen om hier 16 flexwoningen te realiseren. Bij de actualisatie van de woningbouwprogrammering 2026 is voorgesteld deze ontwikkeling niet langer op te nemen, omdat de woningbouwopgave, waaronder woningen voor specifieke doelgroepen, ook op andere locaties kan worden gerealiseerd. Daarbij is van belang dat in 2025 een voorstel aan de raad is voorgelegd om de grondexploitatie aan te passen ten behoeve van de realisatie van 16 flex woningen. De raad heeft destijds niet ingestemd met deze voorgestelde wijziging. Tijdens de behandeling van dit voorstel zijn bovendien vanuit de omgeving bedenkingen geuit tegen de voorgenomen ontwikkeling.

Gelet op deze voorgeschiedenis en het feit dat de locatie niet noodzakelijk is voor het realiseren van de woningbouwopgave, is ervoor gekozen deze niet op te nemen in de woningbouwprogrammering 2026. b. Wie heeft dit besluit genomen en op welke datum? Antwoord: Op 28 augustus 2026 heeft het college besloten om de ‘Actualisatie woningbouwambitie 2026’ aan uw raad voor te leggen, waarin integraal inzicht wordt gegeven aan de woningbouwopgave. c. Kan de raad De Pinas bij de vaststelling van de woningbouwprogrammering opnieuw in de projectenlijst opnemen? Antwoord: De gemeenteraad is bevoegd om bij de vaststelling van de woningbouwprogrammering wijzigingen aan te brengen. Advies is om de locatie niet op te nemen. 7. Objectieve criteria voor temporisering en prioritering U geeft schriftelijk aan dat geen vooraf vastgestelde systematiek bestaat waarbij projecten vanwege concurrentie tussen ontwikkelaars worden gerangschikt. a. Bestaat er wel een schriftelijk afwegingskader voor het temporiseren, schrappen of prioriteren van woningbouwprojecten? b. Zo ja, kan dit voorafgaand aan de besluitvorming aan de raad worden verstrekt? c.

Zo nee, hoe kan de raad objectief controleren waarom het ene project wordt versneld en een ander project wordt getemporiseerd? A t/m C Antwoord: Prioritering vindt plaats op basis van een bredere afweging, waarbij onder meer wordt gekeken naar de kansrijkheid, voortgang, planologische haalbaarheid, eigendomssituatie, uitvoerbaarheid en verwachte doorlooptijd van projecten. Er is geen afzonderlijk schriftelijk afwegingskader vastgesteld voor het temporiseren, schrappen of prioriteren van woningbouwprojecten. De raad kan deze afweging beoordelen aan de hand van de woningbouwprogrammering, de daarin opgenomen projectinformatie en de bestuurlijke verantwoording door het college. 8. Steenbergen-Noord versus Steenbergen-West Steenbergen-Noord/Zelleput blijft volgens U kansrijk en de initiatiefnemer is niet afgehaakt. Toch krijgt Steenbergen -West prioriteit omdat daar naar verwachting eerder woningen gerealiseerd kunnen worden. a. Wat is de vroegst verwachte start bouw en eerste oplevering van Steenbergen -West? b. Wat zou zonder de huidige temporisering de vroegst verwachte start bouw en eerste oplevering van Steenbergen-Noord zijn geweest? c. Met hoeveel maanden of jaren wordt Steenbergen-Noord naar verwachting vertraagd door deze keuze? d.

Is een schriftelijke vergelijking van planning, haalbaarheid, risico's en kosten van beide locaties opgesteld? Zo ja, kan deze worden verstrekt? Antwoord A t/m D.: De gemeente voert voornamelijk een passief grondbeleid, waardoor initiatiefnemers en ontwikkelaars in belangrijke mate bepalend zijn voor de voortgang van projecten. De doorlooptijd van een project wordt onder meer beïnvloed door de voortgang van de planvo rming, de beschikbaarheid van onderzoeken, afstemming met betrokken partijen, marktomstandigheden en het doorlopen van procedures. Hierdoor kunnen op voorhand geen concrete uitspraken worden gedaan over de exacte start van de bouw of de eerste oplevering van woningen. Ook is niet objectief vast te stellen wanneer Steenbergen-Noord tot uitvoering zou zijn gekomen indien een andere prioritering was gekozen. Het college zet de beschikbare capaciteit in op projecten die op dat moment naar verwachting het meest kunnen bijdragen aan de woningbouwopgave. 9. Dinteloord-Noordoost als argument voor temporisering Dinteloord-Noordoost wordt gebruikt in de motivering om andere projecten te temporiseren, terwijl uit de schriftelijke beantwoording blijkt dat voor Noordoost nog geen concreet plan, woningaantal of planning is vastgesteld. a.

Hoe kan een project waarvan aantal woningen en planning nog onbekend zijn kwantitatief worden meegewogen bij de conclusie dat andere woningbouwprojecten moeten worden getemporiseerd? b. Met welk verondersteld aantal woningen voor Noordoost heeft U bij deze afweging gerekend? c. Welke veronderstelde start- en opleveringsjaren zijn daarbij gehanteerd? Antwoord A t/m C: Dinteloord NoordOost is opgenomen als potentiële woningbouwlocatie. Voor deze locatie zijn nog geen concrete plannen, woningaantallen, startdata of opleveringsjaren vastgesteld. De locatie is daarom niet kwantitatief meegenomen in berekeningen over woninga antallen of planning. De opname is gebaseerd op de wenselijkheid van de ontwikkeling van de locatie zoals opgenomen in het coalitieakkoord en de woningbouwprogrammering. 10. Effect temporisering op woningzoekenden Kunt U per getemporiseerd woningbouwproject aangeven: a. om hoeveel woningen het gaat; b. hoeveel jaar de realisatie naar verwachting wordt verschoven; c. welke woningcategorieën hierdoor later beschikbaar komen; d. hoeveel sociale en betaalbare woningen hierdoor later beschikbaar komen? Antwoord A t/m D: De uiteindelijke invulling van deze locaties wordt bepaald in de verdere planontwikkeling. Daarbij worden aantallen, woningtypen en het aandeel sociale en betaalbare woningen nader uitgewerkt.

Door de temporisering vervalt de woningbouwcapaciteit op deze l ocaties niet, maar wordt de ontwikkeling op een later moment opgepakt. 11. Sleutelprojecten Tijdens de beeldvormende vergadering is toegelicht dat sleutelprojecten projecten zijn die kunnen worden versneld en ondersteuning vanuit de regionale versnellingstafel kunnen krijgen. a. Welke objectieve criteria bepalen of een project sleutelproject wordt? b. Welke projecten zijn aan deze criteria getoetst maar niet als sleutelproject aangewezen? c. Welke concrete versnelling in maanden of jaren wordt per aangewezen sleutelproject verwacht? d. Welke financiële, ambtelijke of andere ondersteuning ontvangt ieder sleutelproject als gevolg van deze status? Antwoord A t/m E: Voor sleutelprojecten is geen afzonderlijke objectieve puntensystematiek vastgesteld. Projecten worden geselecteerd op basis van hun betekenis voor de woningbouwopgave en de mate waarin ondersteuning vanuit de regionale versnellingstafel kan bijdragen aan de voortgang. Bij iedere actualisatie wordt een afweging gemaakt welke projecten hiervoor het meest in aanmerking komen. De versnellingstafel biedt ondersteuning bij het oplossen van knelpunten. Vooraf kan niet worden aangegeven hoeveel maanden of jaren versnelling dit per project oplevert.

De aangewezen sleutelprojecten krijgen extra aandacht en vormen het uitgangspunt voor de inzet van beschikbare capaciteit. De aard en omvang van deze inzet verschillen per project en zijn afhankelijk van de projectspecifieke kenmerken en vraagstukken die spelen om de realisatie van het project te ondersteunen. 12. Besluitvorming door de raad Met het vaststellen van de woningbouwprogrammering geeft de raad het college opdracht de daarin opgenomen plannen verder uit te werken. Kunt U daarom exact aangeven welke onderdelen van de voorliggende woningbouwprogrammerin g door vaststelling door de raad bestuurlijk worden vastgelegd en welke onderdelen daarna nog zelfstandig door U als college kunnen worden gewijzigd, waaronder: a. het schrappen van projecten; b. het temporiseren van projecten; c. het wijzigen van de prioritering; d. het aanwijzen of verwijderen van sleutelprojecten; e. het wijzigen van aantallen woningen per project? En voor welke van deze wijzigingen is opnieuw een raadsbesluit noodzakelijk? Antwoord A t/m E: Met het vaststellen van de woningbouwprogrammering stelt de raad de woningbouwprojectenlijst vast. Het college is vervolgens belast met de verdere uitwerking van deze plannen. De woningbouwprogrammering wordt jaarlijks geactualiseerd.

Wijzigingen in projec tfasering, voortgang, prioritering, sleutelprojecten en woningaantallen kunnen onderdeel zijn van deze jaarlijkse actualisatie. Opname van nieuwe woningbouwprojecten in de programmering vindt plaats via besluitvorming door de raad. 13. Dinteloord Zuid-West grond voor temporisering De wethouder heeft verklaard dat Dinteloord Zuid-West is getemporiseerd omdat gedurende ongeveer een jaar geen contact met de ontwikkelaar tot stand kwam. Nadat de programmering al was samengesteld, heeft de ontwikkelaar opnieuw contact opgenomen en op 10 september met de gemeente gesproken. a. Op welke data en op welke wijze heeft de gemeente gedurende dat jaar geprobeerd contact te leggen met de ontwikkelaar? b. Is vóór het besluit tot temporisering schriftelijk aan de ontwikkelaar kenbaar gemaakt dat het uitblijven van contact gevolgen zou hebben voor de positie van het project in de woningbouwprogrammering? c. Nu het contact inmiddels is hersteld, welke objectieve reden bestaat er nog om het project te temporiseren? d.

Welke concrete voorwaarden moeten worden vervuld voordat Dinteloord Zuid -West weer actief in de programmering wordt opgenomen en wat is de eerstvolgende beoordelingsdatum? Antwoord A t/m D: De temporisering van Dinteloord Zuidwest hangt samen met de beperkte voortgang van het project en de afweging om in de actualisatie prioriteit te geven aan locaties die op dit moment kansrijker zijn voor ontwikkeling. Dinteloord Zuidwest blijft onderdeel van de woningbouwprogrammering en de woningbouwcapaciteit van deze locatie blijft daarmee behouden. Bij toekomstige actualisaties wordt het project opnieuw beoordeeld aan de hand van de dan geldende omstandigheden en voortgang. 14. Steenbergen-Noord versus Steenbergen-West capaciteit en prioritering De wethouder heeft verklaard dat capaciteit 'onder andere' een rol speelt bij de temporisering van Steenbergen - Noord en dat extra capaciteit eventueel met een extra projectmanager zou kunnen worden ingevuld. Tegelijkertijd gaf hij aan dat dit niet de belangrijkste reden is en dat eerst Steenbergen - West moet worden ontwikkeld. a. Hoeveel ambtelijke/projectmanagementcapaciteit is voor Steenbergen -West geraamd en hoeveel zou nodig zijn om Steenbergen-Noord gelijktijdig verder te ontwikkelen? b. Wat zijn de geraamde kosten van de door de wethouder genoemde extra projectmanager? c.

Is onderzocht of het inzetten van deze extra capaciteit leidt tot eerdere realisatie van de circa 250 woningen in Steenbergen-Noord? Zo ja, wat is het resultaat van die afweging? Antwoord a t/m c: Capaciteit vormt één van de factoren die wordt betrokken bij de prioritering van woningbouwprojecten, maar is niet de enige of doorslaggevende factor. Prioritering vindt plaats op basis van een bredere afweging waarbij onder meer wordt gekeken naar kansrijkheid, voortgang, planologische haalbaarheid, eigendomssituaties, uitvoerbaarheid, verwachte doorlooptijden en de effecten op de woningmarkt. Het college ziet op dit moment in de ontwikkeling van Steenbergen -West meer perspectief om op kortere termijn bij te dragen aan de woningbouwopgave. De huidige prioritering is daarmee niet uitsluitend gebaseerd op beschikbare capaciteit, maar op een integrale afweging van de betrokken woningbouwontwikkelingen. d. Welke andere, volgens U belangrijkere, objectieve criteria rechtvaardigen dat Steenbergen - Noord pas verder mag wanneer “heel West bezig is met bouwen”? e. Wat wordt in dit verband exact verstaan onder “heel West bezig is met bouwen” en welk concreet moment of welke mijlpaal bepaalt dat Steenbergen-Noord weer verder kan? Antwoord D en E: Voor zowel Steenbergen-West als Steenbergen-Noord zijn op dit moment geen concrete startdata voor de bouw vastgesteld.

Het college heeft eerder aangegeven dat Steenbergen - West op dit moment als kansrijker wordt beschouwd voor realisatie op kortere termijn. Deze inschatting is gebaseerd op een afweging van de uitvoerbaarheid, voortgang en ontwikkelmogelijkheden van beide projecten. Er kan niet worden aangegeven met hoeveel maanden of jaren Steenbergen-Noord door de huidige prioritering “weer verder kan”. 15. Steenbergen-West verwachtingen versus concrete onderbouwing De wethouder heeft aangegeven geen beloftes te kunnen doen, maar te verwachten dat in het noordelijk deel van Steenbergen-West mogelijk sneller kan worden gebouwd dan in Steenbergen-Noord. a. Op welke concrete planning, onderzoeken en planologische stappen is deze verwachting gebaseerd? b. Wat is voor Steenbergen-West de vroegst verwachte datum voor start bouw en eerste oplevering, en wat is dezelfde prognose voor Steenbergen-Noord indien dit project niet wordt getemporiseerd? c. Is een schriftelijke vergelijking van beide projecten gemaakt op doorlooptijd, risico's, grondpositie, benodigde procedures, capaciteit en realisatiekans? Zo ja, kan deze worden verstrekt? d.

Indien geen dergelijke vergelijking bestaat, waarop is de keuze om Noord achter West te plaatsen dan controleerbaar gebaseerd? Antwoord A t/m D: Het college heeft eerder aangegeven dat Steenbergen-West op dit moment als kansrijker wordt beschouwd voor realisatie op kortere termijn. Deze inschatting is gebaseerd op een afweging van de uitvoerbaarheid, voortgang en ontwikkelmogelijkheden van beide pr ojecten. Voor zowel Steenbergen-West als Steenbergen-Noord zijn op dit moment geen concrete startdata voor de bouw vastgesteld. Er kan niet worden aangegeven met hoeveel maanden of jaren Steenbergen-Noord door de huidige prioritering wordt vertraagd. 16. Marktabsorptie en de genoemde verkoopgrens van circa 70% De wethouder heeft verklaard dat een bouwer pas begint wanneer ongeveer 70% van de woningen is verkocht en dat gelijktijdige ontwikkeling van meerdere projecten ertoe zou leiden dat projecten elk aar beconcurreren en daardoor niet tot bouw komen. A. Op welke bron, contractuele praktijk, marktstudie of verkoopgegevens is de genoemde grens van circa 70% gebaseerd? b. Geldt deze 70%-grens voor alle in de programmering opgenomen projecten en woningtypen, inclusief sociale huur, middenhuur en projectmatige koop? Zo nee, voor welke projecten geldt deze wel? c.

Welke concrete gegevens uit Buiten de Veste onderbouwen de stelling dat de gekozen volgtijdelijke prioritering noodzakelijk is? d. Kan per kern worden aangegeven hoeveel woningen volgens U gelijktijdig in verkoop kunnen worden gebracht zonder de door U bedoelde onderlinge concurrentie? e. Is een kwantitatieve marktabsorptieanalyse beschikbaar die de huidige temporisering en prioritering ondersteunt? Zo ja, kan deze aan de raad worden verstrekt? Antwoord A t/m E: De genoemde voorverkooppercentages zijn geen gemeentelijke norm, maar een praktijk die door veel ontwikkelaars wordt gehanteerd voordat met de bouw wordt gestart. De gemeente beschikt niet over een kwantitatieve marktabsorptieanalyse of een overzicht per k ern van het aantal woningen dat gelijktijdig in verkoop kan worden gebracht. Evenmin is een dergelijke analyse onderdeel van de woningbouwprogrammering. 17. Gevolgen nieuwe projecten voor bestaande ontwikkelingen Op de vraag of Dinteloord Noord - Oost en Zuid-Oost ertoe kunnen leiden dat bestaande ontwikkelingen vervallen, antwoordde de wethouder uiteindelijk: “Volgens mij doen we dat al niet”. a. Kunt U ondubbelzinnig bevestigen of nieuwe of geprioriteerde projecten nooit uitsluitend vanwege marktabsorptie of onderlinge concurrentie ertoe leiden dat een reeds bestaand woningbouwproject wordt geschrapt? b.

Indien die bevestiging niet kan worden gegeven: onder welke objectieve omstandigheden kan een bestaand project wel worden geschrapt of verder getemporiseerd ten gunste van een ander project? c. Welke bestaande projecten worden momenteel geraakt door de keuze om projecten volgtijdelijk in plaats van gelijktijdig te ontwikkelen? Antwoord A t/m C: Projecten kunnen worden geprioriteerd of getemporiseerd op basis van voortgang, uitvoerbaarheid, planologische haalbaarheid, beschikbaarheid van gronden en andere projectgebonden omstandigheden. 18. De Pinas versus Dinteloord Noord-Oost consistentie opnamecriteria De wethouder heeft verklaard dat De Pinas niet in de programmering staat omdat er “geen plan” ligt, terwijl Dinteloord Noord-Oost zonder concreet plan, vastgesteld woningaantal of planning wel als toekomstige ontwikkeling is opgenomen. Als reden voor Noord-Oost is gewezen op eerder gemaakte tekeningen en opname in het collegeakkoord. a. Welke minimale objectieve criteria gelden voor opname van een locatie in de woningbouwprogrammering? Antwoord: De woningbouwprogrammering bevat locaties die een actuele of potentiële bijdrage kunnen leveren aan de gemeentelijke woningbouwopgave. Daarbij wordt gekeken naar de ontwikkelmogelijkheden van een locatie, de bijdrage aan de woningbouwambitie en de kans dat een ontwikkeling op termijn tot realisatie kan komen.

Ook de voortgang van initiatieven en de planologische perspectieven worden daarbij betrokken. b. Voldoet Dinteloord Noord-Oost aan die criteria en zo ja, op welke onderdelen? Antwoord: Dinteloord Noord-Oost is opgenomen als potentiële woningbouwlocatie omdat de locatie op termijn kan bijdragen aan de woningbouwopgave binnen Dinteloord. Hoewel nog geen concreet woningbouwprogramma of planning is vastgesteld, wordt de locatie gez ien als een reële ontwikkelmogelijkheid voor toekomstige woningbouw en maakt zij daarom onderdeel uit van de woningbouwprogrammering. c. Waarom voldoen de bestaande voorgeschiedenis, eerdere grondexploitatie en eerdere planvorming van De Pinas niet aan dezelfde maatstaf? Antwoord: De locatie is niet vergelijkbaar met Dinteloord Noord-Oost. Bij de eerdere behandeling door de raad lag er een concrete woningbouwontwikkeling. Daarbij is een voorstel tot aanpassing van de grondexploitatie aan de raad voorgelegd, maar niet vastgesteld. Daarnaast is tijdens de behandeling van dit voorstel discussie ontstaan over de wenselijkheid van woningbouw op deze locatie. Inmiddels zijn binnen Dinteloord meerdere alternatieve ontwikkellocaties beschikbaar, waardoor voldoende mogelijkheden aanwezig zijn om invulling te geven aan de woningbouwopgave.

Gelet op deze omstandigheden en de integrale afweging die ten grondslag ligt aan de woningbouwprogrammering 2026, is ervoor gekozen de locatie niet op te nemen in de woningbouwprogrammering. d. Is opname in een collegeakkoord op zichzelf een criterium om een project in de gemeentelijke woningbouwprogrammering op te nemen? Zo ja, waar is dit criterium vastgesteld? Antwoord: Opname in de woningbouwprogrammering vindt plaats op basis van een integrale afweging van onder meer de bijdrage aan de woningbouwopgave en de ontwikkelmogelijkheden van een locatie. Een coalitieakkoord vormt daarbij geen zelfstandig criterium, maar kan we l richting geven aan de wenselijkheid van een ontwikkeling. e. Kunt U aangeven hoe wordt gewaarborgd dat projecten onafhankelijk van politieke voorkeur volgens dezelfde toetsbare criteria worden behandeld? Antwoord: De woningbouwprogrammering wordt opgesteld vanuit de volkshuisvestelijke opgave en de beschikbare ontwikkelmogelijkheden binnen de gemeente. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de bijdrage aan de woningbouwopgave, de voortgang van projecten, de planologi sche mogelijkheden, de kansrijkheid van een ontwikkeling en de verwachte doorlooptijd. De gemaakte afwegingen worden jaarlijks inzichtelijk gemaakt in de woningbouwprogrammering, zodat de raad deze kan volgen en beoordelen. 19.

Definitie “hard” en “zacht” na mondelinge toelichting De wethouder omschreef harde projecten als projecten waarvan de verwachting is dat zij op korte termijn worden uitgevoerd en waarvoor “voldoende zekerheid” bestaat dat uitvoering binnen een redelijk acceptabele termijn plaatsvindt. Daarbij hoeft volgens hem nog niet direct iets te zijn getekend. a. Welke objectief toetsbare voorwaarden bepalen wanneer sprake is van “voldoende zekerheid”? b. Welke termijn verstaat U onder “korte termijn” en onder een “redelijk acceptabele termijn”? c. Wie stelt per project vast of aan deze voorwaarden is voldaan en wordt deze beoordeling schriftelijk vastgelegd? d. Kan per huidig hard project worden aangegeven op grond van welke concrete feiten het als hard is aangemerkt? e. Kan worden verklaard hoe deze mondelinge definitie zich verhoudt tot de schriftelijke beantwoording waarin harde plancapaciteit als financieel en planologisch voldoende uitgewerkt wordt omschreven? Antwoord A t/m E: Van een hard woningbouwplan is sprake wanneer voldoende zekerheid bestaat dat een project tot uitvoering kan komen. Dit is in ieder geval het geval wanneer een overeenkomst is gesloten tussen betrokken partijen en/of de benodigde vergunning is verleend. Va n een zacht plan is sprake wanneer de locatie wel onderdeel uitmaakt van de woningbouwprogrammering, maar de planvorming nog niet zover is gevorderd.

De beoordeling vindt plaats door het college op basis van de actuele stand van zaken van het project en wordt verwerkt in de jaarlijkse woningbouwprogrammering. De mondelinge toelichting over "voldoende zekerheid" sluit aan bij de schriftelijke omschrijving dat harde plannen financieel en planologisch voldoende uitgewerkt zijn om tot uitvoering te kunnen komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1851/documents/23182