CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

08. Uitvoeringsprogramma-RES-WB-1.0-gecomprimeerd.pdf

Beeldvormende vergadering 20 september 2021, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 3: Presentatie huidig duurzaamheidsbeleid14.152 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regionale Energie Strategie West-Brabant Uitvoeringsprogramma 2021-2023

“Onze nieuwe energie in 2030!”

Vrijgegeven door Stuurgroep RES West-Brabant voor besluitvorming 21 Januari 2021

Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

Inhoud 1.

Lokale uitvoering en regionale slagkracht ......................................................... 1 1.1. Over dit uitvoeringsprogramma ............................................................... 1 1.2. Lokale uitvoering en regionale slagkracht................................................. 1

2.

Realisatie Duurzame elektriciteitsprojecten ...................................................... 3 2.1. Opgave.................................................................................................... 3 2.2. Lokale activiteiten ................................................................................... 3 2.3. Publiek-private RES-deal Lokaal eigenaarschap ........................................ 8 2.4. Regionale samenwerking ....................................................................... 11

3.

Uitvoering warmtetransitie gebouwde omgeving ........................................... 14 3.1. Opgave.................................................................................................. 15 3.2. Lokale activiteiten ................................................................................. 15 3.3. Publiek-private RES-deal Regionale warmte-infrastructuur..................... 16 3.4. Regionale samenwerking ....................................................................... 18

4.

Innovatie........................................................................................................ 21 4.1. Opgave.................................................................................................. 21 4.2. Lokale activiteiten ................................................................................. 21 4.3. Regionale samenwerking ....................................................................... 21 4.4. Publiek-private RES-deal ‘Energieke innovaties’ ..................................... 22

5.

Overkoepelende onderwerpen....................................................................... 23 5.1. Participatie en communicatie ................................................................ 23 5.2. Monitoring ............................................................................................ 25

6.

Uitvoeringsorganisatie ................................................................................... 27 6.1. Regionale taken en organisatie .............................................................. 27 6.2. Bestuurlijke samenwerking en besluitvorming ....................................... 27 6.3. Ambtelijke werkorganisatie ................................................................... 28 6.4. Begroting en capaciteit .......................................................................... 29

Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

Figuur 1 De regionale samenwerking in West-Brabant voor de energietransitie krijgt vorm in de RES 1.0, het uitvoeringsprogramma en een regionale samenwerkingsorganisatie

Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

1. Lokale uitvoering en regionale slagkracht 1.1. Over dit uitvoeringsprogramma De Regionale Energiestrategie West-Brabant (RES 1.0) bevat de opgaven, keuzes en kaders van de gezamenlijke overheden in de regio West-Brabant met betrekking tot grote, regionale energievraagstukken. In de RES staan met name afspraken over hoe en waar we duurzame elektriciteit opwekken, over een regionale structuur voor de warmtevoorziening van de gebouwde omgeving, en over de uitbreiding van energieinfrastructuur en innovatieve technieken. De RES 1.0 is ontwikkeld in een brede samenwerking van gemeenten, provincie, waterschappen en netbeheerder. Zij blijven de komende jaren samenwerken bij de uitvoering en bij de tweejaarlijkse actualisatie van de RES. In het verlengde van de RES 1.0 gaan de overheden en netbeheerder het voorliggende uitvoeringsprogramma met afspraken over projecten en activiteiten uitvoeren. Zo gaan we samen met stakeholders en inwoners van West-Brabant de RES-opgaven realiseren. Het uitvoeringsprogramma heeft een looptijd tot 2023, net als de RES 1.0. Zo nodig zullen onderdelen van het programma vaker, jaarlijks, worden geactualiseerd. 1.2. Lokale uitvoering en regionale slagkracht De uitvoering van de Regionale Energiestrategie vraagt om een goede balans tussen lokale uitvoering en verantwoordelijkheden, publieke-private samenwerking en regionale samenwerking.

Lokale uitvoering en verantwoordelijkheden De uitvoering van de RES vindt primair plaats op lokaal niveau onder regie en verantwoordelijkheid van individuele gemeenten. Zij zijn verantwoordelijk voor onder meer het uitwerken van de RES in het omgevingsbeleid, de vergunningverlening, het begeleiden van lokale initiatieven en projecten, en voor het opstellen van een gemeentelijke Transitievisie Warmte (TVW). 1

Publiek-private RES-deals Om de uitvoering van de Regionale Energiestrategie te versnellen en te faciliteren zijn publiek-private ‘RES-deals’ ontwikkeld, samen met stakeholders. In die RES-deals zijn afspraken gemaakt met onder andere bedrijven, overheden en enkele maatschappelijke organisaties over een gezamenlijke aanpak van drie onderwerpen: innovatie, warmte en lokaal eigenaarschap1 bij duurzame energieopwekking. Regionale samenwerking Samenwerking en afstemming tussen overheden op regionaal niveau is noodzakelijk in de uitvoering van RES 1.0 en voor de uitwerking van RES 2.0. Deze richt zich op: • Maken van gezamenlijke keuzes en kaders (in RES 1.0, RES 2.0, etc.). • Afstemmen van de uitvoering, bijvoorbeeld t.a.v. beschikbare netcapaciteit; • Benutten van kansen met bedrijven, onderwijs en andere stakeholders; • Inzetten van kennis, capaciteit en middelen. Dit programma richt zich in de volgende hoofdstukken op duurzame elektriciteit, op de warmtetransitie van de gebouwde omgeving en op innovatie. Aan de orde steeds welke taken en activiteiten we op lokaal niveau oppakken, hoe we regionaal samen werken met stakeholders in de RES-deals en wat we als overheden samen doen.

“Jong RES zet zich in om de stem van de toekomst mee te laten klinken in de Regionale Energiestrategieën. Het is goed dat RES West-Brabant het belang van de jongeren ziet én plannen heeft om jongeren in de uitvoering te betrekken”, Etienne Koekkoek, Jong RES Vertegenwoordiger West-Brabant’

Lokaal eigenaarschap betreft het streven naar 50% financiële participatie van de lokale omgeving bij duurzame opwek, zowel via lokaal eigendom (mee-investeren en risico nemen) als via financiële afdracht (zoals omgevingsfondsen of omgevingsregelingen).

Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

1

Gemeente

Windvisie

Zonvisie

In omgevingsbeleid ?

Alphen-Chaam

In ontwikkeling

In ontwikkeling

Nog niet

Altena

Nog niet gestart

In ontwikkeling

Baarle-Nassau

In ontwikkeling

In ontwikkeling

Nog niet

Bergen op Zoom Geen visie

Visie gereed

Breda

Nog niet gestart

In ontwikkeling

Drimmelen

Visie vastgesteld, raad

Visie vastgesteld, raad

Ja

Etten-Leur

Visie vastgesteld, raad

In ontwikkeling

Nog niet

Geertruidenberg Nog niet gestart

In ontwikkeling

Nog niet

Halderberge

Geen visie

Visie vastgesteld, raad

n.v.t.

Moerdijk

Visie vastgesteld, raad

Nog niet gestart

Nog niet

Oosterhout

Visie vastgesteld, raad

Visie vastgesteld, raad

Ja

Roosendaal

Geen visie

Visie vastgesteld, college Nog niet

Rucphen

In ontwikkeling

In ontwikkeling

Nog niet

Steenbergen

Visie vastgesteld, raad

Visie vastgesteld, raad

Ja

Woensdrecht

Geen visie

Visie vastgesteld, raad

Nog niet

Zundert

Nog niet gestart

Visie vastgesteld, raad

n.v.t.

Figuur 2. Stand van zaken van de vastlegging RES in gemeentelijk beleid (per 10.2020)

Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

Klimaattafel Altena, januari 2020

2. Realisatie Duurzame elektriciteitsprojecten 2.1. Opgave In de RES 1.0 is de volgende opgave voor 2030 voor de productie van duurzame elektriciteit opgenomen: • Stimuleren van een groei van 0,4 TWh kleinschalige opwek van elektriciteit, naar in totaal 0,5 TWh; • Initiëren en faciliteren van de groei naar zonne-energie op 25% van de grote daken. Dit is 0,5 TWh extra ofwel circa 475 hectare zonnepanelen; • Opwekken van 0,3 TWh elektriciteit met extra zonneparken, te ontwikkelen in combinatie met b.v. natuur, waterberging en/of landbouw (circa 300 hectare); • Aanwijzen van zoekgebieden voor opwekken van 0,2 TWh extra windenergie: 9 à 12 nieuwe windturbines en het vervangen van ongeveer 25 oudere turbines; Belangrijke kwalitatieve uitgangspunten in de realisatie van de opgave zijn een goede betrokkenheid van omwonenden en stakeholders bij het uitwerken van locaties, een goede landschappelijke inpassing en zorgvuldig ruimtegebruik, en het streven naar 50% lokaal eigenaarschap van duurzame opwek in de regio. 2.2.

Lokale activiteiten

Regie op windprojecten en zonneparken Projecten voor duurzame opwek worden grotendeels gerealiseerd op lokaal niveau en binnen één gemeente. Onze regio kent geen gemeentegrens overschrijdende zoekgebieden. Individuele gemeenten voeren daarom de regie op de projecten en zijn verantwoordelijk voor de definitieve locatiekeuze en noodzakelijke procedure. Vastleggen in omgevingsbeleid De Regionale Energiestrategie uit RES 1.0 moet nu als eerste worden vastgelegd in het omgevingsbeleid van gemeenten, en zo nodig ook van de provincie. Dat is om formeel ruimte te maken voor de RES-projecten en om kaders en voorwaarden voor realisatie te verankeren. De stand van zaken van de verankering van de RES-projecten in het gemeentelijke beleid blijkt uit figuur 2.

Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

De afspraken in RES 1.0 hierover zijn: • Gemeenten verankeren de zoekgebieden voor windturbines die in 2030 moeten draaien, in hun omgevingsbeleid. Gemeenten hanteren hierbij een zodanige planning dat de vergunningen uiterlijk op 1 januari 2025 kunnen zijn verleend. • Gemeenten met een nieuwe opgave voor zonneparken maken of actualiseren uiterlijk in 2021 hun zonbeleid en verankeren dit in hun omgevingsbeleid. • Gemeenten zorgen dat aan de m.e.r-verplichting voor (nieuwe) zoekgebieden en locaties wordt voldaan (plan-MER bij een omgevingsvisie en omgevingsplan). • Zij benutten de resultaten van het landschapsonderzoek (LOS, 2020) en gebruiken de landschappelijke principes uit de RES 1.0 als basis bij het maken of actualiseren van beleid voor zonne-energie. • Gemeenten nemen het streven van 50% lokaal eigenaarschap bij wind- en zonprojecten op in beleid. • Gemeenten sturen op het betrekken van omwonenden en stakeholders bij de plan- en besluitvorming over definitieve locaties voor zon- en windparken. • De provincie houdt de bestaande ruimte voor zon- en windparken in haar beleid in stand. Op dit moment passen al onze zon- en windprojecten binnen dit beleid. Verlenen van vergunningen Gemeenten en provincie zijn bevoegd gezag voor windprojecten en zonneparken. Zij zorgen dus voor de afwikkeling van de procedures voor de RES-projecten.

Soms is ook een vergunning van het waterschap nodig, bijvoorbeeld bij een project in een beschermingszone van een dijk. Overheden en netbeheerder werken intensief samen voor een afgestemde en kostenefficiënte planning en uitvoering van projecten (zie 2.4). Een overzicht van de verantwoordelijke gemeente, de planning en de stand van zaken van de vergunningverlening voor de wind- en zonprojecten uit RES 1.0. is te zien in figuur 3 en 4 in de bijlagen. We spreken daarbij het volgende af: • Gemeenten en provincie spannen zich in om procedures voor vergunningverlening voor windprojecten voor 2025 af te ronden:

3

Energie A16: zorgen dat iedereen kan meedoen in de lokale energietransitie Zorgen dat iedereen langs de A16 mee kan doen in de lokale energietransitie. Dat is het ultieme doel van Energie A16. Met 28 windmolens in de gemeenten Breda, Drimmelen, Moerdijk en Zundert wordt naar verwachting vanaf eind 2022 schone energie opgewekt. Een kwart van de windmolens van Energie A16 is in lokaal eigendom. Het rendement hiervan komt beschikbaar voor energieprojecten in de gebouwde omgeving. Drie lokale energiestichtingen in Drimmelen, Moerdijk en Zundert, vier Bredase wijkdorpsraden en de gemeenten helpen om de projecten verder te brengen. In combinatie met een Europese subsidie (OPZuid) worden nieuwe projecten en producten ontwikkeld die aantrekkelijk én bereikbaar zijn voor iedereen. Met extra focus op mensen met een smalle beurs. Het idee is dat er een aanpak wordt ontwikkeld die bewoners ontzorgt en ondersteunt bij het toekomstbestendig maken van hun woning. Denk aan het schoon opwekken van energie met zonnepanelen en een warmtepomp of het besparen van energie en tegelijk verhogen van het comfort door isolatie en goede ventilatie. De opbrengsten uit de windmolens worden gebruikt voor investeringen in de woning. Als de huidige energie- en onderhoudskosten lager worden kan dit financiële voordeel gebruikt worden om de investering af te lossen.

Daarna kan het geld weer voor andere bewoners worden gebruikt. Zo wordt de energietransitie veel breder bereikbaar en niet alleen voor de mensen met een gevulde beurs. Om dit voor elkaar te krijgen moet er nog veel worden ontwikkeld. Voor dit ontwikkelen is de OP-Zuid subsidie bedoeld. Met het uitvoeren van vijf eerste sleutelprojecten en aanpakken van de eerste 200 woningen wordt een eerste stap gezet.

Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

Windsafari A16 basisschool (bron Duurzaam bedrijfsleven)

Gemeenten zijn bevoegd gezag voor windparken of windturbines met een opgesteld vermogen tot 5 MW2. o Provincies zijn bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning voor windparken met een opgesteld vermogen tussen 5 en 100 MW. o De provincie kan op grond van de Elektriciteitswet de bevoegdheid overdragen aan de gemeente. o Het ministerie EZK is bevoegd gezag voor windparken groter dan 100 MW. Zij kan deze bevoegdheid overdragen aan provincie of gemeente. Gemeenten en provincie spannen zich in om procedures voor vergunningverlening voor zonprojecten voor 2025 af te ronden: o Gemeenten zijn bevoegd gezag voor zonneparken tot 50 MWp. Dit geldt voor alle zonneparken in de RES. o Het ministerie EZK is op basis van de Rijkscoördinatieregeling bevoegd gezag voor zonneparken groter dan 50 MWp2. o Gemeenten kunnen gebruik maken van het aanbod van de natuurverenigingen om de inventarisatie van kwetsbare natuurwaarden te betrekken in de afweging voor locatiekeuzen van zoekgebieden. Gemeenten waarborgen de betrokkenheid van inwoners, bedrijven en andere stakeholders uit de omgeving bij de uitwerking van nieuwe zoekgebieden voor windenergie en van locatie(s) voor wind-, zon-, warmte- en innovatieprojecten: o De gedragscodes voor wind op land (NWEA, 2020) en gedragscode Zon op Land (Holland Solar, 2019) geven richtlijnen en zien we als minimale basis.

o We nemen een inspanningsverplichting voor initiatiefnemers op in het gemeentelijke beleid3. De inspanning is gericht op het informeren van omwonenden en het verwerven van draagvlak voor het initiatief, waarbij we streven naar financiële participatie. o Gemeenten kunnen bij de uitwerking gebruik maken van de Handreiking Lokaal eigenaarschap. o Voor zover gemeenten al beleid voor zon of wind hebben nemen ze bovenstaande punten op in de actualisatie van hun beleid.

•

Het Rijk heeft het voornemen de Elektriciteitswet aan te passen. Gemeenten worden dan bevoegd gezag voor windprojecten tot 15 MW. Provincies worden daarnaast bevoegd gezag voor zonprojecten tussen de 50 en 100 MWp. Provincies hebben dan de mogelijkheid afspraken met gemeenten te maken, waarbij de betreffende gemeente de ruimtelijke besluitvorming op zich neemt. (zie de Kamerbrief Voortgang nationale energieprojecten en herijking Rijkscoördinatie, december 2019).

3

o

•

•

2

Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

Gemeenten geven voor het regionale programmeringsoverleg (paragraaf 2.4) inzicht in initiatieven die kans maken op een omgevingsvergunning, inclusief projecten die afwijken van afspraken en principes uit de RES.

Procesparticipatie in het Klimaatakkoord Het Klimaatakkoord bevat afspraken om de betrokkenheid van de omgeving in een vroeg stadium bij besluitvorming te waarborgen: 1. Het bevoegd gezag controleert of de initiatiefnemer in gesprek gaat met de omgeving; 2. Afspraken met de omgeving worden vastgelegd in een omgevingsovereenkomst; 3. De initiatiefnemer maakt een plan dat beschrijft hoe de participatie wordt ingericht.

In het participatieproces met omwonenden en stakeholders worden ook afspraken gemaakt over het lokaal eigenaarschap. Er kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van het aanbod van het Energiefonds Brabant om het lokaal eigendom voor te financieren en de uitwerking van het lokaal eigenaarschap van de omgeving te organiseren (zie 2.3). We gaan meer richting geven aan de voorkant van het proces van het verlenen van vergunningen voor locaties en projecten binnen de zoekgebieden voor wind en zonneparken uit de RES. Dit kan door voorwaarden te stellen die onder andere gaan over de netcapaciteit, (financiële) participatie en ruimtelijke inpassing. In het onderzoek naar de meeste geschikte locaties en projecten, nodigen gemeenten de markt uit om met voorstellen te komen die voldoen aan die voorwaarden en uitgangspunten. De gemeente bepaalt de meest passende projecten, na overleg met initiatiefnemers en consultatie van de netbeheerder. Deze aanpak wordt uitgewerkt in een ‘tender- en/of aanbestedingsproces’, voorafgaand aan de vergunningverlening. Op deze manier kunnen gebiedsgericht keuzes worden gemaakt en krijgt de netbeheerder meer zekerheid over de noodzakelijke investeringen.

Beleid voor participatie is noodzakelijk om de inspanningen van de initiatiefnemer te mogen meewegen in de besluitvorming over planologische medewerking aan een wind-of zonproject. (Factsheet NP RES, Bevoegdheden van overheden bij procesparticipatie en financiële participatie).

5

Instrument

Energie loket

Afspraken WoCo’s

Subsidies

Duurzaam- Steunen Energieheidslening energiescans voor of vergelijk- coöperaties bedrijven baar

Handhaven Samenwerenergieking maatregelen ondernebedrijven mers

Monitoring Belonen Voor (dashboard, goede lichting milieu-baro- voorbeelden meter, e.d.)

Wijk coaches

Collectieve inkoop

Alphen-Chaam Ja

Ja

Ja

Ja

--

--

Ja

--

Komt

Ja

Ja

--

Ja

Altena

Ja

Ja

--

--

Ja

--

Ja

Ja

Ja

--

Ja

Ja

Ja

Baarle-Nassau

Ja

Ja

Ja

Ja

--

--

Ja

--

Komt

Ja

Ja

--

Ja

Bergen Zoom

Ja

Ja

Ja

--

Ja

--

Ja

Ja

--

Ja

Ja

Ja

Ja

Breda

Ja

Ja

Ja

--

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Drimmelen

Ja

Ja

--

Ja

Ja

--

Ja

Ja/Nee

--

--

Ja

--

Ja

Etten-Leur

Ja

Ja

--

--

Ja

--

Ja

--

Ja

--

Ja

Ja

Ja

Geertr. berg

Ja

Ja

--

Ja

Ja

Ja

?

Ja

--

--

Ja

Ja

Ja

Halderberge

Ja

Ja

--

--

Ja

--

Deels

Ja

--

--

Ja

--

Ja

Moerdijk

--

Ja

Ja/Nee

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja/Nee

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Oosterhout

--

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

?

Ja

--

Ja

Ja

Ja

--

Roosendaal

Deels

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

--

Ja

Ja

--

Ja

--

Ja

Rucphen

Ja

--

--

--

--

--

Ja

Ja

--

--

Ja

--

Ja

Steenbergen

Ja

Ja

--

Ja

Ja

--

--

Ja

--

--

Ja

Ja

Ja

Woensdrecht

Ja

Ja

--

Ja

Ja

--

--

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Zundert

Ja

Ja

--

--

Ja

--

Ja

Ja

--

--

Ja

--

Ja

Gemeente

Figuur 5 Instrumenten die West-Brabantse gemeenten gebruiken om warmtebesparing en kleinschalige en grootschalige opwek te stimuleren (per 1.10.2020)

Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

Groei van grootschalig Zon op dak In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat iedere gemeente de opgave heeft een groei naar zonne-energie op 25% van de grote daken te initiëren en te faciliteren Gemeenten kunnen daar verschillende instrumenten voor gebruiken. We spreken af dat we in ieder geval de onderstaande instrumenten inzetten als het gaat om de opgave voor Zon op dak in de bestaande bouw, de nieuwbouw en het eigen vastgoed. Bestaande gebouwen Veel gemeenten gebruiken nu al instrumenten voor de realisatie van grootschalig zon op dak. Denk aan energiescans voor bedrijven en samenwerking met ondernemers of brancheverenigingen. In meerdere gemeenten lopen ook projecten om bedrijventerreinen te verduurzamen, zoals de Lage Meren in Bergen op Zoom, Majoppenveld in Roosendaal, Vosdonk in Etten-Leur, Hazeldonk in Breda en Industrieterrein Moerdijk. De realisatie van duurzame energie is dan een van de opgaven, naast bijvoorbeeld de klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit en veiligheid. Nieuwe gebouwen Zon op dak is op nieuwe bedrijventerreinen verplicht4, conform afspraken tussen de provincie en de gemeenten5. Vanaf 2021 gebruiken alle gemeenten in West-Brabant de mogelijkheid die ze in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) krijgen om zon op dak te verplichten voor niet-BENG6-gebouwen.

Dit geldt voor grote nieuwe bedrijventerreinen, en ook voor kleinere projecten, zoals nieuwe niet-BENG-gebouwen (als loodsen of hallen) in bestaand gebied. Gemeenten gebruiken hier ook hun toekomstige bevoegdheden om zon op dak te verplichten, tenzij er zwaarwegende lokale redenen zijn om af te wijken, zoals een gebrek aan netcapaciteit. Overheidsgebouwen Alle gemeenten, het waterschap en de provincie realiseren zelf zo veel mogelijk zonne-energie op hun vastgoed. Of ze stellen hun daken ter beschikking aan anderen om zonnepanelen te realiseren. De ambitie voor overheidsdaken is minimaal 25% van het dak, dus minstens de regionale ambitie. De exacte realisatie is uiteraard afhankelijk van de concrete mogelijkheden. Die worden onder andere bepaald door de 4 5

Bedrijven kunnen zonnepanelen zelf plaatsen, of hun daken ter beschikking stellen aan anderen Deze afspraken zijn vastgelegd in de interim Omgevingsverordening van de provincie: https://www.brabant.nl/onderwerpen/omgevingsbeleid/interim-omgevingsverordening

Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

aard van de vastgoedportefeuille, het percentage monumenten, en de netcapaciteit. De provincie zet een ontzorgingsloket op voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Er wordt gebruik gemaakt van rijksgelden, bedoeld voor het begeleiden en adviseren van maatschappelijk vastgoedeigenaren7. Groei van kleinschalige opwek van elektriciteit In West-Brabant word in 2020 kleinschalig 0,14 TWh opgewekt met zonnepalen. In RES 1.0 hebben we afgesproken tot 2030 een groei van 0,4 TWh kleinschalige opwek te stimuleren. Gemeenten bepalen ook voor deze kleinschalige opwek de instrumenten die zij willen gebruiken. We spreken af dat alle gemeenten in ieder geval drie typen instrumenten gebruiken, die uiterlijk in 2023 operationeel zijn. Instrumenten die gemeenten nu al gebruiken staan in figuur 5. Informatie en adviezen voor inwoners. Voor de realisatie van de opgave voor kleinschalige opwek en besparing is het van belang dat inwoners in heel West-Brabant onafhankelijke informatie kunnen krijgen over energiemaatregelen aan de eigen woning. Gemeenten gaan daarvoor zorgen, en dat kan bijvoorbeeld via een energieloket. Afspraken met de woningcorporaties. Voor verduurzaming van de voorraad huurwoningen -bijna 40% van alle woningen in West-Brabant- zijn woningcorporaties verantwoordelijk.

Gemeenten gaan doelen voor warmtebesparing en kleinschalige opwek in huurwoningen opnemen in hun prestatieafspraken met woningcorporaties. Aanbieden van hulp bij financiering aan inwoners. Een van de uitgangspunten voor de RES is “een energietransitie van en voor iedereen”. Niet alle inwoners hebben echter voldoende geld om de investeringen aan de eigen woning te kunnen financieren. Om de energietransitie écht van iedereen te laten zijn, zullen gemeenten inwoners financieel ondersteunen, bijvoorbeeld met een duurzaamheidslening, subsidie en/of andere financiële constructies

6 7

Niet-BENG-gebouwen zijn met name onverwarmde gebouwen, zoals loodsen en hallen. BENG = Bijna EnergieNeutrale Gebouwen, de energie-eis vanaf 1.1.2021 voor nieuwe (verwarmde) gebouwen. Regeling Specifieke uitkering ontzorgingsprogramma maatschappelijk vastgoed

7

2.3.

Publiek-private RES-deal Lokaal eigenaarschap

Doel / resultaat Onze ambitie is om zoveel mogelijk duurzame elektriciteit uit zon en wind op te wekken met en voor inwoners en bedrijven van West-Brabant. We beogen dat zowel de duurzame energie als de financiële opbrengsten terugvloeien naar de regio. Het specifieke doel van de RES-deal Lokaal eigenaarschap is bij te dragen aan: • Het realiseren van zonne-energie op daken door inwoners en bedrijven in WestBrabant (100% lokaal eigenaarschap) • Het streven naar 50% lokaal eigenaarschap van de lokale omgeving bij de ontwikkeling van (grote) windmolens en zonneparken; • Zorgen dat iedereen mee kan, ook lagere inkomens (voorkomen en verminderen energie-armoede); • Later verkennen we ook hoe we financiële participatie in warmteprojecten voor inwoners en bedrijven financieel aantrekkelijk en mogelijk kunnen maken. De werkgroep voor deze RES Deal komt voort uit de Klankbordgroep RES West-Brabant. De stakeholders die aan deze RES Deal meewerken zijn ZLTO en VNO-NCW. Ambassadeurs zijn Jan Schouw (Energiecoöperatie Breda) en wethouder Klaar Koenraad (Roosendaal).

I. Ontwikkelfonds Collectieve projecten Aanpak Het blijkt in de praktijk een forse opgave om een idee voor duurzame opwek door lokale energiecoöperaties, burgerinitiatieven of bedrijven om te zetten in een uitvoerbaar project. De belangrijkste redenen zijn gebrek aan expertise, tijd of geld. We richten daarom een Ontwikkelfonds Collectieve projecten op om lokale initiatiefnemers te ondersteunen. Die steun betreft: • Inzet van professionals / projectleiders om initiatieven te begeleiden • Voorfinanciering van ontwikkelkosten vanuit een revolverend fonds • Samen met de markt / derden (ZLTO, corporaties) collectieve projecten initiëren. Lokale initiatiefnemers kunnen het risicovolle eerste deel van een project vaak niet financieren. We maken daarom een risicodragend fonds om deze ontwikkelingskosten voor te financieren. Het budget wordt bij realisatie van het project, vermeerderd

Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

met een risico-opslag, terugbetaald. Het fonds heeft daarmee een revolverend karakter. Het risico dat een project niet doorgaat, ligt bij het fonds. De financiering van de ontwikkelkosten van projecten vergt bijdragen van diverse partijen. De gemeenten Moerdijk, Breda, Altena, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Etten-Leur, Woensdrecht, Geertruidenberg, Roosendaal en Steenbergen en de Rabobank hebben interesse en zullen – afhankelijk van definitieve uitwerking en voorwaarden - hun raden dan voorstellen een inleg te doen in het Ontwikkelfonds. We gaan op zoek naar meer en andere financiers. Het fonds zal zich in eerste instantie richten op zonnedaken die met het model van de (vernieuwde) Postcoderoos kunnen worden ontwikkeld. Samen met woningcorporaties kijken we ook naar de mogelijkheden voor collectieve projecten voor mensen met een huurwoning. Maar ook andere vormen van participatie, duurzame opwek- of warmteprojecten kunnen (op termijn) worden ondersteund vanuit het fonds. Een van de voorwaarden voor ondersteuning is dat iedereen moet kunnen participeren (dus ook mensen met een kleine beurs). De opzet en doelstelling zal daarmee breder zijn dan het nationale Ontwikkelfonds voor Energiecoöperaties (in ontwikkeling).

Acties We gaan de komende periode: • Werkwijze en governance van het Ontwikkelfonds uitwerken samen met lokale energiecoöperaties en potentiële financiers van het fonds; • Afspraken maken over inbreng van kapitaal, kennis (energiecoaches, ZLTO, etc.) en daken (woningcorporaties, sportverenigingen, scholen, etc.) We beogen de ondertekening van een ‘Oprichtingsdocument’ en de statuten van het Ontwikkelfonds in het voorjaar van 2021. Daarna starten we de ondersteuning van een 1e tranche collectieve projecten. Stichting Support ONS2050 en de gemeente Roosendaal zijn namens de regio kwartiermaker voor het Ontwikkelfonds

II. Versnellingsteam Zon op bedrijfsdaken Aanpak Voor de realisatie van grootschalig zon op dak - 0,5 TWh aan nieuwe projecten staan veel eigenaren van agrarische gebouwen en bedrijven aan de lat. De praktijk leert dat dit niet vanzelf zal gaan, vanwege de magere businesscase voor bedrijven (met terugverdientijden van meer dan 10 jaar) door hoge aansluitkosten en lage SDE++-subsidie. Ondernemers lopen ook tegen andere uitdagingen aan: geen stroom mogen leveren aan buren, verzekerbaarheid van panelen, aansluitcapaciteit etc. Het Versnellingsteam Zon op bedrijfsdaken krijgt als taak om de ontwikkeling van een gebiedsgerichte aanpak voor duurzame opwek bij agrarische bedrijven en bedrijventerreinen te ondersteunen. Door gebiedsgericht te werk te gaan zijn er slimme koppelingen mogelijk, zoals energie-uitwisseling, gezamenlijke opslag, efficiënte netuitbreiding en collectieve inkoop. Individuele gesprekken met ondernemers vormen de basis om gezamenlijke projecten te identificeren en daarmee de lokale samenwerking te versterken. Bijvoorbeeld ook postcoderoosprojecten met de omgeving. De gesprekken met ondernemers hebben een breed karakter: van zon op dak, duurzaamheid tot aan de bedrijfsvoering. De gebiedsgerichte aanpak kan een motor zijn voor de aanpak van bredere duurzaamheids- en revitaliseringsopgaven van bedrijven(terreinen) en de directe omgeving.

Binnen de regio zijn meerdere gemeenten aan de slag met een gebiedsgerichte aanpak of willen deze opstarten. Het Versnellingsteam stimuleert en ondersteunt de gebiedsgerichte aanpak door de ontsluiting van (juridische) kennis, technische knowhow en financiële concepten in de regio (niet overal het wiel zelf uitvinden). In het regionale Versnellingsteam werken we samen met VNO-NCW, ZLTO (lokale afdeling), BOM, Rabobank, met een vertegenwoordiger van de regio als coördinator. Acties Het versnellingsteam treedt op als vraagbaak in de regio voor gemeenten die een gebiedsgerichte aanpak voor duurzame opwek op bedrijventerreinen ontwikkelen. Zij brengen expertise en ervaring in en leggen verbinding met vergelijkbare projecten (binnen en buiten de regio), kennispartijen, netbeheerder en bedrijfsleven. We hebben de intentie om in 2021 met het versnellingsteam daarnaast actief met drie gemeenten een pilot op te starten voor een gebiedsgerichte aanpak Zon op daken: Etten-Leur, Moerdijk en Roosendaal. Centraal staat het vorm geven van de

Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

lokale samenwerking tussen bedrijven, parkmanagement en de gemeenten. Het aan boord krijgen van de juiste expertise en personen, zoals een kwartiermaker, is daarbij cruciaal. Bij deze lokale organisatievraagstukken kan veel geleerd worden van succesvolle pilots buiten West-Brabant. De ervaringen uit deze pilots worden gebruikt voor de opschaling van de gebiedsgerichte aanpak de komende jaren. Voor elke pilot wordt een lokaal team gevormd, bijvoorbeeld samen met de bedrijventerrein- of ondernemersvereniging of lokale ZLTO, parkmanagers, e.a.. Het lokale team werkt een lokale aanpak uit, voert individuele gesprekken met ondernemers en faciliteert in een latere fase de realisatie van projecten. Dat kunnen ook innovatieve projecten zijn. Per pilot worden afspraken gemaakt over de financiering. III. Financiële participatie grote(re) projecten samen met Energiefonds Brabant Het Energiefonds Brabant kan op verzoek van een gemeente een financiële intermediaire rol vervullen bij grote wind- of zonprojecten. Het Energiefonds Brabant neemt dan namens de omgeving plaats in het project als medefinancier (inclusief bijbehorende risico’s). Een deel van de opbrengsten wordt gedeeld met de omgeving bijvoorbeeld via een fonds voor energietransitie-maatregelen. Ook directe financiële participatie van inwoners en bedrijven bijvoorbeeld met aandelen is mogelijk.

Door de intermediaire rol van het Energiefonds kan een brede groep inwoners profijt hebben of mee participeren bij de duurzame opwek (ook op een later moment).

“Als ZLTO werken we actief mee aan een duurzame energievoorziening, waarbij we de druk op de landbouwgrond willen beperken. Bijvoorbeeld door een combinatie van zon op boerendaken met kleine windmolens. Vanuit ZLTO verbinden we actief de vraag en het aanbod van duurzame energie door koppeling van agrarische ondernemers aan bedrijfsleven. Ook hebben we afspraken gemaakt over het benutten van warmte en CO2 uit de afvalverwerking in Roosendaal voor de glastuinbouw in Steenbergen en Dinteloord”, Jos van Naalden, voorzitter ZLTO Roosendaal

9

Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

2.4. Regionale samenwerking De regionale samenwerking op het gebied van duurzame elektriciteit bestaat uit het Programmeringsoverleg en -afspraken, de Community of Practice ‘Lokaal eigenaarschap’ en Onderzoeken, op weg naar RES 2.0.

•

Programmeringsoverleg- en afspraken Er is gezamenlijke regie noodzakelijk op de planning en uitvoering van wind- en zonprojecten om noodzakelijke investeringen en capaciteit in het elektriciteitsnet op tijd te kunnen realiseren en om de maatschappelijke kosten te beperken. De overheden en netbeheerder gaan daarom intensiever samenwerken. De werkwijze is als volgt:

•

Planningstabel De huidige planning van de RES-projecten voor zon en wind (zie de tabellen) is leidend voor de programmering. De samenhang tussen de geplande projecten en de capaciteit op de hoofdstations staat op de kaart. Het maakt duidelijk waar keuzen moeten worden gemaakt in de programmering en uitvoering van projecten. We kijken ook naar kansen voor efficiënter gebruik van het net, zoals betere afstemming van vraag en aanbod van elektriciteit of betere benutting van bestaande capaciteit.

De voortgang van de realisatie van projecten uit de RES wordt regelmatig gedeeld in het programmeringsoverleg. Dit kan leiden tot adviezen om de regionale programmering aan te passen; adviezen uit de gebiedsgerichte groepen worden -via het RESteam- aan de Stuurgroep RES voorgelegd. Besluiten en standpunten worden als gezamenlijk vergunningskader vastgesteld door de colleges en ter kennisgeving gemeld aan de raden. Als de voorstellen leiden tot wijziging van de RES-afspraken zal dit aan gemeenteraden worden voorgelegd.

Programmeringsoverleg We stellen een ambtelijk programmeringsoverleg in met gemeenten, provincie, waterschap, netbeheerder en de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM). In dit overleg wordt de programmering (planning, locatie en omvang) van wind- en zonprojecten besproken i.r.t de ontwikkeling van de netcapaciteit ((hoog-, midden- en laagspanningsnet). Het overleg organiseren we gebiedsgericht rond hoofdstations. We richten ons op kansen voor optimalisatie en het voorkomen van netschaarste.

Wijzigingen t.b.v. de RES In de RES hebben we afspraken gemaakt over wijzigingen van elektriciteitsprojecten na vaststelling van RES 1.0. Afwijkingen van RES-afspraken die de bovenlokale netcapaciteit betreffen worden op regionaal niveau besproken. Afwijkingen zijn o.a. wijzigingen van de totale opwek per gemeente, verschuivingen in de verdeling tussen wind en zon, verschuivingen in de verhouding zon op veld en zon op dak, en grote verschuivingen in de tijd (meer dan een jaar). Ook kansrijke initiatieven buiten het RES-kader, die gemeenten willen vergunnen, worden ruim van tevoren voorgelegd aan de Stuurgroep. Dat is in ieder geval voor er bestuurlijk toezeggingen worden gedaan, dus bijvoorbeeld voor de goedkeuring van een initiatiefplan. De mogelijkheden om deze wijzigingen te realiseren hangen ook af van de eventuele ruimte in het investeringsplan van de netbeheerder. Deze is gebaseerd op de RES 1.0 en wordt 2jaarlijks herijkt.

De netimpactanalyse reikt 6 gebieden aan, met elk een eigen, ander vraagstuk: • Steenbergen-Bergen op Zoom: Een extra station (HS/MS) is nodig maar nog niet gerealiseerd. Er wordt echter al wel gewerkt aan initiatieven die wellicht beter op het nieuwe station zouden kunnen worden aangesloten. Hoe kunnen we hier toch voortgang in de realisatie houden? • Het station Princenhage is één van de stations waar de capaciteit mogelijk net onvoldoende zal zijn. In het omliggende gebied zijn diverse plannen voor zon op dak in ontwikkeling, die de capaciteit van het station beïnvloeden. Hoe kunnen we de plannen en de capaciteit hier het beste op elkaar afstemmen? Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

•

•

De ruimtelijke keuzes in de uitwerking van de energieopgave van de gemeente Altena kan gevolgen hebben voor drie verschillende stations: Biesbosch, Geertruidenberg en Waalwijk. Hoe voorkomen we netschaarste op deze stations? De grote omvang van het Energiepark A59 bij Oosterhout vergt vanwege de zonpiek veel grote kabels. Is met lokale opslag de transportcapaciteit te beperken? Bij hoofdstation Moerdijk ontstaat een knelpunt vanwege beperkte teruglevercapaciteit naar het hoogspanningsnet. Welke maatregelen kunnen we nemen om concrete initiatieven toch binnen enkele jaren aan te kunnen sluiten? Voor de zuidelijke zoekgebieden willen we een brede integrale afweging maken, zodat die ambitie ook snel na 2030 gerealiseerd kan worden.

Voorkomen van en omgang met netschaarste Het programmeringsoverleg verkent en bepaalt de maatregelen die nodig zijn om eventuele netschaarste te voorkomen, waaronder het prioriteren van projecten. 11

Zon op Scholen De installatie van zonnepanelen op schooldaken is aantrekkelijk vanwege de besparing op de energierekening, het grote draagvalk, en om de toekomstige generatie zo te leren over zonnestroom. De potentie van schoolgebouwen in West-Brabant voor de realisatie van Zon op dak blijkt uit figuur 8. Voor scholen is er een lening met lage rente beschikbaar voor maatregelen zoals dakisolatie en zonnepanelen.

Figuur 6 Potentie van schoolgebouwen voor de realisatie van zonnepanelen op hun daken

Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

We stellen zo snel mogelijk criteria op voor het prioriteren. De netbeheerder onderzoekt ook andere mogelijkheden om de netschaarste te beperken. Criteria en wijzigingen worden voorgelegd aan de Stuurgroep RES. En we gaan in afstemming met Tennet verkennen of we het proces voor uitbreiden van hoofdstations en het bouwen van nieuw stations kunnen versnellen. Strategische voorinvestering Een strategische voorinvestering in de vorm van bijvoorbeeld een gedeeld aansluitpunt biedt soms voordelen voor de netcapaciteit. Dergelijke voorinvesteringen worden in beeld gebracht. Een belangrijke randvoorwaarde voor een strategische voorinvestering is dat de betreffende gemeente(n) de intentie uitspreekt de geplande opgave of project daadwerkelijk te willen realiseren, en bereid is om deze intentie vast te leggen in beleid. Zonodig worden er bestuurlijke afspraken gemaakt over de verdeling van de investeringen en de risico’s. Verantwoordelijkheden • De gemeenten geven, alvorens bestuurlijke toezeggingen te doen aan initiatiefnemers, inzicht in initiatieven die kans maken op een omgevingsvergunning (inclusief projecten die afwijken van afspraken uit de RES) en in hun plannen voor bouw van wijken en aanleg van bedrijventerreinen. • De netbeheerder geeft inzicht in de netcapaciteit inclusief de betekenis voor de aansluiting van geplande projecten.

• De netbeheerder geeft in het verlengde inzicht in mogelijkheden om het net efficiënter te gebruiken (o.a. in de netimpactanalyse voor RES 1.0 en onderzoek naar de systeemefficiëntie). • De netbeheerder geeft in haar investeringsplan voor de eigen projecten (netten, stations) inzicht in maatschappelijke kosten, ruimtelijke inpassing en planning. • Het waterschap geeft kansen en voorwaarden aan van initiatieven v.w.b. waterveiligheid, waterkwaliteit en klimaatadaptatie, en stemt dit af met gemeenten. • De provincie faciliteert het programmeringsoverleg als onderdeel van het provincie brede RES-proces en/of de regionale ontwikkeldagen, en houdt overzicht van kansen en ontwikkelingen tussen RES-regio’s, binnen en buiten de provincie. • De netbeheerder investeert in het elektriciteitsnet om te voldoen aan de vraag naar transport- en distributiecapaciteit. De geplande investeringen in West-Brabant, gebaseerd op het investeringsplan 2020-2030, staan op de bijgaande

Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

kaart. De investeringen op korte termijn (2020-2022) zijn al concreet, investeringen op lange termijn (2023-2030) zijn voorlopige inschattingen. Community of Practice Lokaal eigenaarschap De realisatie van het streven naar 50% of meer lokaal eigenaarschap vergt een zorgvuldige borging in het omgevingsbeleid en een ‘slim’ vergunningsproces, onder andere omdat lokaal eigendom juridisch niet afdwingbaar is. Dit vergt nieuwe werkwijzen, juridische kennis, onderhandelingsvaardigheden en personele capaciteit. We zetten daarom een Community of Practice (leergemeenschap) op, die gemeenten kan ondersteunen bij het realiseren van het lokaal eigenaarschap. Deze Community richten we samen met het programma Sociale Innovatie van de provincie en Enpuls in. In de community worden kennis en ervaringen gedeeld. Er worden circa drie bijeenkomsten per jaar georganiseerd. Daarnaast is er al een handreiking ‘Lokaal eigendom’ opgesteld met adviezen en een aanpak voor gemeentelijk beleid en het proces van vergunningverlening voor windparken en zonneparken, gericht op maatschappelijke meerwaarde, een groot draagvlak en participatie.

Onderzoek Ter voorbereiding op RES 2.0 voeren we onderzoeken uit naar: • De impact van andere sectoren en all-electric warmtevoorzieningen op de belasting van het elektriciteitsnet, bijvoorbeeld de toename van het gebruik van duurzame elektriciteit in de industrie en de toename van elektrisch rijden. Stap voor stap worden deze nieuwe inzichten meegenomen, waaronder ook de Cluster Energie Strategie (CES) voor de industrie. • De kansen voor systeemefficiëntie: welke optimalisaties en maatregelen zijn mogelijk om de netcapaciteit optimaal te benutten. Denk aan flexibiliteit in het gebruik van het elektriciteitsnet of de potentie van opslag (batterijen) bij zonnevelden of op bedrijventerreinen. Deze borduren voort op de kansen voor systeemefficiëntie voor de RES 1.0 (zie hoofdstuk X van de RES 1.0). • De manier om de inzichten uit de innovatieve pilots te gebruiken en om betere keuzes te kunnen maken. Gemeenten werken verder samen met provincie en waterschap aan integrale regionale gebiedsagenda’s. Energietransitie is hier een onderdeel van. Met de provincie wordt ook gewerkt aan een gezamenlijke investeringsagenda (die zou eind 2020 ook ergens klaar moeten zijn. 13

Gemeente

Startnotitie vastgesteld

Aanbesteding gedaan

Inventarisatie afgerond

Concept TVW

Definitieve TVW

Alphen-Chaam Altena Baarle-Nassau Bergen op Zoom Breda Drimmelen Etten-Leur Geertruidenberg Halderberge Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Steenbergen Woensdrecht Zundert Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant FiFiguur 7 Stand van zaken Transitievisies Warmte, per oktober 2020

Aanleg van de ondergrondse waterbuffer voor warmte en koeling bij de Camping Ossewei in Achtmaal (bron GGnext.nl)

3. Uitvoering warmtetransitie gebouwde omgeving 3.1. Opgave Het centrale doel voor warmte in de RES West-Brabant sluit aan bij het landelijke Klimaatakkoord: in 2050 gebruiken we geen aardgas meer in de gebouwde omgeving. Om dit te bereiken volgen we een meervoudige strategie. Allereerst hebben we een stevige ambitie van 15% warmtebesparing in 2030 ten opzichte van 2020. Daarnaast zetten we in op een uitbreiding van het regionale warmtenet als warmteoplossing in vooral dichtbebouwde gebieden. Voor andere gebieden kijken we met name naar individuele en kleinschalige collectieve oplossingen, zoals groen gas – voor zover beschikbaar – en zonthermie, en all-electric. Als het gaat om lokale netten letten we op de kostenefficiëntie en of we ze later mogelijk kunnen aansluiten op een regionale warmtestructuur. De warmteopgave brengt, zowel op lokale als op regionale schaal, onderzoeks- en afstemmingvraagstukken met zich mee. Bijvoorbeeld over de afstemming tussen de RES en Transitievisies Warmte, over de haalbaarheid van uitbreidingen van het regionale net, en over de toekomstige beschikbaarheid van groen gas. De opgave vraagt om activiteiten op lokale schaal (paragraaf 3.2), om een intensieve samenwerking tussen overheid en markt op het bovengemeentelijke net (paragraaf 3.3), en om samenwerking op regionaal niveau (3.4). 3.2.

Lokale activiteiten De warmtetransitie in de gebouwde omgeving krijgt voor een groot deel vorm op gemeentelijk niveau. Gemeenten stellen een Transitievisie Warmte en bijbehorende Wijkuitvoeringsplannen vast, en zorgen voor de realisatie van ambities t.a.v. warmtebesparing. Warmtebesparing Gemeenten gaan een stevige set van instrumenten gebruiken om de regionale ambitie van 15% warmtebesparing te halen. Gemeenten bepalen zelf welke instrumenten zij precies willen gebruiken. Het is immers van belang dat die aansluiten bij de lokale behoefte. De instrumenten die gemeenten nu inzetten staan in figuur 6. Vanwege de stevige ambitie en uniformiteit naar West-Brabantse inwoners hebben gemeenten Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

wel afgesproken dat ze allemaal in ieder geval drie typen instrumenten in te zetten, die allemaal uiterlijk in 2023 operationeel zijn: • Informatie en advisering aan inwoners. • Afspraken met de woningcorporaties • Aanbieden van hulp aan inwoners bij de financiering. De instrumenten gericht op warmtebesparing overlappen met die voor kleinschalige opwek. Zie paragraaf 2.2 voor meer informatie over deze instrumenten. Transitievisies Warmte Hét beleidsinstrument voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving is de Transitievisie Warmte. Alle gemeenten stellen uiterlijk in 2021 een TVW vast. In de TVW’s brengen gemeenten in beeld welk tijdpad zij zien voor het aardgasvrij maken van de wijken in hun gemeenten. Voor de wijken die voor 2030 aardgasvrij worden, geven zij ook aan welke opties er zijn voor de verduurzaming van de warmtevoorziening in die wijken. In het verlengde maken gemeenten wijkuitvoeringsplannen. Dat is een gedetailleerder plan dat voor een specifieke wijk (of kern) beschrijft hoe de wijk aardgasvrij gaat worden. De meeste West-Brabantse gemeenten zijn inmiddels gestart met het opstellen van een TVW (zie figuur 7).

“De Rabobank wil de huisbankier van de energie-

transitie zijn. We helpen het eigen vastgoed te verduurzamen en we helpen ondernemers om te innoveren en duurzaam te groeien door circulariteit en verduurzaming in te bouwen in het business model. We werken daarom mee aan het regionale ontwikkelfonds, het versnellingsteam zon op dak en aan de innovatie ambities van de regio”, Saskia van Dun, Directievoorzitter, Rabobank Amerstreek

15

3.3.

Publiek-private RES-deal Regionale warmte-infrastructuur

Doel en resultaat Deze ‘RES-deal Regionale warmte-infrastructuur’ zet de publiek-private afstemming en samenwerking in gang, die beoogt -stapsgewijs- te leiden tot de realisatie van concrete projecten voor de uitbreiding van de regionale warmte-infrastructuur.

1. 2. 3. 4.

Belangrijke rol voor industriële restwarmte, als transitie, mogelijk ook na 2040 (Shell, Attero, Suez). Voor 2030 afbouwen van grootschalige gebruik van houtige biomassa uit buitenland voor warmtesysteem. Starten met een groter warmtenet met grote bronnen, daarna ruimte voor kleine, lokale bronnen. Beter borgen van het publieke belang bij uitbreiding / aanleg van grootschalig, regionaal warmtenet. Delen van onevenredig hoge kosten / risico’s die individuele BC overstijgen (in relatie tot de regionale warmtestructuur). Enkele grotere aanbieders van warmte (Moerdijk) nemen het voortouw in organiseren van aantrekkelijk aanbod. Amernet uitbreiden met een leiding van Moerdijk richting Oost (Amer, Breda). Parallel werken we ook Suez - Steenbergen / Dinteloord en mogelijke koppeling aan Moerdijk uit. Koppelen met glastuinbouw betekent het hand in hand gaan afnemen van warmte en levering van CO2.

Belangrijk onderdeel van de West-Brabantse Regionale Structuur Warmte is de inzet op uitbreiding van de regionale warmte-infrastructuur. Dit vergt nauwe samenwerking tussen bedrijven die warmte kunnen leveren (denk aan bedrijven als Shell en Attero op het haven- en industrieterrein bij Moerdijk), aan netbeheerders als Ennatuurlijk en Enexis voor het transport en de distributie van warmte, aan woningcorporaties Alwel en Thuisvester als mogelijke grote afnemers van warmte, en aan de lokale overheden vanwege de Transitievisies Warmte en vergunningen.

5.

De werkgroep voor deze RES Deal komt voort uit de Klankbordgroep RES West-Brabant. De stakeholders die aan deze RES Deal mee werken zijn: Shell, Attero, Cosun Beet Company (voorheen Suiker Unie), Suez, RWE, Ennatuurlijk, Glastuinbouw, Alwel, Enpuls, Ministerie EZK, gemeente Breda en Moerdijk, en de provincie Noord-Brabant. Ambassadeurs zijn Greetje Bos (Breda) en Richard Zwinkels (Shell). De werkgroep is 5 keer bij elkaar geweest.

Terwijl voor de businesscase in ieder geval de volgende kaders worden meegegeven: 1. Zekerheid bieden voor lange termijn, met name voor wat betreft grootschalige warmtelevering door Moerdijkse bedrijven 2. Inzicht geven in duurzaamheid van warmtebronnen en route om bronnen verder te verduurzamen 3. Warmtesysteem zien als bouwsteen van bredere energiesysteem, bijvoorbeeld tekorten/overschotten elektriciteit 4. Gericht op ‘zo open mogelijk’ net, aangeven hoe net in de loop der tijd verder open kan worden gesteld. 5. Onderscheid transport en distributie: veranderende wetten, verschillen in financiering, rentabiliteit, e.d. 6. Voorstel voor publieke of private organisatie als eigenaar/exploitant/distributeur van het transportnet 7. Zicht op uiteindelijke omvang warmtenet, onder andere een/meer netten, koppeling van netten, regionaal net, oostelijk/westelijk net, e.d. 8. Robuuste match vraag-aanbod: in tijd en op termijn, in relatie tot onzekerheden over aard, omvang vraag, aanbod 9. Inzicht in betaalbaarheid (verdeling lusten, lasten, in het bijzonder woonlasten sociale huurders) en financierbaarheid 10. Aangeven welke projecten en bronnen de eerste stappen / uitbreiding van het regionale warmtenet zijn. 11. Inclusief communicatiestrategie die informeert over duurzaam (CO2) en betaalbaar.

Aanpak De RES-deal zet in op de vorming van een publiek-private projectgroep, die besluiten gaat voorbereiden over en werken aan de uitbreiding van de regionale warmtestructuur. De meest concrete aanknopingspunten voor uitbreiding zijn een leiding voor het transport van industriële restwarmte van het haven- en industriegebied Moerdijk naar het oosten (Amer of Breda) en in het westen de levering van warmte vanuit Suez in Roosendaal naar de glastuinbouw in Steenbergen en Dinteloord (Osiris). Andere mogelijke uitbreidingen zijn een leiding van Moerdijk richting Roosendaal en-of tussen Roosendaal en Bergen op Zoom. De voorlopige kaders en uitgangspunten voor verdere samenwerking aan de uitbreiding van de regionale warmte-infrastructuur zijn:

Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

6. 7. 8.

Acties We gaan de komende periode de volgende stappen en activiteiten uitvoeren op weg naar de regionale warmte-infrastructuur: Ontwikkelen van een (plan en) besluit voor de uitbreiding regionaal warmtenet We starten met het voorbereiden en uitvoeren van een haalbaarheidsstudie, als eerste stap naar een besluit, uiterlijk in 2023, over de beste manier om het regionale net uit te breiden: • We stellen een businesscase op voor zowel een oostelijke (Moerdijk > Amer / Breda) als westelijke netuitbreiding(en) (rond Roosendaal en-of vanuit Moerdijk) • We doen dit in afstemming c.q. samenwerking met de RES Hart van Brabant en met programma Verduurzaming Amernet, en met betrokkenheid van het ministerie EZK en de provincie • We onderzoeken samen met het ministerie van EZK en Enpuls of en hoe onze regionale warmte-infrastructuur kan worden gezien als ‘transportnet’ (cf. de nieuwe Warmtewet) • We bereiden dit werk voor in een Plan van Aanpak, dat zicht geeft op: o de oplossingen voor ‘showstoppers’, bekend uit eerdere verkenningen o de globale time-line voor uitbreidingen en onderbouwing van de urgentie o de (financiële of in-kind) bijdragen van stakeholders en-of RVO.

Aanpassen van de governance op regionale warmtenet We gaan de samenwerking voor het regionaal warmtenet tussen de beide RES-regio’s, de relevante gemeenten en andere overheden, en het samenwerkingsprogramma Verduurzaming Amerregio herzien. Dit mondt uit in een advies voor de aanpassing van de organisatie en governance van de samenwerking vanaf medio 2021, dat ook zicht moet geven op de rol en betrokkenheid van private stakeholders, en de strategische en operationele sturing van de RES Deal / projectgroep. De samenwerking rond het regionale warmtenet verloopt nu via verschillende (ambtelijke en bestuurlijke) platforms: via het samenwerkingsprogramma Verduurzaming Amer, via de beide RES’en, via een Stuurgroep Amerterrein, via de RES Deal Warmte, tussen gemeenten. De voorgenomen besluiten in de RES’en en de voorstellen voor de Regionale Structuur Warmte noodzaken tot betere en nauwere afstemming van de verschillende samenwerkingen, zowel om inhoudelijke als om praktische redenen Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

(efficiënte plan- en besluitvorming). De stroomlijning en actualisatie van de governance vergt nauw overleg met de diverse betrokkenen. Een tijdelijke, bestuurlijke werkgroep (lean and mean) zal fungeren als opdrachtgever. Het streven is de aangepaste governance voor juli 2021 te implementeren.

“Alwel verhuurt ongeveer 26.000 sociale huurwoningen en eenheden in Roosendaal, EttenLeur en Breda. We zorgen voor betaalbare huren en werken aan het verduurzamen van onze woningen. In de RES en het uitvoeringsprogramma worden daarover belangrijke afspraken gemaakt. Vanuit de belangen van onze huurders en andere corporaties in de regio participeren we actief in de RES. Het is belangrijk de belangen, plannen en activiteiten van gemeenten, partners en corporaties op elkaar af te stemmen”, Karo van Dongen, Raad van Bestuur Alwel 17

3.4. Regionale samenwerking De regionale samenwerking rond duurzame warmte bestaat voornamelijk uit: • Samenwerking in de ontwikkeling van het regionale warmtenet (zie RES-Deal warmte, paragraaf 3.3); • Verdieping op het vlak van individuele oplossingen (o.a. groen gas in combinatie met zonthermie, en all-electric) en lokale netten; • Onderzoek naar potentie en lange termijn zekerheid van warmtebronnen; • Afstemming tussen RES en TVW’s over de benutting van bronnen en de ontwikkeling van netten. Individuele oplossingen en lokale netten Een groot deel van de regio zal niet worden aangesloten op het regionale warmtenet, maar gebruik maken van individuele warmte-oplossingen en enkele lokale warmtenetten. Ook hier zijn vraagstukken die we samen, regionaal, aanpakken. Individuele en kleinschalig collectieve oplossingen: groen gas en all-electric Individuele en kleinschalige collectieve warmte-oplossingen die gebruik maken van groen gas, eventueel in combinatie met zonthermie, en ook all-electric oplossingen spelen een belangrijke rol in de warmtetransitie in West-Brabant. Er is echter nog te veel onzeker en onduidelijk om deze oplossingen nu al op grote schaal toe te passen. We gaan daarom eerst verdiepend onderzoek uitvoeren: • We gaan de beschikbaarheid van waterstof en van groen en synthetisch gas voor de gebouwde omgeving onderzoeken.

Inclusief een lange termijn verwachting (2050) voor de bestendigheid van deze oplossingen in de gebouwde omgeving. • De resultaten zetten we -medio 2021- af tegen de inschatting van de vraag uit de concepten van de Transitievisies Warmte. Dat doen we begin 2022 weer met de definitieve TVW’s (zie ‘afstemming RES en Transitievisies Warmte’ verderop). • Enexis onderzoekt de bruikbaarheid en kosten van het instandhouden van het gasnet. We willen vervolgens samen de effecten op de kosten voor eindgebruikers inzichtelijk maken, als meer huishoudens afkoppelen -omdat zij overstappen op een all-electric warmte-oplossing of een aansluiting op het warmtenet- en er zo minder huishoudens aangesloten blijven.

Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

•

•

•

Dit onderzoek maken we ook geografisch: waar ligt het – gezien de aard van de bebouwing en de warmtevraag – voor de hand om het gasnet op de langere termijn in stand te houden, en waar niet? De eerste resultaten zijn medio 2021 gereed. Dit onderzoek scherpen we aan met uitkomsten van de (concept) TVW’s. Enexis geeft medio 2021 inzicht in de resultaten van een onderzoek naar de gevolgen van all-electric oplossingen voor het elektriciteitsnet t.b.v. de Transitievisie Warmte. Er wordt inzicht gegeven in uitbreidingen en maatschappelijke kosten in het laagspanningsnet. In het verlengde willen we vervolgens samen ook de kosten voor de energierekening inzichtelijk maken. Gemeenten die veel all-electric oplossingen voorzien, onderzoeken samen met Enpuls, woningcorporaties en bedrijven hoe we de kosten voor all-electric oplossingen kunnen verlagen. Er starten in 2022 pilots die gebruik maken van innovatieve technieken om die kosten te beperken (zie ook 4. Innovatie).

Lokale bronnen en -netten Lokale netten en vooral bronnen zijn relatief kostbare warmte-oplossingen (MKBA, 2020). Het is daarom belangrijk om ons te richten op bronnen en plekken met een gunstige kosten-baten verhouding en op kostenefficiënte koppelingen tussen lokale en regionale netten: • Gemeenten brengen in 2021, samen met Enpuls en de provincie, goede voorbeelden van kostenefficiënte, lokale warmtenetten en kostenefficiënte benutting van lokale warmtebronnen in beeld. Zij gaan zo op zoek naar de voorwaarden waaronder lokale netten op een kostenefficiënte manier kunnen worden aangelegd. Medio 2021 zijn de eerste resultaten beschikbaar. • Voor bestaande en geplande lokale warmtenetten brengen de betreffende gemeenten (in ieder geval Roosendaal, Bergen op Zoom en Drimmelen) samen met Enpuls in beeld of het haalbaar en kostenefficiënt is om deze lokale netten aan te sluiten op de regionale warmtestructuur. De uitkomsten nemen we mee in de besluitvorming over de uitbreiding van het regionale warmtenet. Potentie en zekerheid warmtebronnen We werken aan de verduurzaming van bronnen voor bestaande regionale warmtenetten en mogelijke toekomstige uitbreidingen. Daarvoor onderzoeken we de

beschikbaarheid, wenselijkheid en lange termijn zekerheid van (diepe) geothermie, restwarmte, warmte uit restafval en biomassa. We sluiten aan bij provinciale onderzoeken en werken samen met Hydreco (onderdeel van ENGIE). RES en Transitievisies Warmte De warmtetransitie vindt zowel lokaal (TVW) als regionaal (RES) plaats. Er is een sterke samenhang tussen beide. Op regionaal niveau verkennen we bijvoorbeeld de mogelijkheden voor de uitbreiding van het regionale warmtenet, terwijl de beslissing over warmtekavels (gebieden waar een warmtenet wordt aangelegd) door afzonderlijke gemeenten wordt genomen (volgens de concept Warmtewet). Of: gemeenten brengen in beeld welke warmtebronnen er kunnen worden gebruikt, terwijl er op regionale schaal ook een verdelingsvraagstuk is: tussen gemeenten, tussen sectoren. Dit vraagt om een afgestemde werkwijze tussen de RES en TVW’s. • In 2021 leggen we concept-Transitievisies Warmte naast elkaar, zowel ambtelijk als bestuurlijk.

We bekijken dan in ieder geval: o Wat zijn de ambities in aantallen aardgasvrije woningen en gebouwen? o Welke warmtebronnen hebben gemeenten op het oog? o Welke warmte-oplossingen worden gebruikt, waar en hoe veel? • Gemeenten bespreken met de netbeheerder, het waterschap en de provincie, of de TVW’s samen de goede kant op wijzen, vanuit het regionale perspectief: wat vinden we van de optelsom van de ambities? Hebben we voldoende duurzame warmte? Verdelen we het gebruik van de bronnen goed over de regio? Houden we voldoende rekening met de warmtevraag in aangrenzende regio’s? De inzichten gebruiken we voor onze RES-onderzoeken en om de TVW’s af te ronden. • We stemmen de RES en TVW’s aan het begin van 2022 weer af, aan de hand van de optelsom van de definitieve TVW’s. De conclusies brengen we samen met resultaten uit onze andere onderzoeken, de RES Deals en de werkgroepen: inzichten over individuele oplossingen, over kostenefficiënte lokale bronnen en netten, de beschikbaarheid van groen gas, e.d. We maken dan verdere afwegingen met deze nieuwe en extra inzichten. Besluitvorming over de transitievisies warmte vindt plaats in de individuele gemeenteraden.

Uitvoeringsprogramma RES 1.0 West-Brabant

19

Gemeente

Projectinitiatief

Altena

Aquathermie bij twee grote gemalen

Alphen Chaam

-

Omvang (huish.) 3.500

Verkenning

B.-Nassau

-

Bergen op Zoom

Warmtenet met restwarmte Lineage Logistics

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1512/documents/16160