CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

07. Regionale Energiestrategie West-Brabant-1.0.pdf

Beeldvormende vergadering 20 september 2021, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 3: Presentatie huidig duurzaamheidsbeleid18.789 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Regionale Energie Strategie 1.0 West-Brabant “Onze nieuwe energie in 2030!”

Vrijgegeven door Stuurgroep RES West Brabant voor besluitvorming 21 Januari 2021

De RES West-Brabant in vogelvlucht Het klimaat verandert in Nederland. We zijn met steeds meer mensen, we wonen en werken door heel het land, er is minder natuur en meer stikstof en onze rivieren zijn kwetsbaar. In West-Brabant zoeken we naar oplossingen en werken we aan een duurzame regio, zoals de verduurzaming van onze energievoorziening. Onze energie-ambities verwoorden we in deze Regionale Energiestrategie (RES). In de RES zoeken we uit waar en hoe we in 2030 duurzame elektriciteit kunnen opwekken. Hoe de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving er uit gaat zien. En wat de betekenis is voor de regionale energie-infrastructuur. De balans met onze regionale en lokale economie, leefbaarheid en kwaliteit van landschap en natuur staat voorop. We betrekken inwoners, bedrijven en anderen bij de keuzes die we maken. In de voorliggende RES 1.0 West-Brabant geven wij, de gezamenlijke overheden in de regio West-Brabant1, de hoofdlijnen en bestuurlijke keuzes die we in de RES maken. Vanuit de missie om in West-Brabant samen te werken aan een regio waarin het goed wonen, werken en leven is. Wat is de opgave? We hebben een opgave om de elektriciteit en de warmte die we gebruiken te verduurzamen. Dat is een West-Brabantse opgave én een opgave die volgt uit het Klimaatakkoord.

Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten spraken daarin af om samen 35 TWh duurzame elektriciteit op land op te wekken en om de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving te verduurzamen. Iedere regio kijkt wat nu mogelijk is. De RES gaat met name over de onderwerpen die om regionale keuzes en afstemming vragen. Individuele gemeenten blijven verantwoordelijk voor de locatiekeuze en voor noodzakelijke procedures. Ze kunnen ook aanvullende keuzes maken en kaders stellen. Hoe pakken we het aan? Onze gezamenlijk ambities hebben we verwoord in vier leidende principes: − We benutten de energietransitie om de regio te versterken (o.a. vitaal platteland, stedelijke transformatie en een circulaire economie). − We hechten aan een haalbare en betaalbare energietransitie van en voor iedereen. − We beogen een adaptieve benadering, staan steeds open voor betere keuzes. − We streven naar zorgvuldig gebruik van de ruimte in de regio.

1

De gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht,

Deze principes leiden tot een aanpak, die kansen binnen en buiten de bebouwde omgeving benut. Binnen de bebouwde omgeving zetten we stevig in op besparen, isoleren en zon op dak. Buiten de bebouwde omgeving zetten we in op meervoudig ruimtegebruik. Zo maken we samen –inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden– vaart met de verduurzaming van onze energievoorziening, én respecteren we de landschappelijke kwaliteiten van de regio zo veel mogelijk. Wat zijn de belangrijkste keuzes voor elektriciteit? In West-Brabant zijn al goede stappen gezet in het verduurzamen van de energievoorziening. Binnen enkele jaren komt 1,4 TWh van het elektriciteitsgebruik uit zonne- en vooral windenergie (1 TWh is ongeveer 70-100 windturbines of 1000 hectare zonnepanelen). Dat is 20% van de verwachte vraag naar elektriciteit in 2050. Met de bestaande en geplande turbines uit ‘harde plannen’ staan er binnenkort ruim 130 windturbines. In 2030 willen we 2,0 TWh duurzaam opwekken met grootschalige wind- en zonneenergie en 0,2 TWh met innovatieve technieken. De regio draagt dan substantieel meer bij aan de landelijke opgave van 35 TWh in 2030 dan wat mag worden verwacht o.b.v. het regionale elektriciteitsverbruik (1,8 TWh). De ervaring leert dat er wind- en zonprojecten kunnen afvallen lopende het planningsproces.

Een ‘overprogrammering’ van projecten is daarom nodig om onze ambitie van 2,0 TWh waar te maken. De projecten en plannen in de RES komen nu samen uit op 2,4 TWh duurzame elektriciteit in 2030. Daarnaast stimuleren we een groei van kleinschalige opwek van duurzame energie – zoals zonnepanelen op woningen– naar 0,5 TWh in 2030. We kunnen deze bijdrage leveren omdat we de afgelopen jaren al flinke stappen hebben gezet, de fysieke kenmerken van onze regio goede kansen voor opwekking biedt én we onze eigen ambities voor 2050 op tijd willen waarmaken. Deze elektriciteitsopgave vraagt een bijdrage van elke gemeente. Die bijdrage hangt samen met lokale kansen en kenmerken. De opgave vergt ook een evenwichtige balans tussen zonne- en windenergie, onder andere vanwege de kosten en continuïteit van de elektriciteitsproductie. Een groot deel van de nieuwe opgave gaan we realiseren met zon op dak, een kleiner deel met zonnevelden en extra windturbines. De extra elektriciteit willen we opwekken met de onderstaande aanpak. De verdeling van deze elektriciteitsopgave over de West-Brabantse gemeenten staat in bijlage 1.

Zundert, de provincie Noord-Brabant, het waterschap Brabantse Delta, het waterschap Rivierenland en Enexis.

- Stimuleren van een groei van 0,4 TWh kleinschalige opwek van elektriciteit, van 0,1 nu naar 0,5 TWh in 2030 (zonnepanelen op de helft van het geschikte oppervlak aan kleine daken). Zonnepanelen op eigen dak verlagen de energierekening van inwoners en bedrijven en zijn een stap naar zelfvoorzienend wonen en werken. − Extra grootschalige elektriciteitsopwekking van 1,0 TWh door: o Initiëren en faciliteren van de groei van zonne-energie tot op 25% van de grote daken. Dit is 0,5 TWh extra ofwel circa 475 hectare zonnepanelen, naast de 0,2 TWh die naar verwachting op nieuwe, grote daken zal worden opgewekt. Zon op dak draagt bij aan besparing op de energierekening (van ondernemers, verenigingen, etc.). Opbrengst van lokale opwekking op dak en veld kan de lokale leefbaarheid ondersteunen, bijvoorbeeld als financieringsbron voor sportclubs. o Aanwijzen van zoekgebieden voor het opwekken van 0,2 TWh extra windenergie (9 à 12 nieuwe windturbines en het vervangen van ongeveer 25 oudere turbines). Deze liggen vooral in het westen en noordwesten van de regio vanwege de netcapaciteit. De zoekgebieden en locaties sluiten nauw aan bij bestaande lokale initiatieven en beleid. De realisatie van deze windturbines draagt bij aan een CO2- en kostenefficiënte aanpak. We beogen een lokaal eigenaarschap van 50%.

o Opwekken van 0,3 TWh elektriciteit met extra zonneparken, te ontwikkelen in combinatie met bijvoorbeeld natuur, waterberging en/of landbouw (circa 300 hectare). De combinaties bevorderen functionele koppelingen, als bufferzones langs beken en nieuwe verdienmodellen in bijvoorbeeld de landbouw. − Tenslotte gaan we de ontwikkeling van innovatieve technieken stimuleren. Daar willen we in 2030 minimaal 0,2 TWh mee opwekken en na 2030 de verduurzaming opschalen. Innovatieve technieken -zoals zonnepanelen op gevels, nieuwe vormen van waterkracht- zijn veelbelovend om de kosten en het beslag op ruimte te beperken. Het ondersteunt werkgelegenheid voor start-ups en in de techniek. Wat zijn de belangrijkste keuzes voor warmte? West-Brabant werkt ook al hard aan de verduurzaming van de warmtevoorziening: bijvoorbeeld door het gebruik van warmte uit de industrie en uit afval en door projecten met zonthermie en aquathermie. De verwachting is dat we in 2050 ongeveer 5,8 TWh aan warmte verbruiken in de gebouwde omgeving. Voor het grootste deel, 5,5 TWh, moeten we nog duurzame alternatieven vinden. We volgen de volgende strategie: − We willen 15% besparen op het gebruik van warmte in de gebouwde omgeving in 2030 (van 5,8 TWh nu naar 4,9 TWh in 2030). Besparen is vaak kosteneffectief, en ook nodig omdat er (nog) weinig betaalbare duurzame warmtebronnen zijn.

− We verkennen de uitbreiding van het regionale warmtenet. We kijken dan met name naar een verbinding tussen Moerdijk en Breda/Amernet. Ook een leiding van Moerdijk naar Roosendaal / Bergen op Zoom zou mogelijk kunnen zijn. Er is daar al een privaat initiatief voor een leiding tussen Roosendaal en tuinders in Steenbergen/Dinteloord. We zien deze verbindingen als eerste bouwstenen in de ontwikkeling van een groter regionaal net. Uitbreiding van het regionale net is met name geschikt voor (stedelijke) gebieden met een hoge warmtevraag. − We zetten in op individuele warmtesystemen in gebieden met een lage dichtheid van de warmtevraag en gebieden waar onvoldoende ruimte in de grond is voor warmtenetten. Verwarming met groen gas heeft de meest gunstige verhouding in maatschappelijke kosten en baten. Groen gas is echter beperkt beschikbaar. Niet meer dan 10 - 20% van de woningen kan er gebruik van maken, afhankelijk van de mate van isolatie, het gebruik van hybride ketels en zonthermie. Daarom moeten we het slim toepassen. All-electric is een (duurder) alternatief). − Lokale warmtenetten met lokale bronnen zijn, uit het oogpunt van maatschappelijke kosten en baten, in principe minder aantrekkelijk. Toch kunnen ook lokale warmtenetten een passende vorm van warmtevoorziening zijn, mits de juiste uitgangspunten worden gevolgd.

Lokale bronnen zijn (vaak) relatief kostbaar, maar lokaal maatwerk kan soms toch leiden tot een gunstige businesscase. − We benutten de hernieuwbare warmtebronnen (o.a. warmte uit water, bodem en lucht) in onze regio zo veel mogelijk. We beogen vanaf 2030 alleen nog lokale (Nederlandse/Vlaamse) biomassa te gebruiken, mits die niet kan worden benut voor hoogwaardiger toepassingen. We streven naar een toename van het gebruik van regionale biomassa naar 1 miljoen ton per jaar in 2030 voor grondstoffen en energie. o Grootschalige verwerking van buitenlandse biomassa, warmte uit afval en van aardgas zijn tijdelijke transitieoplossingen. Dit draagt bij aan de warmtetransitie, maar ook aan de ontwikkeling van een circulaire economie. o We gaan een bronnenstrategie maken om vraag en aanbod optimaal op elkaar af te stemmen. Waar gaan we lokale biomassa voor gebruiken en wat kunnen we met industriële restwarmte van Moerdijk? We kijken naar de gebouwde omgeving, industrie én de glastuinbouw. Dit zorgt voor efficiënt gebruik van bronnen en helpt mee aan een haalbare en betaalbare warmtetransitie. o We willen tot 2030 minimaal 10 experimenten op het gebied van warmte realiseren, inclusief experimenten met opslag en conversie van energie. De experimenten moeten samen een reductie van het gebruik van aardgas opleveren, ter grootte van het gebruik van meer dan 10.000 huishoudens.

Zo stimuleren we innovatie bij lokale en regionale bedrijven.

Hoe gaan we dit waar maken en uitvoeren? − We streven naar een brede acceptatie van deze energiestrategie. Daarom blijven we inwoners, bedrijven en anderen betrekken. Gemeenten betrekken omwonenden en stakeholders bij het uitwerken van wind-, zon-, warmte- en innovatieprojecten. − De gemeenten die het betreft verankeren de zoekgebieden voor wind in hun omgevingsbeleid, maken op basis van de inpassingsprincipes uit deze strategie beleid voor zonne-energie en alle gemeenten stellen een Transitievisie Warmte vast. − Gemeenten, waterschappen en provincie spannen zich in om de vergunningen voor de projecten en infrastructuur uit deze energiestrategie voor 2025 te verlenen, zodat deze projecten in 2030 operationeel zijn en duurzame energie leveren. − We streven naar 50% of meer lokaal eigenaarschap van nieuwe zon- en windprojecten. We beogen de financiële opbrengsten voor het grootste deel te benutten voor versnelling en bekostiging van de lokale energietransitie, zoals het isoleren van woningen en andere gebouwen en het verminderen van energie-armoede. − Overheden en netbeheerder starten een programmeringsoverleg om in de uitvoering tot kosteneffectieve oplossingen te komen en de planning van projecten op elkaar af te stemmen.

− Het lokale eigenaarschap bij grote wind- en zonneveldprojecten wordt samen met inwoners, lokale bedrijven en projectontwikkelaars uitgewerkt, onder regie van de gemeenten. Gemeenten kunnen gebruik maken van het aanbod van Energiefonds Brabant voor financiële ondersteuning. − In de RES-deal Lokaal eigenaarschap zijn afspraken opgenomen over het oprichten van een revolverend ontwikkelfonds voor de inzet van expertise en voorfinanciering voor lokale collectieve projecten van burgerinitiatieven, energiecoöperaties, e.a. − Met een Versnellingsteam Zon op bedrijfsdaken beogen we samen met ZLTO, VNONCW, Rabobank en de BOM (agrarische) bedrijven te ontzorgen bij het realiseren van zon op hun daken, zo mogelijk samen in een gebied of bedrijventerrein. − In de RES-deal warmte hebben we afspraken gemaakt over publiek-private afstemming en samenwerking, die – stapsgewijs – moet leiden tot realisatie van concrete projecten voor uitbreiding van de regionale warmte-infrastructuur. − We stimuleren innovaties voor duurzame opwek van elektriciteit en warmte en voor gebruik van regionale biomassa, samen met Stichting Brabant geeft Energie, Biovoice, BOM, REWIN en het bedrijfsleven. We verbinden organisaties die behoefte hebben aan experimentele oplossingen met organisaties die deze kunnen leveren. Ook betrekken we het onderwijs. Dit is onze RES-deal ‘Energieke Innovatie’.

Wat hebben we nodig van het Rijk? West-Brabant gaat aan de slag met de uitwerking van deze strategie. De uitvoerbaarheid staat of valt echter met cruciale bijdragen van het Rijk. De belangrijkste zijn: − Stimuleer ‘zon op dak’ door aanpassing van nationale wetten en regels, zoals de mogelijkheid voor gemeenten om vanaf 2021/2022 zon op dak te verplichten op nieuwe gebouwen en de Vamil- en Eia-lijst (zonsystemen op bedrijfsdaken) en door voldoende financiële prikkels, binnen en buiten de SDE++. − Optimaliseer het gebruik van het elektriciteitsnet door aanpassing van wet- en regelgeving voor onder andere het ‘terugregelen’ van elektriciteitsbronnen bij overbelasting en het gebruik van reservecapaciteit (redundantie). − Zorg dat Tennet op tijd voldoende capaciteit heeft om de regionaal opgewekte elektriciteit op het hoogspanningsnet in te kunnen voeden (terugleveren). − Stel de SDE++-categorie voor lage windturbines rondom vliegvelden ook open voor turbines rondom vliegbasis Woensdrecht. − Een gezamenlijke regionale uitwerking van verantwoordelijkheden, financiering en marktwerking van warmtenetten, door Rijk en regio. Waaronder: o Zorg voor een aantrekkelijke businesscase van warmtenetten. o Draag bij aan kosten van (boven)regionale warmtenetten. o Maak afspraken over financiering, financiële risico’s en marktordening.

o Maak standaards voor open netten met meerdere leveranciers en aanbieders. o Ontwikkel alternatieve maatregelen voor gebouwgebonden financiering. − Tot slot is het nodig dat het Rijk gemeenten voldoende middelen ter beschikking stelt voor de uitvoering van het Klimaatakkoord en de realisatie van de RES borgt (conform de VNG-motie en het advies van de Raad voor Openbaar Bestuur. De financiering van de RES-regio’s moet een vervolg krijgen. Hoe is het (vervolg)proces van de RES? Deze RES 1.0 is opgesteld in vervolg op de Concept RES (juni 2020) en tot stand gekomen in een participatief proces met maatschappelijke partners, bedrijven en betrokken inwoners. De keuzes en aanpak sluiten aan bij de voorkeuren die stakeholders en inwoners hebben uitgesproken. Voorstellen en suggesties op de Concept RES (door overheden en partners) zijn in deze RES 1.0 zo mogelijk verwerkt. De RES wordt elke twee jaar geactualiseerd. Deze RES 1.0 zal naar verwachting in 2023 worden herzien tot een RES 2.0. De komende jaren zal de RES een continue samenwerking blijven tussen de 16 gemeenten, waterschappen, de provincie, de netbeheerder, maatschappelijke partners, bedrijven en inwoners. Deze samenwerkingsafspraken zijn vastgelegd in het Uitvoeringsprogramma RES West-Brabant.

Inhoud 1

Samen aan de slag............................................................................................. 1

Kaarten

2

West-Brabantse aanpak .................................................................................... 7

1.

Elektriciteitskaart

3

Duurzame elektriciteit ....................................................................................... 9

2.

Landschappelijke onderlegger

3.1 Ambitie..................................................................................................... 9

3.

Netwerkkaart

3.2 Elektriciteitsbronnen ................................................................................ 11

4.

Warmtebronnen

3.3 Innovatie ................................................................................................. 15

5.

Warmtekaart

3.4 Elektriciteitsnetwerk en -opslag ................................................................ 17

6.

Bodemenergiekaarten

4

5

Duurzame warmte ...........................................................................................19 4.1 Ambitie.................................................................................................... 19

Foto’s

4.2 Onze strategie.......................................................................................... 19

1.

Energy Game

4.3 Warmtebesparing .................................................................................... 21

2.

Visualisatie Stedelijke corridor als energieruggegraat

4.4 Warmtebronnen ...................................................................................... 21

3.

Visualisatie Energieparken

4.5 Warmte-infrastructuur ............................................................................. 25

4.

Energie Safari, Suez (2x)

4.6 De lokale warmtetransitie......................................................................... 27

5.

1e Werkatelier RES

4.7 Innovatie ................................................................................................. 29

6.

2e Werkatelier RES

Uitvoeringsagenda ...........................................................................................31

7.

Warmtenet Terheijden

5.1 Lokale projecten en activiteiten ................................................................ 31

8.

RWZI Nieuwveer

5.2 Publiek-private RES-deals ......................................................................... 33

9.

Raadsledenbijeenkomst

5.3 Regionale samenwerking .......................................................................... 33

10. Groepsfoto Klankbordgroep en Stuurgroep

5.4 Bijdrage van het Rijk ................................................................................. 34 5.5 Uitvoeringkosten van de RES ..................................................................... 2 Bijlagen ......................................................................................................................ii 1

Wind- en zonopgave per gemeente ....................................................................ii

2

Begrippen en afkortingen .................................................................................. iii

Colofon ..................................................................................................................... iv

Energy game, Juni 2019

1 Samen aan de slag

−

Regionale Energie Strategie Nederland wil haar energievoorziening verduurzamen en de uitstoot van CO2 verminderen, net als de 195 andere landen die de internationale Klimaatafspraken van Parijs ondertekenden. West-Brabant heeft de afgelopen jaren al veel gedaan voor de verduurzaming van de warmte- en energiehuishouding. Tegelijk realiseren we ons dat er nog veel te doen is en er ook nog veel onzeker is. In de Regionale Energie Strategie (RES) maken we2 - 16 gemeenten, 2 waterschappen, provincie en Enexis – daarom afspraken over het opwekken van duurzame elektriciteit in 2030, de warmtevoorziening van de gebouwde omgeving en de ontwikkeling van de regionale energie-infrastructuur. De RES volgt uit de afspraken uit het nationale Klimaatakkoord. In volgende RES’en ontwikkelen we onze aanpak verder. Er is dan ook meer zicht op de impact van de ambities van elektrificatie vanuit de industrie en mobiliteit, die op andere tafels (en deels door andere partijen) worden bepaald. Die ambities wegen dan mee in de actualisatie en verdieping van de RES.

−

Voor u ligt de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 West-Brabant, met de hoofdlijnen en bestuurlijke keuzes. In een achtergrondrapport bij deze RES zijn de context, argumentatie en onderbouwing bij de keuzes beschreven. De RES gaat over onderwerpen die om regionale afstemming vragen. Individuele gemeenten blijven verantwoordelijk voor definitieve locatiekeuzes, noodzakelijke procedures en eventuele extra kaders. De acties gericht op de uitvoering van de RES en de verdeling van rollen en verantwoordelijkheden staan in het Uitvoeringsprogramma RES West-Brabant. Regionale samenwerking We werken samen aan de RES omdat een duurzame elektriciteits- en warmtevoorziening, behalve een lokale ook een gemeentegrensoverschrijdende opgave is: − Wanneer we samenwerken kunnen we de energietransitie beter koppelen aan het realiseren van andere regionale opgaven, zoals een vitaal platteland of het voorkomen van energie-armoede;

2

De RES is een samenwerking van de gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen,

RES 1.0 West-Brabant

− −

−

Overheden, netbeheerders en maatschappelijke organisaties hebben elkaars kennis, kunde en bevoegdheden nodig, bijvoorbeeld voor de uitvoering van financiële en sociale participatie in energieprojecten (zoals bij WindA16 is gebeurd). Grote energiebronnen en -netten, zoals bijvoorbeeld het Amernet, hebben een bovenlokale potentie en vragen om tijdige afstemming en afspraken; De invloed van duurzame energie-opwekking -met wind en/of zon- kan over gemeentegrenzen heen reiken, door de zichtbaarheid of uitbreiding van het net; De kansen voor duurzame energie verschillen. De elektriciteitsvraag van steden is te groot om er zelf in te voorzien. De netten in landelijke gemeenten zijn niet berekend op nieuwe, grootschalige energiebronnen. We hebben elkaar dus nodig; Overheden en netbeheerders hebben elkaar nodig om nieuwe energieprojecten af te stemmen op de capaciteit van het net, en andersom. Samen kunnen we zorgen voor genoeg capaciteit op het net en de maatschappelijke kosten beperken.

Participatief proces Onze ambitie is om de duurzame elektriciteits- en warmtevoorziening zo in te richten dat deze aansluit bij wat mensen in de regio belangrijk vinden. En dat het plan mensen en bedrijven uitnodigt om bij te dragen aan de uitvoering. Daarom werken we in de RES samen met maatschappelijke partners, bedrijven en inwoners. Dat sluit aan bij de wens van inwoners en stakeholders zelf om tijdig betrokken te worden, op een open en transparante manier. Dit hebben we als volgt gedaan: − Circa 60 tot 100 verschillende stakeholders zijn betrokken in 5 werkateliers; − Er zijn 9 bijeenkomsten geweest met een Klankbordgroep van stakeholders; − De regio organiseerde 2 energie-safari’s voor betrokkenen in de regio; − Er is een internetconsultatie uitgevoerd onder 2.345 inwoners (PON, 2020); − Gemeenten hebben inwoners betrokken, o.a. in straatgesprekken en enquêtes; − De regio consulteerde stakeholders over belangrijke keuzen in de concept-RES; − De gemeenteraden en waterschapsbesturen hebben de Concept RES vastgesteld; − Raadsleden hebben via raadsinformatiebrieven, 4 informele regionale bijeenkomsten en lokale bijeenkomsten kennis kunnen nemen van de RES en daarover met elkaar van gedachten kunnen wisselen.

Steenbergen, Woensdrecht, Zundert, waterschappen Brabantse Delta en Rivierenland, provincie Noord-Brabant en Enexis

1

Inwoners: Landschap en keuzevrijheid zijn belangrijk In de zomer en de herfst van 2020 is in de regio West-Brabant is inwoners gevraagd wat zij belangrijk vinden bij het verduurzamen van onze elektriciteit en warmte. Deze consultatie is uitgevoerd samen met de provincie Noord-Brabant. We hebben gevraagd wat mensen belangrijk vinden, hoe ze in de toekomst betrokken willen worden bij plannen over duurzame elektriciteit en warmte en bij welke groepen inwoners er meer en minder draagvlak is voor duurzame energie. 2.345 inwoners uit West-Brabant hebben een lijst met 25 vragen op internet ingevuld (PON, 2020). Ze zijn op leeftijd, opleidingsniveau en woongemeente representatief voor West-Brabant. Daarna is met ruim 60 mensen verder gepraat in een online research community (PON, 2020). Zoveel mensen, zoveel opvattingen Van de respondenten is 20% bekend met de RES, zo’n 15% heeft ervan gehoord en zo’n 65% kent de RES nog niet en heeft nog geen hele duidelijke opvatting. Ondanks de verschillen in opvattingen, zien we toch een aantal duidelijke uitkomsten. Pleidooi voor een haalbare en betaalbare energietransitie Haalbaarheid en betaalbaarheid lopen als een rode draad door alle uitkomsten heen en wordt ook expliciet genoemd als een van de belangrijkste criteria. Ook verwachten mensen een stevige rol van de overheid.

Als initiatiefnemer voor projecten, in het geven van betrouwbare informatie, en in het zorgen voor financiële arrangementen. Het liefst in de vorm van subsidies en soms ook bij het verstrekken van duurzaamheidsleningen. Meer aandacht voor innovatie Lang niet iedereen is op de hoogte van of het eens met de focus van de RES. Dat de RES zich richt op het grootschalig opwekken van duurzame energie uit wind- en zonne-energie (ook vanwege de focus op 2030), ervaart een deel van de mensen als te beperkt. Zij zien graag meer ruimte voor innovatie. En ook kernenergie wordt regelmatig als oplossing genoemd. Zorgen over kwaliteit van leefomgeving Zorgen zijn er over de kwaliteit van de leefomgeving. Mensen willen dat er zorgvuldig met het landschap wordt omgegaan. Dat betekent concreet liever geen windturbines als een soort hagelslag door het landschap. Mensen snappen de keuze in de RES om RES 1.0 West-Brabant

windturbines in clusters neer te zetten. En er lijkt meer begrip te zijn voor het uitbreiden van bestaande windparken, dan voor het bouwen van nieuwe parken. Met als kanttekening, dat in West-Brabant net als in de rest van Nederland het onderwerp windenergie stevige reacties oproept. Sommigen zijn een groot voorstander van windenergie, anderen spreken zich hier fel tegen uit en maken bezwaar tegen het veranderende landschap. Ook voor zonne-energie geldt dat mensen het open landschap graag behouden. Mensen zijn positief over zon op dak. Daarna zien ze graag dat restruimte wordt benut. Zonneparken komen dan in knooppunten tussen snelwegen en langs landingsbanen of ze worden geplaatst aan de randen van bedrijventerreinen. Oftewel, ruimte die niet geschikt is om op een andere manier te benutten. Voor de combinatie met natuurontwikkeling, natte natuur, maar ook voor de combinatie met landbouwgewassen is veel minder steun. Ook zien we dat een derde van de respondenten zonneparken liever niet combineert met windturbines. Invloed op warmte van de toekomst Van het aardgas af is voor veel mensen een abstract onderwerp en baart zorgen. Zorgen over de kosten voor het aanpassen van de eigen woning, over de monopoliepositie van de grote energiebedrijven en de gevolgen voor je eigen energierekening en over keuzevrijheid.

Voor bronnen van warmte heeft driekwart voorkeur voor restwarmte uit de industrie. Ook warmte uit afval, water, en uit de aarde krijgen ruime steun. Financiële participatie Mensen zijn positief over het idee dat de helft van de opbrengsten van een zonne- of windpark worden benut voor inwoners om zo de energietransitie te versnellen. Ook wil de helft zelf investeren in een windproject of een zonne-project. Een ander deel kan nu niet goed inschatten of ze zouden willen investeren. Invloed en regie Mee kunnen praten en op de hoogte zijn van de plannen vinden mensen erg belangrijk. Een nieuwsbrief wordt vaak genoemd als middel op de hoogte te blijven. Mensen ervaren nu zowel bij de veranderingen in het landschap als bij de maatregelen die ze in en om hun eigen huis moeten nemen weinig regie en invloed. Een groot deel zou graag meepraten. Betrokken worden in een vroeg stadium geeft gevoel van controle. En daar liggen wellicht ook kansen om het vertrouwen in de overheid. 2

Adviezen van bedrijven en belangenorganisaties De regio werkt nauw samen aan deze energiestrategie. Naast inwoners hebben ook maatschappelijke organisaties en bedrijven hun mening gegeven over de energie-opgave en meegewerkt aan de RES. De volgende beelden kwamen naar voren. Stakeholders In vijf werkateliers is steeds met 60 tot 100 stakeholders (natuur-, milieu- en landbouworganisaties, energiecoöperaties, woningcorporaties, bedrijven, e.a.), gewerkt aan de inhoud van de RES. In de ateliers is gewerkt aan bouwstenen, scenario’s, onderzoeken en aan locaties. In de discussies kwam enkele onderwerpen veelvuldig aan de orde: Lokaal maatwerk én regionale samenhang Lokale inbedding is een essentieel onderdeel van de strategie. Deelnemers vinden lokaal maatwerk belangrijk om participatie, het verbinden aan andere opgaven en een goede landschappelijke inpassing te bevorderen. Tegelijkertijd vinden stakeholders het regionale schaalniveau erg belangrijk voor de samenhang: een goed plan op regionaal niveau voorkomt versnippering. Wees zuinig op de natuur en het landschap Landschap en natuur zijn een belangrijk onderdeel van het DNA van West-Brabant. Het is in West-Brabant fijn wonen en werken, en dat moet ook zo blijven. Aan de andere kant geven stakeholders ook aan dat de energietransitie kansen biedt voor de regio.

Zonnepanelen kunnen bijvoorbeeld aanjager zijn van natuurontwikkeling, en functies kunnen worden gecombineerd. Een zorgvuldige inpassing is altijd belangrijk. Participatie, lokaal eigenaarschap en betaalbaarheid ‘Betrek inwoners vanaf het begin van het proces en laat hen meedenken over de manier waarop we de energietransitie in West-Brabant en in de eigen gemeenschap willen realiseren’ is een veelgehoord aandachtspunt. Ambassadeurs, coaches en bewustwording worden als middelen gezien om inwoners van West-Brabant mee te krijgen. Daarnaast vinden deelnemers het belangrijk dat de energietransitie voor iedereen betaalbaar en lonend is, dus ook voor mensen met een “kleine beurs”.

technieken en innovaties. Daarnaast graag aandacht voor opslag en alternatieven voor zon- en windenergie. Klankbordgroep De mensen uit de Klankbordgroep komen uit diverse sectoren, zoals de regionale industrie, het onderwijs-, de sociale woningbouw, de landbouw, de energieproductie en de financiële sector. Ook is er vertegenwoordiging vanuit energiecoöperaties en vanuit de Brabantse Milieufederatie. De Klankbordgroep adviseert de Stuurgroep. In diverse bijeenkomsten hebben zij mee kunnen denken: van het Plan van Aanpak tot en met deze RES en het Uitvoeringsprogramma. Zij pleiten voor een koppeling tussen elektriciteit en warmte in de RES. Ook vinden zij een inclusieve transitie belangrijk, waarin we open kijken naar kansen en niet te snel oplossingen uitsluiten. Er is behoefte aan ruimte voor innovatie en kansen voor lokale initiatieven. Bedrijven dringen aan op een gelijk speelveld, waarin voor iedereen dezelfde regels en voorwaarden gelden. Een gelijk speelveld vinden ze belangrijker dan minder regels. Verschillende bedrijven en organisaties willen bijdragen aan het vervolg van de RES en de uitvoering van projecten. De concept-RES 1.0 en het concept-Uitvoeringsprogramma zijn met de Klankbordgroep besproken. Zij geven de volgende adviezen: • Maak een concreter langetermijnperspectief voor de warmtevoorziening, met een concretere en preciezere ruimtelijke duiding.

• Geef meer aandacht aan regionale optimalisatie. Durf afzonderlijke opgaven per gemeente los te laten en zie de regio meer als één geheel c.q. één gemeente. • Wees ambitieuzer als het gaat om warmtebesparing. Er is een grote winst te behalen met een aanpak gericht op slecht geïsoleerde woningen. • Geef meer inzicht in de kans van slagen van de verschillende energieprojecten. • Betrek meer scholieren en studenten uit de regio bij de energietransitie en de RES. • Benut de postcoderoos systematiek ook voor kleinschalige zon op daken.

Flexibiliteit en innovatie - “De RES moet een adaptieve en flexibele strategie worden”. Op deze manier is het mogelijk om in de loop van de tijd te kiezen voor verbeterde RES 1.0 West-Brabant

3

Uit alle gesprekken en bijeenkomsten komt naar voren dat mensen vinden dat de regio al veel doet aan het opwekken van duurzame energie. Tegelijk is er breed het besef dat er nog meer nodig is. Raadsleden, stakeholders en inwoners hebben allemaal laten weten dat zij voorkeur hebben voor zoveel mogelijk besparen, vervolgens door daken (van huizen en bedrijven) zo goed mogelijk te benutten voor zonne-energie en als sluitstuk te kijken wat er nog nodig is om met zonneparken en windturbines op te wekken. Met de wens om nieuwe windturbines zoveel mogelijk toe te voegen aan bestaande windparken. Ook is er breed de oproep gedaan om ruimte te maken voor nieuwe innovaties. Bijvoorbeeld door de vergunningstermijn voor zonneparken en windturbines te beperken tot 20 of 25 jaar, zodat het landschap in de toekomst ‘schoon’ opgeleverd kan worden ‘als de techniek dat toestaat’. Vóór en ná de RES 1.0 De voorloper van deze RES 1.0 was de Concept RES. De Concept RES is vastgesteld in de raden van de 16 gemeenten, door de besturen van beide waterschappen en door Gedeputeerde staten van de provincie. De Concept RES is besproken met het Nationaal Programma RES (NPRES) en voor doorrekening voorgelegd aan het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).3 Op de Concept RES zijn door verschillende overheden en partners wensen en bedenkingen geuit, die zijn verwerkt in deze RES 1.0.

Deze RES 1.0 is een belangrijke mijlpaal in een langere regionale samenwerking voor de energietransitie. In deze RES worden diverse maatregelen uit het Klimaatakkoord concreet uitgewerkt. De RES’en worden elke twee jaar geactualiseerd; de RES 2.0 wordt in 2023 verwacht. Het RES-proces is nu dan ook nog niet klaar. Ook de komende jaren zal de RES een samenwerking blijven tussen de 16 gemeenten, 2 waterschappen, de provincie, de netbeheerder, maatschappelijke partners, bedrijven en inwoners. In het Uitvoeringsprogramma RES West-Brabant werken we de samenwerkingsafspraken uit. Het Klimaatakkoord Het Klimaatakkoord is een overeenkomst tussen veel organisaties en bedrijven in Nederland om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Het doel: de CO2-uitstoot in 2030 met 49% verminderen. In het akkoord staan meer dan 600 afspraken om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan, in de sectoren Gebouwde omgeving, Landbouw en landgebruik, Mobiliteit, Elektriciteit en Industrie. Veel van de afspraken zullen in de regio uitgewerkt moeten worden in locaties en projecten. Dit gebeurt in de Regionale Energiestrategieën, waarbij de focus ligt op de opgaven van Gebouwde omgeving en Elektriciteit. Ook de andere sectoren geven uitvoering aan de afspraken uit het Klimaatakkoord, onder andere via sectorale Uitvoeringsoverleggen, bijvoorbeeld voor Industrie en Mobiliteit.

Figuur 1 Tijdlijn ontwikkeling, uitvoering en herziening Regionale Energiestrategie

3 Zie: https://www.pbl.nl/publicaties/regionale-energie-strategieen-een-tussentijdse-analyse

RES 1.0 West-Brabant

4

RES 1.0 West-Brabant

5

Figuur 2 West-Brabantse aanpak ‘Binnen en Buiten’ RES 1.0 West-Brabant

6

2 West-Brabantse aanpak We zetten zorgvuldige stappen We willen dat het goed toeven is in West-Brabant, nu en in de toekomst. Goed om te werken, te wonen, te komen en te verblijven. Daarom werken we aan een economisch veerkrachtige, schone en aantrekkelijke regio. Verduurzaming van onze energievoorziening is noodzakelijk én een kans om als regio sterker te worden. In West-Brabant zijn burgers, ondernemers, maatschappelijke organisaties en overheden al geruime tijd aan het werk met de transitie naar een duurzame energievoorziening. De regio kent grote energieverbruikers, bijvoorbeeld in Moerdijk, Steenbergen en Bergen op Zoom. Er zijn grote bedrijven die elektriciteit en warmte produceren, zoals de Amercentrale en de afvalenergiecentrales in Moerdijk en Roosendaal. De regio zet al flinke stappen om te verduurzamen, bijvoorbeeld met wind- en zonneparken bij Moerdijk, de productie van groen gas door Cosun (Cosun Beet Company, voorheen Suiker Unie) in Dinteloord en door warmtelevering van bedrijven aan woningen via het Amernet. Op lokale schaal is er in Etten-Leur al een wijk waar woningen gebruik maken van WKO-systemen. In en om grotere steden en kleine kernen zijn grote zonneparken gepland en ontwikkelen we warmtenetten.

Met name in de open, grootschalige productielandschappen in het noordwesten zullen met bestaande plannen over circa twee jaar ruim 130 windturbines draaien, waaronder die langs de A16. Daarnaast zijn er (kleine) kernen met lokale initiatieven, zoals een warmtenetwerk in Terheijden. De komende tijd gaan we op zoek naar een evenwichtige en duurzame energie- en warmtevoorziening. Tegelijk staat in delen van de regio de kwaliteit van de leefomgeving onder druk. Onder andere door leegstand op bedrijventerreinen, de groei van de logistieke sector en door vrijkomende agrarische bebouwing. Zonneparken, windturbines en netinfrastructuur gebruiken ook ruimte. De balans en de versterking van de regionale en lokale economie en de leefbaarheid en kwaliteit van natuur en landschap staan voorop bij het verder verduurzamen van onze energievoorziening. Deze ambities komen tot uitdrukking in vier leidende principes voor de RES: 1. We willen de energietransitie benutten om de regio te versterken; 2. We hechten aan een haalbare en betaalbare energietransitie van en voor iedereen; 3. We beogen een adaptieve benadering, steeds open voor betere keuzes; 4. We streven een zorgvuldig gebruik van ruimte in de regio na. RES 1.0 West-Brabant

De leidende principes zijn vertaald in een afwegingskader. De keuzes die we maken analyseren en toetsen we op 4 thema’s, die aansluiten bij de thema’s van het nationaal programma RES, zowel in deze RES 1.0 als richting de RES 2.0 en daarna: − Kwantitatieve bijdrage aan de opgave (energieopbrengst); − Omgeving (regionale meerwaarde, leefbaarheid, ruimtegebruik, landschap, milieu); − Energiesysteem efficiëntie (netinpassing, maatschappelijke kosten, flexibiliteit); − Bestuurlijk en maatschappelijke draagvlak (acceptatie, participatie, betaalbaar) We werken ‘binnen en buiten’ De principes vormen de basis voor een aanpak ‘binnen en buiten’. We benutten de kansen voor energietransitie ‘binnen onze bebouwde omgeving’ zo goed mogelijk. De urgentie en de omvang van de opgave vergt echter dat we ook kansen buiten de bebouwde omgeving benutten. Op deze manier maken we samen -inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden- vaart met de verduurzaming van onze energievoorziening. Tegelijk respecteren we de landschappelijke kwaliteiten van de regio zo veel mogelijk. Dit vertalen we als volgt: − Op gebouw-, buurt- en wijkniveau is een belangrijke rol weggelegd voor besparen, isoleren, energieneutrale nieuwbouw en energieopslag.

De meest duurzame energie is de energie die niet hoeft te worden opgewekt; − Ook voor kleinschalige en lokale opwekking van energie zien we een belangrijke rol, dicht bij gebruikers, in steden en dorpen. Denk aan zonnepanelen op daken en gevels, warmtepompen in gebouwen en WKO-systemen bij kantoren; − Grootschalige opwek vindt bij voorkeur dicht bij de gebruiker plaats, en binnen de gebouwde omgeving. Voorbeelden zijn zonnepanelen op grote daken van logistieke panden, industriële bebouwing en sporthallen, windturbines op bedrijventerreinen en het gebruik van restwarmte uit industriële processen. − Ook in het buitengebied is grootschalige opwekking van energie nodig, in wind- en zonneparken. We vinden een goede inpassing in het landschap belangrijk. Over de volle breedte van deze stappen stimuleren we de ontwikkeling van innovatieve technieken en aanpakken die bijdragen aan minder of multifunctioneel ruimtegebruik (denk aan geothermie of aquathermie), energie-efficiëntie of verlaging van kosten (bijvoorbeeld voor verduurzaming van gebouwen).

7

Figuur 3 Overzicht hernieuwbare elektriciteitsbronnen (exclusief kleinschalige opwek, inclusief 0,4 TWh overprogrammering)

Visualisatie Stedelijke corridor als energieruggengraat (door Generation.Energy) RES 1.0 West-Brabant

8

3 Duurzame elektriciteit 3.1 Ambitie Nederland heeft als ambitie een CO2-neutrale elektriciteitsopwekking in 2050. Voor West-Brabant betekent dit onder andere het verduurzamen van het elektriciteitsverbruik van 6,5 TWh4 in 2050. Dankzij de inspanningen in de afgelopen jaren komt met bestaande bronnen en ‘harde plannen’ al 1,4 TWh van het elektriciteitsgebruik in de regio uit wind- en zonne-energie. Het grootste deel wordt dan opgewekt met circa 130 windturbines. De verduurzaming ligt zo goed op koers voor 2050. In 2030 willen we 2,0 TWh elektriciteit duurzaam en grootschalig opwekken uit wind en zon én 0,2 TWh uit innovatieve technieken. De regio draagt dan substantieel meer bij aan de landelijke opgave van 35 TWh in 2030 dan wat mag worden verwacht5 op basis van het regionale energieverbruik. We kunnen en willen deze bijdrage leveren omdat we de afgelopen jaren al flinke stappen hebben gezet, de fysieke kenmerken van onze regio goede kansen voor opwekking biedt én we onze eigen ambities voor 2050 op tijd willen waarmaken. De regio zal met deze verduurzaming van de elektriciteitsproductie jaarlijks 1,0 Mton minder CO2 uitstoten. De ervaring leert dat er wind- en zonprojecten kunnen afvallen of vertragen lopende het planningsproces. Er is daarom een ‘overprogrammering’ van projecten noodzakelijk om onze ambitie van 2,0 TWh waar te kunnen maken.

De grootschalige projecten en plannen in de RES komen nu samen uit op 2,4 TWh duurzame elektriciteit (exclusief innovaties). Als de komende jaren blijkt dat we -ondanks de inspanningen op innovatie en de overprogrammering- in 2030 toch onder de ambitie van 2,0 TWh aan hernieuwbare energie dreigen te raken, dan maken we afspraken over alternatieve projecten.

in ons streven naar behoud van de kwaliteit van natuur en landschap. Tegelijk biedt het kansen om de belasting van het elektriciteitsnet te beperken (door de koppeling van vraag en aanbod). Zonneparken bieden kansen voor meervoudig ruimtegebruik en kunnen in combinatie met wind bijdragen aan een efficiënt gebruik van het elektriciteitsnet. Windenergie is gunstig vanwege het rendement, de continuïteit in de energieproductie en de lagere maatschappelijke kosten. De keuze voor projecten en plannen sluit aan bij de West-Brabantse principes en levert een bestuurlijk evenwichtige verdeling over alle gemeenten (zie bijlage 1): elke gemeente draagt bij. We hechten aan een energietransitie met en voor iedereen in West-Brabant. Dit betekent dat omwonenden en bedrijven worden betrokken bij de ontwikkeling van zon- en windprojecten. Het kan gaan om de uitvoering van het project, de ruimtelijke inpassing en/of het verminderen van hinder. Maar ook de verdeling van het eigenaarschap van projecten en het profijt voor de lokale gemeenschap komt aan de orde. We willen iedereen de kans bieden om te profiteren van de wind- en zonne-energie die we in onze regio opwekken. We streven daarom naar 50% of meer lokaal eigenaarschap6 van de nieuwe zonne- en windparken7. Dat sluit aan bij het Klimaatakkoord.

Lokaal eigenaarschap levert geld op voor de regio - bijvoorbeeld voor andere maatregelen in de energietransitie, zoals isolatie - en kan ook leiden tot een grotere betrokkenheid van mensen bij lokale projecten en grotere gemeenschapszin (zie paragraaf 5.2). De nieuwe zon- en windprojecten kunnen, tot slot, ook bijdragen aan de werkgelegenheid. Denk aan het ontwikkelen van innovatieve technieken door startups en in de techniek-branche. De eerste inschatting komt op werk voor enkele tientallen tot mogelijk honderd personen tot 2030.

Een groot deel van de nieuwe opgave wordt gerealiseerd met zon op dak, een kleiner deel met zonneparken en extra windturbines. Deze verdeling van de opgave over zon en wind sluit aan bij de strategie ‘binnen én buiten’. Zon in de gebouwde omgeving past 4

Dit is het elektriciteitsverbruik van gebouwde omgeving, industrie, landbouw en mobiliteit, exclusief de elektrificatie van de industrie, het energieverbruik van grote verbruikers en elektrische verwarming, en gaat uit van circa 15% toename van het elektriciteitsverbruik.

6

Lokaal eigenaarschap is het streven naar 50% financiële participatie van de lokale omgeving bij duurzame opwek, zowel via lokaal eigendom (mee-investeren en risiconemen) als via financiële afdracht (zoals omgevingsfondsen of omgevingsregelingen).

5

De opgave voor West Brabant zou 1,8 TWh bedragen bij een verdeling van de landelijke opgave van 35 TWh naar rato van het elektriciteitsverbruik over de 30 regio’s in Nederland.

7

Bij projecten die in de pijplijn zitten, kunnen er al afspraken (in de maak) zijn waardoor 50% lokaal eigenaarschap niet haalbaar is.

RES 1.0 West-Brabant

9

Op de kaart is onderscheid aangebracht tussen onherroepelijk en niet onherroepelijk vergunde windturbines. De kaart zal worden aangepast aan de feitelijke situatie die ontstaat na uitspraak van de Raad van State in de nu lopende beroepsprocedure m.b.t windpark Karolinapolder.

RES 1.0 West-Brabant

10

3.2

Elektriciteitsbronnen

Kleinschalige opwekking In West-Brabant werd in 2018 kleinschalig8 0,1 TWh opgewekt met zonnepanelen, met name op woningen (Klimaatmonitor, 2019). De verwachting is dat dit, bij ongewijzigd beleid, zal doorgroeien naar circa 0,3 TWh in 2030. We gaan kleinschalige opwekking extra stimuleren omdat dit bijdraagt aan onze ambitie, aan een verlaging van de energierekening voor inwoners en aan meer bewustwording over de energietransitie. We streven naar 0,5 TWh kleinschalige opwek in 2030 (zonnepanelen op de helft van het geschikte oppervlak van kleine daken). Om dit te bereiken zorgen alle gemeenten voor een passend instrumentarium (zie 5.1). We zetten samen ook een ontwikkelfonds op om lokale initiatieven mee te ondersteunen (zie de RES-deal ‘Lokaal eigenaarschap’ in 5.2). De kleinschalige opwek staat los van het landelijk doel van 35 TWh grootschalige hernieuwbare energie. Grootschalige zonne-energie De RES richt zich op de grootschalige productie van duurzame elektriciteit met zon en wind. De West-Brabantse gemeenten spreken, voor wat betreft zon, af dat ieder een deel van de zon-opgave voor zijn rekening neemt (zie de Elektriciteitskaart). Bij elkaar gaat het om een extra opwek van 0,8 TWh waarvan 0,5 TWh op daken en 0,3 TWh in zonneparken. In deze RES worden geen zoekgebieden voor zonne-energie aangewezen, om ruimte te bieden voor lokaal maatwerk.

Wel hanteren we dezelfde landschappelijke principes bij het opstellen en actualiseren van zonvisies (zie bijlage 3). Ook willen we zonne-energie dichtbij en samen met burgers, verenigingen en bedrijven realiseren. Zo kunnen we kansen benutten voor lokale initiatieven die de leefbaarheid en economie in een gemeenschap versterken, bijvoorbeeld als financieringsbron voor sportclubs of om vrijkomende agrarische bebouwing op te ruimen. Zon op grote daken We hebben in de regio veel grote daken: in stedelijke gebieden, op bedrijventerreinen en op agrarische gebouwen. Deze bestaande daken willen we zo veel mogelijk benutten

8 9

10

Onder kleinschalige opwek verstaan we opwek <15 kWp, minder dan +/- 60 zonnepanelen. Landelijk wordt gesteld dat circa 25% van kleine daken (kleiner dan 285 m2) en 30% van grote daken technisch geschikt is voor zonnepanelen, rekening houdend met schaduw, technische constructies etc. Uitgaande van 40 hectare nieuw bedrijventerrein per jaar (conform de uitgifteregels van de provincie) gedurende 10 jaar (2020 - 2029), met een 50% bebouwing % en een opbrengst van 1 GWh per hectare dak.

RES 1.0 West-Brabant

door op 25%9 zonnepanelen te installeren. Daarmee kan jaarlijks 0,7 TWh duurzame elektriciteit worden opgewekt. Circa 0,5 TWh komt van nieuwe projecten op bestaande daken, circa 475 hectare. Op nieuwe daken komen ook zonnepanelen, onder andere van nieuwe gebouwen op nieuwe bedrijventerreinen. In de Werkafspraken Regionale bedrijventerreinen West-Brabant 2019-2023 staat dat gebouwen en constructies geschikt moeten zijn voor energievoorziening op het dak (zoals zonnepanelen, zie ook paragraaf 3.4) en ook zo benut dienen te worden – eventueel door derden.’ Tot 2030 zal het mogelijk gaan om 250 hectare aan nieuwe terreinen, goed voor 0,1 TWh aan extra zon op dak.10 Een groot deel komt naar verwachting van Logistiek Park Moerdijk. Gemeenten gaan zon op dak realiseren op het maatschappelijk vastgoed in de eigen gemeente, of zij stellen hun daken ter beschikking aan derden, en dragen zo ook hun deel bij aan de regionale ambitie. Met een regionaal Versnellingsteam Zon op bedrijfsdaken gaan we projecten op gang brengen om (agrarische) bedrijven te begeleiden en te ontzorgen bij het realiseren van zon op bedrijfsdaken (zie ook paragraaf 5.1 en 5.2). Aan provincie en Rijk vragen we knelpunten voor zon op dak weg te nemen, instrumenten die zon op dak aantrekkelijk maken voor eigenaren11 en om instrumenten waar we zon op dak mee kunnen sturen (zie 5.4).

Vraag en aanbod van elektriciteit organiseren we met zon op dak dicht bij elkaar. We gebruiken de ruimte zo dubbel, beperken de visuele impact en belasten het elektriciteitsnet minder. Soms is een combinatie van zonnepanelen met groene daken mogelijk om hittestress te beperken. De bestaande panelen en de verwachtingen over de realisatie van de harde plannen uit 2020 leiden tot het gebruik van circa 8% van de bestaande grote daken. We denken dat een groei van 8% naar 25% in 2030 haalbaar is, mits het Rijk de juiste regels en voorwaarden stelt en voor voldoende subsidie blijft zorgen. De groei zal op termijn wel verminderen, omdat de meest geschikte daken dan benut zullen zijn. Daarom zetten we ook in op innovatieve technieken, bijvoorbeeld om meer daken (en gevels) te kunnen benutten met lichtere constructies.

11

Wetende dat voor de SDE+ in totaal 0,3 TWh zonPV op grote daken is aangemeld, maar dat de toekomst van de SDE++ subsidie voor zon op dak onder druk staat. Naast aanpassing van SDE zou ook aanpassing van energiewetgeving en belastingwetgeving kunnen helpen.

11

RES 1.0 West-Brabant

12

Zonneparken In de regio komt circa 300 hectare aan nieuwe zonneparken, die 0,3 TWh extra energie gaan opwekken (zie Elektriciteitskaart en figuur 4 Zonprojecten). Daarnaast voorzien we de komst van kleinere zonneparken voor het opwekken van warmte met zonthermie. Voor de inpassing hiervan hanteren we grotendeels dezelfde principes. De grotere zonneparken liggen voornamelijk buiten de gebouwde omgeving en bieden kansen voor multifunctioneel landgebruik en nieuwe verdienmodellen. Denk bijvoorbeeld aan het combineren van nieuwe natuur met zonneparken, of het combineren van zoetwaterreservoirs met drijvende zonnepanelen. Zonneparken vragen om een zorgvuldige ruimtelijke inpassing vanwege de mogelijke gevolgen voor agrarische gronden, natuur en landschap. De uitgangspunten voor de ligging van zonneparken zijn: − We streven naar een goede ruimtelijke, landschappelijke inpassing van zonneparken, passend bij de kenmerken van het gebied, en gericht op behoud en eventueel versterken van bodemkwaliteit en biodiversiteit. − We geven voorrang aan ongebruikte percelen in bebouwd gebied of aan gebieden die zich niet goed lenen voor andere functies: oude stortplaatsen, reststroken langs infrastructuur, leegstand op bedrijventerreinen e.d. − We nemen meervoudig ruimtegebruik als uitgangspunt voor alle zonneparken.

Dus: we combineren zonneparken met een andere ruimtelijke functie, bijvoorbeeld waterberging, natuur en recreatie (denk aan energietuinen), e.d. − We geven de voorkeur aan initiatieven die efficiënt omgaan met het net en kosteneffectief zijn, zoals combinatie met opslag, cable pooling, of ligging bij onderstation. − Meervoudig ruimtegebruik is bij velden met zonthermie wel wenselijk maar geen vast uitgangspunt, vanwege de kleinere omvang van de velden. De lokale, landschappelijke inpassing van zonneparken baseren we verder op de analyse, principes en bouwstenen uit de regionale landschappelijke verdieping (zie bijlage 3). Deze vormt de gemeenschappelijke onderlegger voor nieuw lokaal ruimtelijk zon- en energiebeleid, of bij de actualisatie daarvan. Wijzigingen na vaststelling van de RES 1.0 De regionale afspraken over de totale omvang van de zonneparken in de regio zijn leidend voor het lokale beleid. Gaandeweg kunnen er ook nieuwe initiatieven opkomen, 12

De gemeente Steenbergen en enkele anderen zijn het niet eens met het besluit van de provincie over de vergunningverlening voor windturbines in de Karolinapolder en zijn in beroep gegaan bij de Raad van State. De gemeente verleent medewerking aan de realisatie van maximaal acht windturbines in lijn-

RES 1.0 West-Brabant

die niet voorzien zijn binnen deze RES (zie bijlage 1, verdeling per gemeente). We willen kunnen inspelen op die nieuwe initiatieven, die goed passen bij onze RES-strategie en voldoen aan onze (voorgaande) voorwaarden en uitgangspunten. Voor zulke initiatieven kunnen we -in goed onderling overleg- uitzonderingen maken. Voor de uitzondering van deze initiatieven hanteren we deze drie principes: − We volgen de provinciale zonneladder, met een voorkeur voor zon op dak, conform de Statenmededeling ‘Uitvoering Motie 243a Voorrang voor zon op daken’. − Nieuwe zonneparken moeten passen binnen de totale regionale opgave zon op veld (0,30 TWh). − We willen waardevolle landschappen, landbouw- en natuurgebieden ontzien. Alle uitzonderingen, inclusief innovaties voor meervoudig ruimtegebruik (paragraaf 3.3) stemmen we af in het programmeringsoverleg, we toetsen ze aan o.a. de beschikbare netcapaciteit, en we maken er bestuurlijke afspraken over via de regionale Stuurgroep (zie ook het uitvoeringsprogramma, paragraaf 2.4). Voor een gemeente goedkeuring geeft aan een initiatief, wordt er dus altijd over gesproken in de Stuurgroep RES, mede aan de hand van een advies van Enexis over het effect op de regionale netcapaciteit. Zoekgebieden voor wind Binnen een paar jaar zullen er ruim 130 windturbines staan in West-Brabant.

Het gaat dan om bestaande en geplande turbines12, zoals Windenergie A16, windparken bij industrieterrein Moerdijk en Woensdrecht. Deze turbines leveren samen elk jaar 1,0 TWh. In deze RES wijzen we 3 zoekgebieden aan voor nog 9 tot 11 nieuwe windturbines en houden we rekening met de vernieuwing van 25 bestaande turbines (repowering) tot 2030 (zie Elektriciteitskaart en figuur 4 Windprojecten). De zoekgebieden en de ‘repowering’ sluiten zowel aan bij onze voorkeur om windturbines te clusteren (in nieuwe projecten of bij bestaande parken) als bij de al bestaande initiatieven en projecten in gemeenten, zie de Elektriciteitskaart. Samen levert dit dan elk jaar 0,2 TWh extra op. De bestaande, geplande en nieuwe turbines zorgen elk jaar voor een min of meer continue stroom elektriciteit, hebben een hoog rendement, zijn kosteneffectief en vragen minder (directe) ruimte dan zonneparken. In de energiestrategie zorgen we voor afstemming tussen windprojecten met gevolgen over gemeentelijke grenzen heen. opstelling (gezien vanuit Dinteloord in de richting van Steenbergen) met een tiphoogte lager dan 150 meter. De kaart/tekst in de RES met betrekking tot het windpark Karolinapolder zal worden aangepast aan de feitelijke situatie die ontstaat na uitspraak van de Raad van State in de nu lopende beroepsprocedure.

13

Nieuwe windprojecten (excl. bestaand en harde plannen) Voor 2030

JaarProductie

Aantal turbines

Auvergnepolder Bergen op Zoom

24 GWh

Repowering

Auvergnepolder Bergen op Zoom

48 GWh

3 à 4 windturbines

Zoekgebied Woensdrecht (i.c.m. Zeeland)

36 GWh

3 à 5 windturbines

Weststad Oosterhout

24 GWh

Repowering

Oranjepolder (Weststad) Oosterhout

30 GWh

2 extra windturbines

Windpark Volkerak / Sabinadijk Moerdijk

60 GWh

Repowering

Groene Dijk Etten-Leur

18 GWh

1 extra windturbine

Zoekgebied Alphen-Chaam / Baarle-Nassau

96 GWh

6 à 8 windturbines

Roosendaalse Vliet

15 GWh

Repowering

Zoekgebied Rucphen / Zundert

72 GWh

5 à 6 windturbines

Doorkijk na 2030

N.B Naast de bovenstaande repowering-projecten zullen tot 2030 en daarna ook andere bestaande windturbines moeten worden vervangen.

Nieuwe Zonprojecten op veld (excl. bestaand en harde plannen ) Altena

JaarProductie 36 GWh

Aantal hectare

Geertruidenberg

24 GWh

20-30 ha

Oosterhout

34 GWh

30-40 ha

Roosendaal

68 GWh

65-75 ha

Steenbergen

93 GWh

90-100 ha

Woensdrecht

50 GWh

45-55 ha

Zundert

9 GWh

5-15 ha

30-40 ha

Figuur 4 Grootschalige opwek met wind en zon tot 2030, (excl. bestaande projecten en harde plannen). Eventuele nieuwe plannen worden bij de actualisatie van de RES opgenomen.

RES 1.0 West-Brabant

Visualisatie Energieparken (door Generation.Energy) 14

Buiten de (repowering van) bestaande windturbines, de harde plannen voor wind en de zoekgebieden zullen tot 2030 geen andere windparken worden gebouwd. In RES 2.0 (2023) kunnen we dit beleid voor windenergie eventueel aanpassen. Een deel van de geplande en extra windturbines, zoals bij de Auvergnepolder, heeft mogelijk te maken met beperkingen vanwege radarinstallaties voor vliegverkeer. Soms kan dit worden ondervangen met lagere turbines, die technisch-financieel alleen haalbaar zijn als het Rijk er voldoende subsidie voor beschikbaar stelt. De realisatie en planning van de repowering van het windpark Volkerak is ook afhankelijk van de planning voor de aanpassing van de Volkeraksluizen (door Rijkswaterstaat). Dergelijke onzekerheden zijn reden om te werken met een overprogrammering van projecten. Zoekgebieden tot 2030 De gebieden voor nieuwe windturbines tot 2030 liggen vooral in het midden en noordwesten van onze regio. Hier is op korte termijn de meeste ruimte op het elektriciteitsnetwerk en zijn nu de meeste initiatieven (zie de Netwerkkaart). Voor de omvang en inrichting van windparken kiezen we voor clusters van minimaal 3 windturbines: − Langs weginfrastructuur: windturbines zijn hier landschappelijk relatief goed in te passen.

We benutten hinderzones die minder geschikt zijn voor andere doelen; − Langs grote waterwegen: de schaal van dijken en grote waterwegen leent zich relatief goed voor de inpassing van wind. De netinpassing is een aandachtspunt. − Op en aansluitend aan bedrijventerreinen: deze lenen zich voor de ruimtelijke inpassing en de netinfrastructuur is er vaak geschikt. Ze kunnen zich ontwikkelen tot ‘energieknooppunt’ door een rol te spelen bij energieopslag en warmteproductie. Dit past bij de landschappelijke structuur in deze delen van de regio -een open landschap met stedelijke gebieden. Bij het bepalen van de zoekgebieden is rekening gehouden met milieu- en veiligheidseisen en met natuur- en landschapswaarden. De keuze voor de zoekgebieden sluit tenslotte aan bij lokale plannen en initiatieven voor windparken en bij inzichten over bestuurlijke en maatschappelijke acceptatie uit het participatieproces. Zoekgebieden na 2030 in het zuiden van de regio Voor 2030 kunnen vooralsnog geen grootschalige windparken op het elektriciteitsnet worden ingepast in de grootste delen van de gemeenten, Rucphen, Zundert, AlphenChaam en Baarle-Nassau. In het zuiden van de regio zien we op termijn wel kansen voor RES 1.0 West-Brabant

de ontwikkeling van zon- en windenergie in combinatie met natuur, landbouw en klimaatadaptatie. De kosteneffectieve inpassing in combinatie met lokale gebiedskenmerken en -opgaven vraagt nog wel een nadere uitwerking. We starten in deze gemeenten wel met de opgave voor de realisatie van zonnepanelen. Zuidelijke zandgronden met wind, zon, natuur en landbouw. Hier komen verschillende opgaven bij elkaar: klimaatverandering, verdroging van natuurgebieden en omschakeling naar duurzame landbouw. Deze opgaven vragen om een samenhangende, gebiedsgerichte benadering, inclusief de productie van duurzame energie: − Als financieringsbron voor de omvorming van de agrarische bedrijfsvoering, bijvoorbeeld compensatie voor verhoging van grondwaterstanden. − In bijvoorbeeld de combinatie van (tijdelijke) windturbines met nieuwe (loof)bossen of voedselbossen. − Of als natuurontwikkeling met zonneparken, bijvoorbeeld als intensief gebruikte akkers veranderen in zonneparken met extensief beheer en de juiste inrichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1512/documents/16159