CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

06. Visie Energie en Ruimte.pdf

Beeldvormende vergadering 20 september 2021, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 3: Presentatie huidig duurzaamheidsbeleid17.124 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VI SI E

E NE RGIE E N RUIM T E ST E E NBE R GEN

VISIE ENERGIE EN RUIMTE STEENBERGEN Gem eente Steenbergen Rho adviseurs v oor leefruimte

Projectnr. 0581.20191238

9 jul i 2020

INHO U D 1.

O PGAVE E N AMBIT IE ZO N N E - E N W I N D E N E R G I E 5 1.1 1.2 1.3

ACHT ER G R O ND O PG AV E VAN STEE NB E R G E N ENER G IEMIX

2.

D E L ANDSCHAPPE N VA N S T E E N B E R G E N 1 2

3.

V IS IE E N RICHT L IJNE N I N PA S S I N G Z O N

4.

INIT IAT IE VE N, Z ONNE - E N E R G I E

5.

V OORT GANG/E VAL UAT I E 2 9

6.

S O CIAL RE T URN 3 1

7.

B E ST UURSRE CHT E L IJK J U R I D I S C H K A D E R 3 3

17

- Z O NNELAD D ER 1 7 - WIND ENER G IE 1 9

2 2

B IJ LA G E 1. E e n z o n n e v e ld 3 4 B IJLA G E 2. Op s te llin g e n e n l a n d s c h a p p e l i j k e i n p a s s i n g

35

B IJLA G E 3. E c o lo g is c h e v e r b i n d i n g s z o n e 4 5 B IJ LA G E 4. Ge d ra g s c o d e z on o p l a n d

47

4

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

1. OPGAVE E N AM BI T IE Z O N N E - E N W IN D E N E R G IE In 2012 is de structuurvisie voor de hele gemeente Steenbergen vastgesteld (en geactualiseerd in 2019). Ten tijde van de opstelling van deze visie is de ruimtebehoef te en inpassing van duurzame energiebronnen in de gemeente nog niet als kernthema meegenomen in de uitwerking. Deze visie energie en ruimte moet dan ook gezien worden als aanvulling op de Structuurvisie van Steenbergen. De visie energie en ruimte is een ruimtelijk kader voor locaties en inpassing van duurzame energie opwekking en bie dt een concreet kader voor de periode tot 2030. Voor de eerste 5 jaar bestaat dat concrete kader uit een praktisch uitvoeringsprogramma gekoppeld aan een uitgiftequotum in Megawatts (MW). Voor de periode daarna is een doorkijk geboden die inspeelt op de minder zekere toekomst en de mogelijkheden op langere termijn om aan de gestelde ambities te kunnen voldoen. Zo kunnen projecten wegvallen of extra ambities worden gesteld waardoor andere locaties voor energie-opwek in zicht komen. De gemeente Steenbergen wil ruimte bieden en richting geven aan initiatieven voor het grootschali g opwekken van grondgebonden zonne-energie en het aandeel windenergie. Het uitgangspunt van de gemeente bij initiatieven is positief - het moet immers vanuit de markt komen – maar er moet wel rekening gehouden worden met de inwoners en het landschap.

Daarnaast mag de aanleg van zonneparken zo min mogelijk ten koste gaan van agrarische gronden in het buitengebied. In deze visie wordt aangegeven hoe en op welke manier richting en uitwerking kan worden gegeven aan de gestelde ambities. De gemeente zet met betrekking tot de duurzaamheidsambities in op het bieden van richtlijnen voor initiatieven voor de plaatsing van grondgebonden zonnevelden om de volgende redenen: • Het grote belang van de opwekking van duurzame energie voor het behalen van de doelstelling. • Impact op de omgeving is anders dan bij windenergie. Met een goede locatiekeuze en inpassing kan de impact beperkt blijven. • Er zijn veel potentiële initiatiefnemers. Er is een duidelijke visie nodig of en hoe deze initiatieven mogelijk gemaakt kunnen worden. De inzet van de ‘zonneladder ’ kan bijdragen bij de beoordeling van initiatieven. In de zonneladder worden niet voor elke plek in de gemeente vooraf regels en randvoorwaarden gesteld, hiervoor is het grondgebied te groot en te complex. De zonneladder is een hulpmiddel om tot een afweging voor de ontwikkeling van een zonnepark op een bepaalde locatie te komen. De aantallen hectares zonnevelden in deze visie zijn schattingen. Hier kunnen geen rechten aan worden ontleend bij de verdere uitwerking van initiatieven. De hoeveelheid op te wekken energie is leidend.

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

5

Energiemix Steenbergen: opgave tot 2030

Energiemix Steenbergen 1. Energievraag eindgebruik

Inwoners: 23.477 Woningen: 10.007 Energiegebruik gebouwde omgeving: 14%

Besparing -9%

479 TJ

6.000 TJ 2016

2030

Benzine / diesel / LPG

1.464

19

Gas overige (o.a. industrie)

1.204

579

Gas gebouwde omgeving

581

303

Biomassa en -brandstof

57

1.172

Collectieve warmte

735

1.326

Individuele zonthermie

2

7

5.000 TJ 4.000 TJ 3.000 TJ 2.000 TJ 1.000 TJ 0 TJ

Elektriciteit 2016

2030

1.390

1.548

5.433 TJ

4.954 TJ

3. Opgave per thema 2030 Wind

486 TJ

Zon

361 TJ 95.000 PV-panelen op daken 104 TJ

93 ha zonneveld 250 TJ 15 windturbines op land (3 MW) 0 windturbines op zee (10 MW) / innovatie

Collectieve Warmte 1.326 TJ

2. Energiebronnen 2030

12-4-2019

113 MW vermogen PV panelen 4.000 zonnecollectoren 7 TJ

3 MW

Individuele Warmte 1.142 TJ

1%

Vermogen bronnen: 52 MW 41.000 woningequivalenten

6.000 TJ

4.000 TJ

2.000 TJ

Fossiel (overig)

127

Biobrandstof

1.142

Aardgas

1.817

Biogas

753

Waterstof import

73

Individuele zonthermie

7

Houtsoortige biomassa

30

Omgevingswarmte Restwarmte en diepe geothermie Zonnepanelen

0 TJ

Windturbines Totaal

294 1.138 354 486 6.221 TJ

Restwarmte (55%)

Warmtepompen (2%)

Warmtepompen 31%

(Hernieuwbaar) Gas

Biomassa

Aardgas (69%)

Bijstook biomassa

Biogas (28%)

Transport

Waterstof (3%)

Overig 4 TJ

Overig (12%)

2.642 TJ

Deze factsheet is gegenereerd door het Energietransitiemodel voor het volgende scenario: pro.energytransitionmodel.com/scenarios/413141

6

2%

Geothermie (30%)

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

Overig 66%

1.172 TJ

1.142 TJ

26 TJ

1. 1 Ac h t e r g r o n d Wereldwijd zijn afspraken gemaakt om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen om de opwarming van de aarde te beperken. Vanuit het nationale klimaatbeleid, vastgelegd in het Klimaatakkoor,d is het de bedoeling om in 2030 49% minder uitsto ot van broeikasgassen te hebben dan in 1990. In 2050 wordt er uitgegaan van 95% minder CO 2 uitstoot. Om dit te bereiken wordt de uitwerking van het nationale klimaatbeleid in belangrijke mate door de verschillende regio’s in Regionale Energiestrategieën uitgewerkt. De gemeente Steenbergen maakt onderdeel uit van de Regio West-Brabant. De Regionale Energiestrategie is ingegeven door de gezamenlijke doelstelling van de rijksoverheid, regionale en lokale overheid om 49% CO 2 -vermindering in 2030 te realiseren. In het verlengde daarv an volgt een CO 2 -neutrale regio in de toekomst. De omslag maken naar duurzame energie gaat niet vanzelf. Daarom gaan de zestien gemeenten in West-Brabant intensiever samenwerken. Samen willen zij het omschakelen van fossiele brandstoffen naar duurzame energie (de energietransitie) versnellen. Daar waar sprake is van initiatieven met een ruimtelijke impact blijft ook nog steeds de provinciale regelgeving van toepassing. Op 25 oktober 2019 is de interimverordening Noord-Brabant vastgesteld.

Deze voorgenomen wijziging van de structuurvisie is dan ook ter beoordeling worden voorgelegd aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant. Gelet op de nadrukkelijke aandacht voor zorgvuldig ruimtegebruik in deze visie verwachten wij geen strijdigheid met de relevante provinciale ruimtelijke regelgeving.

1. 2. O pg a v e v a n S t e e n b e rgen De gemeente Steenbergen heeft als ambitie om energieneutraal te zijn in 2050. Coalitieakkoord 2019 – 2022 ‘Aan de slag’ en raadsprogramma Op 8 mei 2019 heeft de gemeenteraad het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ vastgesteld. In het coalitieakkoord is het onderstaande opgenomen over de energietransitie. Energietransitie “De gemeente is bereid om voor de RES 2030 uitvoering te geven aan de lokale opgav e. Naast energiebesparing, het verduurzamen van de woningen en bedrijven is ook de grootschali ge opwekking van duurzame energie door windturbines en zonnevelden nodig. Gezien onz e ligging en beschikbare ruimte, verwachtten we dat de regiogemeentes ons zullen vragen om meer te doen (of een deel van hun opgave over te nemen). Wij zijn echter niet bereid om onze opgave te verhogen.” “Onze inwoners willen we faciliteren bij het verduurzamen van hun woningen. Het

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

7

Rijk stimuleert dat al met diverse maatregelen. Waar dat kan zullen wij dat pakket verstevigen.” Windenergie en op de opgave energietransitie 2030 “Wij ontkomen er niet aan dat als gevolg van het nationale klimaatbeleid voor 2030 ook een opgave voor de realisatie van windenergie hebben. Deze opgave wordt via het Rijk en de provincie aan ons opgele gd. Wij willen voor 2030 maximaal voldoen aan de bijbehorende opgave voor de energietransitie van de gemeente Steenbergen. Wij hebben voor de grootschalige opwekking van duurzame energie een voorkeur voor het gebruik van zonne-energie, maar we willen voorkomen dat er in de Karolinapolder megawindturbines geplaatst worden. Om de (ruimtelijke) onverantwoorde windturbines te voorkomen en toch aan de opgave voor windenergie te voelen, staan wij toe dat er langs het Volkerak in de Dinteloordse polders in een lijnopstelling maximaal 8 windturbines met een tiphoogte lager dan 150 m worden geplaatst (gezien vanuit Dinteloord in de richting Steenbergen). De realisatie van deze windturbines kan worden gecombineerd met maximaal 30 hectare zonnepanelen. De resterende opgave 60 ha zonnepanele n wordt eveneens ingevuld.” Bron: coalitieakkoord Steenbergen

1. 3. Ene r g i e m i x Als basis voor de energietransitie binnen Steenbergen en de bijdrage aan de RES is ee n energiemix opgesteld die inzicht geeft in de benodigde energie en de mix van bronne n waaruit deze zal moeten worden opgewekt. De kwantitatieve opgave is doorgerekend en uitgesplitst in een energiemix voor Steenbergen tot 2030 en tot de periode daarna tot 2050. De energiemix 2040 Steenbergen gaat uit van een energieneutraal Steenbergen. De energiemix 2030 gaat er vanuit dat we op de helft van de opgave zitten om de gemeent e energieneutraal te maken. Er wordt niet gekozen om conform het klimaatakkoord in 2030 49% van de CO 2 uitstoot te beperken ten opzichte van 1990. Dit omdat het niet mogelijk is om inzichtelijk te maken wat de CO 2 uitstoot in 1990 is. Waarschijnlijk lopen we als gemeente voor op de landelijke doelstelling waar het betreft de beperking van CO 2 uitstoot in 2030. De energiemix is geen vaststaand gegeven en zal minimaal 1 x in de twee jaar worden geactualiseerd. De energiemix betreft geen absolute waarheid maar een zo betrouwbaar mogelijke inschatting van de toekomstige energiebehoefte. Er wordt uitgegaan van een besparing van 9% van het energiegebruik voor 2030. Deze inschatting is voorzichtig omdat we hier als gemeente relatief weinig invloed op hebben.

Wel proberen wij door middel va n voorlichting en samenwerking met (vrijwilligers)organisaties het besparingspercentag e te verhogen. Ook technologische ontwikkelingen kunnen een bijdrage leveren aan het

8

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

op termijn bijstellen van de energiemix. De energiemix gemeente Steenbergen 2030 vormt de basis voor de ruimtelijke vertaling van de opgave voor de energietransitie. Er worden 11 bronnen onderscheiden. Gezien de ruimtelijke impact én de concreetheid van zonne- en windenergie focust deze visie zich op deze bronnen. Biomassavergisting is ook een bron met ruimtelijke impact maar maakt geen onderdeel uit van deze visie. Dit is alleen toegestaan op bedrijventerreinen. Op het Agro-food Cluster Nieuw Prinsenland is momenteel één biomassavergistingsinstallatie aanwezig. Het vaststellen van deze visie wil niet zeggen dat er aan de andere energiebronnen, zoals restwarmte, omgevingswarmte en geothermie geen aandacht zal worden besteed. Dit zijn echter bronnen die naar verwachting geen of weinig ruimtelijke impact hebben en daarom maken deze ook geen onderdeel uit van de Visie energie en ruimte ma ar wel van de energiemix. Bij de verdere uitwerking van de energiedoelstellingen en de evaluatie van de voortgang zullen de andere bronnen zeker worden meegenomen. In deze Visie energie en ruimte wordt aangegeven waar en op welke manier de ruimtevraag voor de opwekking van wind en zonne-energie kan worden ingepast. Er is gekozen voor een combinatie van wind en zonne-energie.

Dit wordt gezien als de ideale mix voor een evenwichtige elektriciteitsopwekking, wind is er vooral in het najaar en de winter en zon in het voorjaar en de zomer. Ze vullen elkaar dus aan. Nadeel van zonne-energie is wel dat je meer MW zonnepanelen nodig hebt en opzichte van windenergie om dezelfde opbrengst in Tera Joule te halen. Dit omdat zonnepanelen minder efficiënt zijn dan windenergie omdat in de nacht geen zonne-energie wordt opgewekt. De Visie energie en ruimte biedt daarmee als onderdeel van de structuurvisie een belangrijk afwegingskader voor aanvragen voor energieprojecten in de gemeente. Bij de energiemix 2030 zijn ook de al bestaande windmolens opgenomen. Het is dus een totaalopgave van bestaand en nieuw.

Conclusie Tot 2030 wordt vooralsnog uitgegaan van de opwek van ca. 361 TJ aan zonne-energie en 486 TJ aan windenergie. Voor de opwek van zonne-energie zijn naast het benutten van bestaande en nieuwe dakvlakken nog ca. 93 ha aan zonnevelden nodig binnen de gemeentegrenzen. Voor de opwek van de energie uit wind zijn zoals gezegd in het raadsakkoord duidelijke uitgangspunten meegegeven. Eind oktober 2019 heeft Gedeputeerde Staten besloten om een omgevingsvergunning te verlenen voor windpark Karolinapolder. Dit plan is naar de mening van de gemeente in strijd met een goede ruimtelijke ordening, de gemeentelijke structuurvisie, het regiobod voor de realisatie van windenergie en het raadsakkoord van 16 mei 2019. De gemeente is in beroep gegaan tegen het besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant om de omgevingsvergunning te

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

9

verlenen voor windpark Karolinapolder. Het besluit van Gedeputeerde Staten maakt de uitvoering van het raadsakkoord onmogelijk. Gezien het besluit van Gedeputeerde Staten wordt er voor de opgave 2030 in deze Visie energie en ruimte dan ook op dit moment geen ruimte voor de realisatie van windenergie opgenomen.

10

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

B ron: Lightsource BP

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

11

2. DE L AN DSCH APPE N VA N S T E E N B E R G E N In de structuurvisie worden 5 landschappen onderscheiden naast de kernen en grootschali ge industrieterreinen en kassencomplexen. Op bijgevoegde kaart staan de landschappen schematisch aangegeven. Op deze kaart staan in tegenstelling tot de structuurvisiekaart de voor transformatie afweegbare gebieden niet opgenomen. Dit vanwege de overzichtelijkheid en het feit dat windmolens en zonnevelden niet worden gezien als stedelijke functies en daarmee zijn de transformatiegebieden voor dit beleid niet relevant. Deze landschappen bieden in meer of mindere mate ruimte voor de inpassing van grootschalige energieopwekking. Vanwege de ingestelde beroepszaak tegen het besluit van Gedeputeerde Staten voor het verlenen van een vergunning voor windpark Karolinapolder wordt hier enkel ingegaan op zonnevelden. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Ope n zeekleipolder Kreken tegen het zand Besloten gebied op het zand Slikken en Gorzen Vlietzone Overige gebieden, stad- en dorpskernen en bedrijventerreinen (waaronder ook begrepen de glastuinbouwgebieden).

Gebieden 1 en 2: Open zeekleipolder en Kreken tegen het zand Deze open polders zijn vooral landbouwgrond. Door de openheid reikt het zicht ver en zijn deze polders kwetsbaar bij nieuwe functies. De kenmerkende landschappelijke waarden (openheid) moeten worden behouden. Hier ligt de nadruk op behoud en versterking van de landbouwsector. Voor de inpassing van energieopwekking middels zonnevelden geldt het volgende uitgangspunt: Geen grootschalige zonnevelden in deze open polders met uitzondering van: • Koppeli ng met windenergie op het AFC Nieuw-prinsenland; op maaiveld onder bestaande windmolens (cablepooling) • Sanering van een veehouderij of niet aan het buitengebied gebonden bedrijvigheid. • Mogelijkheden voor zonnevelden mits er wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van nieuwe natuurwaarden (alleen mogelijk in geval van ligging langs geprioriteerde nog niet gerealiseerde natte Ecologische Verbindingszone (EVZ) zijnde: -EVZ Mariakreek -EVZ Cruijslandse kreken -EVZ Vliet Ligne De omvang van het zonneveld moet passend zijn in relatie tot de omvang van de gekozen natuurontwikkelingsuitgangspunten en dient ruimtelijk verantwoord te zijn. Hiermee wordt bedoeld dat de ontwikkeling van een zonneveld substantieel moet bijdragen een aan EVZ ontwikkeling en niet onevenredig groot is ten opzichte van de EVZ ontwikkeling. Er worden bewust geen harde grenzen gesteld aan deze verhouding.

Bij de uitwerking van concrete plannen wordt maatwerk geleverd. In bijlage 3 wordt aangegeven aan welke uitgangspunten de ontwikkeling van een EVZ dient te voldoen en waarmee een ontwikkelaar van een zonnepark gelegen langs een EVZ dus rekening moet houden. Dit is dus extra bovenop hetgeen is opgenomen in bijlage 2 “opstellingen en landschappelijke inpassing” waar elk te ontwikkelen zonneveld rekening mee moet houden.

12

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

D E LANDSCH A PPEN VAN STEENB ERG E N

4

1 5

Bebouwde kom

1Bedrijventerrein Glastuinbouw Westland

2

Glastuinbouw AFC NP Hoofdontsluiting

3

Water Bestaande windmolen Gemeentegrens

1 2 3 4 5

Bebouwde kom Open zeekleipolder Kreken tegen het zand Besloten gebied op het zand Slikken en gorzen Vlietzone

Bedrijventerrein Glastuinbouw Westland Glastuinbouw AFC NP Hoofdontsluiting Water

Ecologische verbindingszone Ecologische verbindingszone, prioriteit realisatie

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

Bestaande windmolen Gemeentegrens

13

•

Landbouwgronden met een aantoonbare mindere kwaliteit voor de landbouw in de huidige situatie.

De agrarische gronden in het buitengebied hebben een grote betekenis voor de productie van ons voedsel en andere agrarische producten. Dat is en blijft de primaire functie van de agrarische gronden in het buitengebied. Vanwege het belang van de energietransitie en de omvang van de opgave is het acceptabel dat bij uitzondering een deel van de agrarische gronden – in ieder geval voor een aantal decennia – wordt benut voor de opwekking van energie. Bij de locatiekeuze van zonneparken is de agrarische bodemgeschiktheid van de percelen een afwegingsaspect. We verlenen in beginsel alleen toestemming voor de realisatie van zonneparken op gronden met aantoonbare mindere kwaliteit voor de landbouw (bijvoorbeeld door aantonen teeltbeperkingen). We verwachten van initiatiefnemers dat zij in hun aanvraag ingaan op de agrarische bodemgeschiktheid van de betreffende gronden. Wanneer de mindere kwaliteit van de landbouwgrond objectief kan worden aangetoond kan het initiatief als een uitzondering op de algemene uitgangspunten voor gebied 1 en 2 worden aangemerkt. De landbouwkundige geschiktheid van percelen wordt bepaald door een combinatie van bodemeigenschappen en het grondwaterstandsverloop. Belangrijke bodemeigenschappen zijn bewerkbaarheid van de bouwvoor, berijdbaarheid, chemische bodemvruchtbaarheid, bewortelbaarheid en vochtleverend vermogen.

(Bron: http://edepot.wur.nl/42722) Gebied 3: Besloten gebied op het zand Dit gebied wordt gekenmerkt door een kleinschaliger landschap met besloten bosgebieden. In dit gebied staat het versterken van het groene karakter voorop. Het beleid is hier in eerste instanti e gericht op het versterken van het landschappelijke en natuurlijke karakter en de mogelijkheden het natuurnetwerk te versterken. Gezien de beslotenheid, functie en mogelijkheden van goede landschappelijke inpassing van nieuwe functies geldt het volgende uitgangspunt. • Mog elijkheden voor zonnevelden mits er wordt bijdragen aan ruimtelijke kwaliteitsverbetering en landschapsen natuurbeheer en -versterking. Gebied 4: Slikken en Gorzen De Dintelse Gorzen en Heense Slikken zijn puur aangewezen voor natuurontwikkeling en –behoud (Natura 2000). Andere functies worden hier niet wenselijk geacht. Hier worden geen mogelijkheden geboden voor zonnevelden. Gebied 5: Vlietzone De zone rondom de Vliet is een belangrijk gebied voor recreatie, natuur, landschap en de waterhuishouding. Bestaande agrarische of niet agrarische bedrijven kunnen gehandhaafd blijven. Omzetting van niet-agrarische bedrijfspercelen naar zonnevelden behoort tot de mogelijkheden, mits een landschappelijke dan wel natuurlijke kwaliteitsslag wordt gemaakt.

Het beleid is hier in eerste instantie gericht op het versterken van het landschappelijke en natuurlijke karakter en het versterken van de waterhuishoudkundige

14

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

functies (waterbeheersing en waterberging) van de zone. Ongewenste ontwikkelingen moeten worden tegengegaan. Voor de inpassing van energieopwekking gelden de volgende uitgangspunten: Geen mogelijkheden voor zonnevelden met uitzondering van sanering van bedrijfsmatige bestemmingen (niet agrarisch en veehouderijen). Bij sanering zijn er mogelijkheden vo or realisering zonnevelden, mits er wordt bijgedragen aan ruimtelijke kwaliteitsverbetering en landschaps- en natuurbeheer- en versterking. Overige gebieden 6. Stads- en dorpsgebieden en bedrijventerreinen Naast de genoemde vijf landschappen zijn er bebouwde stads- en dorpsgebieden en industrieterreinen en gebieden waar ontwikkeling van bedrijventerreinen en glastuinbouw wordt voorzien. In de kernen en dorpen is de woonkwaliteit belangrijk. In de kernen zelf worden alleen mogelijkheden geboden voor kleinschalige zonnevelden (maximaal circa 2,5 ha nettooppervlakte) om de woonkwaliteiten te bewaken. Geen zonnevelden in de kernen en dorpen m.u.v. kleinschalige coöperatieve initiatieve n, niet gelegen in openbare ruimte, binnen bestaand stedelijk gebied, bijvoorbeeld bij een sportpark of zwembad of initiatieven op eigen, niet openbare grond van een initiatiefnemer die direct aan een bedrijf of maatschappelijke instelling zijn gebonden.

De grootschalige bedrijventerreinen of kassencomplexen worden gekenmerkt door vooral een functionele uitstraling e n inrichting. De toevoeging van zonnevelden is op deze plekken goed voorstelbaar. Binnen deze gebieden is de ontwikkeling van zonnevelden mogelijk • op maaiveld in combinatie bestaande windmolens • op maaiveld op extensieve of braakliggende bedrijfspercelen • op vloeivelden of waterbassins

B ron: Lightsource BP

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

15

B ron: Lightsource BP

16

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

3. VISI E E N RI CH T L I J N E N IN PA S S IN G Z O N Zonneladder voor grondgebonden zonnevelden in Steenbergen

LOCATIE

6. 5. 4. 3. 2. 1.

Alleen kleinschalige zonnevelden in

de dorpen en kernen Stap 1. Zon op daken en andere objecten De prioriteit ligt bij de realisatie van zon op Niet op landbouwgrond tenzij landbouwdak. Dit omdat de gemeente Steenbergen het grond met een aantoonbare mindere kwaliteit voor de landbouw. belangrijk vindt dat rekening wordt gehouden met het landschap: versnippering en verrommeling Niet op landbouwgronden in het buitengebied tenzij significante ruimmoet worden voorkomen. Ook mag de aanleg telijke kwaliteitsverbetering van een zonneveld zo min mogelijk ten koste Zonnevelden en dubbel ruimtegebruik gaan van goede agrarische gronden in het op niet-landbouwgronden. buitengebied. Zonnepanelen op daken zowel in bestaand stedelijk gebied als in het buitengebied Zonnevelden onder windmolens zijn veelal vergunningsvrij mogelijk. De opgave in het kader van het gemeentelijk Zon op daken duurzaamheidsbeleid is echter niet te realiseren door uitsluitend ‘zon op dak’ te realiseren: vandaar da t ook naar zonnevelden wordt gekeken als aanvulling op zon op dak. Zon op andere objecten zoals op geluidsschermen op lantaarnpalen etc. vallen ook onder stap 1.

In het bijz onder in de agrarische sector wordt al volop gebruik gemaakt van zonneenergie. In de gehele gemeente liggen er op daken van agrarische bedrijfsgebouwen volgens een onderzoek van de ZLTO in oktober 2019 ongeveer 11.000 zonnepanelen. Dat is ongeveer 1 op de 5 agrariërs binnen de gemeente. De verwachting is dat dit de komende jaren toeneemt. Daarnaast breidt het aantal zonnepanelen bij particulieren momenteel aanzienlijk uit. Om dit te stimuleren verstrekt de gemeente onder gunstige condities de zogenaamde stimuleringslening. Deze stimuleringslening wordt behalve voor de aanschaf van zonnepanelen ook verstrekt om woningen energiezuiniger en levensloopbestendig te maken. Tevens wordt via het zogenaamde Regionaal Energieloket (regionale samenwerking) informatie gegeven over energiezuinig verbouwen en zijn er energieambassadeurs ingesteld. Deze energieambassadeurs zijn vrijwilligers en brengen indien particulieren dit willen kosteloos advies uit voor mensen die hun woning energiezuinig of neutraal willen verbouwen. Op de in de gemeente aanwezige bedrijventerreinen liggen ook nog mogelijkheden om zonne-energie op daken te realiseren. Deze mogelijkheden zijn tot nu toe nog onderbenut gebleven. De gemeente zal in overleg met het bedrijfsleven, onder andere met OPS, trachten meer daken op bedrijventerreinen te gaan benutten voor het opwekken van zonne-energie. Stap 2.

Zonnevelden onder wind De ruimte onder en nabij de windturbines in de gemeente Steenbergen kan gebruikt worden voor de plaatsing van zonnevelden. Enerzijds worden de plekken waar al aanpassing in het beeld van het landschap heeft plaatsgevonden intensief benut. Anderzijds heeft het benutten van deze locaties ook economische voordelen door het efficiënte gebruik van netwerkaansluitingen die al voor de windturbines zijn aangelegd. Zon- en wind namelijk zijn ook complementair aan elkaar voor de piekbelasting van het - V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

17

netwerk en een zo constant mogelijke aanvoer van energie. Cable pooling Op plaatsen waar zonnepanelen worden gerealiseerd nabij windmolens, kan aangesloten worden op de kabels van de molens. Dit wordt ook wel ‘cable pooling’ genoemd. De pieken van het aanbod van wind- en zonne-energie liggen over het algemeen op ande re momenten. De investeringen in de infrastructuur voor windenergie kunnen bij de realisatie van zonnevelden dus dubbel worden benut. Stap 3. Zo nnevelden op delen van bedrijvenlocaties en dubbel ruimtegebruik op nietlandbouwgronden. Wanneer er langdurig overruimte ontstaat op bestaande bedrijvenlocaties dan kan deze ruimte worden benut voor de aanleg van zonnevelden. En voorbeeld hiervan is de locatie van de vloeivelden van Suiker Unie. In een dergelijk afgeschermd productielandschap met een steeds veranderend landschap met een steeds veranderende inrichting do or het productieproces (grondverzet) kunnen zonnevelden worden ingepast zonder veel effect op de omgeving. In het buitengebied zijn een beperkt aantal niet agrarische bedrijven gevestigd, zogenaamde niet aan het buitengebied gebonden bedrijvigheid. Bij voorkeur ziet de gemeente dat dit soort bedrijven verplaatst worden naar een bedrijventerrein.

Om verplaatsing aantrekkelijker te maken wordt de mogelijkheid geboden om op de bedrijvenbestemming of een gedeelte van bestaande bedrijvenbestemming een zonneveld te ontwikkelen. Verschil met de voorgaande alinea is dat dan wel de bestaande bedrijvenbestemming geheel of gedeeltelijk komt te vervallen. De mogelijkheid staat overigens ook open voor bedrijven di e om wat voor reden stoppen met hun bedrijfsvoering mits de bestaande bedrijvenbestemming in het buitengebied komt te vervallen. Onder zonnevelden met dubbel ruimtegebruik worden zonnevelden verstaan waarvan de gronden naast de functie voor het opwekken van duurzame energie nog een andere functie hebben. Voorbeelden van dubbel ruimtegebruik zijn plaatsing op vloeivelden, een zandwinput of waterbassin (met drijvende panelen). Ook plaatsing op een geluidsscherm of geluidswal of als overkapping van een parkeerplaats behoort tot de mogelijkheden. Stap 4. Niet op landbouwgronden in het buitengebied tenzij: Steenbergen heeft een relatief groot areaal landbouwgrond en daarmee ook een hoge agrarische productie. Zonnepanelen op grond beperken de agrarische productieruimte. De gemeente staat op het standpunt dat met deze agrarische productieruimte zuinig moet worden omgesprongen. Zonnevelden moeten dan ook zo gesitueerd worden dat de impact op nuttige gronden zo laag mogelijk is.

Met nuttige gronden wordt gedoeld op gronden op de bijgevoegde kaart bij hoofdstuk 2 landschappen vallend onder zeekleipolder en de gronden kreken tegen het zand. 4a. Locaties van vrijkomende agrarische bebouwing (veehouderij) Indien een bestaande positief bestemde intensieve veehouderij is gestopt of wil stoppen willen we de mogelijkheid geven om de bedrijven te saneren door de

18

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

bestemming aan te passen door medewerking te geven aan de realisering van een zonnepark mits er een duidelijke bijdrage wordt geleverd aan de ruimtelijke kwaliteitsverbetering bijvoorbeeld door sloop van de gebouwen/of en een passende landschappelijke inrichting. In verband met de stikstofcrisis en de mogelijke negatieve gevolgen hiervan voor de veehouderij in het algemeen en dus niet alleen de intensieve veehouderij wordt ook de mogelijkheid geboden om in geval van sanering van niet intensieve veehouderij een zonneveld te realiseren. Uitgangspunt is wel dat het om kleinschaligere ontwikkelingen gaat. Een exacte maximumoppervlakte wordt niet aangegeven. Dit zal maatwerk zijn. 4b.Ruimtelijke kwaliteit en ontwikkeling in landschappen die een zonneveld ruimtelijk kunnen faciliteren: initiatieven die wel landbouwgrond benutten, maar een duidelijke meerwaarde hebben voor natuur, ecologie, groenstructuur etc. Op de gebieden met deze aanduiding is in de structuurvisie van 2012 bepaald dat natuurontwikkeling de voorkeur heeft boven agrarische ontwikkeling. Een groot gedeelte van de initiatieven voor zonnevelden die nu geselecteerd zijn kunnen en dienen een belangrijke bijdrage te leveren om de natuurwaarden in de aangegeven gebieden verder te ontwikkelen en hebben daardoor de voor keur boven initiatieven gelegen op de standaard landbouwgronden binnen de gemeente.

Er liggen duidelijke koppelkansen met natuurontwikkeling waar een aantal van de initiatieven onder valt. Het gaat hierbij om de geprioriteerde nog niet ontwikkelde natte ecologische verbindingszones (dwars lopend door alle landschapstypen) en het besloten gebied op het zand. In het besloten gebied op het zand is de natuurontwikkeling niet gekoppeld aan de ontwikkeling van natte natuur, maar dit kan het wel het geval zijn. De natte ecologische verbindingszone Halsters laag/Oudland ligt namelijk in zijn geheel in dit gebied. In de Vlietzone en Slikken en gorzen is ontwikkeling van zonnevelden uitgesloten, met uitzondering natuurlijk van die initiatieven in de Vlietzone die voldoen aan stap 3 of 4a van de zonneladder. Het enkele feit dat het plan gelegen is in betreffende gebieden is nog niet voldoende om medewerking te verlenen. Er dient sprake te zijn van een duidelijke meerwaarde voor natuur en landschap. In hoofdstuk 2 en de bijlagen 2 en 3 van deze visie is toegelicht wat onder die meerwaarde wordt verstaan, ook wordt inspiratie aangereikt voor de concrete invulling ervan. Stap 5. Niet op landbouwgrond tenzij landbouwgrond met een aantoonbare significant mindere kwaliteit voor de landbouw. In de gebieden kreken tegen het zand en open zeekleipolders heeft de landbouw voorrang en kunnen geen zonnevelden worde n gerealiseerd.

Hierop kan een uitzondering worden gemaakt bovenop hetgeen genoemd in stap 3 en 4 voor een zonneveld op landbouwgrond met een aantoonbaar mindere kwaliteit in de huidige situatie. Hierbij wordt dus niet gedoeld op toekomstige ontwikkelingen zoals verzilting. Het gaat echt om de huidige (on)geschiktheid van de grond voor landbouwdoeleinden. Stap 6. Kleinschalige zonnevelden (kleiner dan 2,5 ha netto) in de dorpen en kernen Kleinschalige zonnevelden ‘van- en voor ’ de dorps/stadsbewoners kunnen een

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

19

interessante oplossing zijn voor de energietransitie van een dorp/stad. In een dorp/ stad kan ee n lokale coöperatie worden opgericht waardoor de baten van een dergelijk zonneveld direct ten goede aan de gemeenschap komen, en dat draagt in grote mate bij aan het draagvlak voor de energietransitie. De gemeente wil dergelijke coöperatieve initiatieven van en voor dorpsbewoners stimuleren en ondersteunen. Zonnevelden worden niet in de openbare ruimte van kernen toegestaan. Daarnaast bestaat ook de mogelijkheid voor bedrijven en instellingen om een kleinschalig zonneveld op eigen niet openbare grond te realiseren ten behoeve van het eigen gebruik. Windenergie In het coalitieakkoord is het volgende opgenomen: We hebben voor de grootschalige opwekking van duurzame energie een voorkeur voor het gebruik van zonne-energie maar we willen voorkomen dat er in de Karolinapolde r megawindturbines worden geplaatst. Om deze (ruimtelijk) onverantwoorde windturbines te voorkomen en om toch aan de opgave voor windenergie te voldoen, staan wij toe dat er langs het Volkerak in de Dinteloordse polders in een lijnopstelling maximaal 8 windturbine s (gezien vanuit Dinteloo ord in de richting Steenbergen) met een tiphoogte lager dan 150 meter worden gepl aatst. De realisatie van deze windturbines kan gecombineerd worden met maximaal 30 hectare zonnepanelen.

Een andere variant voor de realisatie van windenergie is voor ons niet bespreekbaar. Wij gaan in deze bestuurperiode, dus tot en met 16 maart 2022 geen besluit nemen om meer windturbines te plaatsen. Dit is nu aangegeven op de bijgevoegde kaart. Eind oktober 2019 heeft Gedeputeerde Staten besloten om in afwijking van ons advies toch een omgevingsvergunning te verlenen voor Windpark Karolinapolder. Dit plan is naar mening van de gemeente in strijd met een goede ruimtelijke ordening, de gemeentelijke structuurvisie, het regiobod voor de realisatie van windenergie en het raadsakkoord van 16 mei 2019. Het besluit van Gedeputeerde Sta ten maakt de uitvoering van het raadsakkoord onmogelijk. Gezien het besluit van Gedeputeerde Staten en het al relatief grote aantal zonneveldprojecten wat al op korte termijn wordt opgepakt, wordt er voor deze collegeperiode geen ruimte gegeven aan de initiatieven voor extra windmolens binnen de gemeente. Concreet houdt dit in dat er vanwege de evenwichtige voorziening van wind- en zon geen medewerking wordt gegeven aan initiatieven voor windenergie. Door het recente besluit van de provincie en de verdere uitwerking hiervan is het niet uitgesloten dat de situatie zich kan voordoen dat we minder windenergie opwekken binnen de gemeentegrenzen dan voorgesteld in deze ontwerp visie en het raadsakkoord.

Overigens zal als er al sprake van een tekort is ten opzichte van de energiemix, dit beperkt zijn tot de plaatsing van maximaal 1 extra windmolen, ervan uit gaande dat het project vanuit de provincie ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Ook dit is namelijk niet zeker omdat we in beroep zijn gegaan tegen het besluit van de provincie om vergunning te verlenen voor windpark Karolinapolder. Hierdoor maar ook gelet op het grote aantal zonne-energieprojecten wat geselecteerd is in deze ontwerpvisie, wordt er nu geen standpunt ingenomen. Het gaat immers over de periode tot 2030. Dit geldt niet voor de realisering van een eventueel zonnepark in de Karolinapolder. Hier staan we negatief tegenover. Voor windenergielocaties geldt dan ook da t de huidige structuurvisie van 2012 op dit moment

20

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

niet gewijzigd wordt. Na uitspraak van de Raad van State wordt er pas een besluit genomen over windenergielocaties. Dit standpunt zal dan worden vertaald in de structuurvisie (= Visie energie en ruimte).

B ron: Lightsource BP

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

21

4. TE ON DE RZ OE KE N IN IT IAT IE V E N Z O N N E -E N E R G I E Voor de aanleg van voornamelijk zonnevelden zijn vele initiatieven binnengekomen. Me er dan de opgave zoals die is aangegeven in de energiemix. Voor windenergieprojecten geldt hetgeen weergegeven in hoofdstuk 3. In het open agrarische zeekleigebied dat conform de gemeentelijke visie primair bedoeld is voor de landbouw worden geen zonnevelden toegelaten, net als in het gebied kreken tegen het zand. Een groot gedeelte van de initiatieven was puur gericht op het realiseren van zon in het agrarische gebied van de open zeekleipolders, zonder koppeling m et bijvoorbeel d natuurontwikkeling langs een ecologische verbindingszone of bestaande windmolenparken en komt daardoor niet in aanmerking voor ontwikkeling. De hierna gekozen te onderzoeken locaties worden nader onderzocht op haalbaarheid. Het feit dat deze locaties zijn geselecteerd wil zeker niet zeggen dat ze ook daadwerkelijk worden ontwikkeld. In de praktijk zullen er zeker locaties afvallen. Bijvoorbeeld omdat ze niet financieel-economisch uitvoerbaar zijn, of niet voldoen aan de eisen die gesteld worden aan de ontwikkeling van een ecologische verbindingszone. Maar ook als de zogenoemde omgevingsdialoog niet goed wordt doorlopen door een initiatiefnemer staat de mogelijkheid nog open om medewerking te weigere n.

De onderstaande locaties zijn geselecteerd als onderzoekslocaties. Dit betreft alleen locaties waarvoor een afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk is voor ten hoogste 25 jaar. De termijn van 25 jaar komt voort uit het provinciaal beleid. Elk initiatief zal minimaal moeten voldoen aan de in bijlage 4 opgenomen gedragscode zon op land. • • • • • • • • • •

Locatie AFC Dinteloord. Locatie Suikerunie. Locatie Westland. Locatie Jaartsveld. Locatie Zeelandweg Oost (De Heen). Locatie Dassenberg. Locatie Oudhollandsche Watergang. Locatie Waterhoefke. Locatie De Eendracht Nieuw-Vossemeer. Locatie sportpark Nieuw-Vossemeer.

Locatie AFC Dinteloord: zon onder wind • Kan voldoen aan zonneladder stap 2 • Gelegen direct grenzend aan Agro Foodcluster • Directe aansluiting op bestaande netwerk en infrastructuur. • Door ligging nabij Dintel kansen voor natuur- en extensieve ontwikkeling. • Grotendeels uit het zicht van omwonenden. • Bruto oppervlakte 12,5 ha

22

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

recreatieve

Locatie Suiker Unie: • Kan voldoen aan zonneladder stap 2 en 3 • Energie opwekking op bedrijventerrein AFC Nieuw Prinsenland • Dubbelgebruik van de gronden • Grotendeels uit het zicht van omwonenden en passanten • Bruto-oppervlakte 9,5 ha. Locatie Westland. • Kan voldoen aan zonneladder stap 3. • Energieopwekking gelegen tussen kassengebied Westland en snelweg gereserveerd voor waterberging. • Dubbelgebruik van de gronden. • Uit het zicht onttrokken van omwonenden. • Bruto oppervlakte 3 ha. Locatie Jaartsveld: zon icm ruimtelijke kwaliteitsverbetering • Kan voldoen aan stap 3. • Sanering van niet aan het buitengebied gebonden bedrijfslocatie • Mogelijkheden voor combineren met natuurontwikkeling en waterberging langs de Vliet • Ruimtelijke kwaliteitsverbetering en duurzame energie opwekking • Bedrijfsperceel transformeert naar zonneveld • Bruto oppervlak 5 ha of meer (afhankelijk van vraag of totale terrein of gedeelte terrein wordt ontwikkeld voor zonnevelden met bijbehorende natuurontwikkeling) Locatie Zeelandweg oost • Kan voldoen aan zonneladder stap 4a. • Sanering veehouderijgedeelte agrarische bedrijfsvoering. • Beperkte omvang. • Bruto-oppervlakte 2,3 ha.

Locatie Dassenberg: Zon icm natuurontwikkeling en duurzaam beheer • Kan mogelijk voldoen aan zonneladder stap 4b (nader uit te werken) • Natuurversterking en duurzame energie opwekking • Grotendeels reeds van nature ingepast • Grotendeels uit het zicht van omwonenden en passanten • Landschappelijke kwaliteitsverbetering. • Omz etting landbouwgrond naar energielandschap en natuur • Bruto oppervlak 15 ha

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

23

Locatie Oudhollandsche Watergang • Kan voldoen aan zonneladder stap 4b (nader uit te werken) • Natuurversterking en duurzame energie opwekking • Landschappelijke kwaliteitsverbetering / tijdelijk zonneveld (15 jaar). 15 jaar omdat het hier gaat om een aparte regeling voor aanleg zonnevelden in natuurgebieden (pilot provincie) • Na 15 jaar transformeert het gehele gebied naar natuur. • Bruto oppervlak 27 ha Locatie Waterhoefke • Kan mogelijk voldoen aan zonneladder stap 4b (nader uit te werken). • Gelegen op besloten gebied op het zand. • Dichtbij Landgoed Dassenberg. • Twee eigenaren werken samen. • Natuurontwikkeling noodzakelijk (nader uit te werken). • Locatie wordt nu één keer per jaar gebruikt voor muziekevenement. (Wat gaat hiermee gebeuren?) • Bruto oppervlakte 34 ha Locatie Eendracht Nieuw-Vossemeer • Kan mogelijk voldoen aan s tap 5 (nader uit te werken) • Grootschalige locatie. • Weinig tot geen omwonenden. • Nauwelijks zichtbaar. • Geen geschikte landbouwgrond (nog wel nader te onderbouwen). • Bruto oppervlak 45 ha. Sportveld Nieuw-Vossemeer • Voldoet aan stap 6. • Lokaal initiatief op basis van de postcoderoos. • Niet echt zichtbaar vanaf openbare weg. • Voldoet aan bestemmingsplan. • Bruto oppervlak 1,7 ha.

Wat betekenen deze keuzes globaal ingeschat voor de totale opgave zonnevelden tot 2030

24

Opgave energiemix netto ha zonnevelden tot en met 2030

93 ha

Totaal aantal ha netto zonneveld nader te onderzoeken locaties

Tussen 64 ha en 89 ha

Saldo

-/- 29 ha -/- 4 ha

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

Voor de energiemix geldt het aantal netto ha aan zonnepanelen. Omdat dit per locatie kan verschillen staat per project enkel de bruto-oppervlakte aangegeven en is er een hele globale inschatting gemaakt van de te verwachte netto ha aan zonneveld. Netto wil zeggen de exacte oppervlakte aan zonnepanelen. Bruto betreft het gehele terrein inclusief tussen gelegen paden en ruimte voor natuur- en landschapsontwikkeling. Waar het betreft de koppeling van een locatie met natuurontwikkeling langs een nog niet geprioriteerde ecologische verbindingszone gelden aanvullend op de eisen opgenomen in bijlage 2 de inrichtingeisen zoals die gelden in de toegevoegde bijlage 3. Aan de hand van de tabel kan de conclusie worden getrokken dat er voorlopig geen nieuwe locaties voor de ontwikkeling van zonnevelden behoeven te worden geselecteerd. Hierbij is in aanmerking genomen dat er ook nog een onderzoek zal plaatsvinden naar het oprichten van een collectief zonneveld op te richten door agrariërs in de gemeente dat voldoet aan de zonneladder. Mocht blijken dat een aantal van de te onderzoeken locaties uiteindelijk niet ontwikkeld worden dan ontstaat er een nieuw keuzemoment. Op bijgevoegde kaart staan alle potentiële zonneveldlocaties in beeld.

Van de locaties die vallen onder de stappen van de zonneladder 1,2,3,4a en 6 is of lijkt het vrij zeker dat ze kunnen voldoen aan het vastgestelde beleidskader in deze visie, deze hebben een groen aanduiding. Dit moet nog wel worden aangetoond en er moet ook aan de gebruikelijke randvoorwaarden worden voldaan. Het enige plan dat valt onder stap 5 mindere kwaliteit landbouwgrond), zonneveldinitiatief Eendracht Nieuw-Vossemeer heeft ook een groene aanduiding vanwege de brede maatschappelijke steun. Wel is het noodzakelijk om goed te onderbouwen dat deze grond inderdaad landbouwgrond is van mindere kwaliteit. Mocht de initiatiefnemer tegen de verwachting in hier niet in slagen dan zal alvorens hier een besluit over wordt genomen dit worden kortgesloten met uw gemeenteraad. Van de plannen vallend onder stap 4b (koppeling met natuurwaarden) moet nog nader worden aangetoond dat de plannen inderdaad kunnen voldoen aan de visie. De huidige informatie is nog te summier om hierover een oordeel te vellen. Deze plannen hebben een oranje aanduiding op de kaart gekregen. Daarnaast staat er op de kaart een locatie nabij het Volkerak aangeduid met paars. Dit is een locatie die mogelijk in aanmerking komt voor cable pooling (stap 2). Vanwege de lopende beroepszaak tegen het windmolenpark Karolinapolder kan hierover vanwege de onzekere situatie geen uitspraak worden gedaan.

Ten oosten van de kern Dinteloord tegen de A4/A27 aan is ook een paars gebied weergegeven. Hierover is geen oordeel geveld omdat dit alleen in samenhang gezien kan worden met een totaalontwikkeling van het gebied. Dit proces loopt. De in rood opgenome n locaties vallen zonder meer af. Voor het grootste gedeelte betreft dit locaties die gelegen zijn op landbouwgrond, zonder dat zij onder de uitzonderingen vallen. Van één locatie die wel zou kunnen voldoen aan de eisen is duidelijk dat het financieel-economisch niet uitvoerbaar is omdat de initiatiefnemer niet beschikt over het eigendom.

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

25

26

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

TE ON DER Z O EK EN I NI TI ATI EV EN O P K AART

Zonneveldinitiatief waaraan geen medewerking wordt verleend vanwege locatie of onzekerheid uitvoering.

Zonneveldinitiatief wat nader onderzocht gaat worden op haalbaarheid en wenselijkheid door de gemeenteraad.

Zonneveldinitiatief wat nader onderzocht gaat worden op haalbaarheid en wenselijkheid door het college.

Initiatief zonneveld waarover nog geen uitspraak wordt gedaan in afwachting van de uitkomst van de beroepszaak inzake windmolenpark Karolinapolder of vanwege samenhang met andere ontwikkelingen.

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

27

28

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

5. VOORT GAN G/ E VAL U AT IE Het enkele feit dat deze initiatieven nu zijn geselecteerd, wil niet zeggen dat er ook automatisc h aan wordt meegewerkt middels het volgen van een planologische procedur e. Het merendeel van de initiatieven is nog onvoldoende uitgewerkt om hier een bindende uitspraak over te doen. De selectie in dit document wil slechts zeggen dat we deze initiatieven nader gaan onderzoeken en uitwerken en andere initiatieven (voorlopig) niet. Keuzes op hoofdlijnen Veel van de initiatieven zijn uitgekozen vanwege de mogelijkheden die er liggen om gemeentelijke natuurdoelstellingen zoals de realisering van de Ecologische Verbindingszones te bewerkstelligen. In de uitwerking van de verdere planvorming moet hier dan wel voldoende aandacht aan worden besteed. Dit geldt ook voor eventuele andere elementen die betrekking hebben op de maatschappelijke meerwaarde. De exacte criteria waaraan een zonneveld plan moet voldoen zijn nog niet in dit document uitgewerkt. Dit heeft als nadeel da t zowel de aanvrager als andere belanghebbenden niet exact weten waar ze aan toe zijn. Dus een stukje onzekerheid. Het grote voordeel is echter dat er maatwerk kan worden geleverd en dat er ruimte is voor overleg en participatie bij de verdere uitwerking. Niet alles zit in beton gegoten. Dit komt ook meer overeen met de filosofie van de Omgevingswet.

Enexis Enexis hee ft aangegeven een voorkeur te hebben voor grotere initiatieven omdat deze direct kunnen worden aangesloten op een hoofdstation, zonder dat hiervoor grote aanpassingen nodig zijn aan het distributienet. Groter wordt hier gezien als initiatieven groter dan 6MW, wat overeenkomt met een oppervlakte van 6ha en meer. Hiervoor is vooralsnog voldoende ruimte. Zij zijn echter minder positief ten opzichte van kleinere initiatieven met een oppervlakte van 6 ha netto en minder. Deze worden niet rechtstreeks aangesloten op het hoofdstation maar opgenomen in het transport en distributienetwerk waar ook zonne-energie op daken wordt aangesloten. Zij zijn dan ook bevreesd dat het verlenen van medewerking aan een groot aantal kleinere initiatieven ten koste gaat van de aanleg van zonnepanelen op daken. Dit moet natuurlijk voorkomen worden. Daarom zal bij alle initiatieven vo or de realisering van zonnevelden in het bijzonder voor de kleinere, ook naar de toekomst toe, altijd vooraf advies worden ingewonnen bij Enexis. Waarbij de gevolgen voor het bestaande net in relatie tot de ruimte voor zonne-energie op daken centraal zal staa n. Het huidige aantal geselecteerde te onderzoeken kleine initiatieven is zodanig beperkt dat dit geen belemmeringen zal opleveren voor de realisering van zonne-energie op daken.

Verhouding Visie energie en ruimte tot de RES In hoofdstuk 1 is bij achtergronden al melding gemaakt van de Regionale Energiestrategie. De gemeente Steenbergen maakt onderdeel uit van West-Brabant waar 16 gemeenten onder vallen. Gezamenlijk moeten de gemeenten naar het Rijk aangeven wat de regionale bijdrage is aan het bereiken van de vastgestelde doelstellingen in het klimaatakkoord voor het jaar 2030. De visie energie en ruimte is de inbreng van de gemeente Steenbergen in de regionale energiestrategie.

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

29

Verhouding Visie energie en ruimte tot het provinciaal beleid Elk ruimtelijk initiatief dus ook het initiatief voor realiseren van een zonneveld mo et worden getoetst aan het provinciale beleid. Bij de concrete uitwerking zal in het kader van een zorgvuldige belangenafweging ook rekening moeten worden gehouden m et andere relevant beleid en regelgeving waaronder ook het provinciale beleid. Denk hierbij aan bijvoorbeeld cultuurhistorie, archeologie en het natuurbeleid van de provincie. Tijdspad Met de uitwerking van de geselecteerde initiatieven zal gestart worden na vaststelling van de Visie energie en ruimte door de gemeenteraad. Gedurende een periode van minimaal 2 jaar na 9 juli 2020, de datum van vaststelling van de visie energie en ruimt e, krijgt elke initiatiefnemer de mogelijkheid om zijn of haar plannen uit te werken. Dit wil zeggen dat ze in de periode van 2 jaar een plan gereed en compleet hebben op basis waarvan de planologische procedure kan worden opgestart. In ieder geval elk jaar na vaststelling van de Visie energie en ruimte zal de gemeenteraad op de hoogte worden gehouden van de vorderingen van de gekozen initiatieven en van eventuele nieuwe initiatieven die zijn ingediend en voldoen aan deze visie. Ma ar ook van de ontwikkelingen op rijks- regionaal en provinciaal niveau met betrekking tot de energietransitie.

Daarnaast zal ook jaarlijks voor zover als mogelijk, worden bijgehouden wat de vorderingen zijn op het gebied van aanleg van zonne-energie op daken en van de energiebesparingsdoelstellingen omdat dit gevolg kan hebben vo or de totaalopgave. Als er bijvoorbeeld meer zonne-energie op daken en meer bespaard wordt dan verwacht dan staan er in wezen twee opties open voor de periode tot 2030. Of we gaan minder zonnevelden en windmolens realiseren dan nu gepland of we gaan de gestelde doelstelling om in 2050 energieneutraal te zijn eerder halen. Dit zijn de keuzes die jaarlijks gemaakt kunnen worden door de gemeenteraad. Indien blijkt dat de ontwikkelingen wel lopen conform het gestelde in de energiemix dan behoeft er niets te wijzigen en kan de gemeenteraad dit voor kennisgeving aannemen. Als er tussendoor ontwikkelingen of initiatieven zijn die eerder een bijstelling van het beleid vragen dan aangegeven in het tijdspad dan bestaat hier ook altijd de mogelijkheid voor. Samenvatting De visie energie en ruimte, is een dynamisch document dat indien noodzakelijk c.q. wenselijk regelmatig kan worden bij gesteld. Indien de gemeenteraad het wenselijk acht kunnen de geselecteerde te onderzoeken locaties afvallen en/of kunnen er nieuwe te onderzoeken locaties voor zonnevelden worden toegevoegd. In de praktijk zullen een aantal geselecteerde initiatieven niet de eindstreep halen.

Minimaal één keer per ja ar zal de voortgang worden geëvalueerd en indien noodzakelijk zal de visie dan worden bijgesteld.

30

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

6. SOCI AL RE T U RN ( A A N V U L LIN G O P U ITVO ER IN GS PARAGRAAF HOOF DSTUK 5 STRUCTUURVISI E ) Maatschappelijke meerwaarde De gemeente Steenbergen biedt initiatiefnemers mogelijkheden om zonnevelden te ontwikkelen, te realiseren en te exploiteren. De gemeente Steenbergen vindt het belangrijk dat de zonnevelden ook voldoende maatschappelijke meerwaarde genereren. Zonnevelden zullen moeten bijdragen aan maatschappelijke doelen. De maatschappelijke meerwaarde is een aanvulling op de goede inpassing in de omgeving (locatiekeuze, opstelling en inrichting en landschappelijke inpassing), die als basisvoorwaarde worden gehanteerd zoals opgenomen in bijlage 1 en 2. Bovenop de basis voorwaarde is er in de meeste deelgebieden ook een koppeling gemaakt met de ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteit. Dat kan zijn in de vorm van de sanering van bedrijfsbebouwing in het buitengebied en van het ontwikkelen van natuur. De gemeente Steenbergen ziet de ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteit als een maatschappelijke meerwaarde. Op grond van artikel 6.24 van de Wet op de ruimtelijke ordening kan de gemeente een bijdrage ruimtelijke ontwikkeling vragen. De bijdrage ruimtelijke ontwikkeling heeft geen betrekking op kosten die in of direct gekoppeld zijn aan het plangebied.

Het gaat hier om een bijdrage elders in de gemeente bijvoorbeeld voor een Ecologische verbindingszone (in de uitvoeringsparagraaf van de structuurvisie staan de zaken opgenoemd waar de ontvangen bijdragen aan worden uitgegeven). Voor de ontwikkeling van zonneve lden wordt uitgegaan van een eenmalige bijdrage ruimtelijke ontwikkeling van € 1500,- per MW aan zonnepanelen. Dit is de minimale maatschappelijke meerwaarde die moet worden geleverd bij de ontwikkeling van en zonnepark. Wanneer een initiatiefnemer aantoonbaar meer investeert in maatschappelijke meerwaarde dan het bedrag voor de bijdrage ruimtelijke ontwikkeling, dan kan de gemeente een lagere of geen bijdrage te vragen. De investering in maatschappelijke meerwaarde is dan immers op een andere manier verzekerd. Er zijn veel mogelijkheden om de maatschappelijke meerwaarde vorm te geven. Enkele voorbeelden van een fysieke invulling zijn: • aanvullende inrichtingselementen bovenop de landschappelijke inpassing: extra landschap/natuur, • recreatie/informatieverstrekking, waterberging.

Daarnaast zijn er ook mogelijkheden voor een financiële invulling: • participatie in het zonnepark door omwonenden of ruimer bewoners van de gemeente al dan niet in de vorm van een energiecoörperatie; • tegemoetkoming van een initiatiefnemer aan omwonenden of andere inwoners van een kern of de gemeente in de vorm van bijvoorbeeld bijdragen voor het verduurzamen van woningen (juridisch gezien pas na introductie van de nieuwe om gevingswet in 2021).

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

31

Klimaatakkoord en lokale participatie In het klimaatakkoord wordt uitgegaan van een ambitie van 50% lokaal eigendom bij de ontwikkeling van zonnevelden en windenergieprojecten. Er wordt echter niet aangegeven hoe dit dan moet gebeuren en er zijn geen wettelijke mogelijkheden om dit af te dwingen. De gemeente heeft als uitgangspunt om dit na te streven. In hoeverre dit reëel en wenselijk is zal voorlopig per project worden bekeken. Er zijn verschillende mogelijkheden om vorm te geven aan het lokale eigendom. Vooralsnog wordt er uitgegaan van een faciliterende rol van de gemeente waarbij de gemeente zelf geen financieel risico loopt. Per project zal worden gekeken of en hoe er op basis van deze faciliterende rol vorm kan worden gegeven aan het uitgangspunt zoals opgenomen in het klimaatakkoord. Mogelijkheden lokale participatie in de toekomst Naast de faciliterende rol bestaat ook de mogelijkheid als gemeente om de regie te nemen met gedeeld risico of de regie te nemen met volledig risico. Regie nemen met gedeeld risico houdt in een samenwerking met Energie Fonds Braba nt (EFB)/prov incie. De gemeente(n) stellen de kaders. EFB organiseert 50% en samen wordt risico gedragen en proces en projectparticipatie uitgewerkt. Bij de bijeenkomsten over de RES is dit onderwerp ook aan bod gekomen.

Op basis van deze gespr ekken is door de gemeente Steenbergen de conclusie getrokken dat wanneer er wordt gekozen voor de optie van regie nemen met gedeeld risico, dit vanwege de complexiteit en arbeidsintensiviteit die een dergelijke keuze met zich meebrengt alleen maar wenselijk is als hieraan meerdere gemeenten meedoen. Bij de verdere toekomstige uitwerking van de RES zal de wenselijkheid hiervan nader worden onderzocht. De optie van volledig risico valt ook op de langere termijn af vanwege de complexiteit en arbeidsintensiviteit die dit met zich meebrengt. Bij optie 2 heb je de steun en deskundigheid van werknemers die werken voor het Energiefonds en andere grotere gemeenten in de regio. Dit ontbreekt bij de optie van volledig risico.

32

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

7. BES T U U RSRE CH T E L IJK JU R ID IS C H K A D E R Omgevingsvergunning Op grond van het provinciaal beleid dient de planologische medewerking te worden verleend via een projectbesluit op grond van een omgevingsvergunning conform de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) met afwijking van het bestemmingsplan voor maximaal 25 jaar en niet op basis van een bestemmingsplanwijziging. Het idee hierachter is dat een zonneveld als iets tijdelijks wordt gezien en daarom niet apart bestemd dient te worden. Het is geen probleem om dit uitgangspunt ook als gemeente aan te houden. Het is echter zaak dat in het geval de aanleg van het zonneveld samengaat met nieuwe natuurontwikkeling er wel een bestemmingsplanwijziging plaats vindt. Niet voor de aanleg van de zonnepanelen zelf maar voor het borgen van de natuurontwikkeling in een daarbij passende bestemming. Dit kan er voor zorgen dat er dus in de praktijk vaak twee juridische procedures worden gevolgd naast elkaar. De procedure op grond van de Wabo voor de zonnepanelen en de procedure op grond van de Wet ruimtelijke ordening voor het borgen van de gewenste natuurontwikkeling. Een vergelijkbare wijze van handelen zal worden gehanteerd na inwerkintreding van de nieuwe Omgevingswet. Bij de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet zal hiervoor formeel juridisch nog een apart besluit worden genomen door uw raad.

Bevoegd gezag Het college is bevoegd gezag voor het verlenen van een omgevingsvergunning in het kader van het Wabo-projectbesluit. Dit kan alleen onder de voorwaarde dat de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) afgeeft. Artikel 6.5, derde lid, Bor (Besluit omgevingsrecht) biedt de raad de mogelijkheid om categorieën van gevallen aan te wijzen waarvoor een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist. Op basis van de nieuwe Omgevingswet is het college het bevoegde gezag voor de besluitvorming over een zogenaamde buitenplanse omgevingsplan activiteitsprocedure tenzij de gemeenteraad anders beslist. Op 20 december 2012 zijn deze categorieën aangewezen. Voorgesteld wordt om de initiatieven voor de aanleg van zonnevelden zoals genoemd in de visie energie en ruimte en aangeduid in groen op de bij deze visie gevoegde kaart aan deze categorie van gevallen toe te voegen. Het betreft hier initiatieven die vallen onder stap 2,3,4a of 5 van de zonneladder. Initiatieven vallend onder stap 4b, combinatie met natuurontwikkeling, aangeduid met oranje op de visie genoemde kaart moeten altijd voor een verklaring van geen bedenkingen worden voorgelegd aan de gemeenteraad.

- V I S IE ENERG IE EN RU IMT E -

33

BIJLA GE 1. E E N Z ON NE V E L D In deze bijlage wordt kort uitleg gegeven over zonneveld. Hoe zien de velden eruit, wat voor verschillen zijn daarin mo gelijk? En hoe werkt het? Hoeveel energie wordt er opgewekt en wat kunnen we daarmee? Zonneveld De energie wordt opgewekt met pv-panelen of thermische panelen, aaneengeschakeld en in rijen opgesteld. Dit is het panelenveld, het functionele deel van het zonneveld. De opstelling van de panelen kan zowel zuid als oost-west gericht zijn. De panelenopstellingen kunnen een hoogte hebben tussen 1 en 3 meter. Buiten het panelenveld is nog ruimte nodig voor de inrichting van de entree, de transformator-gebouwtjes, afscherming door een hekwerk of sloot en ruimte voor het inpassen in het landschap. Hoeveel dit zal zijn, hangt af van het gebiedstype, de grootte van het terrein en de hoeveelheid schaduw op het terrein. Op een zonneveld kan op dit moment tussen de 0,8 tot 1,25 MW per hectare worden opgewekt, afhankelijk van het type opstelling. Een hectare zonneveld met pv panelen levert elektriciteit voor zo’n 200 huishoudens. De ligging nabij energievragers is gewenst om het netwerk zo min mogelijk te belasten en de netwerkkosten zo laag mogelijk te houden. Een zonneveld verandert de omgevi ng. Het bouwen van de stellages met panelen en de behuizingen voor transformatoren is een ‘nieuwe’ verschijningsvorm in het landschap.

Deze impa ct is vooral ruimtelijk en visueel. Op het gebied van milieuaspecten is de impact veel geringer. Zonnevelden produceren namelijk heel weinig geluid en er zijn geen externe veiligheidsrisico’s zoals ontploffings-, stralings of toxisch gevaar. Schittering levert over het algemeen geen overlast op voor bijvoorbeeld het verkeer of omwonenden. Een zonneveld kan zowel voor- als nadelen opleveren voor de flora en fauna. Als randvoorwaarde stellen we dat dit een voordeel moet zijn. Afhankelijk van de aanwezige natuurwaarden in een gebied dient hiervoor aandacht te zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1512/documents/16158