Was-wordt lijst
Tekst van het document
Overzicht gewijzigde artikelen na wijziging Gemeenschappelijke regeling CAW/Afvalbeheer (was-wordt lijst)
DOC-21-346027
Artikel 1
HUIDIGE TEKST 1. Ingesteld wordt een openbaar lichaam genaamd CENTRAAL AFVALVERWIJDERINGSBEDRIJF WESTFRIESLAND. 2. Het openbaar lichaam is gevestigd te Hoorn.
TEKST NA WIJZIGING 1. Ingesteld wordt een openbaar lichaam genaamd Afvalbeheer Westfriesland (ABWF) 2020. 2. Het openbaar lichaam is gevestigd te Bovenkarspel.
2.
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: a. Afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of andere producten die behoren tot de categorieën die zijn genoemd in bijlage I bij richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen, of zich moet ontdoen, met inachtneming van nadere regelgeving op grond van de Wetmilieubeheer; b. Algemeen bestuur: het bestuur als bedoeld in artikel 5; c. Dagelijks bestuur: het bestuur als bedoeld in artikel 13; d. Gemeenten: de aan deze regeling deelnemende gemeenten; e. HVC: de naamloze vennootschap N.V. HVC, statutair gevestigd te Alkmaar; f. Lichaam: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 1; g. Samenwerkingsgebied: het grondgebied van de Gemeenten; h. Uitvoeringsovereenkomst: Overeenkomsten ter uitvoering van het Alleenrecht; i. Verwerkingsinrichting: een inrichting, bestemd voor het overslaan, het be- en/of verwerken dan wel het nuttig toepassen van afvalstoffen.
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: a. Afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of andere producten die behoren tot de categorieën die zijn genoemd in bijlage I bij richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen, of zich moet ontdoen, met inachtneming van nadere regelgeving op grond van de Wetmilieubeheer; b. Algemeen bestuur: het bestuur als bedoeld in artikel 5; c. Dagelijks bestuur: het bestuur als bedoeld in artikel 13; d. Gemeenten: de aan deze regeling deelnemende gemeenten; e. HVC: de naamloze vennootschap N.V. HVC, statutair gevestigd te Alkmaar; f. Lichaam: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 1; g. Samenwerkingsgebied: het grondgebied van de Gemeenten.
3
1. Het Lichaam wordt ingesteld ten behoeve van het mede (doen) uitvoeren van het beleid ten aanzien van huishoudelijke en andere afvalstoffen, zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. 2. Het Lichaam wordt daarbij opgedragen: a. zorg te dragen voor het mede (doen) beheren van huishoudelijke en andere afvalstoffen op de wijze zoals
1. Het Lichaam wordt ingesteld ten behoeve van het beheer van de voormalige stortplaats Westwoud alsmede ten behoeve van intergemeentelijke afstemming met betrekking tot afvalstoffenbeleid en – uitvoering, DVO- en aandeelhouderzaken; 2. Het Lichaam wordt daarbij opgedragen:
aangegeven in de Wet milieubeheer; b. het doen stichten, doen beheren en doen exploiteren van verwerkingsinrichtingen, al dan niet in samenwerking met derden, voor zover de stichting, het beheer dan wel de exploitatie ingevolge de Wet milieubeheer dan wel overige publiekrechtelijke regelingen door het Lichaam dient te worden verzorgd; c. het mede doen verzorgen van transport van die categorieën afvalstoffen die op grond van de Wet milieubeheer vanuit het samenwerkingsverband moeten worden afgevoerd; d. het adviseren van de deelnemende gemeenten aangaande de uitvoering van het gestelde in de Wet milieubeheer en op verzoek van een of meer gemeenten aangaande milieutechnische vraagstukken, verband houdende met de taakstelling, zoals in dit artikel omschreven; e. de uitvoering van andere milieutaken die door de deelnemende gemeenten aan het lichaam worden opgedragen. f. het ten behoeve van de deelnemende gemeenten participeren in HVC en aan haar gelieerde ondernemingen. 6.
1. Het algemeen bestuur bestaat per deelnemende gemeente uit één lid, dat door de gemeenteraad uit de Wethouders wordt aangewezen. De gemeenteraad wijst tevens uit de Wethouders een of meer personen aan die als plaatsvervangend lid kunnen optreden. Aan een plaatsvervangend lid komt dezelfde rechten toe als aan het lid dat hij vervangt. 2. Voor de stemverhouding wordt uitgegaan van gewogen en gekwalificeerde meerderheid. Dit houdt in dat om een besluit te kunnen nemen een meerderheid van het aantal gemeenten die een meerderheid van het aantal inwoners in West-Friesland vertegenwoordigen, benodigd is. 3. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners van de deelnemende gemeenten, als bedoeld in het voorgaande lid, worden aangehouden de per 1 januari van elk jaar door het
a. zorg te dragen voor het beheren van de voormalige stortplaats Westwoud; b. zorg te dragen voor overleggen ten behoeve van intergemeentelijke afstemming met betrekking tot afvalstoffenbeleid en – uitvoering, DVO- en HVCaandeelhouderzaken.
1. Het algemeen bestuur bestaat per deelnemende gemeente uit één lid, dat door het college van burgemeester en wethouders uit de wethouders wordt aangewezen. Het college van burgemeester en wethouders wijst tevens uit de wethouders een of meer personen aan die als plaatsvervangend lid kunnen optreden. Aan een plaatsvervangend lid komt dezelfde rechten toe als aan het lid dat hij vervangt. 2. Voor de stemverhouding wordt uitgegaan van gewogen en gekwalificeerde meerderheid. Dit houdt in dat om een besluit te kunnen nemen een meerderheid van het aantal gemeenten die een meerderheid van het aantal inwoners in WestFriesland vertegenwoordigen, benodigd is. 3. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners van de deelnemende gemeenten, als bedoeld in het voorgaande lid,
Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers. 4.
worden aangehouden de per 1 januari van elk jaar door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.
7.
1. Behalve in de gevallen als waarin de Wet gemeenschappelijke regelingen dit al heeft bepaald en onverminderd het bepaalde in artikel 12 eindigt het lidmaatschap van het algemeen bestuur: a. indien de gemeenteraad, welke het lid heeft aangewezen, besluit de deelneming aan deze regeling te beëindigen; b. tussentijds op eigen verzoek. 2. Indien tussentijds een plaats van een lid van het algemeen bestuur vacant of beschikbaar komt, wordt ten spoedigste, doch in elk geval binnen twee maanden een nieuw lid aangewezen. 3. De leden van het algemeen bestuur, aftredend ingevolge het bepaalde in het eerste lid sub b, blijven als zodanig fungeren tot dat de in het tweede lid bepaalde aanwijzingen hebben plaatsgevonden. 4. Hij, die ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het algemeen bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip, waarop degene in wiens plaats hij is aangewezen, zou hebben moeten aftreden.
1. Behalve in de gevallen als waarin de Wet gemeenschappelijke regelingen dit al heeft bepaald en onverminderd het bepaalde in artikel 12 eindigt het lidmaatschap van het algemeen bestuur: a. indien het college van burgemeester en wethouders, welke het lid heeft aangewezen, besluit de deelneming aan deze regeling te beëindigen; b. tussentijds op eigen verzoek. 2. Indien tussentijds een plaats van een lid van het algemeen bestuur vacant of beschikbaar komt, wordt ten spoedigste, doch in elk geval binnen twee maanden een nieuw lid aangewezen. 3. De leden van het algemeen bestuur, aftredend ingevolge het bepaalde in het eerste lid sub b, blijven als zodanig fungeren tot dat de in het tweede lid bepaalde aanwijzingen hebben plaatsgevonden. 4. Hij, die ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het algemeen bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip, waarop degene in wiens plaats hij is aangewezen, zou hebben moeten aftreden.
11.
De gemeenteraad kan besluiten dat het door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur zich mondeling dan wel schriftelijk dient te verantwoorden voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. De gemeenteraad stelt daarbij tevens de termijn vast waarbinnen deze verantwoording moet plaatsvinden.
Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten dat het door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur zich mondeling dan wel schriftelijk dient te verantwoorden voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. De gemeenteraad stelt daarbij tevens de termijn vast waarbinnen deze verantwoording moet plaatsvinden.
12.
De gemeenteraad is bevoegd het door hem aangewezen lid in het algemeen bestuur tussentijds ontslag te verlenen wanneer het lid
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd het door hem aangewezen lid in het algemeen bestuur tussentijds ontslag te
verzuimt te voldoen aan het gestelde in de artikelen 10 en 11 van deze regeling dan wel anderszins het vertrouwen van de gemeenteraad heeft verloren. In dit geval zijn de artikelen 49 en 50 Gemeentewet van toepassing.
verlenen wanneer het lid verzuimt te voldoen aan het gestelde in de artikelen 10 en 11 van deze regeling dan wel anderszins het vertrouwen van het college van burgemeester en wethouders heeft verloren. In dit geval zijn de artikelen 49 en 50 Gemeentewet van toepassing.
16.
1. Het dagelijks bestuur is in ieder geval bevoegd: a. het dagelijks bestuur van het Lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het Lichaam; d. ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan; e. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a Wet gemeenschappelijke regelingen en met uitzondering van het aangaan van overeenkomsten over de inzameling en verwerking van afvalstoffen; f. te besluiten namens het Lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover dit het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. 2. De artikelen 56, 57 en 58 Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
1. Het dagelijks bestuur is in ieder geval bevoegd: a. het dagelijks bestuur van het Lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a Wet gemeenschappelijke regelingen; d. te besluiten namens het Lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur echtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover dit het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. 2. De artikelen 56, 57 en 58 Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
22.
1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.
1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 december van het jaar twee jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten.
23.
2. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 1 augustus de begroting vast voor het eerstvolgende begrotingsjaar. Alvorens hiertoe over te gaan wordt de procedure als omschreven in artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke Regelingen in acht genomen. 3. In de begroting wordt aangegeven de naar raming voor elke deelnemende gemeente voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage per inwoner. 4. Voor de berekening van de in het voorgaand lid bedoelde bijdrage wordt uitgegaan van het inwonertal op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd is, volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingsgegevens. 5. De begroting wordt voor 1 augustus toegezonden aan Gedeputeerde Staten. 6. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 15 juli de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. De jaarrekening wordt vóór 15 juli toegezonden aan Gedeputeerde Staten.
2. Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april de voorlopige jaarrekening van het voorgaande jaar en de voorlopige begroting van het daarop komende jaar aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 1 augustus de begroting vast voor het eerstvolgende begrotingsjaar. Alvorens hiertoe over te gaan wordt de procedure als omschreven in artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke Regelingen in acht genomen. 4. In de begroting wordt aangegeven de naar raming voor elke deelnemende gemeente voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage per inwoner. 5. Voor de berekening van de in het voorgaand lid bedoelde bijdrage wordt uitgegaan van het inwonertal op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd is, volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingsgegevens. 6. De begroting wordt voor 1 augustus toegezonden aan Gedeputeerde Staten. 7. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 15 juli de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. De jaarrekening wordt vóór 15 juli toegezonden aan Gedeputeerde Staten.
1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast met betrekking tot de administratie en het beheer van vermogenswaarden. Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van doelmatigheid en controle wordt voldaan. 2. De administratie en het beheer, bedoeld in het eerste lid, worden verricht door de bij de in dat lid bedoelde verordening aan te wijzen derden. 3. Het algemeen bestuur kan derden inschakelen ter ondersteuning van de uitvoering van vorenbedoelde administratie en beheer.
1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast met betrekking tot de administratie en het beheer van vermogenswaarden. Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van doelmatigheid en controle wordt voldaan. 2. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast met betrekking tot de controle op de administratie en op het beheer van vermogenswaarden van de algemene dienst en van takken van dienst. Deze regels dienen onder meer te waarborgen dat de rechtmatigheid en doelmatigheid van de administratie en het beheer worden getoetst.
30.
4. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast met betrekking tot de controle op de administratie en op het beheer van vermogenswaarden van de algemene dienst en van takken van dienst. Deze regels dienen onder meer te waarborgen dat de rechtmatigheid en doelmatigheid van de administratie en het beheer worden getoetst. 1. Zowel het dagelijks bestuur als de leden van het algemeen bestuur kunnen voorstellen tot wijziging van de regeling doen. 2. Wijziging van de regeling, daaronder mede verstaan aanvulling met of schrapping van woorden of bepalingen, vindt plaats bij eensluidend besluit van twee derde van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten, waarin ten minste de helft van het aantal inwoners van het grondgebied woont.
1. Zowel het dagelijks bestuur als de leden van het algemeen bestuur kunnen voorstellen tot wijziging van de regeling doen. 2. Wijziging van de regeling, daaronder mede verstaan aanvulling met of schrapping van woorden of bepalingen, vindt plaats bij eensluidend besluit van twee derde van de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten, waarin ten minste de helft van het aantal inwoners van het grondgebied woont.
31.
1. De regeling wordt opgeheven wanneer de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft, van twee derden van de deelnemende gemeenten waarin ten minste de helft van het aantal inwoners van het grondgebied woonachtig is, daartoe besluiten. 2. Alsdan stelt het algemeen bestuur een liquidatieplan vast dat de goedkeuring van Gedeputeerde Staten behoeft.
1. De regeling wordt opgeheven wanneer de colleges van burgemeester en wethouders, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft, van twee derden van de deelnemende gemeenten waarin ten minste de helft van het aantal inwoners van het grondgebied woonachtig is, daartoe besluiten. 2. Alsdan stelt het algemeen bestuur een liquidatieplan vast dat de goedkeuring van Gedeputeerde Staten behoeft.
32.
Ten aanzien van de archiefbescheiden van het Lichaam zijn de voorschriften omtrent de zorg, de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden, alsmede die omtrent het toezicht daarop zoals die voor de gemeente Hoorn zijn of nader zullen worden vastgesteld van overeenkomstige toepassing, tenzij het Lichaam hier zelf in heeft voorzien.
Ten aanzien van de archiefbescheiden van het Lichaam zijn de voorschriften omtrent de zorg, de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden, alsmede die omtrent het toezicht daarop zoals die voor de gemeente Stede Broec zijn of nader zullen worden vastgesteld van overeenkomstige toepassing, tenzij het Lichaam hier zelf in heeft voorzien.
33.
1. Geschillen omtrent de toepassing van deze regeling tussen besturen van deelnemende gemeenten of tussen besturen van één of meer gemeenten en het bestuur van het openbaar
1. Geschillen omtrent de toepassing van deze regeling tussen besturen van deelnemende gemeenten of tussen besturen van één of meer gemeenten en het bestuur van het openbaar
lichaam Centraal Afvalverwijderingsbedrijf Westfriesland worden beslist door een geschillencommissie; 2. De geschillencommissie bestaat uit drie onafhankelijke personen, die in onderling overleg tussen partijen worden benoemd. Elk der partijen benoemt een lid. Het derde lid, tevens voorzitter van de geschillencommissie, wordt benoemd op voordracht van beide partijen; 3. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over de benoeming, wordt de bemiddeling ingeroepen van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland; 4. De wijze van behandeling van het geschil wordt door de geschillencommissie geregeld; De geschillencommissie doet haar uitspraak in de vorm van een zwaarwegend advies 34.
35.
36.
2.
3.
4. 5.
lichaam Afvalbeheer Westfriesland worden beslist door een geschillencommissie; De geschillencommissie bestaat uit drie onafhankelijke personen, die in onderling overleg tussen partijen worden benoemd. Elk der partijen benoemt een lid. Het derde lid, tevens voorzitter van de geschillencommissie, wordt benoemd op voordracht van beide partijen; Indien geen overeenstemming wordt bereikt over de benoeming, wordt de bemiddeling ingeroepen van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland; De wijze van behandeling van het geschil wordt door de geschillencommissie geregeld; De geschillencommissie doet haar uitspraak in de vorm van een zwaarwegend advies.
Het gemeentebestuur van Hoorn draagt zorg voor de toezending van deze regeling en van de besluiten tot wijziging, toe- en uittreding aan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. 1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. De regeling treedt in werking op 1 januari 2016.
Het gemeentebestuur van Stede Broec draagt zorg voor de toezending van deze regeling en van de besluiten tot wijziging, toe- en uittreding aan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. 1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. De gewijzigde regeling treedt in werking op 1 juli 2021.
Deze regeling kan worden aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling Centraal Afvalverwijderingsbedrijf Westfriesland 2020.
Deze regeling kan worden aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling Afvalbeheer Westfriesland 2020.