SB Verordening individuele studietoeslag gemeente Stede Broec 2015
Tekst van het document
Raadsvoorstel Agendapunt Bijlagenummer Onderwerp
In te vullen door de griffie
Ter behandeling in de commissie Ter besluitvorming in de gemeenteraadsvergadering van Portefeuillehouder Programma
Samenleving
In te vullen door de griffie
Verordening individuele studietoeslag gemeente Stede Broec 2015 9-6-2015
25-06-2015 Weth. Nootebos 6 Welzijn, Zorg en Onderwijs
Voorgesteld besluit: 1. De Verordening individuele studietoeslag 2015 gemeente Stede Broec vast te stellen.
Aan de raad, Inleiding Met de inwerkingtreding van de Participatiewet op 1 januari 2015 zijn studerenden die in aanmerking komen voor een studietoeslag een nieuwe doelgroep voor de gemeenten. De individuele studietoelage was altijd een zaak voor het UWV. Iedere studerende arbeidsbeperkte jongere met kans op werk viel voorheen onder de zogeheten landelijke studieregeling. De individuele studietoeslag is met ingang van 1 januari 2015 een studieregeling binnen de Participatiewet en moet worden aangemerkt als een vorm van bijzondere bijstand. Deze toeslag betreft een inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen. Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de wetgever een extra steuntje in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan. De individuele studietoeslag is dan ook een extra steun in de rug en is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Op 1 juli 2015 moeten gemeenten in een verordening de individuele studietoeslag vastleggen.
De regels in de verordening op grond van artikel 8 lid 3 Participatiewet hebben in ieder geval betrekking op de hoogte van de individuele studietoeslag en de frequentie van de betaling van de individuele studietoeslag. Doelstellingen Beoogd wordt om studerenden met een arbeidshandicap/arbeidsbeperking een steuntje in de rug te geven om te gaan studeren. Doormiddel van een individuele studietoeslag ontvangt de student, behorende tot de doelgroep, een inkomensaanvulling.
1
Raadsvoorstel Argumenten De Raad stelt in een verordening de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele studietoeslag vast. Met betrekking tot de hoogte van de individuele studietoeslag zijn er diverse mogelijkheden en de hoogte varieert in den lande van € 360,00 per jaar tot € 3600,00 per jaar (blijkt uit Binnenlands Bestuur). Bij de vaststelling van de hoogte kan aangesloten worden bij: -percentage van het wettelijk minimumloon, variërend van 5 tot 20 procent -percentage van de gehuwdennorm -gemiddelde verdiensten van een bijbaantje voor jongeren Voorgesteld wordt om de hoogte van de individuele studietoeslag vast te stellen op € 600,00 voor een periode van 6 maanden. Dit is te vergelijken met het bedrag wat een thuiswonende student aan basisbeurs kan ontvangen voor het HBO en de universiteit (€102,77 per maand). Een basisbeurs voor een thuiswonende MBO-student is iets lager en bedraagt € 81,02 per maand. Met ingang van het nieuwe schooljaar verandert het stelsel van de studiefinanciering en krijgen nieuwe studenten van het HBO/universiteit geen basisbeurs meer. Met betrekking tot de frequentie van de betaling van de individuele studietoeslag kunnen gemeenten ervoor kiezen om de individuele studietoeslag eenmalig in één bedrag uit te betalen. Voorts kunnen gemeenten de individuele studietoeslag verstrekken in de vorm van periodieke bijzondere bijstand.
In dat geval is er sprake van een periodieke betaling. Bij periodieke betaling van deze studietoeslag dienen gemeenten rekening te houden met de fiscale gevolgen. Volgens de Rekenregels en handleiding loonheffingen over bijstandsuitkeringen 2014 is periodieke bijzondere bijstand die niet bestedingsgebonden is maar inkomensaanvullend namelijk een belaste verstrekking. Eenmalige bijzondere bijstand is een onbelaste verstrekking. Afhankelijk van de gekozen frequentie is de studietoeslag belast dan wel onbelast. Voor de gemeente Stede Broec duidelijk dat de frequentie niet periodiek zal zijn, omdat we geen loonaangiftenummer meer hebben van de Belastingdienst. Dat betekent dat we geen belaste studietoeslag kunnen gaan verstrekken. Het voorstel is om de frequente vast te stellen op 1 keer in de zes maanden. Dat heeft mede te maken met het gegeven dat de voorwaarden op in aanmerking te komen voor een studietoeslag gelden op de datum van de aanvraag. Op grond van artikel 36b lid 1 onderdeel b Participatiewet moet een belanghebbende op datum van de aanvraag recht op studiefinanciering op grond van de WSF 2000 of recht op een tegemoetkoming op grond van de WTOS te hebben. In de praktijk is het mogelijk dat een belanghebbende op datum van de aanvraag studiefinanciering ontvangt, maar zijn opleiding gedurende het studiejaar staakt.
Het staken van de opleiding en het eindigen van het recht op studiefinanciering zijn dan niet van invloed op het recht op individuele studietoeslag. Belanghebbende moet alleen op datum van de aanvraag aan de voorwaarden op grond van artikel 36b lid 1 Participatiewet voldoen.
2
Raadsvoorstel Alternatieve oplossingen In het stuk is bij de hoogte van de individuele studietoeslag als bij de frequentie van de betaling van de studietoeslag aangegeven dat er alternatieven zijn. Deze alternatieven zijn gelegen in de hoogte van het bedrag en in de frequentie. Na een jaar kan bij een evaluatie van de individuele studietoeslag gekeken worden of er veranderingen noodzakelijk zijn met betrekking tot de hoogte en de frequentie. Dan is tevens duidelijk hoeveel mensen een beroep op de individuele studietoeslag hebben gedaan. Financiële en andere gevolgen De nieuwe doelgroepen van de Participatiewet ontstaat als gevolg van het afsluiten van de Wsw voor nieuwe instroom, het beperken van de instroom in de Wajong en de toename van studerenden die in aanmerking komen voor een studietoeslag. De laatst genoemde doelgroep kan nu een beroep doen op gemeenten voor een studietoeslag op grond van de Participatiewet. Gemeenten ontvangen de middelen hiervoor via het Gemeentefonds. Een gemiddelde gemeente met 100 duizend inwoners telde ultimo 2012 circa 2.500 bijstandsgerechtigden. Bij de aanname dat de nieuwe doelgroep gelijk verdeeld is over het land dan zou dat het volgende betekenen voor een gemiddelde gemeente met 100.000 inwoners dat er een toename van 20 mensen extra per jaar zou zijn door de studietoeslag.
Voor de gemeente Stede Broec zou dat indicatief neer komen op ongeveer 4 personen. De kosten zijn € 600,00 per persoon per zes maanden (maximaal € 1200,00 per persoon op jaarbasis). De kosten worden betaald uit het budget bijzondere bijstand. Communicatie en afstemming Aan de WMO-adviesraad is gevraagd advies uit te brengen over de verordening Individuele Studietoeslag. Het advies van de WMO-adviesraad zal ingebracht worden tijdens de vergadering van de commissie Samenleving van 9 juni 2015. Nadat de gemeenteraad de verordening individuele studietoeslag 2015 heeft vastgesteld, moet dit worden afgekondigd en bekend worden gemaakt in de GVOP en www.overheid.nl.
Stede Broec, 19-5-2015
Burgemeester en wethouders van Stede Broec De secretaris,
De burgemeester,
3
Raadsbesluit Bijlagenummer In te vullen door de griffie
Onderwerp: Verordening Individuele studietoeslag gemeente Stede Broec 2015
De raad der gemeente Stede Broec; Overwegende dat de gemeenteraad verplicht is om in een verordening de hoogte van de individuele studietoeslag en de frequentie van de betaling van de individuele studietoeslag vast te leggen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19-5-2015; gelet op het advies van de commissie Samenleving van 9-6-2015 gelet op artikel artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van de Participatiewet; b e s l u i t: Vast te stellen de hierna volgende VERORDENING INDIVIDUELE STUDIETOESLAG GEMEENTE STEDE BROEC 2015
Artikel 1. Begrippen Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet. Artikel 2. Indienen verzoek Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet, wordt ingediend door middel van een door het college vastgesteld formulier. Artikel 3. Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van zes maanden in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. Artikel 4. Hoogte individuele studietoeslag 1. Een individuele studietoeslag bedraagt € 600 per 6 maanden. 2. Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt jaarlijks geïndexeerd conform de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro's. Artikel 5. Betaling individuele studietoeslag Een individuele studietoeslag wordt als één bedrag uitbetaald voor een periode van 6 maanden.
4
Raadsbesluit Artikel 6. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de1dag na die van bekendmaking en heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2015. Artikel 7. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele studietoeslag gemeente Stede Broec 2015. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Stede Broec, gehouden op 25-6-2015. De raadsgriffier,
De voorzitter,
5
Raadsbesluit Algemene toelichting Verordening individuele studietoeslag De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als ze studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de arbeidsmarkt. Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand gemotiveerd is en veel in zijn mars heeft. Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan (TK 2013-2014, 33 161, nr. 125, p. 2). De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van bijzondere bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De individuele studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten.
Het is een inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen. Verordeningsplicht De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in een verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval betrekking hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de Participatiewet). Discretionaire bevoegdheid Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire bevoegdheid van het college. Dit betekent dat het college aan personen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet, een individuele studietoeslag kan toekennen, maar hiertoe niet is gehouden. Het college kan in beleidsregels aangeven of bepaalde groepen niet in aanmerking komen voor een studietoeslag. Het college kan in plaats daarvan - en in aanvulling op artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet - in beleidsregels aangeven wie, wanneer en op grond van welke nadere voorwaarden recht heeft op een individuele studietoeslag.
Voorwaarden individuele studietoeslag Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele studietoeslag. Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt overigens zowel over verzoek als aanvraag. Het college kan op een dergelijk verzoek – gelet op de individuele omstandigheden van een persoon - een individuele studietoeslag verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op de datum van de aanvraag: 18 jaar of ouder is; recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet heeft; en een persoon is van wie is vastgesteld dat hij door arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.
6
Raadsbesluit Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding, leeftijd en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in de Participatiewet geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een individuele studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het recht op een individuele studietoeslag is het dan ook voldoende dat een persoon recht heeft op studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon zal - als aanvrager van de toeslag - aannemelijk moeten maken dat hij recht op studiefinanciering of een tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een beschikking van DUO of door een bewijs van inschrijving bij een bepaalde opleiding te overleggen. De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van toepassing bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend bij het college. Een individuele studietoeslag kan niet als lening worden verstrekt als een persoon met de studietoeslag schulden wil aflossen. Artikel 49 van de Participatiewet is namelijk niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de Participatiewet).
Ook artikel 52 van de Participatiewet is niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de Participatiewet). Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan worden verstrekt in de vorm van een voorschot.
7
Raadsbesluit Artikelsgewijze toelichting Verordening individuele studietoeslag 2015 Artikel 2. indienen verzoek Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet. Dit betreft personen die het college ondersteunt bij arbeidsinschakeling: personen die algemene bijstand ontvangen; personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdelen b en c, 35, vierde lid, onderdelen b en c, en 36, derde lid, onderdelen b en c, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is verleend; personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Participatiewet; personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet; personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en niet-uitkeringsgerechtigden.
Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek, een individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet). Een persoon dient op datum van de aanvraag aan de voorwaarden te voldoen zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon, een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient in beginsel schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 van de Awb). Om onduidelijkheid te voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet moet worden ingediend, bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek moet worden gedaan middels een door het college vastgesteld formulier. Een verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam en het adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb).
Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om individuele studietoeslag zoals bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet. Artikel 3. Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen. Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van zes maanden in aanmerking komen voor een individuele toeslag. Doorgaans kan een persoon halfjaarlijks starten met een opleiding. Voor de beoordeling of een belanghebbende in aanmerking komt voor een individuele studietoeslag wordt de situatie op de datum van de aanvraag beoordeeld (artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet). Om deze reden is geregeld dat een persoon slechts eenmaal binnen een periode van zes maanden in aanmerking kan komen voor een individuele studietoeslag (artikel 3 van deze verordening). Studeert een persoon na die zes maanden nog steeds en voldoet hij aan de voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet, dan kan hij opnieuw in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag.
8
Raadsbesluit Artikel 4. Hoogte individuele studietoeslag In artikel 4 van deze verordening is de hoogte van de individuele studietoeslag geregeld. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de voorwaarden toegekend. Een individuele studietoeslag bedraagt € 600 per zes maanden. De hoogte van de studietoeslag is afgeleid van het maandelijkse bedrag die een thuiswonende student van het HBO of universiteit op dit moment ontvangt van het DUO als basisbeurs x 6 maanden. Is sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de voorwaarden voor een individuele studietoeslag, dan komen zij afzonderlijk in aanmerking voor een individuele studietoeslag. In artikel 4, tweede lid, van deze verordening, is een indexeringsbepaling opgenomen. Deze bepaling voorkomt dat de verordening telkens opnieuw moet worden vastgesteld, enkel voor indexatie van de bedragen. Het is van belang de nieuwe bedragen (na indexatie) intern duidelijk te communiceren. Artikel 5. Betaling individuele studietoeslag In dit artikel wordt de frequentie van de betaling van de individuele studietoeslag geregeld. Een individuele studietoeslag wordt eenmalig in één bedrag uitbetaald. Dit is het bedrag zoals neergelegd in artikel 4 van deze verordening. Na 6 maanden kan een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. Dit volgt uit artikel 3 van deze verordening.
Een persoon moet op de datum van de aanvraag voldoen aan de in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet. Als een persoon op enig moment na de aanvraag hier niet meer aan voldoet heeft dat geen gevolgen voor het recht op een individuele studietoeslag. Dit betekent dat het dus kan voorkomen dat een persoon geen recht op studiefinanciering meer heeft, maar wel nog recht heeft op uitbetaling van een eerder toegekende individuele studietoeslag aangezien uitsluitend de situatie op de datum van de aanvraag bepalend is. Na 6 maanden kan een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. Dit volgt uit artikel 3 van deze verordening. Artikel 6. Inwerkingtreding. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Vanaf die datum is in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet de verordeningsopdracht voor de gemeenteraad neergelegd om regels in de verordening vast te stellen over het verlenen van een individuele studietoeslag. De gemeenteraad moet de verordening individuele studietoeslag vaststellen op uiterlijk 1 juli 2015 (artikel 78z, zevende lid, van de Participatiewet). Artikel 7. Citeertitel. In dit artikel is de citeertitel van deze verordening neergelegd.
9