SB advies Wmo-beleidsplan
Tekst van het document
Grootebroek, 26 februari 2023
Betreft: advies Wmo-beleids- en -uitvoeringsplan
Geacht college van burgemeester en wethouders,
Het nieuwe Wmo-beleidsplan houdt ons al lange tijd bezig. Aanvankelijk werd het plan geformuleerd onder leiding van de heer Kraaijenhof. Na zijn vertrek is de opdracht overgenomen door de dames Ineke Verberne en Julia Silver. De Wmo-adviesraad heeft al eerder zijn mening gegeven over de concepten van dit beleidsplan. We zagen ook dat onze adviezen meegenomen werden in de latere concepten. Het wachten was op het uitvoeringsplan. De laatste versie van het beleidsplan met het uitvoeringsplan heeft de adviesraad uitgebreid besproken. Omdat er nog veel onduidelijkheden waren, heeft de raad zijn advies nog niet kunnen formuleren; eerst wilden we antwoorden op onze vragen. Daarom heeft de raad de wethouder, de heer Krijger, uitgenodigd op onze vergadering en hem een lijst met vragen en opmerkingen gestuurd. Op onze vergadering werd hij vertegenwoordigd door de dames Verberne en Silver, die tekst en uitleg konden geven bij onze opmerkingen en vragen. De Wmo-adviesraad was bijzonder ingenomen met hun bijdragen. De sfeer was prettig en op deze wijze kon de raad direct deskundig antwoord krijgen op zijn vragen.
De vragen van de raad zijn grotendeels samen te vatten in de volgende punten: • • • •
•
Alhoewel er wordt gesproken over een beleidsnota en een uitvoeringsplan, is de uitvoering weinig concreet. Er zijn veel onduidelijkheden. Daardoor zijn de doelstellingen onduidelijk geformuleerd en zijn de resultaten niet meetbaar. Het gevolg daarvan is, dat de controle van het beleid en de eventuele bijsturing erg moeilijk zullen zijn. In dit kader is de adviesraad van mening dat het Wmo-beleid regelmatig getoetst dient te worden op efficiëntie en productiviteit. De raad vraagt zich af door wie en met welke frequentie het beleid getoetst gaat worden. Ook bevreemdde het ons, dat het huidige beleid niet geëvalueerd is en dat het nieuwe beleidsplan dus geen gebruik maakt van die gegevens. Er zijn toch clientervaringsonderzoeken voldoende?
De dames Verberne en Silver zijn op deze vragen uitvoerig ingegaan. Het is inderdaad zo, dat er nog veel onduidelijkheden te vinden zijn in de nota’s. Uit hun antwoorden bleek dat het nu van belang is, dat eerst het beleidskader wordt vastgesteld. Als dat eenmaal gebeurd is, kunnen verdere uitvoeringsplannen gemaakt worden. Die zijn afhankelijk van beschikbare tijd, capaciteit en budget. Dan wordt bekeken welk initiatief of project ontwikkeld kan worden. Daarna kan de planning en het budget gekoppeld worden aan een project en kan er ook een gewenst resultaat geformuleerd worden. Er vindt sturing en controle plaats op activiteitenniveau. Daarnaast wordt het Wmo-beleidsplan elke twee jaar geëvalueerd. Zo gauw als er meer duidelijkheid is over bovenstaande zaken, dan zal de Wmoadviesraad daarover worden ingelicht. De adviesraad heeft ook een aantal opmerkingen en vragen geformuleerd die wat specifieker zijn: • • • • •
De fysieke en digitale toegankelijkheid van voorzieningen moet gewaarborgd zijn. Het uitbouwen van een sterk vrijwilligersnetwerk vraagt een sterkere regierol van de gemeente dan nu het geval is. Heeft de SPUK-regeling invloed op de beleidsnota? Het thema ‘wonen voor ouderen’ is actueel. Hoe ver is de gemeente met de woonzorgvisie? De zorg om de steeds stijgende kosten voor Wmo-voorzieningen.
De dames Verberne en Silver zijn ook op deze opmerkingen ingegaan en hebben toegezegd ons van informatie te voorzien zo snel die beschikbaar is.
Advies: Ondanks het feit dat er nog veel onduidelijkheden zijn, heeft de raad vertrouwen in de verdere invulling en ontwikkeling van het beleids- en uitvoeringsplan. Daarom willen wij een positief advies uitbrengen. Wel wil de raad, zoals toegezegd, op de hoogte worden gehouden van de verdere concretiseringen. Ook hecht de raad aan de toegezegde aanvullingen.
Met vriendelijke groet, Namens de Wmo-adviesraad, Jaap Leuring, voorzitter