CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

S-Was-wordt lijstje beleidsregels

Gemeenteraad 3 maart 2022, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Verordening Jeugdhulp3.280 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was

Wordt

Art, 4 woonplaatsbeginsel Het woonplaatsbeginsel bepaalt welke gemeente verantwoordelijk is voor jeugdhulp.

Art 4 Woonplaatsbeginsel Het woonplaatsbeginsel bepaalt welke gemeente verantwoordelijk is voor jeugdhulp.

De hoofdregel is dat de jeugdige de woonplaats volgt van degene die gezag over hem/haar uitoefent. Deze woonplaats is niet altijd de plaats waar de jeugdige werkelijk verblijft. Jeugdigen van 18 jaar en ouder kunnen in uitzonderlijke situaties ook jeugdhulp krijgen. De gemeente waar de meerderjarige jeugdige zelf woont is in dat geval verantwoordelijk (artikel. 1.1 Jeugdwet).

Vanaf 1 januari 2022 ontstaan er twee scenario’s. In het geval van ambulante zorg wordt de gemeente waar de jeugdige staat ingeschreven financieel verantwoordelijk. Als er sprake is van verblijfszorg, dan moet er gekeken worden waar de jeugdige stond ingeschreven direct voorafgaand aan de start van het jeugdhulptraject. Deze gemeente blijft financieel verantwoordelijk voor de verlening van alle jeugdhulp tot het moment dat er geen sprake meer is van zorg met een verblijfscomponent. (artikel. 1.1 Jeugdwet). Met inwerkingtreding van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel heeft ‘woonplaats’ de volgende betekenis: 1. de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres, bedoeld in artikel 1.1, onder o, van de Wet basisregistratie personen, heeft; 2. ingeval een jeugdige verblijft bij een jeugdhulpaanbieder, pleegouder, in een instelling voor opvang of beschermd wonen als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of in een justitiële jeugdinrichting als bedoeld in artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, of ingeval van jeugdhulp of jeugdreclassering in verband met het verblijf in een justitiële jeugdinrichting: de gemeente waar de jeugdige onmiddellijk voorafgaand aan zijn verblijf zijn woonadres, bedoeld in artikel 1.1, onder o, van de Wet basisregistratie personen, had; 3.

ingeval de woonplaats niet op grond van de onderdelen 1° en 2° kan worden vastgesteld of ingeval bij het in de basisregistratie personen opgenomen woonadres een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 2.26 van de Wet basisregistratie personen: de gemeente waar de moeder van de jeugdige ten tijde van diens geboorte als ingezetene was ingeschreven in de basisregistratie personen, of, indien dit niet kan worden vastgesteld, de gemeente waar de jeugdige werkelijk verblijft op het moment van de hulpvraag; 4. ingeval de woonplaats buiten Nederland is: de gemeente waar de jeugdige werkelijk verblijft op het moment van de hulpvraag.

Artikel 8 Eigen Kracht Afwegingskader voor beoordeling eigen kracht Bij de beoordeling of er sprake is van voldoende eigen kracht en probleemoplossend vermogen, worden de volgende punten in kaart gebracht:  de behoefte en de mogelijkheden van de jeugdige;  de voor de jeugdige benodigde ondersteuningsintensiteit en de duur daarvan;  de mogelijkheden, de draagkracht en belastbaarheid van ouders/het netwerk;  de samenstelling van het gezin en de woonsituatie;  het belang van de ouders om te voorzien in een inkomen. Artikel 11 Gebiedsteam Het gebiedsteam van Ons Stede Broec is een team van specialisten dat dicht bij de inwoners, jeugdigen en gezinnen eerstelijnszorg levert. Het kan gaan om hulp bij problemen op het gebied van opvoeden, wonen, werk, financiën, relaties etc. Maar ook voor het bespreken van specifieke ondersteuning en zorg zoals begeleiding en gespecialiseerde (jeugd)hulp. Het team bestaat uit een groep van hulpverleners met expertise op onder andere het gebied van:  opvoedondersteuning;  veiligheid;  psychiatrie;  verslavingen;  licht verstandelijke beperkingen;  Wmo.

Deze wijziging van het woonplaatsbeginsel betekent dat, vanaf datum inwerkingtreding van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel de nieuwe instroom beoordeeld dient te worden aan de hand van bovenstaand nieuwe woonplaatsbeginsel. Ook de migratiegroep, de zittende populatie van jeugdigen die nu en op datum inwerkingtreding van de wet jeugdhulp ontvangen uit hoofde van de Jeugdwet, valt onder de Wet wijziging woonplaatsbeginsel. Deze groep moet dus opnieuw beoordeeld worden. Aanvulling op artikel 8 Eigen kracht Onderzoeksvragen:  Is de ouder in staat de noodzakelijke hulp te bieden?  Is de ouder beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden?  Levert het bieden van de hulp door de ouder geen overbelasting op?  Waaruit blijkt dat de gemeente moet voorzien in de huidige hulp die door de ouders wordt geboden.  Ontstaan er geen financiële problemen in het gezin als de hulp door de ouder wordt geboden?

Artikel 11 Gebiedsteam Het gebiedsteam van Ons Stede Broec is een team van specialisten dat dicht bij de inwoners, jeugdigen en gezinnen eerstelijnszorg levert. Het kan gaan om hulp bij problemen op het gebied van opvoeden, wonen, werk, financiën, relaties etc. Maar ook voor het bespreken van specifieke ondersteuning en zorg zoals begeleiding en gespecialiseerde (jeugd)hulp. Het team bestaat uit een groep van hulpverleners met expertise op onder andere het gebied van:  Algemeen maatschappelijk werk  Voorschools advies  opvoedondersteuning;  veiligheid;  psychiatrie; echtscheidingsproblematiek relatieproblemen  licht verstandelijke beperkingen;  bemoeizorg (wijk GGD)  Meervoudige gezinsproblemen  schoolmaatschappelijk werk  Jongerenwerk  Zelfredzaamheid vergroten op alle leefgebieden  Netwerkversterking  Mantelzorgondersteuning en respijt  Eenzaamheidsproblematiek

2/8

        

Rouwbegeleiding School/werk problemen Sociaal, maatschappelijk en culturele activiteiten Toeleiden naar ….. Welzijn/jeugdhulp/wmo Regie in de keten Weerbaarheidsversterking Ouderenadviseur Praktische hulp van vrijwilligers (wonenplus) / maatjestrajecten Spreekuren

3/8

Artikel 12 Wettelijke voorliggende voorzieningen 1. Wet langdurige zorg (Wlz) Via de Wlz wordt zorg geleverd voor mensen die blijvend zijn aangewezen op permanent toezicht of 24-uurs zorg. De zorg wordt geïndiceerd door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). De uitvoering van de Wlz wordt gedaan door de zorgkantoren.

Artikel 12 Wettelijke voorliggende voorzieningen 1. Wet langdurige zorg (Wlz) Via de Wlz wordt zorg geleverd voor jeugdigen die blijvend zijn aangewezen op permanent toezicht of 24-uurs zorg. De zorg wordt geïndiceerd door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). De uitvoering van de Wlz wordt gedaan door de zorgkantoren.

Artikel 12 Wettelijke voorliggende voorzieningen lid 2 passend onderwijs Onderwijs-zorgarrangementen Er kan een onderwijs-zorg arrangement worden afgesproken: dit is een integrale samenwerking tussen jeugdhulp en het onderwijs. Doel hiervan is dat de desbetreffende jongere zich optimaal en ononderbroken kan ontwikkelen. Het gaat hierbij om maatwerk. Het uitgangspunt is dat er altijd gestreefd wordt door beide partijen naar een samenhangend beeld van de problematiek van een kind, zowel thuis, op school als in andere contexten.

Artikel 12 Wettelijke voorliggende voorzieningen lid 2 passend onderwijs Onderwijs-zorgarrangementen Er kan een onderwijs-zorg arrangement worden afgesproken: dit is een integrale samenwerking tussen jeugdhulp en het onderwijs. Doel hiervan is dat de desbetreffende jongere zich optimaal en ononderbroken kan ontwikkelen. Het gaat hierbij om maatwerk. Het uitgangspunt is dat er altijd gestreefd wordt door beide partijen naar een samenhangend beeld van de problematiek van een kind, zowel thuis, op school als in andere contexten. Voor de inhoud van Onderwijs-zorgarrangementen wordt verwezen naar de Handreiking en het afwegingskader Onderwijs-zorgarrangementen welke te vinden is in het document Onderwijs-zorgarrangementen West Friesland. https://www.dewestfrieseknoop.nl/uploads/20210 705_po_Handreiking_en_afwegingskader_Onder wijszorgarrangementen.pdf

Artikel 12 Wettelijke voorliggende voorzieningen lid 3 Wmo Beschermd wonen Beschermd wonen voor personen vanaf 18 jaar valt onder de Wmo 2015. Beschermd wonen kan verleend worden aan personen met psychische problemen of psychosociale problemen. Het gaat om personen die als gevolg van deze problemen niet in staat zijn zich op eigen kracht staande te houden in de samenleving. Zij kunnen dan wonen in een instelling die hen een beschermende woonomgeving biedt met daarbij behorend toezicht en begeleiding. Beschermd wonen is geen voorziening onder de Jeugdwet. Voor jeugdigen tot 18 jaar wordt beschermd wonen gezien als noodzakelijke zorg geboden door ouders.

Artikel 12 Wettelijke voorliggende voorzieningen lid 3 Wmo Beschermd wonen en beschermd thuis Beschermd wonen voor personen vanaf 18 jaar valt onder de Wmo 2015. Beschermd wonen kan verleend worden aan personen met psychische problemen of psychosociale problemen. Het gaat om personen die als gevolg van deze problemen niet in staat zijn zich op eigen kracht staande te houden in de samenleving. Zij kunnen dan wonen in een instelling die hen een beschermende woonomgeving biedt met daarbij behorend toezicht en begeleiding. Steeds vaker blijven deze mensen in hun eigen huis wonen en komen de hulpverleners bij hen thuis. Deze beweging zorgt ervoor dat mensen mee kunnen blijven doen in de samenleving en structuur in hun dagelijks leven behouden. Beschermd wonen is geen voorziening onder de Jeugdwet. Voor jeugdigen tot 18 jaar wordt beschermd wonen gezien als noodzakelijke zorg geboden door ouders.

H5. Artikel 13 Stappenplan aanvraag jeugdwet

H5. Artikel 13 Stappenplan aanvraag jeugdwet

4/8

- Stap 1 Aanvraag In de Jeugdwet is niets geregeld over de procedure rondom het aanvragen van jeugdhulp. Dat betekent dat de systematiek van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Binnen deze systematiek begint de procedure met het indienen van een aanvraag (artikel 1:3 lid 3 Awb). Hierbij moet een aanvraag schriftelijk worden ingediend (artikel 4:1 Awb).

- Stap 1 Aanvraag In de Jeugdwet is niets geregeld over de procedure rondom het aanvragen van jeugdhulp. Dat betekent dat de systematiek van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Binnen deze systematiek begint de procedure met het indienen van een aanvraag (artikel 1:3 lid 3 Awb). Hierbij moet een aanvraag schriftelijk worden ingediend (artikel 4:1 Awb). Het indienen van deel 1 van het perspectiefplan wordt beschouwd als een aanvraag.

Een aanvraag is een verzoek van belanghebbende om een besluit te nemen. Iedere belanghebbende kan een aanvraag indienen voor jeugdhulp (artikel 1:3 lid 3 Awb). Op de eerste plaats zijn dat jeugdigen of ouders zelf. Het begrip 'belanghebbende' is ruimer dan enkel jeugdigen of ouders. Ook een pleegouder kan een aanvraag in dienen voor noodzakelijke hulp aan de jeugdige. De handtekening van beide ouders met gezag is niet vereist, de gemeente Stede Broec vindt dit wel wenselijk en zal om die reden beide ouders verzoeken te tekenen in het kader van een zorgvuldig proces.

Een aanvraag is een verzoek van belanghebbende om een besluit te nemen. Iedere belanghebbende kan een aanvraag indienen voor jeugdhulp (artikel 1:3 lid 3 Awb). Op de eerste plaats zijn dat jeugdigen of ouders zelf. Het begrip 'belanghebbende' is ruimer dan enkel jeugdigen of ouders. Definitie belanghebbende is toegevoegd aan de tekst. Toegevoegd: Vanaf de leeftijd van 12 jaar mag de jeugdige zelf jeugdhulp aanvragen. Voor een rechtsgeldige aanvraag (artikel 1:2 lid 3 Awb) moet de jeugdige zijn handtekening zetten. Voor het verlenen van de jeugdhulp is toestemming van de jeugdige (vanaf 12 jaar) nodig en toestemming van de ouder(s) met gezag. Vanaf 16 jaar is geen toestemming van ouders noodzakelijk om de jeugdhulp te verlenen. Toestemming van ouders is wel noodzakelijk als het om verblijf gaat.

Stap 2 jeugdwet onderzoek Het onderzoek De jeugdconsulent van de gemeente gaat bij de jeugdige en/of ouders op huisbezoek. Naast het huisbezoek kan het zijn dat er toestemming gevraagd wordt informatie op te vragen bij derden. Dit is afhankelijk van de hulpvraag en de inschatting van de gemeente welke informatie noodzakelijk is om tot een besluit te komen. Vanaf 12 jaar moet ook de jeugdige toestemming geven, vanaf 16 jaar volstaat toestemming van enkel de jeugdige. Voorbeelden van derden kunnen zijn onderwijs, kinderopvang, consultatiebureau e.d.

Stap 2 jeugdwet onderzoek Het onderzoek De jeugdconsulent van de gemeente gaat bij de jeugdige en/of ouders op huisbezoek. Naast het huisbezoek kan het zijn dat er toestemming gevraagd wordt informatie op te vragen bij derden. Dit is afhankelijk van de hulpvraag en de inschatting van de gemeente welke informatie noodzakelijk is om tot een besluit te komen. In het kader van de aanvraag mag de consulent zonder toestemming informatie opvragen bij onderwijs Voorbeelden van derden kunnen zijn onderwijs, kinderopvang, consultatiebureau e.d. Aan Informatie uitvraag bij (eerder) betrokken hulpverlening dient wel toestemming aan vooraf te gaan van ouders (tot 12 jaar, jeugdigen en ouders (van 12 jaar-16) en vanaf 16 jaar (jeugdigen.

5/8

Het volledige onderzoek wordt vastgelegd in een perspectiefplan en doorloopt in ieder geval de volgende stappen: (Memorie van toelichting en CRVB:2017:1477)  wat de hulpvraag van jeugdige en/of ouders is;  of er sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen of psychische problematiek;  welke stoornissen en problemen er zijn. Wanneer die problemen voldoende concreet in kaart zijn gebracht, kan worden bepaald welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is. Het onderzoek moet er vervolgens op gericht zijn of en in hoeverre de nodige hulp en ondersteuning mogelijk is middels:  de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen;  ondersteuning die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten;  ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk;  algemene en voorliggende voorzieningen.

Het perspectiefplan bestaat uit drie delen:  Deel 1: Persoonsgegevens van de aangemelde jeugdige, persoonsgegevens van de (gezaghebbende) ouder(s)/ verzorger(s)/ pleegouder(s) of (gezins)voogd en de mogelijkheid de gegevens van de overige gezinsleden in te vullen.  Deel 2: Inhoud hulpvraag, leefgebieden, resultaten en doelen, samenvatting, advies van de toegang (jeugdconsulent of team inzet) en conclusie, waaronder het ondersteuningsprofiel en blok intensiteit.  Deel 3: Intake informatie van de aanbieder, intensiteit, indien van toepassing componenten, wijze waarop er aan de resultaten gewerkt gaat worden en de gemaakte (evaluatie) afspraken.

Het volledige onderzoek wordt vastgelegd in een perspectiefplan en doorloopt in ieder geval de volgende stappen: (Memorie van toelichting en CRVB:2017:1477)  

  

Stel allereerst vast wat de eigenlijke hulpvraag van de jeugdige of ouders is; Stel vervolgens de stoornissen, opgroei en opvoedingsproblemen of psychische problematiek vast en breng deze in kaart; Stel vast welk aandeel de ouders of het sociale netwerk in de hulp kunnen hebben; Stel vast of dit opgelost kan worden met een voorliggende of algemene voorziening; Stel daarna vast of er een individuele voorziening nodig is, welke jeugdhulp ingezet wordt en in welke mate die nodig is.

Voor het vaststellen van de concrete problematiek is deskundigheid vereist (zie artikel 2.14 Jeugdwet in samenhang met artikel 2.1 Besluit Jeugdwet). Daarnaast moet voor de jeugdige of ouder duidelijk zijn wie, wanneer met welke deskundigheid de hulpvraag heeft onderzocht. De gemeente heeft niet altijd de juiste deskundigheid in huis om de (specifieke) problematiek goed in kaart te kunnen brengen en te kunnen beoordelen wat nodig is. Dat hoeft ook niet, mits ze wel kunnen inschatten wanneer andere (externe) deskundigheid nodig is en die deskundigheid vervolgens ook worden ingeschakeld. De stappen die in dit proces wordt gezet, moeten voor de jeugdige en/of ouder transparant en controleerbaar zijn. Het perspectiefplan bestaat uit drie zes delen:  Deel 1: Persoonsgegevens van de aangemelde jeugdige, persoonsgegevens van de (gezaghebbende) ouder(s)/ verzorger(s)/ pleegouder(s) of (gezins)voogd en de mogelijkheid de gegevens van de overige gezinsleden in te vullen. Dit deel dient als aanvraag  Deel 2: Inhoud hulpvraag, leefgebieden, resultaten en doelen, samenvatting, advies van de toegang (jeugdconsulent of team inzet) en conclusie, waaronder het ondersteuningsprofiel en blok intensiteit.  Deel 3: Intake informatie van de aanbieder, intensiteit, indien van toepassing componenten, wijze waarop er aan de resultaten gewerkt gaat worden en de gemaakte (evaluatie) afspraken.

6/8

 

Deel 4: Evaluatie Jeugd. Er wordt een tussentijdse of eindevaluatie afgenomen. In het perspectiefplan zijn in deel II resultaten beschreven waaraan gewerkt wordt. Deze resultaten worden in deel 4 geëvalueerd. Deel 5: Verzoek om wijziging Jeugd die dient als aanvraag en ter vervanging van het reeds vastgestelde perspectiefplan. Deel 6: Aanvraag verlening Jeugd. Uitsluitend van toepassing bij duurzame trajecten. Bij Deel 4 Evaluatie is bepaald of vervolghulp nodig is en zo ja welke resultaten cliënt wil bereiken voor het vervolgtraject.

Art 16 Afspraken met de hoofdaannemer Het perspectiefplan wordt ondertekend door de zorgaanbieder en de jeugdige en/of ouder(s) en wordt beschouwd als afronding van een onderzoek naar het recht op een individuele voorziening op grond van de Jeugdwet. Het perspectiefplan wordt onderdeel van de beschikking met een verwijzing daartoe omdat daar concreet in staat op welke hulp de jeugdige kan rekenen. De rechtsbescherming is hiermee geborgd. Het perspectiefplan bij geen toekenning van een maatwerkvoorziening In eerste instantie wordt altijd gekeken naar de eigen mogelijkheden en of een algemene voorziening aan de hulpvraag kan voldoen. Als dat mogelijk is, eindigt hier het traject met het perspectiefplan. De jeugdige en/of zijn ouders worden hierover geïnformeerd. Een eventuele aanvraag om een individuele voorziening wordt ingetrokken of afgewezen omdat de hulpvraag opgelost kan worden zonder inzet van een individuele voorziening.

Art 16 Afspraken met de hoofdaannemer Het perspectiefplan wordt ondertekend door de zorgaanbieder en de jeugdige en/of ouder(s) en wordt beschouwd als afronding van een onderzoek naar het recht op een individuele voorziening op grond van de Jeugdwet. Het perspectiefplan wordt onderdeel van de beschikking met een verwijzing daartoe omdat daar in staat op welke hulp de jeugdige kan rekenen.

Directe verwijzing en het Perspectiefplan Het perspectiefplan wordt gedeeld met de gemeente.

Directe verwijzing en het Perspectiefplan Indien een jeugdige en/of ouder(s) door een medisch verwijzer, een rechter of gecertificeerde instelling verwezen wordt naar jeugdhulp, dan wordt een perspectiefplan opgesteld door de zorgaanbieder in samenwerking met de jeugdige en/of ouder(s).. De zorgaanbieder stelt de gemeente in kennis dat de jeugdige op basis van een geldige verwijzing in zorg is en deelt het perspectiefplan met de gemeente. Hierna wordt de beschikking opgesteld.

Art. 17 arrangementen De hoofdaannemer voert een intake met de jeugdige en/of ouder(s), eventueel in aanwezigheid van de consulent van de gemeente. Indien een medewerker betrokken is kan deze ook aanwezig zijn bij de intake.

Art. 17 arrangementen De hoofdaannemer voert een intake met de jeugdige en/of ouder(s), eventueel in aanwezigheid van de consulent van de gemeente. Indien een medewerker van Ons Stede Broec betrokken is kan deze ook aanwezig zijn bij de intake.

Het perspectiefplan bij geen toekenning van een maatwerkvoorziening In eerste instantie wordt altijd gekeken naar de eigen mogelijkheden en of een algemene voorziening aan de hulpvraag kan voldoen. Als dat mogelijk is, eindigt hier het traject met het perspectiefplan. De jeugdige en/of zijn ouders worden hierover geïnformeerd . Een eventuele aanvraag om een individuele voorziening kan komen te vervallen (in overleg met ouders) of afgewezen omdat de hulpvraag opgelost kan worden zonder inzet van een individuele voorziening.

7/8

Art. 23 Toekenningsbeschikkingen In de toekenningsbeschikking komt het arrangement te staan. Indien van toepassing staan in de beschikking de extra componenten, producten of hoogspecialistische jeugdhulp vermeld. Het perspectiefplan moet als onderdeel gezien worden van de toekenningsbeschikking en wordt om die reden ook mee gezonden met de beschikking. In de afspraken die opgenomen zijn in het perspectiefplan staat op welke hulp de jeugdige en/of ouder(s) recht op hebben. Omdat dit perspectiefplan onderdeel wordt van de toekenning van de individuele voorziening biedt dit rechtsbescherming aan de jeugdige en/of zijn ouders. Art. 25 Beoordelingskader Indien de jeugdige of zijn ouders dit wensen, verstrekt het college hen een persoonsgebonden budget dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken. Art. 29 weigeringsgronden A B C

Art. 31 De zorgverlener/-aanbieder kan een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) overleggen niet ouder dan 2 jaar..

Art. 23 Toekenningsbeschikkingen In de toekenningsbeschikking komt het arrangement te staan. Indien van toepassing staan in de beschikking de extra componenten, producten of hoogspecialistische jeugdhulp vermeld. Het perspectiefplan moet als onderdeel gezien worden van de toekenningsbeschikking en wordt om die reden ook mee gezonden met de beschikking. In de afspraken die opgenomen zijn in het perspectiefplan staat naar welk resultaat toegewerkt gaat worden met behulp van doelen.

Art. 25 Indien de jeugdige of zijn ouders dit wensen, verstrekt het college hen een persoonsgebonden budget dat hen in staat stelt passende jeugdhulp door middel van een individuele voorziening, in te kopen.

Art. 29 weigeringsgronden Toegevoegd d. de behandeling geboden wordt door een ouder of door personen waarbij sprake is van een persoonlijke band die de behandeling mogelijk in de weg staat. e. De zorg welke geboden wordt tot overbelasting leidt van de persoon uit het sociaal netwerk. Art. 31 De zorgverlener/-aanbieder kan een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) overleggen niet ouder dan 2 jaar. Ouders hoeven geen VOG te overleggen.

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11116444/1