CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage Evaluatie RGW in de regio Westfriesland

Commissie Samenleving 10 januari 2023, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Presentatie Inkoop zorg (door Irma Ruitenberg, SED organisatie)11.883 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

39

De regio kan verder kiezen hoe leidend de contracten zijn Bij de uitwerking van de raamcontracten heeft de regio nog verschillende opties ter overweging. Zo is het mogelijk de contracten in meer of mindere mate verplicht te maken voor aanbieders. Ook is het mogelijk aanbieders de ruimte te geven aanvullende afspraken met elkaar te maken over tarieven of de te leveren zorg. Hierbij is het aandachtspunt wel dat hoe meer vrijheid aanbieders hierin krijgen, hoe minder effect de verbeteroptie is in het wegnemen van administratieve lasten en onderhandelingsruimte.

Verbeteropties

Verbeteroptie 3: Leemten tussen het B-segment en C-segment Jeugd afvangen Het oplossen van leemten kan op verschillende manieren Het probleem van leemten tussen segment-B en segment-C van Jeugd is reeds bekend bij de regio. Hiertoe is eerder besloten intensiteiten toe te voegen aan de arrangementen en extra componenten beschikbaar te stellen. Ook is er gesproken over het inrichten van een tussenarrangement. Verder zien we nog de optie om de eisen van het C-segment licht bij te stellen indien het op dit moment om enkele casussen gaat die hier net buiten vallen. Tijdige oplossingen voor leemten maken het RGW steeds beter In welke van bovenstaande vormen dan ook, het oplossen van leemten tussen de segmenten leidt tot een wezenlijke verbetering binnen het Resultaatgestuurd Werken. Wanneer aanbieders kampen met een groep cliënten die niet uitkunnen met een arrangement in segment-B en niet voldoen aan de eisen voor segment-C, leiden de te krappe arrangementen tot het rijgen van herstelarrangementen. Daarbij levert het herhaaldelijk aanvragen van arrangementen en uitwerken van resultaten een extra administratieve last op. 40

Kijk hierbij als regio scherp naar de oorzaak van de leemte Hierbij is het van belang in de regio kritisch te kijken naar de casuïstiek die in deze discussie opkomt en een helder beeld te formuleren van de oorzaken hiervan. Bijvoorbeeld: hoe groot is de groep cliënten voor wie de trajectprijs niet volstaat? En aan welke eisen van het C-segment voldoen deze cliënten niet? Wanneer het mogelijk blijkt met een kleine aanpassing in de eisen van het C-segment de problemen weg te nemen, dan geniet deze optie de voorkeur boven het creëren van uitzonderingen of aanvullende arrangementen.

Verbeteropties

Verbeteroptie 4: Diagnostiek bij uitzondering als los component

Verbeteroptie 5: Hanteren van strenge geschiktheidseisen

Losse bekostiging van diagnostiek kan soms helpen Bij enkele cliënten is het op het moment van aanmelden dermate ingewikkeld in te schatten welk arrangement passend is, dat het wenselijk kan zijn de diagnostische fase los te financiering alvorens een arrangement af te geven. In de huidige situatie zonder zo een component kunnen dergelijke casussen leiden tot kleine of juist te grote arrangementen. Het los financieren van de diagnostiek biedt hierbij de optie het arrangement pas te kiezen wanneer meer zicht is op de benodigde zorg.

Sturing door middel van een Open House met geschiktheidseisen Een eerdergenoemde verbeteroptie is het sterker sturen op de kwaliteit van aanbieders. Dit kan via aanbestedingen maar kan ook binnen een Open House door te werken met duidelijke geschiktheidseisen. Zo kunnen aanbieders die niet voldoen aan kwaliteitsstandaarden of teveel overlappen met het aanbod vanuit de gemeenten worden uitgesloten van contractering.

De regio kan kiezen deze optie alleen bij de toegang te beleggen Hierbij is het als regio mogelijk ervoor te kiezen het recht om dit component toe te wijzen uitsluitend bij de lokale toegang te beleggen. Wanneer een andere wettelijke verwijzer, bijvoorbeeld de huisarts, hier vervolgens aanspraak op wilt doen, dan zou dit kunnen door met de toegang te schakelen.

41

Dit helpt te sturen op de kwaliteit van gecontracteerde partijen Het stellen van eisen aan de voorkant helpt bij het voorkomen van discussies over kwaliteit later in het proces. Zo biedt het hoofdaannemers meer zekerheid over de kwaliteit van andere gecontracteerde partijen en kun je als regio sterker sturen op wat wordt verwacht van aanbieders. Een bijkomend effect is dat het hanteren van strengere eisen het aantal gecontracteerde aanbieders naar beneden kan brengen. Hoewel dit geen doel op zich is, kan het wel helpen bij het voeren van gedegen contractmanagement.

Verbeteropties

Verbeteroptie 6: Uniformeren en versimpelen van de werkwijzen Een uniforme werkwijze neemt administratieve lasten weg Los van alle hiervoor genoemde verbeteropties is een van de meest basale mogelijkheden tot verbetering het uniformeren en versimpelen van de werkwijzen van de gemeenten. Door verschillen in eisen, interpretatie en uitvoering van werkwijzen kampen aanbieders en GI’s met een onnodig hoge administratieve druk. Bovendien levert het onduidelijkheden op wanneer gemeenten andere voorwaarden stellen aan de geformuleerde resultaten en het perspectiefplan. Door zoveel mogelijk toe te werken naar één werkwijze neemt de regio naast administratieve lasten daarmee ook frustratie en onbegrip weg. Dit geldt voor bestaande processen en voor de doorontwikkeling Hierbij gaat het zowel om het uniformeren van reeds bestaande processen als om het op uniforme wijze ontwikkelen van nieuwe werkwijzen. Het uitgangspunt bij doorontwikkeling moet dus niet zijn of de nieuwe plannen passen bij de werkwijze van de individuele gemeente maar of het de zorg in de regio, de inwoner en de werking van het stelsel in zijn geheel ten goede zou komen.

42

Verbeteropties

Daarnaast zijn er in dit traject enkele opties besproken die we niet aanbevelen (1/2) Budgetplafonds binnen het RGW Een van vragen die leefde bij aanvang van deze evaluatie was in hoeverre budgetplafonds behulpzaam zouden kunnen zijn bij de financiële beheersbaarheid van de inkoopsystematiek. Hieronder lichten we toe waarom budgetplafonds in combinatie met het Resultaatgestuurd Werken geen behulpzame wijziging zouden zijn. Trajecten vallen doorgaans niet goed in één boekjaar De belangrijkste reden is dat budgetplafonds gelden per boekjaar terwijl trajecten zich daar doorgaan niet aan houden. Met name in hersteltrajecten levert dit praktische problemen op omdat de regio dan aan de hand van rekenregels zou moeten bepalen welk deel van het traject onder welk deel van de bekostiging valt. In de praktijk kan dit voor aanbieders die tegen hun budgetplafond aanzitten leiden tot een prikkel om cliënten tot het nieuwe boekjaar vast te houden om zo wel het laatste deel van de bekostiging te krijgen. Voor duurzame arrangementen lijkt dit gegeven minder problematisch te zijn.

43

Wel is het zowel in duurzame als in herstelarrangementen minder aantrekkelijk om te werken met onderaannemers. De reden hiervoor is dat met budgetplafonds, de bekostiging van zorg van onderaannemers ten koste gaat van de eigen bestedingsruimte. De administratieve lasten wegen niet op tegen eventuele baten Zelfs als het lukt werkende rekenregels op te stellen, is het nog niet zeker of het aanbieders lukt dit in de bedrijfsvoering goed in te richten. De eventuele baten van budgetplafonds worden al met al teniet gedaan door het administratieve circus dat zou moeten worden opgetuigd om de boekjaren van budgetplafonds te verenigen met de duur van trajecten.

Verbeteropties

Daarnaast zijn er in dit traject enkele opties besproken die we niet aanbevelen (2/2) Een enkele keer is differentiatie naar niveau of type geopperd Tijdens interviews is geopperd in de arrangementen te differentiëren naar opleidingsniveau van de behandelaar of het type zorgaanbieder. Het idee hierachter is zodoende specialistische aanbieders met meer hoogopgeleid personeel en voorzieningen zoals crisisbedden tegemoet te komen in de hogere overheadkosten. Wij zien hierin echter geen verbetering voor het RGW. Dit kan de prikkel tot efficiënt werken onder RGW afzwakken Een belangrijke reden hiervoor is dat de complexiteit en intensiteit van de zorgvraag, en daarmee indirect het type aanbieders en opleidingsniveau, al zijn verdisconteerd in de hoogte van het arrangement. Daarnaast bevat het werken met arrangementen bewust een prikkel voor aanbieders om zelf te kiezen welke behandelaar of type zorg wordt ingezet en daarin efficiënt te werken. Wanneer er wordt gedifferentieerd naar inzet van het type hulpverlener in de hoogte van de arrangementen, neemt deze prikkel af.

44

Differentiatie op aanbiedersniveau kan op termijn een mogelijkheid zijn De regio zou wel kunnen overwegen om op termijn op aanbiedersniveau een plus toe te voegen voor cliënten met een hoog escalatierisico. De zorginfrastructuur die voor deze groep cliënten nodig is, bijvoorbeeld beschikbare bedden bij escalatie, moet hoe dan ook gefinancierd worden. Hiervoor is een aparte bekostiging mogelijk (een instandhoudingsvergoeding) of plusje binnen de bestaande bekostiging via differentiatie in het tarief per aanbieder.

Deze discussie speelt niet alleen binnen resultaatgericht werken: ook binnen inspanningsgerichte bekostiging speelt dat de kostenstructuur van een grote instelling met bedden anders is dan die van de psycholoog om de hoek. Daarom is het uitwerken van hoe deze bekostiging eruit zou kunnen zien ook los van het RGW een zinvolle ontwikkeling.

Inhoudsopgave

1.

Conclusies en aanbevelingen

2.

Inleiding

3.

Algemeen beeld

4.

Zes beleidsdoelen

5.

Toekomstige inrichting

6.

Verbeteropties

Bijlage 1: Kwantitatieve analyse 45

Bijlage 1

Bijlage 1: Kwantitatieve analyse Jeugd & Wmo We onderzochten de ontwikkeling in kosten en inzet van Wmo en Jeugd We hebben de ontwikkeling van kosten en inzet van Wmo en jeugdzorg in kaart gebracht op basis van data van CBS Statline (de Iv3-data over kosten, en zorggebruik voor de inzet). Hierbij onderzochten we met name hoe de ontwikkeling in de regio zich verhoudt tot landelijke trends. We keken daarbij naar de volgende taakvelden: ▹ Voor Jeugd: Maatwerkdienstverlening 18- (6.72) en Geëscaleerde zorg 18(6.82). ▹ Voor Wmo: Begeleide participatie (6.4), Maatwerkvoorzieningen Wmo (6.6) en Maatwerkdienstverlening 18+ (6.71). ▹ Voor de wijkteams keken we apart naar taakveld Wijkteams (6.2). Op basis van de beschikbare data zijn geen stevige conclusies mogelijk Door aan de hand van deze data inzichtelijk te maken hoe regionale en landelijke trends zich tot elkaar verhouden, kunnen we wel onderzoeken of er indicaties zijn van toegenomen of afgenomen effectiviteit van de inzet van middelen sinds de invoering van het RGW. Wat we niet kunnen doen, is komen tot harde uitspraken over de mate waarin RGW ook de oorzaak is van deze ontwikkelingen.

46

Het is namelijk niet mogelijk om op basis van de beschikbare data stevige conclusies te trekken over het effect van RGW. Op dit moment zijn namelijk de kosten en inzet sinds de invoering slechts beschikbaar voor twee jaren. Dit waren ook nog eens beiden atypisch jaren (het invoeringsjaar, waarin altijd schommelingen te verwachten zijn, en beide jaren coronajaren). Ook is rond deze periode het abonnementstarief Wmo ingesteld met een verwachte stijging van het cliëntaantal tot gevolg. Dit alles maakt het lastig om uitschieters te onderscheiden van trends, en daarmee om stevige conclusies over de invloed van RGW te trekken.

Bijlage 1

Bijlage 1: Kwantitatieve analyse Jeugd & Wmo De kostenontwikkeling voor de wijkteams wijkt niet (sterk) af Vergeleken met de ontwikkelingen op landelijk niveau, zien we in de kostenontwikkeling voor de Wijkteams geen signalen dat het RGW zou leiden tot een kostendaling dan wel -stijging. Het verschil met de landelijke trend is namelijk klein, zeker in vergelijking met de stijging die voor invoering van het RGW in 2017 – 2018 plaatsvond in de regio.

Ontwikkeling in kosten per inwoner Wijkteams € per inwoner

80 60 40 20 0 2017

2018 Landelijk

47

2019

2020

Regio Westfriesland

2021

Bijlage 1

Bijlage 1: Kwantitatieve analyse Jeugd & Wmo Ontwikkeling in kosten per inwoner voor Jeugdzorg De kostenontwikkeling voor jeugd is vergelijkbaar met de landelijke trend De ontwikkeling van de kosten per inwoner voor jeugdzorg in de regio is vergelijkbaar met de landelijke trend. Zowel landelijk als in de regio zien we stijgende kosten van ongeveer 6-10% per jaar. De kosten vóór invoering van het RGW stegen in de regio sneller dan in 2020 – 2021.

€ per inwoner

400 300 200 100 0 2017

Het aantal cliënten in jeugdzorg in de regio is bijna gelijk gebleven We zien dat in de periode 2019 – 2021 het aantal cliënten dat een vorm van jeugdzorg ontvangt in de regio licht is afgenomen. De grootste afname zien we in het eerste jaar van de invoering van het RGW, namelijk in de periode 2019 – 2020 met een afname van 8%. In het jaar 2020 – 2021 was de afname nog maar 1%.

Landelijk

2019

2020

2021

Regio Westfriesland

% van totaal inwoners

Percentage van inwoners met Jeugdzorg 3 2,5 2 1,5 1 0,5 0 2017

48

2018

2018 Landelijk

2019

2020

Regio Westfriesland

2021

Bijlage 1

Bijlage 1: Kwantitatieve analyse Jeugd & Wmo Ontwikkeling in kosten per inwoner voor Wmo

Er zijn verschillende mogelijke verklaringen voor de stijging van kosten We kunnen op basis van de beschikbare data dus zien dat zowel bij jeugd als bij Wmo de kosten (licht) stijgen. Voor Wmo is die stijging daarnaast sterker dan landelijk het geval is. Hieruit is echter niet op te maken op welke manier deze stijging bij Wmo samenhangt met de bekostigingssystematiek zelf. Zo kunnen er verschillende oorzaken zijn voor een stijging bovenop de landelijke trend. Een van de mogelijkheden is dat de regio op dit moment vanwege het werken met arrangementen meer betaalt voor dezelfde zorg dan via P*Q. Een andere optie is echter dat de hogere kosten voortkomen uit kosten die samenhangen met de implementatie en doorontwikkeling van een nieuwe systematiek en dus niet komen door de systematiek zelf. 49

€ per Inwoner

400 300 200

100 0 2017

2018 Landelijk

2019

2020

2021

Regio Westfriesland

Percentage van de inwoners met Wmo % van totaal inwoners

Bij Wmo zien we al langere tijd een stijging van de kosten In de regio stijgen de Wmo-kosten per inwoner al langere tijd. In de periode 2019 – 2020 is de stijging minder sterk dan de stijging voor de invoering van RGW. Landelijk zien we in dezelfde periode een zeer lichte stijging, met in het laatste jaar zelfs een afname van 1%. Het aantal Wmo-cliënten in de regio steeg in de jaren voor RGW maar is in de periode 2020-2021 weer licht afgenomen.

7 6 5 4 3 2 1 0 2017

2018 Landelijk

2019

2020

Regio Westfriesland

2021

Bijlage 1

Bijlage 1: Kwantitatieve analyse Jeugd & Wmo Ontwikkeling in kosten per cliënt Jeugdzorg

Zowel voor jeugd als voor Wmo stijgen de kosten per cliënt in de regio Wanneer we kijken naar de kosten per cliënt zien we voor jeugd een stijging in kosten sinds invoering van het RGW. Bij Wmo zien we alleen in het tweede jaar na invoering een stijging in kosten per cliënt. Het is op basis hiervan niet vast te stellen of deze toename veroorzaakt wordt door een algehele stijging van kosten per cliënt of door een sterke stijging bij een relatief kleine groep cliënten. Deze stijging hoeft nog niet te betekenen dat de stijging ook wordt veroorzaakt door het RGW. In het rapport bespreken we daarom ook de rol van sturing. 50

14000

Kosten in €

12000 10000 8000 6000 4000 2000

0 2017

2018 Landelijk

2019

2020

2021

Regio Westfriesland

Ontwikkeling in kosten per cliënt Wmo 8000

Kosten in €

Kosten per cliënt is mogelijk een indicatie van effectieve inzet van middelen Tot slot kijken we naar de kosten per cliënt. We spreken van een effectieve inzet van middelen wanneer de juiste cliënten de juiste zorg ontvangen, voor zo laag mogelijke kosten. Wanneer de kosten per cliënt toenemen, kan dit een indicatie zijn dat de mate van effectieve inzet afneemt. We kunnen op basis van de beschikbare gegevens echter niet bepalen welke zorg een cliënt ontvangt en wat de oorzaak van een eventuele stijging is. Zo kan een stijging komen door een toename in kosten voor de hele doelgroep, of door stijgende kosten van trajecten voor een specifieke doelgroep (bijvoorbeeld bij zeer complexe casuïstiek).

6000 4000 2000 0 2017

2018 Landelijk

2019

2020

Regio Westfriesland

2021

Meer weten?

(030) 236 30 30 Andersson Elffers Felix

www.aef.nl a.geurts@aef.nl 7-11-2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12239222/1