CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel wijziging APV Stede Broec

Gemeenteraad 27 oktober 2022, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Wijziging APV en wijziging APV als gevolg van invoering Omgevingswet2.168 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2 alinea's met “sluiting”: 18 19

Voorstel aan de gemeenteraad Zaaknummer:

Tweede en derde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Stede Broec 2019 998905

Commissie: Raadsvoorstel:

13 oktober 2022 27 oktober 2022

Portefeuillehouder: Programma:

R.A.P Wortelboer 2: Veiligheid

Karakter:

Besluitvormend

Bijlagen:

Onderwerp:

Verordening tot de 2e wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Stede Broec 2019 Verordening tot de 3e wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Stede Broec 2019 inzake de Omgevingswet

Voorgesteld besluit: Vast te stellen de volgende verordeningen tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Stede Broec 2019:  Verordening tot de 2e wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Stede Broec 2019  Verordening tot de 3e wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Stede Broec 2019 inzake de Omgevingswet Inleiding Op 25 november 2019 heeft u de Algemene Plaatselijke Verordening Stede Broec 2019 vastgesteld. Vanwege wijzigingen in de modelverordening van de VNG, regionale ontwikkelingen en de behoefte om nieuwe regels in te voeren voor bepaalde onderwerpen, is een aangepaste verordening nodig. De belangrijkste aanpassingen zijn het messenverbod, uitbreiding artikel gebiedsverbod, artikelen met betrekking tot aanpak ondermijning, het verbod op lachgas en de technische aanpassingen ten behoeve van de Omgevingswet. Omdat er nog geen duidelijkheid is of de Omgevingswet op 1 januari in werking treedt, staan de technische wijzigingen ten behoeve van de Omgevingswet in een apart raadsbesluit. Beoogd effect De Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) van de gemeente Stede Broec bevat regels over zaken die de openbare orde, de veiligheid en het uiterlijk aanzien van de gemeente betreffen. Denk aan horeca, evenementen, uitstallingen, reclame of parkeren.

Het is de belangrijkste verordening waarmee Stede Broec – vanuit gemeentelijke autonomie – deze zaken reguleert en handhaaft. Stede Broec volgt de model-APV van de VNG, maar er zijn ook lokaal specifieke beleidskeuzes in verwerkt, die leiden tot afwijkende regels. Dit is logisch, want gemeenten zijn niet identiek en behoeften kunnen uiteen lopen. Beleidsvrijheid / -ruimte (wettelijk kader) De bevoegdheid tot het opstellen en wijzigen van lokale regelgeving is vastgelegd in de Gemeentewet. Een van de belangrijkste gemeentelijke verordeningen is de APV. Argumenten m.b.t. de 2e wijziging De wijzigingen betreffen voor een deel nieuwe artikelen en een aantal tekstuele wijzigingen. De wijzigingen worden hieronder toegelicht. Nieuwe artikelen

Artikel 2:19b gevaarlijke voorwerpen Met dit nieuw voorgestelde artikel kan de burgemeester gebieden en publiek toegankelijke gebouwen aanwijzen waar messen en steekwapens voor zover deze niet gereguleerd zijn via de Wet wapens en munitie verbieden. Het messenverbod heeft geen betrekking op (steek)wapens die reeds

1

verboden zijn op grond van de Wet wapens en munitie. Hiermee wordt een instrument in de APV opgenomen waarmee indien dat nodig is snel in een gebied extra kan worden opgetreden tegen messen of andere steekwapens. De burgemeester is in dit geval het bevoegde bestuursorgaan omdat deze bevoegdheid samenhangt met zijn openbare orde bevoegdheden zoals de fouilleerbevoegdheid uit artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden. Artikel 2:80 Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen Het sluiten van voor publiek openstaande gebouwen is een aanvulling op bestaande wetgeving om gebouwen te sluiten. Dit is vaak zeer specifiek zoals bij de Opiumwet of een zeer complex en langdurig proces zoals bij de Woningwet. Met deze bepaling kan sneller worden overgegaan tot de sluiting van een gebouw of een deel daarvan als de openbare orde of gezondheid daarom vraagt. Reden om deze bepaling tevens op te nemen is om een ongewenst waterbedeffect tegen te gaan vanuit omliggende gemeenten. Dit artikel kan worden gebruikt bijvoorbeeld ten aanzien van:  Een garagebedrijf dat actief betrokken was bij het aanbrengen van verborgen ruimten in voertuigen ten behoeven van de handel van verdovende middelen in die voertuigen;  Waarneming bij garagebedrijven van personen met diverse antecedenten, waaronder drugshandel en vuurwapenbezit.

Het garagebedrijf had daarmee een faciliterende rol in de drugshandel;  Sluiting van een winkel wegens witwassen en ondergronds bankieren. Afdeling 15a Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat (artikelen 2:81a t/m 2:81h) De aanpak van ondermijning is een van de prioriteiten uit het nationale, regionale en lokale veiligheidsbeleid. Het terugdringen van ondermijnende (drugs)criminaliteit lukt alleen met een integrale aanpak. Strafrecht, bestuursrecht en (fiscaal) afpakken van (crimineel) vermogen gaan daarbij hand in hand. Het Strategisch Beraad Ondermijning heeft in 2020 de Handreiking APV en ondermijning opgesteld met daarin voorbeelden van hoe de gemeenten, naast het toepassen van het wettelijk instrumentarium op grond van de Wet Bibob en de Opiumwet, ook de APV als belangrijk juridisch instrument kunnen inzetten. De vergunningsplicht stelt de burgemeester in staat om in het kader van de openbare orde en veiligheid op gerichte locaties, gebouwen en branches een vergunningsplicht in te stellen. Het aanwijzingsbesluit zorgt ervoor dat maatwerk mogelijk is. Locaties, gebouwen en branches kunnen snel aangewezen worden als vergunningsplichtig, maar alleen als de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid onder ernstige druk staat. Dit maatwerk voorkomt dat de goeden onder de kwaden lijden.

Als een dergelijke specifieke vergunningsplicht is ingesteld dan werpt dit een extra drempel op voor malafide bedrijven om op die specifieke locatie of binnen die branche actief te zijn binnen Stede Broec. De vergunningsplicht maakt het mogelijk een Bibob-onderzoek uit te voeren. De uitkomsten kunnen aanleiding geven tot het weigeren van de vergunning. Is er toch een vergunning verleend en blijkt er achteraf toch sprake te zijn van ondermijnende criminaliteit dan heeft de burgemeester met de vergunning een instrument om de bedrijfsvoering te stoppen. In Stede Broec hebben zich nog geen concrete situaties voorgedaan waarbij deze regels werden gemist. In de aanpak van ondermijning is het echter belangrijk om vooraf over het juiste instrumentarium te beschikken. Mocht een situatie zich voordoen dan kan er in de integrale aanpak gelijk doorgepakt worden. Achteraf repareren kost tijd, waardoor het momentum verloren gaat en bestuurlijk ingrijpen niet meer mogelijk is. Tevens gaat er een preventieve werking vanuit als een gemeente het handhavingsinstrumentarium op orde heeft. Voorbeelden waarbij de vergunningsplicht voor branches en locaties effectief zijn ingezet: -

Aanpak van industriegebied met malafide autobedrijven, ondernemingen zonder klanten, drugslabs en hennepkwekerijen; Aanpak recreatieparken met illegale bewoning en criminaliteit op het park; Spyshops waarmee criminelen zichzelf beschermden tegen elkaar en de overheid.

Artikel 5:25a: Vaartuigwrakken Met de bepaling over ‘vaartuigwrakken’ kan de gemeente handhaven op vaartuigwrakken die worden aangetroffen in de openbare wateren. Vaartuigwrakken kunnen leiden tot verrommeling van de openbare ruimte, kunnen overlast geven, de bruikbaarheid van het water verminderen of teniet doen, maar bovenal kunnen zij zorgen voor onveilige situaties. Middels dit artikel kan doorgepakt worden bij dit soort overlast en ongewenste situaties.

2

Gewijzigde artikelen Nieuwe alcoholwet In 2016 is de Drank- en Horecawet (DHW) geëvalueerd. Deze evaluatie en het in het najaar van 2018 gesloten Nationaal Preventieakkoord vormen de basis voor de wijziging van de DHW. De naam van de wet wijzigt van Drank- en Horecawet in Alcoholwet. De nieuwe Alcoholwet is per 1 juli 2021 in werking getreden. In de APV staan in enkele artikelen verwijzingen naar de DHW en deze vervalt bij de inwerkingtreding van de Alcoholwet. Om toepassing te kunnen blijven geven aan deze artikelen is een aanpassing aan de Alcoholwet noodzakelijk. Het betreft de volgende wijzigingen: 2:24, titelaanpassing afdeling 8a, 2:34, 2:48 en 3:7. Artikel 2:26 Ordeverstoring De aanpassing van dit artikel komt voort uit uitspraak van de Hoge Raad over het ‘colorverbod’ zoals staat beschreven bij het verwijderde artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties. Lid 2, 3, 4, en 5 komen dan te vervallen Artikel 2:48a Verboden recreatief gebruik lachgas Met name door jongeren wordt veel gebruik gemaakt van lachgas door het inhaleren vanuit ballonnen. Inmiddels is bewezen dat het (overmatig) gebruik van lachgas zeer schadelijke gevolgen kan hebben voor zowel de fysieke als psychische gezondheid van de gebruiker. De gevolgen zijn zichtbaar op de korte en lange termijn.

In een eerder wijziging van de APV was al een artikel over lachgas ingevoerd, maar in de model-APV van de VNG is nu een aangepast artikel opgenomen en is er nu ook een feitcode aan verbonden door het Openbaar Ministerie waardoor er beter op gehandhaafd kan worden. Een algemeen, voor de gehele gemeente geldend gebruiksverbod stuit op belangrijke juridische bezwaren en is vanuit oogpunt van proportionaliteit ook niet te verdedigen. Daarmee zou er geen evenredigheid meer zijn tussen middel en doel, en dat zou in strijd met artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom beperkt het verbod in het eerste lid zich tot concrete situaties van oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik, die gepaard gaan met verstoring van de openbare orde, nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat of anderszins hinder tot gevolg hebben. Bij de handhaving moet de gemeente kunnen aantonen dat genoemde situaties de oorzaak zijn van de overlast en dergelijke. Op grond van het tweede lid kan het college openbare plaatsen aanwijzen waar het oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik op voorhand verboden is, los van de vraag of dat in de concrete situatie tot ordeverstoring en dergelijke leidt.

In het aanwijzingsbesluit moet het college motiveren waarom het verbod in dat specifieke gebied geldt (het belang van de openbare orde of bescherming van het woon- of leefklimaat). Uit politierapportages kan bijvoorbeeld blijken dat op bepaalde openbare plaatsen sprake is van aantoonbare en structurele overlast door lachgas. Het college kan – als dat afdoende lijkt te zijn – in het aanwijzingsbesluit opnemen dat het verbod op bepaalde tijden geldt, bijvoorbeeld tijdens de uitgaansavonden (derde lid). Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen In de huidige APV staat dat een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats zich op mag houden bij de eerste overtreding. Op basis van ervaring is gebleken dat een gebiedsverbod van 24 uur ontoereikend is. Een persoon die op de eerste dag van een evenement een gebiedsverbod krijgt kan dan weer op de derde dag op het evenement verschijnen. Dit is in de huidige situatie niet wenselijk. Daarom is het voorstel om het aantal uur te verhogen naar 48 uur en in lid 2 is opgenomen dat als het strafbare feit tijdens een meerdaags evenement plaatsvindt het gebiedsverbod voor het gehele duur van het evenement in stand blijft.

3

Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden In 2021 is het Omgevingsprogramma Bomen vastgesteld. In dit programma worden regels en richtlijnen beschreven die tot doel hebben bomen beter te beschermen en met name de (potentieel) waardevolle bomen en boomstructuren. De regels en wensen en normen die in het omgevingsprogramma zijn beschreven zijn de uitwerking van de visie op bomen. Bomen dienen een bijdrage te leveren aan een prettige , veilige, groene leefomgeving, en maken deel uit van een duurzaam bomenbestand. Met de regels in deze afdeling worden enerzijds waardevolle bomen en boomstructuren beschermd en anderzijds geeft het de boomeigenaren meer handelingsvrijheid om bij de overige bomen zelf een keuze te maken in het beheer van de bomen waarbij wel rekening gehouden dient te worden met de uitgangspunten zoals deze zijn vermeld in het Omgevingsprogramma Bomen. Voor technische uitvoeringmaatregelen wordt verwezen naar het Handboek Bomen. Het Handboek Bomen is opgesteld door het Norminstituut Bomen en geldt als een standaard waarmee door groenaannemers en opdrachtgevers wordt gewerkt. Voor de hantering van de richtlijnen en maatregelen is het meest recente Handboek van toepassing.

Verwijderde artikelen Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties Bij arrest van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad het colorverbod in de Algemene plaatselijke verordening (APV) onverbindend verklaard omdat dit in strijd is met het in artikel 7, derde lid, van de Grondwet neergelegde recht op vrijheid van meningsuiting. Het gaat om het verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties, zoals het logo van een verboden motorclub. Gemeenten moeten dit verbod uit de APV schrappen. Argumenten m.b.t. de 3e wijziging (Omgevingswet) Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking. Deze wet heeft gevolgen voor de APV, omdat de APV ook regels bevat over de fysieke leefomgeving. Tot 2030 is er een overgangsfase waarin inhoudelijke aanpassing tot stand moet komen. Met ingang van 1 januari 2023 moet de APV al wel technisch zijn aangepast aan de Omgevingswet. In verband daarmee hebben wij de wettelijke grondslagen en formele verwijzingen in de APV geactualiseerd, zodat vanaf januari 2023 doorgewerkt kan worden met de APV. Omdat nog niet zeker is dat de Omgevingswet op 1 januari 2023 ingaat is er een apart raadsbesluit gemaakt die pas ingaat op het moment dat de Omgevingswet van kracht is. Kanttekeningen / alternatieven Het alternatief is het niet vaststellen van een gewijzigde APV.

Maar dit is onwenselijk in het kader van deregulering, regionale ontwikkelingen en de behoefte om nieuwe regels in te voeren voor bepaalde onderwerpen. Draagvlak N.v.t Planning, evaluatie en verantwoording Een evaluatie is niet nodig. De verordeningen tot de 2e en 3e wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Stede Broec 2019 worden gepubliceerd op officielebekendmakingen.nl. Financiën N.v.t Bovenkarspel, 27 september 2022 Burgemeester en wethouders van Stede Broec De secretaris, De burgemeester, A. Huisman

R.A.P. Wortelboer

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11889778/1