CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel KN 2024 VJN 2023 versie 7-6 (OUD)

Gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Kadernota 2024/Voorjaarsnota 20231.939 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:

Kadernota 2024/Voorjaarsnota 2023 134757

Commissie: Raadsvoorstel:

29 juni 2023. 6 juli 2023

Portefeuillehouder: Programma:

M.G.T. Visser Allen

Karakter:

Besluitvormend

Bijlagen:

-

Raadsbesluit Kadernota 2024/Voorjaarsnota 2023 Kadernota 2024/Voorjaarsnota 2023 CUP jaarschijven 2022-2026

Voorgesteld besluit: 1. Een begroting 2024 op te stellen welke reëel en structureel in evenwicht is; 2. De Kadernota 2024/Voorjaarsnota 2023 vast te stellen inclusief: - de uitgangspunten voor het opstellen van Begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027; - de voorgestelde autonome mutaties; - het nieuw beleid; - de gevraagde investeringsbudgetten; - de hoogte van de subsidieplafonds per werksoort; - de onttrekking aan de Reserve SD, de Reserve Klimaat en duurzaamheid en aan de Reserve SED Perspectief; - de budgettair neutrale mutaties; - het opheffen van de Reserve SED Perspectief; - het mogelijk maken om extra startersleningen te verstrekken voor een bedrag van € 140.000; 3. De mutaties in de Kadernota 2024/Voorjaarsnota 2023 via een begrotingswijziging te verwerken.

Inleiding De context waarbinnen de gemeente opereert is in de afgelopen jaren steeds complexer geworden. De coronapandemie lijkt inmiddels achter ons te liggen, maar er woedt nog steeds een oorlog op Europees grondgebied. De prijzen voor gas en elektra laten inmiddels weer een dalende lijn zien, maar tegelijkertijd heeft de Europese Centrale Bank moeite om de oplopende inflatie te beteugelen. De renteverhogingen die daartoe worden doorgevoerd hebben op zichzelf weer nadelige effecten op de economie. Banken kunnen in de problemen komen en de hypotheekrentes zijn fors gestegen. De stikstofcrisis houdt de gemoederen bezig en een eenvoudige oplossing voor dit probleem is er niet. De gemeentelijke overheid heeft de oplossing voor deze problemen niet in handen, maar heeft wel de verantwoordelijkheid om zo goed mogelijk met de situatie om te gaan. Het is juist in dit soort omstandigheden belangrijk om te kijken naar wat er wel kan. Dat zullen we samen doen, binnen de mogelijkheden en verantwoordelijkheden die we als gemeente hebben. De gemeentelijke financiën waren altijd al lastig te voorspellen, maar dat is in de afgelopen jaren nog ingewikkelder geworden. Zo zijn er doorlopende discussies met het Rijk over de omvang van het gemeentefonds. De verdeelmodellen worden geregeld herijkt, met aanzienlijke herverdeeleffecten tussen gemeenten als gevolg.

De bekostiging van de Jeugdzorg is een voorbeeld van een dossier waarover veel wordt gediscussieerd. De onderhandelingen tussen het Rijk en de VNG over de Hervormingsagenda verlopen moeizaam; gemeenten wachten op duidelijkheid en willen weten waar ze aan toe zijn.

1

De voornaamste onzekerheid op financieel vlak is nog steeds het zogeheten ‘ravijnjaar’ 2026. Daar is nu ook 2027 bijgekomen. Vanaf 2026 moet er een nieuwe financiering systematiek voor gemeenten van kracht worden en vooruitlopend hierop heeft het Rijk de reguliere systematiek ‘samen trap op / samen trap af’ buiten werking gesteld. Gemeenten zien zich als gevolg hiervan geconfronteerd met fors teruglopende inkomsten met ingang van 2026. Het is nog steeds onduidelijk in hoeverre het Rijk gemeenten hierin tegemoet zal komen. Op basis van de laatste inzichten zal de minister uiterlijk in de meicirculaire 2023 ‘een uitvoeringsplan met tijdpad’ naar de Tweede Kamer sturen. Deze kadernota is tot stand gekomen op basis van de informatie zoals we die nu beschikbaar hebben. Desondanks is er nog steeds sprake van een aanzienlijke onzekerheid, met name voor de periode 2026 en daarna. Het blijft zaak de ontwikkelingen nauwgezet te blijven volgen en indien nodig daar in de toekomst op te anticiperen. Op dit moment laat het financieel perspectief 2024 – 2027 een structureel tekort zien met ingang van 2026. Om die reden beperken voor een groot deel de voorstellen in deze kadernota zich dan ook tot wettelijke, onontkoombare bijstellingen en actualisaties.

Gezien het “hoge” jaarresultaat 2022 én de onzekerheid over de financiering vanuit het Rijk, kijken we kritisch naar de onderdelen in de begroting waar wellicht structureel financiële ruimte te vinden is. Over deze bevindingen wordt u in het najaar 2023 (lees Begroting 2024) nader geïnformeerd. Deze kadernota bevat de uitgangspunten en het nieuwe beleid waarop we de Begroting 2024 gaan opstellen. We streven ernaar om u in het najaar 2023 een begroting aan te bieden die structureel en reëel in evenwicht is in het begrotingsjaar 2024. Dan blijft er sprake van een repressief toezichtregime door de provinciale toezichthouder. Repressief toezicht is toezicht achteraf. Bij deze vorm van toezicht is geen goedkeuring van de besluiten door de provincie nodig. Pas wanneer niet aan de toezichtcriteria wordt voldaan, wordt preventief toezicht ingesteld. In de voorjaarsnota worden de huidige budgetten bijgesteld. De kadernota is geen verplicht document. Het wordt niet in regelgeving genoemd. Het saldo van baten minus lasten hoeft in de kadernota niet sluitend te zijn. Eén van de uitgangspunten voor het opstellen van de begroting is het verwerken van de septembercirculaire. De gevolgen kunnen niet worden opgenomen in dit document. De verwachte hoogte van de algemene uitkering en de verwachte inflatie uit de meicirculaire (op basis van maartcijfers van het CPB) zijn wel verwerkt.

Doordat het kabinet voor gemeenten incidentele middelen voor 2024 en 2025 heeft vrijgemaakt blijft de landelijke korting van € 2 miljard vanaf 2026 gehandhaafd. Hiervan is de opschalingskorting een onderdeel. De consequentie van deze landelijke korting is zichtbaar in de tekorten vanaf 2026. De bekostiging van de Jeugdzorg is een voorbeeld van een dossier waarover veel wordt gediscussieerd. De onderhandelingen tussen het Rijk en de VNG over de Hervormingsagenda verlopen moeizaam; gemeenten wachten op duidelijkheid en willen weten waar ze aan toe zijn. Tot op heden wordt die duidelijkheid onvoldoende geboden door het Rijk.

Indeling Kadernota 2024/Voorjaarsnota 2023 Het document bevat de volgende onderdelen: 1. Uitgangpunten voor het opstellen van de Begroting 2024 en het bijbehorende meerjarenperspectief Het gaat hier bijvoorbeeld om het inflatiecijfer voor prijsgevoelige budgetten, voor subsidies, tarieven en heffingen en voor de bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen. In dit document verwerken we de inflatie die we verwachten in de meicirculaire. Daarop is ook de algemene uitkering gebaseerd. In de begroting verwerken we uiteindelijk de inflatie en de algemene uitkering uit de septembercirculaire. Wij vragen u onder beslispunt 2 van dit raadsvoorstel in te stemmen met deze uitgangspunten. De bijdrage voor gemeenschappelijke regelingen zijn aangepast naar aanleiding van de uitgangspunten van de Regietafel. Voor de bijdrage aan de SED organisatie zijn de gevolgen van de Begroting 2024 en de Voorjaarsnota van de SED organisatie verwerkt.

2

2. Beleidsontwikkelingen In dit onderdeel van de kadernota zijn er per programma een aantal actuele beleidsontwikkelingen benoemd. 3. College Uitvoeringsprogramma (CUP) Vorig jaar hebben wij in de Begroting 2023 de incidentele - als ook de structurele effecten van de eerste jaarschijf van het college uitvoeringsprogramma (CUP) 2022-2026 opgenomen. In deze Kadernota hebben we in paragraaf 2.3 de onderdelen uit de CUP voor de jaarschijven 2024-2025 weergegeven en de financiële effecten opgenomen in de financiële doorrekening. De CUP met de daarin opgenomen jaarschijven 2024 en 2025 treft u tevens als bijlage aan. Autonome mutaties op basis van huidig beleid 4. Mutaties naar aanleiding van nieuw beleid 5. Investeringsbudgetten Voor de jaren 2023 t/m 2027 zijn een aantal (vervangings)investeringen opgenomen.. 6. Subsidieplafonds In de Subsidieregelingen Stede Broec 2020 staat dat de definitieve subsidieplafonds jaarlijks worden bepaald door de vaststelling van de begroting voor het volgend jaar. In de kadernota is een apart onderdeel gewijd aan de subsidieplafonds. 7. Reserves Voor dekking van gevraagde budgetten wordt aan de Reserve Sociaal domein en de Reserve Klimaat en duurzaamheid een bedrag onttrokken. De Reserve SED Perspectief wordt opgeheven en het saldo kan vrijvallen. 8.

Budgettair neutrale wijzigingen Een aantal mutaties betreft overhevelingen tussen programma’s of mutaties voor zowel baten als lasten. Hierbij wordt ook de stelpost die is opgenomen binnen het programma Samenleving door het schrappen van de verhoging van de ozb-opbrengst bij het vaststellen van de Begroting 2022 gedekt. Beoogd effect Dit document brengt de ontwikkelingen op lokaal, (boven)regionaal, landelijk niveau alsook wetgeving in beeld. Dit heeft uiteraard gevolgen voor de huidige begroting en voor het meerjarenperspectief. Het vaststellen van dit document is de basis voor het opstellen van de Begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027. Zoals in de inleiding aangegeven hebben we keuzes moeten maken. Enerzijds door het ontbreken van duidelijkheid van het Rijk over bepaalde onderdelen/middelen, anderzijds door het ontbreken van voldoende middelen in onze huidige begroting. De volgende onderdelen hebben we daarom (nog) geen plek gegeven in de Kadernota maar we hechten er wel waarde om deze met u te delen: -

-

Groot onderhoud wegen De prijzen voor lonen, materialen, energie en olie zijn de afgelopen jaren (flink) gestegen. Los van de gebruikelijke prijsindexatie kan het zomaar zou zijn dat de prijzen sneller stijgen dan de gebruikelijke indexatie. Gezien deze onzekerheid hebben we in deze kadernota geen bedragen opgenomen maar ten tijde van de begroting 2024 komen we hierop terug. Investeringen Integraal Huisvestingsplan (IHP) Separaat aan deze kadernota is aan u een voorstel voorgelegd met betrekking tot het Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor het basisonderwijs. Tevens zijn de benodigde (naar schatting) investeringen daarbij in beeld gebracht. In de loop van 2023/2024 wordt het IHP voor voortgezet onderwijs u aangeboden. Ook bij dat voorstel wordt een doorkijk op de benodigde investering meegenomen. In deze kadernota is voor nu geen enkele investering verwerkt.

3

Beleidsvrijheid / -ruimte (wettelijk kader) De gemeenteraad ziet erop toe dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Dat is het geval als structurele lasten gedekt zijn door structurele baten en deze volledig, realistisch en haalbaar zijn. U mag hiervan afwijken als voldoende aannemelijk is dat het structureel en reëel evenwicht uiterlijk in de laatste jaarschijf van de meerjarenraming tot stand zal worden gebracht. Argumenten Met het vaststellen van de kadernota worden de kaders bepaald op basis waarvan het college de Begroting 2024 en de meerjarenraming 2024-2027 opstelt. Kanttekeningen / alternatieven De kadernota is geen verplicht document. Het wordt niet in regelgeving genoemd. Het saldo van baten minus lasten hoeft in de kadernota niet sluitend te zijn. De raad heeft de mogelijkheid om de kadernota gewijzigd vast te stellen. Zoals hierboven aangegeven vormt het door u genomen besluit de basis voor de Begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027. Bij het vaststellen van de begroting kunnen de uitgangspunten, het nieuw beleid en de nieuwe investeringen worden heroverwogen. Draagvlak De kadernota is tot stand gekomen na een intensieve samenwerking tussen de ambtelijke organisatie en het college. Financiën De financiële consequenties van de Kadernota 2024/Voorjaarsnota 2023 zijn opgenomen. Het totaaloverzicht is weergegeven in hoofdstuk 4.

Er is sprake van een structureel tekort vanaf dienstjaar 2026, het eerder genoemde “ravijnjaar”. Deze Kadernota 2024/Voorjaarsnota 2023 bevat enkel de baten/lasten voor deze jaren, bij het aanbieden van de begroting 2024 wordt de dekking van een en ander uiteraard wel opgenomen. Van de Meicirculaire 2023 verwachten we in dit kader weinig: de doorgerekende indexatie in de meicirculaire 2023 is reeds opgenomen en verder worden er, gelet op de Voorjaarsnota 2023 van het Rijk, op dit moment geen extra middelen in de algemene uitkering verwacht. Inzake de benarde financiële positie van de gemeenten in 2026 en 2027 doet het Rijk geen toezeggingen. Over de financiële gevolgen van de Meicirculaire 2023 wordt u door middel van raadsbrief geïnformeerd. Het uitgangspunt van de toezichthouder (Provincie NH) is dat voor het begrotingsjaar er sprake moet zijn van structureel evenwicht (structurele baten > structurele lasten) en als dit niet lukt dan moet voldoende aannemelijk worden gemaakt dat het structureel en reëel evenwicht in uiterlijk de laatste jaarschijf van de meerjarenraming tot stand wordt gebracht. Het begrotingsjaar is structureel in evenwicht. De dienstjaren 2026 en 2027 reëel en materieel sluitend maken is, conform de bovengenoemde redenen, op dit moment geen reële optie. Bovenkarspel, 6 juni 2023 Burgemeester en wethouders van Stede Broec De secretaris, De burgemeester, A.

Huisman

R.A.P. Wortelboer

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12848148/2