Raadsvoorstel Beleidsplan Gladheidbestrijding 2026-2031
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:
Vaststellen beleidsplan Gladheidsbestrijding 2026-2031 637578
Commissie: 12 mei 2026 Raadsvergadering: 28 mei 2026 Nr. 2605-02 Portefeuillehouder: Programma:
N.C.P. Slagter 3: Beheer openbare ruimte
Karakter:
Besluitvormend
Bijlagen:
1. Raadsbesluit; 2. Beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031
Voorgesteld besluit: 1. Vaststellen van het beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031; 2. Intrekken beleid en uitvoeringsplan gladheidsbestrijding 2020.
Inleiding Met het beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 wordt het voorgaande beleids- en uitvoeringsplan 2020-2025 vervangen. In dit nieuwe plan is speciale aandacht besteed aan het afstemmen en harmoniseren van de gladheidsbestrijding in samenwerking met de gemeenten Drechterland en Enkhuizen binnen de SED. Het plan maakt duidelijk waar de verantwoordelijkheden liggen voor gladheidsbestrijding op de verschillende wegen binnen de gemeente, zodat taken en bevoegdheden helder zijn belegd. Daarnaast biedt het een eenduidige aanpak waarmee de veiligheid op onze strooiroutes tijdens de wintermaanden effectief wordt gewaarborgd. Beoogd effect Het beoogde effect van dit beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 is het duidelijk vastleggen van verantwoordelijkheden en het bieden van een eenduidige aanpak om de veiligheid en bereikbaarheid van bepaalde wegen in de gemeente tijdens winterse omstandigheden te waarborgen. Beleidsvrijheid / -ruimte (wettelijk kader) Enkele wettelijke kaders waaraan de raad moet voldoen bij gladheidsbestrijding; • Wegenwet: Artikel 15 e.v. van de Wegenwet regelt het beheer en onderhoud van de wegen. • Burgerlijk Wetboek: Art. 6:162 en art. 6:172 BW – aansprakelijkheid bij nalatigheid of een gebrekkige weg. • CROW-Richtlijnen: Organisatie en bestrijding wintergladheid 2024.
• Arbeidstijdenwet en arbeidstijdenbesluit: De bepalingen hebben betrekking op de maximale (gemiddelde) arbeidsduur per etmaal, per week of maand en op de maximale duur van de consignatie. Gemeenten hebben als wegbeheerder bij gladheidsbestrijding een zorgplicht. Dit betekent dat er een inspanningsverplichting bestaat om gladheid te bestrijden, zonder dat een resultaat wordt gegarandeerd. Op basis van die inspanningsverplichting moet aantoonbaar duidelijk zijn op welke wegen gladheid wordt bestreden. Prioriteiten kunnen worden vastgesteld op basis van het economisch belang van bepaalde wegen, maar ook met oog voor kosten, veiligheid, duurzaamheid en milieu. De strooiroutes worden daarom gepubliceerd op de gemeentelijke website.
1
Argumenten Onderstaand zijn enkele argumenten die het voorstel steunen; 1. Verhoogde veiligheid: Het toepassen van het beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 zorgt voor een duidelijke aanpak om de veiligheid op wegen in de strooiroute tijdens winterse omstandigheden te verbeteren, waardoor het risico op ongelukken afneemt. 2. Duidelijkheid in verantwoordelijkheden: Het beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 legt duidelijk vast wie verantwoordelijk is voor gladheidsbestrijding. 3. Uniformiteit: Door gebruik te maken van landelijk toegepaste CROW-richtlijnen wordt een uniforme aanpak gegarandeerd, wat zorgt voor consistentie in de kwaliteit van de gladheidsbestrijding. 4. Bereikbaarheid: Een effectieve gladheidsbestrijding zorgt ervoor dat wegen in de strooiroute beter begaanbaar blijven, wat de bereikbaarheid van de gemeente ten goede komt, zowel voor inwoners als voor bezoekers. 5. Voorbereidheid: Het beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 maakt het mogelijk om een uitvoeringplan op te stellen, waardoor de gemeente goed voorbereid is op winterse omstandigheden. 6. Vertrouwen van burgers: Een duidelijk strooibeleid verhoogt het vertrouwen van burgers in de gemeente, omdat het bekend is op welke wijze de gladheidsbestrijding wordt uitgevoerd. 7.
Efficiëntie: Met duidelijke richtlijnen en verantwoordelijkheden kan de gladheidsbestrijding efficiënter worden uitgevoerd, wat kan leiden tot kostenbesparingen op de lange termijn. Kanttekeningen / alternatieven Bij het voorstel zijn twee kanttekeningen te maken: 1. Kosten: De implementatie van een nieuw beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 is de basis voor het maken van het uitvoeringsplan gladheidsbestrijding. Het beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 brengt geen extra kosten met zich mee als het advies van de 200 meter afstand tot een gestrooide route niet wordt gewijzigd, 2. Milieu-impact: Bij gladheidsbestrijding maken we gebruik van natriumchloride (zout). Natriumchloride heeft een negatief effect op het milieu, zoals bodem- en watervervuiling. Bij het voorstel kunnen de volgende alternatieven worden benoemd: Voor de gladheidsbestrijding zijn er alternatieven in het gebruik van strooimiddelen. Naast wegenzout kan er gekozen worden uit; • Magnesiumchloride of Calciumchloride; Deze twee middelen werken beter dan wegenzout, zijn minder agressief voor metalen en minder schadelijk voor planten en dieren. De prijs van deze middelen is gemiddeld twee tot drie keer hoger in vergelijking met wegenzout. • Zand en steengrit; Deze middelen zorgen voor meer grip op gladde wegen maar hebben geen dooiende werking.
Door het vaststellen van het beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 wordt de milieubelasting beperkt. Draagvlak Het beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 is zorgvuldig opgesteld en getoetst op financiële haalbaarheid en wettelijke kaders. Ook is het afgestemd op de harmonisatie van gladheidsbestrijding met de gemeenten Drechterland en Enkhuizen binnen de SED. Het plan sluit aan bij de algemene doelstellingen van de gemeente om de verkeersveiligheid te waarborgen en risico’s tijdens winterse omstandigheden te minimaliseren. Hiermee is geborgd dat de uitvoering van het plan effectief, verantwoord en in lijn met gemeentelijk beleid kan plaatsvinden.
2
Planning, evaluatie en verantwoording Wanneer het beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 is vastgesteld wordt het uitvoeringsplan gladheidsbestrijding uitgewerkt. In het uitvoeringsplan gladheidsbestrijding komt gedetailleerd naar voren waar en wanneer er gladheidsbestrijding wordt toegepast. Dit plan zal jaarlijks worden geëvalueerd. Het beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 wordt elke 5 jaar geëvalueerd en aangeboden voor vaststelling. Er zijn in het beleid en uitvoeringsplan 2020 na de evaluaties alleen wijzigingen geweest in strooiroutes in nieuwbouwijken.
Financiën Met dit voorstel zijn geen kosten gemoeid. Bovenkarspel, 24 februari 2026, Burgemeester en wethouders van Stede Broec De secretaris, De burgemeester,
A. Huisman
R.A.P. Wortelboer
3